donderdag 22 maart 2012

Geen gebrek aan opmerkelijke uitspraken: VN en gender discussie

Inderdaad, geen gebrek aan opmerkelijke uitspraken tijdens de eerste Maart van de Vrouw discussie op maandag 19 maart jl. Maar misschien nog veel belangrijker: een eerste stap om te komen tot meer communicatie tussen de VN in Suriname en de civil society. Een verslag van de avond:

“Soms zijn wij ook genderblind”, stelde Marcia de Castro, VN-vertegenwoordiger voor Suriname, Trinidad, Aruba en de Nederlandse Antillen. Zij deed deze uitspraak bij de openbare discussie “De VN-Suriname samenwerking en haar impact op gendergelijkheid”, die op 19 maart werd georganiseerd door Projekta. De VN toonde op verschillende momenten tijdens de avond de durf om de hand in eigen boezem te steken en kritisch naar haar eigen functioneren te kijken.

 Projekta organiseerde deze discussie in verband met de Maart van de Vrouw, een maandlang focus op de maatschappelijke positie van vrouwen in Suriname. Deze tweede editie van de Maart van de Vrouw staat in het teken van het CEDAW verdrag (Conventie voor de Eliminatie van alle vormen van discriminatie tegen vrouwen) en de vooruitgang die Suriname heeft geboekt in het nakomen van haar internationale verplichtingen op het gebied van vrouwenrechten en gendergelijkheid. Het publiek in de goed gevulde zaal van Lalla Rookh bestond uit vertegenwoordigers van verschillende UN organisaties, ngo’s, medewerkers van ministeries en vertegenwoordigers van internationale organisaties. Samen waren wij getuigen van een primeur: de VN organisaties in Suriname presenteerden voor de eerste maal de nieuwe UNDAF aan een breder publiek.

 Wat is UNDAF?

Suriname en de Verenigde Naties tekenden in februari 2012 een samenwerkingsovereenkomst voor de periode 2012 – 2016, de UN Development Assistance Framework (UNDAF).  De UNDAF is het raamwerk waarbinnen alle VN programma’s zijn geplaatst. In de periode 2012-2016 wil de VN haar programma’s in Suriname concentreren op drie uitkomsten. Allereerst is er een focus op de meest achtergestelde en kwetsbare groepen in onze samenleving en de verbetering van hun kwaliteit van leven, evenals het vergroten van hun participatie aan besluitvorming. Daarnaast wordt geĆÆnvesteerd in versterken van wetgeving, beleid en begrotingsprocedures zodat Suriname kan voldoen aan haar committering aan o.a. internationale mensenrechtenconventies. Tenslotte zal ook de beschikbaarheid van data en informatiesystemen die moeten bijdragen aan beleidsformulering worden aangepakt.

Priya Hirasing, UNICEF
 Drie uitkomsten, die allemaal met elkaar samenhangen, en die de kwaliteit van leven van burgers moet verbeteren, alsook de wijze van beleid maken. Maar zal de UNDAF ook specifiek de maatschappelijke positie van vrouwen en mannen in acht nemen bij haar programma’s en hoe wil zij bijdragen aan het opheffen van maatschappelijke ongelijkheden, waren de  vragen die Projekta voorlegde aan de VN.

Geen analyses

VN team in overleg voor de presentaties
In inleidingen van de Castro en andere VN - vertegenwoordigers werden de diverse VN-initiatieven in Suriname kort toegelicht, zoals een programma voor het bevorderen van de toegang van vrouwen tot rechtshulp, een initiatief voor management van chemische stoffen, en een ondersteuningsprogramma voor school mapping in het binnenland van Suriname. Al deze vraagstukken hebben aspecten van genderongelijkheid, en met deze verhalen trachtte de VN te illustreren hoe zij bij denken te dragen aan het opheffen van ongelijkheid.
Maar deze incidentele projecten zijn nog niet genoeg. De VN beseft dat zij ook vaker genderblind programma’s ontwikkeld, dat wil zeggen dat zij er niet altijd specifiek bij stilstaan welke effecten de projecten die zij doet zal hebben op vrouwen en mannen. Dit is natuurlijk des te opvallender omdat de VN zelf de praktijk propageert van gendergevoelig plannen en uitvoeren. Hoewel de VN dit beseft, gaf de Castro aan dat er niet altijd voldoende diepgaande genderanalyses worden gemaakt.

 Presentatie statistieken

 In sommige gevallen zijn er wel statistieken beschikbaar die aangeven dat er in een bepaalde situatie sprake is van ongelijkheid tussen mannen en vrouwen (bijvoorbeeld werkloosheid), maar die worden vervolgens niet gebruikt om diepergaande analyses van de oorzaken van die ongelijkheid na te gaan.

Maar er schort ook veel aan de presentatie van statistieken, die vaak niet begrijpelijk of beeldend genoeg zijn voor beleidsmakers en het algemeen publiek. Een mogelijke manier om statistieken toegankelijker te maken is door statistische kaarten (‘maps’) te maken, waarbij op visuele wijze data per geografisch gebied wordt aangegeven.  Uit voorbeelden van Trinidad & Tobago die zij beschreef, bleek dat ondanks dat vrouwen vaker doorstuderen, zij nog zwaar ondervertegenwoordigd zijn op de arbeidsmarkt.
netwerken, ook daar zijn de discussies voor. LGBT advocate
Chrystabel Beaton met Marcia de Castro

Goede genderstatistieken, met de analyse erbij, zijn nodig om strategieĆ«n te formuleren. Henna Guicherit, cultureel antropoloog, merkte op: de data zijn niet het doel op zich, maar een middel om beleid te maken. Annette Tjon Sie Fat ging een stap verder en wilde graag weten op welke manier de UNDAF van 2012 – 2016 de ongelijkheden in programma’s zal weergeven. Monique Essed – Fernandes was het hiermee eens, en vroeg als de assumpties en risico’s in de UNDAF opgetekend staan, moet de VN ook niet aangeven op welke manier die aangepakt kunnen worden?

 Tools aanreiken is niet voldoende

Deze strategieformulering gebeurt echter niet door de VN-organisaties zelf. Zij ondersteunen overheden vooral door capaciteitsopbouw: het beschikbaar stellen van deskundigheid, het verzorgen van trainingen, het houden van seminars, en dergelijke. Volgens de Castro is de VN er vaak van uit gegaan dat als de overheid de tools krijgt die zij nodig heeft, de geleerde kennis zal worden toegepast in de praktijk. Helaas blijkt dit niet altijd het geval te zijn, en de VN-organisaties doen vaak ook onvoldoende kritisch navraag naar de resultaten van studies en het beleid dat daaruit voortvloeit.

Betrekken Civil society

Projekta Voorzitter Annette Tjon Sie Fat, en
 directeur Sharda Ganga, sceptisch?
Een ander verbeterpunt die de VN -vertegenwoordigers aangaven, is de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld. Judith Brielle van het UNFPA stelde: “Tot nu toe was er vooral een focus op resultaten en onvoldoende op context en issues. Er was te weinig gelegenheid voor het horen van standpunten van buiten de overheid.”

Ook de Castro gaf aan dat “het maatschappelijk middenveld tot nu toe onvoldoende is betrokken, en dat is iets dat wij moeten gaan verbeteren”. Zij verwelkomde dan ook het initiatief van Projekta, omdat dit de VN-organisaties ertoe heeft bewogen om kritischer naar hun eigen werk te kijken. Ook brengt de discussie over genderspecifieke statistieken dit vraagstuk weer onder de aandacht van beleidsmakers.

Wij tevreden!

Projekta ziet in deze laatste twee punten ook haar rol binnen het Surinaams maatschappelijk middenveld weer eens zichtbaar worden: het brengen van belangrijke maatschappelijke vraagstukken onder de aandacht van het publiek en beleidsmakers, maar ook tegelijkertijd het bevorderen van de dialoog tussen de verschillende maatschappelijke partners. Projekta directeur Sharda Ganga gaf dan ook op verschillende momenten mee aan de VN: hier zijn wij, de Civil society. Laten we praten hoe wij samen deze UNDAF kunnen realiseren. Wat heb je van ons nodig?

Het gesprek is met deze discussie in elk geval op gang gekomen. Wij zijn tevreden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen