dinsdag 6 december 2011

Deel 1 verslag : Klimaatfinanciering: dialoog vereist


Op vrijdag 2 december sloot Projekta Democratiemaand 2011 af. Projekta legde in het tweede deel van de avond rekenschap af over de activiteiten en het verloop van de Democratiemaand. Het eerste deel was gereserveerd voor de lezing “Klimaatfinanciering: dialoog vereist” door Annette Tjon Sie Fat, directeur van Conservation International Suriname.
 
Proces en structuur goed afspreken
Annette Tjon Sie Fat startte de inleiding met een korte beschrijving van de geschiedenis van klimaatfinanciering en de uitdagingen die er internationaal hebben gespeeld en nog spelen rondom de onderhandelingen. Een grote uitdaging is de ongelijkheid tussen ontwikkelde landen en ontwikkelingslanden.
Bij de internationale klimaatconferenties is er er een veelheid aan vaste formele politieke en technische overlegstructuren en dialoogmechanismen en ad hoc werkgroepen. Informele dialoog, lobby en advocacy (in de wandelgangen) bepalen een even groot deel van de besluitvorming als de officiële meetings. Behalve de formele overheidspartijen, zijn er diverse belangengroepen: waarnemers, international organisaties van inheemse volkeren, milieuorganisaties, Vrouwenorganisaties, Jongerenorganisaties, G77, en anderen. Hun lobby en invloed zijn weliswaar niet formeel, maar mogen niet worden onderschat.
Volgens de principes van de Verenigde Naties, moeten besluiten in algemeen consensus worden genomen, maar met zo’n scala aan dialoogmechanismen en belangen, is het begrijpelijk dat dit tot nu toe nauwelijks is gelukt.

Proces Suriname
Na een beschouwing van het internationaal niveau, ging Tjon Sie Fat in op het nationaal en het lokaal niveau in Suriname. Hier bestaan er helemaal geen formele dialoogmechanismen om over klimaatverandering (en dus ook over klimaatfinanciering) te praten. Er is wel informele zichtbare dialoog tussen ministeries, lokale en internationale NGO’s, milieuorganisaties en organisaties voor tribale volkeren. Tegelijkertijd is er ook onzichtbare druk en dialoog vanuit de partijpolitiek, individuele belangen, en internationale organisaties.

Er is misschien geen formele dialoog, maar er zijn wel initiatieven geweest in Suriname, waarvan het belangrijkste en meest gestructureerde was die voor het indienen van een project bij de Forest Carbon Partnerschip Facility, die wordt beheerd door de Wereld Bank. Dit proces strandde nog voordat het voorstel was ingediend, omdat inheemse en marronorganisaties internationaal aan de bel trokken omdat zij vonden dat zij onvoldoende betrokken waren. Aangezien participatie een eis van de Wereldbank is voor financiering, heeft die toen het proces stopgezet. Het was toen kort voor de verkiezingen, dus in Suriname is het toen ook komen stil te liggen.

Macht, verantwoordelijkheid en rekenschap
Na haar analyse van het internationaal en het nationaal proces, kwam zij tot de conclusie dat drie belangrijke factoren de hoofdredenen zijn waarom dialoog over klimaatfinanciering zo ingewikkeld is: macht, verantwoordelijkheid en accountability (rekenschap).  Er zijn veel belangen die elkaar doorkruisen, en niet alle partijen (internationaal, maar ook lokaal) hebben evenveel zeggenschap in de besluitvorming. Daarnaast ontbreken standaarden, prioriteiten en criteria om te verzekeren dat fondsen eerlijk en effectief worden geïnvesteerd. Verder schort het aan onder andere technische knowhow voor de uitvoering van projecten, controlemechanismen voor financiële stromen, en klachtenregelingen. De eigendomsrechten op o.a. grond zijn ook niet goed geregeld.
Het FCPF proces strandde onder andere omdat er onvoldoende deskundigheid was bij de coördinatie en de commissieleden, en onvoldoende duidelijkheid van de overheid over richting en keuzen. Verder werden processen niet deskundig gepland en geleid en waren zij onvoldoende flexibel. Er werd onvoldoende onderling en naar buiten toe gecommuniceerd. Daarnaast waren er ook uitdagingen in de keuze voor stakeholders en de mate waarin zij betrokken werden. De overheid probeerde ook twee dialoogprocessen de combineren: die over de totstandkoming van het projectdocument, en die over de klimaatverandering.
Tot slot van haar inleiding, presenteerde Tjon Sie Fat een mogelijke dialoogstructuur voor het FCPF. Zij gaf aan dat de structuur eerst goed moet zitten, voordat het proces kan worden uitgezet.

Na de inleiding volgde een stevige discussie. Hierover meer in het volgend bericht.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen