dinsdag 21 februari 2017

Grote dromen en ons milieu

Met bijdragen van: Rudi van Kanten, Lisa Best, Nancy del Prado

Sinds het aantreden van de Regering in 2015, zijn er diverse grootse plannen aangekondigd die veelal met geleend geld moeten worden uitgevoerd: het opzetten van ‘mammoet’ rijstbedrijven, het exponentieel uitbreiden van de veestapel, grootschalige oliepalmteelt, grootschalige cacaoteelt en -verwerking, het herstarten van de bauxiet-aluinaarde industrie, om er een paar te noemen.

De Milieu-groep van het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) maakt zich zorgen om de potentiële gevolgen voor ons milieu, als deze plannen ondoordacht worden uitgevoerd.
Het is een historische en wereldwijde trend dat in tijden van crisis het korte-termijn denken de boventoon voert en duurzame ontwikkeling en ecologische verantwoordelijkheid (aandacht voor de natuur) ver naar beneden zakken op de agenda, of zelfs helemaal verdwijnen. Projecten voor duurzame energie worden dan zonder pardon stopgezet; denk hierbij bijvoorbeeld aan het suikerriet-biofuel project van Staatsolie. 

Overheden willen zo snel en zo veel mogelijk inkomsten genereren; de natuurlijke hulpbronnen van een land worden dan al gauw gezien als de snelste en makkelijkste optie. Op de lange duur werkt dit vaak juist averechts: onze economie en het natuurlijk milieu zijn onlosmakelijk verbonden aan elkaar. Door niet-duurzaam te werken, loopt het land veel kansen mis, nu en in de toekomst, en blijft het risico bestaan dat de huidige problematische economische situatie zal voortduren.

Zoveel gevaren
Bij het bekijken van de grote voornemens van de Regering en het beleid van de decennia ervoor, is te merken dat er geen systematische of alomvattende benadering voor het waarborgen van het milieu is.  Er zijn geen vaste en consistent toegepaste standaarden voor ESIA’s (environmental and social impact assessments) voordat projecten starten. Veelal wordt de link met het milieu alleen gemaakt wanneer er een duidelijk verband is met bijvoorbeeld de menselijke gezondheid of kostenbesparing, zoals het geval is met kwikgebruik bij de goudwinning of bescherming tegen zeespiegelstijging. In de plannen voor goudmijnbouw wordt ook de nadruk gelegd op de gezondheidseffecten van kwik, terwijl er ook milieu-effecten zijn van de goudwinning: vervuiling van kreek- en rivierwater met gronddeeltjes, verstoring van het ecosysteem, creëeren van het empty forest syndroom (verarmd bos met minder boomsoorten en minder dieren), en het creëeren van meren met stilstaand water.

De projecten die nu worden genoemd zijn niet innovatief, maar veelal een kopie van initiatieven die meerdere malen zijn genomen in de laatste decennia, met wisselend succes, zoals grootschalige rijstbouw en grootschalige bauxietwinning en –verwerking. Een initiatief zoals de grootschalige cassave-verwerking is aangekondigd zonder dat er een diepgaande evaluatie is gepleegd van het falen van het eerdere cassave-verwerkingsinitiatief. Er is ook onvoldoende aandacht voor lokale economische ontwikkeling en het toeristisch perspectief. Een ander gevaar van het ondoordacht werken is namelijk dat er onnodig natuurlijke gebieden worden verpest die van grote natuurlijke waarde zijn of misschien op een andere, duurzamere manier van commerciële waarde zijn, bijvoorbeeld omdat zij bosbijproducten leveren of aantrekkelijk zijn voor toeristen.

Bij het doornemen van de beleidsvoornemens is kan tevens worden geconstateerd dat er voor veel activiteiten grote stukken grond beschikbaar moeten zijn: cacaoplantages, olieplantages, rijstproductie, veeteelt, nieuwe bauxietmijnen, etcetera. Hoewel er een groot oppervlakte aan landbouwgrond in principe nog beschikbaar is in Suriname, zal het bijna onmogelijk zijn om deze effectief te benutten zonder een goede ruimtelijke planning en ordening. Veel van dit areaal is vanwege verkavelingen en boedelproblemen gefragmenteerd. Daarnaast liggen veel terreinen in of dichtbij de woongemeenschappen van inheemsen en tribale volkeren, wiens recht op collectief grondbezit nog steeds niet voldoende is erkend door de Staat Suriname.

Verder zullen er miljoenen (veelal geleende) Surinaamse dollars moeten worden geïnvesteerd in nieuwe en gerenoveerde infrastructuur, om de gronden toegangelijk en bruikbaar te maken. In het geval van oliepalm, is het bovendien onduidelijk wat er zal gebeuren met het hout dat wordt verwijderd bij de ontbossing van het gebied; het bedrijf dat de investering zal doen, staat namelijk bekend als een houtkapbedrijf, en geen oliepalm-teler.

Investeer ook in wetgeving
Als belangrijkste prioriteit geldt het aanpassen en/of aannemen van een aantal wetten: de Milieuwet, de Afvalstoffenwet, de wet voor Geïntegreerd Kustbeheer, de Natuurbeschermingswet, de Jachtwet en de Waterwetten. De aanpassing van bepaalde van deze wetten is al vijftien jaar aan de gang, terwijl in de tussentijd wel enorme investeringen worden gedaan.

De belangrijkste van deze wetten is de Milieuwet, welke samen moet gaan met een duidelijk gecoördineerd langtermijn Milieubeleid dat verder gaat dan de coalitie die op dat moment aan de macht is. In een Milieuwet zouden er bijvoorbeeld eenduidige regels kunnen worden gesteld over wat er moet gebeuren met uitgemijnde gebieden. Er zijn nu twee multinationals die samen langer dan 100 jaar veel geld hebben verdiend, en intussen vertrokken zijn, zonder dat het duidelijk is wie wat moet doen met de uitgemijnde gebieden.

Om de wetgeving te implementeren zijn natuurlijk sterke instituten nodig, met deskundig personeel en voldoende middelen. Daarnaast is het belangrijk dat er wordt gewerkt aan voorlichting en educatie, en dat er meer aandacht komt voor milieuverantwoord ondernemen.
Tot slot: als zelfs een fractie van de mega-investeringen wordt besteed aan het versterken van natuur(gerelateerde) instituten, wetgeving, menselijk kapitaal en (modernisering van) controlecapaciteit, dan zijn de positieve effecten nog na jaren voelbaar.

In november 2016 organiseerde Projekta in samenwerking met het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) voor de 9e keer de Democratiemaand. Deze editie was gericht op het bevorderen van kritisch democratisch burgerschap, onder het motto: ‘Kritische Burgers: Rechten en Verantwoordelijkheden’.
Net als voorgaande jaren heeft Projekta openbare activiteiten georganiseerd om een breed publiek te informeren over diverse democratische onderwerpen; dit keer middels een serie mini-seminars en mini-masterclasses met als kernthema’s: mensenrechten, financieel-economisch beleid en goed bestuur.
Sinds 2009? brengt Projekta aan het slot van de Democratiemaand ook de State of our Democracy-nieuwsbrief uit. Vanwege organisatorische omstandigheden is de publicatie van de nieuwsbrief niet gerealiseerd tijdens de Democratiemaand. De inhoud van de nieuwsbrief vinden wij echter te belangrijk om niet te delen met het publiek. Daarom publiceren wij de artikelen uit de nieuwsbrief alsnog. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen