Posts tonen met het label Duurzame Ontwikkeling. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Duurzame Ontwikkeling. Alle posts tonen

dinsdag 19 mei 2020

Tweede Beleidsmonitoringsrapport van BINI

Het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) heeft haar tweede beleidsmonitoringsrapport gepubliceerd. Net als in het eerste rapport wordt ook nu in kaart gebracht wat er aan acties is ondernomen op verschillende beleidsterreinen. Het rapport zou oorspronkelijk in maart worden gepubliceerd, maar liep door de COVID-situatie vertraging op.

Het eerste rapport deed verslag over de periode augustus 2015 tot en met december 2016. Het tweede rapport bestrijkt de periode januari 2017 tot en met augustus 2019, maar neemt ook de meest relevante ontwikkelingen en acties mee die na die periode hebben plaatsgevonden. 

Voor BINI is één van de grootste obstakels voor de ontwikkeling van Suriname het ontbreken van goed bestuur. Rekenschap en het afleggen van verantwoording, is daar een belangrijk onderdeel, maar helaas is er van systematische monitoring van beleid geen sprake, waardoor de effectiviteit en de efficiëntie hiervan dus niet wordt gemeten.
Beleidsmonitoring zou primair de taak moeten zijn van de instituten die verantwoordelijk zijn voor het maken en uitvoeren van beleid, en van degenen die het horen te controleren: overheid en DNA. Vanwege het ontbreken van die monitoring, zijn de monitoringsrapporten van BINI de enige poging om systematisch in kaart te brengen wat er in Suriname aan acties is ondernomen door de diverse actoren – overheid en niet-overheid.

Het rapport bekijkt niet het hele regeringsbeleid, maar richt zich op de thema’s waar BINI zich over buigt, namelijk: 
goed bestuur en rechtsstaat
milieu
onderwijs
financieel-economische en monetaire ontwikkeling
kinderrechten
gender
rechten van Inheemsen en Tribale Volken
decent work (fatsoenlijk werk)
rechten van LGBT
gezondheidszorg
sport
Binnen elk van deze thema’s is er een aantal vragen/beleidsgebieden geselecteerd. Daardoor geeft het monitoringrapport slechts een beperkt beeld van wat het totaal overheidshandelen is (geweest) en wat niet-overheidsactoren hebben gedaan. Informatie is verzameld middels literatuur- en media-onderzoek en interviews, en is voor zover mogelijk geverifieerd bij de diverse stakeholders. 

Zwakke planning, onsamenhangend beleid
Over het algemeen lijkt er op de gekozen beleidsterreinen wel veel gedaan te zijn, maar het is vaak onduidelijk waar dat toe leidde. Ook bij dit tweede rapport zien we veelal losse projectjes en kleine los van elkaar staande acties, zonder dat er duidelijke prioriteiten zijn gesteld, of een logische opbouw van acties is te onderscheiden. Er is nauwelijks sprake van een strategische benadering van beleid. Daarbij zien wij binnen bepaalde beleidsgebieden veel nadruk op één type van actie of strategie, bijvoorbeeld wetgeving bij arbeid (Decent Work) of bewustwording bij gender. Bij een strategische benadering zou er een goede verhouding tussen de verschillende type van acties zijn. Heel opvallend is hoe weinig onderzoek en evaluatie er wordt gedaan (en/of gepubliceerd) – alleen binnen de milieu-sector wordt daar nog flink in geïnvesteerd. 

Veel kleine, losse acties binnen een beleidsgebied kunnen een vertekend beeld opleveren van de ware aard, grootte en het belang van de interventies. De werkelijke impact van het gevoerde beleid op de kwaliteit van leven van burgers blijft daardoor onzichtbaar.

Geen monitoring en evaluatie, geen rekenschap
Een enorm obstakel voor het objectief kunnen monitoren van beleidsuitvoering is het gebrek aan systematische rapportage van acties. Door het uitblijven van activiteiten-, project- en programmarapportages, en doordat het niet mogelijk is om bestedingen direct toe te schrijven aan acties, kan er ook geen evaluatie plaatsvinden over de efficiëntie en effectiviteit van bestedingen, of over de investeringen in bijvoorbeeld specifieke doelgroepen.

Het monitoren van beleid hoort niet alleen een verslag op te leveren over wat er is gedaan, maar zou ook een beeld moeten geven van hoe acties zijn uitgevoerd en wat ze hebben gekost. Bij evaluatie hoort ook de vraag naar de rechtmatigheid en de doelmatigheid van inzet van middelen en capaciteit – vragen die ook nu niet beantwoord kunnen worden. Regeringen die geen boekhouding bijhouden en publiceren maken zichzelf niet alleen kwetsbaar voor verdachtmakingen over corruptie en onrechtmatig handelen, maar zijn hoe dan ook op zijn minst medeplichtig aan het creëren van de omstandigheden waarin corruptie welig kan tieren. In het ergste geval is de weigering om enige vorm van rekenschap af te leggen (en dus minstens het openbaren van de boekhouding) een teken van het moedwillig faciliteren van corruptie.

Kwaliteit van bestuur en beleid
We moeten ook de werkelijke effecten kunnen meten van beleidsacties. Om uitspraken te kunnen doen over de kwaliteit van het bestuur en beleid zouden wij de baten naast de kosten moeten kunnen leggen. Slechts aangeven dat er bijvoorbeeld 20 personen zijn getraind om kwetsbare kinderen te begeleiden, geeft geen beeld van wat het effect is op het leven en welzijn van de doelgroep. Hoe zijn de getrainden ingezet, hoeveel kinderen hebben ze bereikt, wat is anders gegaan in de begeleiding? Dat vraagt om het monitoren op outcome en impact en niet slechts op output. Dus niet alleen het aantal bruggen moeten worden geteld, maar het verschil dat die bruggen maken in het leven van mensen. 

Bij een goed functionerende planning, en bijbehorend monitoringsysteem, zouden deze resultaten voorhanden zijn. Er is de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in de hervorming van het nationaal planapparaat. De resultaten daarvan hebben we helaas nog niet kunnen merken. Aan de vooravond van verkiezingen en dus met een nieuwe regeerperiode in het vooruitzicht is er een nieuwe kans voor regeerders om zich te committeren aan de principes van goed bestuur, door een cultuur van transparantie en rekenschap te omarmen.

Het tweede Beleidsmonitoringsrapport is hier te downloaden.

dinsdag 18 februari 2020

Video: De rivier is zoveel meer dan water. Het geeft leven. Het is leven.

Een plaats van samenkomst. Van bezinning. De rivier brengt ons vrede en rust. De rivier verbindt ons met onszelf en met anderen. Red onze rivieren, zodat zij ons kunnen redden. De Milieuraamwet is nodig voor de rivieren. En dus voor ons.

Projekta heeft deze video gemaakt als onderdeel van de ‘Healthy Rivers, Healthy People’ campagne, die uitgevoerd wordt in Guyana en Suriname. Onze rivieren staan hierin centraal: de interrelatie rivieren en gezondheid, tussen de rivier en onze toekomst is onmiskenbaar. De Milieu Raamwet is hiervoor onmisbaar.
Met aanname van de Milieu Raamwet zal een betere balans tussen economische groei en milieubescherming een wettelijke basis krijgen.

Wil je nog commentaar geven op de conceptwet? Mail naar projekta@sr.net voor de laatste versie van het concept. Commentaren kunnen nog tot vrijdag 21 februari gemaild worden naar DNA: feedbackwetgeving@dna.sr


De ‘Healthy Rivers, Healthy People’ campagne is onderdeel van het Shared Resources Joint Solutions (SRJS) programma, een 5-jarig strategisch partnerschap tussen IUCN Nederland en WWF Nederland dat in 16 landen wordt uitgevoerd. In Suriname zijn naast Projekta, ook de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden Suriname (VIDS), Amazone Conservation Team (ACT) Suriname, Green Heritage Fund Suriname (GHFS) en Tropenbos International Suriname (TBI-S) deel hiervan via WWF Guianas.

Video: Bescherm onze kinderen. Bescherm onze rivieren.


De Milieu Raamwet is nodig voor onze kinderen.

Projekta heeft deze video gemaakt als onderdeel van de ‘Healthy Rivers, Healthy People’ campagne, die uitgevoerd wordt in Guyana en Suriname. Onze rivieren staan hierin centraal: de interrelatie rivieren en gezondheid, tussen de rivier en onze toekomst is onmiskenbaar. De Milieu Raamwet is hiervoor onmisbaar.
Met aanname van de Milieu Raamwet zal een betere balans tussen economische groei en milieubescherming een wettelijke basis krijgen.

Wil je nog commentaar geven op de conceptwet? Mail naar projekta@sr.net voor de laatste versie van het concept. Commentaren kunnen nog tot vrijdag 21 februari gemaild worden naar DNA: feedbackwetgeving@dna.sr


De ‘Healthy Rivers, Healthy People’ campagne is onderdeel van het Shared Resources Joint Solutions (SRJS) programma, een 5-jarig strategisch partnerschap tussen IUCN Nederland en WWF Nederland dat in 16 landen wordt uitgevoerd. In Suriname zijn naast Projekta, ook de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden Suriname (VIDS), Amazone Conservation Team (ACT) Suriname, Green Heritage Fund Suriname (GHFS) en Tropenbos International Suriname (TBI-S) deel hiervan via WWF Guianas.

Video: Zonder Milieu Raamwet is er geen gezonde toekomst

Vergiftigen we de rivieren dan vergiftigen we onze kinderen en alle generaties die na ons komen. Bescherm onze kinderen. Bescherm onze toekomst.

Projekta heeft deze video gemaakt als onderdeel van de ‘Healthy Rivers, Healthy People’ campagne, die uitgevoerd wordt in Guyana en Suriname. Onze rivieren staan hierin centraal: de interrelatie rivieren en gezondheid, tussen de rivier en onze toekomst is onmiskenbaar. De Milieu Raamwet is hiervoor onmisbaar.
Met aanname van de Milieu Raamwet zal een betere balans tussen economische groei en milieubescherming een wettelijke basis krijgen.

Wil je nog commentaar geven op de conceptwet? Mail naar projekta@sr.net voor de laatste versie van het concept. Commentaren kunnen nog tot vrijdag 21 februari gemaild worden naar DNA: feedbackwetgeving@dna.sr


De ‘Healthy Rivers, Healthy People’ campagne is onderdeel van het Shared Resources Joint Solutions (SRJS) programma, een 5-jarig strategisch partnerschap tussen IUCN Nederland en WWF Nederland dat in 16 landen wordt uitgevoerd. In Suriname zijn naast Projekta, ook de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden Suriname (VIDS), Amazone Conservation Team (ACT) Suriname, Green Heritage Fund Suriname (GHFS) en Tropenbos International Suriname (TBI-S) deel hiervan via WWF Guianas. 

vrijdag 14 februari 2020

Milieu Raamwet: noodzakelijker en dichterbij dan ooit

DNA-voorzitter Jennifer Simons en WWF Guianas directeur David Singh presenteerden 13 februari de noodzaak van het goedkeuren van de Milieu Raamwet. In een bomvolle zaal in Marriott met meer dan 150 participanten van de DNA, overheidsinstellingen, NGO’s en bedrijfsleven was de urgentie van de wet het steeds terugkerend thema.
De discussieavond was georganiseerd door Projekta in samenwerking met WWF in het kader van het Shared Resources, Joint Solutions programma. Tijdens het evenement werd tevens een drietal korte filmpjes gelanceerd in het kader van de 'Healthy Rivers, Healthy People' campagne. Deze zullen binnenkort o.a. via deze blog te zien zijn.
DNA-voorzitter Jennifer Simons, tevens mede-initiatiefnemer van de
ontwerpwet, vindt het de hoogste tijd voor een Milieu Raamwet.
WWF Guianas directeur David Singh vertelde in zijn inleiding onder andere
over milieuwetgeving en -beleid in Guyana. 
Na de inleidingen van David Singh en Jennifer Simons was er een panel welke naast de inleiders bestond uit Rudi van Kanten (directeur Tropenbos Suriname), Ivette Patterzon (Coördinatie Milieu, Kabinet van de President) en Gina Griffith (NIMOS).
Er werden veel kritische vragen gesteld vanuit het publiek. Wantrouwen over of de wet wel op korte termijn aangenomen zal worden, maar meer nog of en hoe deze zal worden gehandhaafd, voerde de boventoon.

 



DNA-voorzitter Simons legde uit dat er via een speciaal emailadres (feedbackwetgeving@dna.sr) feedback gegeven kan worden op de conceptwet en benadrukte hoe belangrijk dit is. Moderators Sharda Ganga en Annette Tjon Sie Fat moedigden iedereen aan om hun commentaar naar DNA te sturen. 

maandag 20 februari 2017

Zandafgraafvergunningen ondergraven goed bestuur

Onderstaand persbericht is op vrijdag 17 februari verstuurd naar alle media.

Zandafgravingen te Braamspunt
Foto: Rudi van Kanten
Het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) schaart zich achter de oproep van het WWF, CI Suriname, Green Heritage Fund Suriname en de SHATA (Suriname Hospitality and Tourism Association) om de zandafgravingen te Braamspunt onmiddellijk stop te zetten.

De milieuorganisaties en de SHATA hebben duidelijk aangegeven welke de gevolgen zijn van het besluit om, ondanks de adviezen van experts, toch weer vergunningen te verlenen aan ondernemers voor het afgraven van zand en schelpen langs onze kwetsbare kust.

Het is onbegrijpelijk dat het Ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen is overgegaan tot deze toestemming. Immers, het was de huidige minister zelf die aan het WWF vroeg om een gedegen studie te doen naar de effecten van zandafgravingen aan de kust en in de kustvlakte. Het wetenschappelijk advies dat voortkwam uit deze studie was dat er onder geen beding langer zand en schelpen mogen worden gewonnen- de korte en lange termijn effecten op de biodiversiteit en op de kustbescherming zijn onomkeerbaar.

Een vraag die gesteld kan worden is: waarom vraagt de Overheid advies van een breed team van deskundigen als zij dat toch naast zich neer zal leggen als het advieshaar niet goed uitkomt? Maar de vraag die gesteld moetworden is: op basis waarvan worden besluiten nu eigenlijk genomen, en door wie? Deze onduidelijkheid over besluitvormingsprocedures en wie nu waar verantwoordelijk voor is, geeft aan hoe slecht het gesteld is met het goed-bestuurprincipe van transparantie en rekenschap.

Tegelijkertijd is het schrijnend om te zien hoe weinig de Regering zich iets aantrekt van haar eigen officiële voornemens. Er is een totale disconnectie tussen woord en daad.

In de Regeringsverklaring van het tweede Kabinet Bouterse wordt de bescherming van de kust als één van de belangrijkste randvoorwaarden voor het voortbestaan van de natie gezien; van cruciaal belang, en daarom zal er “de nodige prioriteit, onvoorwaardelijke politieke en beleidsaandacht” hieraan worden gegeven, voor een structurele en duurzame oplossing. “Er zal een urgentiebeleid van duurzame bescherming van onze kust gevoerd worden”; “De Regering streeft naar het behoud van evenwichtige ecosystemen in het kader van duurzame ontwikkeling. Dit betekent dat wij de grotendeels ongerepte  natuurlijke omgeving die wij geërfd hebben, niet alleen zullen beschermen, maar ook tot een geïntegreerd deel zullen maken van het economisch beleid gericht op de versnelde ontwikkeling van Suriname”. En als uitsmijter uit de paragraaf over milieubeleid: "Het milieubeleid (...) zal speciale aandacht geven aan de bescherming van de kust en het management van de kustzone.”

Het besluit is ook in tegenspraak met de zorgplicht van de Staat zoals verankerd in artikel 6g van de Grondwet, nl.: "het scheppen en het bevorderen van condities, nodig voor de bescherming van de natuur en  voor het behoud van de ecologische balans."

In zijn reactie in DNA stelt Minister Dodson dat de economische belangen in de bouw- en constructiesector de doorslag hebben gegeven voor het besluit. Echter, als wij als land werkelijk duurzame ontwikkeling nastreven kunnen korte termijn economische belangen van een  enkelen nimmer staan boven het nationaal belang.

Protesten van milieu-organisaties
Foto: Starnieuws
Het besluit voor de zandafgravingen op Braamspunt is niet alleen tegen elk principe van duurzame ontwikkeling, maar is ook in strijd met de door de Regering zo graag beoogde diversificering van de economie en armoedebestrijding. Immers, zandafgravingen leveren inkomsten aan slechts een aantal ondernemers, maar het schildpadtoerisme is een inkomstenbron van lokale gemeenschappen, die weinig andere economische mogelijkheden hebben. Bovendien is Braamspunt het dichtsbijzijnde strand vanaf Paramaribo en het leent zich uitstekend voor lokale dagtoeristen die zich een duurdere strandreis misschien niet kunnen permiteren.

Dit betreurenswaardig besluit was mede mogelijk vanwege het ontbreken van een goede institutionele structuur voor de milieusector. Er is geen enkel ministerie meer dat milieu onder zich herbergt, waardoor het elke keer weer gissen is wie verantwoordelijk is voor handelingen, voor bedenken en uitvoeren van de beleidsvoornemens en het toezicht daarop. Ook het gebrekkig wettelijk kader draagt bij aan de chaotische besluitvorming- in troebel water is het immers goed graven.

Het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur roept daarom niet alleen op tot onmiddelijke stopzetting van de zandafgravingen, maar roept de Regering ook op om nu duidelijkheid te scheppen in besluitvormingsprocessen door het instellen van een duidelijke, transparante institutionele – en besluitvomingsstructuur voor milieu. Aan de Nationale Assemblee de taak om met de meeste spoed de Milieuraamwet en de Wet op Kustbescherming in behandeling te nemen.

donderdag 24 november 2016

Mijnbouwgeld in dienst van duurzame ontwikkeling

Dimitri Tjon Sie Fat van Green Heritage Fund Suriname
Geld maken is niet het doel, maar een middel om te komen tot duurzame ontwikkeling. Dit was de rode draad gedurende het mini-college ‘Mijnbouw en duurzame ontwikkeling’, verzorgd door Dimitri Tjon Sie Fat van Green Heritage Fund Suriname, lid van het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur. Dit mini-college was onderdeel van de 9e Democratiemaand.

Tjon Sie Fat maakte gebruik van de ‘Natural Resource Charter Decision Chain’, een model voor het uitzetten van duurzame strategieën voor natuurlijke hulpbronnen, om zijn betoog vorm te geven.
In deze keten zijn de verschillende schakels aangegeven die op zijn plaats zouden moeten zijn om op een duurzame wijze gebruik te maken van de aanwezige natuurlijke hulpbronnen in een land. Alles begint met de eerste schakel: het op zijn plaats hebben van sterke instituten voor beheer en bestuur van de hulpbronnen. 
Bij het volgen van de schakels, zien wij dat je als land bijvoorbeeld voor het exploreren eigenlijk eerst de grondenrechten duidelijk vastgesteld moeten hebben. Een goed systeem voor dataverzameling moet op zijn plaats  zijn, net als een systeem om een goede deal te krijgen bij de Multinationals, b.v. middels een investeerders ‘auction’.  

De ‘Decision Chain’ noemt ook andere basisvoorwaarden om via mijnbouw te komen tot duurzame ontwikkeling, zoals een regering die ervoor zorgt dat de krachten die aan elkaar trekken in balans zijn, dat markten niet op hol slaan, en milieuvervuiling beperkt is. Tegelijk moet ervoor worden gewaakt dat de kwaliteit van het leven van mensen niet verslechtert. Als fundament hiervoor staan sterke wetten, een sterke civil society, en sterke instituten.

De inleider en het publiek keken vervolgens samen naar de politieke, economische, en sociale realiteit van Suriname die in de weg staan van het inzetten van de mijnbouw voor diversificatie en duurzame ontwikkeling. Tjon Sie Fat constateert dat er in Suriname geen duidelijke gedeelde langtermijn visie of strategie is, maar er meer in temen van losse projecten gedacht. 

Aanwezigen discussieerden erover dat er al legio vijf- en tienjaren ontwikkelingsplannen en strategische plannen zijn geweest, maar dat de politieke cultuur die vaak vroegtijdig de das om heeft gedaan: alleen maar werken naar de volgende verkiezing toe, het gebruiken van resources om de politieke (en soms ook de etnische) achterban tevreden te stellen, en wijdverbreide patronagepolitiek. 

Het probleem van het gebrek aan lange- termijndenken en uitvoeren, kan zelfs maken dat wij volledig de ‘mijnbouw-boot’ missen.  In zijn presentatie gaf Tjon Sie Fat aan dat de verschillende mijnen en bronnen ongeveer 16 jaren nog gemijnd en ontgind kunnen worden. Indien er nieuwe worden ontdekt, kunnen we hooguit er vanuit gaan dat dit tot 20 jaar kan worden opgetrokken. Dat wil zeggen dat de inkomsten uit deze sector er straks helemaal niet meer zullen zijn, en wij als land niets hebben om op terug te vallen.


Samen met het publiek, keek Tjon Sie Fat naar de mogelijkheden om de schakels in de Decision Chain te versterken, zodanig dat andere sectoren die kunnen gebruiken om te groeien. Een jonge, enthousiaste Landbouw-student wist het publiek te imponeren met zijn inbreng over de potentie van deze sector, door bijvoorbeeld minderjarige gewassen te stimuleren, of cassave te gebruiken voor energie-opwekking. De verviervoudiging van het aantal studenten van deze Studierichting in de afgelopen, toont de groeiende belangstelling aan. 


Nu alleen nog de bijbehorende langtermijn visie waar wij allemaal achter staan en ons voor inzetten.  

vrijdag 11 november 2016

Wi kon makandi

Onthulling door kunstenaar Andre Sontosoemarto, Jamille Haarloo (CELOS)
en Donovan Prami (Kiibi)
Het kunstwerk ‘Makandi’ van Andre Sontosoemarto maakt sinds afgelopen zondag deel uit van het landschap bij Moengo. ‘Makandi’ springt direct in het oog. Tegelijkertijd gaat het op in de omgeving door de diverse verwijzingen naar de omringende natuur.
Als onderdeel van een project gericht op land-use planning van het Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek in Suriname (CELOS) is ‘Makandi’ een van de eerste tastbare resultaten voor de bevolking van Marowijne. Omdat PROJEKTA het CELOS begeleidt, in opdracht van de internationale Alcoa ALCOA Foundation, was zij evenals andere projectpartners zoals het Small Grants Programme (SGP) en Stichting Kiibi uitgenodigd voor de onthulling van het kunstwerk.

Samenwerking en symboliek
‘Makandi’ is tot stand gekomen in samenwerking met bewoners van de dorpen Ricanaumofo, Akalekondre, Abadoekondre en Benatimofo. Zij hebben geparticipeerd in workshops met de kunstenaar. Voor de vier hoeken van het kunstwerk, welke deze vier dorpen voorstellen, heeft de kunstenaar figuren verwerkt uit de kunstwerken (met name pangi’s en prapi-kruiken) van de lokale participanten.

Ook dieren die in de omgeving voorkomen, waaronder een arasari (kleine toekan), agouti, kapasi en een leguaan, zijn er in terug te vinden. Een rotte vis en een halve kaaiman staan symbool voor de teloorgang van de natuur door de niet-duurzame manieren van landgebruik. Kunstenaar Sontosoemarto zegt hierover: “De mens krijgt alles van de natuur, op een hele nette manier. Wij mensen moeten de natuur niet zo achterlaten zoals een aantal grote maatschappijen heeft gedaan.”

Het kunstwerk is geplaatst op een relatief laag gelegen plek, die af en toe onder water komt te liggen. Op deze manier ontstaat er een spannende wisselwerking met de natuur, iets wat land-art in de regel beoogt te doen. Het (mogelijk) onderstromen van het kunstwerk is een verwijzing naar de overstromingen van het gebied in 2006 en 2013 en de regelmatig terugkerende wateroverlast.


Uit de manier waarop de elementen van de natuur zullen spelen met de elementen van het kunstwerk, zullen ook de effecten van klimaatverandering blijken. Over de relatie tussen het kunstwerk en de rest van het project vertelt CELOS-projectcoordinator Jamille Haarloo: “Het kunstwerk heeft niet direct te maken met planning van landgebruik, maar wel met de verschillende bedreigingen die de noodzaak van goede planning benadrukken. Bovendien is de wateroverlast de belangrijkste aanleiding geweest voor het starten van dit project.”

Natuurlijk erfgoed
Het project is in volle gang. De afgelopen maanden is er geïnventariseerd welke manieren van landgebruik er op dit moment zijn. Ook heeft het CELOS de bewoners gevraagd in welke manier van landgebruik zij het meest zouden investeren. Hieruit zijn drie prioriteiten geïdentificeerd, te weten landbouw, verkaveling en erfgoed. “Bij erfgoed gaat het om natuurlijk erfgoed, het idee dat je de natuur leent en doorgeeft aan de volgende generatie. Non-timber forest products (bosbijproducten) als duurzame manier om economisch voordeel te halen uit de natuur zijn onderdeel van de categorie ‘erfgoed’”, aldus Haarloo. Een voorbeeld van een bosbijproduct is podosiri, waarvan er talrijke bomen aan de overkant van het kunstwerk staan, en ook afbeeldingen van terug te vinden zijn in het kunstwerk.

Voor dit project heeft het CELOS ook een drone aangeschaft. Met de drone zullen de verschillende manieren van landgebruik en de ontwikkelingen hiervan op het landschap gedetailleerd in kaart gebracht worden. De trainingen voor technici en mensen uit de lokale gemeenschap om de drone te gebruiken zullen op zeer korte termijn plaatsvinden.






Begeleiding door PROJEKTA
Het CELOS voert sinds 2015 nog een project uit dat door de internationale ALCOA Foundation wordt gefinancierd en waarbij de begeleiding in handen ligt van PROJEKTA. Dit project richt zich op het behoud van agro-biodiversiteit in de dorpen Ricanaumofo, Asigron en Matta. Lees hier meer over dit project.

In februari 2015 riep de internationale ALCOA Foundation organisaties op om projectideeën in te dienen bij PROJEKTA. Eerder werden projectvoorstellen rechtstreeks ingediend bij de afdeling Community Relations van Suralco. Zij ontvingen echter vaak projectvoorstellen die niet aan de voorwaarden van de ALCOA Foundation voldoen, waardoor organisaties en gemeenschappen in de gebieden waar Suralco werkte, vaak onvoldoende gebruik konden maken van de mogelijkheid om projecten financieel te laten ondersteunen. PROJEKTA is vanwege haar ruime kennis en ervaring met het werken met gemeenschapsorganisaties en het uitvoeren van soortgelijke programma’s, door de ALCOA Foundation gevraagd om de organisaties te trainen en begeleiden in het proces van projectaanvraag, -uitvoer en -rapportage.
Naast de nieuwe projecten die resulteerden uit de de oproep van februari 2015, begeleidt PROJEKTA ook organisaties die eerder een donatie ontvingen en nog bezig zijn met de projectuitvoer en/of rapportage. Voorbeelden hiervan zijn Caribamboo, de Pater Ahlbrinck Stichting (PAS) en ProHealth.

Lees via de volgende links meer over het capaciteitsversterkingsprogramma van PROJEKTA:
·                     Green Heritage Fund start project op Brownsweg
·                     Overweldigendebelangstelling voor fondsen Alcoa Foundation
·                     Langatabiki: hier zijn we
·                     Met het Surinaamse Rode Kruis op bezoek in Brokopondo
·                     Kinderen in Brokopondo werken aan rampenbestrijdingsplan

woensdag 17 december 2014

Democratie en milieu: Mohawk Prayer

Op 27 november gaf Monique Pool van Green Heritage Fund Suriname in het kader van de Democratiemaand een lezing rondom het thema ‘Democratie en Milieu’. Omdat het diezelfde dag ook Thanksgiving was, heeft ze haar presentatie vormgegeven aan de hand van een ‘Mohawk Thanksgiving Prayer’. Dit viel erg in de smaak bij het aanwezige publiek. Na afloop was er zoveel vraag naar de tekst, dat we besloten hebben de volledige tekst op de blog te plaatsen.  

Groeten aan de natuurlijke wereld


De mens
Vandaag zijn wij samengekomen en we zien dat de levenscycli voortgaan. We hebben de taak gekregen om te leven in balans en harmonie met elkaar en alles wat leeft. Dus nu brengen we onze gedachten samen in eenheid terwijl wij elkaar groeten en danken als mens.
Nu zijn onze gedachten een.

Moeder aarde
We zijn allen dankbaar voor onze moeder, de aarde, want zij geeft ons alles wat nodig is voor ons leven. Onze voeten steunen op haar wanneer wij over haar heen lopen. En wij zijn blij dat zij voor ons blijft zorgen zoals zij heeft gedaan vanaf het begin der tijden. Wij sturen groeten en dank naar onze moeder.
Nu zijn onze gedachten een.

Het water
Wij danken alle wateren in de wereld voor het lessen van onze dorst en het geven van kracht aan ons. Water is leven. We kennen de kracht daarvan in vele vormen, watervallen en regen, mist en stromen, rivieren en oceanen. In eensgezindheid sturen wij groeten en dank naar de geest van het water.
Nu zijn onze gedachten een.

De vissen
Onze gedachten gaan nu uit naar al het visleven in het water. Hen was de opdracht gegeven het water te reinigen en schoon te maken. Zij geven ook zichzelf aan ons als eten. We zijn dankbaar dat we nog schoon water kunnen vinden. Dus, we richten ons nu tot de vissen en sturen hen groeten en dank.
Nu zijn onze gedachten een.

De planten
We richten ons nu naar de uitgestrekte velden met plantenleven. Zover als onze ogen kunnen zien, groeien planten en die verrichtten vele wonderen. Zij houden veel levensvormen in stand. Met onze gezamenlijke gedachten danken wij hiervoor en kijken uit naar het voortbestaan van het plantenleven voor vele generaties na ons.
Nu zijn onze gedachten een.

De voedselgewassen
Eensgezind richten wij ons op het eren en danken van alle gewassen die we oogsten uit de tuin. Vanaf het begin der tijd, hebben de granen, groenten, bonen en bessen mensen geholpen te overleven. Veel andere levende wezens halen ook hun kracht uit hen. We nemen alle voedselgewassen samen als eenheid en sturen hen groeten en dank.
Nu zijn onze gedachten een.

De medicinale planten
We richten ons nu tot alle medicinale planten van de wereld. Vanaf het begin was het hun taak om ziekte weg te nemen. Zij zijn altijd klaar en wachten om ons te genezen. We zijn blij dat er nog mensen onder ons zijn die nog weten hoe wij deze planten moeten gebruiken om te genezen. Eensgezind, sturen we groeten en dank naar deze medicijnen en naar de bewaarders van deze medicijnen.
Nu zijn onze gedachten een.

De dieren
We brengen onze gedachten tezamen om groeten en dank te sturen naar al het dierenleven in de wereld. Wij hebben veel te leren als mens van hen. Zij eren ons wanneer zij hun leven opgeven zodat wij hun lichamen kunnen gebruiken als voedsel voor onze mensen. We zien ze dicht bij onze huizen en diep in het oerwoud. We zijn blij dat zij er nog zijn en we hopen dat dat nog lang zo zal blijven.
Nu zijn onze gedachten een.

De bomen
We richten onze gedachten nu op de bomen. De aarde heeft vele families van bomen die hun eigen taak en nut hebben. Sommigen verschaffen ons bescherming en schaduw, anderen geven ons fruit, schoonheid en andere nuttige zaken. Veel volkeren in de wereld gebruiken de boom als een symbool van vrede en kracht. Eensgezind, groeten en danken we de boom van het leven.
Nu zijn onze gedachten een.

De vogels
We brengen onze gedachten samen als één en danken alle vogels die zich boven ons hoofd bewegen en vliegen. De schepper heeft hen mooie liederen gegeven. Elke dag herinneren zij ons eraan van het leven te genieten en het te appreciëren. De arend is gekozen als hun leider. Aan alle vogels - van de kleinste tot de grootste - sturen wij groeten en dank
Nu zijn onze gedachten een.

De vier winden
We zijn allen dankbaar voor de krachten die bekend zijn als de vier winden. We horen hun stemmen wanneer zij de lucht voortbewegen en ons verfrissen en de lucht verversen die wij inademen. Zij brengen ons de verandering van de seizoenen. Zij komen uit vier richtingen, geven ons boodschappen en kracht. Eensgezind, sturen wij onze groeten en dank naar de vier winden.
Nu zijn onze gedachten een.

De donder
We richten ons nu naar het westen, waar onze grootvaders, de donderwezens, leven. Met weerlicht en donderslagen brengen ze het water dat het leven vernieuwt. We zijn dankbaar dat zij de slechte dingen gemaakt door de ondergrondse Okwiseres van ons weghouden. Met onze gedachten tezamen als een, sturen wij groeten en dank naar onze voorvaders, de donder.
Nu zijn onze gedachten een.

De zon
We sturen nu groeten en dank naar onze oudste broeder, de zon. Elke dag zonder falen reist hij de hemel af van oost naar west en brengt daarbij het licht van een nieuwe dag. Hij is de bron van al het levensvuur. Eensgezind, sturen wij groeten en dank naar onze Broeder, de Zon.
Nu zijn onze gedachten een.

Grootmoeder Maan
We brengen onze gedachten samen om dank te zeggen aan onze oudste grootmoeder, de Maan, die de hemel in de nacht verlicht. Zij is de leider van alle vrouwen in de wereld, en zij is de heerser over de getijden van de oceaan. Met haar veranderd gezicht meten we de tijd, en het is de Maan die de komst van de kinderen hier op aarde overziet. Eensgezind, sturen we groeten en dank aan onze Grootmoeder, de Maan.
Nu zijn onze gedachten een.


De sterren
Wij danken de sterren die zich verspreiden over de hemel als juwelen. Wij zien ze in de nacht, wanneer zij de Maan helpen de duisternis te verlichten en brengen dauw in onze tuinen en voor alles wat groeit. Wanneer we 's-nachts reizen, wijzen zij ons de weg naar huis. Met onze gedachten tezamen als een, sturen we groeten en dank aan de sterren.
Nu zijn onze gedachten een.

De verlichte meesters
Eensgezind groeten en danken we de verlichte meesters die door de eeuwen heen zijn gekomen om ons te helpen. Wanneer we vergeten in harmonie te leven, herinneren zij ons aan hoe we als mensen hebben geleerd te leven. Eensgezind, sturen wij groeten en dank aan die zorgvolle meesters.
Nu zijn onze gedachten een.

De schepper
Nu richten wij onze gedachten op de schepper, of Grote Geest, en sturen groeten en dank voor alle gaven uit de schepping. Alles wat we nodig hebben om een goed leven te leiden is hier op deze Moeder Aarde. Met alle liefde die nog om ons heen is, brengen we al onze gedachten tezamen als een en sturen onze welgekozen woorden om de schepper te groeten en danken.
Nu zijn onze gedachten een.

Afsluitende woorden
Nu zijn we gekomen op de plek waar onze woorden ophouden. Bij het noemen van alle dingen, was het niet onze intentie om iets weg te laten. Indien wij zaken hebben vergeten, dan laten we het over aan elk individu om groeten en dank naar die zaken te sturen op hun eigen wijze.
Nu zijn onze gedachten een.

Vertaling: Monique Pool

This translation of the Mohawk version of the Haudenosaunee Thanksgiving Address was developed, published in 1993, and provided, courtesy of: Six Nations Indian Museum and the Tracking Project. All rights reserved. English version: John Stokes and Kanawahienton (David Benedict, TurtleClan/Mohawk). Mohawk version: Rokwaho (Dan Thompson, Wolf Clan/Mohawk). Original inspiration: Tekaronianekon (Jake Swamp, Wolf Clan/Mohawk).

vrijdag 14 november 2014

Vakbeweging en bedrijfsleven gaan samen voor ‘Decent Work’

Werkgevers en werknemers streven hetzelfde doel na, zei VSB-voorzitter Ferdinand Welzijn, bij de tweede discussie die PROJEKTA organiseerde in de 7e Democratiemaand. Hij zette hiermee de toon van de avond. 
Het thema van de discussie-avond van 13 november 2014 was “Fatsoenlijk werk, Duurzame Ontwikkeling en Democratie”.  De VSB verwacht dat haar leden de beste verstandhouding proberen te hebben met haar werknemers, want het best draaiende bedrijf is het bedrijf waar men oor heeft voor de belangen van het bedrijf- en dus ook de belangen van haar werknemers. Naast Welzijn sprak ook Robby Berenstein, voorzitter van de C-47 Vakcentrale, het publiek toe.

Tijdens beide presentaties kwam een beeld naar voren van samenwerking en afstemming tussen bedrijfsleven en vakbeweging. Niet altijd zijn ze het met elkaar eens over de exacte invulling van arbeidsgerelateerde vraagstukken, maar zowel vakbond als bedrijfsleven staan achter het Decent Work Programma van de ILO en achter de principes van duurzame ontwikkeling; en werken ze samen aan de invulling daarvan voor Suriname. Beide presentatoren maakten indruk met hun gedegen kennis van de materie, hun vermogen deze te vertalen voor mensen die zich niet elke dag verdiepen in arbeidsmarkt- en arbeidsrechtvraagstukken en hun no-nonsense beantwoording van de vele vragen uit het publiek.

Duurzame ontwikkeling en ondernemers
“Un’ no kan por’ en gi a nageslacht”, vervolgde Welzijn. Niet alleen ondernemers, maar wij allemaal, moeten in al ons handelen en gedrag rekening houden met wie er na ons komt. “Wij kunnen plezier hebben, een goed leven, maar we hebben een sterkere plicht om iets goeds achter te laten.” De eindigheid van natuurlijke hulpbronnen als goud en bauxiet noopt tot het focusen op andere, duurzame sectoren, zoals toerisme en landbouw. Maar dat moet wel volgens een gedegen planning. Naast duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen zijn voor de VSB o.a. van belang het stimuleren van innovatief ondernemerschap, verhoging van het concurrentievermogen en goede infrastructuur. Voor duurzame ontwikkeling die tegemoet komt aan de behoeften van zowel de werkgevers als werknemers staat het creëren van werkgelegenheid en de verhoging van arbeidsproductiviteit voorop, evenals een betere aansluiting van het onderwijs op werkgelegenheid en een stijging van lokale en internationale investeringen.

VSB voor maatschappelijk verantwoord ondernemen
De VSB staat voor dat bedrijven niet alleen winst als doel hebben, maar ook het belang inzien van zorgen voor een goed milieu, en bijdragen aan de ontwikkeling van de totale gemeenschap. “Wij zeggen  dat je jezelf niet moet bevoordelen, ten nadele van de gemeenschap; en dat ook andere ondernemers voordeel hebben bij jouw succes. Dat je een voorbeeld bent voor je omgeving”, zegt Welzijn.
Aspirant-leden van de VSB worden daarom niet alleen gevraagd naar de gewoonlijke gegevens, zoals branche, adres, aantal werknemers en “hoe kom je aan je geld”. Ze worden ook gevraagd naar principes van bedrijfsvoering: hoe denk je over arbeidsverhoudingen, hoe ga je om met de gemeenschap, hoe ga je om met de factor arbeid. De VSB oefent geen harde dwang uit, maar probeert achter gesloten deuren haar leden te motiveren en te scholen in de decent work principes, maar ook in de principes van duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Zo wordt er volgend jaar een award ingesteld voor bedrijven die het meest voldoen aan de eisen van maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Overheid schuldig aan arbeidstekort
Maar de factor arbeid blijft problematisch. Het publiek wees op de discrepantie op de Surinaamse arbeidsmarkt: enerzijds een hoge werkloosheid onder met name jongeren, en anderzijds een arbeidstekort. Hoe komt dat toch, werd gevraagd, zijn Surinamers te lui om te werken?
Volgens de inleiders is er vooral een structureel tekort aan goed opgeleide krachten.
Ons onderwijs is nog steeds niet voldoende afgestemd op de arbeidsmarkt. De nieuw aangekondigde Nationale Trainings Autoriteit moet gaan zorgen voor betere aansluiting op de behoeften van de arbeidsmarkt, en vooral op de naadloze aansluiting van school en werk, zodat mensen werkervaring kunnen opdoen terwijl ze nog studeren. Waar we behoefte aan hebben zijn multi-inzetbare werknemers en vaktechnische experts. Momenteel is er een hoge import van arbeidskrachten in technische beroepen- er zijn  Filipijnse artsen en verpleegkundigen, Haitianen in de agrarische sector, Chinezen in de bouwsector, Vietnamezen, Brazilianen, Nederlanders. Maar ook de Overheid is debet aan het tekort aan arbeidskrachten. Door gemakkelijk baantjes te verdelen via nepotisme en regelarij bijvoorbeeld, en door het niet structureel en systematisch stimuleren van ondernemerschap.

Wetgeving: je moet niet op mijn terrein komen
Dat we verder zijn afgezakt op de Doing Business Index ligt vooral aan ons gebrekkig wetgevingskader. Jamaica ging van de 89e naar de 58e plaats – nog nooit heeft een Latijns Amerikaans en Caraibisch Gebied zo een grote sprong vooruit gemaakt. Dat komt doordat ze hun wetgeving hebben aangepakt met behulp van Compete Caribbean. De Competitiveness Unit in Suriname heeft zich ook hard ingezet voor verbetering van het ondernemersklimaat om de achterstand van meer dan 150 wetten in te halen. Waarom dat nog steeds niet goed komt, werd gevraagd door het publiek. Volgens Welzijn is dat omdat er weinig coordinatie is in de Regering. “Het lijkt alsof we een Regering hebben, maar wat we in feite hebben zijn verschillende belangen, er is weinig synchronisatie en gelijkgerichtheid binnen de Raad van Ministers”. Voor de totstandkoming van wetten zijn verschillende ministeries nodig, maar ook anderen, zoals de VP. Iedereen beperkt zich echter tot het eng eigen belang; men vecht over wie waar verantwoordelijk voor is, en zegt:”je moet niet op mijn terrein komen”.

Waar wetten stranden
Robby Berenstein gaf een uiteenzetting over de geschiedenis van het begrip “decent work” en de werking van het ILO. Hij gaf aan dat het  ministerie van ATM nu bezig is met het Decent Work Country programma voor Suriname. Reeds in 2011 heeft de vakbeweging daar een seminar over georganiseerd en de aanbevelingen en prioriteiten aangegeven aan de Overheid. “We weten niet wat hoe het staat met die inbreng. We weten ook niet concreet hoe ver men is met het formuleren en het implementeren van het Country programma”, zegt Berenstein.
Voor de vakbeweging is een van de belangrijkste probleempunten voor wat betreft fatsoenlijk werk in Suriname, dat de wetgeving op basis van ILO standaarden nog ver achter loopt. “Op dit moment zijn er 5 of 6 wetten die liggen tussen het Arbeidsadviescollege (AAC) en de Ministerraad, o.a. de aanscherping van de wet Bemiddelingsraad, die van belang is voor zowel werknemers als werkgevers.”

Ad hoc beleid en sociaal contract
Creëren van werkgelegenheid gebeurt veels te adhoc, zegt Berenstein, er is een volkswoningbouwproject hier, dan de uitbreiding raffinaderij Staatsolie, maar er is geen interministeriele coordinatie die de creatie van werkgelegenheid monitoort. We weten niet welke jobs nodig zijn, welke skills, en wanneer. Het Ministerie van ATM zou de belangrijkste plaats moeten innemen bij het plannen van werkgelegenheid.

Berrenstein vindt het sociaal zekerheidsstelsel een stap in de goede richting naar invulling van het decent work programma, maar ook dat gebeurt ad hoc.  Het sociaal contract zoals door de President werd aangekondigd en veelvuldig wordt aangehaald, is eigenlijk nooit goed uitgewerkt en ingevuld: wat wordt er concreet mee bedoeld? Een sociaal zekerheidstelsel houdt meer in dan alleen pensioenen, basisgezondheidszorg en minimumloon. Waar blijven bijvoorbeeld de voorzieningen voor mensen met een beperking? Voor mensen in het binnenland die ver van diensten wonen, en geen inkomen hebben?
“We moeten er ook voor waken dat dit soort maatregelen niet verworden tot “sociaal bezig zijn”, dingen doen om het volk zoet te houden, maar die niet te betalen zijn. Dan zijn we over vijf jaar nergens. “Als je slechts werkt aan sociale zekerheidstelsels en sociale woningbouw, maar niet tegelijkertijd het ondernemerschap aanpakt, de werkgelegenheid en productiviteit systematisch en doordacht stimuleert, dan hebben we straks wel geweldige sociale voorzieningen, maar zal iedereen voor zijn eten afhankelijk zijn van de Overheid”, volgens Berenstein.

Gebrek aan transparantie
Het hoofddoel van de vakbeweging is herverdeling van welvaart, en in dat kader passen sociaal zekerheidsstelsels. Maar corruptie is een enorme bedreiging voor de sociale zekerheid. Het uitgavenbeleid van de regering is problematisch; het effect van maatregelen zoals de benzineprijsverhoging kun je daarom ook niet goed inschatten, want het is alsof het geld in een zwart gat terecht komt; teveel zaken met betrekking tot het uitgavenbeleid van de Overheid zijn onduidelijk.
Gebrek aan transparantie is een van de grootste euvels voor duurzame ontwikkeling, ondernemerschap en de rechten van arbeiders.

Gebrek aan dialoog: ga maar een partij oprichten
Beide inleiders hekelden het gebrek aan structureel overleg met de Regering. “Bij ingrijpende besluiten zoals verhoging van de benzineprijs welke een direct effect hebben op de doelgroep, moet er van tevoren goed overlegd worden met de sociale partners, je kunt niet over een nacht ijs gaan” zegt Welzijn.
Er is een Tripartiet overleg gestart, maar de SER is nooit meer benoemd na het verstrijken van de zittingstermijn van de vorige SER – men vond dat niet nodig, want er was al een tripartiet overleg. Maar het tripartiet overleg is voor acute korte termijn zaken, en de SER voor beleid op lange termijn. Bovendien zit de VSB niet aan bij het tripartiet overleg. Het niet meedoen van de VSB geeft een grote deuk aan het concept van sociale dialoog, zegt Berenstein: “Eigenlijk zouden we het gewoon sociale dialoog moeten noemen om de verwarring weg te maken.”
Volgens hem vindt de regering het niet nodig om de SER in te stellen, want men zegt: “de SER gaat me hinderen in mijn werk; ik wil niet te maken hebben met een stelletje wetenschappers, en met allerlei theorieën, ik wil dingen gedaan krijgen”.

Hij verteld dat ze soms te horen krijgen: “Ik heb de macht, als jij dingen gedaan wil hebben, dan moet je maar een partij oprichten, dan kan je ook invloed hebben”. We merken, zegt Berenstein tot slot, dat als men eenmaal in de Regering zit, men weinig respect heeft voor georganiseerde instituten, er worden verdeel- en heerstactieken toegepast, een van de meest toepaste strategieën de afgelopen periode.