Posts tonen met het label Ferdinand Welzijn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ferdinand Welzijn. Alle posts tonen

dinsdag 9 december 2014

Democratie in 2014

In het kader van de Democratiemaand stelde PROJEKTA aan een aantal mensen uit verschillende vakgebieden de volgende vragen: 'Wat vond u van onze democratie in 2014?' en 'Wat is uw verwachting voor het komend jaar?'

(Deze bijdragen zijn eerder verschenen in de State of Democracy Nieuwsbrief 2014. Voor de volledige nieuwsbrief, klik hier)

Zorgen om de rechtsstaat

Mijn bezorgdheid over de huidige staat van de democratie betreft vooral de verhouding tussen democratie en rechtsstaat. Er bestaat geen hiërarchische verhouding tussen beide instituten maar beide bepalen wel mede elkaars inhoud. Dat betekent dat de normen van het ene instituut tot stand komen onder invloed van de normen van het andere instituut.
In de afgelopen jaren heeft het ‘spel van de democratie’ onvoldoende rekening gehouden met de regels van de rechtsstaat. De rechtsstaat vormt het raamwerk waarbinnen de democratie functioneert en het staat de democratie niet vrij om regels van de rechtsstaat te negeren, ook niet met een beroep op langs democratische weg tot stand gekomen besluitvorming.De rechtsstaat van Suriname is niet beperkt tot rechtsnomen die in de nationale wetgeving zijn neergelegd, maar omvat ook internationaalrechtelijke normen tot naleving waaraan Suriname gehouden is.
Een belangrijk deel van de tweede categorie normen zijn normen die de bescherming van mensenrechten betreffen en daarom de graad van civilisatie van een samenleving bepalen. Een concreet voorbeeld van een geval waarin de democratische besluitvorming deze normen niet in acht heeft genomen is de Amnestiewet van 2012.
Ook het nalaten van democratische organen om wettelijke regelingen en overheidsbeleid in overeenstemming te brengen met mensenrechten en de naleving daarvan te bevorderen, getuigt van ernstige gebreken in een geciviliseerde democratische samenleving.
Voorbeelden van dit verzuim van de democratie betreffen de grondenrechten van Inheemsen en Marrons maar ook, meer algemeen, alle begunstigende handelingen van de overheid (zoals uitgifte van grond en uitgifte van concessies) die niet aan rechtsregels onderworpen zijn en daardoor voortdurend ander andere het recht op gelijke behandeling schenden.
Hans Lim A Po, Directeur van het Lim A Po Instituut

Minachting

Aan de ene kant werd 2014 voor mij gekenmerkt door een steeds zichtbaarder wordende minachting van het volk door politici. Mensen laten graaien naar bankbiljetten maar niets doen aan werkgelegenheid; het ene schandaal na het andere, maar geen anticorruptiewet; en het schaamteloos stuivertje verwisselen van de ene partij/combinatie naar de andere.
Ik vond het niet verrassend maar toch schokkend dat de wetgeving om districten zelf geld te laten beheren en zelf hun ontwikkeling te laten bepalen niet is aangenomen; en dat daarmee het hele miljoenen-decentralisatieproject abrupt tot stilstand is gekomen. Het was extra triest om te zien dat men wel de eigenoude-mannendromen van een trein in Suriname erdoor heen wil drukken.
Aan de andere kant zag ik met blijdschap de felle verontwaardiging op Facebook over tal van issues; en de vele initiatieven om jongeren te versterken naar mondigheid en zelfstandigheid. Met Women’s Rights Centre mocht ik deel uitmaken van het historisch project waarbij religieuze leiders vanuit een mensenrechtenperspectief naar hun religie kijken; en dit aan jongeren doorgeven. Een bewijs dat het anders kan!
Voor 2015 verwacht ik dat het niveau van politiekvoering een dieptepunt zal bereiken, en ik verwacht dat we daar als samenleving steeds kritischer naar gaan kijken.
Maggie Schmeitz, cultureel antropoloog

Schijn

Democratie is niet alleen het opzetten van instituten, organen, een systeem, maar is eerder een beleving, een geestelijk product. De beleving van wat democratie zou moeten zijn, leeft slechts bij een kleine groep. Slechts eens in de vijf jaren is er een schijn van democratie wanneer de verkiezingen plaatsvinden. Schijn, omdat daarna vergeten wordt wat er allemaal beloofd is. Niet alleen door degenen die zijn gekozen, maar ook door de kiezers. Schijn, omdat het kiesstelsel alleen al een aanslag is op wat democratie zou moeten zijn: de meerderheid bepaalt op basis van gelijkwaardigheid. In de praktijk is het niet de meerderheid van het volk die bepaalt met in achtneming van datgene wat de minderheid ook heeft aangedragen, maar is het een minderheid van 26 plus (en soms zelf minder) die maakt en breekt.
Bovenstaande heeft z'n weerslag op goed bestuur en mensenrechten. Zolang wij niet met z'n allen beseffen wat de essentiële betekenis is van democratie en dus ons gedrag (doen en laten) niet daaraan aanpassen, zullen democratie, goed bestuur en mensenrechten slechts woorden zijn.
Waddy Sowma, Voorzitter van de Vereniging van Economisten in Suriname (VES)

Verhit

Ik vind dat de democratie dit jaar onvoldoende tot wasdom is gekomen. De Nationale Assemblee is nauwelijks effectief geweest. Het is jammer dat de oppositie ook bij belangrijke wetsontwerpen niet aanwezig is om het debat in de vergaderzaal te voeren. Dat is de plaats waar assembleeleden hun argumenten kenbaar moeten maken. De oppositie stelt zich meer 'buiten parlementair' op. Belangen van het land worden op deze manier niet behartigd.
Aan de andere kant toont het ook de zwakte van de coalitie die niet in staat is 26 assembleeleden op de been te brengen. De quorumkwestie maakt dat het land veel geld en tijd verliest. Belangrijke wetten worden hierdoor niet behandeld. In een democratie moeten argumenten tellen. Het politieke debat moet in 's lands vergaderzaal worden gevoerd. Dat de samenwerkende oppositionele partijen niet aanwezig waren bij de afronding van de sociale wetten is niet goed te praten. Achteraf via de media en op podia bezwaren uiten is niet effectief.
Op de sociale media en opbelprogramma's komt ook duidelijk tot uiting dat het grote publiek veel meer geïnformeerd moet worden over democratie. Er wordt te veel op de man en niet op de bal gespeeld; veel mensen die reageren op Facebook en andere social media, worden erg persoonlijk. Het is de taak van de regering om mensen te informeren over hoe democratie werkt en welke rechten burgers hebben. In het hele land blijkt dat het democratisch gehalte slecht ontwikkeld is. Dit is zeer slecht voor het functioneren van een land. Hierdoor is het mogelijk dat zaken die compleet fout zijn, goed worden gepraat. Hierdoor kan corruptie welig tieren. De samenleving rekent politici niet af als hun daden anders blijken te zijn dan hun woorden. Door het slecht functioneren van De Nationale Assemblee wordt de regering onvoldoende ter verantwoording geroepen over het bestuur. Er worden grote projecten uitgevoerd zonder dat daarvoor toestemming is gegeven in De Nationale Assemblee. Een voorbeeld hiervan is de aanleg van de spoorlijn waarvoor 130 miljoen euro moet worden neergeteld. Dat Staatsolie deelneemt in het Merian goudproject is evenmin besproken in De Nationale Assemblee. Ook de wijze waarop het Wanica Ziekenhuis nu wordt opgezet is geen resultaat van openbaar debat.
De beleving van de mensenrechten dient veel beter te worden aangepakt. Veel mensen begrijpen niet dat het de rechter is die recht spreekt en dat ook verdachten rechten hebben. Het liefst zou men zien dat verdachten worden dood gestenigd op het Onafhankelijkheidsplein. Er is nog veel te doen om het grote publiek uitleg te geven over wat mensenrechten inhouden. Strafprocessen duren ook veel te lang. De vele problemen waarmee de rechterlijke macht te kampen heeft, dienen serieus genomen te worden en zo snel mogelijk worden opgelost.
Komend jaar hebben we de verkiezingen. Nu reeds is het duidelijk dat de gemoederen behoorlijk verhit zijn. Volgend jaar zal de situatie alleen maar erger worden. Het zal veel meer gaan over persoonlijke zaken dan beleid. Er is weinig verdraagzaamheid. Ik verwacht wel dat de verkiezingen eerlijk zullen verlopen, omdat alle betrokkenen met hun neus boven de zaken zullen staan. Maar de campagne zal niet gemakkelijk zijn.
Nita Ramcharan, Hoofdredacteur Starnieuws

Niet trots

Belangrijk voor de beleving van de democratie is de wijze waarop De Nationale Assemblee functioneert. In de loop van 2014 werd steeds duidelijker dat DNA op gezette tijden niet kan functioneren vanwege het ontbreken van de vereiste grondwettelijke meerderheid. De wetgevende en de controlerende taken van DNA komen daarmee in het geding. In het belang van de groei van bedrijven en economische ontwikkeling, zijn er een aantal noodzakelijke wetten óf in behandeling bij de Staatsraad, óf in concept gereed, óf in voorbereiding. Daargelaten de vraag hoe efficiënt de overheid c.q. de Raad van Ministers functioneert in het voorbereidingstraject van deze wetten, kan het niet adequaat functioneren van DNA in de toekomst een ernstige belemmering vormen voor modernisering van noodzakelijke wetgeving.
Suriname heeft zeker baat bij vernieuwing van ons nationaal zekerheidsstelsel. Maar in een goed functionerende democratie is structureel overleg daarover tussen de drie sociale partners een noodzaak. In het voorbereidingstraject van de in 2014 aangenomen drie sociale wetten: Wet Algemeen Pensioen 2014, Wet Minimumloon 2014 en de Wet Nationale Basiszorgverzekering, heeft die structurele dialoog niet plaatsgevonden. De Sociaal Economische Raad voor tripartite overleg, een belangrijk orgaan in een democratisch bestel, is in 2011 niet voor een tweede termijn ingesteld, het Tripartite Overleg functioneert nauwelijks. VSB heeft wel samen met de kring van Actuarissen in Curaçao en Suriname in juni 2014 haar visie kunnen delen met de Vaste Commissie van DNA, maar belangrijke aanbevelingen, waaronder het financieringsaspect en de tarieven, zijn in de uiteindelijke teksten niet meegenomen.
Een nationaal zekerheidsstelsel dat niet is afgestemd c.q. in evenwicht is met de verdiencapaciteit en diversificering van onze economie en met de productiviteitsontwikkeling, kan ernstige sociale en economische gevolgen met zich meebrengen en daarmee een bedreiging vormen voor de democratische ontwikkeling van ons land.
In de Executive Opinion Survey ten behoeve van de Global Competitiveness Index (GCI) (World Economic Forum) hebben ondernemers de gelegenheid om zich uit te spreken over de meest problematische factoren bij het zakendoen zoals zij dat ervaren. Evenals in de twee voorgaande jaren staan in het GCI Report 2014-2015 een inefficiënte bureaucratie en corruptie bovenaan de lijst. Die ‘red tape’ komt ook tot uiting in de lage ranking van Suriname op de GCI en de ‘Doing Business Index’.
Ook in 2014 deden zich meerdere (vermeende) corruptieschandalen voor en maakte het bedrijfsleven zich in toenemende mate zorgen over onderhandse aanbestedingen.
De Regering en de overheid zijn zich er bovendien onvoldoende van bewust dat in een kleine samenleving met een kleinschalige economie en een omnipotent overheidsapparaat, veel bedrijven afhankelijk zijn van het overheidsgebeuren. Het ontbreken van transparantie en accountability bij overheidsactiviteiten, waaronder aanbestedingen, zorgt dan ook voor veel (rechts)onzekerheid voor ondernemers. Daarbij komt dat in toenemende mate bedrijven die goederen en diensten leveren aan de overheid, geen zekerheid hebben op tijdige betalingen van de geleverde prestaties. Ook dit leidt tot rechtsonzekerheid. Vanwege de kleinschaligheid en angst voor repercussies zijn ondernemingen niet gauw geneigd te gang naar de rechterlijke macht te maken. Een lichtpunt is dan ook de heractivering van het onafhankelijke Surinaams Arbitrage Instituut (SAI) op 4 augustus 2014. Het Hof van Justitie ondersteunt het initiatief om het SAI nieuw leven in te blazen; de mogelijkheid van het oplossen van geschillen middels arbitrage is in het Wetboek van Burgerlijke Rechtervordering vastgelegd. Het ontbreken van transparantie bij het overheidsbestuur komt ook tot uiting in het zonder overleg met het bedrijfsleven toekennen van nationale vrije dagen. Het Eindrapport Nationale Vrije Dagen (2012) is in de spreekwoordelijke bureaulade verdwenen; in november werd onverwacht een nationale vrije dag (niet gelijkgesteld aan de zondag) voor de viering van Sasi Sura. Dit creëert onzekerheid en derving van inkomsten bij het bedrijfsleven. Kortom: de beleving van democratie is voor wat mij betreft niet hetgeen ik met enige trots zou willen of kunnen beschrijven.
Ferdinand Welzijn, Voorzitter van de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB)

Niet ethisch

Het VPF constateert dat ethische normen bij onze politici ontbreken. Dit staat onze groei naar een volwassen democratie in de weg. Ook dit jaar ergerden wij ons aan dat politici alle kromme zaken recht praten, terwijl het volk beter weet.
Een ieder die een politieke functie aanvaardt, moet zich bewust zijn van en voldoen aan integriteits- en ethische vereisten van een gedragscode. Deze regelt het gedrag en handelen van elke politicus, die bij afwijking hiervan persoonlijk aanspreekbaar is. In de politieke arena wordt heden ten dage “voetbal” gespeeld zonder regels. Dit leidt tot chaos in het heden, maar kan nog decennia na nu effect hebben. Een gedragscode kan alvast bijdragen aan een hoger ethisch gehalte van de politiekvoering die de democratie minder onder druk stelt.
Suriname is een jonge democratie die haar weg nog zoekt en er maar niet in slaagt geloofwaardig beleid te voeren; beleid dat SMART is geformuleerd, vrouwenparticipatie bevordert, vrouwvriendelijk is, bestuurders dwingt om op een adequate manier rekenschap te geven over het bestuur van het land, corruptie ontmoedigt en spreken zonder vrees bevordert. Het Surinaams volk heeft recht op behoorlijk bestuur. Vele regeringen zijn hierin niet succesvol geweest.
Tijdens campagnes moet het volk eisen dat partijprogramma’s duidelijk en haalbaar zijn en dat partijen een gedragscode adopteren en dat regeerders voldoen aan een integriteitsprofiel en daarop ook aangesproken kunnen worden. Laat de democratie leven en niet slechts een papieren tijger zijn!
Vrouwen Parlement Forum

Voor de volledige nieuwsbrief klik hier

vrijdag 14 november 2014

Vakbeweging en bedrijfsleven gaan samen voor ‘Decent Work’

Werkgevers en werknemers streven hetzelfde doel na, zei VSB-voorzitter Ferdinand Welzijn, bij de tweede discussie die PROJEKTA organiseerde in de 7e Democratiemaand. Hij zette hiermee de toon van de avond. 
Het thema van de discussie-avond van 13 november 2014 was “Fatsoenlijk werk, Duurzame Ontwikkeling en Democratie”.  De VSB verwacht dat haar leden de beste verstandhouding proberen te hebben met haar werknemers, want het best draaiende bedrijf is het bedrijf waar men oor heeft voor de belangen van het bedrijf- en dus ook de belangen van haar werknemers. Naast Welzijn sprak ook Robby Berenstein, voorzitter van de C-47 Vakcentrale, het publiek toe.

Tijdens beide presentaties kwam een beeld naar voren van samenwerking en afstemming tussen bedrijfsleven en vakbeweging. Niet altijd zijn ze het met elkaar eens over de exacte invulling van arbeidsgerelateerde vraagstukken, maar zowel vakbond als bedrijfsleven staan achter het Decent Work Programma van de ILO en achter de principes van duurzame ontwikkeling; en werken ze samen aan de invulling daarvan voor Suriname. Beide presentatoren maakten indruk met hun gedegen kennis van de materie, hun vermogen deze te vertalen voor mensen die zich niet elke dag verdiepen in arbeidsmarkt- en arbeidsrechtvraagstukken en hun no-nonsense beantwoording van de vele vragen uit het publiek.

Duurzame ontwikkeling en ondernemers
“Un’ no kan por’ en gi a nageslacht”, vervolgde Welzijn. Niet alleen ondernemers, maar wij allemaal, moeten in al ons handelen en gedrag rekening houden met wie er na ons komt. “Wij kunnen plezier hebben, een goed leven, maar we hebben een sterkere plicht om iets goeds achter te laten.” De eindigheid van natuurlijke hulpbronnen als goud en bauxiet noopt tot het focusen op andere, duurzame sectoren, zoals toerisme en landbouw. Maar dat moet wel volgens een gedegen planning. Naast duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen zijn voor de VSB o.a. van belang het stimuleren van innovatief ondernemerschap, verhoging van het concurrentievermogen en goede infrastructuur. Voor duurzame ontwikkeling die tegemoet komt aan de behoeften van zowel de werkgevers als werknemers staat het creëren van werkgelegenheid en de verhoging van arbeidsproductiviteit voorop, evenals een betere aansluiting van het onderwijs op werkgelegenheid en een stijging van lokale en internationale investeringen.

VSB voor maatschappelijk verantwoord ondernemen
De VSB staat voor dat bedrijven niet alleen winst als doel hebben, maar ook het belang inzien van zorgen voor een goed milieu, en bijdragen aan de ontwikkeling van de totale gemeenschap. “Wij zeggen  dat je jezelf niet moet bevoordelen, ten nadele van de gemeenschap; en dat ook andere ondernemers voordeel hebben bij jouw succes. Dat je een voorbeeld bent voor je omgeving”, zegt Welzijn.
Aspirant-leden van de VSB worden daarom niet alleen gevraagd naar de gewoonlijke gegevens, zoals branche, adres, aantal werknemers en “hoe kom je aan je geld”. Ze worden ook gevraagd naar principes van bedrijfsvoering: hoe denk je over arbeidsverhoudingen, hoe ga je om met de gemeenschap, hoe ga je om met de factor arbeid. De VSB oefent geen harde dwang uit, maar probeert achter gesloten deuren haar leden te motiveren en te scholen in de decent work principes, maar ook in de principes van duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Zo wordt er volgend jaar een award ingesteld voor bedrijven die het meest voldoen aan de eisen van maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Overheid schuldig aan arbeidstekort
Maar de factor arbeid blijft problematisch. Het publiek wees op de discrepantie op de Surinaamse arbeidsmarkt: enerzijds een hoge werkloosheid onder met name jongeren, en anderzijds een arbeidstekort. Hoe komt dat toch, werd gevraagd, zijn Surinamers te lui om te werken?
Volgens de inleiders is er vooral een structureel tekort aan goed opgeleide krachten.
Ons onderwijs is nog steeds niet voldoende afgestemd op de arbeidsmarkt. De nieuw aangekondigde Nationale Trainings Autoriteit moet gaan zorgen voor betere aansluiting op de behoeften van de arbeidsmarkt, en vooral op de naadloze aansluiting van school en werk, zodat mensen werkervaring kunnen opdoen terwijl ze nog studeren. Waar we behoefte aan hebben zijn multi-inzetbare werknemers en vaktechnische experts. Momenteel is er een hoge import van arbeidskrachten in technische beroepen- er zijn  Filipijnse artsen en verpleegkundigen, Haitianen in de agrarische sector, Chinezen in de bouwsector, Vietnamezen, Brazilianen, Nederlanders. Maar ook de Overheid is debet aan het tekort aan arbeidskrachten. Door gemakkelijk baantjes te verdelen via nepotisme en regelarij bijvoorbeeld, en door het niet structureel en systematisch stimuleren van ondernemerschap.

Wetgeving: je moet niet op mijn terrein komen
Dat we verder zijn afgezakt op de Doing Business Index ligt vooral aan ons gebrekkig wetgevingskader. Jamaica ging van de 89e naar de 58e plaats – nog nooit heeft een Latijns Amerikaans en Caraibisch Gebied zo een grote sprong vooruit gemaakt. Dat komt doordat ze hun wetgeving hebben aangepakt met behulp van Compete Caribbean. De Competitiveness Unit in Suriname heeft zich ook hard ingezet voor verbetering van het ondernemersklimaat om de achterstand van meer dan 150 wetten in te halen. Waarom dat nog steeds niet goed komt, werd gevraagd door het publiek. Volgens Welzijn is dat omdat er weinig coordinatie is in de Regering. “Het lijkt alsof we een Regering hebben, maar wat we in feite hebben zijn verschillende belangen, er is weinig synchronisatie en gelijkgerichtheid binnen de Raad van Ministers”. Voor de totstandkoming van wetten zijn verschillende ministeries nodig, maar ook anderen, zoals de VP. Iedereen beperkt zich echter tot het eng eigen belang; men vecht over wie waar verantwoordelijk voor is, en zegt:”je moet niet op mijn terrein komen”.

Waar wetten stranden
Robby Berenstein gaf een uiteenzetting over de geschiedenis van het begrip “decent work” en de werking van het ILO. Hij gaf aan dat het  ministerie van ATM nu bezig is met het Decent Work Country programma voor Suriname. Reeds in 2011 heeft de vakbeweging daar een seminar over georganiseerd en de aanbevelingen en prioriteiten aangegeven aan de Overheid. “We weten niet wat hoe het staat met die inbreng. We weten ook niet concreet hoe ver men is met het formuleren en het implementeren van het Country programma”, zegt Berenstein.
Voor de vakbeweging is een van de belangrijkste probleempunten voor wat betreft fatsoenlijk werk in Suriname, dat de wetgeving op basis van ILO standaarden nog ver achter loopt. “Op dit moment zijn er 5 of 6 wetten die liggen tussen het Arbeidsadviescollege (AAC) en de Ministerraad, o.a. de aanscherping van de wet Bemiddelingsraad, die van belang is voor zowel werknemers als werkgevers.”

Ad hoc beleid en sociaal contract
Creëren van werkgelegenheid gebeurt veels te adhoc, zegt Berenstein, er is een volkswoningbouwproject hier, dan de uitbreiding raffinaderij Staatsolie, maar er is geen interministeriele coordinatie die de creatie van werkgelegenheid monitoort. We weten niet welke jobs nodig zijn, welke skills, en wanneer. Het Ministerie van ATM zou de belangrijkste plaats moeten innemen bij het plannen van werkgelegenheid.

Berrenstein vindt het sociaal zekerheidsstelsel een stap in de goede richting naar invulling van het decent work programma, maar ook dat gebeurt ad hoc.  Het sociaal contract zoals door de President werd aangekondigd en veelvuldig wordt aangehaald, is eigenlijk nooit goed uitgewerkt en ingevuld: wat wordt er concreet mee bedoeld? Een sociaal zekerheidstelsel houdt meer in dan alleen pensioenen, basisgezondheidszorg en minimumloon. Waar blijven bijvoorbeeld de voorzieningen voor mensen met een beperking? Voor mensen in het binnenland die ver van diensten wonen, en geen inkomen hebben?
“We moeten er ook voor waken dat dit soort maatregelen niet verworden tot “sociaal bezig zijn”, dingen doen om het volk zoet te houden, maar die niet te betalen zijn. Dan zijn we over vijf jaar nergens. “Als je slechts werkt aan sociale zekerheidstelsels en sociale woningbouw, maar niet tegelijkertijd het ondernemerschap aanpakt, de werkgelegenheid en productiviteit systematisch en doordacht stimuleert, dan hebben we straks wel geweldige sociale voorzieningen, maar zal iedereen voor zijn eten afhankelijk zijn van de Overheid”, volgens Berenstein.

Gebrek aan transparantie
Het hoofddoel van de vakbeweging is herverdeling van welvaart, en in dat kader passen sociaal zekerheidsstelsels. Maar corruptie is een enorme bedreiging voor de sociale zekerheid. Het uitgavenbeleid van de regering is problematisch; het effect van maatregelen zoals de benzineprijsverhoging kun je daarom ook niet goed inschatten, want het is alsof het geld in een zwart gat terecht komt; teveel zaken met betrekking tot het uitgavenbeleid van de Overheid zijn onduidelijk.
Gebrek aan transparantie is een van de grootste euvels voor duurzame ontwikkeling, ondernemerschap en de rechten van arbeiders.

Gebrek aan dialoog: ga maar een partij oprichten
Beide inleiders hekelden het gebrek aan structureel overleg met de Regering. “Bij ingrijpende besluiten zoals verhoging van de benzineprijs welke een direct effect hebben op de doelgroep, moet er van tevoren goed overlegd worden met de sociale partners, je kunt niet over een nacht ijs gaan” zegt Welzijn.
Er is een Tripartiet overleg gestart, maar de SER is nooit meer benoemd na het verstrijken van de zittingstermijn van de vorige SER – men vond dat niet nodig, want er was al een tripartiet overleg. Maar het tripartiet overleg is voor acute korte termijn zaken, en de SER voor beleid op lange termijn. Bovendien zit de VSB niet aan bij het tripartiet overleg. Het niet meedoen van de VSB geeft een grote deuk aan het concept van sociale dialoog, zegt Berenstein: “Eigenlijk zouden we het gewoon sociale dialoog moeten noemen om de verwarring weg te maken.”
Volgens hem vindt de regering het niet nodig om de SER in te stellen, want men zegt: “de SER gaat me hinderen in mijn werk; ik wil niet te maken hebben met een stelletje wetenschappers, en met allerlei theorieën, ik wil dingen gedaan krijgen”.

Hij verteld dat ze soms te horen krijgen: “Ik heb de macht, als jij dingen gedaan wil hebben, dan moet je maar een partij oprichten, dan kan je ook invloed hebben”. We merken, zegt Berenstein tot slot, dat als men eenmaal in de Regering zit, men weinig respect heeft voor georganiseerde instituten, er worden verdeel- en heerstactieken toegepast, een van de meest toepaste strategieën de afgelopen periode.