Posts tonen met het label corruptie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label corruptie. Alle posts tonen

woensdag 24 februari 2021

Politieke cultuur Suriname krijgt onvoldoende op de Democracy Index 2020

Jaarlijks publiceert The Economist Intelligence Unit (EIU) eind januari de Democracy Index, waarbij landen van de wereld worden gerangschikt naar hun democratisch gehalte. De EIU let hierbij op verkiezingsprocessen, burgerrechten, overheidsfunctioneren, politieke participatie en politieke cultuur. De rangorde gaat oplopend van 1 (grote democratische vrijheid) tot boven de 150 (zwaar onderdrukkende dictaturen). De 167 landen die in 2020 zijn beoordeeld, zijn onderverdeeld in vier typen: volledige democratie, onvolledige democratie, hybride regime en autoritair regime.


Politieke cultuur scoort een onvoldoende
De top 3 bestaat dit jaar, net als in 2019, uit Noorwegen, IJsland en Zweden. Suriname valt al jaren in de categorie ‘onvolledige democratie’. In 2019 haalde Suriname met een score van 6.98 (plaats 49) net niet de categorie ‘volledige democratie’. Dit jaar heeft Suriname een gemiddelde score van 6.82 en staat daarmee op plaats 51. Opvallend is dat we erg hoog scoren op verkiezingsprocessen (9.58), maar een stuk lager voor overheidsfunctioneren (6.07). Voor politieke cultuur krijgen we een onvoldoende, namelijk een 5. 

Suriname blijft met haar score Guyana ruim voor (plaats 75), maar valt wel onder Colombia (plaats 46), Brazilië (plaats 49) en Trinidad and Tobago (plaats 41). In de regio waar Suriname is ingedeeld, Latijns-Amerika en de Caraïben, zijn er slechts drie volledige democratieën, namelijk Uruguay (plaats 15), Chili (plaats 17) en Costa Rica (plaats 18).


De overheden in onze regio blinken over het algemeen niet uit qua functioneren; de hoge mate van corruptie blijft een moeilijk te tackelen obstakel. Het ineffectieve overheidsbestuur zorgt voor een toename van de maatschappelijke ontevredenheid en ondermijnt het vertrouwen in politieke instituties en beleving van democratie. 


Gevolgen van Covid-19
De Democracy Index 2020 heeft veel aandacht voor Covid-19, de maatregelen die landen hebben genomen en de effecten hiervan op de democratie. De EIU concludeert dat Covid-19 over het algemeen de wereld niet democratischer heeft gemaakt. Integendeel, het democratisch gehalte is in de meeste landen zelfs gedaald. Venezuela (van een score van 2.88 naar 2.76) en Haïti (van 4.57 naar 4.22) bijvoorbeeld, zijn landen die in 2020 nog slechter scoren dan vorig jaar. 

Een aantal overheden heeft de Covid-19 pandemie gebruikt om checks and balances te omzeilen. Met name de autoritaire en hybride regimes hebben de gezondheidscrisis misbruikt om hun macht te vergroten. Zo is er in Nicaragua een wet aangenomen die oppositieleden verbiedt om mee te doen aan de aankomende verkiezingen en zijn er verregaande maatregelen genomen tegen nationale NGO’s die hun bewegingsvrijheid ernstig beperken. Ook in Venezuela zijn Covid-19 maatregelen, zoals verplichte quarantaine, ingezet als dekmantel om oppositieleden en critici de mond te snoeren. 

De EIU vindt het moeilijk te beoordelen of machtsmisbruik in deze mate ook had plaatsgevonden zonder de mondiale gezondheidscrisis. Desalniettemin heeft de crisis  machtsbeluste regeringsleiders de mogelijkheden gegeven om maatschappelijke protesten, die in normale tijden groter waren geweest, de kop in te drukken. Gezien de toegenomen werkloosheid en armoede, verwacht de EIU dat de maatschappelijke onrust en protesten na het hoogtepunt van de pandemie een comeback zullen maken. 

Monitoring van de democratie in Suriname
In Suriname monitort het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) de staat van onze democratie constant, onder andere binnen het thema ‘Goed bestuur en de rechtsstaat’. In het tweede BINI Monitoringsrapport (januari 2017 tot en met augustus 2019) is er binnen dit thema specifiek gekeken naar: corruptiebestrijding; functionering Rechterlijke Organisatie; moderniseren financiële overheidsadministratie; en het recht op informatie.*
Lees hier het volledige thematische rapport ‘Goed Bestuur en de Rechtsstaat’.

Lees hier het volledige BINI Monitoringsrapport. 

* Disclaimer: BINI heeft geen samenwerking met de EIU m.b.t. de samenstelling van de Democracy Index.

zaterdag 12 december 2020

Werk aan de winkel voor de Rechtsstaat

In de derde Zoom paneldiscussie tijdens de Democratiemaand 2020 van Projekta, stond de rechtsstaat centraal. De virtuele paneldiscussie, gehouden op woensdag 2 december, concentreerde zich rond de ‘Rule of Law Index’ welke elk jaar wordt gepubliceerd door het World Justice Project. De Index meet de status van de rechtsstaat in de hele wereld aan de hand van een aantal factoren, zoals beperkingen aan de macht van de overheid, de afwezigheid van corruptie, de civiele en strafrechtspraak.
Ineke de Miranda, voormalig rechter, thans lid van de Raad van Advies van het Centrum voor Democratie en Rechtspleging (CDR) ging in haar presentatie in op de overall score van Suriname op die index. In vergelijking met het vorig jaar is Suriname een aantal plekken gedaald op de Index, van plek 69 (van de 126 landen) naar de 76ste plaats (van de 128 landen) – de onderste helft van de Index dus. Er is werk aan de winkel om onze rechtsstaat sterker te maken, stelde de Miranda. 

Het is belangrijk om niet alleen te kijken naar de overall score op de hoofdfactoren, omdat die een vertekend beeld kunnen geven. Zo lijkt op het eerste gezicht Suriname nog redelijk te scoren als het gaat om ‘Open Government’, een begrip dat de principes omvat van transparantie, integriteit, het afleggen van rekenschap en participatie van belanghebbenden. Nu lijkt er in Suriname wel een redelijke mate van stakeholder participatie, maar het ontbreekt aan systematische en tijdige publicatie van informatie door de overheid, er is geen wet Openbaarheid van Bestuur en klachtenmechanismen zijn of niet-bestaand of functioneren slecht. 

Zo is het voor elk van de hoofdlijnen van de index belangrijk om verder te kijken. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor de factor ‘Orde en Veiligheid’ waarbij Suriname een perfecte 1 scoort voor afwezigheid van burgerlijk conflict (burgeroorlog), maar vervolgens een ontzettend laag cijfer (0.2) scoort als het gaat om ‘afwezigheid van gewelddadig verhaal halen’(violent redress). Dit duidt erop dat in Suriname personen veels te vaak geweld aanwenden om onderlinge geschillen op te lossen. ‘Ik vraag me af hoe dat zou komen’, stelde de Miranda.

Grondwetswijziging
Er zijn ook gebieden waar Suriname het over het algemeen goed doet, zoals het waarborgen van de fundamentele rechten zoals vrijheid van geloof en religie; van vereniging en vergadering; en de vrijheid van meningsuiting. De Miranda vroeg aandacht voor een aantal aanbevelingen die zijn gedaan  tijdens de conferentie “Democratie, rechtsstaat en rechtspleging” georganiseerd door het CDR vorig jaar, die moeten bijdragen aan een sterkere rechtsstaat in Suriname, zoals investeringen in het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand en het voortzetten van de overgang van het beheer van de rechterlijke organisatie van het Ministerie van Justitie en Politie naar de rechtsprekende macht. Een andere aanbeveling van de conferentie is dat het ‘s lands bestuur uiterlijk in 2021 een wetsvoorstel aan De Nationale Assemblée aanbiedt voor substantiële wijziging van delen van de Grondwet met betrekking tot o.a. het regeerstelsel, het kiesstelsel, de maximale benoemingstermijn voor de president, het recht van ontbinding van het parlement, specifieke rechten van inheemsen en tribale volkeren, financiering van politieke partijen en beschrijving van een memorie van toelichting bij de Grondwet. 

De staat van Civiele- en Strafrechtspraak 
Ook Eloa van der Hilst, advocaat in overwegend het civiele recht, stond stil bij hoe wij onze rechtstaat sterker kunnen maken. Zij focuste zich in haar presentatie vooral op de aspecten van het civiele en strafrecht. Bij het beoordelen van het civiele en strafsysteem worden factoren zoals toegankelijkheid beoordeeld, maar ook de factoren zoals corruptie in het systeem, discriminatie door het systeem, alternatieve geschillenbeslechting, de duur van het proces en ongepaste inmenging van de overheid. 

Tekort aan rechters 
Van der Hilst, die ook dit jaar één van de respondenten was voor het World Justice Project, geeft aan dat er binnen het civiel systeem een aantal structurele problemen zijn, hoewel er in de loop der jaren het één en ander is verbeterd. Zo is er sprake van een snellere ingang bij de rechter in geval van een kort geding; verzoeken voor beslag worden sneller toegekend, en vonnissen zijn sneller beschikbaar. Het Hof van Justitie publiceert ook de vonnissen via haar website. Echter is het door de COVID crisis veelal niet mogelijk lijfelijk aanwezig te zijn in de rechtszaal. Stagiaires kunnen niet naar de zitting, wat een achterstand betekent in hun opleiding. 

Ook de ‘onredelijk lange duur van het proces’ wordt Suriname aangerekend op de Index. De afhandeling van rechtszaken duurt steeds langer, stelt van der Hilst. Er zijn meer rechters nodig om de veelheid van rechtszaken af te handelen. De wet geeft aan dat er maximaal 40 rechters mogen zijn in Suriname, maar door de groei van de samenleving en dus ook van het aantal rechtszaken is dit aantal niet meer valide. Alle sprekers waren het erover eens dat door de druk op het klein aantal rechters de kwaliteit van de rechtspraak achteruit kan gaan en processen te lang duren. De aanbeveling is dan ook te investeren in een initiële en een structurele rechtersopleiding en daardoor een constante aanwas van rechters te garanderen. 

Ineke de Miranda gaf aan dat de burger bewuster wordt van zijn rechten, en dus vaker naar de rechter gaat. Zij hield het publiek voor dat de CDR met projectfinanciering van EU twee verkorte opleidingen tot rechter zal aanbieden, en ook een project om schrijfjuristen op te leiden die binnen 15 maanden vonnissen zullen leren schrijven. De schrijfjuristen zijn tevens een kweekvijver voor toekomstige rechters. Het probleem is hiermee nog niet volledig opgelost, want ook het aantal griffiers en zittingszalen zal moeten toenemen gaf de Miranda aan.

Gerechtigheid en corruptie 
Advocaat Antoon Karg, ook één van de respondenten voor de Rule of Law Index, gaf aan dat Suriname voor wat gerechtigheid en corruptie betreft gepositioneerd staat in de buurt van landen zoals Kazachstan, Kosovo en Senegal gaf de spreker aan. Dit zijn landen met een recent verleden van interne oorlogen. Suriname staat ook op de onderste plaats als gekeken wordt naar de landen van de Caraïbische regio en Latijns Amerika. Dit is zorgelijk.

Karg gaf aan dat de corruptie bij de uitvoerende en wetgevende macht veel hoger is dan het gemiddelde dat gehanteerd wordt. Het is overigens ook opvallend dat volgens de Index de corruptie bij de wetgevende en de uitvoerende macht veel erger wordt geacht dan die bij de politie en leger en bij de rechterlijke macht. Karg noemde drie wetten die wat hem betreft nodig zijn om de rechtsstaat te versterken, naast de constitutionele wijzigingen en andere maatregelen die ter sprake kwamen, namelijk de Transitiewet die een ordelijk verloop van machtsoverdracht na een verkiezing regelt, de wet Dwangsom Bestuur, die de Overheid zal dwingen sneller te handelen als zij in het ongelijk is gesteld door de rechter, en de wet op het Enquêterecht voor zowel DNA als Districtsraden. Hij pleit hierbij dus ook voor het creëren van de mogelijkheid om getuigenverhoor op districtsniveau te doen. Voor de Miranda staat de Wet Openbaarheid van Bestuur hoog op de agenda. Voor Van der Hilst is absoluut prioriteit dat er een uitgewerkt insluitbeleid met duidelijke indicatoren van wat wordt verstaan onder een redelijk vermoeden van schuld en andere voorwaarden en een tuchtcollege/klachtenmechanisme voor het Openbaar Ministerie. Als aanvulling ziet Karg graag ook verschil in indicatoren voor wat redelijk/toepasselijk insluitbeleid bij een recidivist of first offender. 

Ook het functioneren van advocaten is aan de orde geweest. Zo pleit Van der Hilst voor strengere stage-eisen voor de advocatenopleiding. Een puntensysteem, permanente educatie en transparantie met betrekking tot de verdiencapaciteit van advocaten zijn door Karg aangedragen. 

zaterdag 23 mei 2020

Stem wijzer: BINI Stemwijzer 2020 verkiezingen


Op maandag gaan wij naar de stembus. Wij bepalen dan samen wie we het voorrecht geven om namens ons te regeren en wie ons mag vertegenwoordigen. We bepalen de toekomst van ons land, van onszelf en van de generaties na ons. Dat besluit mag niet lichtvaardig genomen worden. Niet op basis van social media posts, massameetings, vage beloftes, leuke liedjes of mooie slogans. Naar de stembus horen burgers te gaan gewapend met feiten. Goed geïnformeerd over wat de partijen precies voor ogen hebben voor onze toekomst. Alleen dan kunnen we bewust stemmen.

Het Burgerinitiatief voor Participatie & Goed Bestuur (BINI) lanceert vandaag haar 2020 Stemwijzer, een analyse van verkiezingsprogramma’s van 13 van de 17 partijen die aan de verkiezingen meedoen. De Stemwijzer is bedoeld als hulpmiddel voor kiezers (zwevend of niet) om geïnformeerd te kunnen stemmen. 

In de Stemwijzer kunnen kiezers namelijk lezen welke doelen en voornemens politieke partijen stellen over o.a. duurzame ontwikkeling, mensenrechten, goed bestuur, functioneren van de overheid, financieel-economische ontwikkeling en planmatigheid. Deze thema’s zijn bepaald door de maatschappelijke organisaties en burgers die deel uitmaken van BINI. Vlak voor de verkiezingen van 2015 publiceerde BINI al een analyse van de beschikbare verkiezingsprogramma’s. Nu, voor de verkiezingen van 25 mei 2020, heeft BINI opnieuw een analyse gemaakt

Grondige analyses maken van verkiezingsprogramma’s in Suriname is nog steeds problematisch. Er wordt namelijk vrijwel geen aandacht besteed aan de financiële kant van beloftes en dus is er niets te zeggen over haalbaarheid. Bovendien komen partijen nog altijd veel te laat uit met hun programma’s. 

Download het document met de analyses hier

dinsdag 19 mei 2020

Tweede Beleidsmonitoringsrapport van BINI

Het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) heeft haar tweede beleidsmonitoringsrapport gepubliceerd. Net als in het eerste rapport wordt ook nu in kaart gebracht wat er aan acties is ondernomen op verschillende beleidsterreinen. Het rapport zou oorspronkelijk in maart worden gepubliceerd, maar liep door de COVID-situatie vertraging op.

Het eerste rapport deed verslag over de periode augustus 2015 tot en met december 2016. Het tweede rapport bestrijkt de periode januari 2017 tot en met augustus 2019, maar neemt ook de meest relevante ontwikkelingen en acties mee die na die periode hebben plaatsgevonden. 

Voor BINI is één van de grootste obstakels voor de ontwikkeling van Suriname het ontbreken van goed bestuur. Rekenschap en het afleggen van verantwoording, is daar een belangrijk onderdeel, maar helaas is er van systematische monitoring van beleid geen sprake, waardoor de effectiviteit en de efficiëntie hiervan dus niet wordt gemeten.
Beleidsmonitoring zou primair de taak moeten zijn van de instituten die verantwoordelijk zijn voor het maken en uitvoeren van beleid, en van degenen die het horen te controleren: overheid en DNA. Vanwege het ontbreken van die monitoring, zijn de monitoringsrapporten van BINI de enige poging om systematisch in kaart te brengen wat er in Suriname aan acties is ondernomen door de diverse actoren – overheid en niet-overheid.

Het rapport bekijkt niet het hele regeringsbeleid, maar richt zich op de thema’s waar BINI zich over buigt, namelijk: 
goed bestuur en rechtsstaat
milieu
onderwijs
financieel-economische en monetaire ontwikkeling
kinderrechten
gender
rechten van Inheemsen en Tribale Volken
decent work (fatsoenlijk werk)
rechten van LGBT
gezondheidszorg
sport
Binnen elk van deze thema’s is er een aantal vragen/beleidsgebieden geselecteerd. Daardoor geeft het monitoringrapport slechts een beperkt beeld van wat het totaal overheidshandelen is (geweest) en wat niet-overheidsactoren hebben gedaan. Informatie is verzameld middels literatuur- en media-onderzoek en interviews, en is voor zover mogelijk geverifieerd bij de diverse stakeholders. 

Zwakke planning, onsamenhangend beleid
Over het algemeen lijkt er op de gekozen beleidsterreinen wel veel gedaan te zijn, maar het is vaak onduidelijk waar dat toe leidde. Ook bij dit tweede rapport zien we veelal losse projectjes en kleine los van elkaar staande acties, zonder dat er duidelijke prioriteiten zijn gesteld, of een logische opbouw van acties is te onderscheiden. Er is nauwelijks sprake van een strategische benadering van beleid. Daarbij zien wij binnen bepaalde beleidsgebieden veel nadruk op één type van actie of strategie, bijvoorbeeld wetgeving bij arbeid (Decent Work) of bewustwording bij gender. Bij een strategische benadering zou er een goede verhouding tussen de verschillende type van acties zijn. Heel opvallend is hoe weinig onderzoek en evaluatie er wordt gedaan (en/of gepubliceerd) – alleen binnen de milieu-sector wordt daar nog flink in geïnvesteerd. 

Veel kleine, losse acties binnen een beleidsgebied kunnen een vertekend beeld opleveren van de ware aard, grootte en het belang van de interventies. De werkelijke impact van het gevoerde beleid op de kwaliteit van leven van burgers blijft daardoor onzichtbaar.

Geen monitoring en evaluatie, geen rekenschap
Een enorm obstakel voor het objectief kunnen monitoren van beleidsuitvoering is het gebrek aan systematische rapportage van acties. Door het uitblijven van activiteiten-, project- en programmarapportages, en doordat het niet mogelijk is om bestedingen direct toe te schrijven aan acties, kan er ook geen evaluatie plaatsvinden over de efficiëntie en effectiviteit van bestedingen, of over de investeringen in bijvoorbeeld specifieke doelgroepen.

Het monitoren van beleid hoort niet alleen een verslag op te leveren over wat er is gedaan, maar zou ook een beeld moeten geven van hoe acties zijn uitgevoerd en wat ze hebben gekost. Bij evaluatie hoort ook de vraag naar de rechtmatigheid en de doelmatigheid van inzet van middelen en capaciteit – vragen die ook nu niet beantwoord kunnen worden. Regeringen die geen boekhouding bijhouden en publiceren maken zichzelf niet alleen kwetsbaar voor verdachtmakingen over corruptie en onrechtmatig handelen, maar zijn hoe dan ook op zijn minst medeplichtig aan het creëren van de omstandigheden waarin corruptie welig kan tieren. In het ergste geval is de weigering om enige vorm van rekenschap af te leggen (en dus minstens het openbaren van de boekhouding) een teken van het moedwillig faciliteren van corruptie.

Kwaliteit van bestuur en beleid
We moeten ook de werkelijke effecten kunnen meten van beleidsacties. Om uitspraken te kunnen doen over de kwaliteit van het bestuur en beleid zouden wij de baten naast de kosten moeten kunnen leggen. Slechts aangeven dat er bijvoorbeeld 20 personen zijn getraind om kwetsbare kinderen te begeleiden, geeft geen beeld van wat het effect is op het leven en welzijn van de doelgroep. Hoe zijn de getrainden ingezet, hoeveel kinderen hebben ze bereikt, wat is anders gegaan in de begeleiding? Dat vraagt om het monitoren op outcome en impact en niet slechts op output. Dus niet alleen het aantal bruggen moeten worden geteld, maar het verschil dat die bruggen maken in het leven van mensen. 

Bij een goed functionerende planning, en bijbehorend monitoringsysteem, zouden deze resultaten voorhanden zijn. Er is de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in de hervorming van het nationaal planapparaat. De resultaten daarvan hebben we helaas nog niet kunnen merken. Aan de vooravond van verkiezingen en dus met een nieuwe regeerperiode in het vooruitzicht is er een nieuwe kans voor regeerders om zich te committeren aan de principes van goed bestuur, door een cultuur van transparantie en rekenschap te omarmen.

Het tweede Beleidsmonitoringsrapport is hier te downloaden.

dinsdag 13 maart 2018

De registratielijst: Effecten van kleinschaligheid op politiek en democratie in Suriname

Door: Jo-Ann Monsels

Panelleden in discussie met 
inleider dr. Wouter Veenendaal
Misschien bent u hem ook al tegen gekomen: een meneer van een vier-letterige politieke partij, die bij Chinese winkels staat met een registratielijst. Het was de grap van de dag. Niemand zet toch even voor de winkel zijn naam op een registratielijst van een politieke partij. Mijn mond werd gesnoerd, want trots wees hij me 35 namen van mensen die zich al hadden opgegeven voor lidmaatschap. ,,Geeft u hen een zak rijst?” vroeg ik verontwaardigd. Hij schudde van nee en lachte breed. U kunt zich opgeven en dan wordt u gebeld voor verdere afspraken...

Dit is Suriname van vandaag. Zonder een folder met een partijprogramma of ideologie te delen met het volk, was die meneer er wel in geslaagd om 35 contactgegevens te krijgen op een lijst. Volgens Dr. Veenendaal houden deze directe relaties tussen kiezers en politici verband met de geringe bevolkingsgrootte. Hij ontdekte in verschillende kleine landen in het Caribisch gebied, Europa, Afrika, en de Grote Oceaan een patroon van patronage en cliëntelisme in hun politiekvoering. Grote stakingen en politiek geweld blijven merendeels uit, omdat in de kleine (eiland)staten de regering invloed heeft op alle onderdelen van de maatschappij.

Dr. Wouter Veenendaal presenteert zijn onderzoeksbevindingen

Panelleden Jaya Faria Jarvis, August Boldewijn en Ine Apapoe
maken aantekeningen tijdens de presentatie

Wederzijdse afhankelijkheid in de Surinaamse politiek
Als inleider van de paneldiscussie “Effecten van kleinschaligheid op politiek en democratie in Suriname”, ging Dr. Veenendaal in op verschillende niveaus van afhankelijkheid in het politieke systeem van Suriname. Het kwalitatief onderzoek is voltrokken onder politici, NGO's, wetenschappers en journalisten en toont vooral hun perspectief op de Surinaamse politiek. Zo ervaren politici door de vele berichten via Facebook, Whatsapp en andere social media dat ze constant in contact zijn met het volk. Dit is niet per se de ervaring van de massa, omdat een selectieve "loyale" groep steeds via informele wegen in contact treedt met haar partijtoppers. Inhoudelijk gaan de gesprekken meestal niet over verbetering van het politiek beleid, maar over hulp en gunsten. De kiezers houden zich afhankelijk van politici, omdat de formele omgang met overheidsinstanties lang kan duren en soms niet werkt. Deze ondermijning van de bestaande democratische systemen heeft een negatieve invloed op het functioneren van onze politici. Iedere keer wanneer een Surinamer voor die kruiwagenpolitiek kiest, draagt deze bij aan verzwakking van instituten in dit land. 

Het publiek was in grote getale op de presentatie afgekomen
Anderzijds zijn politici ook afhankelijk van kiezers, omdat iedere stem een groot verschil kan maken voor regeermacht. Het politiek beleid van de meeste partijen is gecentreerd rondom het personage van een leider. Van de interne partijdemocratie blijft weinig over. De politieke partijen zorgen voor een emotionele verbondenheid tussen de bevolking en de sterke persoonlijkheden in hun partij, waardoor mensen traditiegetrouw stemmen. Aangezien het traditioneel kiesgedrag in Suriname veel weg heeft van etnisch stemmen, hebben politieke partijen elkaar onderling ook nodig om ervoor te zorgen dat alle etnische meerderheden vertegenwoordigd zijn in de regering. Door die samenstelling worden grote etnische opstanden voorkomen. Ook politici hebben onderling veel informeel contact voor samenwerking, omdat iedereen voordeel heeft bij stabiliteit in het land. Deze stabiliteit is nodig om van internationale donoren gelden te kunnen ontvangen voor de begrotingen.

Er kwamen diverse vragen uit de zaal
Polarisatie in de Surinaamse politiek
De politieke competitie tussen de Surinaamse politieke partijen gaat vaak niet om verschillen in partij-ideologie, maar eerder om persoonlijke conflicten tussen politici.  Aangezien er onvoldoende naleving is op de wet financiering van politieke partijen, worden overheidsgelden gebruikt voor partijreclame. Positieve ontwikkelingen in het land zoals de aanleg van wegen worden gepropageerd als verdiensten van een partij. En algemene rechten van de bevolking zoals werkgelegenheid en domeingronden worden ingezet als partijgunsten aan een samenleving. In dit proces vindt afzwakking plaats van overheidsinstituties door kader (van de tegenpartij) bewust niet te benoemen of geen gelden toe te wijzen aan instanties. 

Moderator Sharda Ganga faciliteerde de discussie tussen de
inleider, het panel en het publiek
Burgerparticipatie in ons dagelijks leven
De gehouden paneldiscussie zou allerzins deprimerend overkomen, indien er geen alternatieven waren om deze cyclus van afhankelijkheid te doorbreken. Tijdens de discussie vroeg het publiek meermaals in hoeverre de formele en informele educatie ingezet kan worden voor burgerschapszin en burgerparticipatie. Persoonlijk geloof ik in het versterken van het maatschappelijk middenveld om deze cyclus te doorbreken. Het maatschappelijk middenveld kan op termijn doordringen in vele facetten van de samenleving en daardoor samen met lokale organisaties vraagstukken oplossen.  
Dit middenveld kan het volk bewust maken op welke manier dagelijkse beslissingen bijdragen aan goed bestuur. Ik ben bijvoorbeeld ervan overtuigd dat ik de politieke partij geholpen heb door mijn naam niet op die registratielijst te zetten. Wij hebben als kiezers de macht om een goed politiek bestuur af te dwingen. Indien wij de lat hoog leggen voor onze politici, zijn ze genoodzaakt een realistische planning en een partijprogramma aan ons te presenteren. 

Ook jongeren toonden zich geïnteresseerd in het onderwerp

woensdag 26 november 2014

Wat had de Anti-corruptiewet kunnen doen?

Door Rashna Sewgobind

Met Suriname’s toetreding tot het Inter-Amerikaans Verdrag tegen Corruptie in 2002, heeft de Staat zich gecommitteerd om een Anticorruptiewet in te voeren. De eerste ontwerpwet werd datzelfde jaar al aangeboden aan het Parlement. Opeenvolgende politieke partijen en regeringen hebben in verkiezingsprogramma’s en meerjaren ontwikkelingsprogramma’s opgenomen dat het aannemen van de wet prioriteit geniet. Twaalf jaar en enkele conceptversies later, is het nog niet gerealiseerd. Het laatste ontwerp is ingediend in januari 2014.

In dit artikel geef ik aan hoe enkele corruptieschandalen van de afgelopen jaren hadden kunnen worden aangepakt met een Anticorruptiewet. De (concept)wet schrijft namelijk voor dat:
-    elke publieke functionaris bij zijn aantreden en elk jaar daarna – tot 1 jaar na zijn aftreden – een  verplichte vermogensstaat moet indienen (Artikel 29) bij een op te zetten commissie belast met preventie en bestrijding van corruptie. In het overzicht moeten zij alle inkomens, bezittingen en schulden aangeven.
-    elke publieke functionaris bij wie een aanzienlijke toename in vermogen wordt waargenomen en  dat niet te verklaren is door zijn reguliere inkomsten (onrechtmatige verrijking), wordt gestraft (Artikel 5).

Cases Openbare Werken
Op 12 augustus 2000 werd Dewanand Balesar (destijds van de VHP) Minister van Openbare Werken. Enkele weken voor de verkiezingen van mei 2005 werd hij op eigen verzoek buiten functie gesteld vanwege verdenking van corruptieve praktijken. De Procureur-Generaal had het verzoek gedaan aan de Centrale Lands Accountants Dienst (CLAD) en de afdeling Fraude van het Ministerie van Justitie en Politie om onderzoek te doen naar vermeende corruptie. Volgens destijds gepubliceerde artikelen (o.a. De Ware Tijd, 11 mei 2005) blijkt uit het onderzoek dat Balesar en anderen middels fictieve aanbestedingen en  boekhoudkundige fraude zich financieel hadden verrijkt en zich goederen, waaronder voertuigen, hadden toegeëigend. Ondanks zijn veroordeling, werd aan Balesar per 1 september 2005 eervol ontslag als minister verleend.

Na de verkiezingen van 2010, waarbij de NDP in combinatie met andere partijen aan de macht kwam, werd Ramon Abrahams benoemd tot Minister van Openbare Werken. Enkele maanden later kwam hij in opspraak toen bleek dat zijn kantoor op het ministerie voor SRD 650.000 verbouwd was zonder dat dit openbaar was aanbesteed en dat diverse opdrachten bleken te zijn gegund of toegewezen aan bedrijven van familieleden. Ook bleek hij zonder aanbesteding zijn dienstauto te hebben geüpgrade voor een bedrag US$ 150.000. Abrahams werd ondanks de vele openbaar gemaakte documenten niet opgespoord en vervolgd, in tegenstelling tot Balesar. In 2013 werd hij vervangen als Minister van Openbare Werken.

Toepassing van de Anticorruptiewet
Bij zowel de case van Balesar als de case van Abrahams, zouden beide functionarissen geregeld de verplichte vermogensstaat moeten hebben ingediend, als de ACW in werking was. Bij de controle zou een significante toename in hun vermogen, dan meteen reden zijn tot onderzoek en vervolging. Het misbruiken van hun functie om zichzelf en/of familieleden te bevoordelen, is volgens de wet ook strafbaar. In beide cases kwam informatie naar buiten via documenten die waren gelekt aan DNA of de pers, of die door getuigen zijn afgegeven aan het Openbaar Ministerie. Met de nieuwe wet mogen mensen informatie over vermoedelijk gepleegde delicten ook rechtstreeks doorgeven aan de Commissie. Zo kan men strafbare feiten vroegtijdig achterhalen.

Naast deze twee cases, zijn er natuurlijk meerdere vermoedelijke corruptie en fraude cases, zoals de witwaszaak van Siegfried Gilds, de affaire Sew A Tjon die 600.000 ha grond heeft gehad om te verkennen/exploreren, de onthulling van de miljoenenfruade bij TAS, de Steekpenningen gegeven door Ballast Nedam voor de bouw van bruggen in Suriname, enzovoort. Deze cases worden vaak niet diepgaand onderzocht en er worden geen sancties getroffen tegen de betrokken personen, waardoor er geen consequenties verbonden zijn aan corruptieve praktijken.

Anticorruptiewet niet zaligmakend
Ook de conceptwet die er ligt, heeft verbetering nodig op een aantal punten:
1.    Er is geen sprake van klokkenluidersbescherming, terwijl deze essentieel is.
2.    De verplichte verklaring is alleen voor de publieke functionaris zelf, en niet voor        partner en/of andere familieleden.
3.    De opsomming van de daden van corruptie is limitatief (geen mogelijkheid tot            aanvulling), dat wil zeggen dat als er nieuwe methoden of vormen ontstaan, deze   in  principe niet eronder zouden vallen.
4.    Er is niet aangegeven volgens welk model de vermogensstaat opgemaakt dient te  worden. Als dat pas na de inwerkingtreding moet worden bepaald, kan de kern van  de wet nog niet worden toegepast.

Behalve de aanname van de wet moet verder ook gewerkt worden aan mechanismen zoals ethische gedragscodes op de werkvloer, intensieve integriteitstrainingen, bewustwordingssessies om betere resultaten te verkrijgen, vooral op het gebied van preventie. Een Anti-corruptiewet alleen kan corruptie in zijn geheel niet beperken, noch voorkomen.


Rashna Sewgobind is in 2013 afgestudeerd als Bachelor of Science in Public Administration. Zij schreef haar thesis over ‘Overheidsbeleid en Corruptiebestrijding’.

woensdag 20 november 2013

Corruptie negatief effect op kinderrechten


Corruptie in het onderwijs heeft vooral een negatief impact onder de armste samenlevingen, waarbij ouders niet in staat zijn om bijvoorbeeld steekpenningen te betalen om hun kinderen naar school te laten gaan, en waarbij er al weinig middelen zijn om scholen te financieren.
Vandaag is het de Internationale dag van de Rechten van het Kind. Wij staan dan stil bij diverse basisrechten van kinderen, waaronder het recht op goed onderwijs. 

Corruptie in het onderwijs tast de kwaliteit en beschikbaarheid van scholen en hoger onderwijs instellingen over de hele wereld aan, volgens een eerder dit jaar uitgegeven rapport van Transparency International, een internationale organisatie die zich inzet om corruptie tegen te gaan. Een paar voorbeelden uit het rapport:

> In delen van Afrika en Azie moeten ouders betalen voor een plek op school, terwijl dat eigenlijk gratis moet zijn.
> In Oost Europa moet er soms betaald worden om een voorkeursbehandeling te krijgen bij toelating  tot de universiteit.
> In Pakisten zjn er verhalen van duizenden 'spookscholen': scholen zonder echte leerlingen, maar die wel subsidie ontvangen om 'spookleerkrachten' uit te betalen.

Alle ouders willen het beste voor hun kinderen, stelt het rapport, en vallen dan gemakkelijk ten prooi aan gewetenloze schoolleiders en ambtenaren. Ook gaan er enorme geldsbedragen om in de onderwijssector, in de vorm van subsidies, materiaal, etc.
Verder is er in alle landen van de wereld (dus niet alleen de 'ontwikkelingslanden') een toegenomen vraag naar onderwijs op alle niveaus, zonder dat het aanbod vergroot is. Het hoger onderwijs heeft het meest hiermee te kampen. Dit probleem heeft geleid tot het ontstaan van een heus industrie in 'nepuniversiteiten', waarvan naar schatting ongeveer 1000 in de VS alleen.


Er zijn gelukkig ook initiatieven om corruptie in het onderwijs te voorkomen en te bestrijden. Meldpunten, lesbrieven, gedragscodes, en rechtshulpbureau's zijn maar een paar van de zaken die zijn genoemd.

(Dit bericht is een samenvatting van een artikel van de BBC.)

donderdag 7 november 2013

Democratiemaand 2013: Kort en Krachtig, tegen Corruptie

Het is November, alweer tijd voor de zesde editie van de Democratiemaand.

We vroegen ons af: wat zien wij om ons heen? Wat houdt de gemoederen bezig? Het antwoord was snel gevonden: brandweeruitrustingen, vergunningen, aanbestedingen, bruggen, schoolmaaltijden, en nog zoveel meer. Wat zij met elkaar gemeen hebben is dat op een of meerdere momenten het woord “corruptie” valt.

Iedereen roept dan van alles. Maar wat is corruptie nu eigenlijk? Welke vormen kan het aannemen? Waarom is het ene land er gevoeliger voor dan een ander? Wat zijn de oorzaken, en wat de gevolgen? Wat kunnen we ertegen doen? En: draagt u ook bij aan het in stand houden van corruptie? Bent u misschien zelf corrupt zonder het te weten?

In de afgelopen jaren heeft Projekta een aantal sessies ontwikkeld om mensen bewust te maken van de verschillende aspecten van corruptie. Tijdens deze Democratiemaand delen wij die kennis graag met het publiek. Wij nodigen u daarom uit deel te nemen aan onze awareness sessies:

Sessie 1. Corruptie: Basisbegrippen en Vormen
(Corruptie definieren en verschillende verschijningsvormen van corruptie onderscheiden)

Woensdag 13 november, 18.00- 20.30u
Sessie 2. Oorzaken en Gevolgen van Corruptie
(samen analyses maken om door te dringen tot de kernoorzaken van corruptie- en de maatschappelijke gevolgen te overzien)

Vrijdag 15 november, 18.00-20.30u
Sessie 3: Risicofactoren binnen organisaties & belangenverstrengeling
(conflict of interest- wellicht de meest voorkomende, en minst begrepen vorm van corruptie in Suriname)
Woensdag 20 november, 18.00-20.00u

Plaats: Corporate House, H.D. Benjaminstraat 79 (tegenover KKF ingang)

De sessies geven u meer inzicht in het verschijnsel corruptie - zodat u beter geïnformeerd de discussie kunt voeren met uw medeburgers, en beter in staat bent om corruptie te herkennen, en er tegen te strijden (hopen we).

Er is plek voor maximaal 25 personen per sessie - vooraf registreren is dus aan te bevelen. De sessies zijn kosteloos. (Maar drankjes en snacks tegen een geringe vergoeding).

Voor meer informatie, en registratie: projekta@sr.net  of via telefoonnummers 439924/ 439925 (ma-vr, 8.00-15.00 uur).