dinsdag 19 januari 2016

Burger- en politieke rechten: huiswerk voor Suriname

Dit artikel verscheen eerder in de ‘State of our Democracy 2015’. De gehele nieuwsbrief vindt u hier.
In 2013 deed Suriname verslag aan de Mensenrechten-commissie van de Verenigde Naties over de voortgang van onze implementatie van het Verdrag voor Burger- en Politieke Rechten. Dit verslag werd in oktober 2015 uitvoerig besproken met vertegenwoordigers van de Staat. De Commissie uitte in deze gesprekken en in haar geschreven commentaar haar ontevredenheid over de voortgang, over de kwaliteit van het verslag en de beantwoording van de Surinaamse delegatie. Zo bevatte het rapport en de mondelinge beantwoording volgens hen meer anekdotische informatie dan harde feiten en statistieken, en kon er over veel vragen geen afdoend antwoord worden gegeven. Ook uitte de Commissie herhaaldelijk haar bezorgdheid over het ‘klimaat van straffeloosheid’ van met name mensenrechtenschendingen, en de onverenigbaarheid van de Amnestiewet met diverse internationale mensenrechtenverdragen. Na de mondelinge beantwoording, kreeg de Staat nog de gelegenheid om resterende vragen schriftelijk te beantwoorden, waarna de Commissie op 3 november 2015 haar uiteindelijke bevindingen en aanbevelingen presenteerde.
Hier een greep uit de lijst met aanbevelingen die Suriname moet uitvoeren voor haar volgende rapportage in 2020. Voor de volledige lijst, klik hier.

Mensenrechtenschendingen
  • Intrekken van de Amnestiewet.
  • Onmiddellijk instellen van het Constitutioneel Hof, dat voldoende uitgerust en onafhankelijk moet zijn.
  • Voldoen aan internationale mensenrechtenwetgeving voor het ter verantwoording roepen van degenen die verantwoordelijk zijn voor die ernstige mensenrechtenschendingen, waarvan Staten verplicht zijn om de daders te berechten en om lopende strafrechtelijke processen af te ronden.
  • Effectieve bescherming van getuigen van mensenrechtenschendingen en grondig onderzoek naar gevallen van vermoedelijke intimidatie van getuigen.
  • Maatregelen treffen om het Nationaal Mensenrechten Instituut te laten functioneren met een ruim mensenrechtenmandaat en voldoende financiële en menselijke hulpbronnen.
  • De Staat de reeds in 1985 gedane aanbevelingen van de Commissie onder het 1e Optionele Protocol [noot: het in behandeling nemen van klachten van individuen] opvolgt. [Noot: deze aanbevelingen waren: onderzoeken van de moorden van December 1982, het berechten van de verantwoordelijken, het betalen van compensatie aan de nabestaanden, en de adequate bescherming van het recht op leven in het land.]
  • Wettelijke bepalingen over het instellen van de Noodtoestand, die expliciet aangeven welke fundamentele rechten in geen enkel geval mogen worden beperkt.

Rechterlijke macht & rechtsprocessen
  • Wetgeving instellen die ervoor zorgt dat personen die zijn aangehouden binnen 48 uur voor een rechter voorgeleid worden (24 uur voor minderjarigen).
  • Instellen van een uniform wettelijk kader voor alle detentiefaciliteiten, en het garanderen en ondersteunen van de toegang tot tijdige juridische ondersteuning voor personen die zijn aangehouden in strafzaken.
  • Maatregelen zodat de omstandigheden in detentie respect tonen voor de waardigheid van gevangenen, en het apart houden van volwassenen en minderjarigen in alle detentie-faciliteiten.
  • Herziening van wetgeving en praktijken op het gebied van geestelijke gezondheidzorg, om zodoende willekeurige opsluiting te vermijden.
  • Het rechtssysteem voorzien van geschikte menselijke en financiële hulpbronnen, zodat deze effectief kan functioneren.
  • Het recruteren en opleiden van voldoende rechters en officieren van justitie, zodat adequate rechtspraak en een eerlijke procesgang kan worden gegarandeerd in het hele land.
  • Alle nodige maatregelen treffen voor een onafhankelijke rechterlijke macht, waaronder adequate salarissen voor rechters.

Geweld & discriminatie 
  • Praktische en wettelijke maatregelen om waar nodig fysieke straffen voor kinderen te elimineren. Daarbij horen het stimuleren van alternatieve, geweldloze vormen van straffen, en het uitvoeren van bewustwordingscampagnes over de schadelijke effecten van lijfstraffen.
  • Zorgen voor grondig onderzoek van gevallen van op gender gebaseerde geweld, het vervolgen van de daders, het opleggen van toepasselijke straffen en het adequaat compenseren van slachtoffers.
  • Effectieve maatregelen treffen tegen willekeurige aanhouding van LGBTI-personen, waaronder het onderzoeken van alle gevallen van mishandeling van LGBTI personen en vervolging en adequate bestraffing van de daders.
  • Het Wetboek van Strafrecht zodanig aanpassen dat marteling en mishandeling (conform de internationale definities) strafbaar worden gesteld.
  • Zorgen voor de vervolging van daders van marteling en mishandeling, en compensatie van de slachtoffers. 
  • Garanderen van adequate bescherming en schadeloosstelling voor slachtoffers van mensenhandel, en het beschikbaar stellen van middelen voor het instellen en onderhouden van opvangcentra voor deze slachtoffers.
  • Verplichte training over de vervolging van gevallen van op gender gebaseerde geweld voor politie, deurwaarders, officieren van justitie en maatschappelijke werkers.
  • Maatregelen voor het bevorderen van rechtsgelijkheid tussen mannen en vrouwen.
  • Verhogen van de inzet voor meer participatie van vrouwen in politiek en publiek domein, in het bijzonder in besluitvorming, door – zonodig – tijdelijke speciale maatregelen te treffen.
  • Concrete maatregelen voor het wegwerken van genderbias en –stereotypen over de rollen en verantwoordelijkheden van mannen en vrouwen in het gezin en de samenleving.
  • De doodstraf ook binnen het Militair Recht afschaffen [noot: het was al afgeschaft binnen het Strafrecht]. 

Burgerrechten
  • Alle nodige maatregelen voor effectieve en betekenisvolle consultatie met inheemse en tribale volkeren in besluiten op alle gebieden die een impact hebben op hun rechten.
  • Maatregelen om verdergaande erosie van de vrijheid van meningsuiting te voorkomen, in het bijzonder bedreiging en intimidatie van mensenrechtenactivisten en journalisten.
  • Gevallen van bedreiging en intimidatie van mensenrechtenactivisten en journalisten prompt onderzoeken en sancties treffen tegen de daders.
  • Het decriminaliseren van laster en ervoor zorgen dat gevallen van laster niet onderworpen zijn aan vrijheidsontneming.
  • Maatregelen voor betere toegang tot burgerregistratie, om ervoor te zorgen dat alle kinderen die geboren worden op Surinaams grondgebied een officiële geboorte-akte kunnen ontvangen.

Promoten van en rapporteren over het Verdrag 
  • Verplichte training over het Verdrag voor rechters, advocaten en officieren van Justitie.
  • In het volgend verslag voorbeelden opnemen van hoe het verdrag wordt toegepast door nationale rechtbanken.
  • Binnen één jaar verslag doen van de voortgang van de aanbevelingen over het Nationaal Mensenrechten Instituut, de straffeloosheid van mensenrechtenschendingen en de maximale tijdspanne tussen detentie en voorgeleiding.
  • Bij de voorbereiding van het volgend periodiek rapport, een brede consultatie te houden met het maatschappelijk middenveld.

Wilt u meer lezen over de staat van onze democratie in 2015? Lees dan ook de andere artikelen van de ‘State of our Democracy’ nieuwsbrief.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen