Posts tonen met het label uwi. Alle posts tonen
Posts tonen met het label uwi. Alle posts tonen

zondag 24 januari 2016

Een ferme stap naar EITI in Suriname


Dit artikel verscheen eerder in de ‘State of our Democracy 2015’. De gehele nieuwsbrief vindt u hier.

PROJEKTA zet zich vanaf 2010 in voor meer bewustwording over de Extractive Industries Transparency Initiative (EITI). Hierover berichtten wij al in de State of our Democracy nieuwsbrief van 2011. Dit is een wereldwijd initiatief voor transparantie in de zogeheten ‘extractive industries’, zoals mijnbouw, oliewinning en aardgaswinning, maar ook bijvoorbeeld de visserij en houtkap. In landen die zich aan de EITI-standaarden hebben gecommiteerd, publiceren bedrijven wat zij betalen aan de overheid en publiceert de overheid hun ontvangsten van deze bedrijven. Deze publicaties worden met elkaar vergeleken door een onafhankelijke accountant. Dit proces wordt overzien door een onafhankelijke commissie waarin overheid, private sector en maatschappelijk middenveld zitting hebben.

De EITI kan bijdragen aan corruptiepreventie, een gezonder investeringsklimaat en meer inspraak van burgers in besluiten die hun leven beïnvloeden. Wereldwijd doen 49 landen mee aan de EITI, waaronder onze Caricom-genoot Trinidad & Tobago (T&T). In vele opzichten, lijkt T&T op Suriname, waardoor wij van hun ervaringen kunnen leren. Tijdens de Democratiemaand 2015, organiseerde PROJEKTA daarom een lezing over de EITI, in samenwerking met Trinidadiaanse partners de University of the West Indies (UWI) en de TTEITI.

Econoom en docent Roger Hosein van de UWI belichtte de manier waarop T&T is bezweken aan wat in de economie ‘Dutch Disease’ wordt genoemd. Opeenvolgende regeringen in T&T hebben de tijdelijk hoge inkomsten uit de aardolie-sector besteed aan ondoordachte subsidies en werkverschaffingsprojecten,en onvoldoende aan zogeheten kapitaal-investeringen. Dit leidde tot een scala aan problemen, voor en na de terugval van de wereldmarktprijzen, waaronder verminderde arbeidsproductiviteit, een onvoldoende gediversificeerde economie, een tekort aan arbeidskrachten in bepaalde sectoren, en een fors toegenomen staatsschuld.

Niet alleen het geval van Trinidad, maar ook cijfers uit andere landen tonen aan dat verhoogde inkomsten uit EI’s zelden duurzame en positieve ontwikkeling voor een land brengen. De EITI is ontwikkeld in antwoord op deze trend. TTEITI-voorzitter Victor Hart toonde met cijfers aan hoe de EITI in diverse landen de ‘lekkages’ in de inkomstenstromen heeft weten te dichten, waardoor de harde klappen van de terugvallende prijzen opgevangen konden worden. Ook zorgde de invoering van EITI dat het algeheel systeem van belastinginning efficiënter werd, in alle sectoren.

Dit proces is niet zonder slag of stoot gegaan. Behalve de capaciteitsproblemen bij de overheid en de bedrijven, was het ook een uitdaging om politieke committering te verkrijgen. Tijdens de lezing belichtte oud-Minister van Energie en van Financiën, Conrad Enill, op een openhartige wijze zijn initiële weerstand tegen de invoering van de EITI, en het proces om uiteindelijk de voordelen te kunnen inzien. Voor politici is de EITI namelijk heel handig als tool om te kunnen plannen in de sector, te kunnen leren over andere landen en om beschuldigingen van corruptie te kunnen weerspreken.

Minister Regilio Dodson van Natuurlijke Hulpbronnen
Na de lezingen, gaf Minister Regilio Dodson van Natuurlijke Hulpbronnen zijn visie op het onderwerp. Ook hij onderstreepte het belang van transparantie in het beheer van natuurlijke hulpbronnen, met speciale aandacht voor de balans tussen duurzame ontwikkeling en economische groei. De rol van data, zoals die van het Algemeen Bureau voor de Statistiek, en potentieel van de EITI, zijn onmisbare tools bij het maken van beleid. Hij heeft vele maatregelen al in petto, waaronder het instellen van een onafhankelijk Mineralen Instituut. Daar sluit EITI volgens hem goed aan. Hij toonde zich een uitgesproken en ondubbelzinnige voorstaander van de invoering van de EITI in Suriname, en benadrukte de rol van PROJEKTA en het Burgerinitiatief als belangrijke partners daarbij. “Ik zal alles in mijn macht doen om EITI te realiseren in Suriname”, verklaarde hij ferm. -

Wilt u meer lezen over de staat van onze democratie in 2015? Lees dan ook de andere artikelen van de ‘State of our Democracy’ nieuwsbrief.

dinsdag 1 december 2015

Onafhankelijk orgaan nodig voor transparantie m.b.t. de inkomsten uit onze natuurlijke hulpbronnen

Dit zei minister Regillio Dodson van het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen op donderdag 19 november tijdens de vierde activiteit van Projekta in het kader van de 8e Democratiemaand. Hier een samenvatting van deze activiteit.

Het is een gegeven dat er in landen die beschikken over natuurlijke hulpbronnen, armoede is onder grote delen van hun bevolking. Dit is ook in Suriname het geval. Deze armoede wordt in de meeste landen veroorzaakt door onder andere slechte economische planning, slecht management van de inkomsten uit deze sector en corruptie. Dit fenomeen wordt de resource curse genoemd. Betere processen en transparantie werden door de sprekers als mogelijke oplossingen aangedragen.

De eerste spreker was Roger Hosein, econoom en senior docent en onderzoeker aan de University of the West Indies op Trinidad. Hosein gaf de aanwezigen inzicht in hoe de resource curse zich in Trinidad en Tobago heeft gemanifesteerd. De inkomsten uit de natuurlijke hulpbronnen (gas en aardolie) stegen, maar deze zijn niet op de juiste wijze geïnvesteerd en er is ook niet gespaard.
Vanuit zijn ervaring in Trinidad en Tobago waarschuwde hij voor het op grote schaal, verhogen van subsidies. ‘Dit maakt mensen lui, met als gevolg een verlaging van de productiviteit’. Volgens Hosein moet de verleiding om zaken zoals educatie zonder restricties beschikbaar te stellen aan een ieder, weerstaan worden. In Trinidad en Tobago waar dit het geval is geweest, is de plank totaal misgeslagen, omdat bij evaluatie is gebleken dat deze subsidie niet de behoeftige mensen tegemoet kwam, maar stedelingen en de rijken. Ook de neiging om ongebreidelde toezeggingen voor loonsverhogingen tedoen, is een potentiële valkuil. Deze lonen kunnen vaak op lang termijn niet gehandhaafd worden. Loonsverhogingen zorgen ook voor een verhoogd consumptiepatroon. “Consumptiepatronen zijn heel moeilijk om terug te draaien”, was de kritische noot van Hosein.

Verlaging van de werkgelegenheid en productie in de agrarische en manufacturen sector en verhoging van werkgelegenheid in de service sector (die geen inkomsten in vreemde valuta opbrengt), is iets om voor te waken.

Na de uiteenzetting van de resource curse en de valkuilen die zich kunnen voordoen was het tijd om na te gaan wat er gedaan zou kunnen worden om de corruptie die gepaard gaat met inkomsten uit natuurlijke bronnen, tegen te gaan. Victor Hart ging in op hoe de EITI hier een oplossing in brengt. Hart is is een bekende voorvechter van transparantie en goed bestuur, en is al 5 jaar voorzitter van de Tripartite Stuurgroep die belast is met de uitvoering van de EITI (Extractive Industries Transpanercy Initiative) in Trinidad.

De EITI is een wereldwijd initiatief dat in 49 landen in de wereld bestaat. Doordat overheden in landen die lid zijn van de EITI een verplichting hebben om te publiceren hoeveel belasting overdrachten zij hebben ontvangen van de multinationals die opereren in hun land en de bedrijven ook de verplichting hebben te publiceren hoeveel zijn aan belastingen hebben afgedragen aan de staat, ontstaat er transparantie. Een onafhankelijke accountant vergelijkt de rapportages om na te gaan of er verschillen zijn. Bij eventuele verschillen wordt onderzoek ingesteld. In Trinidad en Tobago zijn naar aanleiding van de bevindingen van zo een onderzoek zelfs personen berecht.

In dit systeem overziet een onafhankelijke Multi- stakeholder commissie het geheel. Zij publiceren, in begrijpelijke taal, de inkomsten uit de sector. Volgens Hart is het mooie van dit systeem dat informatie die vroeger als confidentieel (alleen voor de overheid bestemd) werd beschouwd nu toegankelijk is voor een ieder. ‘Men [de overheid] is er bewust van geworden dat de natuurlijke hulpbronnen van de burgers zijn, dus zij moeten inzage hebben’, aldus Hart. Deze bewustwording is echter pas op gang gekomen toen het maatschappelijk middenveld dit tot een punt van discussie maakte en het eiste. Dus, ook voor civil socety in Suriname is een taak weggelegd om bij de overheid aandringen dat zij het lidmaatschap aan de EITI moeten aanvragen. Maar waarom zou de overheid dit moeten doen?

Volgens Hart trekt het voldoen aan best practices, zoals de EITI-richtlijnen, internationale investeringen aan. Verder wordt corruptie verminderd en krijgt het land meer inkomsten uit de sector omdat de mazen in het systeem worden gedicht.

De derde spreker was Conrad Enill, deskundige op het gebied van energie-aangelegenheden en internationale financiering, en gewezen Minister van Financiën en Minister van Energie op Trinidad & Tobago.
Enill gaf in zijn bijdrage het perspectief van een politicus aan, en stelde dat – anders dan dhr. Hosein en andere economen het graag zien – politici de inkomsten uit de sector het liefst re-distribueren onder het volk. ‘Het volk vraagt een heleboel tijdens de verkiezingen en de enige manier om aan de macht te komen, is als je ze dat belooft. Als ze je hebben gekozen, verwachten ze dat je dat waarmaakt. Dat doe je dan ondanks het misschien niet economisch verantwoord is, want anders wordt je niet meer gekozen’. Het volk moet dus realistischere eisen stellen.

Volgens Enill kan de EITI de minister helpen om vragen over corruptie bij ontvangen belastingafdrachten, te beantwoorden, onderbouwd door data. De informatie verkregen uit de EITI rapporten geeft een land inzicht over waar ze staan. Weten waar je staat en weten waar je naar toe wil als land en met de sector maakt onderhandelen met multinationals makkelijker. Verder krijgt een land internationale goedkeuring als het voldoet aan een bepaalde standaard.

Enill plaatste de kritische noot voor beleidsmakers. ‘Terwijl je het geld verdient, moet je een discipline opbrengen om je productiviteit te blijven vergroten en je competetive edge te behouden. Je moet sparen en investeren in infrastructuur (kapitale investeringen)’.

Minister Dodson, die na de presentaties van de 3 sprekers ook een bijdrage deed, gaf aan het eens te zijn met het gepresenteerde. Zeker vanuit zijn achtergrond als econoom onderschreef hij het bestaan van de aangehaalde valkuilen. Hij gaf verder aan het belangrijk te vinden in Suriname een EITI te hebben en zich er sterk voor te zullen maken. Hij geeft aan het maatschappelijk middenveld, waarvan Projekta een deel is, te zien als een partner in het proces van het opzetten van de EITI.
Tijdens de vragen- en discussieronde is naar aanleiding van een vraag ook duidelijkheid gekomen in wat tot de extractive industries behoort. Behalve mineralen, behoren de visserijsector, de bosbouw, maar ook water tot de natuurlijke hulpbronnen. Het EITI proces kan dus op al deze sectoren van toepassing zijn.

Ook de bezorgdheid over het gebrek aan richtlijnen voor de individuelen en kleine bedrijven die opereren in de sector is ter sprake gekomen. De grote multinationals zijn gebonden aan vastgestelde regels, dus dat is niet zo een zorgpunt werd gesteld vanuit de zaal, maar de individuen en de kleine bedrijven houden zich niet aan standaarden. En daar moeten wij ons eigenlijk zorgen over maken. ‘Multinationals zijn toch corrupt ondanks hun strikte reguleringen. Je kan er niet op vertrouwen dat de companies eerlijk zijn. Wij moeten erop toezien dat ze zich houden aan de regels’ reageerde dhr. Enill. Minister Dodson gaf aan dat er plannen zijn om de capaciteiten van de kleine bedrijven te versterken, om hun ownership in dit proces te ontwikkelen. Daarnaast zullen onder ander een environmental management entiteit en health, safety and security richtlijnen ontwikkeld moeten worden.

Met de vraag over hoe in Trinidad en Tobago ervoor gewaakt wordt dat de Multi-stakeholder commissie in het EITI proces onafhankelijk is en blijft, werd het formele deel van de avond afgesloten.

Het antwoord: “De commissie bestaat uit evenveel vertegenwoordigers van de overheid, de private sector en zeer actieve maatschappelijke organisaties. De maatschappelijke organisaties zijn de waakhonden van het proces”.