Posts tonen met het label wet openbaarheid van bestuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wet openbaarheid van bestuur. Alle posts tonen

dinsdag 12 oktober 2021

Projekta presenteert prioriteiten uit schaduwrapport aan VN-lidlanden

Afgelopen donderdag 7 oktober 2021, pleitte Projekta voor onder andere een Wet Openbaarheid van Bestuur en meer aandacht voor kinderbescherming tijdens de zogeheten Pre-session voor de Universal Periodic Review (UPR) van Suriname.

Tijdens deze sessies, die dit jaar vanwege Covid-19 online plaatsvonden, worden vertegenwoordigers van nationale mensenrechteninstituten en maatschappelijk organisaties in de gelegenheid gesteld om de situatie wat mensenrechten betreft aan te kaarten bij de permanente missies van de lidstaten van de Verenigde Naties (VN). De sessies worden georganiseerd door de internationale organisatie UPR Info, die ook een trainingstraject verzorgde in aanloop naar de sessies.

Projekta gaf tijdens de Pre-Session aan dat, om het recht op informatie te kunnen beleven, het de hoogste tijd is dat deze regering haar verkiezingsbelofte van een Wet Openbaarheid van Bestuur waarmaakt. Voor de realisering en navolging van deze wet, moet de regering samenwerken met het parlement en maatschappelijke organisaties. 

Voor betere kinderbescherming en dienstverlening voor kinderen die slachtoffer zijn van geweld, is het volgens Projekta van essentieel belang dat de regering doorgaat met het Integraal Kinderbeschermingsnetwerk (IKBeN) en in het bijzonder de interministeriële technische commissie voor kinderbescherming. Er moet voldoende geld worden begroot en toegekend aan het versterken en ondersteunen van dienstverlenende instanties vanuit de overheid; het versterken van de dienstverlening door maatschappelijke organisaties; en noodopvang voor kinderen voorzien van voldoende middelen en opgeleid personeel. 

Onderwerpen van de verschillende landen welke tijdens de Pre-sessions van 6 en 7 oktober 2021 zijn besproken. Bron: upr-info.org

Universal Periodic Review

De UPR is het rapportagesysteem waarmee de Mensenrechten Commissie van de Verenigde Naties, de stand van zaken van mensenrechten van alle 193 VN-lidlanden beoordeelt. De lidstaten rapporteren over hun vorderingen voor het verbeteren van de beleving van alle mensenrechten in hun land. Suriname rapporteert tijdens de 39e Working Group sessie op 1 november 2021. Bij deze derde review voor Suriname wordt de periode mei 2016 – maart 2021 onder de loep genomen. 

Als aanvulling op de nationale rapportage van de lidstaten, kunnen maatschappelijke organisaties schaduwrapporten indienen. Eind maart heeft Projekta haar schaduwrapport ingediend bij de Mensenrechten Commissie. 

Projekta rapporteert hierin over mensenrechtenschendingen met betrekking tot vrijheid van meningsuiting, persvrijheid, kinderbescherming, financiële hulp voor kwetsbare kinderen (in tehuizen), mensenrechten en giftige afvalstoffen (kwikvervuiling in het bijzonder), mensen met een beperking en het uitblijven van een nationaal Mensenrechteninstituut. Voor elk thema heeft Projekta aanbevelingen gedaan hoe de staat Suriname de situatie dient te verbeteren. 

Lees voor meer informatie over de UPR en Projekta’s participatie in het proces de eerder verschenen berichten over kwikvervuiling en persvrijheid


UPR Info Pre-session panel van Suriname

Het panel van de Pre-session van Suriname bestond naast Projekta uit de Surinaamse NGO’s Stichting Lobi Health Center en Parea (die tevens Women’s Rights Centre vertegenwoordigde) en de International Human Rights Clinic van de University of Oklahoma College of Law. 

Door middel van vooraf opgenomen video-statements hebben de panelleden de aanwezige vertegenwoordigers van de permanente missies meer inzicht gegeven in de mensenrechtensituatie in Suriname. Meer nog hebben zij de landen opgeroepen om de aanbevelingen uit de bij de HRC ingediende schaduwrapporten over te nemen tijdens de Working Group sessie waarbij de staat Suriname gereviewd wordt. Tijdens de sessie van Suriname waren er vertegenwoordigers van de permanente missies van de VN in Genève aanwezig van Frankrijk, België, Nederland, Australië, Canada, Italië en Ierland. 

De thema’s die door de andere organisaties aangekaart zijn, betroffen rechten van inheemse volkeren, gezondheid en milieu; seksuele en reproductieve gezondheid, seksuele voorlichting, baarmoederhalskanker en het decriminaliseren van abortus; vrouwenrechten en gendergelijkheid en discriminatie vanwege seksuele geaardheid en genderidentiteit en -expressie. 

Projekta’s statement is hier terug te lezen. De statements van de andere organisaties en andere informatie over de UPR van Suriname is op de website van UPR Info terug te lezen.

Klik hier voor het volledige schaduwrapport van Projekta.

dinsdag 4 mei 2021

Schaduwrapport Projekta: geen echte persvrijheid zonder Wet Openbaarheid van Bestuur

Eind maart heeft Projekta in haar schaduwrapport voor de Universal Periodic Review (UPR) de situatie met betrekking tot persvrijheid aangekaart en aanbevelingen gedaan om de persvrijheid te vergroten, onder andere door inwerkstelling van een Wet Openbaarheid van Bestuur.

Projekta rapporteert ook de gebrekkige toegang die journalisten hebben tot hooggeplaatste overheidsambtenaren, de boycot van sommige journalisten en mediahuizen door regeringen, en de steeds verdergaande centralisering van informatievoorziening vanuit de overheid. 


Persvrijheid

Op de meest recente World Press Freedom Index van de internationale NGO Reporters sans frontières (Verslaggevers zonder grenzen) prijkt Suriname op plaats 19. Politici kloppen zichzelf op de borst: kijk hoe vrij en veilig ons journalistieke klimaat is. In de praktijk zijn er helaas veel voorbeelden waaruit het tegenovergestelde blijkt. Projekta heeft enkele van deze voorbeelden opgenomen in haar schaduwrapport. Enkele aanbevelingen voor meer openheid en vrije meningsuiting zijn de behandeling en aanname van de Wet Openbaarheid van Bestuur, een halt toeroepen aan centralisering van overheidsinformatie (voorziening) en aan het verbieden van toegang van journalisten om verslaglegging te doen van openbare evenementen; het decriminaliseren van laster en smaad en deze plaatsen onder het civiel recht in overeenstemming met internationale standaarden.


Universal Periodic Review

De UPR is het rapportagesysteem waarmee de Human Rights Council (HRC) van de Verenigde Naties (VN), de stand van zaken van mensenrechten van alle 193 VN-lidlanden beoordeelt. De lidstaten rapporteren over hun vorderingen voor het verbeteren van de beleving van alle mensenrechten in hun land. Suriname rapporteert tijdens de 39e Working Group sessie in november 2021. Bij deze derde review voor Suriname wordt de periode mei 2016 – maart 2021 onder de loep genomen.

Tijdens de vorige UPR in 2016 ontving Suriname 171 aanbevelingen van andere landen.  De Staat Suriname ondersteunde een ruime meerderheid van deze aanbevelingen: zij zou die uitvoeren. Projekta concludeert in haar schaduwrapportage dat er sinds 2016 op sommige vlakken wel enige verbetering is opgetreden, maar helaas veel te weinig. In het bijzonder moet er nog veel bereikt worden op het gebied van rechten voor Inheemsen en tribale volken. Er is een enorm verschil tussen kwaliteit van en toegang tot diensten in de stad en in districten en het binnenland.

Projekta rapporteert ook over mensenrechtenschendingen met betrekking tot de aanwezigheid van giftige (afval)stoffen, kinderbescherming, financiële hulp voor kwetsbare kinderen (in tehuizen), mensen met een beperking en het uitblijven van een nationaal Mensenrechteninstituut.

zaterdag 12 december 2020

Werk aan de winkel voor de Rechtsstaat

In de derde Zoom paneldiscussie tijdens de Democratiemaand 2020 van Projekta, stond de rechtsstaat centraal. De virtuele paneldiscussie, gehouden op woensdag 2 december, concentreerde zich rond de ‘Rule of Law Index’ welke elk jaar wordt gepubliceerd door het World Justice Project. De Index meet de status van de rechtsstaat in de hele wereld aan de hand van een aantal factoren, zoals beperkingen aan de macht van de overheid, de afwezigheid van corruptie, de civiele en strafrechtspraak.
Ineke de Miranda, voormalig rechter, thans lid van de Raad van Advies van het Centrum voor Democratie en Rechtspleging (CDR) ging in haar presentatie in op de overall score van Suriname op die index. In vergelijking met het vorig jaar is Suriname een aantal plekken gedaald op de Index, van plek 69 (van de 126 landen) naar de 76ste plaats (van de 128 landen) – de onderste helft van de Index dus. Er is werk aan de winkel om onze rechtsstaat sterker te maken, stelde de Miranda. 

Het is belangrijk om niet alleen te kijken naar de overall score op de hoofdfactoren, omdat die een vertekend beeld kunnen geven. Zo lijkt op het eerste gezicht Suriname nog redelijk te scoren als het gaat om ‘Open Government’, een begrip dat de principes omvat van transparantie, integriteit, het afleggen van rekenschap en participatie van belanghebbenden. Nu lijkt er in Suriname wel een redelijke mate van stakeholder participatie, maar het ontbreekt aan systematische en tijdige publicatie van informatie door de overheid, er is geen wet Openbaarheid van Bestuur en klachtenmechanismen zijn of niet-bestaand of functioneren slecht. 

Zo is het voor elk van de hoofdlijnen van de index belangrijk om verder te kijken. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor de factor ‘Orde en Veiligheid’ waarbij Suriname een perfecte 1 scoort voor afwezigheid van burgerlijk conflict (burgeroorlog), maar vervolgens een ontzettend laag cijfer (0.2) scoort als het gaat om ‘afwezigheid van gewelddadig verhaal halen’(violent redress). Dit duidt erop dat in Suriname personen veels te vaak geweld aanwenden om onderlinge geschillen op te lossen. ‘Ik vraag me af hoe dat zou komen’, stelde de Miranda.

Grondwetswijziging
Er zijn ook gebieden waar Suriname het over het algemeen goed doet, zoals het waarborgen van de fundamentele rechten zoals vrijheid van geloof en religie; van vereniging en vergadering; en de vrijheid van meningsuiting. De Miranda vroeg aandacht voor een aantal aanbevelingen die zijn gedaan  tijdens de conferentie “Democratie, rechtsstaat en rechtspleging” georganiseerd door het CDR vorig jaar, die moeten bijdragen aan een sterkere rechtsstaat in Suriname, zoals investeringen in het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand en het voortzetten van de overgang van het beheer van de rechterlijke organisatie van het Ministerie van Justitie en Politie naar de rechtsprekende macht. Een andere aanbeveling van de conferentie is dat het ‘s lands bestuur uiterlijk in 2021 een wetsvoorstel aan De Nationale Assemblée aanbiedt voor substantiële wijziging van delen van de Grondwet met betrekking tot o.a. het regeerstelsel, het kiesstelsel, de maximale benoemingstermijn voor de president, het recht van ontbinding van het parlement, specifieke rechten van inheemsen en tribale volkeren, financiering van politieke partijen en beschrijving van een memorie van toelichting bij de Grondwet. 

De staat van Civiele- en Strafrechtspraak 
Ook Eloa van der Hilst, advocaat in overwegend het civiele recht, stond stil bij hoe wij onze rechtstaat sterker kunnen maken. Zij focuste zich in haar presentatie vooral op de aspecten van het civiele en strafrecht. Bij het beoordelen van het civiele en strafsysteem worden factoren zoals toegankelijkheid beoordeeld, maar ook de factoren zoals corruptie in het systeem, discriminatie door het systeem, alternatieve geschillenbeslechting, de duur van het proces en ongepaste inmenging van de overheid. 

Tekort aan rechters 
Van der Hilst, die ook dit jaar één van de respondenten was voor het World Justice Project, geeft aan dat er binnen het civiel systeem een aantal structurele problemen zijn, hoewel er in de loop der jaren het één en ander is verbeterd. Zo is er sprake van een snellere ingang bij de rechter in geval van een kort geding; verzoeken voor beslag worden sneller toegekend, en vonnissen zijn sneller beschikbaar. Het Hof van Justitie publiceert ook de vonnissen via haar website. Echter is het door de COVID crisis veelal niet mogelijk lijfelijk aanwezig te zijn in de rechtszaal. Stagiaires kunnen niet naar de zitting, wat een achterstand betekent in hun opleiding. 

Ook de ‘onredelijk lange duur van het proces’ wordt Suriname aangerekend op de Index. De afhandeling van rechtszaken duurt steeds langer, stelt van der Hilst. Er zijn meer rechters nodig om de veelheid van rechtszaken af te handelen. De wet geeft aan dat er maximaal 40 rechters mogen zijn in Suriname, maar door de groei van de samenleving en dus ook van het aantal rechtszaken is dit aantal niet meer valide. Alle sprekers waren het erover eens dat door de druk op het klein aantal rechters de kwaliteit van de rechtspraak achteruit kan gaan en processen te lang duren. De aanbeveling is dan ook te investeren in een initiële en een structurele rechtersopleiding en daardoor een constante aanwas van rechters te garanderen. 

Ineke de Miranda gaf aan dat de burger bewuster wordt van zijn rechten, en dus vaker naar de rechter gaat. Zij hield het publiek voor dat de CDR met projectfinanciering van EU twee verkorte opleidingen tot rechter zal aanbieden, en ook een project om schrijfjuristen op te leiden die binnen 15 maanden vonnissen zullen leren schrijven. De schrijfjuristen zijn tevens een kweekvijver voor toekomstige rechters. Het probleem is hiermee nog niet volledig opgelost, want ook het aantal griffiers en zittingszalen zal moeten toenemen gaf de Miranda aan.

Gerechtigheid en corruptie 
Advocaat Antoon Karg, ook één van de respondenten voor de Rule of Law Index, gaf aan dat Suriname voor wat gerechtigheid en corruptie betreft gepositioneerd staat in de buurt van landen zoals Kazachstan, Kosovo en Senegal gaf de spreker aan. Dit zijn landen met een recent verleden van interne oorlogen. Suriname staat ook op de onderste plaats als gekeken wordt naar de landen van de Caraïbische regio en Latijns Amerika. Dit is zorgelijk.

Karg gaf aan dat de corruptie bij de uitvoerende en wetgevende macht veel hoger is dan het gemiddelde dat gehanteerd wordt. Het is overigens ook opvallend dat volgens de Index de corruptie bij de wetgevende en de uitvoerende macht veel erger wordt geacht dan die bij de politie en leger en bij de rechterlijke macht. Karg noemde drie wetten die wat hem betreft nodig zijn om de rechtsstaat te versterken, naast de constitutionele wijzigingen en andere maatregelen die ter sprake kwamen, namelijk de Transitiewet die een ordelijk verloop van machtsoverdracht na een verkiezing regelt, de wet Dwangsom Bestuur, die de Overheid zal dwingen sneller te handelen als zij in het ongelijk is gesteld door de rechter, en de wet op het Enquêterecht voor zowel DNA als Districtsraden. Hij pleit hierbij dus ook voor het creëren van de mogelijkheid om getuigenverhoor op districtsniveau te doen. Voor de Miranda staat de Wet Openbaarheid van Bestuur hoog op de agenda. Voor Van der Hilst is absoluut prioriteit dat er een uitgewerkt insluitbeleid met duidelijke indicatoren van wat wordt verstaan onder een redelijk vermoeden van schuld en andere voorwaarden en een tuchtcollege/klachtenmechanisme voor het Openbaar Ministerie. Als aanvulling ziet Karg graag ook verschil in indicatoren voor wat redelijk/toepasselijk insluitbeleid bij een recidivist of first offender. 

Ook het functioneren van advocaten is aan de orde geweest. Zo pleit Van der Hilst voor strengere stage-eisen voor de advocatenopleiding. Een puntensysteem, permanente educatie en transparantie met betrekking tot de verdiencapaciteit van advocaten zijn door Karg aangedragen. 

vrijdag 11 december 2020

Wet Openbaarheid van Bestuur: Cruciaal voor onze democratie

 “Overheidsfunctionarissen doen alsof de informatie hun eigendom is. De informatie die in het publieke domein thuishoort, wordt in veel gevallen als top secret behandeld. Maar het is informatie waar de samenleving recht op heeft, want het zijn beslissingen die betrekking hebben op die samenleving. Eén van de belangrijkste dingen die dit kan veranderen is de WOB”, zo pleitte Ivan Cairo tijdens de Paneldiscussie Wet Openbaarheid van Bestuur: Cruciaal voor onze democratie, die in het kader van de Democratiemaand op 23 november 2020 georganiseerd werd door Projekta, via Zoom en Facebook live.

Fayaz Sharman, voormalig hoofd Juridische Ondersteuning van de Nationale Assemblée (DNA) en momenteel juridisch adviseur op het Kabinet van de President, sprak op persoonlijke titel. Hij ging in op de juridische aspecten van de WOB. “Openbaarheid is een conditio sine qua non, een onvermijdelijke voorwaarde, voor good governance en burgerparticipatie.”

Op dit moment hebben burgers wel mogelijkheden om informatie op te vragen bij de overheid of regering, via bijvoorbeeld een verzoekschrift of beklagschrift. Problematisch is echter dat er geen wettelijke basis is om het af te dwingen. “We kunnen de Staat niet naar de politie brengen omdat de Staat je geen informatie wil geven.”

Sharman eindigde zijn presentatie met wat er reeds gedaan is met betrekking tot openbaarheid van bestuur en wees, naast de Anti-corruptiewet, ook op de Comptabiliteitswet 2019. Kort samengevat: de begrotings– en verantwoordingsstukken van overheidsorganen genoemd in de wet moeten informatie bevatten om het beleid van het bestuur te kunnen beoordelen. Die informatie moet gemakkelijk toegankelijk en tijdig beschikbaar zijn. Dat betekent bijvoorbeeld dat het publiek ook inzage moet hebben in waar alle subsidies naar toe gaan.

Openbaarheid van Bestuur door middel van het Enquêterecht

DNA-lid Cheryl Dijksteel, tevens docent aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname brak een lans voor het Enquêterecht. In juni vorig jaar diende de huidige DNA-voorzitter Martinus Bee al een initiatiefwet in. Anders dan bij het Interpellatierecht, kan met het Enquêterecht door DNA informatie opgevraagd worden los van de regering.

Volgens Dijksteel geeft het Enquêterecht een extra dimensie aan de volksvertegenwoordiging, want het vergroot de controlefunctie van DNA. Het recht zou ook een preventieve werking kunnen hebben, zegt Dijksteel, want als er bijvoorbeeld een misstand geconstateerd wordt bij een parastataal bedrijf en een klokkenluider dit naar buiten brengt, kan het inzetten van het enquêterecht door DNA ervoor zorgen dat ergere misstanden worden voorkomen.

Het Enquêterecht kan ook burgerparticipatie bevorderen, omdat de burger weet dat als deze informatie doorgeeft aan een parlementariër, er iets mee gedaan kan worden. “Nu wordt er ook informatie gegeven door burgers aan parlementariërs, maar die zijn afhankelijk van informatie die de regering geeft.”

Journalistiek: lastig werken zo

Journalist Ivan Cairo trakteerde de meer dan 40 aanwezigen op tal van voorbeelden uit zijn ruim 25-jarige ervaring als politiek verslaggever. “De overheid houdt niet van pottenkijkers. Zij doet er letterlijk en figuurlijk alles aan om informatie af te schermen.” De persmomenten die de overheden organiseren zijn niet genoeg om als journalist je werk naar behoren te doen. “De pers is het instrument bij uitstek om de samenleving op een onafhankelijk manier te informeren over wat er in die samenleving speelt en ook over wat de overheid doet en niet doet. Want het handelen van de overheid heeft invloed op het leven van de samenleving.”

De hamvraag is volgens Cairo “Is er wel politieke wil?” De Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ) heeft met verschillende parlementen sessies gehouden. Ook is deze issue aangekaart tijdens de hearings van de huidige regering, in aanloop naar hun regeerakkoord. Ondertussen hadden tal van zaken opgehelderd kunnen worden indien er een WOB was geweest. Als voorbeeld noemde hij het vertrek van Suralco: “dan hadden we kunnen oprakelen wat tot nu toe niet aan de samenleving is verteld”.

En als een burger wordt geconfronteerd met de bouw van een bordeel of een casino in zijn of haar woonwijk, zou die via een beroep op de WOB inzage krijgen in besluitvorming. “De burger moet de gelegenheid krijgen om het bestuurlijke proces van de overheid te doorzien”, zei Cairo.

Gebrek aan integriteit als barrière

Tijdens de presentaties stroomden vragen van kijkers binnen via de chat. Opvallend was dat het publiek ook met elkaar in gesprek ging in de chat en elkaar van informatie voorzag, of elkaar bijviel: “helemaal mee eens!”

Tijdens deze levendige discussie, kwamen issues ter sprake als beroepsgeheime informatie en privacy, de functie van,  en het gebrek aan goede overheidscommunicatie, de noodzaak van een Ombudsinstituut, het niet up-to-date zijn van overheidswebsites, de rol van RR, DR en Burgerinformatiecentra (BIC), en het gebrek aan integriteit bij politici.

“Is het niet de hoogste tijd voor een integriteitscode voor politici?” vroeg een deelnemer. De panelleden waren unaniem: “Zo een code had er allang moeten zijn. Volgens Dijksteel is een wet het fundament, maar het zit in de aard van de mens om een manier te vinden om te handelen in eigen belang. Sharman pleitte daarom voor een cultuur van openheid en transparantie.

Cairo benadrukte daarom weer het belang van de Wet Openbaarheid van Bestuur, want “het is een instrument om zij die een corrupte inborst hebben tegen te houden”. Hij benadrukte ook dat politici elkaar moeten wijzen op fouten, in plaats van elkaar in bescherming te nemen.

Cairo zegt dat wat er nu moet gebeuren geen rocket science is. “Iedereen weet dat de WOB er moet komen. Het ligt aan de samenleving om de politiek dat zetje te geven dat die komt.” Volgens hem liggen die dingen al panklaar. “Ze hoeven alleen nog maar in de olie en bakken maar.”

zaterdag 21 november 2020

De journalist is geen Superman

Het is Democratiemaand! In de afgelopen jaren heeft Projekta verschillende State of our Democracy nieuwsbrieven uitgebracht. Tijdens de Democratiemaand 2020 zullen we opvallende artikelen opnieuw posten. Sommige blijken nog steeds relevant te zijn. 

Onderstaand artikel is verschenen in 2010. Wat is er volgens jou de afgelopen tien jaar veranderd? Wij praten over dit onderwerp met Cheryl Dijksteel, Ivan Cairo en Fayaz Sharman tijdens de paneldiscussie op maandag 23 november 2020. Registreer hier!

Journalisten worden door de samenleving vaker gezien als Superman, maar die zijn ze niet, zei Edward Troon, fotojournalist en ondervoorzitter van de Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ) bij de Democratiemaanddiscussie over Openbaarheid van Bestuur. Een journalist komt uit de samenleving, en draagt de kenmerken van die samenleving in zich mee. Zij zullen dus fouten maken, en niet altijd alle verwachtingen kunnen voldoen. Een journalist hoort zijn vak goed uit te oefenen, zich te richten op feiten en door verschillende personen aan het woord te laten, kan het publiek een beter beeld krijgen van de werkelijkheid. Een journalist is geen macht of geweten, maar oefent het vak uit vanuit een onafhankelijke positie. 

Journalistiek is een vak, een beroep, en geen hobby. Van een journalist wordt verwacht dat deze een brede algemene ontwikkeling heeft en over vakkennis beschikt. Op basis van deze kennis moeten zij hun werk zo goed mogelijk doen, zelfs als zij barrières ondervinden in de praktijk. 

Er zijn steeds nieuwe ontwikkelingen en technieken. Daarom hebben journalisten de verantwoordelijkheid om zich te blijven scholen. Een belangrijk deel van hun taak is immers informatie te garen, te verwerken zodat deze begrijpbaar wordt voor het algemene publiek. Er worden deskundigen geïnterviewd die in vaktaal spreken. De journalist moet in staat zijn deze verteerbaar te maken voor een breed publiek. 

Het werk van journalisten in Suriname wordt extra bemoeilijkt omdat er geen wet is op openbaarheid van bestuur. De overheid is niet verplicht om in te gaan op vragen van journalisten, waardoor het moeilijker wordt om aan informatie te komen. De democratie is er gebaat bij als de overheid rekenschap geeft van zaken. Daarom is deze wet nodig om de democratie te versterken. 

Toch dienen journalisten informatie correct, als het kan met raadpleging van meerdere bronnen, te brengen. Dit is vastgelegd in de beroepscode van de SVJ, waaraan elk lid gebonden is. De beroepscode is echter geen pressiemiddel; er volgen geen sancties als een journalist zich niet aan deze code houdt. Ook mediahuizen hoeven zich niets aan te trekken van de ethische code. Bovendien hoeft een journalist geen lid van de SVJ te zijn, om het beroep uit te kunnen oefenen. Het enige dat hiervoor nodig is, is een mediahuis dat bereid is de journalist in dienst te nemen. 

Enkele van de mediahuizen in Suriname zijn echter gepolitiseerd. Het hebben van een politieke kleur hoeft echter geen belemmering te zijn voor het uitoefenen van het beroep. Het publiek moet weten waar een medium staat, waardoor de informatie op haar juiste waarde kan worden beoordeeld. 

Als media niet onafhankelijk zijn of niet uitkomen voor hun politieke kleur, wordt het publiek in feite zand in de ogen gestrooid. Hierdoor is het moeilijk om onderscheid te maken tussen feiten en meningen. Het publiek heeft grote behoefte aan informatie en participatie. Dit blijkt uit de vele opbelprogramma’s waar veel mensen naar bellen en hun mening geven over topics. Ook op Facebook wordt er op verschillende nieuwsfeiten gereageerd. Het publiek raakt steeds mondiger en zal media die gekleurd zijn ook hierop wijzen. Het is niet zo dat iedereen alles voor zoete koek aanneemt. 

Dit betekent dat er ook kwaliteitseisen worden gesteld. Media en journalisten die over de schreef gaan, lopen gevaar om door de mand te vallen. Omdat er voldoende keuze is, zorgen zij op deze manier hun eigen ondergang.

De Press Freedom Index wordt jaarlijks door Reporters without Borders samengesteld en gepubliceerd. De index is een rangschikking van landen gebaseerd op een beoordeling van de persvrijheid in het land. In de meest recente Press Freedom Index (2020) staat Suriname op plek 20.
Bron: https://rsf.org/en/ranking_table 

maandag 16 november 2020

Projekta lanceert een vol programma voor de Democratiemaand 2020

Het is echt Democratiemaand! Projekta organiseert een maand lang activiteiten over onze democratie, rechtsstaat en mensenrechten. 

Spannende onderwerpen via paneldiscussies en interactieve sessies. Allemaal virtueel. Onderaan dit bericht vind je de links om te registreren voor de activiteiten. Registratie van tevoren is verplicht! 

Waarom Democratiemaand?

Democratie vraagt om een voortdurend en nauwgezet werken aan de realisatie ervan. In een duurzame democratische cultuur kennen de burgers hun rechten en verantwoordelijkheden. En als niet iedereen deze kent, dan moet dit door middel van educatie en informatie worden verspreid. Daarom brengt Projekta al sinds 2008 elk jaar een maand lang dit thema onder de aandacht van alle Surinamers.

Vorig jaar waren er minder openbare activiteiten rondom de Democratiemaand dan men van Projekta gewend was. Dat maken we nu ruimschoots goed! Spannende discussies met spraakmakende mensen zoals Patricia Etnel, Ivan Cairo, Jennifer Simons, Cheryl Dijksteel, Antoon Karg en nog vele anderen die praten over decentralisatie, de Wet Openbaarheid van Bestuur, femicide, en de staat van onze rechtsstaat. Daarnaast organiseert Projekta op internationale anti-corruptiedag een leuke, leerrijke interactieve sessie met spelletjes, discussies, presentaties. 

dinsdag 10 december 2019

Internationale Anti-corruptiedag voor BINI in het teken van beleidsmonitoring Goed Bestuur


Wat is er gebeurd na de aanname van de Anti-corruptiewet in augustus 2017? Welke vorderingen zijn gemaakt in de financiële overheidsadministratie? Op deze en andere vragen probeert het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) antwoord te geven in het tweede BINI Beleidsmonitoringsrapport. In het kader van Internationale Anti-corruptiedag, 9 december, presenteert BINI de draft monitoringsmatrix van het thema Goed Bestuur.

BINI is een collectief van maatschappelijke organisaties en individuele burgers die een rechtvaardige maatschappij voorstaan, waarin duurzame ontwikkeling en de beleving en waarborging van de rechten van alle burgers het uitgangspunt is voor het handelen van de regering, het bedrijfsleven en civil society. Projekta is de initiatiefnemer en trekker van BINI. Meer informatie over BINI vindt u hier.

Om regering, bedrijfsleven en overheid te voorzien van nuttige gegevens voor het maken, uitvoeren en evalueren van beleid, heeft BINI in 2017 een eerste beleidsmonitoringsrapport uitgebracht. Het rapport vindt u hier. Het rapport geeft uiteraard geen totaalbeeld van de uitvoering van alle Regeringsprogramma’s, maar wij willen hiermee een aanzet geven tot een traditie van transparantie en rekenschap.

Wij zijn nu bezig met de tweede rapportage, wederom gegroepeerd rond de thema’s waar BINI zich over buigt, dat globaal de periode januari 2017 tot augustus 2019 beslaat. De thema’s die wij hebben gevolgd zijn Kinderrechten, Vrouwenrechten en Gendergelijkheid, Rechten van Inheemse en Tribale Volken, Milieu, Gezondheidszorg, Onderwijs, Goed Bestuur, Sport en Jongeren, Financieel, economisch en monetair beleid, LGBT-rechten en Decent Work.

Om ervoor te zorgen dat het monitoringsrapport een zo compleet mogelijke weergave is van hetgeen is uitgevoerd, alsmede om te controleren of de reeds verzamelde data correct en volledig is, verzoeken we  externe stakeholders om informatie te delen en feedback te geven op de draft matrix. U kunt uw feedback mailen naar projekta@sr.net.
Wilt u uw bijdrage leveren aan een van de andere thema’s, dan vernemen wij ook graag van u. In de komende weken zullen ook de draft matrices van de overige thema’s online gedeeld worden.

zondag 20 augustus 2017

De Wet Openbaarheid van Bestuur moet nu!


Toegang tot informatie in het algemeen belang,  is een basisrecht van burgers. Het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur pleit daarom voor de lang beloofde Wet Openbaarheid van Bestuur.

dinsdag 20 juni 2017

Zakelijk het regeringsbeleid volgen: eerste monitoringrapport BINI-Burgerinitiatief

Eén van de belangrijkste sociaal maatschappelijke initiatieven die we in ons land kunnen hebben, noemde DNA-Voorzitter Jennifer Simons het eerste Beleidsmonitoringrapport van BINI, het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur. Elke regering en elke oppositie zal rekening moeten houden met deze duidelijke en zakelijke manier van het beleid volgen, gaf ze aan.
Op donderdag 15 juni presenteerde BINI het conceptrapport aan genodigden van Ministeries, internationale organisaties, DNA-leden, ambassades, en andere stakeholders. Op vrijdag was de presentatie open voor publiek. Het Monitoringrapport wordt eind deze maand afgerond. Een ieder wordt uitgenodigd om informatie betreffende de opgenomen beleidsprioriteiten en regeringsvoornemens aan te dragen.

Vlak voor de verkiezingen van mei 2015 presenteerde BINI haar beleidsprioriteiten in het document “Voor Onze Toekomst”. De afgelopen periode is BINI de uitvoering nagegaan van diverse beleidsvoornemens die samenhangen met de prioriteiten gesteld in dat document. Regeringsvoornemens uit het Ontwikkelingsplan 2012-2016, de Regeringsverklaring, de begrotingen van Ministeries, en de Jaarredes van 2015 en 2016, of bekendgemaakt via de media zijn geïnventariseerd en vervolgens is bekeken wat daarvan is uitgevoerd.

De rapportage, gegroepeerd rond de thema’s waar BINI zich over buigt, beslaat globaal de periode vanaf het aantreden van deze Regering (juni 2015) tot december 2016. De thema’s die zijn gevolgd zijn Kinderrechten, Vrouwenrechten en Gendergelijkheid, Rechten van Inheemse en Tribale Volken, Milieu, Gezondheidszorg, Onderwijs, Goed Bestuur, Sport en Jongeren, en Decent Work. Het rapport geeft uiteraard geen totaalbeeld van de uitvoering van alle Regeringsprogramma’s, maar wil een eerste aanzet zijn tot een traditie van transparantie en rekenschap. 
Het onderzoek bracht veel informatie aan het licht. Zo bleek dat de Regering in totaal 36 voornemens heeft aangegeven voor versterken van Goed Bestuur, Rechtsstaat en Mensenrechten, die direct verbonden zijn aan de prioriteiten van BINI. Hoewel er een aantal zaken zijn uitgevoerd, blijven belangrijke zaken zoals de wet Openbaarheid van Bestuur, nog altijd steken in beloftes. Ook milieuwetgeving komt nauwelijks van de grond, een lot dat ook onderwijswetten treft.

Van het voornemen om meer dialoog te voeren met maatschappelijke organisaties is ook weinig te merken. Een van de belangrijkste taken van een overheid is te zorgen voor een rechtvaardige verdeling van welvaart – op dat vlak zijn er een aantal maatregelen genomen die de directe gevolgen van de financieel-economische crisis op de meest kwetsbaren zouden moeten verlichten. De keuze van maatregelen en de wijze van uitvoering zijn echter uitermate inefficiënt en corruptiegevoelig. 

De monitoring bracht veel beweging aan het licht, maar het zijn veelal losse, adhoc acties zonder dat er een groter idee of plan achter schuilt. Met andere woorden: er wordt wel gewerkt, maar van echt beleid is nauwelijks sprake.  
Een doorlopend thema blijft de zwakte van de Overheid. Ondanks alle investeringen in capaciteitsversterking blijft die niet in staat om haar taken naar behoren uit te voeren. De zwakte van de Overheid is een politieke keuze, volgens Projekta-directeur Sharda Ganga. Opeenvolgende regeringen hebben namelijk de efficiëntie en effectiviteit van de Overheid om haar taken uit te voeren, uitgehold door vriendjespolitiek en nepotisme. Door bij elke Regeringswisseling mensen van boven tot ver onder aan de hiërarchie te vervangen door partijgenoten en/of vrienden is het institutioneel geheugen kapot gemaakt. Kennis en kunde zijn allang geen vereiste meer voor een functie. Capaciteitsversterking binnen dit systeem is dan ook dweilen met de kraan open.

Een van de zwaktes van het Overheidsapparaat is de gebrekkige afstemming tussen diensten en afdelingen binnen ministeries en tussen ministeries. Hierdoor is het onmogelijk om adequaat te reageren op complexe vraagstukken, zoals armoede. Complexe problemen vragen om geïntegreerde oplossingen.

BINI wil uiteindelijk in staat zijn om de impact van, en investeringen in beleidsmaatregelen te kunnen traceren en monitoren. Dat is momenteel onmogelijk. De wijze waarop ‘s landsbegrotingen worden gemaakt is onoverzichtelijk en vaak nauwelijks te koppelen aan de uitvoering van beleid. Daarnaast is een groot obstakel het niet beschikbaar zijn van gegevens, of terughoudendheid van afdelingen en directoraten om informatie te verstrekken dat niet loopt via de Minister.
Er is geen traditie van monitoring en rapportage op activiteiten- en groter niveau, waardoor resultaten van acties niet te achterhalen zijn, en er ook geen uitspraak kan worden gedaan over de doelmatigheid van bestedingen en de effectiviteit van acties.  “Natuurlijk is de Wet Openbaarheid van Bestuur voor BINI een grote prioriteit”, zegt Ganga, “maar wat valt er aan informatie op te vragen als die informatie er simpelweg niet is?”.

Het Monitoringrapport is nog in concept. Klik hier om de Monitoringmatrices te downloaden. Lees de instructies op de eerste pagina. U kunt tot en met vrijdag 23 juni aanvullende informatie naar ons mailen.

vrijdag 24 februari 2017

Wordt 2017 het jaar van bestuurlijke transparantie en rekenschap?

De President heeft eind september 2016 tijdens zijn Jaarrede over het beleid in het Dienstjaar 2017 wederom de aanname van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) genoemd.  Dit als voorbeeld van te ontwikkelen nieuwe wetgeving of aan te passen oude wetgeving voor begeleiding en ondersteuning van de ontwikkelingen in 2017.  Als dit voornemen wordt gerealiseerd, dan gaat een lang gekoesterde wens van Projekta in vervulling.

Het ontbreken van een Wet Openbaarheid van Bestuur is in diverse edities van de State of Our Democracy nieuwsbrief aan de orde geweest. In de editie van 2014 presenteerde Fayaz Sharman een update van zijn onderzoek van 2012 over de staat van openheid van overheidsinformatie in Suriname. Zijn belangrijkste conclusie was dat er tussen 2012 en 2014 helaas bitter weinig was veranderd aan de slechte toegang tot overheidsinformatie. Het feit dat er een Wetsontwerp is voor Openbaarheid van Bestuur, en een Commissievergadering is geweest over de Anti-corruptiewet, noemde hij een belangrijke stap in de goede richting. “Nu nog de behandeling en de aanname”, was zijn slotopmerking.
Ook in de State of Our Democracy nieuwsbrief van 2015 is het ontbreken van de WoB opnieuw aan de orde geweest. In deze editie is naast een opsomming van de basisprincipes voor een Wet Openbaarheid van Bestuur ook een lijstje opgenomen van zaken die burgers graag nader onderzocht zouden willen zien, en/of diensten en instellingen die volgens hun doorgelicht zouden moeten worden.

Transparantie en Rekenschap
Sinds het onderzoek van Fayaz Sharman in 2012, en de uitspraak van de President in september 2016, laat de behandeling en aanname van de Wet Openbaarheid van Bestuur nog op zich wachten. Samen met de Wet op Jaarrekeningen en de Anticorruptiewet, zorgen deze wetten voor twee belangrijke elementen van Goed Bestuur, namelijk Transparantie en Rekenschap.
Goed Bestuur kan simpelweg gedefinieerd worden als het proces van besturen: van besluiten nemen, uitvoering en verantwoording afleggen. Transparantie en rekenschap zijn wederzijds van elkaar afhankelijk en versterken elkaar. Tezamen stellen ze burgers in staat om een stem te hebben in besluitvorming en om besluitnemers ter verantwoording te roepen.   
Transparantie heeft te maken met het hoe en waarom van besluiten. Publieke ambtsdragers en anderen moeten voorspelbare, en begrijpelijke besluiten nemen. De informatie naar de burgers toe moet relevant, toegankelijk, op tijd en accuraat zijn. Bij rekenschap gaat het om de verantwoording: het waarom van besluiten, wat zijn de gevolgen, en  hoe is een besluit genomen. Als er sprake is van rekenschap nemen publieke ambtsdragers (en bedrijven) verantwoordelijkheid voor hun daden. Schadeloosstelling /sancties zijn het gevolg wanneer rechten en verplichtingen niet worden nagekomen.  

Openbaarheid van Bestuur in tijden van financiële crisis
In 2016 is steeds duidelijker geworden dat ons land in een financiële crisis verkeert. Echter, het ontbreekt aan betrouwbare informatie over hoe groot deze crisis werkelijk is. Burgers zijn onvoldoende geïnformeerd over de reikwijdte van de financiële crisis door een gebrek aan transparantie en rekenschap. In tijden van crisis, waarbij de overheid het vertrouwen en de medewerking van burgers nodig heeft om de economie te stabiliseren, zijn transparantie en rekenschap van eminent belang. Als burgers onvoldoende informatie hebben over de reikwijdte van de crisis zullen ze van het slechtste uitgaan, en beslissingen nemen die een mogelijke grotere druk leggen op de verzwakte economie.   
Onderzoek over de hele wereld heeft aangetoond dat het Recht op Informatie het beste te verankeren is in een wet. Een wet, zoals de voorgestelde Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB), zorgt ervoor dat de burgerij inzage heeft in het overheidshandelen en daardoor effectief en efficiënt kan deelnemen aan overheidsbesluitvorming, en de overheid ter verantwoording kan roepen (waakhond-functie).
"In the face of doubt, openness prevails," is een uitspraak van Barack Obama in 2009 bij de aankondiging van het ontwikkelen van aanvullende regelgeving bij aanvragen van overheidsinformatie.   

Wet Openbaarheid van Bestuur in het Caraibisch gebied
Van de 20 landen in het Caraibisch gebied hebben acht een WoB (Belize, Trinidad & Tobago, Jamaica, St. Vincent, Antigua, Cayman Islands, Bermuda en Guyana). Vijf landen hebben een conceptwet (Bahamas, Barbados, Grenada, St. Kitts en St. Lucia). In maar zes landen ontbreekt nog elk openbaar spoor van  wetgeving: Montserrat, Dominica, Haïti, Turks and Caicos, Anguilla, British Virgin Islands, en Suriname.

In november 2016 organiseerde Projekta in samenwerking met het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) voor de 9e keer de Democratiemaand. Deze editie was gericht op het bevorderen van kritisch democratisch burgerschap, onder het motto: ‘Kritische Burgers: Rechten en Verantwoordelijkheden’.
Net als voorgaande jaren heeft Projekta openbare activiteiten georganiseerd om een breed publiek te informeren over diverse democratische onderwerpen; dit keer middels een serie mini-seminars en mini-masterclasses met als kernthema’s: mensenrechten, financieel-economisch beleid en goed bestuur.
Sinds 2009 brengt Projekta aan het slot van de Democratiemaand ook de State of our Democracy-nieuwsbrief uit. Vanwege organisatorische omstandigheden is de publicatie van de nieuwsbrief niet gerealiseerd tijdens de Democratiemaand. De inhoud van de nieuwsbrief vinden wij echter te belangrijk om niet te delen met het publiek. Daarom publiceren wij de artikelen uit de nieuwsbrief alsnog. 

donderdag 17 november 2016

Wetten kunnen transparantie en rekenschap bevorderen

De Wet op de Jaarrekening, de Anticorruptiewet, en de Wet Openbaarheid van Bestuur zijn nu nog belangrijker dan ooit. Als we in een bubbel leven waarin geld geen probleem is, dan zijn er weinigen die zich echt druk maken om wat de Regering doet, hoe zij ons geld besteedt, welke besluiten er worden genomen.


Natuurlijk, zo af en toe is er een roep om de meest in het oog springende gevallen van corruptie aan te pakken, maar veel energie steken we daar niet in. Zolang ons leven niet teveel wordt beïnvloed, laat ze maar hun gang gaan – we kunnen toch weinig doen aan die toestanden, is de teneur.
Maar als de crisis toeslaat, dan zijn we plots allemaal wakker, en gaan we vragen stellen: waar is het geld naartoe? Wie is verantwoordelijk voor deze toestanden? Zijn wij wel beschermd tegen besluiten die zo een negatieve invloed op ons leven hebben?

Als we onze wetgeving in orde hadden, dan was ons een hoop ellende bespaard gebleven. Misschien niet alles, maar we zouden in elk geval de middelen hebben om zelf te oordelen wie waarvoor verantwoordelijk is. We zouden weten welk deel van onze energierekening wordt gebruikt om de mooie salarissen en  prachtige secundaire voorwaarden van de EBS-werknemers te betalen. We zouden ook weten hoe de besluiten zijn genomen om leningen aan te gaan, en we hadden de middelen om na te gaan welke minister of andere politieke ambtsdrager  plotseling rijker is geworden.

Maar we missen nog steeds enkele onmisbare schakels voor goed bestuur, zoals de Wet op de Jaarrekening, de Wet Openbaarheid van Bestuur en de Anticorruptiewet. Deze zijn nodig om meer transparantie en rekenschap te eisen en te krijgen van de Staat en van bedrijven met wie zij zaken doen. Dit was de centrale gedachte bij het mini-college ‘Drie wetten die wij niet hebben: Wet op de Jaarrekening, de Anticorruptiewet, de Wet Openbaarheid van Bestuur’. Het mini-college werd verzorgd door Cyril Soeri van de Surinaamse Vereniging van Accountants, en Rayah Bhattacharji en Sharda Ganga van PROJEKTA, als onderdeel van Democratiemaand 2016.

Goed Bestuur kan simpelweg uitgelegd worden alshet proces van besturen, van hoe besluiten worden genomen, hoe die worden uitgevoed, en hoe daar verantwoording over wordt afgelegd.

Deze drie wetten zijn direct te linken tot twee van de algemeen erkende elementen van goed bestuur, namelijk transparantie en rekenschap.

De vraag dan is: waarom hebben wij deze wetten nog steeds niet?

Wet op de Jaarrekening: onze financiele standaarden naar deze eeuw brengen
Jaarrekeningen geven aan wat de financiële resultaten zijn van een organisatie. Inleider Cyril Soeri legde aan de hand van een actueel voorbeeld hoe een jaarrekening gelezen kan worden – welke  informatie je er uit kunt halen, maar vooral: wat je er niet uit kunt halen. Er zijn namelijk geen algemeen geldende (verplichte) regels over hoe financiële verslagen (zoals Jaarrekeningen) er uit moeten zien. Aandeelhouders, cliënten, investeerders en anderen beschikken daardoor niet over tijdige en betrouwbare financiële informatie. Dit is vooral van belang bij zogeheten ‘organisaties van openbaar belang’, zoals staatsbedrijven, zorginstellingen, verzekeringsmaatschappijen, financiële instellingen en anderen. Bij deze organisaties, kunnen de maatschappelijke gevolgen van ondeugdelijk financieel beleid enorm groot zijn. 
Ondermeer daarom heeft de SuvA gemeend om een conceptwet te ontwerpen, waarin wordt vastgelegd welke organisaties jaarverslagen moeten maken, welke financiële standaarden worden gehanteerd, door wie de controle plaats moet /mag vinden, en hoe de uitkomsten worden gepubliceerd.
De Conceptwet is breedvoerig besproken met accountantskantoren, bedrijfsleven-organisaties, en de Ministeries van Handel & Industrie en Financiën.

De Anticorruptiewet en de Wet Openbaarheid van Bestuur
De roep om een Anticorruptiewet is al enkele decennia te horen. Het nam een grotere vlucht nadat Suriname toetrad tot het Interamerikaans verdrag tegen Corruptie in 2002. Bhattacharji schetste de tijdlijn van de verschillende stappen die zijn genomen sindsdien
Een opvallende trend: na elke verkiezing is er een nieuw concept, een nieuwe DNA-commissie (natuurlijk, omdat je vaak genoeg nieuwe dna-leden hebt), en begint de cyclus van nieuw concept maken, nieuwe hearings, nieuwe commissievergaderingen, opnieuw.

Elke nieuwe versie van de conceptwet bleek minder zeggings-en daadkracht te hebben. Uiteindelijk is eind 2015 de huidige versie totstand gekomen, nadat diverse maatschappelijke en deskundige groepen, waaronder Projekta, de conceptwet van 2014 als totaal inadequaat hadden bestempeld.
Voor Projekta gold dat de Anticorruptiewet als uitgangspunt dient te nemen, het Interamerikaans Verdrag tegen Corruptie, welke Suriname ratificeerde in 2002. De Surinaamse wet zou dit verdrag als uitgangspunt moeten hebben en minstens de onderdelen en lijn daarvan moeten volgen. Maar ons concept is daar een slap aftreksel van.

Zo wordt niet gerept over het terugvorderen van bezit dat door corruptie is verkregen, en zijn niet alle corruptieve handelingen strafbaar gesteld. Het verbergen van bezittingen,  grensoverschrijdende omkoping, en vriendjespolitiek,  komen bijvoorbeeld niet voor.

De huidige conceptwet is zeker niet zaligmakend, het is dus zaak om als burgers te blijven hameren op staatsbesluiten die de gaten dichten en de wet ind e praktijk de tanden te geven die het nodig heeft om corruptie aan te pakken en te voorkomen.

Maar ook zonder de ACW zijn er genoeg instrumenten die het mogelijk maken om corruptie aan te pakken, van de personeelswet tot het wetboek van strafrecht. Maar er moet dan wel een wil zijn om het echt aan te pakken.

Ganga gaf ook aan dat tijdens de diverse trainingen, presentaties en discussies die Projekta in de loop de tijd heeft verzorgd, er twee vormen van corruptie blijken te zijn die niet als zodanig herkend worden door velen in Suriname, met name in de publieke functies. Belangenverstrengeling blijkt voor velen een blinde vlek, en nepotisme en vriendjespolitiek is algemeen geaccepteerd. Pas als we inzien dat deze twee handelingen ook vallen onder de noemer van corruptie, en het als zodanig benoemen, zullen we een eind kunnen maken aan deze praktijken die op lange termijn nog veel schadelijker zijn gebleken voor ons land dan welke frauduleuze handeling dan ook.

Naast de Anticorruptiewet is ook de wet Openbaarheid van Bestuur door de President genoemd als wetgeving die het komend jaar zal worden aangepakt – deze belofte staat ook al in de eerste Regeringsverklaring van President Bouterse in 2010, en de tweede van 2015.

Samen met de Anticorruptiewet en wet-en regelgeving voor instelling van een Ombudsinstituut, vormt de Wet Openbaarheid van Bestuur het belangrijkste wettelijk kader voor corruptiepreventie- en bestrijding. Daarnaast stellen ze burgers ook in staat om hun rechten te beschermen en onrechtvaardige en onwettige besluiten van de Staat en de Overheid aan te vechten.

In de Surinaamse Grondwet staat het recht op informatie ook verankerd, o.a. in artikel 158 lid 1, welke stelt dat een ieder het recht heeft om door de overheidsadministratie geïnformeerd te worden over zaken waarbij hij direct belang bij heeft en omtrent eindbeslissingen, met betrekking tot hem genomen. Nu is de burger overgeleverd aan de goedwillendheid van ambtenaren om informatie te verkrijgen – ook als het om zaken gaat die de burger in kwestie persoonlijk raken.

Bhattacharji ging in op wat een Wet Openbaarheid van Bestuur minimaal zou moeten omvatten, zoals de voorwaarden waaraan de informatie moet voldoen (het moet begrijpelijk en toegankelijk zijn voor burgers), en welke informatie minimaal ter beschikking moet wordne gesteld, zoals informatie over hoe instanties functioneren, hun kosten, hun doelen, boekhouding, standaarden, en behaalde doelen; besluiten of beleid die de burgers raken, inclusief achtergronden en motivering.


Projekta gaf aan dat zij de sessie organiseerden om te voorkomen dat we straks weer een wetsontwerp krijgen dat nauwelijks het papier waarop het wordt geprint waard is , zoals met de vorige concept van de ACW het geval was.

maandag 25 januari 2016

Basisprincipes voor een Wet Openbaarheid van Bestuur

Dit is het kader horend bij het artikel "MYSTERIEUZE ZAKEN: Wet Openbaarheid van Bestuur is goed voor iedereen!", gepubliceerd in onze State of our Democracy Nieuwsbrief 2015. Lees het artikel zelf hier. De gehele nieuwsbrief vindt u hier.

Basisprincipes voor een Wet Openbaarheid van Bestuur:

Toegankelijkheid van informatie
Informatie in beheer van publieke instanties moet toegankelijk zijn. Slechts in bepaalde omstandigheden mag hiervan worden afgeweken. Toegang tot informatie is een basisrecht.

De verplichting om te publiceren
Publieke instanties zijn verplicht ten minste informatie te publiceren: 
¨ Over hoe zij functioneren, hun kosten, hun doelen, boekhouding, standaarden en behaalde doelen;
¨ Over aanvragen, klachten of acties van burgers t.a.v. de instantie;
¨ Over processen waarbij burgers kunnen bijdragen aan belangrijke besluiten of voorstellen voor regelgeving;
¨ Over de informatie die zij bezitten en hoe die er uit ziet;
¨ Over besluiten of beleid die de burgers raken, inclusief achtergronden en motivering.

Bevorderen van een open overheid
De overheid moet bewust acties uitvoeren om de gemeenschap te informeren over hun rechten en zo een cultuur van openheid te bevorderen. Wetgeving moet handvaten bieden om de cultuur van geheimhouding te doorbreken.

Beperkte uitzonderingen op de regel
Alle aanvragen bij publieke instanties voor informatie  moeten gehonoreerd worden, tenzij de instantie kan bewijzen dat de aangevraagde informatie een wettelijk vastgesteld doel heeft (b.v. nationale veiligheid, privacy, etc.) en dat het vrijgeven van de informatie schade kan aanrichten aan dat doel dat groter is dan het algemeen belang.

Processen om toegang te faciliteren
Aanvragen moeten snel en eerlijk afgehandeld worden. Informatie over afgewezen aanvragen moet beschikbaar zijn.

Kosten
Een aanvraag voor informatie mag niet verhinderd worden door te hoge kosten. De prijs moet betaalbaar zijn voor de gemiddelde burger.

Toegang tot vergaderingen
Officiële vergaderingen moeten toegankelijk zijn voor het publiek. Het gaat hier vooral om besluitvormende instanties en minder om adviserende organen binnen de overheid.

Toegankelijkheid heeft voorkeur
Wetten die toegankelijkheid van informatie verhinderen, moeten gewijzigd of opgeheven worden.

Bescherming voor klokkenluiders
Individuen die aangifte doen moeten beschermd worden tegen wettelijke, administratieve of werkgerelateerde sancties.

MYSTERIEUZE ZAKEN: Wet Openbaarheid van Bestuur is goed voor iedereen!

Dit artikel verscheen eerder in de ‘State of our Democracy 2015’. De gehele nieuwsbrief vindt u hier

Op 29 september berichtte de Ware Tijd dat Minister Algoe van Landbouw, Veeteelt en Visserij ervoor pleitte dat de Centrale Landsaccountantsdienst (CLAD) onderzoek doet bij het Cassavebedrijf Innovative Agro Processing Industries (IAPP).  De cassavefabriek is slechts één van de vele gevallen  waarvan al langer vanuit de samenleving gevraagd werd/wordt om meer openheid. Naar aanleiding van het bericht  plaatste PROJEKTA-directeur Sharda Ganga een simpele vraag op haar Facebook-pagina: “Welke vraagstukken, vreemde zaken zou men nog meer onderzocht willen hebben?”

De reacties stroomden binnen en demonstreerden de enorme behoefte aan meer transparantie. En bovenal: de behoefte aan de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB). Als die Wet er zou zijn, konden al deze reactiegevers zelf achter de feiten komen. Een WOB geeft niet alleen burgers toegang tot informatie, maar beschermt ook publieke functionarissen van valse beschuldigingen. Geruchten krijgen veel minder ruimte om uit te groeien tot mythen die door velen als waar worden beschouwd. Een WOB is dus goed voor iedereen!

De President kondigde de Wet al aan in de Regeringsverklaring. Wij willen graag voorkomen dat die wet hetzelfde lot beschoren zal zijn als de Anticorruptiewet, die langer dan dertien jaar in behandeling is en op het moment van dit schrijven nu weer behandeld wordt in de Nationale Assemblee. De draft-Anticorruptiewet is herhaalde malen gereviseerd, waarbij elke revisie een verzwakking betekende van de inhoud.
Daarom vindt u hier een lijst van basispunten waaraan een Wet Openbaarheid van Bestuur moet voldoen, gebaseerd op ’The Public’s Right to Know’.

Hieronder vindt u een greep uit de lijst van zaken, naast de cassavefabriek, die burgers graag nader onderzocht zouden willen zien, en/of diensten en instellingen die volgens hun doorgelicht zouden moeten worden.
·       De boekenaanschaf van de Presidentiële Werkgroep Onderwijs: Wat is gebeurd met  de zogenaamde seksueel expliciete leerboeken? Hoeveel zijn gedistribueerd, kan de burger een exemplaar zien om te kijken wat acceptabel is of niet? De leerboeken van het VOJ zouden worden "versurinamiseerd". De boeken kwamen  maar de meeste scholen wilden ze niet – klopt dat? Hoeveel heeft dit alles ons gekost?
Foto: www.waterkant.net
·       De plannen voor de fly-over en het “treinproject”. Worden hier nog gelden aan besteed, wordt de commissie/ de adviseurs nog betaald, en hoeveel zijn we intussen al kwijtgeraakt aan consultants en rapporten?
·       Wat is de status van het consulaat/gebouw dat we hebben gekocht in Parijs?
·       De vele ontheffingen van in totaal zeventien ministers en twee onderministers. Hoe lang staan deze personele kosten nog op de begroting van de overheid. Wordt het afgebouwd? Wat is in de toekomst de criteria voor ontheffingen? Hoeveel ambtenaren zitten daadwerkelijk thuis met doorbetaling? Kortom: met hoeveel spookambtenaren hebben wij te kampen?
·       De benoeming van personen – de profielbeschrijvingen van de functies, de (sollicitatie)procedures, de TORs en contracten (denk bijvoorbeeld aan de dochter van de President, en nog honderden meer).
Foto: www.caribjournal.net
·       Is er daadwerkelijk zoveel geasfalteerd als is aangegeven in de projecten en hoorde daar ook wegmeubilair bij, zoals trottoirbanden, looppaden, etc.?
·       Kwestie van Nos Kasitas en Sociale Zaken.
·       Onderzoek naar Ramon Abrahams (bij het VES-debat zei de NDP-vertegenwoordiger dat hij moest aftreden vanwege corruptie).
·       Dubieuze aankoop van een pand voor Justitie en Politie aan de Henck Arronstraat.
·       Het waterleidingproject te Boven Suriname. Het buizensysteem is aangelegd en soms ook kranen, maar de waterzuiveringsinstallaties bij de rivier zijn nooit gezien.
·       Aanbestedingsprocedure en kosten 'Verfraaiingsproject' Onafhankelijkheidsplein. Hoeveel heeft elk van de bloempotten, inclusief plant gekost?
·       De gestolen whisky’s van het Kabinet van de President, en de brushcutters van Sport en Jeugdzaken: weten we al wie de schuldigen waren?
·       De wapens ontvreemd uit het goed beveiligde huis van ex-Minister Abrahams.
·       De boekhouding van Carifesta en besluitvorming over uitgaven.
·       De namen van de gaarkeukeneigenaars van de naschoolse opvang, en wat zij elk betaald kregen.
·       Het contract van de fotograaf van ex-minister Belfort en de betalingen (want men zegt dat het een paar duizend SRD per foto is).
·       Het Ministerie van Regionale Ontwikkeling maakte bekend dat er speciale, gesubsidieerde vluchten naar het binnenland zouden zijn voor  NGOs, academici, etc. Op RO wist niemand ervan.
·       Hoe is $ 772.3 miljoen op de Zwitserse bankrekening van een Surinamer terecht gekomen?
·       Status van de bouw van het ziekenhuis in Wanica.
·       Doorlichting van de commissie Ordening Goudsector: wie heeft wat ooit gezegd of bepaald t.a.v. de skalians bijvoorbeeld?
·       Wat leverde onderzoek naar de diefstal en vernieling bij het Telesur-zeekabelstation (ruim 1 miljoen USD schade) in Coronie op?
·       Aanbesteding voor de 7 gepantserde auto's in 2013- 2 miljoen USD, IMF en CvB waarschuwden toen al over het uitgavenbeleid)
·       Heeft de "eervol" ontslagen ex-onderminister Gopi de duizenden hectaren houtconcessies teruggegeven aan de Staat? NH moet periodiek de concessies publiceren. Ook: de hele procedure t.a.v. de toewijzing van percelen aan Amzad Abdoel.
·       Onderzocht de CLAD de vermeende financiele misstanden bij het ministerie van Sport - en Jeugdzaken: wat was het resultaat? 
·       De 35 miljoen bij de VCB ondergebracht t.b.v. ondernemerschapsontwikkeling. Wat is daarmee gebeurd nadat de ondernemers protesteerden tegen de voorwaarden?

·       Voorraadbeheer bij staatsbedrijven, goederen gaan bij sommige het magazijn uit zonder dat die verantwoord worden.
·       Procedures/besluitvorming  t.a.v. de (verandering van) taken en werkwijze van diverse instituten, diensten, afdelingen. Dit naar aanleiding van de uitholling van taken, die vervolgens bij andere afdelingen worden geplaatst, of bij een beleidsadviseur, of bij het Kabinet van de President. “Iedereen kent de staatjes binnen de staat en toch overleven de staatjes. Toezichthoudende instituten moeten ook onder de loep worden genomen (wie bewaakt de bewaker), maar ook instituten die een wettelijke basis hebben of anderzins onderhevig zijn aan de politiek.”

Wilt u meer lezen over de staat van onze democratie in 2015? Lees dan ook de andere artikelen van de ‘State of our Democracy’ nieuwsbrief.