maandag 23 april 2018

Een schooltuin is niet alleen van de school, maar van de gemeenschap

"Een schooltuin die enkel de verantwoordelijkheid is van de school, is gedoemd te falen." Zo sprak Sharda Ganga, directeur van Projekta de aanwezigen toe.

Leerkrachten en gemeenschapsorganisatie
Palisadeweg (Para) bespreken beheersstructuur schooltuin
Op zaterdag 7 april jongstleden waren leerkrachten, schoolleiders, oudercommissieleden en vertegenwoordigers van gemeenschapsorganisaties uit Brokopondo, Marowijne en Para bij een voor een workshop om de opzet en het beheer van schooltuinen in hun gemeenschap te bespreken. In totaal zullen er binnen het door ALCOA Foundation gefinancierde project ‘Schooltuinen voor onderwijs, ondernemerschap en life skills’ vijf schooltuinen in Para, Brokopondo en Marowijne worden opgezet, uitgebreid en/of gerenoveerd. Projekta is de uitvoerder van dit project.

Het duurzaam beheren van schooltuinen blijkt een groot probleem te zijn, daarom wordt binnen dit project vanaf het begin veel aandacht besteed aan het opzetten van een zgn. ’beheerstructuur’ voor elke tuin, die ervoor moet zorgen dat ook na afloop van het project de tuin blijft bloeien.
Workshop tuinontwerp
In groepsverband werd per school onder andere overwogen welke mensen in de omgeving van de school aanvullend betrokken kunnen worden bij de opzet en het onderhoud van de tuinen. Het “Schooltuinenproject” is in januari 2018 gestart en loopt tot het eind van het jaar. Gedurende deze maanden worden onder andere tuinen opgezet en groepen getraind in ecologisch tuinieren. Verder worden er leerkrachten getraind en gemotiveerd om lesplannen te gebruiken die speciaal zijn ontwikkeld om specifieke vakken als rekenen en taal te koppelen aan de schooltuinen.

De schooltuinen hebben ook een functie in de leefgemeenschappen van Brokopondo, Marowijne en Para. In deze districten planten velen op kostgrondjes en de kinderen helpen daarbij. De kennis van de principes van ecologisch tuinieren, waarbij de werking van de natuur zoveel mogelijk benaderd wordt, ontbreekt echter meestal. Leerkrachten, ondernemers en andere geïnteresseerden in de gemeenschap zullen binnen dit project worden getraind en begeleid in het verkrijgen van inzicht in deze principes welke dan worden doorgegeven aan de leerlingen.

IICA en trainers tuinieren
Ecologisch tuinieren is een alternatief op het tuinieren met gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest, omdat het een stabiel ecologisch milieu creëert voor de gewassen. De wisselwerking tussen dieren en planten in dit ecologisch milieu versterkt de weerstand van de aanplant. Alex Yakaumo, een permacultuurdeskundige, ging met de aanwezigen na welke gewassen al geteeld worden op hun school en wat de behoefte was aan uitbreiding van de huidige aanplant. Over enkele weken zal hij ook de bodemgesteldheid van de scholen nagaan, samen met de lokale mensen. Bij EBGS Balingsoela planten enkele leerkrachten met hun leerlingen nabij hun woningen. Op OS Zinkkampoe doet de school al aan kassenteelt. 

Het is een vereiste in het project dat de schooltuinen realistisch worden opgezet en zelfredzaam zijn. Om die reden is de opzet klein bij scholen die pas starten met planten en wordt uitbreiding van oudere schooltuinen slechts toegestaan indien de school op lange termijn kan betalen voor het onderhoud en continuering. Alle aanwezige scholen zijn van plan verkoopmarkten te houden met de overschotten aan landbouwproducten om te voorzien in de benodigde gelden voor het duurzaam beheren van de tuinen.

