woensdag 23 november 2011

Verslag 2e discussieavond: Grondenrechten, hoe verder?

Participatie is geduld, luisteren, vragen  en nog eens luisteren 

 Op dinsdag 22 november 2011 vond de 2e openbare discussie van Democratiemaand 2011 plaats.
De inleider was Salomon Emanuels, sociaal en cultureel antropoloog. Emanuels is al vanaf 1976 betrokken bij de rechtsstrijd van Inheemsen en marrons, vanuit het Bureau Forum NGO’s, Moiwana 86, Stichting Equalance, de Raad voor de Ontwikkeling van het Binnenland, en de Stichting Fonds Ontwikkeling Binnenland.
Zijn inleiding ging niet over de grondenrechten zelf, maar over het dialoogproces voorafgaand aan en op de grondenrechtenconferentie van oktober 2011. Deze werd op de tweede dag abrupt beëindigd.
Het publiek was zeer gevarieerd:  van leden van de voorbereidingscommissie van de conferentie, tot studenten, van vertegenwoordigers van Marron en Inheemsen organisaties, tot ontwikkelingswerkers en politici. 


Participatie vaak niet begrepen, dus verkeerde verwachtingen
Salomon startte met een uitleg over het ontstaan van participatiedenken: het idee van participatie kwam op in de jaren zeventig, als reactie op het moderniseringsdenken, het idee dat grote projecten en investeringen automatisch goed waren voor iedereen. Toen dit niet het geval bleek, kwam men in opstand. Participatieve benaderingen werden eerst gezien als een manier om problemen te voorkomen, maar intussen is het een onlosmakelijk deel van het ontwikkelingsdenken. Wetenschappers en ontwikkelingswerkers bedachten steeds meer theorieën en praktische strategieën voor participatie. Bekend is de indeling van 7 niveaus van participatie van Jules N. Pretty. Emanuels vindt dat er heel vaak geconsulteerd wordt in Suriname, en dat dat dan participatie wordt genoemd.  

 Consultatie is goed om informatie in te winnen, maar het moet duidelijk zijn dat bij consultaties er geen besluiten zullen worden genomen: men heeft daar geen inspraak in. Bij consultaties mag je meepraten, soms meedoen, maar niet meebeslissen. Belangrijk is dat partijen van tevoren de verwachtingen duidelijk stellen, zodat ze niet teleurgesteld raken.

Representativiteit
Een oorzaak van misverstanden en conflicten kan zijn het vraagstuk van representativiteit: wie praat namens wie? Al vanaf de voorbereiding van de conferentie hebben groepen zich opgeworpen als te zijn vertegenwoordigers van Marrons en Inheemsen en ze zijn ook als zodanig aangenomen. Maar binnen de groepen zelf zijn er nog steeds discussies over representativiteit, hoewel men dat naar buiten toe niet zal erkennen, zegt Emanuels: er moet kritisch worden gekeken naar hoe de vertegenwoordigers zijn gekozen en b.v. hoe vaak ze ruggespraak hebben met de rest van de gemeenschap. Bij de Marrons zou het b.v. onmogelijk zijn dat een standpunt namens hen werd genomen op de conferentie, omdat het traditioneel proces van participatie en ruggespraak niet was ondernomen.

Christien Naarden van de Pater Ahlbrinck Stichting gaf tijdens de discussie ook aan te hebben gemerkt dat wat er in de stad gebeurt, vaak niet doorsijpelt naar de dorpen, waardoor er moeilijk een gezamenlijk front kan worden gemaakt om voor een case te gaan.
Niet alleen de inleider, maar ook diverse mensen uit het publiek, maakten gewag van hun indruk dat zij in de verklaring van Cola Kreek en in het dialoogproces, onvoldoende de stem van de Marrons hebben gehoord, maar meer die van de Inheemsen, in het bijzonder die van de VIDS.

Analyse: de tirannie van participatie
Bij Emanuels’ analyse van de grondenrechtenconferentie, merkt hij het volgende op:
-          De Marrons en Inheemsen hebben mogelijk niet begrepen wat het doel van de conferentie was. De organisatie was niet voldoende duidelijk dat er daar geen besluit zou zijn over de oplossing op dat moment, maar over een traject. Zij hebben verwachtingen gewekt, die niet waargemaakt konden worden.
-          Mogelijk was dat wel duidelijk naar enkelen, maar had de andere partij andere doelen en verwachtingen. Emanuels vraagt zich bijvoorbeeld af waarom – als de gezamenlijke verklaring met de standpunten reeds in juli was afgegeven – de Marrons en Inheemsen toch hebben deelgenomen en toch afzonderlijke presentaties per groep op het programma hebben laten opnemen.

In elk geval bemerkte Emanuels aan beide kanten het verschijnsel ‘tirannie van participatie’. Dit is het misbruiken van een participatief proces voor eigen belang: het niet duidelijk bekend maken van het doel; of het eigen belang naar voren brengen als te zijn de verwachtingen van de hele groep. Openheid is daarom een van de basisvereisten voor participatie.
Hij concludeert dat er van beide kanten slecht is geluisterd naar elkaar en men dan zelf de bedoeling heeft ingevuld.
“Participatie is geduld, is luisteren, en nog eens luisteren, en vragen, en weer luisteren”, stelt hij.

Onderhandelen over onderhandelen
Een ieder was het erover eens dat het uitstippelen van het proces de hoogste prioriteit geniet. Ook zullen de capaciteiten voor dialoog en participatieprocessen van alle deelnemers versterkt moeten worden. Participatie is een capaciteit, zegt Sharda Ganga, directeur van Projekta, en het proces moet door procesdeskundigen worden geleid. Belangrijk is dat er rekening wordt gehouden met het feit dat dergelijke processen langdurig van aard zijn, en dat ze geld kosten. Maar bovenal dat het proces iets is dat je vantevoren met elkaar moet afspreken. Cruciaal is dat het proces open en transparant verloopt. Bij participatie en dialoog kan je niet met een voorop gezet doel van huis gaan. Het pad moet samen worden uitgezet. Steven Alfaisie noemde dit “onderhandelen over onderhandelen”.  Partners moeten ook van tevoren vaststellen over welke aspecten van grondenrechten (b.v. beheer van grond, organisatie van krediet, etc.) gesproken zal worden.


Overheidscommissie ziet conferentie als leerervaring
Van de voorbereidingscommissie waren Ellen Naarendorp en Jennifer van Dijk-Silos ook aanwezig. Zij vinden dat er bij de voorbereidingen intensief is geconsulteerd. Het Ministerie van Regionale Ontwikkeling was vanaf december 2010 tot mei 2011 met de Marron en Inheemsen organisaties bezig, waarna de commissie heeft overgenomen. Zij zijn van mening dat de groepen de ruimte kregen om het programma van de conferentie in te vullen. Zij stelden dat het van tevoren wel duidelijk is gemaakt dat de conferentie slechts een begin was van een langer traject van 20 maanden. Na de conferentie zouden er samen stappenplannen worden gemaakt. Jennifer van Dijk-Silos geeft aan dat zij het gebeurde ziet als een leerervaring. Zij is geen voorstander van nog een conferentie, maar ziet graat dat er direct van start wordt gegaan met een traject van dialoog, reconsultatie en participatie. De conferentie kost volgens haar teveel geld, en er zijn te grote cultuurverschillen etnische groepen. Er ontstond een cultuurbotsing, er werd een onverwachte westerse reactie gegeven.

Bouwen aan sociaal kapitaal & draagvlak
Tijdens de levendige discussie werd o.a. benadrukt dat het creëren van draagvlak moet starten waar het sociaal contact begint in inheemse en marrongemeenschappen. Er moeten geen onrealistische verwachtingen worden gesteld aan het traditioneel gezag, omdat deze in vele gemeenschappen inmiddels is uitgehold door emigratie en verlies van de traditionele religie. Er zijn andere machts- en communicatiestructuren die een grote rol blijven spelen, zoals de lo’s bij de Marrons.
Ook buiten de inheemse en marron volkeren, moet er gewerkt worden aan het bouwen van draagvlak. Emanuels stelt dat inheemsen en marrons te lang naar binnen gekeerd zijn geweest, en de rest van de samenleving zich lang niet solidair heeft opgesteld of niet was geïnteresseerd. Een belangrijke rol is hierin weggelegd voor awareness en advocacy vanuit inheemsen en marrons zelf, om de onbegrip van de rest van de bevolking weg te werken, werd vanuit de zaal geopperd.

Een snelle oplossing is een cosmetische oplossing
Het haasten van het proces, zal alleen maar leiden tot ontwrichting en het uit elkaar vallen van het proces in een later stadium werd aangegeven.
Belangrijke eerste stap is om samen te bepalen welke criteria zullen worden gehanteerd in de dialoog over grondenrechten en welke aspecten het belangrijkste zijn. Dit moet gebeuren in een werkelijk participatief proces.
Chris Healy gaf mee dat het proces van vaststellen van de criteria voor dialoog over grondenrechten in Brazilië 10 jaar heeft geduurd; en toen pas startte het werkelijke proces. Het bepalen van de agenda voor een grondenrechtentraject alleen zou volgens Emanuels al tenminste een jaar duren, als er bij de Marrons met de lo’s wordt gecommuniceerd. Over de inheemsen nog niet gesproken.

Ook al is er een gebrek aan advocacy van beide kanten; iedereen begrijpt dat het in het algemeen belang is dat grondenrechten goed geregeld worden. Om samen naar een oplossing te werken, moet er eerst veel wantrouwen van beide kanten worden weggewerkt, en moeten beide partners er voor waken om te belerend bezig te zijn: elkaar steeds met de vinger te wijzen hoe het niet moet.
Emanuels: “Inheemsen en Marrons zijn bewuster geworden en inmiddels staan ze midden in de Surinaamse samenleving en willen ze meepraten, meedenken en meebeslissen. We moeten dat in Suriname beschouwen als een grote toevoeging in onze stap voorwaarts en ruimte geven aan die vreedzame co-existentie in deze Surinaamse samenleving te behouden en te koesteren.”

(alle foto's: Ranu Abhelakh)
 
Pretty's Participation ladder


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen