zaterdag 13 november 2010

Over i-pads, notebooks en e-democracy: 4e discussie-avond

De vierde discussie in de reeks "Accountability en Democratie" gaat over e-democracy.
Wereldwijd maken parlementen en overheden steeds meer gebruik van de toenemende mogelijkheden van ICT: email, sms’jes, facebook, enzovoorts. Dit gebeurde ook in Suriname op weg naar de verkiezingen van mei 2010. Toen zagen we een toename in het gebruik van verschillende ICT instrumenten voor informeren en/of betrekken van burgers bij de verkiezingen. Burgers werden via sms opgeroepen om hun gegevens op de kiezerslijsten te controleren. Wie meer informatie wilde kon terecht op de webpagina www.verkiezingen.gov.sr. Het tijdperk van e-democracy is ook in Suriname aangebroken.
Met e-democracy wordt gestreefd naar een bredere en actievere burgerparticipatie via internet, mobiele communicatie en andere modern technologieën. E-democracy wordt ook ingezet om burgers directer te betrekken bij de aanpak van publieke vraagstukken. Maar, tot op welke hoogte kan ICT burgerparticipatie in het beleidsformuleringsproces bevorderen? Wat zijn de voor- en nadelen?
Zou e-democracy ook kunnen bijdragen aan een grotere accountability van beleidsmakers? Of vermindert het juist de kans op face – to – face confrontatie? En hoe staat het met mogelijke manipulatie door de goed geïnformeerde (information rich)?


inleider Mosche Bromet

Al deze vragen komen tijdens deze discussie aan de orde. De inleider, Mosche Bromet, is CEO van Tipping Point Training en Consultancy, en volgde met succes de cursus ‘Building capacities of Young Political Leaders” van de OAS.


Zijn lezing is onderdeel van de cyclus “Democratie en Accountability”, een activiteit binnen de Democratiemaand 2010.” De Democratiemaand is een initiatief van Projekta, welke vanaf 2008 jaarlijks in de maand november wordt gehouden. Jaarlijks wordt in deze maand de aandacht gevraagd voor de staat van de Democratie in Suriname. Elk jaar wordt een van de pijlers van de Democratie nader belicht. In 2010 is gekozen voor het thema “Rekenschap” (Accountability).



"Over- i-pads, notebooks en e-democracy ”

Inleider                     Mosche  Bromet 
Datum:                       Dinsdag 16 november 2010
Tijd:                            19.30 – 21.00 uur (inloop van 19.15 tot 19.30 uur)
Plaats:                        Leaders Group Conference Room, H.D. Benjaminstraat 20  (Killit gebouw)

we weten dat het dinsdag een nationale vrije dag is (tgv Id-Ul-Adah) maar in overleg met de inleider is besloten om de discussie niet te verplaatsen.

vrijdag 12 november 2010

Als we verandering willen, dan MOETEN we ons druk maken

Discussiecolleges Accountability en Democratie op de Anton de Kom Universiteit
Projekta hoopt dat meerdere studenten vinden dat zij zich druk moeten maken over maatschappelijke vraagstukken en de democratie in Suriname. Vooral als zij sociale wetenschappen studeren. 
Dit is het streven van de discussiecolleges die door de organisatie worden verzorgd op de Anton de Kom Universiteit tijdens de democratiemaand 2010. Discussiecolleges zijn sinds 2008 een van onze vaste activiteiten in de democratiemaand. Op 10 en 11 november werd met eerstejaars rechtenstudenten gediscussieerd over Democratie en Accountability.
Jaarlijks hebben docenten hun medewerking verleend door o.a een van hun college-uren voor de discussiecolleges af te staan. Dit jaar werd gerekend op ongeveer 200 rechtenstudenten. Het werden er veel minder. “U moest niet zeggen dat het om een discussiecollege gaat. Dan komen ze niet.” zei een studente aan de docent. Ze bleek gelijk te hebben, want een andere student vroeg aan de vakdocent: “Maar wat heeft de discussie met ons te maken?” Een vraag die niet van een universiteitsstudent wordt verwacht. Uiteindelijk namen  85 studenten deel aan de discussiecolleges, waaronder de ex – minister van Regionale Ontwikkeling, Michel Felisi.
De studenten die bleven, waren er omdat ze er wilden zijn. Dit bleek u
it hun participatie; Iedereen deed enthousiast mee. Desondanks was de link tussen Democratie en Recht niet gauw gemaakt. Het werd vooral gezien als een gezellig gesprek. Dit veranderde toen de begrippen “ratificatie van verdragen, verantwoording verschuldigd, en internationale sancties” aan de orde kwamen. Toen werd het verband met de studie gezien. Wij spraken eindelijk hun taal.
Het college begon met het benoemen van de belangrijkste problemen in Suriname, en het maken van een ‘probleemweb’, een overzicht van alle oorzaken van het probleem, en de oorzaken van die oorzaken, enzovoorts.
Bij het uitwerken van het probleemweb werden gebrek aan huisvesting, armoede, veiligheid, en onderwijs/studiefinanciering, als belangrijkste problemen in Suriname genoemd. Deze problemen zijn echter zo omvangrijk, dat de uitwerking gemakkelijk een hele dag in beslag neemt. Het college duurt echter slechts anderhalf uur. De studenten werden daarom begeleid naar het punt dat zij een werkbaar onderwerp hadden gekozen. Vervolgens brachten zij de oorzaken van het probleem in verband met democratie en accountability.
Hoewel de tijd voor het uitvoeren van de opdracht te kort was om tot een diepe uitwerking van het probleem te komen, bood de presentatie van de opdrachten de gelegenheid om dieper op de materie in te gaan. De discussie ging over allerlei onderwerpen, van ‘wie moet zorgen voor rekenschap’, tot ‘hoe legt de overheid verantwoording af’ en alles daartussen.

De studenten waren heel kritisch, en kwamen vrij voor hun mening uit: “Het Jeugdparlement heeft bijna geen zin. De taken en bevoegdheden zijn niet duidelijk.” Deze werden duidelijk toen een aspirant jeugdparlementariër de taken en bevoegdheden kort toelichtte. “Oh, dan zullen we nu zien wat jij doet!”.
Over de taak van de parlementariërs waren de studenten heel duidelijk: “Als iemand zich aanbiedt om iets voor je te doen, wil je weten wat ze hebben gedaan, en waarom ze het wel of niet hebben gedaan.” Conclusie: Men verwacht dat die personen rekenschap aan de burger afleggen. Maar, de kwaliteit van die communicatie laat wel te wensen over. “Onder communicatie versta ik dat zij praten, en dat ik de kans heb om iets terug te zeggen. Niet dat zij alleen ons vertellen.
Volgens de studenten legt de overheid al op verschillende manieren rekenschap af aan de burger. Bijvoorbeeld, door de persconferenties van de Raad van Ministers, programma’s van de Nationale Voorlichtingsdienst, of informatiedagen van verschillende politieke partijen. Deze activiteiten vinden zij heel belangrijk, want “Als er niet wordt gecommuniceerd, weet je niet waar je naartoe gaat.” Zij zijn echter niet helemaal overtuigd van de effectiviteit van de media met betrekking tot accountability door de overheid. “Ze blazen zaken op”, en “Opbelprogramma’s werken niet. Daar scheldt men alleen maar uit.”
Maar zij waren ook niet bang om de vinger naar zichzelf te wijzen: “Laten we eerlijk zijn. Iedereen wil toch rijk worden? Ik denk niet dat iemand van ons zou weigeren als men een huis (door oneerlijke toewijzing) zou krijgen.” Dit was de perfecte opening om de persoonlijke accountability te bespreken.
Ook dit jaar zijn de studenten gevraagd om de democratie eed te ondertekenen. Dit is een eed waarin de persoon belooft zich aan democratische principes te houden, zoals …. . Dit schijnt de schrik bij enkelen op te wekken. “En als ik er niet mee eens ben….?”
Rekenschap afleggen is waarschijnlijk toch niet zo gemakkelijk als het om jou zelf gaat.

In de week van 15 november worden de discussiecolleges aan studenten van de studierichtingen Sociologie, Public Adminstration, Agogie en Economie verzorgd. We kijken heel enthousiast hiernaar uit.

woensdag 10 november 2010

3e democratiemaand Discussie: Rekenschap: een zere plek voor NGO’s?”

De derde discussie in de cyclus “Accountability en Democratie” staat in het teken van NGO’s. Want soms is het goed om even afstand te nemen en kritisch naar jezelf en je eigen sector te kijken.

NGO’s zijn ideële organisaties die zich, zonder winstoogmerk, inzetten voor “the public good”. Dat doen ze op verschillende manieren: door gezondheidszorg, onderwijs, en andere diensten te verlenen daar waar de Overheid dat niet kan of wil, maar ook door zich in te zetten voor maatschappelijke verandering (als “agents of change”) bijvoorbeeld het streven naar maatschappelijke gelijkheid van vrouwen en mannen of  bijvoorbeeld door het bepleiten van meer inspraak van burgers en hun organisaties in beleid. Maar betekent het feit dat je je inzet voor het algemeen belang, en niet op winst uit bent, dat je dan gevrijwaard bent van het afleggen van rekenschap? En waar ligt de grens tussen rekenschap afleggen en controle? Zijn NGO’s die financieel niet afhankelijk zijn van de Overheid toch rekenschap verschuldigd aan die Overheid? En waar ligt dan de grens tussen rekenschap en directe controle? Een NGO is immers juist een NGO omdat zij niet onder directe controle van de Overheid staat.

In het algemeen leggen de NGO’s in Suriname rekenschap af op de traditionele wijze en aan de traditionele partijen: hun financierders. Maar een moderne kijk op accountability focust ook op bijvoorbeeld andere stakeholder relaties, en op de invloed die de NGO’s hebben op anderen in hun omgeving, zegt Tania Muskiet. Waarom leggen Surinaamse NGO’s zo weinig rekenschap af aan, bijvoorbeeld hun stakeholders? Worden zij om rekenschap gevraagd? Door wie, en waarover? Tijdens de inleiding en de discussie zal op al deze vragen worden ingegaan.

Drs.Tania Muskiet MPA,  studeerde sociolgie aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname, en haalde haar MPA-graad aan het FHR Lim A Po Institute for Social Studies. Haar thesis, waarop haar presentatie is gebaseerd, is getiteld: ”Examining NGO Accountability in Suriname”.

De discussie zijn onderdeel van de cyclus “Democratie en Accountability”, een activiteit binnen de Democratiemaand 2010.” De democratiemaand is een initiatief van Projekta, en wordt sinds 2008 jaarlijks in de maand november gehouden. Elk jaar vraagt Projekta de aandacht voor de staat van de Democratie in Suriname. Jaarlijks wordt een van de pijlers van de Democratie nader belicht. In 2010 is gekozen voor het thema “Rekenschap” (Accountability).


 Datum:       Donderdag 11 november 2010
Tijd:              19.30 – 21.00 uur (inloop van 19.15 tot 19.30 uur)
Plaats:         Leaders Group Conference Room, H.D. Benjaminstraat 20  (Killit gebouw)
De lezing is vrij toegankelijk voor een ieder, zonder voorafgaande registratie.

Die ene kleine komma


Inleiders Greg Sitaram en Edward Troon

Artikel 19  Grondwet centraal in discussie over Wet Openbaarheid van Bestuur

“Informatie is te vergelijken met voeding, eten. Je hebt een agrariër: de bananenboom of kousenband die hij heeft, is gewoon een plantje. Het verhuist van de boer naar de markt, dan wordt het een commodity, het is ineens groente. Van de markt verhuist het naar je keuken, je aanrecht, dan wordt het voedsel.  Werkt u het naar binnen dan wordt het voedsel voeding. Hetzelfde geldt voor informatie. Zolang die informatie gewoon daar ligt, kunt u hem niet gebruiken.” Informatie kun je pas gebruiken als je er toegang toe hebt. Vandaar het belang van een Wet Openbaarheid van Bestuur, zei Edward Troon, fotojournalist en ondervoorzitter van de Surinaamse Vereniging van Journalisten tijdens de 2e democratiemaanddiscussie “Openbaarheid van Bestuur, de missing link in onze democratie?”.
De discussie, op dinsdag 9 november gehouden trok een gemengd publiek van parlementariërs, wetenschappers, journalisten, bedrijfslevenorganisaties, en maatschappelijke organisaties.
Rechtsbeginsel

Openbaarheid van Bestuur is een algemeen rechtsbeginsel welke stelt dat de burger het recht heeft te weten hoe de overheid werkt. Elke overheid heeft de plicht om haar burgers over haar activiteiten te informeren. Zij moet duidelijke informatie geven over haar beleid en over haar dienstverlening. Anderzijds heeft elke burger het recht om bestuursdocumenten in te kijken (inzagerecht), er een kopie van te ontvangen en uitleg te krijgen.  Zo kan gevraagd worden om inzage in een bestedingrapport voor het aanleggen van een weg, of de toewijzing voor vergunningen van supermarkten in de buurt. In Suriname hebben wij nog geen Wet op Openbaarheid van Bestuur. Volgens Projekta en de inleiders kan de Anticorruptiewet, die nog in behandeling is bij het parlement, veel effectiever worden als er ook een  wet Openbaarheid van Bestuur (die zij de zusterwet van de ACW noemen) bestaat.
Artikel 19: die ene kleine komma

In een openhartige en ongedwongen sfeer hielden de heren Edward Troon, ondervoorzitter van de Surinaamse Vereniging van Journalisten, en de jurist en ex-journalist Greg Sitaram een korte presentatie. Hun uitgangspunt was vooral artikel 19 van de Surinaamse Grondwet om de positie van journalisten, de rest van de media en de burgers te bepalen.

Artikel 19, zegt: “Een ieder heeft het recht om door de drukpers of andere communicatiemiddelen zijn gedachten of gevoelens te openbaren en zijn mening te uiten, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.” Volgens Edward Troon houden journalisten zich daar niet altijd aan. Het zinsdeel achter de komma wordt gemakshalve vaker vergeten. Een journalist mag niet alles publiceren, want die heeft wettelijke verantwoordelijkheden. De taak van een journalist is wel om de vrije meningsuiting te bevorderen, te stimuleren met de attributen die de journalist heeft. Troon is van mening dat de journalist niet, zoals vaak wordt geroepen, het geweten is van de natie, ook niet de zgn. vierde macht is, niet de koningin van de democratie is en niet het oog, oor en gezicht van de natie is. Wat de journalist wel is, is een deel van de natie. Edward wees in zijn inleiding erop dat we juist een natie moeten zijn van mensen die onze eigen geweten hebben, en onze eigen ogen, oren en gezicht gebruiken. 
De taak van een journalist is wel om de vrije meningsuiting te bevorderen, te stimuleren. Met de attributen die de journalist heeft, kan hij dat bevorderen. 
“En een ieder kan een mening uiten, niet alleen de journalist”, zei Troon, en tegenwoordig kan iedereen publiceren: “er is facebook, er zijn blogs, elektronische publicaties. We zitten nu in een gouden tijd. Je bent dus niet meer afhankelijk van een krant, radio of televisie om nieuws naar buiten te brengen.”

Veroordeling om een stamboom

Ook Greg Sitaram haalde de Grondwet aan. “Een ieder heeft het recht om door de organen van de overheidsadministratie geïnformeerd te worden over de voortgang in de behandeling van zaken waar hij direct belang bij heeft en omtrent eindbeslissingen, met betrekking tot hem genomen.” (art.158 lid 1).Maar ook ““Belanghebbenden hebben toegang tot de rechter om de onrechtmatigheid van elke finale en afdwingbare handeling van organen van de overheidsadministratie te doen beoordelen.”(art.158.lid2)

deel van het publiek

Maar deze rechten alleen zijn niet voldoende. Pas als iemand zwaarwegende juridische gronden kan aanhalen, krijgt de persoon toegang tot informatie. In de praktijk is de juridische procedure zo omslachtig, dat mensen dat niet doen.Het gaat niet altijd om informatie die nodig is voor een rechtszaak; zo is het Centraal Bureau voor Burgerzaken weleens veroordeeld omdat die geen gegevens aan burgers niet wilde verstrekken voor het maken van een stamboom.
Grotere bijdrage aan corruptiebestrijding

Volgens Sitaram kunnen burgers en de burgersamenleving (civil society) een veel grotere bijdrage leveren aan het bestrijden van corruptie, als zij op basis van een wet Openbaarheid van Bestuur,  informatie af zou kunnen dwingen van de overheid. De wet op openbaar bestuur verplicht namelijk de overheid om informatie te geven als die wordt opgevraagd door de burgers die zich beroepen op de wet.

Wisselwerking volksvertegenwoordigers en burgers

Tijdens de zeer levendige discussie kwamen onderwerpen aan de orde als beroepsethiek en beroepscode van journalisten, het weinig actief zijn van de journalisten vereniging, maar ook de rol van de lokale bestuursorganen als RR en DR bij het proces van informatieverstrekking. Carl Breeveld, DNA-lid, benadrukte dat burgers altijd het recht hebben om brieven in te dienen bij de Nationale Assemblee. Het is een wisselwerking, zeiden zowel Breeveld als zijn collega DNAlid Arthur Tjin Atsoi,: de burgers moeten hun volksvertegenwoordigers informeren, en de volksvertegenwoordigers moeten ook actief op zoek naar informatie bij de burgers.

Een sterke civil society is in feite de ontbrekende schakel in het proces naar meer transparancy en accountability, en uiteindelijk een sterke democratie, benadrukte Satcha Jabbar van het Institute for Public Finance. Journalisten zijn dan misschien niet de vierde macht in de optiek van Edward Troon, ze zijn wel een belangrijk deel van de civil society.



In de Accountability en Democartiecyclus, ter gelegenheid van de derde Democratiemaand, worden nog vier lezingen en presentaties georganiseerd door Projekta, in samenwerking met diverse organisaties zoals de Institute for Public Finance, Tipping Point Training & Consultancy, en het Lim A Po Instituut.









zaterdag 6 november 2010

Openbaarheid van Bestuur” 2e Democratiemaanddiscussie Projekta

 Op 9 november organiseert Projekta de 2e discussie in de cyclus “Democratie en Accountability” (Rekenschap), ter gelegenheid van de Democratiemaand 2010. De inleiders Edward Troon, ondervoorzitter van de Surinaamse Vereniging van Journalisten en Mr. Greg Sitaram zullen tijdens de lezing ingaan op de vraag: voor wie is Openbaarheid van Bestuur van belang?
Openbaarheid van Bestuur is een algemeen rechtsbeginsel dat stelt dat de burger het recht heeft te weten hoe de overheid werkt. Elke overheid heeft de plicht om haar burgers over haar activiteiten te informeren. Zij moet duidelijke informatie geven over haar beleid en over haar dienstverlening. Anderzijds heeft elke burger het recht om bestuursdocumenten in te kijken (inzagerecht), er een kopie van te ontvangen en uitleg te krijgen. Dit wordt ook wel passieve openbaarheid genoemd. Zo kan gevraagd worden om inzage in een bestedingrapport voor het aanleggen van een weg, of de toewijzing voor vergunningen van supermarkets in de buurt.
Samen met de Anti corruptie wet kan een wet op Openbaarheid van Bestuur een belangrijk instrument vormen bij het tegengaan van corruptie. De aanname van de Anticorruptiewet lijkt niet ver weg te zijn. In een artikel van het dagblad De Ware Tijd van 12 maart 2010 werd gemeld dat bij regeermacht van de Megacombinatie, het concept Anti-corruptiewet het eerste product dat in de Nationale Assemblee zou worden behandeld; en in zijn jaarrede werd de behandeling op zeer korte termijn aangekondigd door President Bouterse. Maar, zonder een wet op Openbaarheid van Bestuur wordt het voor bijvoorbeeld mediawerkers en maatschappelijke organisaties erg moeilijk om de informatie te achterhalen om eventuele misstanden aan de kaak te stellen. Moet er daarom, na de aanname van de Anticorruptie wet, ook gewerkt worden aan een wet Openbaarheid van Bestuur? Voor wie is zo een wet van belang? En wat zijn de grenzen van openbaarheid? Mogen of moeten journalisten alles publiceren? Wat is hun rol in het proces van versterken van de democratie? En zijn ze daarop berekend?
Deze vragen zullen tijdens de 2e discussie in de democratiemaand worden beantwoord. De eerste lezing werd gehouden door Drs. Jennifer Geerlings – Simons die inging op haar visie voor het parlement. De hele maand november vraagt Projekta wederom aandacht voor de staat van de democratie in Suriname. Projekta wil sinds de afkondiging van de democratiemaand in 2008, elk jaar een van de pijlers van de Democratie nader belichten. Dit jaar is gekozen voor het thema “Rekenschap” (Accountability).
De volgende lezingen worden verzorgd door o.a. de jurist Hans Lim A Po, Tania Muskiet, afgestudeerd op het onderwerp NGO accountability, econome Satcha Jabbar en ondernemer Rashid Doekhie die ingaan op accountability van de private sector in Suriname, en Mosche Bromet die nagaat of en hoe e-governance kan bijdragen aan meer accountability .
De lezing Openbaarheid van Bestuur: Missing Link in onze democratie?, wordt gehouden in de Leadersgroup Conference Room (Killit gebouw) aan de H.D Benjaminstraat 20. Toegang Vrij!
(wilt u meer weten? mail ons: projekta@sr.net of bel: 439924/439925

De dag dat je niet werkt aan democratie, is de dag dat je het verliest

DNA-Voorzitter opent Democratiemaand Projekta
Wat is de rol van het parlement in een gezonde democratie? Hoe zou het parlement moeten functioneren? Wat wordt beoogd met het ingezette capaciteitsversterkingstraject voor parlementariërs?
 Op deze en andere vragen ging Jennifer Simons, voorzitter van de Nationale Assemblee, in tijdens de inleiding die zij op donderdag 4 november hield voor Stichting Projekta, als startactiviteit van de Democratiemaand 2010.
De inleiding werd aan de vooravond van de Divali-viering gehouden, voor een gemengd publiek van parlementariërs, wetenschappers, studenten, journalisten, bedrijfslevenorganisaties, en maatschappelijke organisaties.
In een openhartige en ongedwongen sfeer zette mw. Simons haar visie uiteen. De kern van haar visie voor het parlement, vatte zij samen in de kernwoorden: proactief, zakelijk en deskundig, goed geïnformeerd, gefundeerd debat, goede internationale relaties, strevend naar verbetering en meer verbinding met de samenleving.
Daarna beschreef zij kort de rol en functie van het parlement als hoogste orgaan van de staat, zoals in de Grondwet vastgesteld. Zij beschreef ook de taken en werkwijzen die horen bij deze centrale rol, dat varieert van het behandelen en goedkeuren van MOP, jaarplannen, begrotingen en wetten, tot het verwoorden van wat er leeft in de samenleving, het onderhouden van contacten met regionale organen, tot het vertegenwoordigen van het Surinaams volk internationaal. Zij gaf ook eerlijk toe dat deze taken lang niet allemaal worden uitgevoerd zoals dat zou moeten. Ze gaf aan dat zolang het slechts op papier staat, maar niet leeft en niet wordt uitgevoerd, het niet werkt.

Nee, de Projekta directeur en de DNA voorzitter
hadden niet tevoren hun garderobe besproken.

Zij pleit daarom voor een paradigma verschuiving, waarbij als eerste stap zou moeten gelden dat er eerst bewustzijn moet komen dat een andere werkwijze mogelijk is. Daarna moet de wil er zijn om de werkwijze te veranderen. De parlementariërs hebben de laatste maanden veel tijd en energie geïnvesteerd in het praten met elkaar over deze veranderingen. Volgens mw. Simons is de eerste stap nu al bereikt, en de tweede stap voor een groot deel ook. Het parlement werkt nu aan het uitzetten van die verandering: waar willen zij naar toe, hoe komen ze daar, en wat hebben zij daarvoor nodig. Dit alles moet bijeenkomen in een meerjarenplan voor het Parlement.
Samen met de UNDP, OAS, andere internationale en lokale organisaties en consultants, is intussen een aanvang gemaakt om dit plan uit te werken. Er zijn nieuwe procedures met elkaar afgesproken, b.v. dat de parlementariërs bezoeken brengen aan districten, het voorbereiden van delegaties naar het buitenland, en het rapporteren van diezelfde delegaties bij terugkomst.
In de toekomst wordt het commissiewerk en de relatie met de gemeenschap ook aangepast, waardoor commissievergaderingen vanaf eind volgend jaar in het openbaar zullen worden gehouden. Het parlement wil werken aan eigen mediaproducties, en verspreiden van informatie via internet. Er zal meer deskundigheid worden ingezet om het parlement te ondersteunen, waarbij een belangrijke rol zal worden weggelegd voor maatschappelijke organisaties.
Mw. Simons haalde meermalen in haar inleiding aan dat ook de rol van de media mee moet veranderen: rapporteren over het parlement moet ook meer diepgang krijgen, waarbij niet alleen de conflicten tussen leden, maar ook de successen worden beschreven.
Tijdens de discussie kwamen onderwerpen aan de orde als de duurzaamheid van het ingezette traject, de communicatie met de districten, en de relatie tussen de regering en het parlement.
Een belangrijk deel van de discussie ging ook over de tekortkomingen in het systeem van regionale volksvertegenwoordiging; wat ooit was begonnen als een pilot, werd halsoverkop tot wet gemaakt, terwijl er nog veel politiek-bestuurlijke voorwaarden zijn waaraan moet worden voldaan, zoals het creëren van nieuwe bestuurscentra en -structuren.
Ook de persoonlijke vragen aan de voorzitter van het parlement ontbraken niet. In een eerlijk en open sfeer beantwoordde zij vragen over het vrouw-zijn in de politiek, loyaliteit aan de politieke partij, en het kennen en hanteren van de grenzen aan die loyaliteit.
Projekta blikt zeer tevreden terug op de avond, en ziet deze als een goede start van de Democratiemaand. In de komende paar weken, worden nog zes lezingen en presentaties gehouden, in samenwerking met diverse organisaties zoals de Surinaamse Vereniging van journalisten, de Institute for Public Finance, Tipping Point Training & Consultancy, en het Lim A Po Instituut.

vrijdag 5 november 2010

Democratie is niet iets dat je krijgt van leiders

Eigenlijk is de hele inleiding die Jenny Simons gisteren heeft gehouden bij de opening van de Democratiemaand, verplichte kost voor een ieder die zich, op welke manier dan ook, bezig houdt met de staat van onze democratie.
Niet alleen de inleiding, maar ook de discussie gaf veel stof tot nadenken. Alvast 1 quote die ons recht in het hart trof, want dit is exact de bedoeling van de Democratiemaand:
Democratie is niet iets wat je krijgt van leiders; leiders zijn niet democratisch per se, maar leiders moeten zichzelf ook actief houden aan regels. Betekent vooral voor de 2e, 3e, 4,e linie, dat je bent opgevoed om te vinden dat je recht hebt om te bestaan, om te praten, om mee te doen. Dat je niet alleen dat recht hebt, maar bereid bent om te zetten in acties. Als je vindt dat er democratie moet zijn, maar je slaapt in je bed, dan zal er niets gebeuren.Democratie is geen statisch gegeven, het is als water en zandzakken, je duwt hier en je schuift daar, en je blijft bezig. De dag dat je stopt, verlies je het. Democratie is iets: als je stopt te werken eraan, begin je het te verliezen.
Later meer.

woensdag 3 november 2010

Democratie is moeilijk hor! Gastlessen Kinderrechten en Democratie op de Selectaschool

DEMOCRATIE EN KINDERRECHTEN

De democratiemaand is officieel begonnen! Op 1 november ging het Bureau Kinder Ontwikkeling, een partnerorganisatie van Projekta in verband met de Democratiemaand, van start met rollenspelen over democratie en kinderrechten voor VOJ scholen. Deze activiteit is georganiseerd in verband met de aanstaande verkiezingen voor het Jeugdparlement. Er is gekozen voor een rollenspel omdat de leerlingen optimaal kunnen meedoen (iedereen een rol), en er wordt voorkomen dat de jongeren een echte les verwachten.

De Selecta school mocht de spits afbijten. De schoolleider, mevr. Blokland, had de activiteiten goed voorbereid, en de klassen/leerlingen waren gereed. In totaal deden 70 leerlingen, verdeeld over 2 groepen, mee. Elke sessie duurde 80 minuten. Na een korte inleiding over de organisatie en de inleiders, volgde de uitleg over de lesbrief Democratie en Kinderrechten. De scholieren maakten kennis met de begrippen democratie, inspraak, mensen- en kinderrechten. Ook de verkiezingen van het Jeugdparlement werden uiteengezet. De leerkrachten deden ook mee, en traden op als facilitator.   

Tijdens de sessie moest elke leerling een kinderrecht kiezen, en daarna in de groep consensus bereiken over het recht dat ze als groep wilden kiezen. De keuzen van de (kleine groepen) werden genoteerd, en uit alle gekozen rechten werd 1 recht gekozen om in een rollenspel uit te werken. Hierna werden de rollen verdeeld: President, Jeugdparlementarier (kan rechtstreeks naar de President toestappen), beleidsmedewerker en mediawerker (deze werden door de President geroepen). De opdracht aan de groep: als Leerlingen en Hangjongeren via het Jeugdparlement en/of de media hun recht bepleiten zodat het op de agenda van de President werd geplaatst. Na een korte voorbereiding kon het rollenspel beginnen.

Na het spel werd de sessie geëvalueerd. Hieruit bleek dat de leerlingen het prettig vonden dat zij  hun mening mochten vormen en uiten en dat er naar hen werd geluisterd. Ze vonden het fantastisch dat ze echt betrokken werden en dat ze mee mochten naar de president. De kinderen waren tevreden omdat zij niet alleen meer kwamen te weten over de kinderrechten en de Jeugdparlementsverkiezingen, maar ook omdat er andere werkvormen werden toegepast, zodat zij op een andere manier konden leren

Ook het BKO is tevreden, want de leerlingen hebben wat meer begrip van wat democratie nu eigenlijk is, ze beseffen nu ook hoe belangrijk inspraak is, en dat het eigenlijk wel ingewikkeld is om de democratische weg te volgen. Want om consensus te bereiken in een kleine groep: dat was al moeilijk genoeg!  

Jeugdparlementsverkiezingen
Als het animo voor deelname aan de Jeugdparlementsverkiezingen onder de leerlingen als barometer mag dienen, zal de opkomst ook dit jaar heel klein zijn. Slechts 19 leerlingen gaven aan dat zij op 10 december gaan stemmen. De belangstelling is zo gering dat slechts 2 leerlingen hun naam op de lijst zijn gaan controleren. Geen van de leerlingen heeft zich kandidaat gesteld.

Het BKO wil heel graag een vervolg op het spel doen. Helaas laat de tijdsbeperking dit niet toe. De lobby voor meer ruimte, tijd en meer scholen gaat nu al van start.

In de tussentijd zal het BKO zich inzetten voor:
·         Werelddag preventie geweld tegen kinderen: 19 november
·         Bestrijding geweld tegen vrouwen: 29 oktober - 25 Nov.
·         Internationale dag van de Rechten van het Kind: 20 Nov.
·         Wereld Aids dag: 1 december
·         Universele dag van de Mensenrechten: 10 december

dinsdag 2 november 2010

Wachtend op de 2e editie van de State of our Democracy Nieuwsbrief...

Er wordt hard gewerkt om de 2e editie van de "State of our Democracy" nieuwsbrief zo snel mogelijk uit te brengen.
Ministers worden lastig gevallen, parlementariers (oude en nieuwe) opgezocht, statistieken bekeken, jaarredes uitgeplozen, economen, rechtsgeleerden, journalisten en nog een heleboel anderen om input gevraagd.

De Nieuwsbrief is onze manier om elk jaar "de temperatuur" van onze democratie te meten. Is het koortsig, onderkoeld, of helemaal op de juiste temperatuur? Is de democratie in Suriname gezonder of zieker geworden sinds het jaar ervoor?

In afwachting van het eindproduct, hier alvast, voor degenen die het gemist hadden, de nieuwsbrief van het vorig jaar. Klik op de link!


https://docs.google.com/fileview?id=0B-tHCf-mE5MlZWQ5YTU3N2QtMWNjOC00NDZlLTk1OGItMzRjODE1YjBlZmM2&authkey=CI6-638&hl=en

maandag 1 november 2010

HET IS NOVEMBER!

De Democratiemaand start vandaag.
Het Buro KinderOntwikkeling, olv Lillian Ferrier is al vanaf vanochtend op een school bezig met gastlessen en rollenspelen over Kinderrechten en Democratie, Meer daarover morgen!

Jennifer Simons
(foto: radio tamara.com)
Het officiele startschot van de openbare activiteiten wordt op donderdag 4 november gegeven door de Voorzitter van de Nationale Assemblee, Mw Jenny Simons.

Een van de pijlers van een gezonde democratie is een goed functionerende volksvertegenwoordiging. Niemand kan het ons kwalijk nemen als we zeggen dat de afgelopen jaren daar wel het een en ander aan te verbeteren viel in Suriname. Projekta wordt dan ook heel blij van de initiatieven om het parlement te versterken, en beter te laten functioneren. Er is niet alleen aandacht voor infrastructuur (ontvangst/persruimte!), maar ook voor toegankelijkheid (iedereen een emailadres!) en simpele capaciteitsversterking van de leden zelf (Klimaatseminar, Huisvestingsronde, buurtbezoeken!). Onze democratische en participatieve harten gaan daar sneller van kloppen.

Projekta wordt nergens blijer van dan  bijv. een simpele uitnodiging van de Ondervoorzitter Ruth Wijdenbosch om. de delegatie die Suriname zou vertegenwoordigen op de laatstgehouden GPA (global parlementarians for action) vergadering, bij te praten over Gendergelijkheid in Suriname. Dat is voor ons een teken dat het menens is met de versterking van het parlement, en daar werken wij graag aan mee. Volhouden dames Voorzitter en Ondervoorzitter!

(foto: Starnieuws)
Natuurlijk willen we meer, en we willen vooral ook meer weten over hoe volgens de voorzitter, onze volksvertegenwoordiging zou moeten functioneren, en wat de plannen zijn om dat werkelijkheid te maken.
Op de discussieavond hopen we dan met u en de voorzitter van gedachten te wisselen hierover. Misschien draagt u wel een prachtidee aan om het parlement nog beter te laten werken!

Kom meepraten, donderdag 4 november, 19.30 uur (u bent welkom vanaf 19.15 uur). Met erna een hapje, een drankje, een babbeltje. U hoeft niet te reserveren, maar denk eraan: het aantal zitplaatsen is beperkt!
Plaats: Leaders Group Conference Room, HD Benjaminstraat (Oud Killitgebouw).