zaterdag 23 mei 2020

Stem wijzer: BINI Stemwijzer 2020 verkiezingen


Op maandag gaan wij naar de stembus. Wij bepalen dan samen wie we het voorrecht geven om namens ons te regeren en wie ons mag vertegenwoordigen. We bepalen de toekomst van ons land, van onszelf en van de generaties na ons. Dat besluit mag niet lichtvaardig genomen worden. Niet op basis van social media posts, massameetings, vage beloftes, leuke liedjes of mooie slogans. Naar de stembus horen burgers te gaan gewapend met feiten. Goed geïnformeerd over wat de partijen precies voor ogen hebben voor onze toekomst. Alleen dan kunnen we bewust stemmen.

Het Burgerinitiatief voor Participatie & Goed Bestuur (BINI) lanceert vandaag haar 2020 Stemwijzer, een analyse van verkiezingsprogramma’s van 13 van de 17 partijen die aan de verkiezingen meedoen. De Stemwijzer is bedoeld als hulpmiddel voor kiezers (zwevend of niet) om geïnformeerd te kunnen stemmen. 

In de Stemwijzer kunnen kiezers namelijk lezen welke doelen en voornemens politieke partijen stellen over o.a. duurzame ontwikkeling, mensenrechten, goed bestuur, functioneren van de overheid, financieel-economische ontwikkeling en planmatigheid. Deze thema’s zijn bepaald door de maatschappelijke organisaties en burgers die deel uitmaken van BINI. Vlak voor de verkiezingen van 2015 publiceerde BINI al een analyse van de beschikbare verkiezingsprogramma’s. Nu, voor de verkiezingen van 25 mei 2020, heeft BINI opnieuw een analyse gemaakt

Grondige analyses maken van verkiezingsprogramma’s in Suriname is nog steeds problematisch. Er wordt namelijk vrijwel geen aandacht besteed aan de financiële kant van beloftes en dus is er niets te zeggen over haalbaarheid. Bovendien komen partijen nog altijd veel te laat uit met hun programma’s. 

Download het document met de analyses hier

dinsdag 19 mei 2020

Tweede Beleidsmonitoringsrapport van BINI

Het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) heeft haar tweede beleidsmonitoringsrapport gepubliceerd. Net als in het eerste rapport wordt ook nu in kaart gebracht wat er aan acties is ondernomen op verschillende beleidsterreinen. Het rapport zou oorspronkelijk in maart worden gepubliceerd, maar liep door de COVID-situatie vertraging op.

Het eerste rapport deed verslag over de periode augustus 2015 tot en met december 2016. Het tweede rapport bestrijkt de periode januari 2017 tot en met augustus 2019, maar neemt ook de meest relevante ontwikkelingen en acties mee die na die periode hebben plaatsgevonden. 

Voor BINI is één van de grootste obstakels voor de ontwikkeling van Suriname het ontbreken van goed bestuur. Rekenschap en het afleggen van verantwoording, is daar een belangrijk onderdeel, maar helaas is er van systematische monitoring van beleid geen sprake, waardoor de effectiviteit en de efficiëntie hiervan dus niet wordt gemeten.
Beleidsmonitoring zou primair de taak moeten zijn van de instituten die verantwoordelijk zijn voor het maken en uitvoeren van beleid, en van degenen die het horen te controleren: overheid en DNA. Vanwege het ontbreken van die monitoring, zijn de monitoringsrapporten van BINI de enige poging om systematisch in kaart te brengen wat er in Suriname aan acties is ondernomen door de diverse actoren – overheid en niet-overheid.

Het rapport bekijkt niet het hele regeringsbeleid, maar richt zich op de thema’s waar BINI zich over buigt, namelijk: 
goed bestuur en rechtsstaat
milieu
onderwijs
financieel-economische en monetaire ontwikkeling
kinderrechten
gender
rechten van Inheemsen en Tribale Volken
decent work (fatsoenlijk werk)
rechten van LGBT
gezondheidszorg
sport
Binnen elk van deze thema’s is er een aantal vragen/beleidsgebieden geselecteerd. Daardoor geeft het monitoringrapport slechts een beperkt beeld van wat het totaal overheidshandelen is (geweest) en wat niet-overheidsactoren hebben gedaan. Informatie is verzameld middels literatuur- en media-onderzoek en interviews, en is voor zover mogelijk geverifieerd bij de diverse stakeholders. 

Zwakke planning, onsamenhangend beleid
Over het algemeen lijkt er op de gekozen beleidsterreinen wel veel gedaan te zijn, maar het is vaak onduidelijk waar dat toe leidde. Ook bij dit tweede rapport zien we veelal losse projectjes en kleine los van elkaar staande acties, zonder dat er duidelijke prioriteiten zijn gesteld, of een logische opbouw van acties is te onderscheiden. Er is nauwelijks sprake van een strategische benadering van beleid. Daarbij zien wij binnen bepaalde beleidsgebieden veel nadruk op één type van actie of strategie, bijvoorbeeld wetgeving bij arbeid (Decent Work) of bewustwording bij gender. Bij een strategische benadering zou er een goede verhouding tussen de verschillende type van acties zijn. Heel opvallend is hoe weinig onderzoek en evaluatie er wordt gedaan (en/of gepubliceerd) – alleen binnen de milieu-sector wordt daar nog flink in geïnvesteerd. 

Veel kleine, losse acties binnen een beleidsgebied kunnen een vertekend beeld opleveren van de ware aard, grootte en het belang van de interventies. De werkelijke impact van het gevoerde beleid op de kwaliteit van leven van burgers blijft daardoor onzichtbaar.

Geen monitoring en evaluatie, geen rekenschap
Een enorm obstakel voor het objectief kunnen monitoren van beleidsuitvoering is het gebrek aan systematische rapportage van acties. Door het uitblijven van activiteiten-, project- en programmarapportages, en doordat het niet mogelijk is om bestedingen direct toe te schrijven aan acties, kan er ook geen evaluatie plaatsvinden over de efficiëntie en effectiviteit van bestedingen, of over de investeringen in bijvoorbeeld specifieke doelgroepen.

Het monitoren van beleid hoort niet alleen een verslag op te leveren over wat er is gedaan, maar zou ook een beeld moeten geven van hoe acties zijn uitgevoerd en wat ze hebben gekost. Bij evaluatie hoort ook de vraag naar de rechtmatigheid en de doelmatigheid van inzet van middelen en capaciteit – vragen die ook nu niet beantwoord kunnen worden. Regeringen die geen boekhouding bijhouden en publiceren maken zichzelf niet alleen kwetsbaar voor verdachtmakingen over corruptie en onrechtmatig handelen, maar zijn hoe dan ook op zijn minst medeplichtig aan het creëren van de omstandigheden waarin corruptie welig kan tieren. In het ergste geval is de weigering om enige vorm van rekenschap af te leggen (en dus minstens het openbaren van de boekhouding) een teken van het moedwillig faciliteren van corruptie.

Kwaliteit van bestuur en beleid
We moeten ook de werkelijke effecten kunnen meten van beleidsacties. Om uitspraken te kunnen doen over de kwaliteit van het bestuur en beleid zouden wij de baten naast de kosten moeten kunnen leggen. Slechts aangeven dat er bijvoorbeeld 20 personen zijn getraind om kwetsbare kinderen te begeleiden, geeft geen beeld van wat het effect is op het leven en welzijn van de doelgroep. Hoe zijn de getrainden ingezet, hoeveel kinderen hebben ze bereikt, wat is anders gegaan in de begeleiding? Dat vraagt om het monitoren op outcome en impact en niet slechts op output. Dus niet alleen het aantal bruggen moeten worden geteld, maar het verschil dat die bruggen maken in het leven van mensen. 

Bij een goed functionerende planning, en bijbehorend monitoringsysteem, zouden deze resultaten voorhanden zijn. Er is de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in de hervorming van het nationaal planapparaat. De resultaten daarvan hebben we helaas nog niet kunnen merken. Aan de vooravond van verkiezingen en dus met een nieuwe regeerperiode in het vooruitzicht is er een nieuwe kans voor regeerders om zich te committeren aan de principes van goed bestuur, door een cultuur van transparantie en rekenschap te omarmen.

Het tweede Beleidsmonitoringsrapport is hier te downloaden.

woensdag 1 april 2020

Fundamentele vragen voor noodwetgeving


Dat de regering noodwetgeving wil maken om de verregaande maatregelen tegen COVID-19 in te kaderen en te voorzien van een wettelijke grondslag is op zich een begrijpelijke gedachte en past binnen goed bestuur.  Vanuit het Burger Initiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) rijst er echter een groot aantal vragen, die volgens diezelfde beginselen van goed bestuur en zorgvuldigheid ook beantwoord dienen te worden alvorens zo’n wet wordt behandeld, laat staan aangenomen.  We vragen daarom aan alle relevante actoren en in het bijzonder de volksvertegenwoordigers om eerst bevredigend antwoord op deze (en wellicht nog veel meer) vragen te krijgen, vervolgens de voor- en nadelen af te wegen en deze afwegingen publiek te maken alvorens de wetgeving, al dan niet verbeterd, in behandeling te nemen.  Het gaat immers om maatregelen die een enorm effect kunnen hebben op het maatschappelijke functioneren, op de vrijheid van burgers en zelfs op fundamentele mensenrechten en vrijheden.
De conceptwet (Uitzonderingstoestand COVID-19), zoals verschenen in de media is in elk geval niet acceptabel voor een normale rechtsstaat die algemeen geldende wetgevingsbeginselen toepast. Het laat veel te veel ruimte voor machtsmisbruik, verschillen van interpretatie en (opzettelijk) verkeerde toepassing. Een goed uitgewerkt regelgevingsproduct (zie bijvoorbeeld de ministeriële COVID-19 regeling AB2020 No. 43 van Aruba) met zó een ingrijpende reikwijdte dient veel meer “checks and balances” in te houden.

BINI geeft derhalve de volgende vragen mee in de discussies rond deze wet:
  1. Is het überhaupt nodig om een nieuw stuk wetgeving te maken en zijn de maatregelen die genomen moeten worden niet mogelijk binnen de bestaande wetgeving?  Wat zou er nog meer gedaan moeten worden dat niet nu reeds gedaan wordt?
  2. Is het nodig om een formele wet te maken (die ook weer bij wet moet worden opgeheven!!); kunnen er geen andere bestuursmaatregelen worden uitgevaardigd bijv. via presidentiële of ministeriële beschikking?
  3. Waarom is er geen einddatum voor de werking opgenomen?  Daar zijn fundamentele bezwaren tegen terwijl het omgekeerde niet het geval is.
  4. Wat houdt de genoemde “Wet Uitvoering Uitzonderingstoestand” in waarnaar verwezen wordt?  Hoe kan een wet worden aangenomen die verwijst naar een andere wet die onbekend (of nog niet bestaand) is?
  5. Zijn de implicaties van “te nemen maatregelen” zorgvuldig in kaart gebracht, is er een objectieve, evidence-based afweging gemaakt van het wel of niet doorvoeren, en zijn deze overwegingen bekend?
  6. Is er consultatie en inspraak aan het concipiëren van deze wet voorafgegaan?
  7. Hoe worden transparantie en begrenzing van de te nemen maatregelen gegarandeerd, of krijgt de regering hiermee een blanco mandaat?
  8. Moeten de maatregelen niet heel specifiek en gedetailleerd genoemd worden zodat ze door een ieder te controleren zijn, om misinterpretatie, machtsmisbruik, verkeerde toepassing of andere misstanden te voorkómen?
  9. Vallen maatregelen zoals het verschuiven of anders inrichten of organiseren van de verkiezingen ook onder de “uitzonderingstoestand”?
  10. Wat zijn de rechtsmiddelen tegen maatregelen die binnen het kader van deze wet worden genomen, en dienen die niet in de wet te zijn opgenomen?
  11. Wat zijn de strafmaatregelen tegen misbruik van deze wet?
  12. Wat zijn beroepsmogelijkheden voor vermeende benadeelden- waar en hoe kunnen ze verweer aantekenen?
  13. Worden de voorschriften van de Verenigde Naties en het Inter-Amerikaans mensenrechtensysteem m.b.t. het afkondigen van een noodsituatie nageleefd en wordt er hierover gerapporteerd?
  14. Zullen in de noodwetgeving ook maatregelen ter leniging van de nood, o.a. economische hulpmaatregelen voor brodeloos geworden werkers, kleine bedrijven en andere economische actoren en sociaal zwakkeren, opgenomen worden?


BINI
Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur

maandag 30 maart 2020

Voorlichting seksueel geweld plantage Vierkinderen (stg. SPONVI)


In het kader van het project ‘Hear Us Now’ welke door Projekta wordt uitgevoerd, organiseren verschillende community organisaties voorlichtingssessies over seksueel en huiselijk geweld. De community organisaties hebben 6 maanden lang een training gevolgd van Stichting Projekta om seksueel en huiselijk geweld bespreekbaar te maken binnen de eigen organisatie en voor de doelgroep van de organisatie middels verschillende soorten bewustwordingsactiviteiten. Deze organisaties zijn in de gelegenheid gesteld om geld aan te vragen (subgrant) voor het organiseren van hun eigen activiteiten om een bijdrage te leveren aan het tegen gaan van seksueel en huiselijk geweld.

Op zaterdag 8 februari heeft stichting SPONVI een voorlichtingssessie gehouden over seksuele intimidatie en seksueel misbruik binnen de sportorganisatie. Stg. SPONVI is opgericht op 11 augustus 2016 en is gevestigd in het district Para. De stichting heeft als doel, het bevorderen van team- en individuele sporten te plantage Vierkinderen en omgeving.
De voorlichtingssessie was aanvankelijk bestemd voor de ouders/verzorgers van het plantage Vierkinderen en omliggende plantages om ze bewust te maken over seksuele intimidatie en seksueel misbruik en dat de organisatie een veilige plek wil zijn waar ze hun kinderen gerust naartoe kunnen sturen. Echter kwamen er weinig ouders/verzorgers naar de sessie. De meegekomen kinderen en andere kinderen van de plantage die uit nieuwsgierigheid waren langsgelopen wilden graag de sessie bijwonen. De inleiders hebben toen snel de voorlichtingssessie aangepast, zodat ook de kinderen de sessie bij konden wonen. Met behulp van plaatjes zijn de kinderen en volwassen samen op zoek gegaan naar het verschil tussen seksuele intimidatie en seksueel misbruik. 

Dhr. Blaaker die de voorlichtingssessie verzorgd heeft, gaf de ouders/verzorgers en de kinderen die aanwezig waren een opdracht om enkele gedragsregels voor begeleiders op te stellen die de organisatie mee kan nemen om de kinderen een veilige sportomgeving te bieden. Enkele van de regels die zijn voorgesteld zijn: “de begeleiders moeten geen krachttermen gebruiken, maar moeten juist een voorbeeld zijn voor de kinderen”, “de begeleiders moeten meer praten met de kinderen en niet aanraken“. SPONVI werkt nu, op basis van hetgeen naar voren is gebracht verder aan het opstellen van hun eigen regels voor het maken van een veilige organisatie.
De bewustwordingsactiviteiten zijn onderdeel van het programma “Hear Us Now”. Het programma “Hear Us Now” wordt gefinancierd door de European Fund for Democracy and Human Rights.

donderdag 26 maart 2020

Praatgroepen St. Double Positive behandelen ook Seksueel en Huiselijk Geweld


Vanwege privacy redenen van de cliënten heeft dit bericht geen foto's van de praatgroepen die reeds plaatsgevonden hebben. 

In het kader van het project ‘Hear Us Now’ welke door Projekta wordt uitgevoerd, organiseren verschillende community organisaties voorlichtingssessies over seksueel en huiselijk geweld. De community organisaties hebben 6 maanden lang een training gevolgd van Stichting Projekta om seksueel en huiselijk geweld bespreekbaar te maken binnen de eigen organisatie en voor de doelgroep van de organisatie middels verschillende soorten bewustwordingsactiviteiten. Deze organisaties zijn in de gelegenheid gesteld om geld aan te vragen (subgrant) voor het organiseren van hun eigen activiteiten om een bijdrage te leveren aan het tegen gaan van seksueel en huiselijk geweld.
Ook Stichting Double Positive heeft in dit trainingstraject gezeten. De stichting biedt ondersteuning aan mensen die met het HIV virus leven en aan hun families.

Een reguliere activiteit van deze stichting is het houden van praatgroepen met de cliënten die aangesloten zijn bij de stichting. Vorig jaar heeft Marisca Leter, die de SDV training bij Projekta gevolgd heeft, voorlichtingssessies gehouden over huiselijk geweld en kindermishandeling voor de cliënten en enkele medewerkers van de stichting. Dit jaar is de stichting van start gegaan om tijdens deze praatgroepen ook te praten over zaken die te maken hebben met seksueel en huiselijk geweld. Dit doen zij sinds 15 februari. Er zijn toe nu toe 3 praatgroepssessies gehouden. Bij de eerste sessie is wederom gesproken over huiselijk geweld, waarbij de centrale vraag was: “Hoe helpen we de slachtoffers zodanig dat ze niet weer in dezelfde situatie terecht hoeven te komen?”. Door de oefening ‘Het Levenskompas’ konden de cliënten hun normen en waarden per levensgebied (dus bijvoorbeeld werk, intieme relaties, sociale relaties, familie, persoonlijke groei) opschrijven. Daarna gaven ze via een cijfer aan hoeveel energie ze in elk gebied zouden willen steken en vervolgens hoeveel energie ze er daadwerkelijk in steken. Normen en waarden bedenken was voor sommigen lastig. Om ze op weg te helpen konden deelnemers verhaaltjes schrijven over bijv. een intieme relatie, waaruit dan waarden konden worden gehaald. Het doel van deze oefening was dat de cliënten meer zicht zouden krijgen op wat voor hun belangrijk is en wat ze willen nastreven in verschillende levensgebieden. De link met het onderwerp ‘huiselijk geweld’ is dat mensen soms in afhankelijkheidsrelaties kunnen zitten met hun familie, kinderen of partner. Door deze oefening komen cliënten erachter wat ze zelf willen in hun leven en waar zij (meer) energie in willen steken en wat ze allemaal nodig hebben om dat te kunnen bereiken. Daarbij staat centraal dat zij dit zonder geweld willen en kunnen doen- niet als slachtoffer en ook niet als pleger.

Bij de 2de en de 3de praatgroep is er gesproken over de hulpverleningsinstanties waar slachtoffer terecht kunnen voor hulp en discriminatie/belemmeringen op basis van hun HIV status. Er is gesproken over de Wet Bestrijding Huiselijk Geweld en de verschillende juridische stappen die een slachtoffer in acht kan nemen ter bescherming. Volgens de cliënten zijn er te weinig plekken in Suriname waar slachtoffers echt voor hulp terecht kunnen. Als ze bijvoorbeeld naar de politie stappen worden ze terug gestuurd naar huis om vervolgens de volgende dag weer naar het bureau te gaan.
Volgens de cliënten zou jij als slachtoffer niet terug gestuurd moeten worden naar huis, omdat je vaker met de pleger in 1 huis woont. Als de pleger ervan bewust is dat je naar de politie geweest bent wordt het alleen maar erger. Het slachtoffer zou in principe meteen opgevangen moeten worden, om wredere escalaties te voorkomen.
Tijdens de praatgroep is er ook gesproken over geheimhouding van hulpverleners. 1 cliënt heeft haar verhaal vertelt over een hulpverlener die al haar geheimen verder is gaan vertellen aan een dichtstbijzijnde familielid, hierdoor heeft ze geen vertrouwen meer in bepaalde hulpverleners. Volgens de cliënten moeten hulpverleners slachtoffers beter beschermen. Ook merken de cliënten op dat de Surinaamse gemeenschap heel weinig weet over HIV, omdat ze meteen afgestoten worden door derden op het moment dat ze weten dat ze HIV positief zijn. De cliënten willen graag dat er meer voorlichting gegeven wordt over de manier waarop mensen allemaal besmet kunnen raken met het HIV virus, omdat ze zelfs bij het zoeken van een baan door hun positieve status belemmerd worden. Hierdoor zijn ze verplicht om afhankelijk te zijn van mensen met alle gevolgen van dien.

De bewustwordingsactiviteiten zijn onderdeel van het programma “Hear Us Now”. Het programma “Hear Us Now” wordt gefinancierd door de European Fund for Democracy and Human Rights.

dinsdag 18 februari 2020

Video: De rivier is zoveel meer dan water. Het geeft leven. Het is leven.

Een plaats van samenkomst. Van bezinning. De rivier brengt ons vrede en rust. De rivier verbindt ons met onszelf en met anderen. Red onze rivieren, zodat zij ons kunnen redden. De Milieuraamwet is nodig voor de rivieren. En dus voor ons.

Projekta heeft deze video gemaakt als onderdeel van de ‘Healthy Rivers, Healthy People’ campagne, die uitgevoerd wordt in Guyana en Suriname. Onze rivieren staan hierin centraal: de interrelatie rivieren en gezondheid, tussen de rivier en onze toekomst is onmiskenbaar. De Milieu Raamwet is hiervoor onmisbaar.
Met aanname van de Milieu Raamwet zal een betere balans tussen economische groei en milieubescherming een wettelijke basis krijgen.

Wil je nog commentaar geven op de conceptwet? Mail naar projekta@sr.net voor de laatste versie van het concept. Commentaren kunnen nog tot vrijdag 21 februari gemaild worden naar DNA: feedbackwetgeving@dna.sr


De ‘Healthy Rivers, Healthy People’ campagne is onderdeel van het Shared Resources Joint Solutions (SRJS) programma, een 5-jarig strategisch partnerschap tussen IUCN Nederland en WWF Nederland dat in 16 landen wordt uitgevoerd. In Suriname zijn naast Projekta, ook de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden Suriname (VIDS), Amazone Conservation Team (ACT) Suriname, Green Heritage Fund Suriname (GHFS) en Tropenbos International Suriname (TBI-S) deel hiervan via WWF Guianas.

Video: Bescherm onze kinderen. Bescherm onze rivieren.


De Milieu Raamwet is nodig voor onze kinderen.

Projekta heeft deze video gemaakt als onderdeel van de ‘Healthy Rivers, Healthy People’ campagne, die uitgevoerd wordt in Guyana en Suriname. Onze rivieren staan hierin centraal: de interrelatie rivieren en gezondheid, tussen de rivier en onze toekomst is onmiskenbaar. De Milieu Raamwet is hiervoor onmisbaar.
Met aanname van de Milieu Raamwet zal een betere balans tussen economische groei en milieubescherming een wettelijke basis krijgen.

Wil je nog commentaar geven op de conceptwet? Mail naar projekta@sr.net voor de laatste versie van het concept. Commentaren kunnen nog tot vrijdag 21 februari gemaild worden naar DNA: feedbackwetgeving@dna.sr


De ‘Healthy Rivers, Healthy People’ campagne is onderdeel van het Shared Resources Joint Solutions (SRJS) programma, een 5-jarig strategisch partnerschap tussen IUCN Nederland en WWF Nederland dat in 16 landen wordt uitgevoerd. In Suriname zijn naast Projekta, ook de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden Suriname (VIDS), Amazone Conservation Team (ACT) Suriname, Green Heritage Fund Suriname (GHFS) en Tropenbos International Suriname (TBI-S) deel hiervan via WWF Guianas.

Video: Zonder Milieu Raamwet is er geen gezonde toekomst

Vergiftigen we de rivieren dan vergiftigen we onze kinderen en alle generaties die na ons komen. Bescherm onze kinderen. Bescherm onze toekomst.

Projekta heeft deze video gemaakt als onderdeel van de ‘Healthy Rivers, Healthy People’ campagne, die uitgevoerd wordt in Guyana en Suriname. Onze rivieren staan hierin centraal: de interrelatie rivieren en gezondheid, tussen de rivier en onze toekomst is onmiskenbaar. De Milieu Raamwet is hiervoor onmisbaar.
Met aanname van de Milieu Raamwet zal een betere balans tussen economische groei en milieubescherming een wettelijke basis krijgen.

Wil je nog commentaar geven op de conceptwet? Mail naar projekta@sr.net voor de laatste versie van het concept. Commentaren kunnen nog tot vrijdag 21 februari gemaild worden naar DNA: feedbackwetgeving@dna.sr


De ‘Healthy Rivers, Healthy People’ campagne is onderdeel van het Shared Resources Joint Solutions (SRJS) programma, een 5-jarig strategisch partnerschap tussen IUCN Nederland en WWF Nederland dat in 16 landen wordt uitgevoerd. In Suriname zijn naast Projekta, ook de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden Suriname (VIDS), Amazone Conservation Team (ACT) Suriname, Green Heritage Fund Suriname (GHFS) en Tropenbos International Suriname (TBI-S) deel hiervan via WWF Guianas. 

vrijdag 14 februari 2020

Milieu Raamwet: noodzakelijker en dichterbij dan ooit

DNA-voorzitter Jennifer Simons en WWF Guianas directeur David Singh presenteerden 13 februari de noodzaak van het goedkeuren van de Milieu Raamwet. In een bomvolle zaal in Marriott met meer dan 150 participanten van de DNA, overheidsinstellingen, NGO’s en bedrijfsleven was de urgentie van de wet het steeds terugkerend thema.
De discussieavond was georganiseerd door Projekta in samenwerking met WWF in het kader van het Shared Resources, Joint Solutions programma. Tijdens het evenement werd tevens een drietal korte filmpjes gelanceerd in het kader van de 'Healthy Rivers, Healthy People' campagne. Deze zullen binnenkort o.a. via deze blog te zien zijn.
DNA-voorzitter Jennifer Simons, tevens mede-initiatiefnemer van de
ontwerpwet, vindt het de hoogste tijd voor een Milieu Raamwet.
WWF Guianas directeur David Singh vertelde in zijn inleiding onder andere
over milieuwetgeving en -beleid in Guyana. 
Na de inleidingen van David Singh en Jennifer Simons was er een panel welke naast de inleiders bestond uit Rudi van Kanten (directeur Tropenbos Suriname), Ivette Patterzon (Coördinatie Milieu, Kabinet van de President) en Gina Griffith (NIMOS).
Er werden veel kritische vragen gesteld vanuit het publiek. Wantrouwen over of de wet wel op korte termijn aangenomen zal worden, maar meer nog of en hoe deze zal worden gehandhaafd, voerde de boventoon.

 



DNA-voorzitter Simons legde uit dat er via een speciaal emailadres (feedbackwetgeving@dna.sr) feedback gegeven kan worden op de conceptwet en benadrukte hoe belangrijk dit is. Moderators Sharda Ganga en Annette Tjon Sie Fat moedigden iedereen aan om hun commentaar naar DNA te sturen.