dinsdag 6 december 2011

Deel II Verslag Klimaatfinanciering: Discussie

Na de inleiding van Annette Tjon Sie Fat ontstond er een levendige discussie die door Sharda Ganga werd geleid. De informele sfeer en de niet al te grote groep aanwezigen, creëerden de juiste atmosfeer voor een ontspannen, maar toch diepgaande discussie. Veel vragen waren gericht aan dhr. Ramesh Malahe, vertegenwoordiger van kabinet President, en verbonden aan de CCDA (Climate Compatible Development Agency).

Maya Manohar wilde graag weten als de RPP commissie nog bestond. Dhr. Malahe gaf aan dat alle voormalige overheidscommissies zijn ontbonden, en vanuit het Kabinet van President de Climate Compatible Development Agency in het leven is geroepen. Deze agency is opgericht op 3 augustus 2001, en is het coordinatiepunt voor alle kwesties die met klimaatverandering te maken hebben. Een reden voor het instellen van een agency die direct aan de President rapporteert, is volgens Malahe,  het feit dat er weinig gebruik is gemaakt van de kansen die bijvoorbeeld het Clean Development Mechanism bood/biedt. De CCDA zal de taxatie van het bos oppakken en in maart 2012 een rapport indienen en in augustus verdedigen. Het rapport is nodig om in aanmerking te komen voor de fondsen van RPP. Het is mogelijk de taxatie via de Wereldbank te financieren. Conservation International Suriname zal hierin de rol van waarnemer vervullen en de kennis en expertise ook inzetten. Volgens dhr. Malahe was het niet mogelijk CI Suriname een formele status te geven aangezien zij een internationale organisatie was. Dit werd meteen weerlegd door Annette Tjon Sie Fat die aangaf dat CI Suriname een Surinaamse organisatie is. Zij was ook niet op de hoogte van de waarnemersstatus van CI-Suriname.

Capaciteit

Maya Manohar wilde ook graag weten of Suriname wel de capaciteit heeft om de processen en procedures voor het indienen van klimaatprojecten te doorlopen. Sonya Carilho van de Studierichting MilieuWetenschappen van de Anton de Kom Universtiteit meldde dat de self assessment studie, onder de vorige Minister uitgevoerd, uitwees dat Suriname deze capaciteit ontbreekt. Malahe meent dat Suriname misschien de organisatorische capaciteit ontbreekt, maar dat er geen gebrek is aan intellectuele capaciteit. Ook zegt hij dat je capaciteit moet kunnen inhuren.

Hoewel de inleider er eens mee was dat de RPP kan worden afgemaakt, zal er toch capaciteit nodig zijn voor de uitvoering. Ook zal er capaciteit nodig zijn voor de uitvoering van andere projecten. Om te beginnen zijn er niet veel personen met de nodige kennis. Volgens een assesment van Tropenbos International ontbreken o.a. technische vaardigheden bij milieuorganisaties. Ook zijn de  betrokken personen niet gemotiveerd, meent Sonya Carrilho. “Projectgelden gaan op aan dure buitenlandse consultants. Als de projectgelden zijn opgedroogd sterven projecten een zachte dood. Dit ontgaat de internationale organisaties natuurlijk niet.”.Volgens Malahe is het gebrek aan capaciteit niet alleen een probleem bij het klimaatsveranderingsvraagstuk, maar speelt het in nagenoeg alle sectoren. Het probleem wordt opgelost als jee een visie kan ontwikkelen. ‘Dan kun je kennis inkopen”, zegt hij.
De universiteit is het instituut bij uitstek waar de kennisvergaring zou moeten plaatsvinden. Malahe: “We moeten kijken hoe we die kennis daar houden.”.

John Courtar van het Ministerie van ATM en van de politieke partij PSV wilde met klem aangeven dat het niet correct is dat ministeries GEEN deskundigen hebben. Het probleem is niet capaciteit, maar mandaat. Internationaal komt ook de dimensie van strategische belangen kijken. “Zolang we als land niet kunnen bepalen wat we willen, gaan we internationaal niet kunnen onderhandelen.” Chiquita Resomardono, policy officer bij CI Suriname en voormalig ambtenaar bij NIMOS vertelde haar eigen ervaring waarbij ze als jonge deskundige naar zo’n conferentie werd gestuurd. Zonder begeleiding, zonder richting. De deskundigheid is dan wel aanwezig, maar het ontbreekt aan begeleiding tijdens het proces en bij de onderhandeling. Haar aandachtspunt werd volledig door Sonya Carilho ondersteund. De kennis en motivatie is er, maar de ervaring ontbreekt. Dat geldt echter niet voor elke ministerie of afdeling, zeker niet bij Arbeid, meent Courtar, want bij Arbeid wordt voor grote conferenties breed gediscussieerd en de strategie bepaald. De voorbereiding vindt al maanden vooraf plaats. Junior deskundigen zijn hierbij nauw betrokken.


Participatieve processen
Is er nagedacht over hoe mensen te betrekken, hoe rekening te houden met een ieders belang, de manier waarop zal worden overlegd, besluiten genomen zullen worden?” vroeg Sharda Ganga.  De vertegenwoordiger van het Kabinet van de President antwoordde dat er al een jarenlange dialoog bestaat tussen de ministeries van ATM, en ROGB. Ook is een evaluatie van start gegaan. Het CCDA zal de rol van coordinator in de voorgestelde dialoogstructuur van het RPP proces innemen. Er zal met alle andere stakeholders gewerkt moeten worden om het RPP en andere projecten in de uitvoering te krijgen. Een resource groep en een Core group zijn al gevormd en hebben al vergaderd. Ook zijn er consultaties gepland. Maar er zijn nog onduidelijkheden, bijvoorbeeld “ hoe betrek je Forest dependent People”, vraagt Malahe zich af “ daar zijn we nog niet uit bij het CCDA.”  

De VIDS, OIS en VSG zijn geen directe stakeholders, meent Annette, dat zijn de gemeenschappen, en men moet ook direct met de gemeenschappen in dialoog gaan. Je moet weten wat ze willen, ze hebben het recht om mee te besluiten. Bij deze groepen is face-to-face communicatie cruciaal, zoals ook Salomon Emanuels tijdens zijn presentatie over de grondenrechtenconferentie aanhaalde. Hij heeft ook aangegeven dat er naast workshops nog vele andere (betere) manieren zijn om dat te doen.

Kun je niet eerst je RPP opstellen en hen daarna betrekken? werd vauit het publiek gevraagd. Er is immers haast achter. Daar begon het eerder mis te gaan, gaf Annette aan: als je de stakeholders (in dit geval marrons en inheemsen) niet meteen betrekt al in de formuleringsfase, loop het mis. Om die reden werd Suriname door de Wereldbank op de vingers getikt.

Jason Watkin wilde graag van dhr. Malahe weten wie de status van waarnemer voor CI Suriname heeft bepaald. Malahe verklaarde dat vanwege het korte tijdspad voor indiening met 2 groepen is gewerkt: een kerngroep en een kennisgroep, geflankeerd door technische deskundigen. De kerngroep bestond uit mensen die nationale en internationale ervaring hebben. Deze groep helpt het CCDA denken: eerst uitzetten en dan in het natraject de participatieprocessen doen. Anderzijds probeer je met de vooruitgeschoven mensen in de groepen te praten. aar die discussie wordt tegengehouden.
Het CCDA bestaat momenteel uit 2 personen. Er is bovendien nog niet veel werk verricht, omdat het verloop van de Grondenrechtenconferentie werd afgewacht.  


Alles kan worden samengevat in de rode draad in de democratiemaand en het werk van Projekta:  nadenken over de manier waarop structuren voor overleg en dialoog worden opgezet.
“Het is meer dan RPP, RPIN, forest-dependent people.”, sluit Sharda af., Het gaat om hoe je iedereen die ermee te maken heeft of door climate change getroffen wordt, betrekt bij besluiten die hun leven zullen beïnvloeden.”  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen