Posts tonen met het label covid-19. Alle posts tonen
Posts tonen met het label covid-19. Alle posts tonen

donderdag 1 april 2021

Suriname blijft matig scoren op de Corruption Perceptions Index

De Corruption Perceptions Index (CPI) van Transparency International (TI) schetst een grimmig beeld van de staat van corruptie wereldwijd. Deze jaarlijkse index wijst dit jaar uit dat meer dan twee derde van de 180 landen onder de 50 punten (van de in totaal haalbare 100 punten) scoort. Suriname is hier met 38 punten geen uitzondering op. Wat wel opvallend is, is dat Suriname zes punten minder heeft gescoord dan op de CPI 2019, en daarmee 24 plaatsen lager op de lijst is komen te staan.

Suriname op de CPI 2020

Suriname op de CPI 2019

Zoals Projekta in een eerder blogbericht over de Democracy Index 2020 aangaf, heeft Covid-19 wereldwijd gezorgd voor een toename van corruptie. Dit onderstreept TI ook met hun analyse waaruit blijkt dat corruptie niet alleen de wereldwijde gezondheidsaanpak van Covid-19 ondermijnt, maar ook bijdraagt aan een voortdurende democratische crisis. 

Covid-19 heeft de diepe sociale en economische ongelijkheid extra duidelijk gemaakt en had een disproportioneel negatief effect op groepen die al kwetsbaar waren, waaronder vrouwen en kinderen, inheemse en tribale volken en ouderen. 


Suriname en de regio
Net als op andere plekken ter wereld, hebben overheden op het Amerikaanse continent extreme maatregelen getroffen in de strijd tegen Covid-19, waaronder het afkondigen van noodtoestanden met directe inperking van burgerrechten als gevolg. Deze maatregelen legden de vrijheid van meningsuiting en samenkomst aan banden, verzwakten institutionele checks and balances en beperkten de ruimte voor het maatschappelijk middenveld om haar rol te vervullen. 


Behalve de zwakke overheidsinstituties die de regio kenmerken, had een alarmerende machtsconcentratie in verschillende landen een explosie aan Covid-19 gerelateerde corruptie-cases tot gevolg. TI geeft ook aan dat binnen de hele regio burgers met moeite toegang krijgen tot betrouwbare en up-to-date informatie en noodhulpmiddelen. Het is een uitdaging om de verkregen noodfondsen bij de beoogde ontvangers te krijgen, in plaats van dat deze verloren gaan aan corrupte processen. Als de hulp niet op de goede plek terecht komt, is dit een voedingsbodem voor kwaadaardig populisme en creëert het meer armoede en ongelijkheid, aldus TI. 

Daarnaast is het cruciaal dat overheden maatschappelijke organisaties en journalisten toestaan om te fungeren als waakhond, zodat zij politici en bedrijven ter verantwoording kunnen roepen voor hun keuzes. Helaas gebeurt veelal het tegendeel en worden dit soort crises juist misbruikt door overheden ten koste van  het maatschappelijk middenveld. Een voorbeeld hiervan is El Salvador (score van 36) waarbij er een belangrijke wet die toegang tot informatie mogelijk zou maken, uitgesteld is vanwege de pandemie. Maatschappelijke groepen zouden deze wet juist goed kunnen gebruiken om te monitoren hoe de overheid de Covid-19 gerelateerde fondsen uitgeeft. 

Er zijn ook wel hoopvolle ontwikkelingen, zoals in Peru (ook een score van 38), waar er recent een wet is aangenomen die personen die schuldig zijn bevonden aan corruptie verbiedt om posities in te nemen binnen de overheid of toezichthoudende organen, zoals Raden van Bestuur.

De weg vooruit
Om eerlijk en gelijkwaardig beleid te garanderen, is de publicatie van relevante data en gemakkelijke toegang ertoe van groot belang. Met name in noodsituaties zoals Covid-19 die met zich mee heeft gebracht, is gespecificeerde data over uitgifte en verdeling van geld en middelen noodzakelijk. 

Het is de plicht van regeringen om ervoor te zorgen dat hun bevolking gemakkelijke, toegankelijke, tijdige en betekenisvolle informatie ontvangt, zodat hun hen hierbij verzekeren recht op informatie wordt gewaarborgd. 
Het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) heeft het recht op informatie ook opgenomen in haar visiedocument en beleidsmonitoringsrapporten. Organisaties binnen BINI, waaronder Projekta, wijzen al jaren op het belang van een Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB). In 2017 maakte BINI ook een spotje over de WOB, welke hier te zien is.
Helaas is er in de gemonitorde periode geen vooruitgang geboekt op het gebied van recht op informatie. Het gehele thematische rapport van het thema Goed Bestuur is hier te lezen.

