maandag 20 februari 2017

Zandafgraafvergunningen ondergraven goed bestuur

Onderstaand persbericht is op vrijdag 17 februari verstuurd naar alle media.

Zandafgravingen te Braamspunt
Foto: Rudi van Kanten
Het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) schaart zich achter de oproep van het WWF, CI Suriname, Green Heritage Fund Suriname en de SHATA (Suriname Hospitality and Tourism Association) om de zandafgravingen te Braamspunt onmiddellijk stop te zetten.

De milieuorganisaties en de SHATA hebben duidelijk aangegeven welke de gevolgen zijn van het besluit om, ondanks de adviezen van experts, toch weer vergunningen te verlenen aan ondernemers voor het afgraven van zand en schelpen langs onze kwetsbare kust.

Het is onbegrijpelijk dat het Ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen is overgegaan tot deze toestemming. Immers, het was de huidige minister zelf die aan het WWF vroeg om een gedegen studie te doen naar de effecten van zandafgravingen aan de kust en in de kustvlakte. Het wetenschappelijk advies dat voortkwam uit deze studie was dat er onder geen beding langer zand en schelpen mogen worden gewonnen- de korte en lange termijn effecten op de biodiversiteit en op de kustbescherming zijn onomkeerbaar.

Een vraag die gesteld kan worden is: waarom vraagt de Overheid advies van een breed team van deskundigen als zij dat toch naast zich neer zal leggen als het advieshaar niet goed uitkomt? Maar de vraag die gesteld moetworden is: op basis waarvan worden besluiten nu eigenlijk genomen, en door wie? Deze onduidelijkheid over besluitvormingsprocedures en wie nu waar verantwoordelijk voor is, geeft aan hoe slecht het gesteld is met het goed-bestuurprincipe van transparantie en rekenschap.

Tegelijkertijd is het schrijnend om te zien hoe weinig de Regering zich iets aantrekt van haar eigen officiële voornemens. Er is een totale disconnectie tussen woord en daad.

In de Regeringsverklaring van het tweede Kabinet Bouterse wordt de bescherming van de kust als één van de belangrijkste randvoorwaarden voor het voortbestaan van de natie gezien; van cruciaal belang, en daarom zal er “de nodige prioriteit, onvoorwaardelijke politieke en beleidsaandacht” hieraan worden gegeven, voor een structurele en duurzame oplossing. “Er zal een urgentiebeleid van duurzame bescherming van onze kust gevoerd worden”; “De Regering streeft naar het behoud van evenwichtige ecosystemen in het kader van duurzame ontwikkeling. Dit betekent dat wij de grotendeels ongerepte  natuurlijke omgeving die wij geërfd hebben, niet alleen zullen beschermen, maar ook tot een geïntegreerd deel zullen maken van het economisch beleid gericht op de versnelde ontwikkeling van Suriname”. En als uitsmijter uit de paragraaf over milieubeleid: "Het milieubeleid (...) zal speciale aandacht geven aan de bescherming van de kust en het management van de kustzone.”

Het besluit is ook in tegenspraak met de zorgplicht van de Staat zoals verankerd in artikel 6g van de Grondwet, nl.: "het scheppen en het bevorderen van condities, nodig voor de bescherming van de natuur en  voor het behoud van de ecologische balans."

In zijn reactie in DNA stelt Minister Dodson dat de economische belangen in de bouw- en constructiesector de doorslag hebben gegeven voor het besluit. Echter, als wij als land werkelijk duurzame ontwikkeling nastreven kunnen korte termijn economische belangen van een  enkelen nimmer staan boven het nationaal belang.

Protesten van milieu-organisaties
Foto: Starnieuws
Het besluit voor de zandafgravingen op Braamspunt is niet alleen tegen elk principe van duurzame ontwikkeling, maar is ook in strijd met de door de Regering zo graag beoogde diversificering van de economie en armoedebestrijding. Immers, zandafgravingen leveren inkomsten aan slechts een aantal ondernemers, maar het schildpadtoerisme is een inkomstenbron van lokale gemeenschappen, die weinig andere economische mogelijkheden hebben. Bovendien is Braamspunt het dichtsbijzijnde strand vanaf Paramaribo en het leent zich uitstekend voor lokale dagtoeristen die zich een duurdere strandreis misschien niet kunnen permiteren.

Dit betreurenswaardig besluit was mede mogelijk vanwege het ontbreken van een goede institutionele structuur voor de milieusector. Er is geen enkel ministerie meer dat milieu onder zich herbergt, waardoor het elke keer weer gissen is wie verantwoordelijk is voor handelingen, voor bedenken en uitvoeren van de beleidsvoornemens en het toezicht daarop. Ook het gebrekkig wettelijk kader draagt bij aan de chaotische besluitvorming- in troebel water is het immers goed graven.

Het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur roept daarom niet alleen op tot onmiddelijke stopzetting van de zandafgravingen, maar roept de Regering ook op om nu duidelijkheid te scheppen in besluitvormingsprocessen door het instellen van een duidelijke, transparante institutionele – en besluitvomingsstructuur voor milieu. Aan de Nationale Assemblee de taak om met de meeste spoed de Milieuraamwet en de Wet op Kustbescherming in behandeling te nemen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen