Posts tonen met het label mensenrechten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mensenrechten. Alle posts tonen

vrijdag 26 mei 2023

Burgers en rode potloden


Gewapend met rode potloden betreden we elke vijf jaar het stemhok, vol hoop en geloof in een beter Suriname. Voor het merendeel van de kiezers volgt al gauw daarna de kater. We krijgen nooit wat ons vóór 25 mei is beloofd en we zijn dan teleurgesteld, boos, woedend op de regering die via onze rode potloden aan de macht is gekomen.

Bij de herdenking van de verkiezingsdag 2020 zullen de meeste mensen geneigd zijn om vandaag vooral het falen van de regering Santokhi breeduit te belichten. Een minderheid, elke dag kleiner wordend, zal de dag aangrijpen om diezelfde regering te bejubelen.

Meer nog dan het functioneren van de regering is het goed om vandaag stil te staan bij de democratie en de democratische rechtsstaat zelf.  Gaat het, drie jaar na onze laatste verkiezingen, beter of slechter met de democratische waarden zoals vrijheid, gelijkheid, mensenrechten, rechtsstaat, participatie, tolerantie en pluralisme? Het antwoord stemt niet hoopvol.

De maatschappelijke ongelijkheid wordt immers elke dag groter, de kloof tussen arm en rijk, tussen kustvlakte en binnenland, wordt steeds dieper. De vrijheid van meningsuiting staat onder druk met het te pas en te onpas zwaaien met muilkorfwetten; de mensenrechten van Inheemse en Tribale volkeren blijven ondergeschikt aan politieke en economische belangen van kapitaalkrachtigen; participatie wordt doodgesust in zogenaamde (pre-)dialoogrondes; de etnische sentimenten klonken sinds 1975 niet zo luid, ongegeneerd en onbeschaafd.

BINI, het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur wil nu eens niet kijken naar regeerders, maar naar onszelf, de burgers, de kiezers. Kritisch en actief burgerschap is meer dan ooit nodig.

Democratie is namelijk veel meer dan eens per vijf jaar met een rood potlood vakjes inkleuren. Wij, burgers van dit land, zijn de echte hoeders van de democratie en democratische waarden. Als we onze verantwoordelijkheden niet kennen en onze rechten niet opeisen, zullen we steeds voortsukkelen met regeerders die de Staat als persoonlijk en partij-eigendom beschouwen.

Voor een gezonde democratie is het nodig dat burgers actief deelnemen aan het besluitvormingsproces, zich omstandig informeren om afgewogen meningen te kunnen vormen en daardoor kritisch kunnen nadenken over politieke en andere maatschappelijke kwesties. Bovendien moeten  zij bereid zijn om verantwoordelijkheid te nemen voor de gemeenschap en de samenleving als geheel. Ook wij als burgers komen vroeg of laat in situaties terecht waarbij we kunnen kiezen tussen eigen belang en het algemeen belang. De vraag die elke burger zichzelf continu moet stellen is: hoe draag ik bij aan een beter, democratisch en rechtvaardig Suriname?

Kritisch zijn is mooi, maar nog mooier is het als het burgerschap zich niet alleen beperkt tot het ventileren van meningen via sociale media of ingezonden stukken. We hebben mensen nodig die deelnemen aan het maatschappelijke leven via organisaties, die vrijwilligerswerk doen (als hun financiële situatie dat toelaat), petities ondertekenen, hun recht op participatie aan vreedzame protesten gebruiken,evenals hun recht op het (respectvol) uiten van meningen op basis van feiten en deelname aan debatten.

We hebben ook burgers nodig die zich aan de wetten houden, die de rechten en vrijheden van anderen respecteren, belasting betalen (anders kunnen we geen scholen draaien of wegen repareren), zorg dragen voor een gezonde leefomgeving, zich houden aan verkeersregels en andere wettelijke verplichtingen. We kunnen niet eisen van politici dat zij zich aan wetten houden als wij zelf wetteloos door het leven willen gaan. De cultuur van wetteloosheid en straffeloosheid waar we zoveel kritiek op hebben, wordt  ook door onszelf in stand gehouden. Ondertussen ontberen jongeren voorbeeldige leiderschapsfiguren en rolmodellen, wat deze cyclus in stand helpt houden.

Hetzelfde geldt voor mensenrechten: als burgers hebben wij allemaal de verantwoordelijkheid om mensenrechten te beschermen en te respecteren. Wij zijn verplicht om discriminatie, onrechtvaardigheid en schendingen van mensenrechten te bestrijden, niet alleen wanneer dat ons persoonlijk raakt, maar ook wanneer de rechten en de waardigheid van onze medemensen worden aangetast. We hebben een gezamenlijke plicht van solidariteit naar Inheemsen en Tribale volkeren,  mensen met een beperking, seniore burgers, LGBTQ+,  en alle andere Surinamers die lijden onder onvrijheid, ongelijkwaardigheid, ongelijkheid en uitsluiting.

Terwijl de huidige regering nog nadenkt over hoe zij haar laatste twee jaar zal invullen, is het tijd voor het maatschappelijk middenveld - de civil society - en alle burgers, om te denken aan 25 mei 2025 en daarna. We moeten nagaan hoe wij een volgende kater kunnen voorkomen, en dat kan alleen als wij onze democratie niet overlaten aan de politiek.


BINI - Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur

BINI is een groep van maatschappelijke organisaties en individuele burgers die de principes van een mensenrechtenbenadering van ontwikkeling centraal wil zien in beleid; meer transparantie en rekenschap van de Staat wil, en inclusiviteit en participatie in besluitvorming eist.

dinsdag 7 maart 2023

Reactie BINI op uitnodiging vooroverleg Nationale Dialoog


We waren uitgenodigd voor "het overleg met betrekking tot de nationale ontwikkeling en voorstellen ter samenstelling van de agenda voor de Nationaal Dialoog op reguliere basis, met als uiteindelijke doel om te komen tot een agenda voor nationale aanpak". 

Dit was ons antwoord: 


Aan: De President van de Republiek Suriname Z.E. Chandrikapersad Santokhi
Betreft: Uitnodiging overleg i.h.k.v. Nationale dialoog
Bijlagen (4)

Paramaribo, 2 maart 2022

Excellentie,

Wij danken u voor de uitnodiging voor een gesprek op 2 maart 2023 van 13.45 tot 14.15 uur, welke wij op 1 maart 2023 omstreeks 14.00 uur ontvingen, en vragen uw aandacht voor het volgende.

Hoewel de uitnodiging is gericht aan Stichting Projekta, deelden we de uitnodiging met onze partners binnen BINI (het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur), zoals wij dat ook bij voorgaande gelegenheden deden, omdat wij de principes van partnerschap, transparantie en communicatie toepassen in woord en handelen. BINI is een platform van maatschappelijke organisaties en individuele burgers die de principes van een mensenrechtenbenadering van ontwikkeling centraal wil zien; meer transparantie en rekenschap van de Staat wil, en inclusiviteit en participatie in besluitvorming voorstaat. Dit schrijven is daarom van BINI, via Stichting Projekta.

Wij zullen op dit moment niet ingaan op uw uitnodiging om diverse redenen, maar hoofdzakelijk omdat voor wat betreft het onderwerp van gesprek, wij u niets te vertellen hebben dat we niet al bij eerdere gelegenheden aan u en de uwen hebben gepresenteerd voor en na het aantreden van uw regering. 

Wij brengen u in herinnering ons kennismakingsgesprek na de verkiezingen (op 10 juni 2020), waarbij wij aan de beoogde coalitieleiders voorhielden dat wat wij van een nieuwe regering verwachtten was  participatie, betrokkenheid, inspraak die niet afhankelijk is van de beleidsmakers/ministers, maar  structureel is vastgelegd; die zich niet  beperkt tot incidentele ‘consultaties’ maar een echt partnerschap is; en niet alleen bij de uitvoering van plannen, maar ook bij beleidsontwikkeling-, -en monitoring.

Wij gaven toen al aan wat wij zagen als cruciale principes waar elke regering zich aan zou moeten houden en de prioriteiten voor het regeerbeleid, zoals goed en behoorlijk bestuur, capaciteitsversterking vanwege uitholling van instituten (o.a. door het terzijde schuiven van bestaande capaciteit), goede communicatie (waaronder ook participatie en inspraak zoals hierboven genoemd), decentralisatie van besluitvorming (ook in het kader van lokaal bestuur) en dat het regeringsbeleid de beleving van mensenrechten als leidraad heeft. Ter herinnering hechten wij ons intern verslag van dat gesprek aan. 

Al deze zaken zijn herhaald o.a. bij de hearings van juli 2022. Ook toen benadrukten wij het belang van georganiseerde inspraak en overleg, met structuren voor effectieve participatie en dialoog, en niet slechts hearings op afroep. Wij deden u toen ook, op verzoek van de gespreksleider, enkele documenten toekomen die wij in een eerdere stadium hadden opgesteld, o.a.  een basisvoorstel voor het opzetten van een structureel overleg met non-state actors. Ook dat hechten wij wederom aan.

Evenzo ter herinnering hechten wij onze commentaren op het Crisis- en Herstelplan aan, waarin wij naast commentaren op de inhoud,  adviezen meegaven over de communicatiestrategie. 
Daarover schreven wij o.a. “een goede communicatiestrategie is niet slechts de bevolking vertellen (m.a.w. simpele voorlichting), welke maatregelen worden genomen en waarom, maar zal ook moeten omvatten:
  • Een effectieve informatiestroom en het uitwisselen van ideeën tussen  regering/overheid en haar interne en externe doelgroepen,
  • Bijdragen aan geïnformeerde en verantwoorde besluitvorming,
  • Bevorderen van rekenschap en van transparantie  en daardoor het vergroten en consolideren van vertrouwen in de overheid, 
  • Het faciliteren van betekenisvolle participatie, middels waarachtige dialoog – waarbij aangetekend wordt dat ontwerpen en faciliteren van dialoogprocessen een aparte competentie is.”

