donderdag 15 februari 2018

Paneldiscussie: De effecten van kleinschaligheid op politiek en democratie in Suriname

Dit jaar vieren we een dubbeljubileum: Projekta bestaat 25 jaar, en het is 10 jaar sinds we de Democratiemaand initieerden. Dit herdenken we middels lezingen, openbare discussies, en andere activiteiten rond thema’s van democratie, mensenrechten, en gendergelijkheid; en de rol van Civil Society. In dit kader nodigen wij u graag uit voor een paneldiscussie over de effecten van kleinschaligheid op politiek en democratie in Suriname.

Inleider: Dr. Wouter Veenendaal 
Panelleden: Drs. August Boldewijn, Drs. Ine Apapoe en Jaya Faria Jarvis 
Datum: 26 februari 2018
Tijd: 19.00 uur (inloop: 18.30 uur)
Locatie: Lalla Rookh, gebouw 1 (Lalla Rookhweg #54)
(De toegang is vrij, maar registratie vooraf is verplicht. Registratie kan tot woensdag 21 februari via projekta.rsvp@gmail.com, per telefoon via 439925 of per Whatsapp +5978677022)

Dr. Veenendaal heeft onderzoek gedaan naar de effecten van kleinschaligheid op politieke competitie, politieke participatie, en de relaties tussen kiezers en gekozenen in  kleine landen (zgn. microstates) in verschillende regio’s van de wereld. Hieruit bleek dat ondanks belangrijke verschillen tussen kleine landen in het Caraïbisch gebied, Europa, Afrika, en de Grote Oceaan, de politiek in al deze landen bepaald wordt door informele, persoonlijke relaties en de afwezigheid van politieke ideologie. Dr. Veenendaal zal ook de eerste bevindingen presenteren van zijn huidig onderzoek naar de effecten van kleinschaligheid op politiek en democratie in Suriname. Na de inleiding zal een panel, bestaande uit o.a. Drs. August Boldewijn, Drs. Ine Apapoe en Jaya Faria Jarvis reageren op de presentatie van Dr. Veenendaal, waarna er een paneldiscussie volgt. 

Wouter Veenendaal is docent politicologie aan de Universiteit van Leiden. In 2014 won hij de Jaarprijs Politicologie van de Nederlandse Kring voor Wetenschap der Politiek met zijn proefschrift. Hij was verbonden als postdoctoraal onderzoeker aan het Koninklijk Instituut voor Taal, Land- en Volkenkunde (KITLV), waar hij in het kader van het project ‘Confronting Caribbean Challenges’, onderzoek deed naar de zes Nederlandse Caraïbische eilanden. Sinds 2017 werkt hij aan een door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) gesponsord project waarin hij onderzoekt waarom kleine staten politiek stabiel blijven ondanks de grotendeels persoonlijke en informele politiek. Voor dit project maakt hij een vergelijking tussen Malta, Suriname, Vanuatu en de Comoren.


donderdag 1 februari 2018

PROJEKTA ontvangt EU Human Rights Award


EU Ambassadeur Jernej Videtič overhandigt de Certificate of
Appreciation aan Projekta-voorzitter Annette Tjon Sie Fat
De ambassadeur van de EU voor Guyana, Suriname en de Nederlandse overzeese gebieden en territoria, Jernej Videtič, overhandigde op maandag 29 januari een mensenrechten-award aan Projekta-voorzitter Annette Tjon Sie Fat. Deze “Certificate of Appreciation” werd uitgereikt aan Projekta ter gelegenheid van de Internationale Dag van de Rechten van de Mens, als erkenning voor de grote bijdrage van Projekta aan de bevordering van mensenrechten, goed bestuur en gendergelijkheid in Suriname.

Dit was de symbolische overhandiging van de award, die officieel werd uitgereikt in een speciale ceremonie op 8 december 2017 in Guyana. Daar nam Riane de Haas-Bledoegde award in ontvangst namens Projekta. Tijdens de uitreikingsceremonie werd er over het werk van Projekta gezegd dat zij zich in de afgelopen 25 jaar ontwikkeld  heeft tot the forefront of Civil Society in Suriname”. 
In Guyana neemt Riane de Haas-Bledoeg
op 8 december 2017 namens Projekta
de award in ontvangst
Als een organisatie die haar werk baseert op een mensenrechtenbenadering van ontwikkeling, richt het werk van Projekta zich op de interconnectie tussen mensenrechten, democratie en goed bestuur, met een speciale focus op gendergelijkheid en vrouwenrechten. Onder andere door middel van onderzoek, advocacy, en capaciteitsversterking van rechthebbenden en plichtdragers heeft Projekta een goed deel van de civil society in Suriname weten te motiveren en versterken in het promoten van een gezamenlijke mensenrechten-agenda door het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) op te richten. BINI is binnen korte tijd uitgegroeid tot het meest zichtbare en productieve netwerk van civil society organisaties en maatschappelijk betrokken individuen in Suriname.  

Projekta heeft mede dankzij financiële ondersteuning via het European Instrument for Democracy and Human Rights (EIDHR), het eerste BINI-Beleidsmonitoringrapport gerealiseerd. Het EIDHR is het thematische instrument ter ondersteuning van civil society projecten over de hele wereld die gericht zijn op de bevordering van mensenrechten en democratie. 

Directie en bestuur van Projekta & EU-vertegenwoordigers
Voor Projekta is de award extra bijzonder omdat zij dit jaar haar 25-jarig bestaan viert. Tevens staat 2018 voor Projekta in het teken van 10 jaar Democratiemaand. Dit zal gevierd worden door het hele jaar door thematische lezingen en discussie-avonden te organiseren, waarbij telkens een ander thema gerelateerd aan mensenrechten en democratie in Suriname besproken zal worden.

Op maandag 29 januari tekenden de EU-ambassadeur Jernej Videtič en Sharda Ganga, de directeur van Projekta, ook het contract voor het project “Hear us Now: Bringing the Voices of Local Communities into the National Dialogue against Domestic and Sexual Violence”. Lees via de volgende link meer over dit project dat ernaar streeft om de betrokkenheid van lokale gemeenschapsorganisaties in tegengaan van seksueel en huiselijk geweld te vergroten.

woensdag 31 januari 2018

PROJEKTA en EU ondertekenen project sport- en cultuurorganisaties tegen huiselijk en seksueel geweld

Projekta-directeur Sharda Ganga en EU Ambassadeur
Jernej Videtic ondertekenen het contract
De ambassadeur van de EU voor Guyana, Suriname en de Nederlandse overzeese gebieden en territoria, Jernej Videtič en de directeur van Projekta, Sharda Ganga ondertekenden maandag 29 januari 2018 het contract voor het project “Hear us Now: Bringing the Voices of Local Communities into the National Dialogue against Domestic and Sexual Violence”.

Het project wordt gefinancierd via het European Instrument for Democracy and Human Rights (EIDHR), het thematische instrument ter ondersteuning van civil society projecten over de hele wereld die gericht zijn op de bevordering van mensenrechten en democratie.

Dit is de tweede keer dat Stichting Projekta een grant ​​ontvangt via het EIDHR. Met behulp van de eerste grant ​​heeft Projekta de oprichting van het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur, en o.a. het eerste BINI-Beleidsmonitoringrapport gerealiseerd.

Het huidige project streeft ernaar om de betrokkenheid van lokale gemeenschapsorganisaties in tegengaan van seksueel en huiselijk geweld te vergroten. Het project richt zich op gemeenschaps-, sport- en cultuurorganisaties in de districten Paramaribo, Wanica en Para. Coaches, activiteitenleiders en besturen van deze gemeenschapsorganisaties zullen worden versterkt om bewustwording en preventie van seksueel en huiselijk geweld op te nemen in hun reguliere activiteiten. Organisaties die meedoen aan het programma kunnen ook in aanmerking komen voor fondsen om activiteiten uit te voeren voor bewustwording en tegengaan van seksueel en huiselijk geweld.

Projekta-directeur Sharda Ganga en EU Ambassadeur
Jernej Videtic
Daarnaast biedt het project leden van maatschappelijke organisaties de mogelijkheid deel te nemen aan een proces van capaciteitsopbouw, met training en begeleiding, om de zichtbaarheid en stem van de meest kwetsbare maatschappelijke groepen op nationaal niveau te vergroten over huiselijk en seksueel geweld en andere aanverwante beleids- en mensenrechtenkwesties. Het project is begroot op Euro 100.000,- waarvan Projekta zelf een deel inbrengt.

De EU-ambassadeur benadrukte dat mensenrechten de rode draad is die loopt door het buitenlands beleid van de Europese Unie en haar lidstaten, en dat er speciale aandacht wordt besteed om minderheden, sociale groepen en civil society te versterken om hun stem te laten horen. De EU blijft betrokken in dialoog met Suriname en met verscheidene NGO's in het land om samen te werken aan mensenrechtenkwesties, zoals het bevorderen van vrouwenrechten en kinderrechten, het tegengaan van mensenhandel en van discriminatie op basis van seksuele oriëntatie; en het verdedigen van burger-, politieke, economische, sociale en culturele rechten.

woensdag 10 januari 2018

Financiering van Beleid voor Sport en Cultuur

Deel 4 uit een serie van 4 (Themadag: Samen Sterk, tevens afsluiting ABCS-programma)

‘Geld en plannen, de begrotingen van Sport/Cultuur’ was de titel van de derde presentatie over de onderzoeksresultaten. De documenten die voor dit onderzoek vergeleken zijn, zijn de begrotingen (en de daarin genoemde realisaties van voorgaande jaren) en Jaarplannen van 2012 t/m 2018 van het ministerie van Sport en Jeugdzaken en het directoraat Cultuur (Ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur). Het doel was om na te gaan welke beleidsplannen en -programma’s er zijn ontwikkeld en uitgevoerd en hoeveel geld hieraan is besteed.

Inleider Sharda Ganga, die de bevindingen uit deze vergelijkingen presenteerde, liet het publiek de trends zien en ging in op een aantal opvallende zaken. Zo verdwijnen sommige beleidsmaatregelen en programma’s, welke jarenlang voorkwamen op de begrotingen, plotseling zonder (duidelijke) verklaring van de begroting. Voorbeelden hiervan zijn de subsidies aan de Surinaamse Antidoping Authority (SADA) en de Regional Sport Acadamy (RSA).
Voor wat het directoraat Cultuur betreft is de formulering van beleidsmaatregelen vrijwel identiek voor de verschillende jaren. Een voorbeeld hiervan is ‘Opzetten landelijke kunst & nijverheidprojecten; permanente exporuimte craft- en textielproducties’ die vanaf 2012 tot 2017 telkens voor min of meer het hetzelfde bedrag is opgenomen op de begroting. De beleidsmaatregelen worden vaak of algemeen omschreven, waardoor het niet meetbaar is welk deel in welk jaar is gerealiseerd. Ook is er geen verklaring voor waarom maatregelen niet zijn uitgevoerd.

Handvaten voor beleid
Naar aanleiding van de resultaten van de vergelijkingen, heeft Projekta een aantal handvaten voor beleid gepresenteerd. Het advies is toekomstig beleid te verbinden aan de Sustainable Development Goals en nationale ontwikkelingsdoelen, zoals gendergelijkheid, armoedebestrijding en inkomstenverwerving, gezondheid, beter onderwijs, een schoon milieu, duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen en jeugdontwikkeling. Hierdoor worden sociale problemen integraal aangepakt en voorkom je losse op zichzelf staande acties die verder aan niets bijdragen. 
Het betrekken van alle relevante stakeholders om draagvlak te creëren en de haalbaarheid van lange termijn doelen te vergroten,  het investeren in de capaciteit van sport- en cultuurorganisaties, het investeren in de capaciteit  van de overheid, de absolute transparantie in subsidies en fondsen en regelmatige rapportage aan subsidieontvangers en -gevers zijn enkele van de handvaten die door de inleider zijn aangehaald. 

Paneldiscussie Sponsoringsbeleid
Bepaalde bedrijven worden regelmatig door organisaties en personen benaderd voor een financiële of materiële bijdrage. Ook bij de overheid wordt aangeklopt voor geld en materiaal.  Het panel ‘Ondersteuning aan Sport en Cultuur’ bestond uit Desney Romeo (Suriname Sportontwikkelingsfonds), Sandra Ammersingh (Nederlandse Ambassade in Paramaribo), Elviera Sandie (Directeur Cultuur) en Steven Tjitrotaroeno (Telesur). Vanuit hun werk zijn zij gevraagd om licht te schijnen op het lange termijn effect van al die kleine en grote bijdragen en tevens in te gaan op de manier waarop zij trachten ervoor te zorgen dat de investeringen duurzame resultaten opleveren voor de doelgroepen.

De panelleden gingen tijdens deze sessie in op de criteria voor toewijzing van financiële middelen ter ondersteuning van sport en cultuuractiviteiten.

Donaties, investering of marketing: de rol van het Surinaamse bedrijfsleven 
Desney Romeo gaf aan dat het Suriname Sportontwikkelingsfonds van Staatsolie niet werkt met individuen. Sportbonden en verenigingen mogen een aanvraag doen om in aanmerking te komen. Heel veel sporters krijgen individueel op verschillende plekken al sponsoring. Om ervoor zorg te dragen dat de sponsoring centraal verloopt en ook voor de juiste doeleinden wordt gebruikt, moet de aanvraag via de nationale bond verlopen.

De organisaties moeten de statuten van de organisatie kunnen overleggen, er wordt gekeken naar de duurzaamheid van de organisatie, welke doelen ze nastreven, voor welke doelgroepen en in welke buurt ze werken en wat de samenstelling is van het bestuur. Verder wordt er ook gegeken naar de eigen inbreng van de organisatie. Als een organisatie een sporter wil afvaardigen naar het buitenland moet het duidelijk zijn welk deel van de kosten hij of zij zelf gaat bekostigen, zoals bijvoorbeeld de visumkosten.

Bij Telesur is dat anders geregeld. Telesur is onlangs overgestapt van het geven van donaties naar het sponsoren van activiteiten waarmee zij promotiemateriaal kunnen creëren. Bij het geven van sponsoring wordt er gekeken of het gaat om een Surinaams product en of het bedrijf er zelf voordelen aan heeft. Volgens Steven Tjitrotaroeno leven we in een tijd waarbij beeldmateriaal steeds belangrijker wordt, daarom sponsoren zij de SVB. “Het gaat om een Surinaams product dat wij moeten waarderen en tegelijkertijd kan Telesur de beelden gebruiken voor marketing. Er zijn geen andere criteria waaraan voldaan moet worden, er wordt nu vooral gelet op de meerwaarde voor het bedrijf.” Vanaf 2018 zullen de voorwaarden waaraan een aanvraag moet voldoen op de website geplaatst worden.

Bilaterale samenwerking
De Nederlandse Ambassade in Paramaribo maakt geen eigen beleid. Het beleid, tenminste de grote lijnen daarvan, wordt in Den Haag gemaakt. Er is nu een cultuurbeleid ter bevordering van internationale samenwerking, waarbij voornamelijk de Nederlandse cultuur gepromoot moet worden en kennisuitwisseling plaats moet vinden. Ammersingh noemde het voorbeeld van het brengen van een danstheaterstuk uit Nederland naar Suriname waarbij misschien de helft van het team uit Nederlanders bestaat en de helft uit Surinamers.
Ook gaf zij aan dat de financiële middelen voor cultuuractiviteiten beperkter zijn dan die voor sportactiviteiten. De Nederlandse Ambassade ondersteunt voornamelijk projecten waarbij er capaciteitsversterking plaatsvindt. Echter heeft de Nederlandse ambassade geen ruimte om langdurige projecten te ondersteunen. Voor het financieren van projecten gaat de Ambassade zelf opzoek naar partners en ondersteunt zij voornamelijk bestaande ideeën en initiatieven.

Overheid: beperkt budget voor cultuur 
Het directoraat Cultuur heeft binnen haar budget weinig bewegingsruimte, gaf Cultuurdirecteur Elviera Sandie aan. Een groot deel van het budget wordt ingezet voor het betalen van het personeel en het subsidiëren van grote culturele organisaties als stichting Cultureel Centrum Suriname (CCS), het Nola Hatterman Instituut en de Academie voor Hoger Kunst- en Cultuuronderwijs (AHKCO). Ondanks het beperkte budget is zij wel in de gelegenheid om de organisaties die aanvragen doen te faciliteren via hun netwerk. Er is bijvoorbeeld een hechte band met Telesur. Dankzij deze samenwerking heeft de organisatie via het directoraat de Suriname Music Awards 2017 kunnen bewerkstelligen.

Vanuit de zaal werd er een beroep gedaan op het directoraat om aan tafel te gaan zitten met de verschillende organisaties om over het beleid te praten en de verdere ontwikkeling van cultuur in Suriname. Sandie gaf te kennen hier zeker open voor te staan en uit te kijken naar gesprekken over het gezamenlijk zoeken naar mogelijkheden. Een andere noodkreet vanuit de zaal was dat de Surinaamse organisaties meer steun moeten krijgen van Surinaamse donoren, want het meeste wat er gebeurt op het gebied van cultuur wordt door het buitenland gefinancierd.

Actieve burgers
Sport en cultuur worden wereldwijd erkend als een middel om personen te ontwikkelen tot niet alleen actieve en betrokken burgers, maar ook tot sterke individuen die instaat zijn om met verlies om te gaan, de juiste keuzes te maken voor zichzelf en voor hun omgeving. Dit is ook te herleiden uit de Sustainable Development Goals waaraan we ons land hebben gecommitteerd. Met de Themadag en de reeks aan blogberichten hopen wij dat er meer aandacht komt voor de rol die  sport- en cultuurorganisaties (kunnen) spelen in de gemeenschap, hun ontwikkeling op het gebied van goed bestuur en hun capaciteit om meer impact te hebben in de Surinaamse samenleving.

Voor meer informatie over de themadag klik hier.

woensdag 20 december 2017

Sport-, cultuur- en buurtorganisaties als veilige haven voor jongeren

Deel 3 uit een serie van 4 (themadag: Samen Sterk, afsluiting ABCS-programma)

De tweede reeks aan onderzoekresultaten zijn tijdens de themadag gepresenteerd onder de titel ‘Veilige Haven? De bijdrage van buurt-, sport- en cultuurorganisaties aan persoonlijke veiligheid en ontwikkeling’. Bij dit onderzoeksonderdeel is gekeken naar de rollen van buurt-, sport- en cultuurorganisaties op het gebied van persoonlijke veiligheid en ontwikkeling van deelnemers, de kenmerken van een ideale begeleider, hoe organisaties omgaan met relaties en seksualiteit en de genderverhoudingen binnen organisaties. 

Het onderzoek heeft uitgewezen dat organisaties naast de technische en recreatieve activiteiten, ook een meer praktische rol vervullen, variërend van het bieden van financiële ondersteuning tot het in orde maken van officiële documenten. Ook hebben organisaties regels ten aanzien van de schoolprestaties, omdat zij van mening zijn dat de sportieve en culturele activiteiten van hun pupillen geen negatieve gevolgen mogen hebben op hun schoolresultaten. Vandaar dat bij sommige organisaties jongeren worden geschorst als hun schoolprestaties slecht zijn. 

De ideale begeleider
Voor wat de ideale begeleider betreft, heeft het onderzoek uitgewezen dat deze naast technisch bekwaam te zijn, ook liefde, geduld en empathie moet tonen. Doorverwijzen en advies vragen zijn ook enkele eigenschappen van een ideale begeleider die genoemd zijn binnen het onderzoek. Begeleiders moeten op de hoogte zijn van welke instanties en personen zich buigen over de jeugd, seksualiteit, relaties en persoonlijke ontwikkeling.
Naast het coachen van pupillen is er voor begeleiders dus ook een rol weggelegd in het geven van advies en sturing aangaande het opbouwen van gezonde relaties. Er is daarom aan de begeleiders gevraagd welke onderwerpen er besproken worden naast de reguliere training. Enkele van de meest besproken issues op het gebied van seksualiteit en relaties die uit het onderzoek zijn gerold zijn omgaan met nieuwe gevoelens en aandacht, anticonceptie en seksuele geaardheid. Incest en seksueel geweld vallen daarentegen onder de onderwerpen die niet vaak worden besproken. 

Aan de aanwezigen op de themadag is ook voorgehouden dat het onderzoek heeft uitgewezen dat binnen een groot deel van de organisaties er geen concrete regels zijn of beleid is om jongeren te helpen gezonde relaties en banden te vormen die belangrijk zijn voor hun verdere ontwikkeling. Kledingvoorschriften, zoals geen rok boven de knie en een verbod op het aangaan van onderlinge liefdesrelaties zijn enkele van de regels die bij een klein aantal organisaties voorkomt. 

Begeleiders voelen zich ongemakkelijk bij het praten over seks, blijkt uit het onderzoek. Daarbij ontbreekt het een groot aantal begeleiders aan skills om hierover te kunnen praten met hun pupillen. Begeleiders die wel hierover praten, geven merendeel adviezen over hoe te praten met derden te praten (ouders, partners) of, in het geval van ongewenst seksueel gedrag, adviseren naar de politie te stappen.

Een andere opvallende constatering is dat praten over relaties en seksualiteit voornamelijk met meisjes wordt gedaan, waarbij veelal het meisje hoofdverantwoordelijk wordt gesteld voor eventuele gevolgen. Ook blijken organisaties en begeleiders nog onvoldoende equipped om met het vraagstuk van relaties en seksualiteit om te gaan vanuit een jeugdvriendelijke, gendergevoelige benadering. Dat weinig begeleiders getraind zijn in het praten over seks en seksualiteit, maar toch nog aangeven dit te zouden willen doen is ook een van de belangrijkste conclusies uit het onderzoek. 

Stereotype en Taboe
Het onderzoek heeft met betrekking tot de genderrelaties binnen de organisaties uitgewezen dat enerzijds het stereotype beeld van jongens en meisjes nog steeds overheerst: meisjes zijn lichamelijk zwakker, emotioneler, minder gemotiveerd, minder agressief. Jongens zijn sterker, agressiever, durven meer, laten hun problemen thuis, praten vrijer. In vergelijking met jongens wordt van meisjes ook gezegd dat ze serieuzer, geestelijk sterker en leergieriger zijn.

Er heerst nog altijd een duidelijk afgebakend beeld over welke sport- en cultuuractiviteiten ‘horen’ bij jongens en welke ‘horen’ bij meisjes. Voetbal is nog altijd een sport voor jongens en slagbal voor meisjes. Ook zijn er in organisaties verschillen in regels en beleid. En behandelen ouders hun sportende zoon of dochter verschillend. 

De aanwezigen luisterden stilletjes maar geïnteresseerd naar alle resultaten. Over het algemeen toonde het publiek zich bezorgd over hetgeen ze gehoord hadden. Het gesprek dat na de inleiding ontstond concentreerde zich rond het gebrek aan praten over seks en seksualiteit tussen volwassenen en jongeren. Gezien de maatschappelijke realiteit van onder andere het hoge aantal tienerzwangerschappen, werd er benadrukt dat ondanks het een taboe-onderwerp betreft, de noodzaak het bespreekbaar te maken hoog is. Helaas bleek ook uit de presentatie van de onderzoeksresultaten dat gender-trainingen die binnen het ABCS-programma georganiseerd werden weinig populair waren en slecht bezocht werden. 

Een hoopvolle uitkomst van het gesprek was dat een van de aanwezigen die verbonden is aan een sportorganisatie heeft aangegeven het komend jaar tenminste een keer te zullen praten over seks en seksualiteit met de pupillen. 

Het vierde en laatste deel van onze blogserie “Samen sterk een spotlight” zal zich richten op beleidsplannen, budgetten en andere vormen van financiering van sport en culturele activiteiten.

Voor meer informatie over eerder verschenen berichten in de serie klik hier.

maandag 11 december 2017

Dialoog is niet iets dat je even doet

Een eye opener vonden aanwezigen het Openbaar College ‘Dialoog – een waarheid’, welke Projekta organiseerde ter gelegenheid van het 10e jubileum van de Democratiemaand.

Gewoonlijk worden gedurende de hele maand november activiteiten gehouden, maar vanwege het jubileum zal Projekta, samen met haar partners in BINI (het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur) het komend jaar elke maand een thema belichten. Allemaal zaken die hete hangijzers zijn, zoals het onderwijs en milieu, of die hete hangijzers zouden moeten zijn, zoals moedersterfte, gaf Projekta aan.

De belangstelling voor het college was groot. De deelnemers waren van uiteenlopende aard: onderwijzers, personen werkzaam bij maatschappelijke organisaties en de private sector, studenten, de voorzitter van het Nationaal Jeugdparlement. Maar Humphrey Jeroe van het Comité Slachtoffers en Nabestaanden van Politiek Geweld, en Bisschop Karel Choennie gaven acte de presence.

Met de vraag “Wie denkt bij het lezen van de krant ‘waarom praten ze in hemelsnaam niet met elkaar’?” opende Sharda Ganga, directeur van Projekta, het college. “En als ze praten, waarom praten ze niet op een goede manier?”

Wat die goede manier van praten is en wanneer je het wel of geen dialoog kunt noemen, bleef een van de rode draden van de avond. Het woord wordt te pas en te onpas gebruikt – vaak ten onrechte, stelde Ganga. Wat men dialoog noemt is vaak een poging tot ‘bekering’ of is bedoeld om de ander buiten spel te plaatsen. ‘Bekering’ verwijst in dit geval naar gesprekken die enkel worden aangegaan om de ander te overtuigen van zijn ongelijk, en er dus geen sprake is van echte dialoog. Het buiten spel plaatsen van de ander gebeurt bijvoorbeeld door mensen uit te nodigen voor ‘dialoog’ maar tegelijkertijd aan te geven dat de uitnodiger zelf zal bepalen wat er met de uitkomsten zal gebeuren. Als je niet ingaat op de uitnodiging ben je in feite ‘buiten spel’ geplaatst, want dan wordt al gauw gezegd: ’maar toen we je uitnodigden kwam je niet’.

Het is ook geen dialoog als de uitnodiger van tevoren al bepaald heeft wat de uitkomst van de dialoog zal moeten zijn – een dialoog voor verzoening is bijvoorbeeld een contradictie. Want of er verzoening komt, zal moeten blijken uit de dialoog. Ook het in media of via andere podia bespreken van of spreken tot partijen waarmee men in ‘dialoog’ zegt te zijn, is een duidelijk teken dat er geen sprake kan zijn geweest van een echte dialoog.

Dialoog is immers in zijn basisvorm niets anders dan het voeren van een gesprek of gesprekken om samen op zoek te gaan naar de oorzaken van problemen en conflicten, en het vinden van gemeenschappelijke doelen en/of het bouwen aan een gemeenschappelijke visie voor de toekomst. Het is echter nimmer een alternatief voor juridische, wetgevende of administratieve processen.

Er zijn tientallen soorten van dialoogmodellen mogelijk, en het vergt tijd en deskundigheid om zorgvuldig na te gaan welk proces van toepassing is in een bepaalde situatie. De zorgvuldigheid waarmee met het proces moet worden omgegaan, zeker als er sprake is van een conflictsituatie, of een dreigende conflictsituatie, werd keer op keer benadrukt. Er zijn diverse valkuilen waarop een poging tot dialoog kan stranden, zelfs al bij het goed kunnen formuleren van het probleem dat men wilt onderzoeken middels dialoog kunnen er spanningen en misverstanden ontstaan, gaf de inleider aan. Dialoog is niet iets wat je even doet; elke stap telt, anders loop je het gevaar dat je meer kapot maakt dan dat je iets beter maakt.

Er is ook aandacht besteed aan de rol van de ‘convener’ – degene die anderen uitnodigt voor het gesprek. Voorop staat dat alleen een geloofwaardige convener enig succes zal kunnen hebben. Die geloofwaardigheid hangt samen met de mate van respect die de persoon heeft in de samenleving, maar vooral bij de andere partijen die aan tafel zouden moeten komen; en of er sprake is van bijvoorbeeld politieke aspiraties of van een overduidelijk persoonlijk belang. Als je merkt dat je niet geloofwaardig bent in de ogen van degene die je aan tafel wilt hebben, dan moet je jezelf de vraag stellen: wat is belangrijker, mijn ego of het groter doel van vreedzaam samenleven? De quote van Paolo Freire, ‘dialoog kan niet bestaan zonder nederigheid (of bescheidenheid)’ (dialogue cannot exist without humility) viel op zijn plaats.

Aan het eind van de avond gaven een aantal deelnemers aan graag nog dieper te willen ingaan op de materie. In het kader van het Jubileumjaar van de Democratiemaand zullen Projekta en haar BINI-partners daarom meerdere leermomenten organiseren.

vrijdag 8 december 2017

De kracht van sport-, cultuur- en buurtorganisaties

Deel 2 uit een serie van 4 (themadag: Samen Sterk, afsluiting ABCS-programma)

Tijdens de Themadag over sport en cultuur voor ontwikkeling hield Ward Karssemeijer, sport en ontwikkeling medewerker bij International Sport Alliance (ISA) een inleiding over het thema ‘sport als instrument voor lokale en persoonlijke ontwikkeling’. Karssemeijer is tijdens zijn inleiding ingegaan op hoe ISA in de diverse landen waar zij actief is, sport inzet voor de ontwikkeling van jongeren. Ter illustratie zijn Afrika (Mali, Kenia en Egypte) en Indonesië genoemd, waarbij jongeren door middel van sport leren samenwerken, relaties opbouwen, vrienden maken en omgaan met conflicten. 

Het is de bedoeling dat jongeren deze vaardigheden vertalen naar het dagelijks leven, gaf de ISA-medewerker aan. Ook de rol van de coaches werd benadrukt: “Coaches zijn degenen met wie jongeren dagelijks contact hebben en zij hebben invloed in hun leven. Coaches moeten versterkt worden en de juiste ondersteuning krijgen opdat zij in staat zijn samen met de jongeren het juiste pad te vinden”.

Karssemeijer stond ook stil bij het belang van het creëren van mogelijkheden voor meisjes om aan sport te doen. In dat kader noemde hij het voorbeeld van Mali, waarbij door de introductie van frisbees, meisjes konden meedoen aan de activiteiten van de organisatie. Deze actie was succesvol, omdat het frisbee spel niet verbonden was aan percepties over mannelijkheid of vrouwelijkheid. Frisbee boodt deze mogelijkheid omdat het in Mali een nagenoeg onbekende sport was.

De link tussen sport en werkgelegenheid werd ook door de inleider aangehaald. Hij deelde het publiek mee dat samen met de jongeren sportevenementen werden georganiseerd voor bedrijven.  Hierdoor doen de jongeren kennis op waarmee zij uiteindelijk een bedrijf kunnen opzetten en deze diensten aanbieden. De bedrijven, als zij onder de indruk zijn, kunnen de jongeren ook werk aanbieden.

De kracht en zwaktes van organisaties
In haar presentatie ‘Kracht en Zwakte: Capaciteit van Sport- en Cultuurorganisaties’, ging Sharda Ganga in op de samenstelling en het functioneren van besturen van de organisaties. Wat hierin opvalt is de grootte van besturen (met vaak nog twee penningmeesters of secretarissen) en het feit dat er opvallend weinig eisen gesteld worden aan de capaciteiten van bestuursleden: ‘ze moeten het willen’ is vaak het enige criterium voor deelname aan het bestuur. 

Ganga gaf ook aan dat hoewel de meeste organisaties een behoorlijke mix aan inkomstenbronnen hebben, zoals sponsering en contributie, de meeste organisaties fundraisingsactiviteiten uitvoeren voor eenmalige uitgaven zoals een optreden of een buitenlandse competitie, en niet voor verduurzaming en uitbreiding van hun eigen activiteiten.

Versterken van organisaties zodat zij meer impact kunnen hebben kan alleen als de besturen en de coaches daar ‘ready’ voor zijn, en die readiness inderdaad willen en kunnen vertalen in het vrijmaken van tijd, aldus de inleider. Dit zijn enkele van de uitkomsten van de verschillende onderzoeken die Projekta de afgelopen periode heeft uitgevoerd in het kader van de Themadag en de afsluiting van het ABCS-programma.

Aansluitend op deze presentatie werd er een paneldiscussie gehouden. Het panel bestond uit Darell Geldorp, artistieke leider van Naks Wan Rutu; Sharon Pawiroredjo, secretaris van Vereniging Herdenking Javaanse Immigratie (VHJI); Regillo Karijodrono, coördinator Moengo Schaak-, Dam- en Badmintonvereniging; Salome Veerman van Stichting Community Tennis Suriname; Marcel Pinas van KIBII Foundation; en Dweight Warsodikromo van 4S Dance Ensemble. Zij gingen in op wat volgens hen het geheim is van het succes van hun organisatie. Het betrekken van de doelgroep en gemeenschap bij het plannen en uitvoeren en het actief zoeken naar partnerschappen op lokaal en ander niveau, bleken keer op keer de belangrijkste factoren.

Opgroeien in organisaties
De kracht van sport en cultuur organisaties kwam ook naar voren door het verhaal van Sarfina Naarden. Sarafina is vanaf het begin verbonden geweest aan het ABCS-programma. Zij heeft met haar verhaal aangetoond, welke rol actieve participatie binnen organisaties in het leven van jonge personen kan spelen. Zij was onder andere Millennium Development Youth Officer en is lid geweest van de Youth Advocacy Movement (YAM), Leo Club Gadotjo, het Jeugdparlement, Naks Wan Rutu en Naks Alafiri. Sarafina wilde altijd de wereld helpen veranderen. Door lidmaatschap in diverse organisaties heeft ze met verschillende projecten invulling hieraan kunnen geven. Aan haar leeftijdsgenoten had ze de volgende boodschap: “ga op zoek naar jezelf. Sluit je aan bij verschillende organisaties. Er is geen betere manier om jezelf te ontwikkelen.” 

In het volgend deel vertellen we meer over de rol van organisaties in de ontwikkeling van jongeren. Voor meer informatie over de themadag klik hier.