Schoolleiders St. Angeline te Tamarin (Marowijne)
presenteren tuinontwerp
De uitdagingen voor de schooltuinen beperken zich niet tot financiering en het beheer. OS Bambi bijvoorbeeld gaf aan dat de school ligt in een volksbuurt, waarin buurtbewoners in het verleden zonder toestemming “hielpen” oogsten- de lege bedden werkten uiteraard demotiverend voor de leerlingen die letterlijk de vruchten van hun arbeid niet konden plukken. Om die reden kiest deze school voor een gesloten kassenteelt met toezicht van een wachter. Op andere scholen zal dit probleem aangepakt worden door ouders van de leerlingen te betrekken bij de sociale controle van de teelt. Op termijn hopen alle scholen in staat te zijn open, veilige moestuinen te opereren die draagvlak genieten van de woonomgeving.

Sommige scholen gaan nog verder in hun ambitie. Zo is het idee van de schooltuin van de St. Angelineschool te Tamarin in eerste instantie ontstaan om minder draagkrachtige leerlingen een paar keer per week te kunnen voorzien van een voedzame maaltijd. De school is voornemens regelmatig te koken voor deze leerlingen om hun eenzijdige menu aan te vullen. Op andere scholen dient de moestuin naast inkomstenbron, als aanschouwelijk materiaal bij themadagen over een gezond milieu en tevens als locatie voor het volgen van lessen.
OS Zinkkampoe (Marowijne)
Het overeenkomstig voordeel voor alle betrokken scholen is dat de scholen in de toekomst een kenniscentrum kunnen worden waar ondernemers en landbouwers uit het gebied agrarische trainingen kunnen volgen. Een eerste aanzet voor die trainingen valt ook binnen dit project. De trainingen dienen versterkend te werken voor wat betreft werkgelegenheid en voedselzekerheid in deze gebieden. Zo kan een schooltuin een kenniscentrum worden voor een gemeenschap.

maandag 9 april 2018

Gezondheidszorg voor iedereen, overal

Op 7 april was het Wereldgezondheidsdag, welke jaarlijks door de Wereldgezondheidsorganisatie (World Health Organization, WHO) gehouden wordt. Tevens werd op deze dag het 70-jarig bestaan van de organisatie herdacht. In Suriname organiseerde de regionale gezondheidsorganisatie Pan American Health Organization (PAHO) op vrijdag 6 april een nationaal debat.

Sharda Ganga, directeur van Projekta, hield een inleiding, waarbij zij de nadruk legde op het universele recht op gezondheidszorg, voor iedereen, overal. Gelijke toegang is gebaseerd op het principe van solidariteit en het uitbannen van ongelijke toegang moet onze prioriteit hebben.

De problemen met het gebrek aan transparantie en accountability zijn ook in de gezondheidszorg groot. Ganga vroeg aandacht vroeg voor de driedubbele rol van civil society: zij zijn zowel dienstverleners, als pleitbezorgers (advocates) voor rechtvaardig beleid en wetgeving, als een watch dog. In deze laatste rol ligt voor civil society organisaties de taak om de regering, maar ook bijvoorbeeld ziekenhuizen en verzekeringsmaatschappijen te controlen op de uitvoering van hun taken en verantwoordelijkheden.

Kort samengevat is een participatieve benadering is hetgeen we dringend nodig hebben, waarbij structurele dialoog en investeringen in civil society om haar driedubbele rol te kunnen uitvoeren van essentieel belang zijn.

Lees de gehele inleiding (in het Engels) hieronder.

Universal Health Coverage, everyone, everywhere

World health day dialogue- PAHO-Suriname, 6 april 2018, Ballroom Torarica

Here is an almost universal truth: when you are healthy, you don’t think about health care. It is when you loose the battle against a tiny mosquito and suddenly find yourself fighting for your life in a broken down hospital bed, and have to deal with toilets with no running water, that you realize: thank god I just started a job that covers my insurance. That was almost 20 years ago, and the first time I realized not just the importance of health coverage, but also how health care is the most important indicator of inequality.

Because after 3 days of utter misery in the third class ward, I was moved, by the grace of friends, to the second class- which was pure heaven in comparison. I felt a bit guilty that I was so happy to leave my fellow 3rd class patients behind, and embarrassed at how easily I forgot that one aspect that underlies the idea and the practice of universal health care: solidarity.

Last year I was again confronted with how unjust access to health care is- when a close relative was able to receive world class treatment outside of Suriname, simply because of the generosity of employers. Isn’t that the most offensive idea: that your right to live and the quality of care you can access, depends on your choice of job, and your socio economic circumstances.

Health care must be framed as a universal right, it’s access based on the principle of solidarity, and eradicating inequal access must be our priority.

It does come at a steep price, but are we sure that the price we are paying is the real price or are we paying way too much, and what are we actually paying for? Access to health care has been used as a political tool for too many years, for example- and we are still paying the price for the culture of garnering votes through distribution of ‘datra karta’, in the worst case using public service jobs as a gateway to the ‘datra karta’.

Non transparency, a lack of accountability, horrendous management and business practices, lack of checks and balances- the whole plethora of bad governance practices: they come at a steep price.

So this is one of the roles that civil society must take up, and wants to take up: holding duty bearers accountable. But civil society has more roles to play- what we call the triple role:

The first role is as Service providers- as through the Medical Mission, Stichting Lobi, the Diabetes Education One Stop Shops, and countless others, delivering essential services and creating public awareness. That is the role that governments and international organisations are comfortable with us playing, and would like to see us performing- how do I know that? Because that is usually the only type of program that they are willing to fund. And even then, they have us jump through hoops.

But civil society also has a role as Advocates-for citizens, healthy or not. We see a greater understanding of this role emerging- through for example, the Alzheimers Foundation, and Stichting Wiesje, who are now starting to understand that they need to move beyond service provision and need to advocate for legislation and policy change in order to have sustainable results that will truly benefit their constituents.

We do need to hear more from the citizens, the rights holders. For example, in the health care debate we witnessed the past months, we only heard governments and service providers- doctors, hospitals etc-, fighting over money. What we missed is that third voice- of citizens advocating for and demanding affordable, effective and efficient services, and having a say in how to achieve that.

The third role of civil society I already mentioned- the watch dog role, to hold all duty bearers accountable, not just the government, but also the insurance companies, the international organisations, the hospitals, the Vereniging van Medici, all health professionals, and service providers.

The other side of accountability is voice- you can only demand accountability if your voice is strong enough to be heard. Civil society must empower citizens to use their voice to claim their rights to access, and quality of care. But empowerment only makes sense if there are mechanisms in place for protection, so that you can dare claim your right and hold duty bearers accountable, without the fear that it would anger your doctor, or your insurance company to the point that your claim for your rights puts your health in jeopardy.

So ultimately, civil society must hold governments and partners, all duty bearers accountable, and empower citizens to claim their rights. But duty bearers need to ensure that citizens’ voices are heard, so that health systems are responsive to people’s needs.

In short: we need a more participatory approach, with structured dialogue, and investment in civil society’s capacity to undertake that triple role, not just as service providers.

Sharda Ganga
PROJEKTA &
Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI)

woensdag 14 maart 2018

Afsluiting trainingen PCM en L&A

Zaterdag 10 maart vond de afsluiting plaats van de trainingstrajecten Project Cycle Management (PCM) en Lobby en Advocacy (L&A) welke PROJEKTA vezorgde in opdracht van het Kansfonds.

De trainingen duurden van oktober 2017 tot en met februari 2018. Het Kansfonds beëindigt in 2018 haar betrokkenheid bij projecten in Suriname, maar wilde nog een capaciteitsversterkingstraject aanbieden aan partnerorganisaties; deze twee trainingen waren daar deel van. Vanwege haar ervaring met trainingen in deze, benaderde de Pater Ahlbrinck Stichting (de lokale coördinator van het Kansfonds) Projekta voor het ontwerpen en verzorgen van de trainingen.

Christine Samson, voorzitter van de LAKS (Landelijke Adviescommissie Kansfond Suriname) benadrukte bij de opening het belang van de trainingen gegeven door Projekta, zeker ten tijde van deze economische crisis, beperkte donoren en vertrekkende fondsen. Bovendien is zij trots dat er zoveel organisaties gehoor hebben gegeven aan de oproep voor capaciteitsversterking.

Christine Samson, voorzitter van de Landelijke Adviescommissie
Kansfond Suriname, spreekt te aanwezigen toe
Aan de PCM training namen 32 deelnemers van 15 organisaties deel uit diverse districten, van Nickerie tot Sipaliwini. De trainingen combineerden klassikale sessies met doorlopende begeleiding van de deelnemers in het samenstellen van een projectaanvraag. Er zijn gedurende het trainings- en begeleidingstraject een aantal volwaardige projectaanvragen ontwikkeld, onder andere voor het bevorderen van gezonde voeding bij EBG-scholieren, onderzoek naar tweevingerige luiaards, het promoten van schaken bij het verbeteren van schoolprestaties van GLO-leerlingen in Brokopondo en diabetespreventie onder jongeren in Saramacca.

Deelnemer Maverick Boejoekoe van Youth Education
and Leadership Foundation presenteert projectdossier
Aan de Lobby en Advocacy training namen 27 deelnemers van 14 organisties deel. Ook deze training leverde een aantal eindproducten op, zoals advocacy key messages en speeches, en lobby- en advocacy-plannen, voor onder andere thuiszorg voor seniore burgers in Brokopondo, huisvesting voor mensen met een beperking, een Nationaal Plan van Aanpak tegen Dementie, en gerichte opleidingen voor leerkrachten voor het speciaal onderwijs.

Deelnemers Nancy Boldewijn en Kristine Luckham van de
Alzheimer Stichting houden hun speech
Bij de certificaatuitreiking presenteerde een deel van de organisaties hun projectdossiers en advocacy-plannen. De advocacy-cursisten moesten daarnaast hun speech aan het publiek voorhouden, een oefening voor “het echte werk”, voor als zij de kans krijgen hun issue te presenteren voor bijvoorbeeld een Minister of in de Nationale Assemblee.

One-pager Stichting Woonzorg Wiesje
Het publiek kreeg ook twee zogeheten one-pagers uitgereikt. Op dit informatieblad staat in het kort uitgelegd wat het probleem is waar aandacht voor wordt gevraagd en welke actie er dringend genomen moet worden om het probleem aan te pakken. De one-pagers van de Medische Zending Primary Health Care Suriname, waarin zij aandacht vragen voor de noodzaak van een doorgangshuis voor zwangere vrouwen in het binnenland, en die van Stichting Woonzorg Wiesje waarin aandacht gevraagd wordt voor inrichting van het nieuwe hoofdgebouw, zijn via deze link te lezen.

Ter afsluiting sprak Kristine Luckham van de Stichting Alzheimer en overige Dementieën in Suriname (SAODS) namens alle deelnemers haar dank uit naar het Kansfonds en Projekta. Niet alleen de training, maar ook de een-op-een begeleiding werd enorm gewaardeerd. Dat Projekta zich met passie heeft ingezet om de vaardigheden van de deelnemers en de kwaliteit van de projectdossiers en L&A-plannen naar een hoger niveau te tillen, betekende dat de deenemers flink door moetsen werken om hun huiswerk naar behoren te maken, maar deze betrokkenheid werd tegelijkertijd erg op prijs gesteld. 
De directeur van Projekta, Sharda Ganga, gaf aan dat het ook voor hen een intensief traject is geweest, maar dat het voor Projekta een genoegen was om met zoveel enthousiaste deelnemers te werken waarvan de meerderheid, ondanks de intensieve begeleiding, niet opgegeven heeft.

Een voorbeeld hiervan was het Blindencentrum (Nationale Stichting voor Blinden en Slechtzienden in Suriname, NSBS) tijdens de Lobby en Advocacy training. “De eerste dag van de training ging het helemaal niet, ze waren de wanhoop nabij en ik was streng. Je ziet dat mensen vaak opgeven, maar zij kwamen de volgende dag en hun speech was de beste! Ik vroeg: wat is er gebeurd? En ze vertelde dat ze niet hadden geslapen en de hele avond hebben zitten appen om eraan te werken. Zij geven niet op”. Ganga noemde hen een voorbeeld van doorzettingsvermogen. 

Kijk ook op onze Facebook-pagina voor een impressie en foto's van de trainingen.

dinsdag 13 maart 2018

De registratielijst: Effecten van kleinschaligheid op politiek en democratie in Suriname

Door: Jo-Ann Monsels

Panelleden in discussie met 
inleider dr. Wouter Veenendaal
Misschien bent u hem ook al tegen gekomen: een meneer van een vier-letterige politieke partij, die bij Chinese winkels staat met een registratielijst. Het was de grap van de dag. Niemand zet toch even voor de winkel zijn naam op een registratielijst van een politieke partij. Mijn mond werd gesnoerd, want trots wees hij me 35 namen van mensen die zich al hadden opgegeven voor lidmaatschap. ,,Geeft u hen een zak rijst?” vroeg ik verontwaardigd. Hij schudde van nee en lachte breed. U kunt zich opgeven en dan wordt u gebeld voor verdere afspraken...

Dit is Suriname van vandaag. Zonder een folder met een partijprogramma of ideologie te delen met het volk, was die meneer er wel in geslaagd om 35 contactgegevens te krijgen op een lijst. Volgens Dr. Veenendaal houden deze directe relaties tussen kiezers en politici verband met de geringe bevolkingsgrootte. Hij ontdekte in verschillende kleine landen in het Caribisch gebied, Europa, Afrika, en de Grote Oceaan een patroon van patronage en cliëntelisme in hun politiekvoering. Grote stakingen en politiek geweld blijven merendeels uit, omdat in de kleine (eiland)staten de regering invloed heeft op alle onderdelen van de maatschappij.

Dr. Wouter Veenendaal presenteert zijn onderzoeksbevindingen

Panelleden Jaya Faria Jarvis, August Boldewijn en Ine Apapoe
maken aantekeningen tijdens de presentatie

Wederzijdse afhankelijkheid in de Surinaamse politiek
Als inleider van de paneldiscussie “Effecten van kleinschaligheid op politiek en democratie in Suriname”, ging Dr. Veenendaal in op verschillende niveaus van afhankelijkheid in het politieke systeem van Suriname. Het kwalitatief onderzoek is voltrokken onder politici, NGO's, wetenschappers en journalisten en toont vooral hun perspectief op de Surinaamse politiek. Zo ervaren politici door de vele berichten via Facebook, Whatsapp en andere social media dat ze constant in contact zijn met het volk. Dit is niet per se de ervaring van de massa, omdat een selectieve "loyale" groep steeds via informele wegen in contact treedt met haar partijtoppers. Inhoudelijk gaan de gesprekken meestal niet over verbetering van het politiek beleid, maar over hulp en gunsten. De kiezers houden zich afhankelijk van politici, omdat de formele omgang met overheidsinstanties lang kan duren en soms niet werkt. Deze ondermijning van de bestaande democratische systemen heeft een negatieve invloed op het functioneren van onze politici. Iedere keer wanneer een Surinamer voor die kruiwagenpolitiek kiest, draagt deze bij aan verzwakking van instituten in dit land. 

Het publiek was in grote getale op de presentatie afgekomen
Anderzijds zijn politici ook afhankelijk van kiezers, omdat iedere stem een groot verschil kan maken voor regeermacht. Het politiek beleid van de meeste partijen is gecentreerd rondom het personage van een leider. Van de interne partijdemocratie blijft weinig over. De politieke partijen zorgen voor een emotionele verbondenheid tussen de bevolking en de sterke persoonlijkheden in hun partij, waardoor mensen traditiegetrouw stemmen. Aangezien het traditioneel kiesgedrag in Suriname veel weg heeft van etnisch stemmen, hebben politieke partijen elkaar onderling ook nodig om ervoor te zorgen dat alle etnische meerderheden vertegenwoordigd zijn in de regering. Door die samenstelling worden grote etnische opstanden voorkomen. Ook politici hebben onderling veel informeel contact voor samenwerking, omdat iedereen voordeel heeft bij stabiliteit in het land. Deze stabiliteit is nodig om van internationale donoren gelden te kunnen ontvangen voor de begrotingen.

Er kwamen diverse vragen uit de zaal
Polarisatie in de Surinaamse politiek
De politieke competitie tussen de Surinaamse politieke partijen gaat vaak niet om verschillen in partij-ideologie, maar eerder om persoonlijke conflicten tussen politici.  Aangezien er onvoldoende naleving is op de wet financiering van politieke partijen, worden overheidsgelden gebruikt voor partijreclame. Positieve ontwikkelingen in het land zoals de aanleg van wegen worden gepropageerd als verdiensten van een partij. En algemene rechten van de bevolking zoals werkgelegenheid en domeingronden worden ingezet als partijgunsten aan een samenleving. In dit proces vindt afzwakking plaats van overheidsinstituties door kader (van de tegenpartij) bewust niet te benoemen of geen gelden toe te wijzen aan instanties. 

Moderator Sharda Ganga faciliteerde de discussie tussen de
inleider, het panel en het publiek
Burgerparticipatie in ons dagelijks leven
De gehouden paneldiscussie zou allerzins deprimerend overkomen, indien er geen alternatieven waren om deze cyclus van afhankelijkheid te doorbreken. Tijdens de discussie vroeg het publiek meermaals in hoeverre de formele en informele educatie ingezet kan worden voor burgerschapszin en burgerparticipatie. Persoonlijk geloof ik in het versterken van het maatschappelijk middenveld om deze cyclus te doorbreken. Het maatschappelijk middenveld kan op termijn doordringen in vele facetten van de samenleving en daardoor samen met lokale organisaties vraagstukken oplossen.  
Dit middenveld kan het volk bewust maken op welke manier dagelijkse beslissingen bijdragen aan goed bestuur. Ik ben bijvoorbeeld ervan overtuigd dat ik de politieke partij geholpen heb door mijn naam niet op die registratielijst te zetten. Wij hebben als kiezers de macht om een goed politiek bestuur af te dwingen. Indien wij de lat hoog leggen voor onze politici, zijn ze genoodzaakt een realistische planning en een partijprogramma aan ons te presenteren. 

Ook jongeren toonden zich geïnteresseerd in het onderwerp

donderdag 15 februari 2018

Paneldiscussie: De effecten van kleinschaligheid op politiek en democratie in Suriname

Dit jaar vieren we een dubbeljubileum: Projekta bestaat 25 jaar, en het is 10 jaar sinds we de Democratiemaand initieerden. Dit herdenken we middels lezingen, openbare discussies, en andere activiteiten rond thema’s van democratie, mensenrechten, en gendergelijkheid; en de rol van Civil Society. In dit kader nodigen wij u graag uit voor een paneldiscussie over de effecten van kleinschaligheid op politiek en democratie in Suriname.

Inleider: Dr. Wouter Veenendaal 
Panelleden: Drs. August Boldewijn, Drs. Ine Apapoe en Jaya Faria Jarvis 
Datum: 26 februari 2018
Tijd: 19.00 uur (inloop: 18.30 uur)
Locatie: Lalla Rookh, gebouw 1 (Lalla Rookhweg #54)
(De toegang is vrij, maar registratie vooraf is verplicht. Registratie kan tot woensdag 21 februari via projekta.rsvp@gmail.com, per telefoon via 439925 of per Whatsapp +5978677022)

Update: de deadline voor registratie is inmiddels verstreken, echter zijn er nog enkele plekken beschikbaar. Wilt u er graag bij zijn, neemt u dan zo spoedig mogelijk contact met ons op. 

Dr. Veenendaal heeft onderzoek gedaan naar de effecten van kleinschaligheid op politieke competitie, politieke participatie, en de relaties tussen kiezers en gekozenen in  kleine landen (zgn. microstates) in verschillende regio’s van de wereld. Hieruit bleek dat ondanks belangrijke verschillen tussen kleine landen in het Caraïbisch gebied, Europa, Afrika, en de Grote Oceaan, de politiek in al deze landen bepaald wordt door informele, persoonlijke relaties en de afwezigheid van politieke ideologie. Dr. Veenendaal zal ook de eerste bevindingen presenteren van zijn huidig onderzoek naar de effecten van kleinschaligheid op politiek en democratie in Suriname. Na de inleiding zal een panel, bestaande uit o.a. Drs. August Boldewijn, Drs. Ine Apapoe en Jaya Faria Jarvis reageren op de presentatie van Dr. Veenendaal, waarna er een paneldiscussie volgt. 

Wouter Veenendaal is docent politicologie aan de Universiteit van Leiden. In 2014 won hij de Jaarprijs Politicologie van de Nederlandse Kring voor Wetenschap der Politiek met zijn proefschrift. Hij was verbonden als postdoctoraal onderzoeker aan het Koninklijk Instituut voor Taal, Land- en Volkenkunde (KITLV), waar hij in het kader van het project ‘Confronting Caribbean Challenges’, onderzoek deed naar de zes Nederlandse Caraïbische eilanden. Sinds 2017 werkt hij aan een door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) gesponsord project waarin hij onderzoekt waarom kleine staten politiek stabiel blijven ondanks de grotendeels persoonlijke en informele politiek. Voor dit project maakt hij een vergelijking tussen Malta, Suriname, Vanuatu en de Comoren.


donderdag 1 februari 2018

PROJEKTA ontvangt EU Human Rights Award


EU Ambassadeur Jernej Videtič overhandigt de Certificate of
Appreciation aan Projekta-voorzitter Annette Tjon Sie Fat
De ambassadeur van de EU voor Guyana, Suriname en de Nederlandse overzeese gebieden en territoria, Jernej Videtič, overhandigde op maandag 29 januari een mensenrechten-award aan Projekta-voorzitter Annette Tjon Sie Fat. Deze “Certificate of Appreciation” werd uitgereikt aan Projekta ter gelegenheid van de Internationale Dag van de Rechten van de Mens, als erkenning voor de grote bijdrage van Projekta aan de bevordering van mensenrechten, goed bestuur en gendergelijkheid in Suriname.

Dit was de symbolische overhandiging van de award, die officieel werd uitgereikt in een speciale ceremonie op 8 december 2017 in Guyana. Daar nam Riane de Haas-Bledoegde award in ontvangst namens Projekta. Tijdens de uitreikingsceremonie werd er over het werk van Projekta gezegd dat zij zich in de afgelopen 25 jaar ontwikkeld  heeft tot the forefront of Civil Society in Suriname”. 
In Guyana neemt Riane de Haas-Bledoeg
op 8 december 2017 namens Projekta
de award in ontvangst
Als een organisatie die haar werk baseert op een mensenrechtenbenadering van ontwikkeling, richt het werk van Projekta zich op de interconnectie tussen mensenrechten, democratie en goed bestuur, met een speciale focus op gendergelijkheid en vrouwenrechten. Onder andere door middel van onderzoek, advocacy, en capaciteitsversterking van rechthebbenden en plichtdragers heeft Projekta een goed deel van de civil society in Suriname weten te motiveren en versterken in het promoten van een gezamenlijke mensenrechten-agenda door het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) op te richten. BINI is binnen korte tijd uitgegroeid tot het meest zichtbare en productieve netwerk van civil society organisaties en maatschappelijk betrokken individuen in Suriname.  

Projekta heeft mede dankzij financiële ondersteuning via het European Instrument for Democracy and Human Rights (EIDHR), het eerste BINI-Beleidsmonitoringrapport gerealiseerd. Het EIDHR is het thematische instrument ter ondersteuning van civil society projecten over de hele wereld die gericht zijn op de bevordering van mensenrechten en democratie. 

Directie en bestuur van Projekta & EU-vertegenwoordigers
Voor Projekta is de award extra bijzonder omdat zij dit jaar haar 25-jarig bestaan viert. Tevens staat 2018 voor Projekta in het teken van 10 jaar Democratiemaand. Dit zal gevierd worden door het hele jaar door thematische lezingen en discussie-avonden te organiseren, waarbij telkens een ander thema gerelateerd aan mensenrechten en democratie in Suriname besproken zal worden.

Op maandag 29 januari tekenden de EU-ambassadeur Jernej Videtič en Sharda Ganga, de directeur van Projekta, ook het contract voor het project “Hear us Now: Bringing the Voices of Local Communities into the National Dialogue against Domestic and Sexual Violence”. Lees via de volgende link meer over dit project dat ernaar streeft om de betrokkenheid van lokale gemeenschapsorganisaties in tegengaan van seksueel en huiselijk geweld te vergroten.

woensdag 31 januari 2018

PROJEKTA en EU ondertekenen project sport- en cultuurorganisaties tegen huiselijk en seksueel geweld

Projekta-directeur Sharda Ganga en EU Ambassadeur
Jernej Videtic ondertekenen het contract
De ambassadeur van de EU voor Guyana, Suriname en de Nederlandse overzeese gebieden en territoria, Jernej Videtič en de directeur van Projekta, Sharda Ganga ondertekenden maandag 29 januari 2018 het contract voor het project “Hear us Now: Bringing the Voices of Local Communities into the National Dialogue against Domestic and Sexual Violence”.

Het project wordt gefinancierd via het European Instrument for Democracy and Human Rights (EIDHR), het thematische instrument ter ondersteuning van civil society projecten over de hele wereld die gericht zijn op de bevordering van mensenrechten en democratie.

Dit is de tweede keer dat Stichting Projekta een grant ​​ontvangt via het EIDHR. Met behulp van de eerste grant ​​heeft Projekta de oprichting van het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur, en o.a. het eerste BINI-Beleidsmonitoringrapport gerealiseerd.

Het huidige project streeft ernaar om de betrokkenheid van lokale gemeenschapsorganisaties in tegengaan van seksueel en huiselijk geweld te vergroten. Het project richt zich op gemeenschaps-, sport- en cultuurorganisaties in de districten Paramaribo, Wanica en Para. Coaches, activiteitenleiders en besturen van deze gemeenschapsorganisaties zullen worden versterkt om bewustwording en preventie van seksueel en huiselijk geweld op te nemen in hun reguliere activiteiten. Organisaties die meedoen aan het programma kunnen ook in aanmerking komen voor fondsen om activiteiten uit te voeren voor bewustwording en tegengaan van seksueel en huiselijk geweld.

Projekta-directeur Sharda Ganga en EU Ambassadeur
Jernej Videtic
Daarnaast biedt het project leden van maatschappelijke organisaties de mogelijkheid deel te nemen aan een proces van capaciteitsopbouw, met training en begeleiding, om de zichtbaarheid en stem van de meest kwetsbare maatschappelijke groepen op nationaal niveau te vergroten over huiselijk en seksueel geweld en andere aanverwante beleids- en mensenrechtenkwesties. Het project is begroot op Euro 100.000,- waarvan Projekta zelf een deel inbrengt.

De EU-ambassadeur benadrukte dat mensenrechten de rode draad is die loopt door het buitenlands beleid van de Europese Unie en haar lidstaten, en dat er speciale aandacht wordt besteed om minderheden, sociale groepen en civil society te versterken om hun stem te laten horen. De EU blijft betrokken in dialoog met Suriname en met verscheidene NGO's in het land om samen te werken aan mensenrechtenkwesties, zoals het bevorderen van vrouwenrechten en kinderrechten, het tegengaan van mensenhandel en van discriminatie op basis van seksuele oriëntatie; en het verdedigen van burger-, politieke, economische, sociale en culturele rechten.