maandag 25 januari 2016

De Visie in Onze Regeringsverklaring

Dit artikel verscheen eerder in de ‘State of our Democracy 2015’. De gehele nieuwsbrief vindt u hier.

Op 1 oktober jl. sprak de President de jaarrede uit in de Nationale Assemblee. Dit was tevens de Regeringsverklaring (RV) van het tweede kabinet Bouterse, de eerste uiteenzetting van het pad dat dit Kabinet voor ogen heeft. Opvallend was al de eerste zin van de daadwerkelijke RV: “de Regering heeft op 12 augustus, in een periode van bijzondere uitdagingen, het roer overgenomen”. Uitgesproken door een herkozen President kan de vraag gesteld worden: wie had het roer dan hiervoor in handen? Deze formulering was slechts het begin van een tekst vol ondoorgrondelijke formuleringen die elkaar soms tegenspraken.

Natuurlijk kun je van een Regeringsverklaring geen uitgebreide, volledige actieplannen verwachten. De verklaring moet in grote lijnen aangeven welke keuzes er gemaakt worden. Maar keuzes waartoe? Waar moeten ze naar leiden? Dat is uiteraard de eerste vraag die gesteld kan worden: welke visie draagt de Regeringsverklaring uit, voor de toekomst van ons land?

Op zoek naar de visie
Die visie is niet zo makkelijk te achterhalen. De Regeringsverklaring start niet met het uiteenzetten van een visie, maar met een doemscenario – er wordt meteen gesproken over drie prioriteiten die de randvoorwaarden zijn die fundamenteel zijn voor het voortbestaan van de natie – implicerend dat het voortbestaan van onze natie gevaar loopt. Wat volgt zijn echter niet drie randvoorwaarden, maar één gevaar (klimaatverandering, met name de zeespiegelstijging) en twee voorwaarden (soevereiniteit van ons territoir en nationale eenheid).

Ten aanzien van klimaatverandering en zeespiegelstijging staat als maatregel genoemd de kustbescherming middels mangrovebeplanting en dijken. Aan de soevereiniteit zal gewerkt worden door het versterken van de volkseenheid, cultuurbeleid dat respect voor elkaar vergroot en religieuze en etnische verscheidenheid behoudt, door versnelde nationale opbouw verspreid over geheel grondgebied en heel volk. Daarnaast ook door vredespolitiek, met name regionale integratie, met name de buurlanden (buurlandenpolitiek) en bilaterale bespreking met Guyana over de Tigri-gebied bezetting.

De nationale eenheid tenslotte, wordt verkregen als “Onderwijs en Wetenschap, Kunst en Cultuur, Politiek, Rechtspraak, Decentralisatie, Burgerparticipatie, Pers en Media, alles en dus iedereen die op de eerste plaats ten dienste is van de Nationale eenheid.” Hoe dat precies in de praktijk moet werken. wordt niet nader uitgelegd. Opvallend in deze rij is de samenvoeging van processen (decentralisatie, burgerparticipatie) met sectoren – maar dat terzijde.

Men stelt, na opsomming van deze drie punten: “Alleen door Nationale eenheid is onze soevereiniteit krachtig, alleen een sterke soevereiniteit, zal ons een zelfstandige duurzame ontwikkeling garanderen!”. Dit zou een logische samenvatting kunnen zijn geweest van de paragraaf over de drie “randvoorwaarden”, als het aspect van duurzame ontwikkeling reeds eerder aan de orde was gekomen. Maar er is tot nu toe alleen verwezen naar klimaatverandering.

De Regeringsverklaring en jaarrede staan in het teken van de economische crisis. Maar er wordt gesteld dat de “sociale beschermingspolitiek niet wordt losgelaten. En dat past bij het woord dat wellicht als uiteindelijk doel van de regering Bouterse II kan worden aangemerkt – de Welzijnssamenleving”.
Er staat nergens een concrete definiëring/invulling van deze welzijnssamenleving, maar her en der in de tekst staan wel enkele uitgangspunten die daarnaar verwijzen, zoals “sociale solidariteit, rechtvaardigheid en social inclusion als basisuitgangspunten voor onze samenlevingsopbouw”. Deze welzijnssamenleving zal steunen op een efficiënt ingerichte en sterke economie.
Hier zijn twee hoofdpunten voor uitgewerkt.

Ten eerste, een gedifferentieerde economische basis en structuur, waarbij de volgende sectoren worden genoemd:
  • Agrarische ontwikkeling, met agro‐industriële verwerking van vooral groenten en fruit
  • Industriële verwerking van mijnbouw en agrarische productie 
  • Toerisme ontwikkeling, m.n. eco-, health- en wellness‐toerisme
  • Geavanceerde dienstverlenende sector

Daarnaast wordt onder dit punt een aantal zaken genoemd, welke niet zozeer economische sectoren zijn, alswel randvoorwaarden waarin (blijkbaar) geïnvesteerd zal worden:
  • Milieuverantwoord menselijk handelen op alle levensgebieden
  • Energie-opwekking (m.n schone en betaalbare energie)
  • Zee-, lucht, weg- en spoortransport voor vracht- en personenvervoer (m.n. voor de grote groepen toeristen, van Suriname naar het buitenland en vice versa en binnen geheel Suriname)

Ten tweede, een rechtvaardig systeem van ontwikkelings-en bestaansgaranties, met:
  • Onderwijsstelsel gericht op de arbeidsmarkt, technologische innovatie en persoonlijkheidsontwikkeling
  • Werkgelegenheid en arbeidsbescherming
  • Systeem van sociale zekerheden
  • Bereikbare en toegankelijke medisch zorg
  • Structuren en voorzieningen ter bescherming van de volksgezondheid

Het doel wil men bereiken middels wetgeving en organisatie, planning en efficiency, opbouw van een gezonde en schone economie, voor de creatie van een duurzame economische groei, met differentiatie van onze economische basis. Over maximaal 25 jaar zal dit allemaal resulteren in “de groei van ons land tot een moderne, zelfstandige agrarisch-mijnbouw‐toeristisch‐industriële welzijnssamenleving, met deze veelzijdig gedifferentieerde economische basis.”

Ziedaar de visie.

In een volgend bericht (te publiceren op onze blog) zullen wij alle concrete maatregelen die in de Regeringsverklaring (voor de zittingstermijn van de Regering Bouterse II) en de jaarrede (voor het dienstjaar 2016) genoemd worden, op een rij zetten.


Wilt u meer lezen over de staat van onze democratie in 2015? Lees dan ook de andere artikelen van de ‘State of our Democracy’ nieuwsbrief.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen