Posts tonen met het label VSB. Alle posts tonen
Posts tonen met het label VSB. Alle posts tonen

maandag 18 april 2016

Waarachtige sociale dialoog en inter-sectoraal handelen moeten verankerd worden op alle niveaus van overheidsbeleid

Afgelopen vrijdag 15 april is het Arbeids Adviescollege (AAC) geïnstalleerd. Steven Mac Andrew, directeur van de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB), hield een openingspeech. De VSB is een van de meer dan 15 organisaties die deel uitmaken van het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur. In de aanloop naar de verkiezingen in 2015 heeft de VSB zich bezig gehouden met het thema ‘Decent Work’.
Een van de beleidsprioriteiten binnen het thema Decent Work is ‘Versterken van tripartisme en sociale dialoog’. De installatie van de AAC is hier een goed voorbeeld van.

Lees hier het gehele thematische paper en de beleidsprioriteiten op het gebied van ‘Decent Work’. 
Lees hier het bericht van de Ware Tijd over de installatie van de AAC. 
Hieronder vindt u de speech van VSB-directeur Steven Mac Andrew. 


Waarachtige sociale dialoog en inter-sectoraal handelen moeten verankerd worden op alle niveaus van overheidsbeleid

Z.E. Soewarto Moestadja, Minister van Arbeid
Hr. Jimmy Belfor, Directeur, Ministerie van Arbeid
Hr. Glenn Piroe, Voorzitter van de Decent Work Monitoring Commissie
Collegae van de Vakbeweging en het bedrijfsleven
Vertegenwoordigers van de Media
En in het bijzonder alle leden, die zitting zullen nemen in het Arbeidsadvies College (AAC)

We zijn vandaag bijelkaar voor de installatie van het AAC, hetgeen een tripartiet orgaan is, dat de Minister van Arbeid moet adviseren over diverse beleidsaangelegenheden op het gebied van arbeid, inclusief arbeidswetten, die ontwikkeld of aangepast moeten worden.

Het College wordt door werkgevers derhalve beschouwd als een zeer belangrijk tripartiet orgaan, omdat de sociale partners, dus overheid, vakbeweging en werkgevers, gezamenlijk trachten, die voorwaarden te scheppen, althans adviezen geven, die, indien ze worden opgevolgd, moeten leiden tot condities voor wat betreft het arbeidsproces en arbeidsrelaties, welke beantwoorden aan de vier strategische doelen, die vervat zijn in het concept van Decent Work, namelijk :
1.      Naleving van arbeidsstandaarden;
2.      Verbetering van sociale protectie;
3.      Bevordering van sociale dialoog; en
4.      Creatie van productieve werkgelegenheid

Kortom, het College, tracht middels waarachtige sociale dialoog adviezen te formuleren en te geven, welke moeten bijdragen om arbeidsaangelegenheden in Suriname in goede banen te leiden.

De installatie vandaag is derhalve een goede stap, maar ik besef ook terdege, dat het College in de komende jaren zal moeten functioneren in een crisisperiode, waarvan dagelijks de negatieve effecten opgemerkt worden. Het College zal moeten functioneren in een periode, waarin Suriname haar ‘home grown’ aanpassingsprogramma zal moeten uitvoeren.

Elke crisis heeft ook een negatieve impact op Decent Work en hetzelfde kan in principe ook veelal gezegd worden van aanpassingsprogramma’s, dus het College zal zich zondermeer moeten buigen over het vraagstuk hoe Decent Work in Suriname zo veel als mogelijk gegarandeerd kan blijven, zodat er geen al te ernstige terugval plaatsvindt in de komende periode.

Uiteraard besef ik, dat een advies over hoe Decent Work te garanderen geen gemakkelijke taak zal zijn, omdat er nog andere factoren komen bijkijken, terwijl het terrein van het College wettelijk is afgebakend en zich moet richten op arbeidsaangelegenheden.

Maar, een samenwerking met andere tripartiete adviesorganen en Commissies, ingesteld door de overheid, zoals de Sociaal Economische Raad (SER) en de Decent Work Implementation Monitoring Commissie, moet mogelijk zijn, zodat het vraagstuk van Decent Work op integrale en holistische wijze aangepakt kan worden.

Als werkgevers vinden wij, dat zeker in deze crisisperiode, maar ook, omdat wij de Sustainable Development Goals (SDGs) moeten realiseren in Suriname, waarachtige sociale dialoog en inter-sectoraal handelen verankerd moet worden op alle niveaus van overheidsbeleid.

Dat het kan is duidelijk gebleken uit de ervaring van andere landen, waaronder een CARICOM lidland, namelijk Barbados. Dat het ook kan in Suriname is afgelopen dinsdag (12 april) gebleken tijdens de Eerste Nationale HiAP Workshop, welke in Suriname is gehouden. Het is dus duidelijk, dat slechts de wil om andere partijen te betrekken aanwezig moet zijn om een dergelijk proces van sociale dialoog en inter-sectoraal handelen te verankeren in Suriname.

Wij zijn bereid om op diverse manieren onze bijdrage te leveren, inclusief middels voordrachten van zeer bekwame en ervaren kandidaten. Als werkgevers zijn wij er dan ook van overtuigd, dat onze leden in het College een zeer positieve en constructieve bijdrage zullen leveren in de komende periode.

Ik wil direct vermelden, dat wij nauw contact zullen blijven houden met onze leden, omdat wij ons gecommitteerd hebben aan de verwezenlijking van Decent Work in Suriname alsook een bijdrage willen leveren aan het realiseren van de SDGs in ons land, in het bijzonder Goal 8 : Good Jobs & Economic Growth, maar uiteraard ook de andere doelen.

Ook willen wij meehelpen om de crisis op te lossen en een bijdrage leveren om te geraken tot een Surinaams aanpassingsprogramma, dat terdege rekening houdt met Decent Work en wel op basis van openheid, objectiviteit, integriteit, vertrouwen, rechtszekerheid, uiteraard naast sociale dialoog en tripartisme. Wij willen het doen, omdat wij ervan overtuigd zijn, dat Decent Work kan bijdragen aan het behoud van menselijke waardigheid en garandering van een menswaardig bestaan.

Tenslotte wil ik alle leden van het College een zeer productief zittingstermijn toewensen en ik hoop, dat u wederom zult aantonen, dat verankering van waarachtige sociale dialoog noodzakelijk is voor de toekomst van Suriname.

Heel veel succes en wijsheid toegewenst !

woensdag 3 februari 2016

SAMENWERKEN OM RESPECT VOOR MENSENRECHTEN TE GARANDEREN: VSB neemt voortouw erkenning rechten van LGBT’s binnen de “World of Work”

Dit artikel verscheen eerder in de ‘State of our Democracy 2015’. De gehele nieuwsbrief vindt u hier

Door: Steven MacAndrew (Directeur VSB) en Tieneke Sumter (Voorzitter LGBT Platform)


Dat het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) niet alleen civil society dichterbij de beleidsmakers heeft gebracht, maar ook de organisaties onderling nader tot elkaar brengt, bewezen de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) en het LGBT Platform het afgelopen jaar.

De VSB heeft voor zichzelf een aantal kernwaarden bepaald, waaronder rechtszekerheid, objectiviteit en sociale dialoog. Deze kernwaarden houden in dat als werkgeversorganisatie, de VSB haar ogen nimmer kan sluiten voor maatschappelijke ontwikkelingen, zeker niet in gevallen waar de rechtszekerheid bedreigd wordt. De vereniging is zich er ook van bewust dat wat zich in de maatschappij afspeelt, veelal haar weerslag vindt in bedrijven. Het LGBT Platform streeft op haar beurt naar gelijkheid op de werkplek. Dit betekent dat iedere werknemer ongeacht geslacht, leeftijd, geloof, etniciteit, seksuele oriëntatie gelijkwaardig behandeld moet worden. Dat de VSB, die zich gecommitteerd heeft aan het principe van “non-discrimination in de world of work”, de dialoog aanging met het LGBT Platform, was niet alleen een logische, maar ook een noodzakelijke stap.

Dit moment brak aan als gevolg van de participatie binnen BINI rond de periode dat de tekst van het lied “Bullet” circuleerde en de discussie hieromtrent losbarstte. Het was voor de VSB duidelijk dat zij in actie moest komen, maar het hoe en wat  precies was toen nog een vraagteken, daar zij nog geen goed inzicht had in de problematiek van LGBT’s in het algemeen en in de “world of work” in het bijzonder.
Tijdens één van de bijeenkomsten van het Burgerinitiatief raakten de VSB en het LGBT Platform informeel met elkaar aan de praat. Een uitnodiging van het LGBT Platform om te participeren in een LGBT Sensitivity Training werd door de VSB vervolgens met beide handen aangegrepen. De workshop bleek een goede eye-opener voor de leden van de VSB, omdat het een beter inzicht verschafte in de problematiek van LGBT’s, zeker voor wat betreft binnen het arbeidsproces. Naast de VSB, was ook de vakcentrale C-47 onderdeel van dit samenwerkingsverband.

Daarnaast werd de bijdrage van de VSB aan de door het LGBT Platform georganiseerde Coming Out Week 2015 door beide partijen als een succes ervaren. De directeur van de VSB, Steven Mac Andrew, sprak tijdens de feestelijke opening van deze Week die in het teken stond van het creëren van meer awareness rondom, en begrip voor de LGBT-gemeenschap. Met name de regenboogvlaggen die een week lang de ingang van hotel Royal Torarica sierden, kunnen niemand zijn ontgaan.

LGBT Sensitivity Training—oktober 2015 (bron)
De samenwerking tussen deze twee BINI-partners staat nog maar aan het begin. Het plan is om de LGBT Sensitivity Training in 2016 meedere malen te verzorgen voor de VSB-leden, het liefst wederom in samenwerking met de vakbweging, omdat een gezamenlijke aanpak wenselijk is om non-discriminatie van de LGBT-gemeenschap in de world of work te bestrijden.
De focus is hierbij op non-discriminatie op basis van sexuele geaardheid, vooral voor wat betreft werving, maar ook de secundaire voorwaarden. Ook hoopt de VSB op korte termijn een Memorandum voor Overeenstemming (MOU) voor samenwerking om non-discriminatie op basis van sexuele geaardheid tegen te gaan te tekenen met de vakbeweging en het LGBT Platform.

Door gezamenlijk meer bedrijven te informeren en aansporen om over te gaan tot een non-discriminatiebeleid, hopen de VSB en het LGBT Platform de maatschappelijke acceptatie van LGBT’s in de samenleving te vergroten. Een aantal bedrijven (waaronder het eerder genoemde Torarica, Staatsolie en DSB) heeft reeds de positieve stap genomen om middels hun CAO’s de partners van LGBT-ers te erkennen en hen dezelfde rechten toe te kennen als hetroseksuele partners. Helaas gaat maar om enkele bedrijven en is er dus nog veel werk te verzetten. Het besef is er dat wij moeten samenwerken om respect voor mensenrechten te garanderen.-

Wilt u meer lezen over de staat van onze democratie in 2015? Lees dan ook de andere artikelen van de ‘State of our Democracy’ nieuwsbrief. 


woensdag 13 mei 2015

Presentatie Burgerinitiatief “Voor Onze Toekomst” – een fotoverslag

In een afgeladen zaal van Courtyard Marriott presenteerde het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur, maandag het document “Voor Onze Toekomst”.

Na maanden van voorbereiding, die bestond uit workshops, werkgroepbesprekingen en met name veel schrijfwerk, was het maandag dan zover: “Voor Onze Toekomst” werd openbaar gemaakt. Leden van alle politieke partijen waren hiervoor uitgenodigd, alsmede nationale en internationale maatschappelijke organisaties. De opkomst was overweldigend, iets wat voor de deelnemers van het Burgerinitiatief als de kroon op het (voorlopig) verzette werk voelde.

Wilt u meer informatie over het Burgerinitiatief, ga dan naar onze Facebook-pagina.

Zowel het volledig document als de hoofdpunten van “Voor Onze Toekomst” vindt u hier

Het “Burgerinitiatief” komt voort uit het programma “Towards a Suriname Civil Society Accountability Mechanism”, uitgevoerd door PROJEKTA  met financiering van de European Instrument for Democracy & Human Rights.

Deelnemende organisaties en personen zijn:
-        PROJEKTA
-        VES (Vereniging van Economisten in Suriname)
-        VSB (Vereniging Surinaams Bedrijfsleven)
-        VIDS (Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname)
-        Tropenbos International Suriname
-        GHFS (Green Heritage Fund Suriname)
-        Stichting Projekten Christelijk Onderwijs Suriname
-        Stichting Onderwijs EBGS
-        Stichting Ultimate Purpose
-        Lisa Best
-        Women’s Rights Centre
-        Vrouwen Parlement Forum
-        LGBT Platform Suriname
-        Stas Caribe
-        Global Shapers Paramaribo
-        Universiteitsinstituut Kinderrechten (UK)
-        Foundation for Human Development
-        Sofie Ruysschaert (WWF Guianas)
-        Monique Essed-Fernandes
-        Antoon Grunberg
-        Fenna Walhain
-        Hans Lim A Po
-        Nancy del Prado


Hieronder een fotoverslag van maandagmiddag. 

Burgeractivisten (Robby Morroy), NGO's, andere civil society organisaties, politieke partijen waren aanwezig

De laatste voorbereidingen (Annette Tjon Sie Fat, Rayah Bhattacharji en Sharda Ganga van Projekta)

Een bomvolle zaal bij de lancering van het Burgeriniatief

Henna Guicherit (WRC), Max Ooft (VIDS), Lilian Ferrier (FHD), Steven MacAndrew (VSB), Sofie Ruysschaert (WWF) en Antoon Grunberg - allen werkgroepleden van het Burgerinitiatief

Jamille Haarloo (Global Shapers), Satcha Jabbar (VES), Hans Lim A Po, Rudi van Kanten (Tropenbos Suriname) in het panel

Panel en de thema's

Riad Nurmohamed, kandidaat voor V7

Satcha Jabbar (VES), werkgroeplid van het Burgerinitiatief

Sharda Ganga (Projekta) geeft antwoord op vragen

Vincent Kenswil (en Ranny de Vries) van de IT Associatie sluiten zich meteen aan bij het Burgerinitiatief




vrijdag 14 november 2014

Vakbeweging en bedrijfsleven gaan samen voor ‘Decent Work’

Werkgevers en werknemers streven hetzelfde doel na, zei VSB-voorzitter Ferdinand Welzijn, bij de tweede discussie die PROJEKTA organiseerde in de 7e Democratiemaand. Hij zette hiermee de toon van de avond. 
Het thema van de discussie-avond van 13 november 2014 was “Fatsoenlijk werk, Duurzame Ontwikkeling en Democratie”.  De VSB verwacht dat haar leden de beste verstandhouding proberen te hebben met haar werknemers, want het best draaiende bedrijf is het bedrijf waar men oor heeft voor de belangen van het bedrijf- en dus ook de belangen van haar werknemers. Naast Welzijn sprak ook Robby Berenstein, voorzitter van de C-47 Vakcentrale, het publiek toe.

Tijdens beide presentaties kwam een beeld naar voren van samenwerking en afstemming tussen bedrijfsleven en vakbeweging. Niet altijd zijn ze het met elkaar eens over de exacte invulling van arbeidsgerelateerde vraagstukken, maar zowel vakbond als bedrijfsleven staan achter het Decent Work Programma van de ILO en achter de principes van duurzame ontwikkeling; en werken ze samen aan de invulling daarvan voor Suriname. Beide presentatoren maakten indruk met hun gedegen kennis van de materie, hun vermogen deze te vertalen voor mensen die zich niet elke dag verdiepen in arbeidsmarkt- en arbeidsrechtvraagstukken en hun no-nonsense beantwoording van de vele vragen uit het publiek.

Duurzame ontwikkeling en ondernemers
“Un’ no kan por’ en gi a nageslacht”, vervolgde Welzijn. Niet alleen ondernemers, maar wij allemaal, moeten in al ons handelen en gedrag rekening houden met wie er na ons komt. “Wij kunnen plezier hebben, een goed leven, maar we hebben een sterkere plicht om iets goeds achter te laten.” De eindigheid van natuurlijke hulpbronnen als goud en bauxiet noopt tot het focusen op andere, duurzame sectoren, zoals toerisme en landbouw. Maar dat moet wel volgens een gedegen planning. Naast duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen zijn voor de VSB o.a. van belang het stimuleren van innovatief ondernemerschap, verhoging van het concurrentievermogen en goede infrastructuur. Voor duurzame ontwikkeling die tegemoet komt aan de behoeften van zowel de werkgevers als werknemers staat het creëren van werkgelegenheid en de verhoging van arbeidsproductiviteit voorop, evenals een betere aansluiting van het onderwijs op werkgelegenheid en een stijging van lokale en internationale investeringen.

VSB voor maatschappelijk verantwoord ondernemen
De VSB staat voor dat bedrijven niet alleen winst als doel hebben, maar ook het belang inzien van zorgen voor een goed milieu, en bijdragen aan de ontwikkeling van de totale gemeenschap. “Wij zeggen  dat je jezelf niet moet bevoordelen, ten nadele van de gemeenschap; en dat ook andere ondernemers voordeel hebben bij jouw succes. Dat je een voorbeeld bent voor je omgeving”, zegt Welzijn.
Aspirant-leden van de VSB worden daarom niet alleen gevraagd naar de gewoonlijke gegevens, zoals branche, adres, aantal werknemers en “hoe kom je aan je geld”. Ze worden ook gevraagd naar principes van bedrijfsvoering: hoe denk je over arbeidsverhoudingen, hoe ga je om met de gemeenschap, hoe ga je om met de factor arbeid. De VSB oefent geen harde dwang uit, maar probeert achter gesloten deuren haar leden te motiveren en te scholen in de decent work principes, maar ook in de principes van duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Zo wordt er volgend jaar een award ingesteld voor bedrijven die het meest voldoen aan de eisen van maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Overheid schuldig aan arbeidstekort
Maar de factor arbeid blijft problematisch. Het publiek wees op de discrepantie op de Surinaamse arbeidsmarkt: enerzijds een hoge werkloosheid onder met name jongeren, en anderzijds een arbeidstekort. Hoe komt dat toch, werd gevraagd, zijn Surinamers te lui om te werken?
Volgens de inleiders is er vooral een structureel tekort aan goed opgeleide krachten.
Ons onderwijs is nog steeds niet voldoende afgestemd op de arbeidsmarkt. De nieuw aangekondigde Nationale Trainings Autoriteit moet gaan zorgen voor betere aansluiting op de behoeften van de arbeidsmarkt, en vooral op de naadloze aansluiting van school en werk, zodat mensen werkervaring kunnen opdoen terwijl ze nog studeren. Waar we behoefte aan hebben zijn multi-inzetbare werknemers en vaktechnische experts. Momenteel is er een hoge import van arbeidskrachten in technische beroepen- er zijn  Filipijnse artsen en verpleegkundigen, Haitianen in de agrarische sector, Chinezen in de bouwsector, Vietnamezen, Brazilianen, Nederlanders. Maar ook de Overheid is debet aan het tekort aan arbeidskrachten. Door gemakkelijk baantjes te verdelen via nepotisme en regelarij bijvoorbeeld, en door het niet structureel en systematisch stimuleren van ondernemerschap.

Wetgeving: je moet niet op mijn terrein komen
Dat we verder zijn afgezakt op de Doing Business Index ligt vooral aan ons gebrekkig wetgevingskader. Jamaica ging van de 89e naar de 58e plaats – nog nooit heeft een Latijns Amerikaans en Caraibisch Gebied zo een grote sprong vooruit gemaakt. Dat komt doordat ze hun wetgeving hebben aangepakt met behulp van Compete Caribbean. De Competitiveness Unit in Suriname heeft zich ook hard ingezet voor verbetering van het ondernemersklimaat om de achterstand van meer dan 150 wetten in te halen. Waarom dat nog steeds niet goed komt, werd gevraagd door het publiek. Volgens Welzijn is dat omdat er weinig coordinatie is in de Regering. “Het lijkt alsof we een Regering hebben, maar wat we in feite hebben zijn verschillende belangen, er is weinig synchronisatie en gelijkgerichtheid binnen de Raad van Ministers”. Voor de totstandkoming van wetten zijn verschillende ministeries nodig, maar ook anderen, zoals de VP. Iedereen beperkt zich echter tot het eng eigen belang; men vecht over wie waar verantwoordelijk voor is, en zegt:”je moet niet op mijn terrein komen”.

Waar wetten stranden
Robby Berenstein gaf een uiteenzetting over de geschiedenis van het begrip “decent work” en de werking van het ILO. Hij gaf aan dat het  ministerie van ATM nu bezig is met het Decent Work Country programma voor Suriname. Reeds in 2011 heeft de vakbeweging daar een seminar over georganiseerd en de aanbevelingen en prioriteiten aangegeven aan de Overheid. “We weten niet wat hoe het staat met die inbreng. We weten ook niet concreet hoe ver men is met het formuleren en het implementeren van het Country programma”, zegt Berenstein.
Voor de vakbeweging is een van de belangrijkste probleempunten voor wat betreft fatsoenlijk werk in Suriname, dat de wetgeving op basis van ILO standaarden nog ver achter loopt. “Op dit moment zijn er 5 of 6 wetten die liggen tussen het Arbeidsadviescollege (AAC) en de Ministerraad, o.a. de aanscherping van de wet Bemiddelingsraad, die van belang is voor zowel werknemers als werkgevers.”

Ad hoc beleid en sociaal contract
Creëren van werkgelegenheid gebeurt veels te adhoc, zegt Berenstein, er is een volkswoningbouwproject hier, dan de uitbreiding raffinaderij Staatsolie, maar er is geen interministeriele coordinatie die de creatie van werkgelegenheid monitoort. We weten niet welke jobs nodig zijn, welke skills, en wanneer. Het Ministerie van ATM zou de belangrijkste plaats moeten innemen bij het plannen van werkgelegenheid.

Berrenstein vindt het sociaal zekerheidsstelsel een stap in de goede richting naar invulling van het decent work programma, maar ook dat gebeurt ad hoc.  Het sociaal contract zoals door de President werd aangekondigd en veelvuldig wordt aangehaald, is eigenlijk nooit goed uitgewerkt en ingevuld: wat wordt er concreet mee bedoeld? Een sociaal zekerheidstelsel houdt meer in dan alleen pensioenen, basisgezondheidszorg en minimumloon. Waar blijven bijvoorbeeld de voorzieningen voor mensen met een beperking? Voor mensen in het binnenland die ver van diensten wonen, en geen inkomen hebben?
“We moeten er ook voor waken dat dit soort maatregelen niet verworden tot “sociaal bezig zijn”, dingen doen om het volk zoet te houden, maar die niet te betalen zijn. Dan zijn we over vijf jaar nergens. “Als je slechts werkt aan sociale zekerheidstelsels en sociale woningbouw, maar niet tegelijkertijd het ondernemerschap aanpakt, de werkgelegenheid en productiviteit systematisch en doordacht stimuleert, dan hebben we straks wel geweldige sociale voorzieningen, maar zal iedereen voor zijn eten afhankelijk zijn van de Overheid”, volgens Berenstein.

Gebrek aan transparantie
Het hoofddoel van de vakbeweging is herverdeling van welvaart, en in dat kader passen sociaal zekerheidsstelsels. Maar corruptie is een enorme bedreiging voor de sociale zekerheid. Het uitgavenbeleid van de regering is problematisch; het effect van maatregelen zoals de benzineprijsverhoging kun je daarom ook niet goed inschatten, want het is alsof het geld in een zwart gat terecht komt; teveel zaken met betrekking tot het uitgavenbeleid van de Overheid zijn onduidelijk.
Gebrek aan transparantie is een van de grootste euvels voor duurzame ontwikkeling, ondernemerschap en de rechten van arbeiders.

Gebrek aan dialoog: ga maar een partij oprichten
Beide inleiders hekelden het gebrek aan structureel overleg met de Regering. “Bij ingrijpende besluiten zoals verhoging van de benzineprijs welke een direct effect hebben op de doelgroep, moet er van tevoren goed overlegd worden met de sociale partners, je kunt niet over een nacht ijs gaan” zegt Welzijn.
Er is een Tripartiet overleg gestart, maar de SER is nooit meer benoemd na het verstrijken van de zittingstermijn van de vorige SER – men vond dat niet nodig, want er was al een tripartiet overleg. Maar het tripartiet overleg is voor acute korte termijn zaken, en de SER voor beleid op lange termijn. Bovendien zit de VSB niet aan bij het tripartiet overleg. Het niet meedoen van de VSB geeft een grote deuk aan het concept van sociale dialoog, zegt Berenstein: “Eigenlijk zouden we het gewoon sociale dialoog moeten noemen om de verwarring weg te maken.”
Volgens hem vindt de regering het niet nodig om de SER in te stellen, want men zegt: “de SER gaat me hinderen in mijn werk; ik wil niet te maken hebben met een stelletje wetenschappers, en met allerlei theorieën, ik wil dingen gedaan krijgen”.

Hij verteld dat ze soms te horen krijgen: “Ik heb de macht, als jij dingen gedaan wil hebben, dan moet je maar een partij oprichten, dan kan je ook invloed hebben”. We merken, zegt Berenstein tot slot, dat als men eenmaal in de Regering zit, men weinig respect heeft voor georganiseerde instituten, er worden verdeel- en heerstactieken toegepast, een van de meest toepaste strategieën de afgelopen periode.