Posts tonen met het label Cheryl Dijksteel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Cheryl Dijksteel. Alle posts tonen

vrijdag 11 december 2020

Wet Openbaarheid van Bestuur: Cruciaal voor onze democratie

 “Overheidsfunctionarissen doen alsof de informatie hun eigendom is. De informatie die in het publieke domein thuishoort, wordt in veel gevallen als top secret behandeld. Maar het is informatie waar de samenleving recht op heeft, want het zijn beslissingen die betrekking hebben op die samenleving. Eén van de belangrijkste dingen die dit kan veranderen is de WOB”, zo pleitte Ivan Cairo tijdens de Paneldiscussie Wet Openbaarheid van Bestuur: Cruciaal voor onze democratie, die in het kader van de Democratiemaand op 23 november 2020 georganiseerd werd door Projekta, via Zoom en Facebook live.

Fayaz Sharman, voormalig hoofd Juridische Ondersteuning van de Nationale Assemblée (DNA) en momenteel juridisch adviseur op het Kabinet van de President, sprak op persoonlijke titel. Hij ging in op de juridische aspecten van de WOB. “Openbaarheid is een conditio sine qua non, een onvermijdelijke voorwaarde, voor good governance en burgerparticipatie.”

Op dit moment hebben burgers wel mogelijkheden om informatie op te vragen bij de overheid of regering, via bijvoorbeeld een verzoekschrift of beklagschrift. Problematisch is echter dat er geen wettelijke basis is om het af te dwingen. “We kunnen de Staat niet naar de politie brengen omdat de Staat je geen informatie wil geven.”

Sharman eindigde zijn presentatie met wat er reeds gedaan is met betrekking tot openbaarheid van bestuur en wees, naast de Anti-corruptiewet, ook op de Comptabiliteitswet 2019. Kort samengevat: de begrotings– en verantwoordingsstukken van overheidsorganen genoemd in de wet moeten informatie bevatten om het beleid van het bestuur te kunnen beoordelen. Die informatie moet gemakkelijk toegankelijk en tijdig beschikbaar zijn. Dat betekent bijvoorbeeld dat het publiek ook inzage moet hebben in waar alle subsidies naar toe gaan.

Openbaarheid van Bestuur door middel van het Enquêterecht

DNA-lid Cheryl Dijksteel, tevens docent aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname brak een lans voor het Enquêterecht. In juni vorig jaar diende de huidige DNA-voorzitter Martinus Bee al een initiatiefwet in. Anders dan bij het Interpellatierecht, kan met het Enquêterecht door DNA informatie opgevraagd worden los van de regering.

Volgens Dijksteel geeft het Enquêterecht een extra dimensie aan de volksvertegenwoordiging, want het vergroot de controlefunctie van DNA. Het recht zou ook een preventieve werking kunnen hebben, zegt Dijksteel, want als er bijvoorbeeld een misstand geconstateerd wordt bij een parastataal bedrijf en een klokkenluider dit naar buiten brengt, kan het inzetten van het enquêterecht door DNA ervoor zorgen dat ergere misstanden worden voorkomen.

Het Enquêterecht kan ook burgerparticipatie bevorderen, omdat de burger weet dat als deze informatie doorgeeft aan een parlementariër, er iets mee gedaan kan worden. “Nu wordt er ook informatie gegeven door burgers aan parlementariërs, maar die zijn afhankelijk van informatie die de regering geeft.”

Journalistiek: lastig werken zo

Journalist Ivan Cairo trakteerde de meer dan 40 aanwezigen op tal van voorbeelden uit zijn ruim 25-jarige ervaring als politiek verslaggever. “De overheid houdt niet van pottenkijkers. Zij doet er letterlijk en figuurlijk alles aan om informatie af te schermen.” De persmomenten die de overheden organiseren zijn niet genoeg om als journalist je werk naar behoren te doen. “De pers is het instrument bij uitstek om de samenleving op een onafhankelijk manier te informeren over wat er in die samenleving speelt en ook over wat de overheid doet en niet doet. Want het handelen van de overheid heeft invloed op het leven van de samenleving.”

De hamvraag is volgens Cairo “Is er wel politieke wil?” De Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ) heeft met verschillende parlementen sessies gehouden. Ook is deze issue aangekaart tijdens de hearings van de huidige regering, in aanloop naar hun regeerakkoord. Ondertussen hadden tal van zaken opgehelderd kunnen worden indien er een WOB was geweest. Als voorbeeld noemde hij het vertrek van Suralco: “dan hadden we kunnen oprakelen wat tot nu toe niet aan de samenleving is verteld”.

En als een burger wordt geconfronteerd met de bouw van een bordeel of een casino in zijn of haar woonwijk, zou die via een beroep op de WOB inzage krijgen in besluitvorming. “De burger moet de gelegenheid krijgen om het bestuurlijke proces van de overheid te doorzien”, zei Cairo.

Gebrek aan integriteit als barrière

Tijdens de presentaties stroomden vragen van kijkers binnen via de chat. Opvallend was dat het publiek ook met elkaar in gesprek ging in de chat en elkaar van informatie voorzag, of elkaar bijviel: “helemaal mee eens!”

Tijdens deze levendige discussie, kwamen issues ter sprake als beroepsgeheime informatie en privacy, de functie van,  en het gebrek aan goede overheidscommunicatie, de noodzaak van een Ombudsinstituut, het niet up-to-date zijn van overheidswebsites, de rol van RR, DR en Burgerinformatiecentra (BIC), en het gebrek aan integriteit bij politici.

“Is het niet de hoogste tijd voor een integriteitscode voor politici?” vroeg een deelnemer. De panelleden waren unaniem: “Zo een code had er allang moeten zijn. Volgens Dijksteel is een wet het fundament, maar het zit in de aard van de mens om een manier te vinden om te handelen in eigen belang. Sharman pleitte daarom voor een cultuur van openheid en transparantie.

Cairo benadrukte daarom weer het belang van de Wet Openbaarheid van Bestuur, want “het is een instrument om zij die een corrupte inborst hebben tegen te houden”. Hij benadrukte ook dat politici elkaar moeten wijzen op fouten, in plaats van elkaar in bescherming te nemen.

Cairo zegt dat wat er nu moet gebeuren geen rocket science is. “Iedereen weet dat de WOB er moet komen. Het ligt aan de samenleving om de politiek dat zetje te geven dat die komt.” Volgens hem liggen die dingen al panklaar. “Ze hoeven alleen nog maar in de olie en bakken maar.”

zaterdag 21 november 2020

De journalist is geen Superman

Het is Democratiemaand! In de afgelopen jaren heeft Projekta verschillende State of our Democracy nieuwsbrieven uitgebracht. Tijdens de Democratiemaand 2020 zullen we opvallende artikelen opnieuw posten. Sommige blijken nog steeds relevant te zijn. 

Onderstaand artikel is verschenen in 2010. Wat is er volgens jou de afgelopen tien jaar veranderd? Wij praten over dit onderwerp met Cheryl Dijksteel, Ivan Cairo en Fayaz Sharman tijdens de paneldiscussie op maandag 23 november 2020. Registreer hier!

Journalisten worden door de samenleving vaker gezien als Superman, maar die zijn ze niet, zei Edward Troon, fotojournalist en ondervoorzitter van de Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ) bij de Democratiemaanddiscussie over Openbaarheid van Bestuur. Een journalist komt uit de samenleving, en draagt de kenmerken van die samenleving in zich mee. Zij zullen dus fouten maken, en niet altijd alle verwachtingen kunnen voldoen. Een journalist hoort zijn vak goed uit te oefenen, zich te richten op feiten en door verschillende personen aan het woord te laten, kan het publiek een beter beeld krijgen van de werkelijkheid. Een journalist is geen macht of geweten, maar oefent het vak uit vanuit een onafhankelijke positie. 

Journalistiek is een vak, een beroep, en geen hobby. Van een journalist wordt verwacht dat deze een brede algemene ontwikkeling heeft en over vakkennis beschikt. Op basis van deze kennis moeten zij hun werk zo goed mogelijk doen, zelfs als zij barrières ondervinden in de praktijk. 

Er zijn steeds nieuwe ontwikkelingen en technieken. Daarom hebben journalisten de verantwoordelijkheid om zich te blijven scholen. Een belangrijk deel van hun taak is immers informatie te garen, te verwerken zodat deze begrijpbaar wordt voor het algemene publiek. Er worden deskundigen geïnterviewd die in vaktaal spreken. De journalist moet in staat zijn deze verteerbaar te maken voor een breed publiek. 

Het werk van journalisten in Suriname wordt extra bemoeilijkt omdat er geen wet is op openbaarheid van bestuur. De overheid is niet verplicht om in te gaan op vragen van journalisten, waardoor het moeilijker wordt om aan informatie te komen. De democratie is er gebaat bij als de overheid rekenschap geeft van zaken. Daarom is deze wet nodig om de democratie te versterken. 

Toch dienen journalisten informatie correct, als het kan met raadpleging van meerdere bronnen, te brengen. Dit is vastgelegd in de beroepscode van de SVJ, waaraan elk lid gebonden is. De beroepscode is echter geen pressiemiddel; er volgen geen sancties als een journalist zich niet aan deze code houdt. Ook mediahuizen hoeven zich niets aan te trekken van de ethische code. Bovendien hoeft een journalist geen lid van de SVJ te zijn, om het beroep uit te kunnen oefenen. Het enige dat hiervoor nodig is, is een mediahuis dat bereid is de journalist in dienst te nemen. 

Enkele van de mediahuizen in Suriname zijn echter gepolitiseerd. Het hebben van een politieke kleur hoeft echter geen belemmering te zijn voor het uitoefenen van het beroep. Het publiek moet weten waar een medium staat, waardoor de informatie op haar juiste waarde kan worden beoordeeld. 

Als media niet onafhankelijk zijn of niet uitkomen voor hun politieke kleur, wordt het publiek in feite zand in de ogen gestrooid. Hierdoor is het moeilijk om onderscheid te maken tussen feiten en meningen. Het publiek heeft grote behoefte aan informatie en participatie. Dit blijkt uit de vele opbelprogramma’s waar veel mensen naar bellen en hun mening geven over topics. Ook op Facebook wordt er op verschillende nieuwsfeiten gereageerd. Het publiek raakt steeds mondiger en zal media die gekleurd zijn ook hierop wijzen. Het is niet zo dat iedereen alles voor zoete koek aanneemt. 

Dit betekent dat er ook kwaliteitseisen worden gesteld. Media en journalisten die over de schreef gaan, lopen gevaar om door de mand te vallen. Omdat er voldoende keuze is, zorgen zij op deze manier hun eigen ondergang.

De Press Freedom Index wordt jaarlijks door Reporters without Borders samengesteld en gepubliceerd. De index is een rangschikking van landen gebaseerd op een beoordeling van de persvrijheid in het land. In de meest recente Press Freedom Index (2020) staat Suriname op plek 20.
Bron: https://rsf.org/en/ranking_table