Behalve het publiceren van relevante data en de toegang ertoe mogelijk maken, geeft TI nog drie overkoepelende adviezen welke zeker ook van toepassing zijn op de Surinaamse situatie: 
1. Versterk instituties voor toezicht en controle
2. Zorg ervoor dat het proces van contracten aangaan open en transparant verloopt
3. Verdedig democratie, promoot maatschappelijke ruimte

woensdag 24 februari 2021

Politieke cultuur Suriname krijgt onvoldoende op de Democracy Index 2020

Jaarlijks publiceert The Economist Intelligence Unit (EIU) eind januari de Democracy Index, waarbij landen van de wereld worden gerangschikt naar hun democratisch gehalte. De EIU let hierbij op verkiezingsprocessen, burgerrechten, overheidsfunctioneren, politieke participatie en politieke cultuur. De rangorde gaat oplopend van 1 (grote democratische vrijheid) tot boven de 150 (zwaar onderdrukkende dictaturen). De 167 landen die in 2020 zijn beoordeeld, zijn onderverdeeld in vier typen: volledige democratie, onvolledige democratie, hybride regime en autoritair regime.


Politieke cultuur scoort een onvoldoende
De top 3 bestaat dit jaar, net als in 2019, uit Noorwegen, IJsland en Zweden. Suriname valt al jaren in de categorie ‘onvolledige democratie’. In 2019 haalde Suriname met een score van 6.98 (plaats 49) net niet de categorie ‘volledige democratie’. Dit jaar heeft Suriname een gemiddelde score van 6.82 en staat daarmee op plaats 51. Opvallend is dat we erg hoog scoren op verkiezingsprocessen (9.58), maar een stuk lager voor overheidsfunctioneren (6.07). Voor politieke cultuur krijgen we een onvoldoende, namelijk een 5. 

Suriname blijft met haar score Guyana ruim voor (plaats 75), maar valt wel onder Colombia (plaats 46), Brazilië (plaats 49) en Trinidad and Tobago (plaats 41). In de regio waar Suriname is ingedeeld, Latijns-Amerika en de Caraïben, zijn er slechts drie volledige democratieën, namelijk Uruguay (plaats 15), Chili (plaats 17) en Costa Rica (plaats 18).


De overheden in onze regio blinken over het algemeen niet uit qua functioneren; de hoge mate van corruptie blijft een moeilijk te tackelen obstakel. Het ineffectieve overheidsbestuur zorgt voor een toename van de maatschappelijke ontevredenheid en ondermijnt het vertrouwen in politieke instituties en beleving van democratie. 


Gevolgen van Covid-19
De Democracy Index 2020 heeft veel aandacht voor Covid-19, de maatregelen die landen hebben genomen en de effecten hiervan op de democratie. De EIU concludeert dat Covid-19 over het algemeen de wereld niet democratischer heeft gemaakt. Integendeel, het democratisch gehalte is in de meeste landen zelfs gedaald. Venezuela (van een score van 2.88 naar 2.76) en Haïti (van 4.57 naar 4.22) bijvoorbeeld, zijn landen die in 2020 nog slechter scoren dan vorig jaar. 

Een aantal overheden heeft de Covid-19 pandemie gebruikt om checks and balances te omzeilen. Met name de autoritaire en hybride regimes hebben de gezondheidscrisis misbruikt om hun macht te vergroten. Zo is er in Nicaragua een wet aangenomen die oppositieleden verbiedt om mee te doen aan de aankomende verkiezingen en zijn er verregaande maatregelen genomen tegen nationale NGO’s die hun bewegingsvrijheid ernstig beperken. Ook in Venezuela zijn Covid-19 maatregelen, zoals verplichte quarantaine, ingezet als dekmantel om oppositieleden en critici de mond te snoeren. 

De EIU vindt het moeilijk te beoordelen of machtsmisbruik in deze mate ook had plaatsgevonden zonder de mondiale gezondheidscrisis. Desalniettemin heeft de crisis  machtsbeluste regeringsleiders de mogelijkheden gegeven om maatschappelijke protesten, die in normale tijden groter waren geweest, de kop in te drukken. Gezien de toegenomen werkloosheid en armoede, verwacht de EIU dat de maatschappelijke onrust en protesten na het hoogtepunt van de pandemie een comeback zullen maken. 

Monitoring van de democratie in Suriname
In Suriname monitort het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) de staat van onze democratie constant, onder andere binnen het thema ‘Goed bestuur en de rechtsstaat’. In het tweede BINI Monitoringsrapport (januari 2017 tot en met augustus 2019) is er binnen dit thema specifiek gekeken naar: corruptiebestrijding; functionering Rechterlijke Organisatie; moderniseren financiële overheidsadministratie; en het recht op informatie.*
Lees hier het volledige thematische rapport ‘Goed Bestuur en de Rechtsstaat’.

Lees hier het volledige BINI Monitoringsrapport. 

* Disclaimer: BINI heeft geen samenwerking met de EIU m.b.t. de samenstelling van de Democracy Index.

donderdag 17 september 2020

Hoor ons nu: Andy van Santostars

Tijdens de virtuele presentatie van de 'Prioriteiten tegen Geweld' op donderdag 10 september, vertelde een aantal community organisaties over wat zij nodig hebben om meer te betekenen in de strijd tegen huiselijk en seksueel geweld, inclusief geweld tegen kinderen.

Hier is het verhaal van Andy Bandison, van Santostars, die voetbalcoach is van kinderen op Santodorp.

(De Prioriteiten Tegen Geweld zijn voortgekomen uit het Hear Us Now programma dat Projekta uitvoerde met financiering van de EU. Lees er hier meer over.)

Mijn naam is Andy Bandison. Ik ben van de organisatie Santostars. Ik ben eigenlijk voetbalcoach van jongens en meisjes in van Santodorp. Voor deze hele Covid-situatie was ik elke zaterdag en zondag op het veld in Santodorp te vinden met de jongens en meisjes van de buurt. Wat wij proberen te doen, is dat wij voetbal gebruiken om de jongens en de meisjes te laten zien dat het anders kan dan de voorbeelden van bijvoorbeeld agressief gedrag die ze in de buurt zien. Er zijn afspraken, bijvoorbeeld over gedrag, waarvan wij ze leren dat ze op het veld gelden, maar ook buiten het veld. En ik woon ook zelf daar, dus ik kom mijn pupillen vaak tegen, dus kan ik ze ook buiten het veld op bepaalde dingen wijzen. En dan geef ik ze even een reminder van eej, je weet wat onze afspraak is toch.

Wij zijn dus in de buurt bezig met de jongeren. Zo ook met dat deel van huiselijk geweld. Een van de dingen die mij opvalt, en nu met al die Covid tori, is dat in de afgelopen twee maanden ik heb meegemaakt dat zeker drie moeders en hun kinderen door de vader het huis uit zijn gezet, en nergens hebben om naar toe gaan.

Eén van de gevallen die pas gebeurd is, is van een moeder die door Covid haar werk verloren heeft. Die man is nu enige kostwinnaar, en dat ding wordt dan een beetje zwaar voor die man. En dat brengt al spanning, en die man doet al wrevelig. Wat heeft dat ding nu erger gemaakt is dat die vrouw nu geld is gaan lenen bij iemand in de buurt, denkende dat ze die Covid-steun gaat krijgen en dan gaat terugbetalen. Maar ze heeft die man niet gezegd, want hij is al een agressieve type. Covid-steun is niet gekomen, en die persoon is toen daar thuis gekomen om naar het geld te zoeken. Die man is daardoor nog bozer geworden, en heeft hij die vrouw en die kinderen uit het huis gezet.

De vrouw heeft geen baan, en geen plek om naar toe te gaan met die kinderen, want er is geen opvang. En ze schaamt zich nu ook, want al d’r spullen lagen zo langs de straat. Ze is toen opgevangen door één van de buurtbewoners.

Er zijn nog zeker twee gevallen van moeders en kinderen die recent nog uit het huis gezet zijn. Eentje is teruggekomen naar de gewelddadige partner, omdat ze geen andere plek heeft om met die kinderen te gaan.

De kinderen worden ook betrokken in de ruzie tussen die ouders. En ze vertellen mij als coach wat er thuis gebeurt. Dus als coach dan kan ik nog zoveel met die jongeren praten over geweld, maar als ze thuis toch slechte voorbeelden zien, dan is het bijna doe no doe.

Ik praat ook met die ouders. Maar ik kan niet te ver gaan om advies te geven over man-vrouw relatie, en hoe je met frustraties om moet gaan, want ik heb die opleiding niet. Dus daarom zeg ik, dan zou het goed zijn als er een opvang komt voor de moeders en de kinderen, of voor die vaders. En ook dat er begeleiding komt hoe om te gaan met bepaalde situaties en met die kinderen. En wij als buurtorganisatie willen veel doen, maar wij hebben ook hulp en begeleiding nodig om hun te begeleiden.

woensdag 1 april 2020

Fundamentele vragen voor noodwetgeving


Dat de regering noodwetgeving wil maken om de verregaande maatregelen tegen COVID-19 in te kaderen en te voorzien van een wettelijke grondslag is op zich een begrijpelijke gedachte en past binnen goed bestuur.  Vanuit het Burger Initiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) rijst er echter een groot aantal vragen, die volgens diezelfde beginselen van goed bestuur en zorgvuldigheid ook beantwoord dienen te worden alvorens zo’n wet wordt behandeld, laat staan aangenomen.  We vragen daarom aan alle relevante actoren en in het bijzonder de volksvertegenwoordigers om eerst bevredigend antwoord op deze (en wellicht nog veel meer) vragen te krijgen, vervolgens de voor- en nadelen af te wegen en deze afwegingen publiek te maken alvorens de wetgeving, al dan niet verbeterd, in behandeling te nemen.  Het gaat immers om maatregelen die een enorm effect kunnen hebben op het maatschappelijke functioneren, op de vrijheid van burgers en zelfs op fundamentele mensenrechten en vrijheden.
De conceptwet (Uitzonderingstoestand COVID-19), zoals verschenen in de media is in elk geval niet acceptabel voor een normale rechtsstaat die algemeen geldende wetgevingsbeginselen toepast. Het laat veel te veel ruimte voor machtsmisbruik, verschillen van interpretatie en (opzettelijk) verkeerde toepassing. Een goed uitgewerkt regelgevingsproduct (zie bijvoorbeeld de ministeriële COVID-19 regeling AB2020 No. 43 van Aruba) met zó een ingrijpende reikwijdte dient veel meer “checks and balances” in te houden.

BINI geeft derhalve de volgende vragen mee in de discussies rond deze wet:
  1. Is het überhaupt nodig om een nieuw stuk wetgeving te maken en zijn de maatregelen die genomen moeten worden niet mogelijk binnen de bestaande wetgeving?  Wat zou er nog meer gedaan moeten worden dat niet nu reeds gedaan wordt?
  2. Is het nodig om een formele wet te maken (die ook weer bij wet moet worden opgeheven!!); kunnen er geen andere bestuursmaatregelen worden uitgevaardigd bijv. via presidentiële of ministeriële beschikking?
  3. Waarom is er geen einddatum voor de werking opgenomen?  Daar zijn fundamentele bezwaren tegen terwijl het omgekeerde niet het geval is.
  4. Wat houdt de genoemde “Wet Uitvoering Uitzonderingstoestand” in waarnaar verwezen wordt?  Hoe kan een wet worden aangenomen die verwijst naar een andere wet die onbekend (of nog niet bestaand) is?
  5. Zijn de implicaties van “te nemen maatregelen” zorgvuldig in kaart gebracht, is er een objectieve, evidence-based afweging gemaakt van het wel of niet doorvoeren, en zijn deze overwegingen bekend?
  6. Is er consultatie en inspraak aan het concipiëren van deze wet voorafgegaan?
  7. Hoe worden transparantie en begrenzing van de te nemen maatregelen gegarandeerd, of krijgt de regering hiermee een blanco mandaat?
  8. Moeten de maatregelen niet heel specifiek en gedetailleerd genoemd worden zodat ze door een ieder te controleren zijn, om misinterpretatie, machtsmisbruik, verkeerde toepassing of andere misstanden te voorkómen?
  9. Vallen maatregelen zoals het verschuiven of anders inrichten of organiseren van de verkiezingen ook onder de “uitzonderingstoestand”?
  10. Wat zijn de rechtsmiddelen tegen maatregelen die binnen het kader van deze wet worden genomen, en dienen die niet in de wet te zijn opgenomen?
  11. Wat zijn de strafmaatregelen tegen misbruik van deze wet?
  12. Wat zijn beroepsmogelijkheden voor vermeende benadeelden- waar en hoe kunnen ze verweer aantekenen?
  13. Worden de voorschriften van de Verenigde Naties en het Inter-Amerikaans mensenrechtensysteem m.b.t. het afkondigen van een noodsituatie nageleefd en wordt er hierover gerapporteerd?
  14. Zullen in de noodwetgeving ook maatregelen ter leniging van de nood, o.a. economische hulpmaatregelen voor brodeloos geworden werkers, kleine bedrijven en andere economische actoren en sociaal zwakkeren, opgenomen worden?


BINI
Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur