Posts tonen met het label Bini. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bini. Alle posts tonen

vrijdag 26 mei 2023

Burgers en rode potloden


Gewapend met rode potloden betreden we elke vijf jaar het stemhok, vol hoop en geloof in een beter Suriname. Voor het merendeel van de kiezers volgt al gauw daarna de kater. We krijgen nooit wat ons vóór 25 mei is beloofd en we zijn dan teleurgesteld, boos, woedend op de regering die via onze rode potloden aan de macht is gekomen.

Bij de herdenking van de verkiezingsdag 2020 zullen de meeste mensen geneigd zijn om vandaag vooral het falen van de regering Santokhi breeduit te belichten. Een minderheid, elke dag kleiner wordend, zal de dag aangrijpen om diezelfde regering te bejubelen.

Meer nog dan het functioneren van de regering is het goed om vandaag stil te staan bij de democratie en de democratische rechtsstaat zelf.  Gaat het, drie jaar na onze laatste verkiezingen, beter of slechter met de democratische waarden zoals vrijheid, gelijkheid, mensenrechten, rechtsstaat, participatie, tolerantie en pluralisme? Het antwoord stemt niet hoopvol.

De maatschappelijke ongelijkheid wordt immers elke dag groter, de kloof tussen arm en rijk, tussen kustvlakte en binnenland, wordt steeds dieper. De vrijheid van meningsuiting staat onder druk met het te pas en te onpas zwaaien met muilkorfwetten; de mensenrechten van Inheemse en Tribale volkeren blijven ondergeschikt aan politieke en economische belangen van kapitaalkrachtigen; participatie wordt doodgesust in zogenaamde (pre-)dialoogrondes; de etnische sentimenten klonken sinds 1975 niet zo luid, ongegeneerd en onbeschaafd.

BINI, het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur wil nu eens niet kijken naar regeerders, maar naar onszelf, de burgers, de kiezers. Kritisch en actief burgerschap is meer dan ooit nodig.

Democratie is namelijk veel meer dan eens per vijf jaar met een rood potlood vakjes inkleuren. Wij, burgers van dit land, zijn de echte hoeders van de democratie en democratische waarden. Als we onze verantwoordelijkheden niet kennen en onze rechten niet opeisen, zullen we steeds voortsukkelen met regeerders die de Staat als persoonlijk en partij-eigendom beschouwen.

Voor een gezonde democratie is het nodig dat burgers actief deelnemen aan het besluitvormingsproces, zich omstandig informeren om afgewogen meningen te kunnen vormen en daardoor kritisch kunnen nadenken over politieke en andere maatschappelijke kwesties. Bovendien moeten  zij bereid zijn om verantwoordelijkheid te nemen voor de gemeenschap en de samenleving als geheel. Ook wij als burgers komen vroeg of laat in situaties terecht waarbij we kunnen kiezen tussen eigen belang en het algemeen belang. De vraag die elke burger zichzelf continu moet stellen is: hoe draag ik bij aan een beter, democratisch en rechtvaardig Suriname?

Kritisch zijn is mooi, maar nog mooier is het als het burgerschap zich niet alleen beperkt tot het ventileren van meningen via sociale media of ingezonden stukken. We hebben mensen nodig die deelnemen aan het maatschappelijke leven via organisaties, die vrijwilligerswerk doen (als hun financiële situatie dat toelaat), petities ondertekenen, hun recht op participatie aan vreedzame protesten gebruiken,evenals hun recht op het (respectvol) uiten van meningen op basis van feiten en deelname aan debatten.

We hebben ook burgers nodig die zich aan de wetten houden, die de rechten en vrijheden van anderen respecteren, belasting betalen (anders kunnen we geen scholen draaien of wegen repareren), zorg dragen voor een gezonde leefomgeving, zich houden aan verkeersregels en andere wettelijke verplichtingen. We kunnen niet eisen van politici dat zij zich aan wetten houden als wij zelf wetteloos door het leven willen gaan. De cultuur van wetteloosheid en straffeloosheid waar we zoveel kritiek op hebben, wordt  ook door onszelf in stand gehouden. Ondertussen ontberen jongeren voorbeeldige leiderschapsfiguren en rolmodellen, wat deze cyclus in stand helpt houden.

Hetzelfde geldt voor mensenrechten: als burgers hebben wij allemaal de verantwoordelijkheid om mensenrechten te beschermen en te respecteren. Wij zijn verplicht om discriminatie, onrechtvaardigheid en schendingen van mensenrechten te bestrijden, niet alleen wanneer dat ons persoonlijk raakt, maar ook wanneer de rechten en de waardigheid van onze medemensen worden aangetast. We hebben een gezamenlijke plicht van solidariteit naar Inheemsen en Tribale volkeren,  mensen met een beperking, seniore burgers, LGBTQ+,  en alle andere Surinamers die lijden onder onvrijheid, ongelijkwaardigheid, ongelijkheid en uitsluiting.

Terwijl de huidige regering nog nadenkt over hoe zij haar laatste twee jaar zal invullen, is het tijd voor het maatschappelijk middenveld - de civil society - en alle burgers, om te denken aan 25 mei 2025 en daarna. We moeten nagaan hoe wij een volgende kater kunnen voorkomen, en dat kan alleen als wij onze democratie niet overlaten aan de politiek.


BINI - Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur

BINI is een groep van maatschappelijke organisaties en individuele burgers die de principes van een mensenrechtenbenadering van ontwikkeling centraal wil zien in beleid; meer transparantie en rekenschap van de Staat wil, en inclusiviteit en participatie in besluitvorming eist.

vrijdag 5 mei 2023

BINI ondersteunt eisen VIDS




De voorzitter van VIDS, dorpshoofd Muriël Fernandes, gaf recentelijk op een training over huiselijk geweld aan, dat het niet erkennen van de grondenrechten van Inheemse en Tribale Volken ook een vorm van geweld tegen vrouwen is. Zij legde uit dat het de vrouwen zijn die brandhout gaan halen, en steeds verder moeten lopen; vrouwen die hun kostgrondjes gaan bewerken, en ineens geconfronteerd worden met graafmachines; vrouwen die dankbaar gebruik maken van het bos om levensmiddelen, medicinale planten, natuurproducten en sieraden te produceren (denk aan vruchten, noten, zaden en olie), zien het bos om hun dorp verdwijnen. Maar ook voor mannen wordt het steeds moeilijker om wild te vinden of hout voor eigen gebruik te oogsten, niet in de laatste plaats door allerlei industriële activiteiten in het Inheems grondgebied. Het niet erkennen van collectieve grondenrechten wil zeggen het niet erkennen van de levenswijze, cultuur en identiteit van Inheemse en Tribale volken, voor wie het bos een deel van hun leven is en omgekeerd; het bos is een voedselschuur, een apotheek, en een leverancier van bouwmaterialen en gebruiksartikelen is. Het uitgeven van concessies in woon-en leefgebieden is een aanslag op het leven van de gemeenschappen aldaar. Vervuiling en vergiftiging (kwik in water en vis) vormen een verdere aanslag op de gezondheid.

De strijd voor recht en gerechtigheid voor Inheemse en Tribale volken in Suriname duurt al tientallen jaren. Alhoewel organisaties als VIDS, VSG en KAMPOS steeds weer oproepen tot dialoog en structurele oplossingen, tonen opeenvolgende regeringen steeds weer dat zij niet serieus zijn. De Staat Suriname legt zelfs diverse vonnissen van het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens stelselmatig naast zich neer: sinds 2005. Daarnaast heeft elke regering tot nu toe geweigerd de ILO Conventie 169 te ratificeren, die de rechten van Inheemse en Tribale volken vastlegt; én de plichten van ratificerende staten jegens hen.

Ook de United Nations Declaration on the Rights of Indigenous Peoples (UNDRIP) die Suriname in 2007 heeft goedgekeurd, wordt niet nageleefd. De UNDRIP erkent de grondenrechten van Inheemse volken, alsook hun recht op voortbestaan binnen hun nationale samenlevingen, hun zelfbeschikkingsrecht waaronder het recht om hun eigen instellingen op te richten en het pad van hun eigen ontwikkeling te bepalen. UNDRIP roept regeringen ook op om de betrokken volkeren te raadplegen met betrekking tot wetgevende of bestuurlijke maatregelen die hen rechtstreeks kunnen raken, en stelt het recht van deze volkeren vast om deel te nemen aan besluitvormingsprocessen met betrekking tot beleid en programma’s die hen aangaan (free, prior and informed consent, FPIC).

De gewelddadige uitbarsting bij Pikin Saron is te betreuren. Ook BINI keurt geweld en vernielingen ten zeerste af, zelfs als het door sommigen als een tegenactie tegen langdurige aanvallen wordt beschouwd. We verwachten wel dat het incident zal leiden tot voortvarender besluitvorming en vooral concrete actie om de grondenrechten en andere collectieve rechten van Inheemse volken en Tribale volken wettelijk te erkennen, en uitvoering te geven aan de desbetreffende vonnissen van het Inter-Amerikaans Hof voor Mensenrechten.

BINI ondersteunt de rechtvaardige eis van de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname (VIDS) om uiterlijk vrijdag 5 mei 2023 alle uitgegeven concessies in de traditionele woon- en leefgemeenschappen in te trekken en de eis tot een grondig onderzoek naar de exacte toedracht van het doodschieten van twee jongemannen door de politie.

BINI- Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur

dinsdag 7 maart 2023

Reactie BINI op uitnodiging vooroverleg Nationale Dialoog


We waren uitgenodigd voor "het overleg met betrekking tot de nationale ontwikkeling en voorstellen ter samenstelling van de agenda voor de Nationaal Dialoog op reguliere basis, met als uiteindelijke doel om te komen tot een agenda voor nationale aanpak". 

Dit was ons antwoord: 


Aan: De President van de Republiek Suriname Z.E. Chandrikapersad Santokhi
Betreft: Uitnodiging overleg i.h.k.v. Nationale dialoog
Bijlagen (4)

Paramaribo, 2 maart 2022

Excellentie,

Wij danken u voor de uitnodiging voor een gesprek op 2 maart 2023 van 13.45 tot 14.15 uur, welke wij op 1 maart 2023 omstreeks 14.00 uur ontvingen, en vragen uw aandacht voor het volgende.

Hoewel de uitnodiging is gericht aan Stichting Projekta, deelden we de uitnodiging met onze partners binnen BINI (het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur), zoals wij dat ook bij voorgaande gelegenheden deden, omdat wij de principes van partnerschap, transparantie en communicatie toepassen in woord en handelen. BINI is een platform van maatschappelijke organisaties en individuele burgers die de principes van een mensenrechtenbenadering van ontwikkeling centraal wil zien; meer transparantie en rekenschap van de Staat wil, en inclusiviteit en participatie in besluitvorming voorstaat. Dit schrijven is daarom van BINI, via Stichting Projekta.

Wij zullen op dit moment niet ingaan op uw uitnodiging om diverse redenen, maar hoofdzakelijk omdat voor wat betreft het onderwerp van gesprek, wij u niets te vertellen hebben dat we niet al bij eerdere gelegenheden aan u en de uwen hebben gepresenteerd voor en na het aantreden van uw regering. 

Wij brengen u in herinnering ons kennismakingsgesprek na de verkiezingen (op 10 juni 2020), waarbij wij aan de beoogde coalitieleiders voorhielden dat wat wij van een nieuwe regering verwachtten was  participatie, betrokkenheid, inspraak die niet afhankelijk is van de beleidsmakers/ministers, maar  structureel is vastgelegd; die zich niet  beperkt tot incidentele ‘consultaties’ maar een echt partnerschap is; en niet alleen bij de uitvoering van plannen, maar ook bij beleidsontwikkeling-, -en monitoring.

Wij gaven toen al aan wat wij zagen als cruciale principes waar elke regering zich aan zou moeten houden en de prioriteiten voor het regeerbeleid, zoals goed en behoorlijk bestuur, capaciteitsversterking vanwege uitholling van instituten (o.a. door het terzijde schuiven van bestaande capaciteit), goede communicatie (waaronder ook participatie en inspraak zoals hierboven genoemd), decentralisatie van besluitvorming (ook in het kader van lokaal bestuur) en dat het regeringsbeleid de beleving van mensenrechten als leidraad heeft. Ter herinnering hechten wij ons intern verslag van dat gesprek aan. 

Al deze zaken zijn herhaald o.a. bij de hearings van juli 2022. Ook toen benadrukten wij het belang van georganiseerde inspraak en overleg, met structuren voor effectieve participatie en dialoog, en niet slechts hearings op afroep. Wij deden u toen ook, op verzoek van de gespreksleider, enkele documenten toekomen die wij in een eerdere stadium hadden opgesteld, o.a.  een basisvoorstel voor het opzetten van een structureel overleg met non-state actors. Ook dat hechten wij wederom aan.

Evenzo ter herinnering hechten wij onze commentaren op het Crisis- en Herstelplan aan, waarin wij naast commentaren op de inhoud,  adviezen meegaven over de communicatiestrategie. 
Daarover schreven wij o.a. “een goede communicatiestrategie is niet slechts de bevolking vertellen (m.a.w. simpele voorlichting), welke maatregelen worden genomen en waarom, maar zal ook moeten omvatten:
  • Een effectieve informatiestroom en het uitwisselen van ideeën tussen  regering/overheid en haar interne en externe doelgroepen,
  • Bijdragen aan geïnformeerde en verantwoorde besluitvorming,
  • Bevorderen van rekenschap en van transparantie  en daardoor het vergroten en consolideren van vertrouwen in de overheid, 
  • Het faciliteren van betekenisvolle participatie, middels waarachtige dialoog – waarbij aangetekend wordt dat ontwerpen en faciliteren van dialoogprocessen een aparte competentie is.”

Dialoogprocessen moeten vanaf het begin goed doordacht worden (zie ons commentaar hierboven op het Crisis-en Herstelplan). Het ontwerpen en faciliteren daarvan zijn technische competenties. Even cruciaal is de keuze van degene die uitnodigt tot gesprek. In de terminologie van dialoogprocessen wordt zo iemand een ‘convener’ genoemd. Een convener moet boven partijen staan en niet zelf partij zijn in een (sluimerend) conflict of een persoonlijk of politiek belang hebben in de uitkomsten, moet geen geschiedenis van botsende belangen hebben met de mensen die om de tafel (komen) zitten, en moet door alle partijen geaccepteerd worden.

Het hoeft geen betoog dat voor BINI dialoog de belangrijkste manier is om uit de impasse te geraken waar wij ons nu in bevinden. Om die reden mogen u en de uwen erop rekenen dat BINI elk initiatief om tot een echte dialoog te komen zeker zal ondersteunen. Dat uw regering ook tot dat inzicht lijkt te zijn gekomen stemt goed, en dat u daar overleg over zegt te wensen, is een eerste stap. 

Overleg moet echter zinvol zijn. Helaas overtuigden uw uitnodiging, noch de rapportages over de tot nu toe gevoerde gesprekken via de overheidscommunicatiekanalen, ons van de zinvolheid om in deze fase en op deze wijze aan de gesprekken deel te nemen.

Bij elke in deze brief aangehaalde gelegenheid, hebben wij aangeboden om een bijdrage te leveren aan het nadenken over, en vormgeven van dialoog- en participatieprocessen, vanuit onze expertise. Dat aanbod blijft onverkort van kracht. 

Met vriendelijke groet,

Namens BINI

Sharda Ganga 
Directeur Projekta

Nieuwsberichten over onze reactie op de uitnodiging zijn ook verschenen op Starnieuws en dwtonline

donderdag 1 april 2021

Suriname blijft matig scoren op de Corruption Perceptions Index

De Corruption Perceptions Index (CPI) van Transparency International (TI) schetst een grimmig beeld van de staat van corruptie wereldwijd. Deze jaarlijkse index wijst dit jaar uit dat meer dan twee derde van de 180 landen onder de 50 punten (van de in totaal haalbare 100 punten) scoort. Suriname is hier met 38 punten geen uitzondering op. Wat wel opvallend is, is dat Suriname zes punten minder heeft gescoord dan op de CPI 2019, en daarmee 24 plaatsen lager op de lijst is komen te staan.

Suriname op de CPI 2020

Suriname op de CPI 2019

Zoals Projekta in een eerder blogbericht over de Democracy Index 2020 aangaf, heeft Covid-19 wereldwijd gezorgd voor een toename van corruptie. Dit onderstreept TI ook met hun analyse waaruit blijkt dat corruptie niet alleen de wereldwijde gezondheidsaanpak van Covid-19 ondermijnt, maar ook bijdraagt aan een voortdurende democratische crisis. 

Covid-19 heeft de diepe sociale en economische ongelijkheid extra duidelijk gemaakt en had een disproportioneel negatief effect op groepen die al kwetsbaar waren, waaronder vrouwen en kinderen, inheemse en tribale volken en ouderen. 


Suriname en de regio
Net als op andere plekken ter wereld, hebben overheden op het Amerikaanse continent extreme maatregelen getroffen in de strijd tegen Covid-19, waaronder het afkondigen van noodtoestanden met directe inperking van burgerrechten als gevolg. Deze maatregelen legden de vrijheid van meningsuiting en samenkomst aan banden, verzwakten institutionele checks and balances en beperkten de ruimte voor het maatschappelijk middenveld om haar rol te vervullen. 


Behalve de zwakke overheidsinstituties die de regio kenmerken, had een alarmerende machtsconcentratie in verschillende landen een explosie aan Covid-19 gerelateerde corruptie-cases tot gevolg. TI geeft ook aan dat binnen de hele regio burgers met moeite toegang krijgen tot betrouwbare en up-to-date informatie en noodhulpmiddelen. Het is een uitdaging om de verkregen noodfondsen bij de beoogde ontvangers te krijgen, in plaats van dat deze verloren gaan aan corrupte processen. Als de hulp niet op de goede plek terecht komt, is dit een voedingsbodem voor kwaadaardig populisme en creëert het meer armoede en ongelijkheid, aldus TI. 

Daarnaast is het cruciaal dat overheden maatschappelijke organisaties en journalisten toestaan om te fungeren als waakhond, zodat zij politici en bedrijven ter verantwoording kunnen roepen voor hun keuzes. Helaas gebeurt veelal het tegendeel en worden dit soort crises juist misbruikt door overheden ten koste van  het maatschappelijk middenveld. Een voorbeeld hiervan is El Salvador (score van 36) waarbij er een belangrijke wet die toegang tot informatie mogelijk zou maken, uitgesteld is vanwege de pandemie. Maatschappelijke groepen zouden deze wet juist goed kunnen gebruiken om te monitoren hoe de overheid de Covid-19 gerelateerde fondsen uitgeeft. 

Er zijn ook wel hoopvolle ontwikkelingen, zoals in Peru (ook een score van 38), waar er recent een wet is aangenomen die personen die schuldig zijn bevonden aan corruptie verbiedt om posities in te nemen binnen de overheid of toezichthoudende organen, zoals Raden van Bestuur.

De weg vooruit
Om eerlijk en gelijkwaardig beleid te garanderen, is de publicatie van relevante data en gemakkelijke toegang ertoe van groot belang. Met name in noodsituaties zoals Covid-19 die met zich mee heeft gebracht, is gespecificeerde data over uitgifte en verdeling van geld en middelen noodzakelijk. 

Het is de plicht van regeringen om ervoor te zorgen dat hun bevolking gemakkelijke, toegankelijke, tijdige en betekenisvolle informatie ontvangt, zodat hun hen hierbij verzekeren recht op informatie wordt gewaarborgd. 
Het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) heeft het recht op informatie ook opgenomen in haar visiedocument en beleidsmonitoringsrapporten. Organisaties binnen BINI, waaronder Projekta, wijzen al jaren op het belang van een Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB). In 2017 maakte BINI ook een spotje over de WOB, welke hier te zien is.
Helaas is er in de gemonitorde periode geen vooruitgang geboekt op het gebied van recht op informatie. Het gehele thematische rapport van het thema Goed Bestuur is hier te lezen.

Behalve het publiceren van relevante data en de toegang ertoe mogelijk maken, geeft TI nog drie overkoepelende adviezen welke zeker ook van toepassing zijn op de Surinaamse situatie: 
1. Versterk instituties voor toezicht en controle
2. Zorg ervoor dat het proces van contracten aangaan open en transparant verloopt
3. Verdedig democratie, promoot maatschappelijke ruimte

woensdag 24 februari 2021

Politieke cultuur Suriname krijgt onvoldoende op de Democracy Index 2020

Jaarlijks publiceert The Economist Intelligence Unit (EIU) eind januari de Democracy Index, waarbij landen van de wereld worden gerangschikt naar hun democratisch gehalte. De EIU let hierbij op verkiezingsprocessen, burgerrechten, overheidsfunctioneren, politieke participatie en politieke cultuur. De rangorde gaat oplopend van 1 (grote democratische vrijheid) tot boven de 150 (zwaar onderdrukkende dictaturen). De 167 landen die in 2020 zijn beoordeeld, zijn onderverdeeld in vier typen: volledige democratie, onvolledige democratie, hybride regime en autoritair regime.


Politieke cultuur scoort een onvoldoende
De top 3 bestaat dit jaar, net als in 2019, uit Noorwegen, IJsland en Zweden. Suriname valt al jaren in de categorie ‘onvolledige democratie’. In 2019 haalde Suriname met een score van 6.98 (plaats 49) net niet de categorie ‘volledige democratie’. Dit jaar heeft Suriname een gemiddelde score van 6.82 en staat daarmee op plaats 51. Opvallend is dat we erg hoog scoren op verkiezingsprocessen (9.58), maar een stuk lager voor overheidsfunctioneren (6.07). Voor politieke cultuur krijgen we een onvoldoende, namelijk een 5. 

Suriname blijft met haar score Guyana ruim voor (plaats 75), maar valt wel onder Colombia (plaats 46), Brazilië (plaats 49) en Trinidad and Tobago (plaats 41). In de regio waar Suriname is ingedeeld, Latijns-Amerika en de Caraïben, zijn er slechts drie volledige democratieën, namelijk Uruguay (plaats 15), Chili (plaats 17) en Costa Rica (plaats 18).


De overheden in onze regio blinken over het algemeen niet uit qua functioneren; de hoge mate van corruptie blijft een moeilijk te tackelen obstakel. Het ineffectieve overheidsbestuur zorgt voor een toename van de maatschappelijke ontevredenheid en ondermijnt het vertrouwen in politieke instituties en beleving van democratie. 


Gevolgen van Covid-19
De Democracy Index 2020 heeft veel aandacht voor Covid-19, de maatregelen die landen hebben genomen en de effecten hiervan op de democratie. De EIU concludeert dat Covid-19 over het algemeen de wereld niet democratischer heeft gemaakt. Integendeel, het democratisch gehalte is in de meeste landen zelfs gedaald. Venezuela (van een score van 2.88 naar 2.76) en Haïti (van 4.57 naar 4.22) bijvoorbeeld, zijn landen die in 2020 nog slechter scoren dan vorig jaar. 

Een aantal overheden heeft de Covid-19 pandemie gebruikt om checks and balances te omzeilen. Met name de autoritaire en hybride regimes hebben de gezondheidscrisis misbruikt om hun macht te vergroten. Zo is er in Nicaragua een wet aangenomen die oppositieleden verbiedt om mee te doen aan de aankomende verkiezingen en zijn er verregaande maatregelen genomen tegen nationale NGO’s die hun bewegingsvrijheid ernstig beperken. Ook in Venezuela zijn Covid-19 maatregelen, zoals verplichte quarantaine, ingezet als dekmantel om oppositieleden en critici de mond te snoeren. 

De EIU vindt het moeilijk te beoordelen of machtsmisbruik in deze mate ook had plaatsgevonden zonder de mondiale gezondheidscrisis. Desalniettemin heeft de crisis  machtsbeluste regeringsleiders de mogelijkheden gegeven om maatschappelijke protesten, die in normale tijden groter waren geweest, de kop in te drukken. Gezien de toegenomen werkloosheid en armoede, verwacht de EIU dat de maatschappelijke onrust en protesten na het hoogtepunt van de pandemie een comeback zullen maken. 

Monitoring van de democratie in Suriname
In Suriname monitort het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) de staat van onze democratie constant, onder andere binnen het thema ‘Goed bestuur en de rechtsstaat’. In het tweede BINI Monitoringsrapport (januari 2017 tot en met augustus 2019) is er binnen dit thema specifiek gekeken naar: corruptiebestrijding; functionering Rechterlijke Organisatie; moderniseren financiële overheidsadministratie; en het recht op informatie.*
Lees hier het volledige thematische rapport ‘Goed Bestuur en de Rechtsstaat’.

Lees hier het volledige BINI Monitoringsrapport. 

* Disclaimer: BINI heeft geen samenwerking met de EIU m.b.t. de samenstelling van de Democracy Index.

zaterdag 28 november 2020

BINI lanceert ‘Suriname 2050’ - Onze Dromen, Onze Toekomst

Kort voor de 45ste Srefidensi op 25 november 2020, vroeg BINI (Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur) aan een aantal mensen om hun dromen voor Suriname over 30 jaar, bij onze 75ste onafhankelijkheidsviering, op papier te zetten, in 75 woorden: 75 woorden voor 75 jaar Suriname. BINI vraag zich af: wie willen we zijn als land over 30 jaar, wat laten we achter voor toekomstige generaties, waar zij met trots en dankbaarheid op terugkijken. 

De ontwikkeling van ons land moet geleid worden door een gezamenlijke visie op onze toekomst. Een visie die breed gedragen is, die niet van bovenaf wordt verklaard aan de burgers, maar die vanuit de polders, de dorpen, de buurten, de sportverenigingen, de beroepsgroepen, de scholen, de artiesten, de verpleegkundigen, vaders, moeders, kinderen naar boven wordt gestuwd als opdracht: dit is wat wij willen voor onze kinderen. 

Meer dan 80 personen, van doorgewinterde mediawerkers en artiesten tot buurtwerkers, van illustere intellectuelen tot scholieren deelden hun droom met BINI. De verzameling is sinds 26 november online te vinden als Facebook album, en is nu ook als electronisch document te downloaden of op te vragen. 

De collectie stemmen is zeker niet representatief, beseft BINI. Het is slechts een eerste, snelle verzameling die in korte tijd tot stand is gekomen. Het is een startschot, en BINI hoopt de komende tijden meer inzendingen te ontvangen voor uitbreiding van de dromen. Die zullen vervolgens worden geanalyseerd om zo te achterhalen wat de rode draad is: welke dromen verbinden ons, welke idealen koesteren wij, welke hoop brengt ons samen en stuwt ons voort.  

Die analyse wordt dan de basis voor een grotere maatschappelijke dialoog over wat BINI noemt: Onze Dromen, Onze Toekomst.

U kunt hier het volledige pdf-document downloaden.

Het virtuele album ziet u op de Facebook-pagina van BINI.

zaterdag 23 mei 2020

Stem wijzer: BINI Stemwijzer 2020 verkiezingen


Op maandag gaan wij naar de stembus. Wij bepalen dan samen wie we het voorrecht geven om namens ons te regeren en wie ons mag vertegenwoordigen. We bepalen de toekomst van ons land, van onszelf en van de generaties na ons. Dat besluit mag niet lichtvaardig genomen worden. Niet op basis van social media posts, massameetings, vage beloftes, leuke liedjes of mooie slogans. Naar de stembus horen burgers te gaan gewapend met feiten. Goed geïnformeerd over wat de partijen precies voor ogen hebben voor onze toekomst. Alleen dan kunnen we bewust stemmen.

Het Burgerinitiatief voor Participatie & Goed Bestuur (BINI) lanceert vandaag haar 2020 Stemwijzer, een analyse van verkiezingsprogramma’s van 13 van de 17 partijen die aan de verkiezingen meedoen. De Stemwijzer is bedoeld als hulpmiddel voor kiezers (zwevend of niet) om geïnformeerd te kunnen stemmen. 

In de Stemwijzer kunnen kiezers namelijk lezen welke doelen en voornemens politieke partijen stellen over o.a. duurzame ontwikkeling, mensenrechten, goed bestuur, functioneren van de overheid, financieel-economische ontwikkeling en planmatigheid. Deze thema’s zijn bepaald door de maatschappelijke organisaties en burgers die deel uitmaken van BINI. Vlak voor de verkiezingen van 2015 publiceerde BINI al een analyse van de beschikbare verkiezingsprogramma’s. Nu, voor de verkiezingen van 25 mei 2020, heeft BINI opnieuw een analyse gemaakt

Grondige analyses maken van verkiezingsprogramma’s in Suriname is nog steeds problematisch. Er wordt namelijk vrijwel geen aandacht besteed aan de financiële kant van beloftes en dus is er niets te zeggen over haalbaarheid. Bovendien komen partijen nog altijd veel te laat uit met hun programma’s. 

Download het document met de analyses hier

woensdag 1 april 2020

Fundamentele vragen voor noodwetgeving


Dat de regering noodwetgeving wil maken om de verregaande maatregelen tegen COVID-19 in te kaderen en te voorzien van een wettelijke grondslag is op zich een begrijpelijke gedachte en past binnen goed bestuur.  Vanuit het Burger Initiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) rijst er echter een groot aantal vragen, die volgens diezelfde beginselen van goed bestuur en zorgvuldigheid ook beantwoord dienen te worden alvorens zo’n wet wordt behandeld, laat staan aangenomen.  We vragen daarom aan alle relevante actoren en in het bijzonder de volksvertegenwoordigers om eerst bevredigend antwoord op deze (en wellicht nog veel meer) vragen te krijgen, vervolgens de voor- en nadelen af te wegen en deze afwegingen publiek te maken alvorens de wetgeving, al dan niet verbeterd, in behandeling te nemen.  Het gaat immers om maatregelen die een enorm effect kunnen hebben op het maatschappelijke functioneren, op de vrijheid van burgers en zelfs op fundamentele mensenrechten en vrijheden.
De conceptwet (Uitzonderingstoestand COVID-19), zoals verschenen in de media is in elk geval niet acceptabel voor een normale rechtsstaat die algemeen geldende wetgevingsbeginselen toepast. Het laat veel te veel ruimte voor machtsmisbruik, verschillen van interpretatie en (opzettelijk) verkeerde toepassing. Een goed uitgewerkt regelgevingsproduct (zie bijvoorbeeld de ministeriële COVID-19 regeling AB2020 No. 43 van Aruba) met zó een ingrijpende reikwijdte dient veel meer “checks and balances” in te houden.

BINI geeft derhalve de volgende vragen mee in de discussies rond deze wet:
  1. Is het überhaupt nodig om een nieuw stuk wetgeving te maken en zijn de maatregelen die genomen moeten worden niet mogelijk binnen de bestaande wetgeving?  Wat zou er nog meer gedaan moeten worden dat niet nu reeds gedaan wordt?
  2. Is het nodig om een formele wet te maken (die ook weer bij wet moet worden opgeheven!!); kunnen er geen andere bestuursmaatregelen worden uitgevaardigd bijv. via presidentiële of ministeriële beschikking?
  3. Waarom is er geen einddatum voor de werking opgenomen?  Daar zijn fundamentele bezwaren tegen terwijl het omgekeerde niet het geval is.
  4. Wat houdt de genoemde “Wet Uitvoering Uitzonderingstoestand” in waarnaar verwezen wordt?  Hoe kan een wet worden aangenomen die verwijst naar een andere wet die onbekend (of nog niet bestaand) is?
  5. Zijn de implicaties van “te nemen maatregelen” zorgvuldig in kaart gebracht, is er een objectieve, evidence-based afweging gemaakt van het wel of niet doorvoeren, en zijn deze overwegingen bekend?
  6. Is er consultatie en inspraak aan het concipiëren van deze wet voorafgegaan?
  7. Hoe worden transparantie en begrenzing van de te nemen maatregelen gegarandeerd, of krijgt de regering hiermee een blanco mandaat?
  8. Moeten de maatregelen niet heel specifiek en gedetailleerd genoemd worden zodat ze door een ieder te controleren zijn, om misinterpretatie, machtsmisbruik, verkeerde toepassing of andere misstanden te voorkómen?
  9. Vallen maatregelen zoals het verschuiven of anders inrichten of organiseren van de verkiezingen ook onder de “uitzonderingstoestand”?
  10. Wat zijn de rechtsmiddelen tegen maatregelen die binnen het kader van deze wet worden genomen, en dienen die niet in de wet te zijn opgenomen?
  11. Wat zijn de strafmaatregelen tegen misbruik van deze wet?
  12. Wat zijn beroepsmogelijkheden voor vermeende benadeelden- waar en hoe kunnen ze verweer aantekenen?
  13. Worden de voorschriften van de Verenigde Naties en het Inter-Amerikaans mensenrechtensysteem m.b.t. het afkondigen van een noodsituatie nageleefd en wordt er hierover gerapporteerd?
  14. Zullen in de noodwetgeving ook maatregelen ter leniging van de nood, o.a. economische hulpmaatregelen voor brodeloos geworden werkers, kleine bedrijven en andere economische actoren en sociaal zwakkeren, opgenomen worden?


BINI
Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur

dinsdag 10 december 2019

Internationale Anti-corruptiedag voor BINI in het teken van beleidsmonitoring Goed Bestuur


Wat is er gebeurd na de aanname van de Anti-corruptiewet in augustus 2017? Welke vorderingen zijn gemaakt in de financiële overheidsadministratie? Op deze en andere vragen probeert het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) antwoord te geven in het tweede BINI Beleidsmonitoringsrapport. In het kader van Internationale Anti-corruptiedag, 9 december, presenteert BINI de draft monitoringsmatrix van het thema Goed Bestuur.

BINI is een collectief van maatschappelijke organisaties en individuele burgers die een rechtvaardige maatschappij voorstaan, waarin duurzame ontwikkeling en de beleving en waarborging van de rechten van alle burgers het uitgangspunt is voor het handelen van de regering, het bedrijfsleven en civil society. Projekta is de initiatiefnemer en trekker van BINI. Meer informatie over BINI vindt u hier.

Om regering, bedrijfsleven en overheid te voorzien van nuttige gegevens voor het maken, uitvoeren en evalueren van beleid, heeft BINI in 2017 een eerste beleidsmonitoringsrapport uitgebracht. Het rapport vindt u hier. Het rapport geeft uiteraard geen totaalbeeld van de uitvoering van alle Regeringsprogramma’s, maar wij willen hiermee een aanzet geven tot een traditie van transparantie en rekenschap.

Wij zijn nu bezig met de tweede rapportage, wederom gegroepeerd rond de thema’s waar BINI zich over buigt, dat globaal de periode januari 2017 tot augustus 2019 beslaat. De thema’s die wij hebben gevolgd zijn Kinderrechten, Vrouwenrechten en Gendergelijkheid, Rechten van Inheemse en Tribale Volken, Milieu, Gezondheidszorg, Onderwijs, Goed Bestuur, Sport en Jongeren, Financieel, economisch en monetair beleid, LGBT-rechten en Decent Work.

Om ervoor te zorgen dat het monitoringsrapport een zo compleet mogelijke weergave is van hetgeen is uitgevoerd, alsmede om te controleren of de reeds verzamelde data correct en volledig is, verzoeken we  externe stakeholders om informatie te delen en feedback te geven op de draft matrix. U kunt uw feedback mailen naar projekta@sr.net.
Wilt u uw bijdrage leveren aan een van de andere thema’s, dan vernemen wij ook graag van u. In de komende weken zullen ook de draft matrices van de overige thema’s online gedeeld worden.

zaterdag 26 oktober 2019

BINI schaart zich achter VES en VSB

Het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) heeft via 
de media kennis genomen van hetnwetsvoorstel ter wijziging van de Wet op de Staatsschuld, zoals ingediend door een lid van De Nationale Assemblee. BINI heeft eveneens kennis genomen van de diverse meningen in de media van maatschappelijke groepen en de private sector, met name de VES (Vereniging van Economisten in Suriname) en de VSB (Vereniging Surinaams Bedrijfsleven), en schaart zich volledig achter de inhoud.

Het wetsvoorstel ter wijziging van de Wet op de Staatsschuld wordt onmiskenbaar door een brede groep van maatschappelijke organisaties en burgers gezien als nog een andere stap richting financiële afgrond van ons land. Een bekend Afrikaans spreekwoord luidt dat er maar één stap nodig is om in een gat te vallen

De wet op de Staatsschuld geeft de hoogte van de wettelijk toegestane schuld aan. In de wet is aangegeven dat ons land maximaal 60% van haar inkomen (BBP) mag lenen, omdat er anders problemen kunnen ontstaan met de aflossing van de schulden. De wet heeft als uitdrukkelijke functie ons land te behoeden voor financieel-economische calamiteiten, zoals we die in het recente verleden hebben meegemaakt. Het is dus een wet die aangenomen is om dure, maar geleerde lessen vast te leggen om ons land te behoeden voor herhaling.

Het wijzigen van de wet conform het ingediende wetsvoorstel zal maken dat ons land met een nog grotere en ernstige schuldenproblematiek zal worden opgezadeld vanwege het ontbreken van sancties voor degene(n) die het besluit zou(den) nemen om meer te gaan lenen dan wettelijk is toegestaan. Wij verliezen dan de enige barrière voor functionarissen die zonder scrupules, lukraak geld lenen.
BINI is van mening, dat, indien er onduidelijkheden zijn in de wet, deze via dialoog met alle relevante groeperingen, inclusief het maatschappelijk middenveld, moeten worden besproken, zodat een zo breed mogelijk gedragen oplossing bereikt kan worden. BINI wil uiteraard participeren aan een dergelijke dialoog, maar wil direct voorop stellen, dat de strafbepaling in de wet dient te blijven als garantie van de toekomst van ons land. Ook een vastgesteld plafond voor het aangaan van leningen is daarom onmisbaar.
BINI roept alle volksvertegenwoordigers op die bij tijd en wijle laten zien hoe snel zij kunnen werken aan wetsvoorstellen, om met dezelfde voortvarendheid te werken aan wetsvoorstellen die al geruime tijd op behandeling en goedkeuring wachten, zoals de Wet Gebruik Wegbermen, de Milieuraamwet, de Wet Geweld en Seksuele Intimidatie Arbeid, Wet Gelijke Behandeling Arbeid, de Wet Grondenrechten, het Enquêterecht en de diverse aanpassingen van het Wetboek van Strafrecht. 

BINI zou daarnaast zeer blij zijn indien eindelijk het ontwerp voor de Wet Openbaarheid van Bestuur werd gepubliceerd en als De Nationale Assemblee zich zou inzetten voor het implementeren van de Anti-Corruptie Wet, inclusief het instellen van de Anticorruptie Commissie en het hebben van een openbaar register van de bezittingen van gekozen en benoemde functionarissen, alvorens hun ambtstermijn aanvangt.

vrijdag 31 augustus 2018

Recht op een schoon en leefbaar milieu? Niet in het Lawagebied

Door: Lisa Best

Met grote verontwaardiging en teleurstelling las ik het recente nieuws dat 40 scalians per 1 september a.s. een vergunning voor 2 jaren hebben om verder te werken. Toevallig is het net een jaar geleden dat ik in werkverband verbleef in Cottica aan de Lawa, een dorp van de Aluku gemeenschap. Tijdens een verkenning van het gebied, begeleid door een lokaal collectief uit het Franse stadje Maripasoula dat zich inzet om ondersteuning te krijgen voor het aanpakken van milieuproblemen in het gebied, is het duidelijk geworden dat er sprake is van een ernstige vorm van vervuiling van de natuur door problemen die niet alleen milieugerelateerd, maar ook sociaal en economisch van aard zijn.

Cottica, Lawa
De Aluku (afstammelingen van Boni) zijn samen met de Wayana inheemsen, van oudsher de lokale bewoners van het Lawagebied, gevestigd in dorpen aan zowel de Surinaamse als de Franse kant. De gemeenschap leeft traditioneel van de producten en diensten die het bos hen levert, zoals gewassen van de kostgrond, vis, wild, drinkwater, geneeskrachtige planten en beleving van hun traditionele cultuur. Een groot deel van het dagelijks leven speelt zich in of rondom de rivier af, zoals het baden, wassen van kleren en vaat, en ook onderhouden van sociale interactie.

Na een uurtje varen, een aantal skalians, en over en weer gaande vliegtuigen verder, komt een uitgestrekte reeks houten constructies in beeld langs de Surinaamse rivieroever. Talloze Chineze winkels, restaurants, hotels, Braziliaanse woningen, kerken en monteurs hebben zich gevestigd aan de overkant van Maripasoula (ongeveer 6000 inwoners). Met de activiteiten worden er bergen afval gecreëerd, die iets verder stroomopwaarts, aan de Surinaamse kant, in zakken worden gedumpt in het bos en allernaast de rivier. Daar komt bij dat er ook menselijke resten worden begraven langs de rivier. U kunt zich voorstellen wat voor soort situatie er ontstaat bij hoogwater. Bovendien, hebben veel van de gebouwen geen geschikt sanitatie systeem, waardoor menselijke uitwerpselen veelal rechstreeks de rivier ingaan.
Cottica, Lawa
Door goudwinning van skalians op de rivier en door goudzoekers landinwaarts is het rivier- en kreekwater vertroebeld, wat negatieve gevolgen heeft voor de voedsel en drinkwatervoorziening van de mensen en voor het aquatisch ecosysteem. Dan is er nog niet gesproken over de schadelijke stoffen die terechtkomen in het water en een gevaar vormen voor de volksgezondheid.  
Al deze activiteiten creëren niet alleen een situatie waarbij de voedselvoorziening en gezondheid van de mensen in gevaar komt, maar waarbij ook veiligheid een probleem wordt. Het stelen van gewassen op de kostgrondjes en gewapende roofovervallen maken dat vrouwen vaak niet durven om alleen naar hun kostgrond te gaan.

In 1972 beschreef het eerste principe van de Verklaring van Stockholm van de Verenigde Naties: “De mens heeft het fundamentele recht op vrijheid, gelijkheid en adequate leefomstandigheden, in een milieu van kwaliteit, dat een leven van waardigheid en welzijn toelaat; en hij draagt de verantwoordelijkheid om dat milieu te beschermen en te verbeteren voor huidige en toekomstige generaties.” 

Wat wij aantroffen in het Lawagebied was dusdanig ernstig dat ik begon te twijfelen of men, met name de overheid, wel bewust is van wat zich daar afspeelt en de volledige omvang van de problematiek begrijpt. Want als dat wel het geval was, zou men ook de dringende noodzaak inzien om stappen te ondernemen in het aanpakken van de situatie. Als dat wel het geval was, dan zou het toch niet kunnen dat men de andere kant op kijkt? 

Lisa Best
Milieuwetenschapper
Lid van de Vereniging voor Biodiversiteit van het Guiana Schild in Suriname en van het Women in Nature Network

Niet alleen kwik is het probleem van de scalians

Het bericht dat scalians toestemming hebben gekregen om weer goud te zoeken, laat ons nog grotere vraagtekens dan voorheen plaatsen bij het beleid van de regering met betrekking tot mens en  milieu. 
Onder vernieuwde voorwaarden mogen ongeveer 40 scalians in het Sarakreek-gebied en Marowijne, per 1 september 2018 verder werken voor de duur van twee jaren.  De definitieve oplossing van het scalianprobleem wordt dus vooruitgeschoven naar de volgende regering en de volgende minister van Natuurlijke Hulpbronnen. 

Minister Dodson haalt aan dat er strakke regels zijn gesteld en dat het de boten is verboden met kwik te werken. Allereerst: Graag zien wij publicatie tegemoet van die regels. Ten tweede: het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen gaat er aan voorbij dat kwikvervuiling slechts een deel van het probleem is. De rest van het probleem is de achteruitgang van de waterkwaliteit door sedimenten die loskomen (vertroebeling), wat samen met vernietiging van de rivierbodem het gehele ecosysteem ontwricht. Het leven onder water, waaronder de vissen en ander leven van plant (flora) en dier (fauna) gaat eraan, en daarmee ook het leef- en woongenot van de binnenlandbewoners die afhankelijk zijn van het water als visvijver, wasmachine, badkamer en bron van drinkwater.  Bovendien leidt de aanwezigheid van de gevaartes ook indirect tot ook andere problemen zoals vervuiling door afval, stroperij, bosverarming en gezondheidsrisico’s. Bewoners langs de Marowijnerivier (Paamaka), het Brokopondo stuwmeer, en aan de Lawarivier zijn nu al in de problemen, en met het wederom toelaten van scalians zullen de problemen verergeren. Immers, gezonde ecosystemen liggen aan de basis van menselijk welzijn. 

De commissie Ordening Goudsector zal, volgens het bericht, met onze belastinggelden zorgen voor de veiligheid op de boten. Per boot (scalian) moet een bepaald bedrag via de centrale overheid (Financiën) worden afgedragen. Diverse ministeries, zoals Regionale Ontwikkeling, Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, en Sociale Zaken en Volkshuisvesting zullen betrokken worden voor het uitvoeren van ontwikkelingsprojecten in de dorpen, omdat, zo vertelt de Minister, uit ervaring is gebleken dat het huidige systeem met een dorpskas en districtsfonds niet werkt. Daarmee zou een hele andere discussie gestart kunnen worden over de verschillen tussen ‘het brengen van ontwikkeling’ en het versterken van de gemeenschap ten behoeve van ontwikkeling vanuit hun perspectief.

Er wordt echter geen woord gerept over hoe scalians ook moeten bijdragen aan herstel van de milieuschade. Wat wel duidelijk is, is dat geen enkele bijdrage die de gouddelvers zullen doen aan ‘slands kas ooit de werkelijk toegebrachte schade zal kunnen dekken, noch zal kunnen leiden tot enige vorm van duurzame verbetering van de levensstandaard van de bewoners. Minister Dodson haalt terecht aan dat er ook lokale bewoners zijn die (veel) geld ontvangen voor de goudwinningsactiviteiten, maar per saldo blijft niet alleen het grootste deel van de in het gebied woonachtige bevolking de verliezer, maar wij allemaal, het milieu en ons land.  De misconceptie dat door gebruik van kwik te verbieden, de gevolgen van het mijnen voor milieu en de mens zijn geminimaliseerd, geeft blijk van een gebrek aan kennis bij het Ministerie of van moedwillig verdraaien en/of verbergen van de feiten voor de samenleving.

BINI

maandag 9 april 2018

Gezondheidszorg voor iedereen, overal

Op 7 april was het Wereldgezondheidsdag, welke jaarlijks door de Wereldgezondheidsorganisatie (World Health Organization, WHO) gehouden wordt. Tevens werd op deze dag het 70-jarig bestaan van de organisatie herdacht. In Suriname organiseerde de regionale gezondheidsorganisatie Pan American Health Organization (PAHO) op vrijdag 6 april een nationaal debat.

Sharda Ganga, directeur van Projekta, hield een inleiding, waarbij zij de nadruk legde op het universele recht op gezondheidszorg, voor iedereen, overal. Gelijke toegang is gebaseerd op het principe van solidariteit en het uitbannen van ongelijke toegang moet onze prioriteit hebben.

De problemen met het gebrek aan transparantie en accountability zijn ook in de gezondheidszorg groot. Ganga vroeg aandacht vroeg voor de driedubbele rol van civil society: zij zijn zowel dienstverleners, als pleitbezorgers (advocates) voor rechtvaardig beleid en wetgeving, als een watch dog. In deze laatste rol ligt voor civil society organisaties de taak om de regering, maar ook bijvoorbeeld ziekenhuizen en verzekeringsmaatschappijen te controlen op de uitvoering van hun taken en verantwoordelijkheden.

Kort samengevat is een participatieve benadering is hetgeen we dringend nodig hebben, waarbij structurele dialoog en investeringen in civil society om haar driedubbele rol te kunnen uitvoeren van essentieel belang zijn.

Lees de gehele inleiding (in het Engels) hieronder.

Universal Health Coverage, everyone, everywhere

World health day dialogue- PAHO-Suriname, 6 april 2018, Ballroom Torarica

Here is an almost universal truth: when you are healthy, you don’t think about health care. It is when you loose the battle against a tiny mosquito and suddenly find yourself fighting for your life in a broken down hospital bed, and have to deal with toilets with no running water, that you realize: thank god I just started a job that covers my insurance. That was almost 20 years ago, and the first time I realized not just the importance of health coverage, but also how health care is the most important indicator of inequality.

Because after 3 days of utter misery in the third class ward, I was moved, by the grace of friends, to the second class- which was pure heaven in comparison. I felt a bit guilty that I was so happy to leave my fellow 3rd class patients behind, and embarrassed at how easily I forgot that one aspect that underlies the idea and the practice of universal health care: solidarity.

Last year I was again confronted with how unjust access to health care is- when a close relative was able to receive world class treatment outside of Suriname, simply because of the generosity of employers. Isn’t that the most offensive idea: that your right to live and the quality of care you can access, depends on your choice of job, and your socio economic circumstances.

Health care must be framed as a universal right, it’s access based on the principle of solidarity, and eradicating inequal access must be our priority.

It does come at a steep price, but are we sure that the price we are paying is the real price or are we paying way too much, and what are we actually paying for? Access to health care has been used as a political tool for too many years, for example- and we are still paying the price for the culture of garnering votes through distribution of ‘datra karta’, in the worst case using public service jobs as a gateway to the ‘datra karta’.

Non transparency, a lack of accountability, horrendous management and business practices, lack of checks and balances- the whole plethora of bad governance practices: they come at a steep price.

So this is one of the roles that civil society must take up, and wants to take up: holding duty bearers accountable. But civil society has more roles to play- what we call the triple role:

The first role is as Service providers- as through the Medical Mission, Stichting Lobi, the Diabetes Education One Stop Shops, and countless others, delivering essential services and creating public awareness. That is the role that governments and international organisations are comfortable with us playing, and would like to see us performing- how do I know that? Because that is usually the only type of program that they are willing to fund. And even then, they have us jump through hoops.

But civil society also has a role as Advocates-for citizens, healthy or not. We see a greater understanding of this role emerging- through for example, the Alzheimers Foundation, and Stichting Wiesje, who are now starting to understand that they need to move beyond service provision and need to advocate for legislation and policy change in order to have sustainable results that will truly benefit their constituents.

We do need to hear more from the citizens, the rights holders. For example, in the health care debate we witnessed the past months, we only heard governments and service providers- doctors, hospitals etc-, fighting over money. What we missed is that third voice- of citizens advocating for and demanding affordable, effective and efficient services, and having a say in how to achieve that.

The third role of civil society I already mentioned- the watch dog role, to hold all duty bearers accountable, not just the government, but also the insurance companies, the international organisations, the hospitals, the Vereniging van Medici, all health professionals, and service providers.

The other side of accountability is voice- you can only demand accountability if your voice is strong enough to be heard. Civil society must empower citizens to use their voice to claim their rights to access, and quality of care. But empowerment only makes sense if there are mechanisms in place for protection, so that you can dare claim your right and hold duty bearers accountable, without the fear that it would anger your doctor, or your insurance company to the point that your claim for your rights puts your health in jeopardy.

So ultimately, civil society must hold governments and partners, all duty bearers accountable, and empower citizens to claim their rights. But duty bearers need to ensure that citizens’ voices are heard, so that health systems are responsive to people’s needs.

In short: we need a more participatory approach, with structured dialogue, and investment in civil society’s capacity to undertake that triple role, not just as service providers.

Sharda Ganga
PROJEKTA &
Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI)

donderdag 1 februari 2018

PROJEKTA ontvangt EU Human Rights Award


EU Ambassadeur Jernej Videtič overhandigt de Certificate of
Appreciation aan Projekta-voorzitter Annette Tjon Sie Fat
De ambassadeur van de EU voor Guyana, Suriname en de Nederlandse overzeese gebieden en territoria, Jernej Videtič, overhandigde op maandag 29 januari een mensenrechten-award aan Projekta-voorzitter Annette Tjon Sie Fat. Deze “Certificate of Appreciation” werd uitgereikt aan Projekta ter gelegenheid van de Internationale Dag van de Rechten van de Mens, als erkenning voor de grote bijdrage van Projekta aan de bevordering van mensenrechten, goed bestuur en gendergelijkheid in Suriname.

Dit was de symbolische overhandiging van de award, die officieel werd uitgereikt in een speciale ceremonie op 8 december 2017 in Guyana. Daar nam Riane de Haas-Bledoegde award in ontvangst namens Projekta. Tijdens de uitreikingsceremonie werd er over het werk van Projekta gezegd dat zij zich in de afgelopen 25 jaar ontwikkeld  heeft tot the forefront of Civil Society in Suriname”. 
In Guyana neemt Riane de Haas-Bledoeg
op 8 december 2017 namens Projekta
de award in ontvangst
Als een organisatie die haar werk baseert op een mensenrechtenbenadering van ontwikkeling, richt het werk van Projekta zich op de interconnectie tussen mensenrechten, democratie en goed bestuur, met een speciale focus op gendergelijkheid en vrouwenrechten. Onder andere door middel van onderzoek, advocacy, en capaciteitsversterking van rechthebbenden en plichtdragers heeft Projekta een goed deel van de civil society in Suriname weten te motiveren en versterken in het promoten van een gezamenlijke mensenrechten-agenda door het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) op te richten. BINI is binnen korte tijd uitgegroeid tot het meest zichtbare en productieve netwerk van civil society organisaties en maatschappelijk betrokken individuen in Suriname.  

Projekta heeft mede dankzij financiële ondersteuning via het European Instrument for Democracy and Human Rights (EIDHR), het eerste BINI-Beleidsmonitoringrapport gerealiseerd. Het EIDHR is het thematische instrument ter ondersteuning van civil society projecten over de hele wereld die gericht zijn op de bevordering van mensenrechten en democratie. 

Directie en bestuur van Projekta & EU-vertegenwoordigers
Voor Projekta is de award extra bijzonder omdat zij dit jaar haar 25-jarig bestaan viert. Tevens staat 2018 voor Projekta in het teken van 10 jaar Democratiemaand. Dit zal gevierd worden door het hele jaar door thematische lezingen en discussie-avonden te organiseren, waarbij telkens een ander thema gerelateerd aan mensenrechten en democratie in Suriname besproken zal worden.

Op maandag 29 januari tekenden de EU-ambassadeur Jernej Videtič en Sharda Ganga, de directeur van Projekta, ook het contract voor het project “Hear us Now: Bringing the Voices of Local Communities into the National Dialogue against Domestic and Sexual Violence”. Lees via de volgende link meer over dit project dat ernaar streeft om de betrokkenheid van lokale gemeenschapsorganisaties in tegengaan van seksueel en huiselijk geweld te vergroten.