vrijdag 21 april 2017

VN-lidlanden maken afspraken over de economische versterking van vrouwen


Wereldwijd is de arbeidsmarkt aan verandering onderhevig en de economische empowerment van vrouwen vraagt nog altijd om extra aandacht. Graag delen wij bij deze de analyse en overeengekomen conclusies van de in maart 2017 gehouden 61e sessie van de Commission on the Status of Women (CSW61), dat als thema had 'Women's Economic Empowerment in the Changing World of Work'.
Klik hier voor het pdf-document.

donderdag 6 april 2017

Suriname vraagt in raptempo EITI-kandidaatschap aan

PROJEKTA zet zich vanaf 2010 in voor meer bewustwording over de Extractive Industries Transparency Initiative (EITI),  een wereldwijd initiatief voor transparantie in de zogeheten ‘extractive industries’, zoals mijnbouw, oliewinning en aardgaswinning.
Hierover berichtten wij al in de State of our Democracy nieuwsbrief van 2011 en 2015. Het EITI-proces in Suriname kreeg namelijk vaart vanaf Democratiemaand 2015, toen  PROJEKTA een lezing over de EITI organiseerde, in samenwerking met Trinidadiaanse partners de University of the West Indies (UWI) en de TTEITI. Tijdens die lezing toonde Regilio Dodson van Natuurlijke Hulpbronnen zich een uitgesproken en ondubbelzinnige voorstander van de invoering van de EITI in Suriname, waarbij hij de rol van PROJEKTA en het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur benadrukte als belangrijke partners in dit proces. “Ik zal alles in mijn macht doen om EITI te realiseren in Suriname”, verklaarde hij ferm.

Na de verklaring bleven PROJEKTA, het Burgerinitiatief, enkele bedrijven en het Ministerie in constant contact. Namens PROJEKTA deed Adit Moensi in maart 2016 mee aan de Internationale EITI Conference. Tevens zat PROJEKTA in de Stuurgroep ter voorbereiding van een groots nationaal EITI symposium, dat plaatsvond op 29 april vorig jaar. Op het symposium bracht de Minister van NH nogmaals een statement van committering aan het EITI-proces uit, ditmaal formeel namens de Regering. Dit is namelijk de eerste vereiste voor het kunnen aanvragen van de kandidaat-status van Suriname.

In de maanden erna bleven PROJEKTA en het Burgerinitiatief zich inzetten om aan de overige vereisten te voldoen: het samenstellen van een multistakeholder groep en het opstellen en goedkeuren van een werkplan voor de EITI-implementatie in Suriname.  Projekta is ook deel van de Suriname EITI Multistakeholder Groep, samen met andere civil society vertegenwoordigers van de Staatsolie Werknemers Organisatie, Green Heritage Fund Suriname, de Vereniging Inheemse Dorpshoofden Suriname (VIDS), de Federatie van Saramaccaanse Gezagsdragers en de Federatie van de 12 Lo’s der Okanisi.

Na de voorbereidende stappen te hebben voltooid, kon Suriname in maart dit jaar officieel de aanvraag voor ‘candidate’ status indienen bij het Internationaal EITI Secretariaat. De verwachting is dat deze nog in de eerste helft van 2017 zal worden goedgekeurd door de EITI International Board, een lichaam van 21 personen van verschillende EITI-lidlanden, ondersteunende landen, maatschappelijke organisaties, bedrijven, en financiële instellingen. Met de (verwachte) goedkeuring zal Suriname met een tijdsduur van ongeveer een jaar bovengemiddeld snel het proces hebben doorlopen. Gemiddeld doen landen er 2.8 jaar over tussen het moment van formele committering, en het verkrijgen van de kandidaat status.

Nu dat Suriname officieel de aanvraag heeft ingediend, is er op de website van de EITI ook een page aangemaakt voor Suriname, waar alle documentatie over het proces in Suriname openbaar toegankelijk is.


(NB: de kaart van Suriname is nog verkeerd afgebeeld op de page; hieraan wordt gewerkt)

donderdag 30 maart 2017

Basistraining Evenementen Organiseren

Culturele en sportactiviteiten dragen bij aan het vormen van assertieve, pro-actieve en creatieve burgers. Buurt-, sport– en cultuurorganisaties spelen hierbij een belangrijke rol, o.a. door evenementen te organiseren waarbij jongeren kennis kunnen maken met verschillende sport– en cultuuronderdelen.

Wij bieden daarom aan organisaties een basistraining in evenementen organiseren: de planning, uitwerking, uitvoering en rapportage. De kennis uit de training kan worden toegepast bij het voorbereiden, beheren en afronden van activiteiten zoals toernooien, danslessen, theatervoorstellingen, meetings of teambuildingsactiviteiten.
In dit proces spelen o.a. budgetteren, het vastleggen van een tijdlijn, het maken van draaiboeken, en het selecteren en reserveren van locaties, voeding, transport, sprekers, en materiaal een grote rol.

Wie mogen meedoen?
Personen verbonden aan buurt-, sport en/of culturele organisaties die binnenkort een evenement voor hun doelgroep willen organiseren.

Waar en wanneer is het? 
Zaterdag 6 en zondag 7 mei 2017, van  9.30u – 16.00u
Locatie:  Asewa Otono, Prinsessestraat #46

Wat kost het?
Het totaalpakket kost SRD 75,- per persoon, of SRD 100,- voor 2 personen
(Max. 2 personen per organisatie, inclusief digitale hand-outs en consumptie)

Interesse voor deelname? 
Klik hier voor de link naar het registratieformulier.

De aanmelding sluit op donderdag 20 april 2017.  
Er is een beperkt aantal plaatsen beschikbaar.
Als er meer aanmeldingen zijn dan we kunnen accommoderen, dan zal er een selectie plaatsvinden.

Voor meer informatie: projekta@sr.net; tel:  439924/ 439925 


dinsdag 7 maart 2017

Planmatig werken als organisatiecultuur

Op zaterdag 4 en zondag 5 maart heeft Projekta de training Projectplan Maken (plan van aanpak) verzorgd. Deze training is onderdeel van het Actieve Burgers door Cultuur en Sport Programma (ABCS).  

Een overweldigend aantal aanmeldingen voor de training heeft erin geresulteerd dat Projekta genoodzaakt was de geselecteerde deelnemers in 2 groepen op te splitsen. Het afgelopen weekend heeft de eerste groep de training gevolgd. De eerste eenendertig personen die deelgenomen hebben aan de training komen uit de volgende organisaties: Sport Talent Nickerie, Naks Wan Rutu (NAWARU), Sangh Parivar Suriname (SPS), ABSO/STIWEWA, Schaakvereniging Moengo, Surinaamse Tafeltennis Bond, Surinaamse Zaalvoetbal Bond (SZVB), Duniyaboys, Sportorganisatie Jong Aurora, Suriname Heritage Group, SCSV Sewa. 

Deelnemers van het Ministerie van Sport en Jeugdzaken, de Federatie Twaalf Lo's der Aucaners  en de Huiselijk Geweld Ambassadeurs verbonden aan de Anton De Kom Universiteit van Suriname zijn als belangrijke partners ook geselecteerd voor deelname aan de training, hoewel zij geen sport-, cultuur- of buurtorganisatie zijn. Hun werk heeft echter veel raakvlakken met het doel van het ABCS programma.

De training was gefocust rond de verschillende processen om te komen tot een plan van aanpak. Het creëren van draagvlak voor ideeën, het analyseren van een probleem, en het planmatig doordenken van alle stappen van een project zijn enkele van de onderwerpen die in het weekend aan de orde zijn geweest.  In het vervolgbericht over de training, gaan wij nader in op de inhoud. Zo blijft het volgen van de training ook voor de tweede groep interessant. 

De meeste deelnemers hebben aangegeven door de training nog beter het belang van het stapsgewijs uitwerken van activiteiten in te zien. Ook de nodige aandacht voor interne communicatie-processen bij een plan van aanpak hebben de deelnemers als waardevolle informatie ervaren. 

“Als je gaat starten met een activiteit, ga er vanuit dat niemand iets weet, dus schrijf alles op”, was de belangrijkste les die Tamyra van der Leuv van NAWARU meeneemt uit de training. 

“Het meest belangrijke voor mij is dat je in de gaten houdt dat je grotere activiteiten moet opsplitsen in delen, de nadruk op communicatie vond ik ook belangrijk, het helpt binnen de sportorganisatie, maar is ook nodig in m’n werk” gaf Dion Benjamin van Sportorganisatie Jong Aurora aan. 

Projekta hoopt met deze training de deelnemers tools aangereikt te hebben voor het opgang zetten van processen die het planmatig werken binnen de verschillende organisaties verheffen tot organisatiecultuur.  Wij kijken vol enthousiasme uit naar de tweede groep participanten.  
Het ABCS programma is een partnerschap tussen Projekta, De Nederlandse Ambassade in Suriname en de International Sports Alliance (ISA). 

maandag 27 februari 2017

Statistieken en de Sustainable Development Goals (SDG’s) in 2016

PROJEKTA, met bijdragen van het ABS

Het thema van de vorige Internationale Dag van de Democratie (15 september 2016) was: “Democracy and the 2030 Agenda for Sustainable Development”. Hier is de nadruk dus gelegd op de rol van de SDG’s (letterlijk: Duurzame Ontwikkelingsdoelen) bij het beleven van de democratie. In het bijzonder Doel 16: ‘Promote just, peaceful and inclusive societies’ (het bevorderen van rechtvaardige, vredige en inclusieve samenlevingen) benadrukt inclusieve en participatieve gemeenschappen en instituten. De oud-Secretaris-Generaal van de VN, Ban Ki-Moon, zei dat de implementatie van de doelen gesteund moet worden door een sterke en actieve civil society die de belangen van gemarginaliseerde groepen meeneemt.

Uitdagingen voor het ABS
Het Algemeen Bureau voor de Statistiek (ABS) is één van de instituten die in Suriname het realiseren van de SDG’s ondersteunt, door systematisch informatie te verzamelen en rapporten uit te brengen. Tijdens de Democratiemaand 2015, georganiseerd door Projekta en het Burgerinitiatief, gaf het ABS in een presentatie aan dat er diverse obstakels zijn voor het vervullen van deze rol: de beschikbaarheid van een baseline voor het maken van schattingen en meten van progressie, en het ontbreken van een nationaal gedragen definitie van armoede en wijze van berekening van de armoedegrens.

Hoewel burgers een belangrijke bron van informatie zijn, is gebleken dat veel huishoudens en bedrijven tot nu toe bang zijn om informatie over hun inkomsten door te geven. De angst dat het ABS deze informatie doorgeeft aan de Belastingendienst is nog steeds aanwezig. De bedrijven geven wel antwoord op de meeste vragen bij onderzoeken, maar niet op vragen over hun inkomsten.

Naast informatie van burgers en bedrijven, is ook data die aanwezig zijn bij de overheid, bedrijfsleven en NGO’s van belang voor ABS. Voor een aantal van de SDG-indicatoren is het ABS afhankelijk van administratieve gegevens van verschillende ministeries en instanties. Voorbeelden van administratieve data zijn de geboortes, sterftes en huwelijken die worden geregistreerd bij Centraal Bureau voor Burgerzaken. De overheid stelt de informatie beschikbaar aan het ABS, maar vaak zijn de data niet digitaal verwerkt (alleen hard copy beschikbaar) of beschikt een ministerie of instantie niet over een data-unit die verantwoordelijk is voor het updaten van informatie. Hetzelfde geldt voor de NGO’s die bijvoorbeeld informatie (kunnen) aanleveren over vrouwen- en kindermishandeling of over projecten in het binnenland.

Naast de cijfermatige gegevens die nodig zijn voor het kunnen uitrekenen van de SDG-indicatoren, zijn de gegevens over het beleid dat uitgevoerd wordt even belangrijk. Alleen dan kan er bepaald worden of ons land een doel wel of niet heeft gehaald.

De uitdagingen aangaan
Op 1 juni 2016 installeerde de Minister van Sociale Zaken en Volkshuisvesting (SoZaVo) de ‘Nationale Commissie Vaststelling Armoedegrens’ (NCVA). In de NCVA zitten vertegenwoordigers van het ABS, het Institute For Graduate Studies and Research (IGSR) en het Planbureau. Dhr. Jerrel Renfrum (waarnemend directeur van SoZaVo) is de voorzitter. In de laatste zes maanden van 2016 is er hard gewerkt aan methodes voor het bepalen van de armoedegrens. Het ABS heeft bijgedragen aan methoden voor het bepalen van de inkomensarmoede, het IGSR heeft gekeken naar Multidimensionele Armoede, terwijl het Planbureau en SoZaVo hebben gekeken naar het beleid. Het Rapport van de Commissie moet worden afgerond en ingediend bij de Sociaal Economische Raad (SER) en het Parlement ter advies en goedkeuring.

Startpunt voor de SDG-dataverzameling zijn de gegevens van de zesde Multiple Indicator Cluster Survey (MICS), een onderzoek uitgevoerd door SoZaVo in samenwerking met het Kinderfonds van de VN (Unicef). Het MICS-onderzoek zal informatie verzamelen over onder andere onderwijs, kinderarbeid, water en sanitair, de staat van de woonomgeving en de reproductieve gezondheid van vrouwen, mannen en kinderen.
Er is helaas onvoldoende informatie beschikbaar over de nieuwe SDG-indicatoren, vooral de milieugerelateerde indicatoren. Het ABS verwacht ook niet dat de nodige onderzoeken hiervoor op kort termijn uitgevoerd zullen kunnen worden, vanwege een gebrek aan financiële middelen bij de overheid. Om dit op te vangen, heeft het ABS tijdens de laatstgehouden Milieustatistieken Workshop van 27 juli 2016 de SDG-indicators gedeeld met stakeholders die milieudata aanleveren aan het ABS voor hun Milieustatistieken publicatie.

Om de uitdaging van het verzamelen van informatie van de overheid aan te gaan, pleit het ABS voor het instellen van een zogeheten SDG-commissie om informatie te verzamelen over beleidsprogramma’s van de overheidinstanties. De commissie zou de werkwijze kunnen volgen van de MDG-commissie van 2014. Daarbinnen waren er twee focal points per ministerie, en werd informatie over beleidsprogramma’s per ministerie gedeeld en eventueel verzameld. De Commissie analyseerde ook de voor- en nadelen van bepaalde programma’s, bracht uitdagingen in kaart, en brainstormde over oplossingen. Aan de hand van dit systeem is het Nationaal MDG Rapport van 2014 samen met het  National Instituut voor Milieu en Ontwikkeling (NIMOS), het Ministerie van Buitenlandse zaken (BUZA) en het Planbureau geschreven. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken is de verantwoordelijke instantie om deze commissie weer te installeren.

Informatie, democratie en ontwikkeling
Indien informatie niet op een adequate wijze wordt verzameld en opgeslagen, met een duidelijk doel voor ogen, glipt het als los zand door onze vingers. Als het doel is ‘goede kwaliteit onderwijs voor een ieder’, dan moet informatie worden vastgelegd over o.a. inschrijvingen, afschrijvingen, mutaties, overgangspercentages, keuze van vervolgonderwijs en de gehanteerde procedures. Ook is het belangrijk om te weten hoeveel middelen zijn ingezet. Op basis hiervan kan de overheid haar beleid aanscherpen.

Adequate informatiesystemen stellen overheid, bedrijven en burgers in staat om na te gaan als gestelde ontwikkelings- en beleidsdoelen haalbaar zijn, of middelen effectief en efficiënt zijn ingezet en of het gewenst resultaat wordt bereikt.

Goede en toegankelijke informatiesystemen vergroten ook het vertrouwen in bedrijven, NGO’s en de overheid. Door geen informatie te delen uit vrees wordt een cultuur van wantrouwen in stand gehouden. Dit verzwakt de instituten die de ontwikkelingen van het land moeten uitzetten en monitoren.

In november 2016 organiseerde Projekta in samenwerking met het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) voor de 9e keer de Democratiemaand. Deze editie was gericht op het bevorderen van kritisch democratisch burgerschap, onder het motto: ‘Kritische Burgers: Rechten en Verantwoordelijkheden’.
Net als voorgaande jaren heeft Projekta openbare activiteiten georganiseerd om een breed publiek te informeren over diverse democratische onderwerpen; dit keer middels een serie mini-seminars en mini-masterclasses met als kernthema’s: mensenrechten, financieel-economisch beleid en goed bestuur.
Sinds 2009 brengt Projekta aan het slot van de Democratiemaand ook de State of our Democracy-nieuwsbrief uit. Vanwege organisatorische omstandigheden is de publicatie van de nieuwsbrief niet gerealiseerd tijdens de Democratiemaand. De inhoud van de nieuwsbrief vinden wij echter te belangrijk om niet te delen met het publiek. Daarom publiceren wij de artikelen uit de nieuwsbrief alsnog. 

vrijdag 24 februari 2017

Wordt 2017 het jaar van bestuurlijke transparantie en rekenschap?

De President heeft eind september 2016 tijdens zijn Jaarrede over het beleid in het Dienstjaar 2017 wederom de aanname van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) genoemd.  Dit als voorbeeld van te ontwikkelen nieuwe wetgeving of aan te passen oude wetgeving voor begeleiding en ondersteuning van de ontwikkelingen in 2017.  Als dit voornemen wordt gerealiseerd, dan gaat een lang gekoesterde wens van Projekta in vervulling.

Het ontbreken van een Wet Openbaarheid van Bestuur is in diverse edities van de State of Our Democracy nieuwsbrief aan de orde geweest. In de editie van 2014 presenteerde Fayaz Sharman een update van zijn onderzoek van 2012 over de staat van openheid van overheidsinformatie in Suriname. Zijn belangrijkste conclusie was dat er tussen 2012 en 2014 helaas bitter weinig was veranderd aan de slechte toegang tot overheidsinformatie. Het feit dat er een Wetsontwerp is voor Openbaarheid van Bestuur, en een Commissievergadering is geweest over de Anti-corruptiewet, noemde hij een belangrijke stap in de goede richting. “Nu nog de behandeling en de aanname”, was zijn slotopmerking.
Ook in de State of Our Democracy nieuwsbrief van 2015 is het ontbreken van de WoB opnieuw aan de orde geweest. In deze editie is naast een opsomming van de basisprincipes voor een Wet Openbaarheid van Bestuur ook een lijstje opgenomen van zaken die burgers graag nader onderzocht zouden willen zien, en/of diensten en instellingen die volgens hun doorgelicht zouden moeten worden.

Transparantie en Rekenschap
Sinds het onderzoek van Fayaz Sharman in 2012, en de uitspraak van de President in september 2016, laat de behandeling en aanname van de Wet Openbaarheid van Bestuur nog op zich wachten. Samen met de Wet op Jaarrekeningen en de Anticorruptiewet, zorgen deze wetten voor twee belangrijke elementen van Goed Bestuur, namelijk Transparantie en Rekenschap.
Goed Bestuur kan simpelweg gedefinieerd worden als het proces van besturen: van besluiten nemen, uitvoering en verantwoording afleggen. Transparantie en rekenschap zijn wederzijds van elkaar afhankelijk en versterken elkaar. Tezamen stellen ze burgers in staat om een stem te hebben in besluitvorming en om besluitnemers ter verantwoording te roepen.   
Transparantie heeft te maken met het hoe en waarom van besluiten. Publieke ambtsdragers en anderen moeten voorspelbare, en begrijpelijke besluiten nemen. De informatie naar de burgers toe moet relevant, toegankelijk, op tijd en accuraat zijn. Bij rekenschap gaat het om de verantwoording: het waarom van besluiten, wat zijn de gevolgen, en  hoe is een besluit genomen. Als er sprake is van rekenschap nemen publieke ambtsdragers (en bedrijven) verantwoordelijkheid voor hun daden. Schadeloosstelling /sancties zijn het gevolg wanneer rechten en verplichtingen niet worden nagekomen.  

Openbaarheid van Bestuur in tijden van financiële crisis
In 2016 is steeds duidelijker geworden dat ons land in een financiële crisis verkeert. Echter, het ontbreekt aan betrouwbare informatie over hoe groot deze crisis werkelijk is. Burgers zijn onvoldoende geïnformeerd over de reikwijdte van de financiële crisis door een gebrek aan transparantie en rekenschap. In tijden van crisis, waarbij de overheid het vertrouwen en de medewerking van burgers nodig heeft om de economie te stabiliseren, zijn transparantie en rekenschap van eminent belang. Als burgers onvoldoende informatie hebben over de reikwijdte van de crisis zullen ze van het slechtste uitgaan, en beslissingen nemen die een mogelijke grotere druk leggen op de verzwakte economie.   
Onderzoek over de hele wereld heeft aangetoond dat het Recht op Informatie het beste te verankeren is in een wet. Een wet, zoals de voorgestelde Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB), zorgt ervoor dat de burgerij inzage heeft in het overheidshandelen en daardoor effectief en efficiënt kan deelnemen aan overheidsbesluitvorming, en de overheid ter verantwoording kan roepen (waakhond-functie).
"In the face of doubt, openness prevails," is een uitspraak van Barack Obama in 2009 bij de aankondiging van het ontwikkelen van aanvullende regelgeving bij aanvragen van overheidsinformatie.   

Wet Openbaarheid van Bestuur in het Caraibisch gebied
Van de 20 landen in het Caraibisch gebied hebben acht een WoB (Belize, Trinidad & Tobago, Jamaica, St. Vincent, Antigua, Cayman Islands, Bermuda en Guyana). Vijf landen hebben een conceptwet (Bahamas, Barbados, Grenada, St. Kitts en St. Lucia). In maar zes landen ontbreekt nog elk openbaar spoor van  wetgeving: Montserrat, Dominica, Haïti, Turks and Caicos, Anguilla, British Virgin Islands, en Suriname.

In november 2016 organiseerde Projekta in samenwerking met het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) voor de 9e keer de Democratiemaand. Deze editie was gericht op het bevorderen van kritisch democratisch burgerschap, onder het motto: ‘Kritische Burgers: Rechten en Verantwoordelijkheden’.
Net als voorgaande jaren heeft Projekta openbare activiteiten georganiseerd om een breed publiek te informeren over diverse democratische onderwerpen; dit keer middels een serie mini-seminars en mini-masterclasses met als kernthema’s: mensenrechten, financieel-economisch beleid en goed bestuur.
Sinds 2009 brengt Projekta aan het slot van de Democratiemaand ook de State of our Democracy-nieuwsbrief uit. Vanwege organisatorische omstandigheden is de publicatie van de nieuwsbrief niet gerealiseerd tijdens de Democratiemaand. De inhoud van de nieuwsbrief vinden wij echter te belangrijk om niet te delen met het publiek. Daarom publiceren wij de artikelen uit de nieuwsbrief alsnog. 

dinsdag 21 februari 2017

Grote dromen en ons milieu

Met bijdragen van: Rudi van Kanten, Lisa Best, Nancy del Prado

Sinds het aantreden van de Regering in 2015, zijn er diverse grootse plannen aangekondigd die veelal met geleend geld moeten worden uitgevoerd: het opzetten van ‘mammoet’ rijstbedrijven, het exponentieel uitbreiden van de veestapel, grootschalige oliepalmteelt, grootschalige cacaoteelt en -verwerking, het herstarten van de bauxiet-aluinaarde industrie, om er een paar te noemen.

De Milieu-groep van het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) maakt zich zorgen om de potentiële gevolgen voor ons milieu, als deze plannen ondoordacht worden uitgevoerd.
Het is een historische en wereldwijde trend dat in tijden van crisis het korte-termijn denken de boventoon voert en duurzame ontwikkeling en ecologische verantwoordelijkheid (aandacht voor de natuur) ver naar beneden zakken op de agenda, of zelfs helemaal verdwijnen. Projecten voor duurzame energie worden dan zonder pardon stopgezet; denk hierbij bijvoorbeeld aan het suikerriet-biofuel project van Staatsolie. 

Overheden willen zo snel en zo veel mogelijk inkomsten genereren; de natuurlijke hulpbronnen van een land worden dan al gauw gezien als de snelste en makkelijkste optie. Op de lange duur werkt dit vaak juist averechts: onze economie en het natuurlijk milieu zijn onlosmakelijk verbonden aan elkaar. Door niet-duurzaam te werken, loopt het land veel kansen mis, nu en in de toekomst, en blijft het risico bestaan dat de huidige problematische economische situatie zal voortduren.

Zoveel gevaren
Bij het bekijken van de grote voornemens van de Regering en het beleid van de decennia ervoor, is te merken dat er geen systematische of alomvattende benadering voor het waarborgen van het milieu is.  Er zijn geen vaste en consistent toegepaste standaarden voor ESIA’s (environmental and social impact assessments) voordat projecten starten. Veelal wordt de link met het milieu alleen gemaakt wanneer er een duidelijk verband is met bijvoorbeeld de menselijke gezondheid of kostenbesparing, zoals het geval is met kwikgebruik bij de goudwinning of bescherming tegen zeespiegelstijging. In de plannen voor goudmijnbouw wordt ook de nadruk gelegd op de gezondheidseffecten van kwik, terwijl er ook milieu-effecten zijn van de goudwinning: vervuiling van kreek- en rivierwater met gronddeeltjes, verstoring van het ecosysteem, creëeren van het empty forest syndroom (verarmd bos met minder boomsoorten en minder dieren), en het creëeren van meren met stilstaand water.

De projecten die nu worden genoemd zijn niet innovatief, maar veelal een kopie van initiatieven die meerdere malen zijn genomen in de laatste decennia, met wisselend succes, zoals grootschalige rijstbouw en grootschalige bauxietwinning en –verwerking. Een initiatief zoals de grootschalige cassave-verwerking is aangekondigd zonder dat er een diepgaande evaluatie is gepleegd van het falen van het eerdere cassave-verwerkingsinitiatief. Er is ook onvoldoende aandacht voor lokale economische ontwikkeling en het toeristisch perspectief. Een ander gevaar van het ondoordacht werken is namelijk dat er onnodig natuurlijke gebieden worden verpest die van grote natuurlijke waarde zijn of misschien op een andere, duurzamere manier van commerciële waarde zijn, bijvoorbeeld omdat zij bosbijproducten leveren of aantrekkelijk zijn voor toeristen.

Bij het doornemen van de beleidsvoornemens is kan tevens worden geconstateerd dat er voor veel activiteiten grote stukken grond beschikbaar moeten zijn: cacaoplantages, olieplantages, rijstproductie, veeteelt, nieuwe bauxietmijnen, etcetera. Hoewel er een groot oppervlakte aan landbouwgrond in principe nog beschikbaar is in Suriname, zal het bijna onmogelijk zijn om deze effectief te benutten zonder een goede ruimtelijke planning en ordening. Veel van dit areaal is vanwege verkavelingen en boedelproblemen gefragmenteerd. Daarnaast liggen veel terreinen in of dichtbij de woongemeenschappen van inheemsen en tribale volkeren, wiens recht op collectief grondbezit nog steeds niet voldoende is erkend door de Staat Suriname.

Verder zullen er miljoenen (veelal geleende) Surinaamse dollars moeten worden geïnvesteerd in nieuwe en gerenoveerde infrastructuur, om de gronden toegangelijk en bruikbaar te maken. In het geval van oliepalm, is het bovendien onduidelijk wat er zal gebeuren met het hout dat wordt verwijderd bij de ontbossing van het gebied; het bedrijf dat de investering zal doen, staat namelijk bekend als een houtkapbedrijf, en geen oliepalm-teler.

Investeer ook in wetgeving
Als belangrijkste prioriteit geldt het aanpassen en/of aannemen van een aantal wetten: de Milieuwet, de Afvalstoffenwet, de wet voor Geïntegreerd Kustbeheer, de Natuurbeschermingswet, de Jachtwet en de Waterwetten. De aanpassing van bepaalde van deze wetten is al vijftien jaar aan de gang, terwijl in de tussentijd wel enorme investeringen worden gedaan.

De belangrijkste van deze wetten is de Milieuwet, welke samen moet gaan met een duidelijk gecoördineerd langtermijn Milieubeleid dat verder gaat dan de coalitie die op dat moment aan de macht is. In een Milieuwet zouden er bijvoorbeeld eenduidige regels kunnen worden gesteld over wat er moet gebeuren met uitgemijnde gebieden. Er zijn nu twee multinationals die samen langer dan 100 jaar veel geld hebben verdiend, en intussen vertrokken zijn, zonder dat het duidelijk is wie wat moet doen met de uitgemijnde gebieden.

Om de wetgeving te implementeren zijn natuurlijk sterke instituten nodig, met deskundig personeel en voldoende middelen. Daarnaast is het belangrijk dat er wordt gewerkt aan voorlichting en educatie, en dat er meer aandacht komt voor milieuverantwoord ondernemen.
Tot slot: als zelfs een fractie van de mega-investeringen wordt besteed aan het versterken van natuur(gerelateerde) instituten, wetgeving, menselijk kapitaal en (modernisering van) controlecapaciteit, dan zijn de positieve effecten nog na jaren voelbaar.

In november 2016 organiseerde Projekta in samenwerking met het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) voor de 9e keer de Democratiemaand. Deze editie was gericht op het bevorderen van kritisch democratisch burgerschap, onder het motto: ‘Kritische Burgers: Rechten en Verantwoordelijkheden’.
Net als voorgaande jaren heeft Projekta openbare activiteiten georganiseerd om een breed publiek te informeren over diverse democratische onderwerpen; dit keer middels een serie mini-seminars en mini-masterclasses met als kernthema’s: mensenrechten, financieel-economisch beleid en goed bestuur.
Sinds 2009? brengt Projekta aan het slot van de Democratiemaand ook de State of our Democracy-nieuwsbrief uit. Vanwege organisatorische omstandigheden is de publicatie van de nieuwsbrief niet gerealiseerd tijdens de Democratiemaand. De inhoud van de nieuwsbrief vinden wij echter te belangrijk om niet te delen met het publiek. Daarom publiceren wij de artikelen uit de nieuwsbrief alsnog. 

maandag 20 februari 2017

Zandafgraafvergunningen ondergraven goed bestuur

Onderstaand persbericht is op vrijdag 17 februari verstuurd naar alle media.

Zandafgravingen te Braamspunt
Foto: Rudi van Kanten
Het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) schaart zich achter de oproep van het WWF, CI Suriname, Green Heritage Fund Suriname en de SHATA (Suriname Hospitality and Tourism Association) om de zandafgravingen te Braamspunt onmiddellijk stop te zetten.

De milieuorganisaties en de SHATA hebben duidelijk aangegeven welke de gevolgen zijn van het besluit om, ondanks de adviezen van experts, toch weer vergunningen te verlenen aan ondernemers voor het afgraven van zand en schelpen langs onze kwetsbare kust.

Het is onbegrijpelijk dat het Ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen is overgegaan tot deze toestemming. Immers, het was de huidige minister zelf die aan het WWF vroeg om een gedegen studie te doen naar de effecten van zandafgravingen aan de kust en in de kustvlakte. Het wetenschappelijk advies dat voortkwam uit deze studie was dat er onder geen beding langer zand en schelpen mogen worden gewonnen- de korte en lange termijn effecten op de biodiversiteit en op de kustbescherming zijn onomkeerbaar.

Een vraag die gesteld kan worden is: waarom vraagt de Overheid advies van een breed team van deskundigen als zij dat toch naast zich neer zal leggen als het advieshaar niet goed uitkomt? Maar de vraag die gesteld moetworden is: op basis waarvan worden besluiten nu eigenlijk genomen, en door wie? Deze onduidelijkheid over besluitvormingsprocedures en wie nu waar verantwoordelijk voor is, geeft aan hoe slecht het gesteld is met het goed-bestuurprincipe van transparantie en rekenschap.

Tegelijkertijd is het schrijnend om te zien hoe weinig de Regering zich iets aantrekt van haar eigen officiële voornemens. Er is een totale disconnectie tussen woord en daad.

In de Regeringsverklaring van het tweede Kabinet Bouterse wordt de bescherming van de kust als één van de belangrijkste randvoorwaarden voor het voortbestaan van de natie gezien; van cruciaal belang, en daarom zal er “de nodige prioriteit, onvoorwaardelijke politieke en beleidsaandacht” hieraan worden gegeven, voor een structurele en duurzame oplossing. “Er zal een urgentiebeleid van duurzame bescherming van onze kust gevoerd worden”; “De Regering streeft naar het behoud van evenwichtige ecosystemen in het kader van duurzame ontwikkeling. Dit betekent dat wij de grotendeels ongerepte  natuurlijke omgeving die wij geërfd hebben, niet alleen zullen beschermen, maar ook tot een geïntegreerd deel zullen maken van het economisch beleid gericht op de versnelde ontwikkeling van Suriname”. En als uitsmijter uit de paragraaf over milieubeleid: "Het milieubeleid (...) zal speciale aandacht geven aan de bescherming van de kust en het management van de kustzone.”

Het besluit is ook in tegenspraak met de zorgplicht van de Staat zoals verankerd in artikel 6g van de Grondwet, nl.: "het scheppen en het bevorderen van condities, nodig voor de bescherming van de natuur en  voor het behoud van de ecologische balans."

In zijn reactie in DNA stelt Minister Dodson dat de economische belangen in de bouw- en constructiesector de doorslag hebben gegeven voor het besluit. Echter, als wij als land werkelijk duurzame ontwikkeling nastreven kunnen korte termijn economische belangen van een  enkelen nimmer staan boven het nationaal belang.

Protesten van milieu-organisaties
Foto: Starnieuws
Het besluit voor de zandafgravingen op Braamspunt is niet alleen tegen elk principe van duurzame ontwikkeling, maar is ook in strijd met de door de Regering zo graag beoogde diversificering van de economie en armoedebestrijding. Immers, zandafgravingen leveren inkomsten aan slechts een aantal ondernemers, maar het schildpadtoerisme is een inkomstenbron van lokale gemeenschappen, die weinig andere economische mogelijkheden hebben. Bovendien is Braamspunt het dichtsbijzijnde strand vanaf Paramaribo en het leent zich uitstekend voor lokale dagtoeristen die zich een duurdere strandreis misschien niet kunnen permiteren.

Dit betreurenswaardig besluit was mede mogelijk vanwege het ontbreken van een goede institutionele structuur voor de milieusector. Er is geen enkel ministerie meer dat milieu onder zich herbergt, waardoor het elke keer weer gissen is wie verantwoordelijk is voor handelingen, voor bedenken en uitvoeren van de beleidsvoornemens en het toezicht daarop. Ook het gebrekkig wettelijk kader draagt bij aan de chaotische besluitvorming- in troebel water is het immers goed graven.

Het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur roept daarom niet alleen op tot onmiddelijke stopzetting van de zandafgravingen, maar roept de Regering ook op om nu duidelijkheid te scheppen in besluitvormingsprocessen door het instellen van een duidelijke, transparante institutionele – en besluitvomingsstructuur voor milieu. Aan de Nationale Assemblee de taak om met de meeste spoed de Milieuraamwet en de Wet op Kustbescherming in behandeling te nemen.

woensdag 8 februari 2017

Training Projectplan Maken

Een Plan van Aanpak (ook wel: een projectplan) is een hulpmiddel om processen planmatig voor te bereiden, uit te voeren en te beheren en om effectiever te communiceren met betrokkenen. Het is handig bij het doorvoeren van veranderingen en/of het opstarten van nieuwe programma-onderdelen of activiteiten. 

Denk hierbij aan:

  • het uitbreiden van een bestaande training, het opstarten van een nieuwe training, 
  • het opzetten van een trainingstraject voor coaches en trainers van de organisatie, 
  • het opstarten van een competitie voor een speciale doelgroep 
  • het uitzetten van een voorstelling. 
  • Kortom het uitwerken van alle activiteiten die betrekking hebben op de interne organisatie.


Vaak weten we niet precies wat te doen en beginnen we ad hoc acties te ondernemen. Dit zorgt voor verspilling van geld, tijd en middelen maar ook voor frustratie van de betrokkenen.

Sta je voor een nieuwe uitdaging binnen je organisatie, en weet je niet precies hoe die te plannen? Deze training biedt handvatten om een goed doordacht plan samen te stellen dat binnen je organisatie gebruikt kan worden.

Wie mogen meedoen?

Personen verbonden aan buurt-, sport- en/of culturele organisaties.


Waar en Wanneer is het?


Op: zaterdag 4 en zondag 5 maart 2017, van 9:30 - 16:00
In: Lalla Rookh, gebouw 2, zaal 1

Wat kost het?

SRD 75 bij deelname van 1 persoon; SRD 100 bij deelname van 2 personen (Max. 2 personen per organisatie, inclusief hand-outs, snack en drank).

Interesse voor deelname?

Klik hier voor de link naar het registratieformulier. 
Je kan ons ook mailen via projekta@sr.net

De aanmelding sluit op maandag 27 februari 2017.
Er is een beperkt aantal plaatsen beschikbaar. Als er meer aanmeldingen zijn dan we kunnen accommoderen, dan zal er een selectie plaatsvinden.

Voor meer informatie: projekta@sr.net; tel:  439924/ 439925
www.projekta-suriname.blogspot.com


maandag 9 januari 2017

De doorsijpelwaarde van bulkwater-export

Tekst: Ravic Nijbroek – beeld: dWT Archief. 
Dit artikel is verschenen in het katern Mens en Maatschappij van de Ware Tijd, 7 januari 2016. 

De export van bulkwater is veel besproken in de media vanuit verschillende uitgangspunten. Deze analyse van sociaal geograaf Ravic Nijbroek gaat over twee andere perspectieven die opheldering moeten leveren over: de rol van Conservation International Suriname (CIS) in bulkwaterexport en de financieringsrol van de overheid om nieuwe industrieën te stimuleren. 

Waar CIS enkele jaren geleden nog gekend was voor het helpen oprichten van het wereldbekende Centraal Suriname Natuur Reservaat (CSNR) en de Suriname Conservation Foundation (SCF), is deze milieuorganisatie de laatste jaren een neoliberale richting opgegaan en staat zij nu vooral bekend als initiatiefnemer van de ‘Friends of Green Suriname’, zoals beschreven op de CIS-website, een “joint venture” tussen de natuur en welgemeende Surinaamse bedrijven die een pledge kunnen geven aan CIS van tussen de 5.000 en  vijftigduizend US dollar voor het helpen beschermen van biodiversiteit.

Daarnaast is CIS de laatste maanden vooral in het nieuws vanwege haar nauwe betrokkenheid bij het experiment met bulkwaterexport naar Barbados door het bedrijf Amazone Resources in samenwerking met het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen (NH). De vraag is: waarom zou een Surinaamse milieuorganisatie een groep buitenlandse investeerders helpen met de verkoop van Suriname’s natuurlijke hulpbronnen? Het antwoord is te vinden in het concept: Neoliberal Conservation; het samengaan van het neoliberaal marktdenken en milieubescherming.

Voor de juiste context moeten we enkele jaren terug. Het concept bulkwaterexport kwam voor het eerst serieus aan de orde in 2012. Het presidentieel besluit ten behoeve van Amazone Resources werd dat jaar uitgegeven, toen het kabinet Bouterse-Ameerali net twee jaren aan het roer was. In 2012 werd Amazone Resources ook opgericht in Zwitserland. Cor de Ruiter was toen al honorair consul van Suriname in Nederland, en hij is nu ook de commercieel directeur en tevens lid van adviesraad van Amazone Resources. In dezelfde periode werd er een nieuwe directeur aangenomen bij CIS en werd bekendgemaakt dat hun beleid inzake biodiversiteitsbescherming meer gericht zal zijn op vrije-marktregels – het neoliberalisme.

Geboren verliezers
In een recent artikel in het Britse dagblad The Guardian legt journalist G. Monbiot de principes van het neoliberalisme uit. Vrij vertaald zegt hij als volgt: Het neoliberalisme is gebaseerd op het denken dat de markt vanzelf “natuurlijke winnaars” van “geboren verliezers” onderscheidt, en er zodoende, ook weer vanzelf, een efficiënter systeem kan worden gecreëerd dan ooit mogelijk zal zijn via bewuste planning of ontwerp. Alles wat dit proces belemmert – zoals belastingen, regulering, vakbonden of staatsbemoeienis – werkt averechts. Ondernemers die kunnen opereren zonder beperkingen zullen rijkdom creëren en die rijkdom zal, uiteraard vanzelf, met iedereen gedeeld door het trickle-down-proces (doorsijpelproces).

In het geval van het bulkwaterexperiment kunt u dit zo interpreteren: Als een multinational corporation is Amazone Resources een “natuurlijke winnaar” op de internationale businessmarkt, en onnodige regels – zoals het aannemen van de nodige wetgeving of oppositie van de vakbewegingzorgen voor onnodige vertraging. Zo heeft Amazone Resources in 2012 versneld (via presidentieel besluit) het exclusieve exploitatierecht kunnen krijgen voor veertig jaren voor het exporteren van 6 tot 12 procent van Suriname’s oppervlaktewater terwijl dit bedrijf geen enkele ervaring heeft op dit gebied.

Zouden Surinaamse bedrijven ook op versnelde manier het exclusief recht kunnen hebben gekregen, of zijn zij in dit verhaal de “natuurlijke verliezers”? Interessant is dat de minister van NH in december 2015 tegen het presidentieel besluit voor bulkwaterexport was, omdat er in 2012 officieel geen advies was uitgegeven vanuit zijn ministerie, waardoor het presidentieel advies onwettelijk zou moeten zijn. Toch geeft hij nu wel toestemming voor het experiment. Waarom?

Volgens het neoliberaal model zal Amazone Resources de vergaarde rijkdommen via de doorsijpelende ‘trickle down’-processen delen met de samenleving. Het bedrijf voorspelde recentelijk: “Het exporteren van oppervlaktewater kan honderden miljoenen euro’s op jaarbasis voor Suriname opleveren.” Monbiot’s artikel is een waarschuwing over de totale mislukking van het neoliberalisme voor wat betreft het delen van nieuwe rijkdommen via ‘trickle down’-processen. Hij legt op overtuigende wijze uit hoe dit model gedeeltelijk heeft geleid tot de verkiezingswinst van Donald Trump in de VS.

Sterker argument
Ik noem het bulkwaterexport-experiment een vorm van neoliberal conservation omdat de milieuorganisatie CIS niet per se geïnteresseerd is in watertransport, maar juist in het beschermen van de biodiversiteit. De logica is als volgt: om de biodiversiteit te beschermen moeten bossen worden beschermd want bossen zijn een belangrijk deel van het hydrologisch proces. Als er een waterexportmarkt gecreëerd kan worden, dan heeft CIS een sterker argument om Suriname’s biodiversiteit wettelijk te beschermen. De keuze van CIS om een neoliberaal model te volgen betekent dat er nauw samengewerkt zal worden met zowel internationale als nationale bedrijven, inclusief bedrijven die schadelijk zijn voor de biodiversiteit, zoals bij de recente mislukte testvaart naar Barbados.

Voor alle duidelijkheid: er is technisch gezien niets mis met het gebruik van oppervlaktewater voor verschillende doeleinden, ongeacht de eindbestemming: Bridgetown of Georgetown. Tenzij het water wordt gebruikt voor landbouwirrigatie, zal men zorgvuldig moeten nagaan wat de fysieke, chemische en biologische eigenschappen zijn. Ook zal er moeten worden geïnvesteerd in het zuiveren van het water. Daarnaast zijn er in Suriname nog twee belangrijke zaken. De eerste is dat Surinaamse rivieren relatief breed en ondiep zijn waardoor de zoutgrens enkele tientallen kilometers de rivieren op stroomt tijdens hoogwater standen (dit is zeer belangrijk voor gebruik voor landbouw). Ten tweede moet de ecologische balans niet worden verstoord, en – vooral in Suriname – is het belangrijk dat zoetwater naar de kust blijft stromen voor de gezondheid van onze mangrovebossen die afhankelijk zijn van brakwatercondities. De maximale wateropname in verschillende seizoenen wordt uiteindelijk bepaald door het berekenen van minimum of environmental flow limits voor zowel de regen als droge tijd.

‘Schandelijke verspilling’
Het verhaal dat Amazone Resources ons verteld is voor de leek bijna overtuigend, maar voor de deskundige hetzelfde als het praatje van een verkoper van tweedehandse auto’s. Op de website van Amazone Resources wordt namelijk uitgelegd dat er meer dan 150 miljard kubieke meter Surinaams zoetwater ongebruikt de zee instroomt waar het met zeewater mengt, zijn waarde verliest en onbruikbaar wordt. Dit is volgens Amazone Resources een schandelijke verspilling van zoetwater. Maar dit verhaal klopt niet helemaal, want de stroming van zoetwater naar zee is simpelweg een onderdeel van de hydrologische cyclus (waterkringloop). Zoetwater dat naar de zee stroomt verdampt, er vindt wolkenvorming plaats, daarna neerslag over land, waardoor de rivieren kunnen blijven stromen. Haast alle rivieren in de wereld stromen direct of indirect naar zee, zo ook de Demerara (die nota bene enkele honderden kilometers dichterbij Barbados ligt), de Amazone, de Rijn, de Ganges, en ook alle vijf ‘grote’ rivieren in Barbados!

Laten we voor een moment aannemen dat alle mensen in Suriname van goed water zijn voorzien, dat de kwaliteit van rivieroppervlaktewater voldoet aan de standaarden in Barbados, en dat het financieel winstgevend is om bulkwater te exporteren. Dan is de belangrijkste vraag wie gaat betalen voor de opstartkosten die door Amazone Resources zijn geschat op 50 miljoen euro’s voor waterzuivering en de benodigde infrastructuur. Suriname gebruikt over het algemeen regenwater en grondwater voor menselijk en industrieel gebruik. Wij hebben weinig ervaring met het zuiveren van oppervlaktewater. Naast nieuwe waterzuiveringscomplexen zullen de kosten extra hoog zijn omdat het water getransporteerd moet worden (vanuit locaties waar het zoutgehalte zeer laag is) via nieuwe pijpleidingen of een nieuw kanaal. Wie gaat hiervoor betalen?

Het is dan ook interessant om te lezen over de verontwaardiging van het Surinaamse bedrijfsleven dat teleurgesteld is in het presidentieel besluit waarin het niet is gekend. Maar de vraag is of het Surinaamse bedrijfsleven ook bereid zijn om te investeren in de opstartkosten. Naar aanleiding van soortgelijke situaties, bijvoorbeeld de hoge opstartkosten die door de regering zijn betaald om de cassaveverwerkingsfabriek op te zetten, ben ik bang dat het Surinaamse bedrijfsleven verwacht dat de regering ook deze kosten zal dekken.

Concluderende vragen
Voor mij blijven er drie concluderende vragen. Ten eerste: begrijpt het Surinaamse volk dat de beloofde ‘trickle down’-rijkdommen (“honderden miljoenen euros per jaar”) van het neoliberaal model alleen zullen komen in de vorm van enkele druppels water op een hete plaat? Ten tweede: wat is de juiste risico/beloningsbalans wanneer overheidsinvesteringen worden gepleegd met belastinggelden van het volk voor het verkopen van Suriname’s natuurlijke rijkdommen? Welk (onafhankelijk) instituut moet deze balans helpen vaststellen? Met andere woorden: wat heeft men geleerd uit de gefaalde overheidsinvestering in de cassaveverwerkingsfabriek om nog een mislukking te voorkomen? Als laatste: begrijpen de bedrijven die zich aansluiten bij Friends of Green Suriname dat ze een neoliberaal milieubeschermingsmodel ondersteunen, dat hulp biedt aan internationale bedrijven die presidentiele besluiten krijgen waardoor tegelijkertijd dezezelfde groep Surinaamse bedrijven wordt uitgesloten?

Ik hoop dat CIS haar milieubeschermingswerk hervat zoals zij in het verleden heeft gedaan: met het geven van betrouwbare adviezen aan de overheid die ten eerste gebaseerd zijn op deugdelijk wetenschappelijk onderzoek, in plaats van het beloven van gouden bergen die gebaseerd zijn op een marktmodel dat wereldwijd heeft gefaald om natuurlijke rijkdommen om te zetten in ontwikkeling voor gemeenschappen.-.

Ravic Nijbroek (Ph.D.) is sociaal geograaf. Hij was van 2009 tot 2011 werkzaam bij Conservation International Suriname, en van 2011 tot 2014 bij Conservation International, Washington DC. Momenteel werkzaam en woonachtig in Nairobi, Kenia.
Zijn huidige werk omvat voornamelijk twee onderzoeksgebieden: duurzame intensivering van de landbouw en landdegradatie neutraliteit (een deel van de SDG15-3) en het verder uitstippelen van het beleid. Daarbij gebruikt hij gemengde methoden, zoals GIS en hydrologische modellen, die hij combineert met sociaalwetenschappelijk onderzoek. Eerder heeft hij onderzoek verricht binnen verschillende domeinen zoals: aanpassing van klimaatsverandering in Suriname, Brazilie en de Filipijnen, gewas simulatiemodellering in het zuidoosten van de Verenigde Staten en Sub-Sahara Afrika, en kust/estuarium beheer in Florida.

1. Dit artikel in het tijdschrift Conservation & Society geeft een goede uitleg van Neoliberal Conservation (Igoe en Brockington, 2007).
2. Het artikel van Monbiot is hier te vinden.