Posts tonen met het label Global Shapers Paramaribo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Global Shapers Paramaribo. Alle posts tonen

zaterdag 15 april 2017

Stapvoets, binnen de tijd en het budget

“Vroeger hield ik ervan om gewoon te leven, ik ga nu alles stapvoets uitzetten” was de reactie van Eliah Alepa (Jongerenvereniging Para), een jongeman van een jaar of twintig, toen aan het eind van de training ‘Project Cycle Management’ werd gevraagd wat het belangrijkste was dat de deelnemers zouden meenemen uit de training.

Projekta verzorgde in Para gedurende maart en april 2017 deze training voor NGO’s, gemeenschapsorganisaties, en andere non-profit organisaties die een project willen uitvoeren op het gebied van gemeenschapsontwikkeling, gezondheidszorg, milieu of onderwijs. 

De training was erop gericht om inzicht te verruimen in het identificeren van problemen, het analyseren van hun oorzaken en gevolgen, het bepalen van een strategie, het uitzetten daarvan in activiteiten, en die te begroten. Er is verder aandacht besteed aan het beheren van het project. Hoe meet je als de projectdoelen worden behaald met de middelen die daarvoor zijn aangevraagd en binnen de tijd dat je in je aanvraag hebt aangegeven? Welke monitoringstools kan je het beste inzetten? Afhankelijk van de
informatie die je regelmatig verzamelt, kun je namelijk niet alleen het verloop van het project sturen maar ook gericht rapporteren aan het eind. Activiteitenrapportages, monitoringsschema's, schriftelijke evaluatieformulieren, enquêtes, observatieverslagen waren enkele van de monitoringstools die zijn behandeld. Ook het beheren van die informatie kwam aan de orde.



Aan deze training hebben deelgenomen de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden (VIDS), het Jongerenbestuur Witsanti, Stichting Beheer te Goed en Plantage Onoribo, Double Positive foundation, Stichting Pali-Wanita, Jongerenvereniging Para, het dorpsbestuur van Matta, het Ondernemersplatform Para, Stichting WitSanti Educatief Centrum, het Commissariaat van Para en, en Stichting Jeugdwerk Zanderij en omgeving. 

Kapitein Michel Karwafodi van Matta gaf aan dat deze training direct toepasbaar was. ‘’De Para Sportvereniging stelt bepaalde eisen; ik ben opnieuw door al die stukken gegaan, en ik denk dat de informatie die je hier krijgt wel bijdraagt”. 

Melissa Ranoeredjo–Wongsodikromo van Stichting Pali-Wanita zei: “Voordat je wilt beginnen met een project, moet binnen de organisatie zaken ook goed geregeld zijn en je moet vooral al je vooroordelen weggooien.”

De trainer Sharda Ganga besteedde speciale aandacht aan het belang van uitwerken van interne processen en de interne communicatie gedurende het project. Voor je begint moet je onder andere afspreken hoe, waarover en wanneer je elkaar op de hoogte gaat houden. Deelnemers deelden vervolgens enkele problemen en obstakels die zij hebben ervaren met interne communicatie, zoals slecht luisteren en afstemmen met elkaar, er vanuit gaan dat de persoon weet wat je bedoelt, , niet begrijpen en niet vragen, niet openstaan voor kritiek, uitstel om zaken door te geven, het hebben van een dubbele agenda, en een onduidelijke of ontbrekende taakverdeling.
Ganga gaf aan dat dit niet veel verschilde van wat er wereldwijd misgaat als het gaat om interne communicatie. De gevolgen van gebrekkige communicatie moeten niet onderschat worden. 


Duurzame ontwikkeling en milieu

Om de deelnemers te prikkelen ook milieuvraagstukken aan te pakken en die in een groter kader te plaatsten heeft Projekta de Global Shapers Paramaribo vanuit hun samenwerking binnen het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur gevraagd om een korte inleiding te houden over duurzame ontwikkeling en milieu.

Lisa Best van de Global Shapers Paramaribo benadrukte ondermeer dat het natuurlijk systeem zich tot zekere mate kan herstellen, maar als de druk die wij als mens erop leggen te groot wordt, wij niet weten wat er zal gebeuren, waardoor wij uit voorzorg op een verantwoordelijke wijze moeten omgaan met de natuur.

De deelnemers gaven aan dat het verwerken van vuil tot een van de voornaamste milieuproblemen van Para behoort. Van petflessen tot autobanden worden verbrand. Ook zijn zij zich ervan bewust dat de waterbronnen van Suriname in Para liggen en ze die moeten beschermen. Een concrete vraag was daarom ook hoe zij systematisch aandacht kunnen vragen voor problemen die een gevaar vormen voor die bronnen en de mensen die daarmee in aanraking komen.

Naast de sessie over duurzame ontwikkeling en milieu hield Sharda Ganga van Projekta ook een korte inleiding over Gender. Gedurende deze sessie kregen de deelnemers inzicht in het verschil tussen sexe en gender, de verschillende genderrollen, de waarde die wij hieraan hechten en de wijze waarop het doorwerkt in wat wij denken dat vrouwen en mannen kunnen en moeten, in wie toegang heeft tot controle over belangrijke bronnen zoals tijd, geld, kennis, materiaal etc. Deelnemers kregen tenslotte handvatten mee hoe deze kennis mee te nemen in het ontwerpen en beheren van projecten.


Achtergrond capaciteitsversterkingsprogramma

PROJEKTA kan deze training kosteloos aanbieden dankzij een fonds van de internationale ALCOA Foundation. Zij ontvingen voordien namelijk vaak projectvoorstellen die niet aan de voorwaarden van de ALCOA Foundation voldeden, waardoor organisaties en gemeenschappen in de gebieden waar Suralco werkte, vaak onvoldoende gebruik konden maken van de mogelijkheid om projecten financieel te laten ondersteunen. PROJEKTA is vanwege haar ruime kennis en ervaring met het werken met gemeenschapsorganisaties en het uitvoeren van soortgelijke programma’s, door de ALCOA Foundation gevraagd om organisaties te trainen en begeleiden in het proces van projectaanvraag, -uitvoer en - rapportage voor projecten die bij diverse donoren zouden kunnen worden ingediend.

Lees via de volgende links meer over het capaciteitsversterkingsprogramma van PROJEKTA:
-          Langatabiki: hier zijn we
      -         Training PCM in Marowijne van start

dinsdag 17 november 2015

Zorgen social media voor een verarming van het politiek debat?

Jongeren en ICT in participatieve, democratische processen – deel 1

“Wat versta jij onder democratie?” was de vraag waarmee de derde van de vijf openbare activiteiten van de Democratiemaand 2015 begon. “Meer dan alleen stemmen”, “transparantie van processen”, “participatie van burgers in beleid”, “beleidsmakers ter verantwoording kunnen roepen”, “beleving van mensenrechten”, “gelijkheid”, zijn allemaal genoemd in dit kader. De diversiteit aan antwoorden benadrukt het bestaan van verschillende interpretaties van het begrip ‘democratie’.

Na de quorumkwestie in DNA als kick-off van de Democratiemaand-activiteiten en de daarop volgende paneldiscussie over het incorporeren van de Sustainable Development Goals (SDG’s) in het nationaal beleid, waren vrijdagavond jongeren en ICT aan de beurt. Vier panelleden afkomstig van vier jongerenorganisaties discussieerden aan de hand van drie stellingen met elkaar en de overige aanwezigen. Doortastende vragen van de moderator Ananta Khemradj, en discussiepunten en vragen geponeerd door het publiek, dat voor het grootste deel uit jongeren bestond, kenmerkten de avond.

Divers panel
Agatha Castillio (29 jaar) is camerajournalist bij The Back Lot/ 10 minuten Jeugdjournaal. Daarvoor was zij journalist bij DWT. Zij participeerde aan dit panel in de hoedanigheid van lid van de Global Shapers Paramaribo. Voor Agatha betekent democratie participatie van burgers en je mening kunnen uiten.

Derrick Boldewijn (31 jaar) is de president van JCI Paramaribo en mede-oprichter van de Young Democracy Unit. Hij is verder ondernemer, zijn bedrijf geeft onder andere advies over het gebruik van social media. Een belangrijk kenmerk van een democratie is volgens Derrick een proces dat burgers in staat stelt zich ten volle te kunnen ontplooien.

Eugenio Bruce (23 jaar) is een van de twee nieuw gekozen Caricom Jeugd Ambassadeurs van Suriname, verbonden aan het Nationaal Jongeren Instituut. Hij is derdejaars ICT-student aan het Polytechnisch College (PTC). Voor Eugenio houdt democratie niet alleen in dat de burgers hun stem moeten kunnen laten horen. Wat voor hem het democratisch gehalte bepaalt, is wat er met die stem van de burgers wordt gedaan.

Clayton Hiwat (33 jaar) is vierdejaarsstudent Journalistiek. Hij is de secretaris van de Young Democracy Unit. Ook heeft hij zijn hoger kader vakbondsopleiding afgerond. Voor Clayton is democratie “een proces waarin burgers in staat zijn hun mening te geven over zaken waarmee zij zitten”. Deze zaken moeten meegenomen worden in het beleid.

Mening uiten
De eerste stelling van de avond was: social media, als onderdeel van ICT, zorgen voor de verarming van het politiek debat. Alvorens in te gaan op de stelling gaf Derrick aan dat politiek debat voor hem inhield “de discussies over politieke processen en de standpunten van politici of politieke partijen”. Volgens Derrick zou je op basis van de reikwijdte (hoeveel mensen je bereikt met social media) en de frequentie (hoe veel en hoe vaak debatten gevoerd worden op social media) kunnen stellen dat social media een verrijking is van het politiek debat. Toch vindt hij dat “juist omdat een ieder zijn mening zonder consequenties kan ventileren op social media, de inhoud van het politiek debat verarmt”.

Agatha deelde deze mening niet. Zij vond dat social media absoluut een verrijking is. “ICT maakt veel deuren open. Het maakt het makkelijker, goedkoper en bereikbaarder”. Zij valt niet over de kritiek dat mensen ongegronde beschuldigingen kunnen poneren via social media zonder consequenties. “Het voordeel van ICT is dat iedereen zijn mening mag uiten, als het waar is of niet. Politici kunnen dat dan ook [via social media] rechttrekken.” Volgens Agatha moeten we leren dat een mening geven normaal en OK is. In haar dagelijks leven merkt ze dat mensen bang zijn dat te doen.

Op de vraag of de discussie op social media wel invloed heeft op politici, zegt Eugenio, “ja”. Hij geeft aan dat discussies via social media meerdere malen discussies in DNA hebben doen opstarten. Over de stelling dat social media een verarming van het politiek debat zouden kunnen zijn zei Eugenio het volgende “Social media verarmt niet, het is een brug tussen burgers en de mensen die het beleid maken”.

Ook Clayton vond dat er geen sprake was van een verarming maar juist een verrijking.. “Ook voor politici is het handig. Als zij door de drukte zaken missen, kunnen ze deze alsnog via social media volgen”.

Niveau gebruikers bepaalt het debat
Voor Derrick bleef het feit dat mensen gewoon dingen kunnen zeggen op social media, toch een probleem vormt voor de inhoud van het debat. “Het niveau van het debat hangt af van het niveau van de mensen die debatteren”, zegt hij. “Burgers mogen hun mening geven”, vindt Agatha. “Democratie is erachter komen wat mensen denken”. De inhoud van de discussie heb je nooit in de hand. Derrick sprak zijn twijfel uit over haar bewering dat politici zaken via social media kunnen rechtzetten. “De ervaring is dat politici niet altijd eerlijk zijn. Als je op een politicus wacht om duidelijkheid te brengen, dan zijn we nog verder van huis”. Agatha erkent dat transparantie en eerlijkheid van politici naar burgers toe over het ter discussie staande onderwerp belangrijk is, maar zegt ze: “burgers moeten dat eisen”.

De boosdoener in deze is volgens Derrick niet ICT, maar de mensen zelf. “Ze moeten zich gaan verdiepen in de materie, social media is een middel, niet het doel van het debat”. Volgens Eugenio en Clayton kan je het niveau van de burgers niet bepalen. Desondanks deelde Eugenio Derrick’s bezorgdheid over de invloed welke het niveau van de participanten in het debat op social media kan hebben op de inhoud van het debat, enigszins. Clayton daarentegen vroeg zich af wat niveau is. “Je mening mag je ventileren, hoe krom of scheef de mening is.. Anders creëer je een barrière voor de man van de straat”.

A-sociale media
Uit de zaal kwamen ook vragen met betrekking tot de keuze voor het ene medium boven het andere. In Suriname schijnt Facebook toch meer gebruikt te worden dan bijvoorbeeld Twitter. Volgens Agatha is een van de redenen hiervoor dat het aantal tekens die je mag gebruiken op Twitter beperkt is. Zou dat komen omdat wij, Surinamers, meer woorden nodig hebben om onze mening te ventileren, vroeg de moderator zich hardop af. Deze retorische vraag zorgde voor gegniffel onder het publiek. Uiteraard is de herkenbaarheid lachwekkend, echter neemt dit niet weg dat het ontbreken van de vaardigheid om kort en duidelijk je mening te geven een gemis is binnen het politiek debat in het algemeen.

Vanuit de zaal kwam de vraag of sociale media de emotionele betrokkenheid van burgers vermindert, want vaak leidt de discussie toch niet tot actie. Clayton was niet van mening dat dat het geval is, want de discussie wordt ook na het verlaten van social media face-to-face verder gevoerd. Later op de avond kwam dit vraagstuk wederom aan de orde toen iemand vroeg: “Denken jullie dat social media mensen juist actiever of passiever maakt in hun participatie? Waar ze vroeger op straat zouden gaan om te protesteren houden ze het nu bij een post op Facebook”.
Clayton vond dat de actieve participatie in de zin van protesteren afhangt van de tijdsgeest, hoe hard de schoen knelt en of iemand het initiatief neemt om een beweging op touw te zetten en men mensen oproept om te protesteren. In deze gevallen zouden mensen wel overgaan tot actie. Volgens Derrick heeft social media niet zoveel invloed: “Doorgaans zijn Surinamers naar mijn gevoel altijd passief geweest. We kijken naar wie gaat eerst. Het ligt dus niet aan social media. We zijn van nature geen assertief volk. Social media heeft ons misschien ook nog a-sociaal gemaakt”.


Houdt onze blog in de gaten voor het verslag van de twee volgende stellingen.  

woensdag 7 januari 2015

Democratie en milieu in Suriname, deel 2


Naar aanleiding van de lezing en discussieavond met het thema 'democratie en milieu', welke gehouden werd op 27 november jl., worden hier de overgebleven vragen beanwoord door Monique Pool van Green Heritage Fund Suriname, Jamille Haarloo van Global Shapers Paramaribo en Anwar Alibux van Stichting Samarja. Dit bericht is het vervolg van 'Democratie en milieu in Suriname' welke u hier kunt lezen.

Er zijn wel steeds meer jonge innovatie creatieve ondernemers in Suriname (lijkt het). Denk je dat er sprake is/zou kunnen zijn van een shift waarbij de verouderde vastgeroeste manier van denken wordt terug gedrongen door een “nieuwe generatie” van ideëen over ontwikkeling? Wat zijn obstakels daarbij?
Jamille: Ja, ik denk dat daar zeker sprake van kan zijn. Er zijn een aantal obstakels op verschillende niveaus. Elke verandering moet een psychologische barrière (conditionering en gewenning) op individueel niveau doorbreken. Op nationaal niveau spelen corruptie en belangen van groepen met macht een rol. Maar het is ook moeilijk om alle obstakels te listen en aan te pakken. We zouden misschien eerst de meest significante onderliggende obstakels moeten identificeren.

Waar kan ik mijn plastic flessen, batterijen, etc kwijt?
Anwar: PET, HDPE & aluminium blikjes/ flessen: Zwartenhovenbrugstraat 202-a. Naast de poort. Voor batterijen en glas: geen opties
Jamille: Daarvoor hebben we ondernemers en infrastructuur nodig. Deze sector is zich nog aan het ontwikkelen in Suriname en ik ben ook een beetje ongeduldig aan het wachten. We leveren als non- profits zo veel als mogelijk onze bijdrage om potentiële ondernemers en de overheid te prikkelen en te faciliteren in het proces.

Wat kunnen we doen om alvast de binnenstad schoon te houden? Dus om mensen bewust te maken geen vuil meer op straat te gooien.
Anwar: Implementeren van artikel 39-a van de politie strafwet. Gekoppeld met bewustwording campagne en facilitair. De huidige afvaltonnen zijn te klein en worden niet vaak genoeg opgehaald.
Jamille: Zo veel als mogelijk onszelf educaten over het probleem: Wat is het probleem? Waarom is het een probleem? Wie is verantwoordelijk? Onze bevindingen moeten we zo veel als mogelijk delen met anderen en vooral anderen ook aanzetten om zelf na te denken en zelf op onderzoek uit te gaan. Maar het overgaan tot acties en daden, van de burger, overheid, ondernemers, zijn natuurlijk beslissend of we de binnenstad daadwerkelijk schoon krijgen en houden.

Wat moeten de binnenlandbewoners doen met hun vuil (plastic flessen)?
Anwar: Platpersen en terug brengen. Die flessen zijn daar naartoe gereden of gevaren, ze kunnen makkelijk weer terug. Ze moeten het ook zelf willen. Die "lanti lanti" mentaliteit is wat het binnenland achter houdt.

1.Er is NGO netwerkoverleg, wellicht zou dat helpen om NGO’s meer te bundelen, meer samenwerking onderling.
2.We zien nu steeds meer groene netwerken/initiatieven zoals Groene School etc dus het lijkt wel beter te worden met samenwerken.
3.NGO’s zonder gebundeld meer pressie op de overheid moeten leggen als het gaat om de verantwoordelijkheid van de overheid – bv milieu wetgeving etc.
Anwar: De netwerk overleg verloopt nu nog te moeilijk. Maar gaat de goede kant op.  De vele natuur en milieu organisaties zeggen 2 dingen. Het volk wilt milieu beleid en verbetering zien en de overheid levert het niet. Kleine en grote projecten zijn vaak niet duurzaam. omdat ze niet zijn gekoppeld aan vaste structuren. Zelfs de groene school project gaat verloren gaan omdat deze niet kan aansluiten op een landelijke afvalscheiding en recycling infrastructuur.  Van al de bewustwording en voorlichting projecten is alleen het Samarja scholen project 2010-2013 duurzaam omdat deze het bestaande natuuronderwijs heeft uitgebreid met zwerfafval en milieu les.(verplicht). Dat is veel te weinige, we kunnen meer als we bundelen. Organisaties zijn soms bang hun identiteit te verliezen als ze bundelen. Sommige zien het gewoon als een inkomen dat ze niet willen delen. Niet iedereen zal meedoen aan SENA, maar zolang er een n&M netwerk is kunnen we als sector en groep verder.

Hoe zie je de samenwerking van milieu gerichte NGO’s, stichtingen en CBO’s gerealiseerd in de Surinaamse setting?
Anwar: Dit kan echt ingewikkeld zijn. Communicatie/activiteiten tussen deze organisaties zijn niet transparant. Stg, NGO's en CBO moet zorgen dat hun projecten/activiteiten niet worden gekoppeld aan politiek of een bepaalde onderneming/investeerder/belanghebbende. Wat nu een voordeel is, wordt later een nadeel en dan komt de Stg, NGO of CBO in verval. Die band met de overheid gaat makkelijk verloren.
Er moet jaarlijks een policy summit worden gehouden voor deze groepen zodat ze kunnen meebepalen wat de regering moet ontplooien. Het hebben van een formele netwerk zou het beste zijn. Er kunnen prioriteiten worden gekozen en dan elk jaar thematisch middelen worden besteed om deze aan te pakken. Via het netwerk kan er disseminatie plaatsvinden tot lokaal niveau. In het huidige, gebroken systeem, waar alles ad-hoc plaats vind zie je ook dat soms veel geld gaat in een locale project dat in feitelijk doelloos is. Er is geen transparantie en geen overkoepelend beleid dat die samenwerking tussen de overheid en ngo's versoepelt en betrouwbaar maakt. Een formele Natuur en milieu netwerk dat z'n leden beweegt om te presteren. Dit is realiseerbaar. Ook voor de overheid.

Export water met technologische ontwikkelingen op het gebied van desalinisatie? (waterplants op eilanden)
Monique: Eerst maar eens een goede studie doen over de staat van onze waterbronnen en de invloed die het onttrekken van miljoenen liters water op jaarbasis op het ecosysteem heeft. Daarnaast moet ook rekening worden gehouden met toekomstige veranderingen in regenvalpatronen. Dan kunnen we verder praten.

Verschillende mensen/instanties doen aan onderzoek over kwikvervuiling. Wordt er een database bijgehouden van al deze onderzoeken?
Jamille: Ik weet dat NZCS (Nationale Zoologische Collectie) kwikmetingen doet in de bodems, water en vissen. Het ministerie van Volksgezondheid heeft een database van kwikwaardes in onze atmosfeer boven de binnenstad. Het NIMOS en/of BOG zijn de instanties die dit zouden moeten bijhouden en het Ministerie van Volksgezondheid en ATM zullen daar ook een actieve rol in moeten hebben. Een commissie met vertegenwoordigers uit deze instanties en OGS zou ideaal kunnen zijn om het delen van data en bevindingen effectief te delen en bij te houden.

Wat zijn de symptonen van chronische kwik?
Jamille: Ik ben geen expert, maar de meeste bronnen zeggen het volgende: Mogelijke symptomen bij volwassenen na langdurige blootstelling aan hoge waardes: Schade aan het zenuwstelsel, waardoor de motoriek (beweging, reacties), sensoriek (gevoel, zicht) en cognitie (geheugen, spraak en leerprocessen) achteruit gaan. Kinderen kunnen hierdoor geestelijk en lichamelijk gehandicapt raken.
Monique: Hiervoor wil ik verwijzen naar de website van iemand die zelf kwikvergiftiging heeft gehad. Let wel, het is geen medische website en Peters zelf zegt ook dat je altijd een medicus moet raadplegen: http://www.patrikpeters.amalgaam.be/symptomen_kwikvergiftiging.htm#3. Chronische kwikvergiftiging

Waarom is Suriname 1 van de weinige landen in Zuid-Amerika waar nog met kwik goud wordt gewonnen?
Jamille: De overheid heeft onvoldoende grip op de kleinschalige mijnbouw of onvoldoende wil om dit te veranderen. Politieke keuzes/ strategieën en corruptie kunnen ook een rol spelen.
Monique: Als ik die vraag kon beantwoorden dan zou ik het probleem kunnen oplossen. Ik denk deels doordat het snel geld maken mensen blind maakt voor de langetermijngevolgen van kwikgebruik. En dat blind zijn, heeft deels te maken met een zeer laag educatie/ontwikkelingsniveau.

Grote ontwikkeling gaat gepaard met vernietiging van het milieu. Is het mogelijk om profit (in geld uitgedrukt) te maken zonder het milieu te schaden? (Want alle minimale schade toegebracht aan het milieu wordt uiteindelijk ook veel)
Jamille: Klopt, er vind accumulatie van schade en vervuiling plaats als het milieu niet de kans krijgt om zich te herstellen. Profit zou zeer zeker gemaakt kunnen worden als we goederen en diensten die te verkrijgen zijn uit het milieu op een andere manier gaan exploiteren en waarderen. Ik geloof dat het economisch systeem en de markt toe zijn aan een transformatie. Want dit beïnvloed zowel het fiscaal beleid als de keuzes van producenten en consumenten.
Monique: Er zijn een aantal landen in de wereld die weinig eigen hulpbronnen hebben, maar toch een hoge ontwikkeling. Het is een dilemma, waar nu door de UN aandacht aan wordt besteed in haar Human Development Report. 
Bronnen: http://hdr.undp.org/en/content/table-1-human-development-index-and-its-components en http://www.footprintnetwork.org/en/index.php/GFN/blog/human_development_and_the_ecological_footprint#sthash.17IzyHQV.dpuf

Democratie en milieu in Suriname

Tijdens de Democratiemaand organiseerde Projekta in samenwerking met Green Heritage Fund Suriname en de Global Shapers Parmaribo een lezing en discussieavond rondom het thema ‘democratie en milieu’. Deze vond plaats op donderdag 27 november. Monique Pool van GHFS gaf een lezing en Jamille Haarloo van de Global Shapers Paramaribo en Anwar Alibux van Stichting Samarja gaven naar aanleiding hiervan een statement. Wat volgde was niet zo zeer een discussie, maar eerder een collectieve uiting van onvrede over de milieusituatie in Suriname. Ook waren er veel vragen. Vanwege tijdsgebrek kon een aantal vragen niet beantwoord worden. Deze vragen en antwoorden hebben wij hier voor u op een rijtje gezet.

Wat is de relatie tussen milieu en democratie?
Monique: Met mijn presentatie heb ik willen aangeven dat aan het basisgrondrecht vervat in Artikel 6g geen invulling wordt gegeven. “het scheppen en het bevorderen van condities, nodig voor de bescherming van de natuur en voor het behoud van de ecologische balans.” Dit is een democratisch recht, en we hebben nog niet eens moderne milieuwetgeving om hier invulling aan te geven.

Vindt u dat wereldleiders zich echt druk maken over het milieu?
Anwar: Nee. Nergens in de wereld is milieu een prioriteit. Economische groei en veiligheid komen eerst. Vaak worden deze ook als excuses gebruikt om milieu op de achterbank te zetten. Net zoals de Amerikanen die nu olie boren(fracking) en hun grondwater vervuilen met als excuus afhankelijkheid van olie uit het midden oosten waar er veel oorlogen zijn die ze zelf zijn begonnen of in stand houden. Ontwikkelingslanden, vooral Aziatische landen hebben milieu verantwoordelijkheid mee uit cultuur. Dit verdunt omdat ze met elkaar en met het westen concurreren voor economische en militaire macht. Dit is duidelijk te zien bij CO2 onderhandelingen van de VN.
Jamille: Er zijn wereldleiders in soorten. Wereldleiders, zoals Jane Goodall, klimaatexperts en activisten verbonden aan grote milieuorganisaties maken zich heel veel zorgen over het milieu en de toekomst. Dit zijn vaak personen met een technische achtergrond in milieu, natuurkunde, meteorologie, biologie etc die veranderen in activisten juist omdat ze zich druk maken en niet meer kunnen toekijken. De kracht van deze groep is dat ze vaak een holistische kijk (zowel wetenschappelijk als maatschappelijk) op problemen hebben. Politieke wereldleiders daarentegen, nemen eerder een strategische standpunt in om hun eigen agenda (of agenda van wie ze vertegenwoordigen) te kunnen vervullen – Het gaat daarbij dus vaak om specifieke belangen, van een partij of doelgroep uit hun land. Als milieu daarin voorkomt, zal dat dan ook aandacht krijgen.
Monique: Als het gaat om politieke wereldleiders, dan denk ik dat die zich onvoldoende inzetten voor het milieu, enkele uitzonderingen daargelaten: Al Gore en dan hebben we ook nog de Elders (Nelson Mandela, Martti Ahtisaari, Kofi Annan, Ela Bhatt, Lakdar Brahimi, Gro Harlem Brundtland, Fernando H Cardoso, Jimmy Carter, Hina Jilani, Graça Machel, Mary Robinson, Desmond Tutu en Ernesto Zedillo). Dus dan zijn het niet alleen politieke leiders, daarnaast zien we dat een religieuze leider zoals de huidige Paus en de Dalai Lama zich ook uitlaten over het milieu. Zeker de huidige Paus heeft een heel duidelijke visie.

Veel van de milieuproblemen zitten diep geworteld in het onderwijssysteem en educatie, niet iedereen denkt op dezelfde wijze en ziet alles op dezelfde manier. Welke stappen kunnen wij nemen om dit effectief op te lossen?
Jamille: Onderwerpen zoals milieu en maatschappij zouden vanaf de middelbare school breed behandeld moeten worden. Het moet allemaal in een breed perspectief geplaatst worden om de doelgroep bewust te kunnen maken van het probleem. Een eerste stap zou kunnen zijn om de leerkrachten en directeuren van scholen hierin te trainen en lesmateriaal te ontwikkelen.

Armoede is ook een andere factor. Als mensen niets hebben is geld hun enigste motivatie om te leven en zijn bereid alles te doen hiervoor. Hoe kunnen wij armoede verminderen en alle elementen van het milieu in balans brengen?
Jamille: Armoede zie ik als een subjectief en verouderd begrip beperkt tot het bezitten van geld en goederen. Inheemsen en andere bewoners van het bos hebben toegang tot andere rijkdommen die in hun traditionele cultuur heel veel waarde hebben. Is er in dit geval sprake van armoede? Elke groep en cultuur zal zelf moeten bepalen hoe zij naar armoede kijken en hoe ze dat willen bestrijden. Maar eerst moeten we afstappen van de dogma dat geld en goederen allesbepalend zijn in dit proces.

Hoe komt het dat 90% van onze voedsel wordt geimporteerd?
Monique: Omdat wij een importeconomie zijn, we produceren heel weinig zelf. Dat is waarschijnlijk historisch zo gegroeid, mensen hebben een negatief gevoel bij werken op het land.

Van waar dateren de cijfers over de voeding die wij gebruiken in Suriname?
a.Waar is het op gebasseerd? b.Is het productie vs Imports?
Monique: Dat heb ik gelezen in een van de FAO beleidswitboeken geschreven voor Suriname. Ik ben naarstig op zoek gegaan naar welke het precies is, maar heb het zo snel niet kunnen terugvinden. Ik blijf zoeken. Ik ga ervan uit dat het cijfers zijn die men uit de handelsstatistieken heeft gehaald. Ik moet terugzoeken in mijn achtergrond documentatie om een precies antwoord te kunnen geven.

Hoe hopen jullie het nieuwe regeringsplan te beinvloeden? Als vaak genoeg blijkt dat zelfs met informatie ter beschikking beleidsmakers nauwelijks actie ondernemen/passen en gedegen beleid formuleren.
Monique: Door een document te hebben waarin staat wat belangrijke groepen in onze samenleving van belang vinden als het om milieu gaat. Inderdaad is het hebben van informatie niet altijd zo dat men juiste beslissingen neemt, maar het is denk ik wel een belangrijke factor (kennis en informatie) om mensen hun inzicht te doen veranderen.

Worden de politieke partijen ook getoetst of ze de adviezen uit het rapport opvolgen? Worden ze hiermee openbaar geconfronteerd? (Accountability enzo…)
Monique: We zullen dat in ieder geval via de site doen waarop het rapport komt te staan. Afhankelijk van de mogelijkheden zal dat dan in een debat of een openbare meeting ook naar voren kunnen worden gebracht.

Heeft Global Shapers, GHFS, Stg. Projekta reeds prioriteitsgebieden geindentificeerd die opgenomen zullen worden in de Regeringsverklaring? Indien ja, op welke wijze zijn die prioriteitsgebieden vastgesteld?
Monique: We zijn nu in een proces om met specifieke groepen in de samenleving focusgroepen te doen, zodat we die prioriteitsgebieden kunnen vaststellen. Aan de hand van de top 3 of 4 zullen we dan nog publieke debatten houden. Daaruit moet een rapport rollen dat de prioriteiten aangeeft en daarmee gaan we aan de slag. Dus wij stellen het niet vast, we gaan luisteren naar anderen om te horen wat zij belangrijk vinden en daarnaast zullen we ook een desk study doen.

Klik hier voor het vervolg van de vragen en antwoorden.