Posts tonen met het label VIDS. Alle posts tonen
Posts tonen met het label VIDS. Alle posts tonen

vrijdag 5 mei 2023

BINI ondersteunt eisen VIDS




De voorzitter van VIDS, dorpshoofd Muriël Fernandes, gaf recentelijk op een training over huiselijk geweld aan, dat het niet erkennen van de grondenrechten van Inheemse en Tribale Volken ook een vorm van geweld tegen vrouwen is. Zij legde uit dat het de vrouwen zijn die brandhout gaan halen, en steeds verder moeten lopen; vrouwen die hun kostgrondjes gaan bewerken, en ineens geconfronteerd worden met graafmachines; vrouwen die dankbaar gebruik maken van het bos om levensmiddelen, medicinale planten, natuurproducten en sieraden te produceren (denk aan vruchten, noten, zaden en olie), zien het bos om hun dorp verdwijnen. Maar ook voor mannen wordt het steeds moeilijker om wild te vinden of hout voor eigen gebruik te oogsten, niet in de laatste plaats door allerlei industriële activiteiten in het Inheems grondgebied. Het niet erkennen van collectieve grondenrechten wil zeggen het niet erkennen van de levenswijze, cultuur en identiteit van Inheemse en Tribale volken, voor wie het bos een deel van hun leven is en omgekeerd; het bos is een voedselschuur, een apotheek, en een leverancier van bouwmaterialen en gebruiksartikelen is. Het uitgeven van concessies in woon-en leefgebieden is een aanslag op het leven van de gemeenschappen aldaar. Vervuiling en vergiftiging (kwik in water en vis) vormen een verdere aanslag op de gezondheid.

De strijd voor recht en gerechtigheid voor Inheemse en Tribale volken in Suriname duurt al tientallen jaren. Alhoewel organisaties als VIDS, VSG en KAMPOS steeds weer oproepen tot dialoog en structurele oplossingen, tonen opeenvolgende regeringen steeds weer dat zij niet serieus zijn. De Staat Suriname legt zelfs diverse vonnissen van het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens stelselmatig naast zich neer: sinds 2005. Daarnaast heeft elke regering tot nu toe geweigerd de ILO Conventie 169 te ratificeren, die de rechten van Inheemse en Tribale volken vastlegt; én de plichten van ratificerende staten jegens hen.

Ook de United Nations Declaration on the Rights of Indigenous Peoples (UNDRIP) die Suriname in 2007 heeft goedgekeurd, wordt niet nageleefd. De UNDRIP erkent de grondenrechten van Inheemse volken, alsook hun recht op voortbestaan binnen hun nationale samenlevingen, hun zelfbeschikkingsrecht waaronder het recht om hun eigen instellingen op te richten en het pad van hun eigen ontwikkeling te bepalen. UNDRIP roept regeringen ook op om de betrokken volkeren te raadplegen met betrekking tot wetgevende of bestuurlijke maatregelen die hen rechtstreeks kunnen raken, en stelt het recht van deze volkeren vast om deel te nemen aan besluitvormingsprocessen met betrekking tot beleid en programma’s die hen aangaan (free, prior and informed consent, FPIC).

De gewelddadige uitbarsting bij Pikin Saron is te betreuren. Ook BINI keurt geweld en vernielingen ten zeerste af, zelfs als het door sommigen als een tegenactie tegen langdurige aanvallen wordt beschouwd. We verwachten wel dat het incident zal leiden tot voortvarender besluitvorming en vooral concrete actie om de grondenrechten en andere collectieve rechten van Inheemse volken en Tribale volken wettelijk te erkennen, en uitvoering te geven aan de desbetreffende vonnissen van het Inter-Amerikaans Hof voor Mensenrechten.

BINI ondersteunt de rechtvaardige eis van de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname (VIDS) om uiterlijk vrijdag 5 mei 2023 alle uitgegeven concessies in de traditionele woon- en leefgemeenschappen in te trekken en de eis tot een grondig onderzoek naar de exacte toedracht van het doodschieten van twee jongemannen door de politie.

BINI- Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur

vrijdag 29 oktober 2021

Consultant gezocht: inheemsen in actie tegen geweld tegen vrouwen & meisjes

Projekta en de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname zoeken een consultant voor het uitvoeren van een baseline studie voor het 3-jarig project ‘Inheemsen in Actie tegen Geweld tegen Vrouwen en Meisjes’. 

De Terms of Reference vindt u hier: https://drive.google.com/file/d/1PDNIQ734eQg0ZguDcXJ9f-3v1UibGwQM/view?fbclid=IwAR1NNpPkGETUnBZpFljIPFytoILkP9VjSVovlKdrRE5abLRuipL3dxbTAX0

De deadline voor het indienen van offertes is vrijdag 12 november 2021. 


dinsdag 1 augustus 2017

Opgedane kennis PCM-training verder verspreiden

Op zaterdag 29 juli 2017 vond de certificaatuitreiking plaats van een Project Cycle Management training die Projekta verzorgde voor verschillende gemeenschapsorganisaties en andere non-profit organisaties in Para. Deze training was onderdeel van het project 'Capacity strengthening of current and future community-based organizations’, welke Projekta met financiering van de Alcoa Foundation uitvoert. De training was niet alleen gericht op het schrijven van projecten maar ook het beheren van het proces tijdens de uitvoering.

De certificaten zijn uitgereikt aan 17 deelnemers van 10 organisaties: de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname (VIDS), het Jongerenbestuur van Witsanti, de Stichting Beheer te Goed en Plantage Onoribo, de Double Positive foundation, de Stichting Pali-Wanita, de Jongerenvereniging Para, het dorpsbestuur van Matta, het Ondernemersplatform Para, de Stichting Witsanti Educatief Centrum, het Commissariaat van Para en de Stichting Jeugdwerk Zanderij en Omgeving.


Toepassing van de opgedane kennis

Voorafgaand aan de uitreiking, hielden deelnemers Sahira Poeketie en Thea Romalho een presentatie over hoe zij de nieuwe kennis hebben kunnen inzetten in de praktijk. 

Sahira Poeketie (jongerenbestuur Wit Santi): “Voorafgaand aan de training waren we al bezig met een project. Dit project voeren we met eigen middelen uit. Wij houden snoeppauzes en fundraising op school, en alle begeleiders dragen elke maand SRD 5 uit hun salaris bij. Zo zijn we elke zaterdag bezig met de kinderen. Ze verheugen zich er op, en vragen al vanaf woensdag ‘is het al weekend’? Door middel van sport en spel brengen we ze van alles en nog wat bij. Wat ik heb geleerd uit de training is vooral hoe te organiseren, dat je niet altijd alles zelf moet doen. Zo heb ik dan een team van mensen die samen het werk verdeelt en uitvoert.”

Thea Romalho (basja van Witsanti, deelnemer namens de VIDS): “We leren ze ook zuinig te zijn op het milieu, en alle spullen steeds na afloop op te ruimen. Ik heb ook geleerd om alles op te schrijven. Ik heb ook geleerd om niet te oordelen. Dat is vooral belangrijk als je met kinderen werkt, vooral als de kinderen van allerlei verschillende thuis situaties en problemen komen. We hebben ook geleerd om alle kosten mee te nemen, zelfs kosten waar je in het begin niet aan zou denken.”


De projectvoorstellen

Verder hebben Melisa Wongsodikromo van stichting Pali Wanita en Idris Fredison van de Vereniging voor Inheemse Dorpshoofden in Suriname (VIDS)  de projectvoorstellen gepresenteerd, welke ze onder begeleiding van Projekta, gedurende de training hebben uitgewerkt.

Het projectvoorstel van Pali Wanita heette “Kinderen leren op een milieuvriendelijke manier gewassen te telen in een plantenkas”. Het projectvoorstel is erop gericht het tekort aan operationele middelen van de St. Ferdinand school te verkleinen. De St. Ferdinand school beschikt reeds over een plantenkas welke gebrekkig functioneert. Door de plantenkas te renoveren, een onderhoud- en beheerssysteem samen te stellen en de studenten van de 7e leer jaar samen met hun ouders en leerkrachten te trainingen in het telen van groenten in een plantenkas zal getracht worden inkomsten voor de school te verdienen, en zullen deelnemers ook bewust gemaakt worden van de relatie tussen klimaatsverandering en voedselzekerheid. Een van de subdoelen van het project is dat de deelnemers ook thuis groeten zullen telen volgens de aangeleerde technieken.

Namens de VIDS presenteerde Idris Fredison het projectvoorstel “Motivatiekamp en sessies ter verhoging van schoolprestaties van leerlingen van LBO Zanderij 1’’. Gelijk aan de titel is het projectvoorstel erop gericht om de schoolprestaties van de leerlingen van LBO Zanderij 1 te verhogen. Door een motivatie-kamp en follow-up motivatiesessies te organiseren voor de studenten en regelmatig gesprekken te hebben met de ouders en leerkrachten zal getracht worden de schoolprestaties van de studenten te verhogen. 

Hart onder de riem

Mevrouw Sandra Nijman, Districtssecretaris van Para, vertegenwoordigde de districtscommissaris van Para bij de uitreiking. Zij sprak haar waardering uit over het feit  dat de training is verzorgd speciaal voor Para. Ze benadrukt dat het belangrijk is dat de opgedane kennis vooral wordt doorgegeven aan de gemeenschap en niet blijft bij deze groep deelnemers. Ze sprak de hoop uit dat er in de toekomst weer een project cycle management training zal zijn en waaraan nog meer organisaties zullen deelnemen.

Dhr. Hendrik Fonkie van de Community Relations van de Suralco voerde het woord namens de Alcoa Foundation. 
Hij zei heel blij te zijn met deze groep trainees, die bijzonder veel enthousiasme en inzet hebben getoond. Hij benadrukte dat de Alcoa Foundation liever investeert in dit soort trainingen in plaats van gebouwen opzetten, zodat gemeenschappen leren om zelf geld te genereren om zelf gebouwen op te zetten en te beheren. Hij herhaalde hoe belangrijk het is dat zij de opgedane kennis verder verspreiden.


vrijdag 14 oktober 2016

Actieve Participatie van de bewoner van Matta in agrobiodiversiteitsproject van het Celos

Op woensdag 12 oktober 2016 was Projekta mee op veldbezoek met het Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek in Suriname (CELOS) in Matta. Het doel van ons bezoek was om te observeren hoe het project dat het CELOS samen met de bewoners van Matta uitvoert verloopt. PROJEKTA door de Alcoa Foundation gevraagd om organisaties te trainen en begeleiden in het proces van projectaanvraag, -uitvoer en -rapportage. Door met de organisaties het veld in te gaan, hopen wij hun beter te kunnen begeleiden in de uitvoering en rapportage.
Het CELOS voert een agrobiodiversiteitsproject uit dat de mensen van Matta moet helpen om hun gewassen te conserveren. Dit doen ze al op hun traditionele manier, immers zijn het voornamelijk gewassen die reeds generaties wordt verbouwd. Anwar Helstone van het CELOS gaf aan dat zij prefereren het bestaande (traditionele) systeem van planten en conserveren te versterken, in plaats van voor de planters onbekende technieken op te dringen.

Tijdens eerdere sessies, veld- en huisbezoeken hadden de bewoners de gelegenheid om deze vijf gewassen aan te geven. Ook zijn er 22 kostgronden bezocht en is er daar met de planters gesproken over welke gewassen prioriteit genieten. De economische potentie, maar meer nog of het een traditioneel gewas is, waren hierbij doorslaggevende argumenten. De sessie van afgelopen woensdag was bedoeld om definitieve keuzes te maken. De bewoners kregen de ruimte om dit nogmaals onderling te bespreken, ook vanwege het feit dat er een paar nieuwe mensen bij deze meeting aanwezig waren. Hiernaast is ook besproken of de boeren op hun eigen kostgrond willen conserveren of dat ze dit op een centrale plek wilden doen. De bewoners kozen ervoor om dit te doen op hun eigen kostgrond. Het conserveren van de gewassen op een gezamenlijke plek zou meer coördinatie vereisen en de bewoners gaven aan dat dit momenteel niet werkbaar is.

FPIC


Alvorens een project uit te voeren, moet de gemeenschap op wie het betrekking heeft over voldoende informatie beschikken, opdat zij een geïnformeerd besluit kunnen maken over de activiteiten die een organisatie in hun woon- en leefomgeving wil uitvoeren. Hoe gaat het hun leven beïnvloeden, hoe hebben zij en hun nageslacht voordeel aan? Om de bewoners van Matta te helpen om de voorwaarden voor het verlenen van toestemming aan CELOS samen te stellen, heeft zij de hulp van de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname (VIDS) ingeroepen. De bewoners waren blij dat hun eigen organisatie, zoals zij dat zelf benadrukten, betrokken was in het geheel en geloven dat er hierdoor een overeenkomst zal uitvloeien die voordelen heeft voor betrokken partijen. Dit wordt Free prior and informed consent (FPIC) genoemd.
Vervolgens heeft het CELOS het voorstel gedaan om een uitwisseling te doen met de twee andere dorpen die ook deelnemen aan dit project. Dit is een behoefte die de vertegenwoordigers van organisaties tijdens een bijeenkomst op het CELOS vorige maand hadden geuit. De twee andere dorpen zijn Asigron en Ricanoumofo. De bewoners zullen de planning zelfs ter hande nemen. Hierdoor wordt ook meteen aan capaciteitsversterking gedaan.


Begeleiding door PROJEKTA


In februari 2015 riep de Alcoa Foundation organisaties op om projectideeën in te dienen bij PROJEKTA. Eerder werden projectvoorstellen rechtstreeks ingediend bij de afdeling Community Relations van Suralco. Zij ontvingen echter vaak projectvoorstellen die niet aan de voorwaarden van de Alcoa Foundation voldoen, waardoor organisaties en gemeenschappen in de gebieden waar Suralco werkte, vaak onvoldoende gebruik konden maken van de mogelijkheid om projecten financieel te laten ondersteunen. PROJEKTA is vanwege haar ruime kennis en ervaring met het werken met gemeenschapsorganisaties en het uitvoeren van soortgelijke programma’s, door de Alcoa Foundation gevraagd om de organisaties te trainen en begeleiden in het proces van projectaanvraag, -uitvoer en -rapportage.
Naast de nieuwe projecten die resulteerden uit de de oproep van februari 2015, begeleidt PROJEKTA ook organisaties die eerder een donatie ontvingen en nog bezig zijn met de projectuitvoer en/of rapportage. Voorbeelden hiervan zijn Caribamboo, de Pater Ahlbrinck Stichting (PAS) en ProHealth.


Lees via de volgende links meer over het capaciteitsversterkingsprogramma van PROJEKTA:

·                     Green Heritage Fund start project op Brownsweg
·                     Overweldigende belangstelling voor fondsen Alcoa Foundation
·                     Langatabiki: hier zijn we
·                     Met het Surinaamse Rode Kruis op bezoek in Brokopondo
·                     Kinderen in Brokopondo werken aan rampenbestrijdingsplan

woensdag 13 mei 2015

Presentatie Burgerinitiatief “Voor Onze Toekomst” – een fotoverslag

In een afgeladen zaal van Courtyard Marriott presenteerde het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur, maandag het document “Voor Onze Toekomst”.

Na maanden van voorbereiding, die bestond uit workshops, werkgroepbesprekingen en met name veel schrijfwerk, was het maandag dan zover: “Voor Onze Toekomst” werd openbaar gemaakt. Leden van alle politieke partijen waren hiervoor uitgenodigd, alsmede nationale en internationale maatschappelijke organisaties. De opkomst was overweldigend, iets wat voor de deelnemers van het Burgerinitiatief als de kroon op het (voorlopig) verzette werk voelde.

Wilt u meer informatie over het Burgerinitiatief, ga dan naar onze Facebook-pagina.

Zowel het volledig document als de hoofdpunten van “Voor Onze Toekomst” vindt u hier

Het “Burgerinitiatief” komt voort uit het programma “Towards a Suriname Civil Society Accountability Mechanism”, uitgevoerd door PROJEKTA  met financiering van de European Instrument for Democracy & Human Rights.

Deelnemende organisaties en personen zijn:
-        PROJEKTA
-        VES (Vereniging van Economisten in Suriname)
-        VSB (Vereniging Surinaams Bedrijfsleven)
-        VIDS (Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname)
-        Tropenbos International Suriname
-        GHFS (Green Heritage Fund Suriname)
-        Stichting Projekten Christelijk Onderwijs Suriname
-        Stichting Onderwijs EBGS
-        Stichting Ultimate Purpose
-        Lisa Best
-        Women’s Rights Centre
-        Vrouwen Parlement Forum
-        LGBT Platform Suriname
-        Stas Caribe
-        Global Shapers Paramaribo
-        Universiteitsinstituut Kinderrechten (UK)
-        Foundation for Human Development
-        Sofie Ruysschaert (WWF Guianas)
-        Monique Essed-Fernandes
-        Antoon Grunberg
-        Fenna Walhain
-        Hans Lim A Po
-        Nancy del Prado


Hieronder een fotoverslag van maandagmiddag. 

Burgeractivisten (Robby Morroy), NGO's, andere civil society organisaties, politieke partijen waren aanwezig

De laatste voorbereidingen (Annette Tjon Sie Fat, Rayah Bhattacharji en Sharda Ganga van Projekta)

Een bomvolle zaal bij de lancering van het Burgeriniatief

Henna Guicherit (WRC), Max Ooft (VIDS), Lilian Ferrier (FHD), Steven MacAndrew (VSB), Sofie Ruysschaert (WWF) en Antoon Grunberg - allen werkgroepleden van het Burgerinitiatief

Jamille Haarloo (Global Shapers), Satcha Jabbar (VES), Hans Lim A Po, Rudi van Kanten (Tropenbos Suriname) in het panel

Panel en de thema's

Riad Nurmohamed, kandidaat voor V7

Satcha Jabbar (VES), werkgroeplid van het Burgerinitiatief

Sharda Ganga (Projekta) geeft antwoord op vragen

Vincent Kenswil (en Ranny de Vries) van de IT Associatie sluiten zich meteen aan bij het Burgerinitiatief




dinsdag 12 mei 2015

VOOR ONZE TOEKOMST. Burgerinitiatief

Wij zijn burgers van Suriname en dit is onze stem.


Wij zijn een groep van maatschappelijke organisaties en individuele burgers die willen dat personen en instanties die namens ons het land regeren en ons vertegenwoordigen, meer verantwoording afleggen (rekenschap). 
Wij willen dat het altijd duidelijk is welke besluiten worden genomen en op basis waarvan (transparantie). Wij willen dat burgers meer invloed hebben op de besluiten die hun leven bepalen (participatie en zeggenschap). En vooral willen wij dat de principes van een mensenrechtenbenadering de basis vormen voor onze ontwikkeling.


Dat klinkt moeilijk.

Maar eigenlijk is het heel gemakkelijk. Wij willen een betere samenleving, waarin de mens en menselijke waardigheid centraal staan. Waarin er rechtvaardigheid is en waar een ieder zich gelijkelijk beschermd voelt door de wet. Een land waar de waarborging en beleving van de rechten van alle mensen het uitgangspunt is van wat wij allemaal doen: regering, overheid, bedrijfsleven, en wij zelf alscivil society. Dat wil zeggen: een land waar alle mensen gelijk zijn, of ze nu rijk of arm zijn, in het binnenland wonen of in de stad, jong of oud zijn, ongeacht religie, seksuele oriëntatie, of welke andere status dan ook, zoals in Artikel 8 van onze Grondwet wordt bedoeld.

In zo een land is er aandacht voor iedereen, maar vooral voor de mensen die extra aandacht nodig hebben, omdat zij minder kansen hebben(inclusiviteit).
In zo een land is er geen plaats voor vriendjespolitiek, partijbelang en corruptie.
In zo een land neemt de Staat haar burgers serieus, en is zij inderdaad dienstbaar aan alle mensen.
En als dat niet gebeurt, dan hebben wij, burgers het recht om dit alles op te eisen.

Het Burgerinitiatief is nagegaan: wat zijn voor ons de dingen die er echt toe doen op ons werkgebied? Wat zou hoog op de agenda moeten staan van elke partij en dus van elke komende regering?
Want voor ons zijn de verkiezingen slechts een momentopname. Het echte werk is het regeren.

Wij zijn burgers van Suriname; en dit is wat wij willen.

Klik hier voor de brochure met hoofdpunten. 
Klik hier voor het volledige document "Voor Onze Toekomst"

dinsdag 9 december 2014

Snapshot mensenrechten

(Eerder verschenen in de State of Democracy Nieuwsbrief 2014. Voor de volledige nieuwsbrief, klik hier)

Op 20 november 2014 organiseerde PROJEKTA de panel-discussie ‘Mensenrechten: waar staan we, waar gaan we?’ Een panel van deskundigen ging na wat de stand van zaken in Suriname is op het gebied van vrouwenrechten, kinderrechten, rechten van Inheemse volkeren, van mensen met een beperking en van LGBT. De twee kernvragen voor de avond waren: wat hebben we al bereikt, en waar moeten we met spoed aan werken?
In dit artikel beschrijven wij de belangrijkste informatie en bevindingen uit de presentaties en discussies met betrekking tot vrouwenrechten, de rechten van mensen met een beperking en de rechten van Inheemse Volkeren. Het artikel over kinderrechten, de rechten van LGBT en de rechten van ouderen vindt u hier.



Vrouwen: van genderongelijkheid naar gendergelijkheid


De Staat heeft zich gecommitteerd alle vormen van discriminatie (VN Vrouwenverdrag/CEDAW, 1993) te elimineren en geweld tegen vrouwen (Het Belém do Pará Verdrag, 2002) uit te bannen. Daarmee is zij overeengekomen dat het grondbeginsel van gelijkheid tussen mannen en vrouwen wordt geïntegreerd in onze nationale wetgeving. In de afgelopen eeuw zijn er stappen voorwaarts gezet: er zijn belangrijke wetten aangenomen op het gebied van kiesrecht, handelingsbekwaamheid, toegang tot onderwijs, huwelijkswetgeving, zedenwetgeving, en de Wet Bestrijding Huiselijk geweld. Met het aannemen van deze wetten is de positie van de vrouw verbeterd, maar is er nog geen gendergelijkheid.
Carla Bakboord, WRC
Gendergelijkheid vereist namelijk meer dan positieverbetering, het vereist een transformatie van bestaande structuren. Wij zien immers nog steeds veel ongelijkheid in het politiek machtscentrum, bestuurlijke organen, op het arbeidsveld, in het onderwijs, in verenigingen en in de sport. In gezinnen uit deze genderongelijkheid zich in de verruwing van huiselijk geweld.

De internationale verdragen worden onvoldoende nageleefd. De Commissie Genderregelgeving heeft een lange lijst van wetgeving die aangenomen of aangepast moet worden. Een paar voorbeelden: de conceptwet Seksuele Intimidatie, de conceptwet Gelijke Behandeling mannen en vrouwen, het aanpassen van de Personeelswet (schrappen van de ontslagregeling voor gehuwde vrouwen) laten allemaal op zich wachten.

Women's Rights Centre (WRC) ziet als prioriteiten voor de komende periode de doorlopende training voor leden en achterban van politieke partijen in gender, mensen- en vrouwenrechten, en het lobbyen voor een 50/50 gender quota bij de verkiezingslijsten. Daarnaast wil zij een spoedige behandeling van alle gender gerelateerde conceptwetten, de ontwikkeling van een strategie om een multisiciplinaire aanpak van partnergeweld te professionaliseren, en tenslotte de opname van vrouwenrechten, gendergelijkheid en het voorkómen van huiselijk geweld als vak in het onderwijscurriculum.



Mensen met een beperking: een vergeten groep



Natasia Hanenberg-Agard, NSBS

In 2006 werd het Verdrag voor de Rechten van Mensen met een Beperking door de Verenigde Naties aangenomen. Dit Verdrag is nooit door Suriname geratificeerd, en uit onderzoek van de Nationale Stichting Blindenzorg Suriname (NSBS) blijkt dat er geen specifieke wetten zijn die betrekking hebben op mensen met een beperking. Zonder een wettelijke basis is het moeilijk om rechten af te dwingen voor mensen met een beperking. 
De situatie van mensen met een beperking in Suriname is dan ook niet erg positief te noemen. Vooral toegankelijkheid is een grote uitdaging. Met name toegang tot gebouwen, openbaar vervoer, speciaal vervoer, onderwijs, gezondheidszorg en besluitvorming is een groot probleem.

De NSBS ziet daarom de ratificering van het Verdrag als de hoogste prioriteit. Ook pleit zij voor een overlegorgaan dat adviseert over beleidsmaatregelen en dat ook controle kan uitoefenen op de uitvoering daarvan. Het Ministerie van Sociale Zaken is enige tijd geleden met gesprekken gestart met als doel de zogeheten ‘Nationale Adviesraad voor Gehandicapten’ (NARG) nieuw leven in te blazen, maar dit initiatief ligt al bijkans een jaar stil.

Als derde prioriteit ziet de NSBS het vergroten van de maatschappelijke bewustwording over de capaciteiten van mensen met een beperking. Anders dan men denkt, zijn zij (met de juiste begeleiding) in staat om zelfstandig te wonen, zich verder te ontwikkelen, hun stem te vergroten, aan te geven wat hun behoeften zijn en hun eigen belangen te behartigen.



Inheemse volkeren: recht op zelfbeschikking


Het “zelfbeschikkingsrecht” geeft aan een ieder van ons het recht om te participeren in het democratisch proces van governance. Bovendien biedt het de mogelijkheid invloed uit te oefenen op onze eigen toekomst, zowel op politiek, sociaal als cultureel vlak. Dit recht is vastgelegd in het VN Verdrag inzage Burgerrechten en Politieke Rechten, in het Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten, en in de VN ‘Declaration on the Rights of Indigenous Peoples’.


Josee Artist, Bureau van de VIDS
Inheemse volken in Suriname hebben jarenlang vormen van nationale onderdukking van de Staat ervaren, voortgekomen uit het assimilatiebeleid van diverse overheden. Als gevolg daarvan zijn discriminatie, onderdrukking en ongelijkheid diep geworteld in overheids-, maar ook andersoortige instituties. Inheemse volken worden verhinderd om voor hun eigen wijze van bestaan te kiezen en eigen invulling te geven aan hun toekomst. Hun voorouderlijke gronden en middelen worden niet wettelijk erkend, hun systeem van democatisch zelfbestuur wordt niet erkend of zelfs bedreigd, en er worden vernietigende sociaal-economische plannen en initiatieven ondernomen onder de noemer ‘nationale ontwikkeling’ zonder inspraak van degenen die de meest schadelijke gevolgen zullen ondervinden (zoals recentelijk in het Bakhuysgebergte is geschied).

De Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname (VIDS) streeft al 25 jaar naar het beleven van het zelfbeschikkingsrecht van Inheemse volken door eigen onderzoek te doen, strategische projecten te initiëren, dorpsbesturen en instituties te versterken, te lobbyen bij overheden en parlement, te ondersteunen bij consultatieprocessen, en internationaal casussen in te dienen bij schending van de rechten van Inheemsen. Recht op collectief grondbezit en op zelfbeschikking zijn daarom voor de VIDS de belangrijkste issues als het gaat om rechten van Inheemsen in Suriname.

Voor de volledige nieuwsbrief klik hier

zondag 30 november 2014

Rechten van Inheemsen: vraag en antwoord (vervolg mensenrechtenpanel)


Bij ons Mensenrechtenpanel, op 20 november, waren er nog een aantal vragen die, vanwege het late uur, niet meer aan bod zijn gekomen. We legden ze achteraf voor aan de panelleden. Hier Josee Artist van de Vereniging Inheemse Dorpshoofden in Suriname (VIDS) aan het woord.



De Universele Verklaring (mensenrechten) en andere verdragen zijn een algemene internationale leidraad voor de bescherming van de rechten van de mens. Moeten dan de gemeenschappen die bescherming niet vertalen naar hun eigen leefomstandigheden en cultuur?
Correct; universele mensenrechten zijn inderdaad universeel en moeten inderdaad vertaald worden naar de leefomstandigheden en cultuur van inheemsen.  Dat is ook gebeurd, na heel lang aandringen van inheemse volken overal ter wereld en 23 jaar en ‘onderhandelen’ met staatsvertegenwoordigers bij de VN, en heeft in 2007 geresulteerd in de aanname door de VN (en dus de lidstaten van de VN inclusief Suriname) van de VN Verklaring inzake de Rechten van Inheemse Volken (UN Declaration on the Rights of Indigenous Peoples in het Engels; afgekort UNDRIP).  Deze verklaring doet precies dát: het “vertalen” van bestaande mensenrechten naar de leefomstandigheden en cultuur van inheemse volken.  En die leefomstandigheden en cultuur hebben een sterk COLLECTIEF karakter; inheemse volken wonen in stamverband, met een eigen gezag en bestuurssystemen, eigen historische grondgebieden waarmee er een sterke historische, culturele en spirituele verbondenheid is, bezit en gebruik van natuurlijke hulpbronnen, eigen ontwikkelingsvisie, etc. en dat alles op een collectieve manier.  De UNDRIP geeft aan inheemse volken dus geen nieuwe of andere rechten, maar dezelfde rechten op een collectieve manier geïnterpreteerd.  De UNDRIP erkent bovendien dat inheemse volken, volken zijn, gelijk aan andere volken, met het recht op zelfbeschikking, dus het recht om voor en over zichzelf te beschikken en beslissen.  Ook dit recht is niet nieuw of anders; het is erkend in de VN Verdrag inzake Burger – en Politieke Rechten (BUPO) en in het VN Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten.
Het praktische probleem is, dat regeringen, ondanks het feit dat ze de UNDRIP zelf goedgekeurd hebben, op nationaal niveau geen consequenties daaraan willen verbinden en dus geen nationale wetgeving willen maken om deze rechten te kunnen doen gelden.  Er moet dan naar internationale wegen gegrepen worden, waar het internationaal recht geldt, en daar blijkt gelukkig wel dat op grond van bovengenoemde en andere mensenrechtenverdragen, de rechten van inheemse en tribale volken wel degelijk rechtskracht hebben.  Het sprekend voorbeeld daarvan is het Saramakkavonnis tegen de Staat Suriname waarin het bovengenoemde duidelijk tot uitdrukking komt.

Zullen er of worden er reeds acties ondernomen door het traditioneel gezag m.b.t. het decentralisatieproces? Hoe zien die acties eruit? 
Het traditioneel gezag participeert ook wel in hoorzittingen.  Maar waar we eigenlijk naar streven is erkenning van het zelfbeschikkingsrecht.  Het decentralisatieproces erkent dat niet; het erkent alleen het overheidsgezag en gaat voorbij aan de werkelijke situatie waarin grote delen van de bevolking Suriname door traditioneel gezag wordt bestuurd dat in dagelijks contact met het volk staat en op een heel andere manier besluiten neemt dan overheidsmechanismen.  VIDS heeft hier vaker over geprotesteerd bij ministerie RO en bij de IDB als financierder van het decentralisatieproject maar het is praten tegen dovemansoren want het komt hen niet goed uit.  Men verschuilt zich achter de huidige, deficiënte Surinaamse wetgeving (zie ook antwoord op volgende vraag).  Er zijn voorstellen ingediend voor wettelijke erkenning van het traditioneel gezag maar de conceptwet die is gemaakt, is door één individu gemaakt zonder enige inspraak vanuit het traditioneel gezag, tegen alle afspraken in om wel degelijk effectieve participatie van het traditioneel gezag in de totstandkoming van die conceptwet te hebben.

Waarom moeten de Inheemsen speciale grondenrechten krijgen? Ze kunnen toch ook grond aanvragen of kopen, zoals alle andere mensen? 
Zie ook antwoord vraag 1.  Een belangrijk aspect is de rechtvaardigheid; de grond IS van de inheemsen; waarom zouden ze nu hun eigen grond moeten gaan aanvragen of kopen?  De kolonisatoren hebben in naam van de Koning en zelfs in naam van God, grond van de inheemse volken gestolen of op andere gewelddadige wijze afgepakt; daarna wetgeving gemaakt om die grond tot hun “eigendom” te maken; zomaar, zonder toestemming of zelfs zonder medeweten van de inheemse volken zelf.  Postkoloniale regeringen hebben de koloniale wetgeving al dan niet gewijzigd om het historisch onrecht recht te trekken.  Suriname dus niet.  Opeenvolgende regeringen zijn wat dat betreft in de schoenen van de vroegere kolonisatoren gaan staan en doen alsof de grond van hun is.  Wettelijk misschien wel ja, maar dat is dus als er naar de wet wordt gekeken met oogkleppen op voor de eeuwenlange volkenmoord, slavernij en discriminatie die eraan kleeft.  Als we over “dekolonisatie” praten is deze kwestie een heel groot onderdeel daarvan.
 
Zelfs als we “het verleden terzijde leggen”, dan nog is de huidige wetgeving niet genoeg voor het collectief eigendom van inheemse volken op hun gronden en natuurlijke hulpbronnen.  In Suriname zijn alleen individuele titels op grond beschikbaar (grondhuur; eigendomsrecht) of concessies (gebruiksrechten). Inheemsen leven in collectief verband en willen, als het om hun dorpsgebied gaat, geen individuele titel. Het gaat om hun gehele leef- en woongebied dat een collectieve titel moet krijgen en dat moet in wetgeving worden opgenomen. Een individuele titel verbreekt de cultuur van gemeenschappelijk en in stamverband leven.  Dat stukje grond kan worden verkocht, verpand, opgeëist en last but not least, de overheid blijft zeggenschap erover behouden en kan de titel weer intrekken, vooral als het gaat om grondhuur!  Het niet willen erkennen van eigendom in collectief verband is in feite een uiting van het superioriteitsgevoel van de westerse cultuur bóven de collectief gezinde inheemse cultuur.  Waarom moeten inheemse volken zich “aanpassen” aan de koloniale wetgeving die alleen individuele titels kent??  Om hun cultuur te verliezen??  Om slechts burgers te worden die gemanipuleerd kunnen worden elke vijf jaar??  Om hun grondgebieden kwijt te raken zodat grootgrondbezitters die gronden van hun politieke vrienden kunnen krijgen??