woensdag 7 januari 2015

Democratie en milieu in Suriname, deel 2


Naar aanleiding van de lezing en discussieavond met het thema 'democratie en milieu', welke gehouden werd op 27 november jl., worden hier de overgebleven vragen beanwoord door Monique Pool van Green Heritage Fund Suriname, Jamille Haarloo van Global Shapers Paramaribo en Anwar Alibux van Stichting Samarja. Dit bericht is het vervolg van 'Democratie en milieu in Suriname' welke u hier kunt lezen.

Er zijn wel steeds meer jonge innovatie creatieve ondernemers in Suriname (lijkt het). Denk je dat er sprake is/zou kunnen zijn van een shift waarbij de verouderde vastgeroeste manier van denken wordt terug gedrongen door een “nieuwe generatie” van ideëen over ontwikkeling? Wat zijn obstakels daarbij?
Jamille: Ja, ik denk dat daar zeker sprake van kan zijn. Er zijn een aantal obstakels op verschillende niveaus. Elke verandering moet een psychologische barrière (conditionering en gewenning) op individueel niveau doorbreken. Op nationaal niveau spelen corruptie en belangen van groepen met macht een rol. Maar het is ook moeilijk om alle obstakels te listen en aan te pakken. We zouden misschien eerst de meest significante onderliggende obstakels moeten identificeren.

Waar kan ik mijn plastic flessen, batterijen, etc kwijt?
Anwar: PET, HDPE & aluminium blikjes/ flessen: Zwartenhovenbrugstraat 202-a. Naast de poort. Voor batterijen en glas: geen opties
Jamille: Daarvoor hebben we ondernemers en infrastructuur nodig. Deze sector is zich nog aan het ontwikkelen in Suriname en ik ben ook een beetje ongeduldig aan het wachten. We leveren als non- profits zo veel als mogelijk onze bijdrage om potentiële ondernemers en de overheid te prikkelen en te faciliteren in het proces.

Wat kunnen we doen om alvast de binnenstad schoon te houden? Dus om mensen bewust te maken geen vuil meer op straat te gooien.
Anwar: Implementeren van artikel 39-a van de politie strafwet. Gekoppeld met bewustwording campagne en facilitair. De huidige afvaltonnen zijn te klein en worden niet vaak genoeg opgehaald.
Jamille: Zo veel als mogelijk onszelf educaten over het probleem: Wat is het probleem? Waarom is het een probleem? Wie is verantwoordelijk? Onze bevindingen moeten we zo veel als mogelijk delen met anderen en vooral anderen ook aanzetten om zelf na te denken en zelf op onderzoek uit te gaan. Maar het overgaan tot acties en daden, van de burger, overheid, ondernemers, zijn natuurlijk beslissend of we de binnenstad daadwerkelijk schoon krijgen en houden.

Wat moeten de binnenlandbewoners doen met hun vuil (plastic flessen)?
Anwar: Platpersen en terug brengen. Die flessen zijn daar naartoe gereden of gevaren, ze kunnen makkelijk weer terug. Ze moeten het ook zelf willen. Die "lanti lanti" mentaliteit is wat het binnenland achter houdt.

1.Er is NGO netwerkoverleg, wellicht zou dat helpen om NGO’s meer te bundelen, meer samenwerking onderling.
2.We zien nu steeds meer groene netwerken/initiatieven zoals Groene School etc dus het lijkt wel beter te worden met samenwerken.
3.NGO’s zonder gebundeld meer pressie op de overheid moeten leggen als het gaat om de verantwoordelijkheid van de overheid – bv milieu wetgeving etc.
Anwar: De netwerk overleg verloopt nu nog te moeilijk. Maar gaat de goede kant op.  De vele natuur en milieu organisaties zeggen 2 dingen. Het volk wilt milieu beleid en verbetering zien en de overheid levert het niet. Kleine en grote projecten zijn vaak niet duurzaam. omdat ze niet zijn gekoppeld aan vaste structuren. Zelfs de groene school project gaat verloren gaan omdat deze niet kan aansluiten op een landelijke afvalscheiding en recycling infrastructuur.  Van al de bewustwording en voorlichting projecten is alleen het Samarja scholen project 2010-2013 duurzaam omdat deze het bestaande natuuronderwijs heeft uitgebreid met zwerfafval en milieu les.(verplicht). Dat is veel te weinige, we kunnen meer als we bundelen. Organisaties zijn soms bang hun identiteit te verliezen als ze bundelen. Sommige zien het gewoon als een inkomen dat ze niet willen delen. Niet iedereen zal meedoen aan SENA, maar zolang er een n&M netwerk is kunnen we als sector en groep verder.

Hoe zie je de samenwerking van milieu gerichte NGO’s, stichtingen en CBO’s gerealiseerd in de Surinaamse setting?
Anwar: Dit kan echt ingewikkeld zijn. Communicatie/activiteiten tussen deze organisaties zijn niet transparant. Stg, NGO's en CBO moet zorgen dat hun projecten/activiteiten niet worden gekoppeld aan politiek of een bepaalde onderneming/investeerder/belanghebbende. Wat nu een voordeel is, wordt later een nadeel en dan komt de Stg, NGO of CBO in verval. Die band met de overheid gaat makkelijk verloren.
Er moet jaarlijks een policy summit worden gehouden voor deze groepen zodat ze kunnen meebepalen wat de regering moet ontplooien. Het hebben van een formele netwerk zou het beste zijn. Er kunnen prioriteiten worden gekozen en dan elk jaar thematisch middelen worden besteed om deze aan te pakken. Via het netwerk kan er disseminatie plaatsvinden tot lokaal niveau. In het huidige, gebroken systeem, waar alles ad-hoc plaats vind zie je ook dat soms veel geld gaat in een locale project dat in feitelijk doelloos is. Er is geen transparantie en geen overkoepelend beleid dat die samenwerking tussen de overheid en ngo's versoepelt en betrouwbaar maakt. Een formele Natuur en milieu netwerk dat z'n leden beweegt om te presteren. Dit is realiseerbaar. Ook voor de overheid.

Export water met technologische ontwikkelingen op het gebied van desalinisatie? (waterplants op eilanden)
Monique: Eerst maar eens een goede studie doen over de staat van onze waterbronnen en de invloed die het onttrekken van miljoenen liters water op jaarbasis op het ecosysteem heeft. Daarnaast moet ook rekening worden gehouden met toekomstige veranderingen in regenvalpatronen. Dan kunnen we verder praten.

Verschillende mensen/instanties doen aan onderzoek over kwikvervuiling. Wordt er een database bijgehouden van al deze onderzoeken?
Jamille: Ik weet dat NZCS (Nationale Zoologische Collectie) kwikmetingen doet in de bodems, water en vissen. Het ministerie van Volksgezondheid heeft een database van kwikwaardes in onze atmosfeer boven de binnenstad. Het NIMOS en/of BOG zijn de instanties die dit zouden moeten bijhouden en het Ministerie van Volksgezondheid en ATM zullen daar ook een actieve rol in moeten hebben. Een commissie met vertegenwoordigers uit deze instanties en OGS zou ideaal kunnen zijn om het delen van data en bevindingen effectief te delen en bij te houden.

Wat zijn de symptonen van chronische kwik?
Jamille: Ik ben geen expert, maar de meeste bronnen zeggen het volgende: Mogelijke symptomen bij volwassenen na langdurige blootstelling aan hoge waardes: Schade aan het zenuwstelsel, waardoor de motoriek (beweging, reacties), sensoriek (gevoel, zicht) en cognitie (geheugen, spraak en leerprocessen) achteruit gaan. Kinderen kunnen hierdoor geestelijk en lichamelijk gehandicapt raken.
Monique: Hiervoor wil ik verwijzen naar de website van iemand die zelf kwikvergiftiging heeft gehad. Let wel, het is geen medische website en Peters zelf zegt ook dat je altijd een medicus moet raadplegen: http://www.patrikpeters.amalgaam.be/symptomen_kwikvergiftiging.htm#3. Chronische kwikvergiftiging

Waarom is Suriname 1 van de weinige landen in Zuid-Amerika waar nog met kwik goud wordt gewonnen?
Jamille: De overheid heeft onvoldoende grip op de kleinschalige mijnbouw of onvoldoende wil om dit te veranderen. Politieke keuzes/ strategieën en corruptie kunnen ook een rol spelen.
Monique: Als ik die vraag kon beantwoorden dan zou ik het probleem kunnen oplossen. Ik denk deels doordat het snel geld maken mensen blind maakt voor de langetermijngevolgen van kwikgebruik. En dat blind zijn, heeft deels te maken met een zeer laag educatie/ontwikkelingsniveau.

Grote ontwikkeling gaat gepaard met vernietiging van het milieu. Is het mogelijk om profit (in geld uitgedrukt) te maken zonder het milieu te schaden? (Want alle minimale schade toegebracht aan het milieu wordt uiteindelijk ook veel)
Jamille: Klopt, er vind accumulatie van schade en vervuiling plaats als het milieu niet de kans krijgt om zich te herstellen. Profit zou zeer zeker gemaakt kunnen worden als we goederen en diensten die te verkrijgen zijn uit het milieu op een andere manier gaan exploiteren en waarderen. Ik geloof dat het economisch systeem en de markt toe zijn aan een transformatie. Want dit beïnvloed zowel het fiscaal beleid als de keuzes van producenten en consumenten.
Monique: Er zijn een aantal landen in de wereld die weinig eigen hulpbronnen hebben, maar toch een hoge ontwikkeling. Het is een dilemma, waar nu door de UN aandacht aan wordt besteed in haar Human Development Report. 
Bronnen: http://hdr.undp.org/en/content/table-1-human-development-index-and-its-components en http://www.footprintnetwork.org/en/index.php/GFN/blog/human_development_and_the_ecological_footprint#sthash.17IzyHQV.dpuf

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen