Posts tonen met het label Sharda Ganga. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sharda Ganga. Alle posts tonen

woensdag 11 januari 2023

Surinamers verlangen naar democratie; wantrouwen politici

Dit artikel is op 24 december 2022 gepubliceerd op Starnieuws








Een groot deel van de Surinamers heeft weinig vertrouwen in politici en vindt niet dat de democratie goed functioneert. De mensen vinden het zeer belangrijk dat Suriname democratisch bestuurd wordt. Dat blijkt uit onderzoek dat is uitgevoerd door politicologen Wouter Veenendaal en Honorata Mazepus van de Universiteit Leiden in samenwerking met Stichting Projekta. Zij onderzochten de publieke opinie in drie districten over het functioneren van de democratie en van politici. 

Mazepus en Veenendaal zijn geïnteresseerd in de effecten van schaal op het functioneren van democratische controlemechanismen in zowel jonge als oudere democratieën. Suriname, met een relatief kleine bevolking en jonge democratie, is daardoor een interessant land. Voor Projekta past het onderzoek binnen haar streven naar versterking van de democratische cultuur en praktijk in Suriname.

Surinamers hechten aan democratie en democratische instituties
Het onderzoek, dat is uitgevoerd in september-oktober 2022, laat zien dat een overgrote meerderheid van de respondenten (veel) belang hecht aan democratie, en ook aan democratische instituties en regels zoals vrije en eerlijke verkiezingen, een gelijke behandeling van alle burgers, een onafhankelijke rechterlijke macht, het recht van de politieke oppositie om de regering te bekritiseren, en het recht van burgers om te protesteren.

Opmerkelijk negatief zijn ze over de kwaliteit van de democratie. Een groot deel van de ondervraagden is zelfs van mening dat het land helemaal geen democratie is. (Partij-) politieke instellingen zoals de president, de regering en het parlement genieten een stuk minder vertrouwen dan instituten die niet politiek (zouden moeten) zijn, zoals de rechterlijke macht, en het onafhankelijk kiesbureau.

Politici scoren zeer laag als het gaat om betrouwbaarheid. De meeste respondenten onderschrijven de stellingen dat de meeste politici vooral aan zichzelf denken, vooral opkomen voor hun eigen etnische groep, en corrupt zijn. Ze zijn ook bijzonder sceptisch over hoe de politiek werkt; negatiever dan bijvoorbeeld in Nederland of op de voormalige Nederlandse Antillen, waar Veenendaal eerder onderzoek deed. Tegelijkertijd verwachten mensen wel vaak dat zijzelf bepaalde gunsten krijgen van politici in ruil voor hun stem. Dat diezelfde politici de democratische instituties ondermijnen wordt blijkbaar op de koop toe genomen.

Vernieuwend experiment
Die vergevingsgezindheid ten opzichte van vriendjespolitiek is ook  terug te zien in de resultaten van een vernieuwend experiment dat de onderzoekers hebben uitgevoerd. Aan de hand van verschillende scenario’s werd uitvoerig getoetst hoe de respondenten politici beoordelen. ‘Eerlijkheid scoort het hoogst’, vat Mazepus de bevindingen samen. ‘Maar veel respondenten kunnen wel leven met oneerlijk of autoritair gedrag van politici, zolang zij niet overduidelijk slechts een bepaalde kleine groep bevoordelen. Wanneer een politicus alleen de eigen familie en vrienden laat profiteren, verliest deze de steun van de respondenten. Ook zien de respondenten misdragingen van politici gemakkelijker door de vingers wanneer de politicus tot hun favoriete partij behoort. In een systeem waarin veel wantrouwen tegen politici bestaat, zijn burgers blijkbaar bereid bepaalde democratische waarden in te ruilen voor een grotere toegang tot middelen.’

De onderzoekers keken ook naar de redenen die respondenten aangaven ter motivering van hun stemkeuze, aangezien een vrij grote groep bij deze vraag niet koos voor één van de aan hen voorgelegde keuzemogelijkheden, maar voor de optie ‘anders’ . Uit de verdere analyse bleek dat een aanzienlijk deel van die respondenten hun stemkeus had gemaakt op basis van een persoonlijke voorkeur voor een politieke leider, vanwege tevredenheid over het beleid van een bepaalde regering, of om een andere partij de kans te geven. Ook gaven enkele respondenten eerlijk aan dat zij hun keus hebben gebaseerd op het persoonlijk voordeel dat ze hebben gehad aan die partij, of zelfs dat zij totaal geen bewuste keus hebben gemaakt, maar gewoon iets hebben ‘gevinkt’ in het stemhok.

Verschillen tussen groepen
Er zijn enkele kleinere verschillen tussen de respondenten als het gaat om hun reacties op de scenario’s. Zo zijn respondenten tot 35 jaar en ouder dan 65 jaar iets meer geneigd om politici van hun favoriete partij te zien als legitiem, ook bij nepotisme, oneerlijke verdeling van middelen, of het afpakken van het recht op protest. Hoger opgeleiden zijn iets meer geneigd om oneerlijke en onpartijdige politici als minder legitiem te zien, ongeacht of de politicus tot hun meest of minst favoriete partij behoort.

Het belang dat respondenten hechten aan diverse democratische instituten en regels verschilt weinig tussen respondenten van verschillende leeftijden, geslachten, opleidingsniveaus en inkomens. Iets meer hoog opgeleiden vinden het belangrijk dat journalisten vrij moeten zijn om kritiek te geven en personen in hogere inkomensgroepen vinden het iets minder vaak belangrijk dat Suriname democratisch is. Ouderen hechten er het meeste waarde aan dat Suriname democratisch is, en hoe hoger het opleidingsniveau, hoe vaker respondenten ontevreden zijn met de manier waarop democratie werkt.

Vrouwen zijn minder tevreden met de manier waarop democratie werkt, en vinden vaker dan mannen dat politieke partijen op elkaar lijken. Een meer positief beeld over politiek en politici in het algemeen loopt ook samen met meer vertrouwen in democratische instituten, zoals het parlement, rechters, en het openbaar ministerie.
Ook de redenen die respondenten aangaven ter motivering van hun stemkeuze werd nader geanalyseerd, aangezien een vrij grote groep hier de optie ‘anders’ had gekozen. Uit de verdere analyse bleek dat een aanzienlijk deel van de respondenten hun stemkeus had gemaakt op basis van een persoonlijke voorkeur voor een politieke leider.
Dit zijn de eerste, voorlopige bevindingen van het onderzoek.

Over het onderzoek
Het opinieonderzoek maakt deel uit van het onderzoeksproject Keeping the Powerful in Check: From Small Communities to Large States, dat wordt gefinancierd door een Snouck Hurgronje-subsidie van het Leids Universitair Fonds. Behalve in Suriname zullen Mazepus en Veenendaal ook opinieonderzoek doen in Nederland, Polen en de Verenigde Staten. Voor het onderzoek in Suriname werkten Veenendaal en Mazepus nauw samen met Sharda Ganga en Rayah Bhattacharji van Stichting Projekta.


Het opinieonderzoek vond plaats in Paramaribo, Wanica en Para. De respondenten werden geselecteerd middels een systematische gestratificeerde clustersteekproef op basis van adressen van kiesgerechtigden bij de laatste parlementsverkiezingen. Vanwege financiële en logistieke beperkingen konden in de andere zeven districten geen interviews worden afgenomen. De resultaten zijn dus representatief voor de drie districten waarin wel interviews afgenomen werden; deze districten vertegenwoordigen samen meer dan 70% van de Surinaamse bevolking. Zij bieden bovendien voldoende diversiteit in respondenten om als representatief voor de gehele Surinaamse bevolking te mogen worden verondersteld.

Klik hier voor het volledige rapport met de voorlopige onderzoeksresultaten. 

dinsdag 18 februari 2020

Video: De rivier is zoveel meer dan water. Het geeft leven. Het is leven.

Een plaats van samenkomst. Van bezinning. De rivier brengt ons vrede en rust. De rivier verbindt ons met onszelf en met anderen. Red onze rivieren, zodat zij ons kunnen redden. De Milieuraamwet is nodig voor de rivieren. En dus voor ons.

Projekta heeft deze video gemaakt als onderdeel van de ‘Healthy Rivers, Healthy People’ campagne, die uitgevoerd wordt in Guyana en Suriname. Onze rivieren staan hierin centraal: de interrelatie rivieren en gezondheid, tussen de rivier en onze toekomst is onmiskenbaar. De Milieu Raamwet is hiervoor onmisbaar.
Met aanname van de Milieu Raamwet zal een betere balans tussen economische groei en milieubescherming een wettelijke basis krijgen.

Wil je nog commentaar geven op de conceptwet? Mail naar projekta@sr.net voor de laatste versie van het concept. Commentaren kunnen nog tot vrijdag 21 februari gemaild worden naar DNA: feedbackwetgeving@dna.sr


De ‘Healthy Rivers, Healthy People’ campagne is onderdeel van het Shared Resources Joint Solutions (SRJS) programma, een 5-jarig strategisch partnerschap tussen IUCN Nederland en WWF Nederland dat in 16 landen wordt uitgevoerd. In Suriname zijn naast Projekta, ook de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden Suriname (VIDS), Amazone Conservation Team (ACT) Suriname, Green Heritage Fund Suriname (GHFS) en Tropenbos International Suriname (TBI-S) deel hiervan via WWF Guianas.

Video: Bescherm onze kinderen. Bescherm onze rivieren.


De Milieu Raamwet is nodig voor onze kinderen.

Projekta heeft deze video gemaakt als onderdeel van de ‘Healthy Rivers, Healthy People’ campagne, die uitgevoerd wordt in Guyana en Suriname. Onze rivieren staan hierin centraal: de interrelatie rivieren en gezondheid, tussen de rivier en onze toekomst is onmiskenbaar. De Milieu Raamwet is hiervoor onmisbaar.
Met aanname van de Milieu Raamwet zal een betere balans tussen economische groei en milieubescherming een wettelijke basis krijgen.

Wil je nog commentaar geven op de conceptwet? Mail naar projekta@sr.net voor de laatste versie van het concept. Commentaren kunnen nog tot vrijdag 21 februari gemaild worden naar DNA: feedbackwetgeving@dna.sr


De ‘Healthy Rivers, Healthy People’ campagne is onderdeel van het Shared Resources Joint Solutions (SRJS) programma, een 5-jarig strategisch partnerschap tussen IUCN Nederland en WWF Nederland dat in 16 landen wordt uitgevoerd. In Suriname zijn naast Projekta, ook de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden Suriname (VIDS), Amazone Conservation Team (ACT) Suriname, Green Heritage Fund Suriname (GHFS) en Tropenbos International Suriname (TBI-S) deel hiervan via WWF Guianas.

Video: Zonder Milieu Raamwet is er geen gezonde toekomst

Vergiftigen we de rivieren dan vergiftigen we onze kinderen en alle generaties die na ons komen. Bescherm onze kinderen. Bescherm onze toekomst.

Projekta heeft deze video gemaakt als onderdeel van de ‘Healthy Rivers, Healthy People’ campagne, die uitgevoerd wordt in Guyana en Suriname. Onze rivieren staan hierin centraal: de interrelatie rivieren en gezondheid, tussen de rivier en onze toekomst is onmiskenbaar. De Milieu Raamwet is hiervoor onmisbaar.
Met aanname van de Milieu Raamwet zal een betere balans tussen economische groei en milieubescherming een wettelijke basis krijgen.

Wil je nog commentaar geven op de conceptwet? Mail naar projekta@sr.net voor de laatste versie van het concept. Commentaren kunnen nog tot vrijdag 21 februari gemaild worden naar DNA: feedbackwetgeving@dna.sr


De ‘Healthy Rivers, Healthy People’ campagne is onderdeel van het Shared Resources Joint Solutions (SRJS) programma, een 5-jarig strategisch partnerschap tussen IUCN Nederland en WWF Nederland dat in 16 landen wordt uitgevoerd. In Suriname zijn naast Projekta, ook de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden Suriname (VIDS), Amazone Conservation Team (ACT) Suriname, Green Heritage Fund Suriname (GHFS) en Tropenbos International Suriname (TBI-S) deel hiervan via WWF Guianas. 

vrijdag 14 februari 2020

Milieu Raamwet: noodzakelijker en dichterbij dan ooit

DNA-voorzitter Jennifer Simons en WWF Guianas directeur David Singh presenteerden 13 februari de noodzaak van het goedkeuren van de Milieu Raamwet. In een bomvolle zaal in Marriott met meer dan 150 participanten van de DNA, overheidsinstellingen, NGO’s en bedrijfsleven was de urgentie van de wet het steeds terugkerend thema.
De discussieavond was georganiseerd door Projekta in samenwerking met WWF in het kader van het Shared Resources, Joint Solutions programma. Tijdens het evenement werd tevens een drietal korte filmpjes gelanceerd in het kader van de 'Healthy Rivers, Healthy People' campagne. Deze zullen binnenkort o.a. via deze blog te zien zijn.
DNA-voorzitter Jennifer Simons, tevens mede-initiatiefnemer van de
ontwerpwet, vindt het de hoogste tijd voor een Milieu Raamwet.
WWF Guianas directeur David Singh vertelde in zijn inleiding onder andere
over milieuwetgeving en -beleid in Guyana. 
Na de inleidingen van David Singh en Jennifer Simons was er een panel welke naast de inleiders bestond uit Rudi van Kanten (directeur Tropenbos Suriname), Ivette Patterzon (Coördinatie Milieu, Kabinet van de President) en Gina Griffith (NIMOS).
Er werden veel kritische vragen gesteld vanuit het publiek. Wantrouwen over of de wet wel op korte termijn aangenomen zal worden, maar meer nog of en hoe deze zal worden gehandhaafd, voerde de boventoon.

 



DNA-voorzitter Simons legde uit dat er via een speciaal emailadres (feedbackwetgeving@dna.sr) feedback gegeven kan worden op de conceptwet en benadrukte hoe belangrijk dit is. Moderators Sharda Ganga en Annette Tjon Sie Fat moedigden iedereen aan om hun commentaar naar DNA te sturen. 

vrijdag 7 december 2018

EU Human Rights Award uitgereikt aan Elfriede Cederboom-Ritfeld

Elfriede Cederboom-Ritfeld ontvangt de
EU Delegantion's Human Rights Award uit de
handen van EU-ambassadeur Jernej Videtič
Ter gelegenheid van de Dag van de Rechten van de Mens is de EU Delegation’s Human Rights Award 2018 uitgereikt aan Elfriede Cederboom-Ritfeld. De award is uitgereikt als feestelijke afsluiting van een informatieve seminar ‘Presentation on Human Rights - Fight Against Domestic Violence’ welke plaatsvond in de ballroom van Lalla Rookh op donderdag 6 december.

Voordat EU-ambassadeur Jernej Videtič de award uitreikte, hebben Sharda Ganga van Projekta, Advocaat Generaal Carmen Rasam en DNA-voorzitter Jennifer Geerlings-Simons gesproken over huiselijk geweld en de strijd die geleverd is en nog steeds wordt om hier een einde aan te maken. Tevens zijn er video’s vertoond waarin mevrouw Cederboom spreekt over deze strijd en waarin anderen hun dank uitspreken naar het baanbrekende werk dat zij heeft verzet. De films zullen later via deze website te bekijken zijn.

Hieronder vindt u de biografie van mevrouw Cederboom-Ritfeld welke is tijdens de awarduitreiking is voorgelezen.

Elvia Elfriede Cederboom-Ritfeld is ruim 45 jaar actief geweest in de vrouwenbeweging in Suriname. In 1968 werd ze bestuurslid van de Algemene Vrouwen Organisatie (ASVO), die zich in 1970 aansloot bij de Nationale Vrouwen Raad van Suriname (NVR), een paraplu-organisatie.
De NVR richtte zich op het verbeteren van de rechtspositie van de Surinaamse vrouw, en was, met name in de periode 1975-1982, nadrukkelijk aanwezig in het publiek debat om aandacht te vragen voor politieke en sociaal-economische vraagstukken de Surinaamse vrouw rakende.

De Verenigde Naties kondigde in 1975 het eerste Internationaal Jaar van de Vrouw af. Tijdens de VN Conferentie in Mexico werden zowel overheden als vrouwenorganisaties aanbevolen om over te gaan tot het opzetten van een Nationaal Bureau voor de Vrouw. De NVR pakte die aanbeveling meteen op, en startte in 1976, mede dankzij de niet aflatende inzet van mevrouw Cederboom, het "Documentatie Voorlichting en Adviesbureau voor de Vrouw”. In die tijd waren dit zeer revolutionaire ontwikkelingen in de strijd voor vrouwenrechten.

Vanuit haar werk op het adviesbureau merkte mevrouw Cederboom dat huiselijk geweld tegen vrouwen een groot probleem was, dat steeds meer zichtbaar werd, maar waar nauwelijks iets aan gedaan werd. Er was bijvoorbeeld geen opvang voor de vrouwen die slachtoffer waren van huiselijk geweld. Zo kwam zij ertoe om de Stichting Tehuis voor Vrouwen in Crisissituatie (STICRIS) in 1981 op te richten, en startte het moeizame proces van fondsenwerving. Uiteindelijk kon STICRIS, ondersteund door lokale donoren als de Suralco en Staatsolie, in 1985 van start gaan met een eerste bescheiden vrouwenopvang van zeven kamers. Het tehuis met perceel was een schenking van de Stichting Liefde. Het was krakkemikkig, maar het tehuis stond er en was vanaf dag 1 vol. In 1994 maakten fondsen vanuit de Nederlandse en Belgische ontwikkelinghulp, de Nederlandse Ambassade en het Koningin Juliana Fonds een grote verbouwing en uitbreiding mogelijk.  Het ministerie van Sociale Zaken stelde ook een maatschappelijk werkster ter beschikking.

Toen het tehuis in december 2012 in vlammen opging vond mevrouw Cederboom, toen 82 jaar oud en toen al wat minder actief, het meer dan tijd het stokje over te dragen aan een jonger bestuur. Het nieuwe  bestuur hoopt dat zij binnen ongeveer een jaar te kunnen starten met de herbouw van het tehuis. Op deze manier kan het vrouwenopvangwerk, het levenswerk van mevrouw Cederboom, hopelijk worden voorgezet.

Er werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om ook andere vrouwen extra te bedanken voor hun bijdrage aan de strijd tegen huiselijk geweld. Op deze foto boven v.l.n.r. Sharda Ganga, Jennifer Geerlings-Simons, Betty Sabajo-Cederboom, Jernej Videtič, Geeta Harpal, Henna Guicherit, Nadia Raveles, Wiedia Jawalapersad - Badrie; onder: Elfriede Cederboom-Ritfeld, Irma Loemban Tobing, Sheila Ketwaru-Nurmohamed, Carmen Rasam. 
Carmen Rasam

DNA-voorzitter Jennifer Geerlings-Simons



DNA-leden Karta-Bink en Maabo
Nadia Raveles

Sharda Ganga presenteert 'Hear us Now', een programma waarbij de
capaciteit van sport-, cultuur- en gemeenschapsorganisaties versterkt wordt om
op een positieve manier bij te dragen aan het tegengaan van huiselijk geweld
en geweld tegen vrouwen en kinderen

maandag 9 april 2018

Gezondheidszorg voor iedereen, overal

Op 7 april was het Wereldgezondheidsdag, welke jaarlijks door de Wereldgezondheidsorganisatie (World Health Organization, WHO) gehouden wordt. Tevens werd op deze dag het 70-jarig bestaan van de organisatie herdacht. In Suriname organiseerde de regionale gezondheidsorganisatie Pan American Health Organization (PAHO) op vrijdag 6 april een nationaal debat.

Sharda Ganga, directeur van Projekta, hield een inleiding, waarbij zij de nadruk legde op het universele recht op gezondheidszorg, voor iedereen, overal. Gelijke toegang is gebaseerd op het principe van solidariteit en het uitbannen van ongelijke toegang moet onze prioriteit hebben.

De problemen met het gebrek aan transparantie en accountability zijn ook in de gezondheidszorg groot. Ganga vroeg aandacht vroeg voor de driedubbele rol van civil society: zij zijn zowel dienstverleners, als pleitbezorgers (advocates) voor rechtvaardig beleid en wetgeving, als een watch dog. In deze laatste rol ligt voor civil society organisaties de taak om de regering, maar ook bijvoorbeeld ziekenhuizen en verzekeringsmaatschappijen te controlen op de uitvoering van hun taken en verantwoordelijkheden.

Kort samengevat is een participatieve benadering is hetgeen we dringend nodig hebben, waarbij structurele dialoog en investeringen in civil society om haar driedubbele rol te kunnen uitvoeren van essentieel belang zijn.

Lees de gehele inleiding (in het Engels) hieronder.

Universal Health Coverage, everyone, everywhere

World health day dialogue- PAHO-Suriname, 6 april 2018, Ballroom Torarica

Here is an almost universal truth: when you are healthy, you don’t think about health care. It is when you loose the battle against a tiny mosquito and suddenly find yourself fighting for your life in a broken down hospital bed, and have to deal with toilets with no running water, that you realize: thank god I just started a job that covers my insurance. That was almost 20 years ago, and the first time I realized not just the importance of health coverage, but also how health care is the most important indicator of inequality.

Because after 3 days of utter misery in the third class ward, I was moved, by the grace of friends, to the second class- which was pure heaven in comparison. I felt a bit guilty that I was so happy to leave my fellow 3rd class patients behind, and embarrassed at how easily I forgot that one aspect that underlies the idea and the practice of universal health care: solidarity.

Last year I was again confronted with how unjust access to health care is- when a close relative was able to receive world class treatment outside of Suriname, simply because of the generosity of employers. Isn’t that the most offensive idea: that your right to live and the quality of care you can access, depends on your choice of job, and your socio economic circumstances.

Health care must be framed as a universal right, it’s access based on the principle of solidarity, and eradicating inequal access must be our priority.

It does come at a steep price, but are we sure that the price we are paying is the real price or are we paying way too much, and what are we actually paying for? Access to health care has been used as a political tool for too many years, for example- and we are still paying the price for the culture of garnering votes through distribution of ‘datra karta’, in the worst case using public service jobs as a gateway to the ‘datra karta’.

Non transparency, a lack of accountability, horrendous management and business practices, lack of checks and balances- the whole plethora of bad governance practices: they come at a steep price.

So this is one of the roles that civil society must take up, and wants to take up: holding duty bearers accountable. But civil society has more roles to play- what we call the triple role:

The first role is as Service providers- as through the Medical Mission, Stichting Lobi, the Diabetes Education One Stop Shops, and countless others, delivering essential services and creating public awareness. That is the role that governments and international organisations are comfortable with us playing, and would like to see us performing- how do I know that? Because that is usually the only type of program that they are willing to fund. And even then, they have us jump through hoops.

But civil society also has a role as Advocates-for citizens, healthy or not. We see a greater understanding of this role emerging- through for example, the Alzheimers Foundation, and Stichting Wiesje, who are now starting to understand that they need to move beyond service provision and need to advocate for legislation and policy change in order to have sustainable results that will truly benefit their constituents.

We do need to hear more from the citizens, the rights holders. For example, in the health care debate we witnessed the past months, we only heard governments and service providers- doctors, hospitals etc-, fighting over money. What we missed is that third voice- of citizens advocating for and demanding affordable, effective and efficient services, and having a say in how to achieve that.

The third role of civil society I already mentioned- the watch dog role, to hold all duty bearers accountable, not just the government, but also the insurance companies, the international organisations, the hospitals, the Vereniging van Medici, all health professionals, and service providers.

The other side of accountability is voice- you can only demand accountability if your voice is strong enough to be heard. Civil society must empower citizens to use their voice to claim their rights to access, and quality of care. But empowerment only makes sense if there are mechanisms in place for protection, so that you can dare claim your right and hold duty bearers accountable, without the fear that it would anger your doctor, or your insurance company to the point that your claim for your rights puts your health in jeopardy.

So ultimately, civil society must hold governments and partners, all duty bearers accountable, and empower citizens to claim their rights. But duty bearers need to ensure that citizens’ voices are heard, so that health systems are responsive to people’s needs.

In short: we need a more participatory approach, with structured dialogue, and investment in civil society’s capacity to undertake that triple role, not just as service providers.

Sharda Ganga
PROJEKTA &
Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI)

donderdag 1 februari 2018

PROJEKTA ontvangt EU Human Rights Award


EU Ambassadeur Jernej Videtič overhandigt de Certificate of
Appreciation aan Projekta-voorzitter Annette Tjon Sie Fat
De ambassadeur van de EU voor Guyana, Suriname en de Nederlandse overzeese gebieden en territoria, Jernej Videtič, overhandigde op maandag 29 januari een mensenrechten-award aan Projekta-voorzitter Annette Tjon Sie Fat. Deze “Certificate of Appreciation” werd uitgereikt aan Projekta ter gelegenheid van de Internationale Dag van de Rechten van de Mens, als erkenning voor de grote bijdrage van Projekta aan de bevordering van mensenrechten, goed bestuur en gendergelijkheid in Suriname.

Dit was de symbolische overhandiging van de award, die officieel werd uitgereikt in een speciale ceremonie op 8 december 2017 in Guyana. Daar nam Riane de Haas-Bledoegde award in ontvangst namens Projekta. Tijdens de uitreikingsceremonie werd er over het werk van Projekta gezegd dat zij zich in de afgelopen 25 jaar ontwikkeld  heeft tot the forefront of Civil Society in Suriname”. 
In Guyana neemt Riane de Haas-Bledoeg
op 8 december 2017 namens Projekta
de award in ontvangst
Als een organisatie die haar werk baseert op een mensenrechtenbenadering van ontwikkeling, richt het werk van Projekta zich op de interconnectie tussen mensenrechten, democratie en goed bestuur, met een speciale focus op gendergelijkheid en vrouwenrechten. Onder andere door middel van onderzoek, advocacy, en capaciteitsversterking van rechthebbenden en plichtdragers heeft Projekta een goed deel van de civil society in Suriname weten te motiveren en versterken in het promoten van een gezamenlijke mensenrechten-agenda door het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) op te richten. BINI is binnen korte tijd uitgegroeid tot het meest zichtbare en productieve netwerk van civil society organisaties en maatschappelijk betrokken individuen in Suriname.  

Projekta heeft mede dankzij financiële ondersteuning via het European Instrument for Democracy and Human Rights (EIDHR), het eerste BINI-Beleidsmonitoringrapport gerealiseerd. Het EIDHR is het thematische instrument ter ondersteuning van civil society projecten over de hele wereld die gericht zijn op de bevordering van mensenrechten en democratie. 

Directie en bestuur van Projekta & EU-vertegenwoordigers
Voor Projekta is de award extra bijzonder omdat zij dit jaar haar 25-jarig bestaan viert. Tevens staat 2018 voor Projekta in het teken van 10 jaar Democratiemaand. Dit zal gevierd worden door het hele jaar door thematische lezingen en discussie-avonden te organiseren, waarbij telkens een ander thema gerelateerd aan mensenrechten en democratie in Suriname besproken zal worden.

Op maandag 29 januari tekenden de EU-ambassadeur Jernej Videtič en Sharda Ganga, de directeur van Projekta, ook het contract voor het project “Hear us Now: Bringing the Voices of Local Communities into the National Dialogue against Domestic and Sexual Violence”. Lees via de volgende link meer over dit project dat ernaar streeft om de betrokkenheid van lokale gemeenschapsorganisaties in tegengaan van seksueel en huiselijk geweld te vergroten.

woensdag 31 januari 2018

PROJEKTA en EU ondertekenen project sport- en cultuurorganisaties tegen huiselijk en seksueel geweld

Projekta-directeur Sharda Ganga en EU Ambassadeur
Jernej Videtic ondertekenen het contract
De ambassadeur van de EU voor Guyana, Suriname en de Nederlandse overzeese gebieden en territoria, Jernej Videtič en de directeur van Projekta, Sharda Ganga ondertekenden maandag 29 januari 2018 het contract voor het project “Hear us Now: Bringing the Voices of Local Communities into the National Dialogue against Domestic and Sexual Violence”.

Het project wordt gefinancierd via het European Instrument for Democracy and Human Rights (EIDHR), het thematische instrument ter ondersteuning van civil society projecten over de hele wereld die gericht zijn op de bevordering van mensenrechten en democratie.

Dit is de tweede keer dat Stichting Projekta een grant ​​ontvangt via het EIDHR. Met behulp van de eerste grant ​​heeft Projekta de oprichting van het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur, en o.a. het eerste BINI-Beleidsmonitoringrapport gerealiseerd.

Het huidige project streeft ernaar om de betrokkenheid van lokale gemeenschapsorganisaties in tegengaan van seksueel en huiselijk geweld te vergroten. Het project richt zich op gemeenschaps-, sport- en cultuurorganisaties in de districten Paramaribo, Wanica en Para. Coaches, activiteitenleiders en besturen van deze gemeenschapsorganisaties zullen worden versterkt om bewustwording en preventie van seksueel en huiselijk geweld op te nemen in hun reguliere activiteiten. Organisaties die meedoen aan het programma kunnen ook in aanmerking komen voor fondsen om activiteiten uit te voeren voor bewustwording en tegengaan van seksueel en huiselijk geweld.

Projekta-directeur Sharda Ganga en EU Ambassadeur
Jernej Videtic
Daarnaast biedt het project leden van maatschappelijke organisaties de mogelijkheid deel te nemen aan een proces van capaciteitsopbouw, met training en begeleiding, om de zichtbaarheid en stem van de meest kwetsbare maatschappelijke groepen op nationaal niveau te vergroten over huiselijk en seksueel geweld en andere aanverwante beleids- en mensenrechtenkwesties. Het project is begroot op Euro 100.000,- waarvan Projekta zelf een deel inbrengt.

De EU-ambassadeur benadrukte dat mensenrechten de rode draad is die loopt door het buitenlands beleid van de Europese Unie en haar lidstaten, en dat er speciale aandacht wordt besteed om minderheden, sociale groepen en civil society te versterken om hun stem te laten horen. De EU blijft betrokken in dialoog met Suriname en met verscheidene NGO's in het land om samen te werken aan mensenrechtenkwesties, zoals het bevorderen van vrouwenrechten en kinderrechten, het tegengaan van mensenhandel en van discriminatie op basis van seksuele oriëntatie; en het verdedigen van burger-, politieke, economische, sociale en culturele rechten.

vrijdag 8 december 2017

De kracht van sport-, cultuur- en buurtorganisaties

Deel 2 uit een serie van 4 (themadag: Samen Sterk, afsluiting ABCS-programma)

Tijdens de Themadag over sport en cultuur voor ontwikkeling hield Ward Karssemeijer, sport en ontwikkeling medewerker bij International Sport Alliance (ISA) een inleiding over het thema ‘sport als instrument voor lokale en persoonlijke ontwikkeling’. Karssemeijer is tijdens zijn inleiding ingegaan op hoe ISA in de diverse landen waar zij actief is, sport inzet voor de ontwikkeling van jongeren. Ter illustratie zijn Afrika (Mali, Kenia en Egypte) en Indonesië genoemd, waarbij jongeren door middel van sport leren samenwerken, relaties opbouwen, vrienden maken en omgaan met conflicten. 

Het is de bedoeling dat jongeren deze vaardigheden vertalen naar het dagelijks leven, gaf de ISA-medewerker aan. Ook de rol van de coaches werd benadrukt: “Coaches zijn degenen met wie jongeren dagelijks contact hebben en zij hebben invloed in hun leven. Coaches moeten versterkt worden en de juiste ondersteuning krijgen opdat zij in staat zijn samen met de jongeren het juiste pad te vinden”.

Karssemeijer stond ook stil bij het belang van het creëren van mogelijkheden voor meisjes om aan sport te doen. In dat kader noemde hij het voorbeeld van Mali, waarbij door de introductie van frisbees, meisjes konden meedoen aan de activiteiten van de organisatie. Deze actie was succesvol, omdat het frisbee spel niet verbonden was aan percepties over mannelijkheid of vrouwelijkheid. Frisbee boodt deze mogelijkheid omdat het in Mali een nagenoeg onbekende sport was.

De link tussen sport en werkgelegenheid werd ook door de inleider aangehaald. Hij deelde het publiek mee dat samen met de jongeren sportevenementen werden georganiseerd voor bedrijven.  Hierdoor doen de jongeren kennis op waarmee zij uiteindelijk een bedrijf kunnen opzetten en deze diensten aanbieden. De bedrijven, als zij onder de indruk zijn, kunnen de jongeren ook werk aanbieden.

De kracht en zwaktes van organisaties
In haar presentatie ‘Kracht en Zwakte: Capaciteit van Sport- en Cultuurorganisaties’, ging Sharda Ganga in op de samenstelling en het functioneren van besturen van de organisaties. Wat hierin opvalt is de grootte van besturen (met vaak nog twee penningmeesters of secretarissen) en het feit dat er opvallend weinig eisen gesteld worden aan de capaciteiten van bestuursleden: ‘ze moeten het willen’ is vaak het enige criterium voor deelname aan het bestuur. 

Ganga gaf ook aan dat hoewel de meeste organisaties een behoorlijke mix aan inkomstenbronnen hebben, zoals sponsering en contributie, de meeste organisaties fundraisingsactiviteiten uitvoeren voor eenmalige uitgaven zoals een optreden of een buitenlandse competitie, en niet voor verduurzaming en uitbreiding van hun eigen activiteiten.

Versterken van organisaties zodat zij meer impact kunnen hebben kan alleen als de besturen en de coaches daar ‘ready’ voor zijn, en die readiness inderdaad willen en kunnen vertalen in het vrijmaken van tijd, aldus de inleider. Dit zijn enkele van de uitkomsten van de verschillende onderzoeken die Projekta de afgelopen periode heeft uitgevoerd in het kader van de Themadag en de afsluiting van het ABCS-programma.

Aansluitend op deze presentatie werd er een paneldiscussie gehouden. Het panel bestond uit Darell Geldorp, artistieke leider van Naks Wan Rutu; Sharon Pawiroredjo, secretaris van Vereniging Herdenking Javaanse Immigratie (VHJI); Regillo Karijodrono, coördinator Moengo Schaak-, Dam- en Badmintonvereniging; Salome Veerman van Stichting Community Tennis Suriname; Marcel Pinas van KIBII Foundation; en Dweight Warsodikromo van 4S Dance Ensemble. Zij gingen in op wat volgens hen het geheim is van het succes van hun organisatie. Het betrekken van de doelgroep en gemeenschap bij het plannen en uitvoeren en het actief zoeken naar partnerschappen op lokaal en ander niveau, bleken keer op keer de belangrijkste factoren.

Opgroeien in organisaties
De kracht van sport en cultuur organisaties kwam ook naar voren door het verhaal van Sarfina Naarden. Sarafina is vanaf het begin verbonden geweest aan het ABCS-programma. Zij heeft met haar verhaal aangetoond, welke rol actieve participatie binnen organisaties in het leven van jonge personen kan spelen. Zij was onder andere Millennium Development Youth Officer en is lid geweest van de Youth Advocacy Movement (YAM), Leo Club Gadotjo, het Jeugdparlement, Naks Wan Rutu en Naks Alafiri. Sarafina wilde altijd de wereld helpen veranderen. Door lidmaatschap in diverse organisaties heeft ze met verschillende projecten invulling hieraan kunnen geven. Aan haar leeftijdsgenoten had ze de volgende boodschap: “ga op zoek naar jezelf. Sluit je aan bij verschillende organisaties. Er is geen betere manier om jezelf te ontwikkelen.” 

In het volgend deel vertellen we meer over de rol van organisaties in de ontwikkeling van jongeren. Voor meer informatie over de themadag klik hier.