Dialoogprocessen moeten vanaf het begin goed doordacht worden (zie ons commentaar hierboven op het Crisis-en Herstelplan). Het ontwerpen en faciliteren daarvan zijn technische competenties. Even cruciaal is de keuze van degene die uitnodigt tot gesprek. In de terminologie van dialoogprocessen wordt zo iemand een ‘convener’ genoemd. Een convener moet boven partijen staan en niet zelf partij zijn in een (sluimerend) conflict of een persoonlijk of politiek belang hebben in de uitkomsten, moet geen geschiedenis van botsende belangen hebben met de mensen die om de tafel (komen) zitten, en moet door alle partijen geaccepteerd worden.

Het hoeft geen betoog dat voor BINI dialoog de belangrijkste manier is om uit de impasse te geraken waar wij ons nu in bevinden. Om die reden mogen u en de uwen erop rekenen dat BINI elk initiatief om tot een echte dialoog te komen zeker zal ondersteunen. Dat uw regering ook tot dat inzicht lijkt te zijn gekomen stemt goed, en dat u daar overleg over zegt te wensen, is een eerste stap. 

Overleg moet echter zinvol zijn. Helaas overtuigden uw uitnodiging, noch de rapportages over de tot nu toe gevoerde gesprekken via de overheidscommunicatiekanalen, ons van de zinvolheid om in deze fase en op deze wijze aan de gesprekken deel te nemen.

Bij elke in deze brief aangehaalde gelegenheid, hebben wij aangeboden om een bijdrage te leveren aan het nadenken over, en vormgeven van dialoog- en participatieprocessen, vanuit onze expertise. Dat aanbod blijft onverkort van kracht. 

Met vriendelijke groet,

Namens BINI

Sharda Ganga 
Directeur Projekta

Nieuwsberichten over onze reactie op de uitnodiging zijn ook verschenen op Starnieuws en dwtonline

dinsdag 12 oktober 2021

Projekta presenteert prioriteiten uit schaduwrapport aan VN-lidlanden

Afgelopen donderdag 7 oktober 2021, pleitte Projekta voor onder andere een Wet Openbaarheid van Bestuur en meer aandacht voor kinderbescherming tijdens de zogeheten Pre-session voor de Universal Periodic Review (UPR) van Suriname.

Tijdens deze sessies, die dit jaar vanwege Covid-19 online plaatsvonden, worden vertegenwoordigers van nationale mensenrechteninstituten en maatschappelijk organisaties in de gelegenheid gesteld om de situatie wat mensenrechten betreft aan te kaarten bij de permanente missies van de lidstaten van de Verenigde Naties (VN). De sessies worden georganiseerd door de internationale organisatie UPR Info, die ook een trainingstraject verzorgde in aanloop naar de sessies.

Projekta gaf tijdens de Pre-Session aan dat, om het recht op informatie te kunnen beleven, het de hoogste tijd is dat deze regering haar verkiezingsbelofte van een Wet Openbaarheid van Bestuur waarmaakt. Voor de realisering en navolging van deze wet, moet de regering samenwerken met het parlement en maatschappelijke organisaties. 

Voor betere kinderbescherming en dienstverlening voor kinderen die slachtoffer zijn van geweld, is het volgens Projekta van essentieel belang dat de regering doorgaat met het Integraal Kinderbeschermingsnetwerk (IKBeN) en in het bijzonder de interministeriële technische commissie voor kinderbescherming. Er moet voldoende geld worden begroot en toegekend aan het versterken en ondersteunen van dienstverlenende instanties vanuit de overheid; het versterken van de dienstverlening door maatschappelijke organisaties; en noodopvang voor kinderen voorzien van voldoende middelen en opgeleid personeel. 

Onderwerpen van de verschillende landen welke tijdens de Pre-sessions van 6 en 7 oktober 2021 zijn besproken. Bron: upr-info.org

Universal Periodic Review

De UPR is het rapportagesysteem waarmee de Mensenrechten Commissie van de Verenigde Naties, de stand van zaken van mensenrechten van alle 193 VN-lidlanden beoordeelt. De lidstaten rapporteren over hun vorderingen voor het verbeteren van de beleving van alle mensenrechten in hun land. Suriname rapporteert tijdens de 39e Working Group sessie op 1 november 2021. Bij deze derde review voor Suriname wordt de periode mei 2016 – maart 2021 onder de loep genomen. 

Als aanvulling op de nationale rapportage van de lidstaten, kunnen maatschappelijke organisaties schaduwrapporten indienen. Eind maart heeft Projekta haar schaduwrapport ingediend bij de Mensenrechten Commissie. 

Projekta rapporteert hierin over mensenrechtenschendingen met betrekking tot vrijheid van meningsuiting, persvrijheid, kinderbescherming, financiële hulp voor kwetsbare kinderen (in tehuizen), mensenrechten en giftige afvalstoffen (kwikvervuiling in het bijzonder), mensen met een beperking en het uitblijven van een nationaal Mensenrechteninstituut. Voor elk thema heeft Projekta aanbevelingen gedaan hoe de staat Suriname de situatie dient te verbeteren. 

Lees voor meer informatie over de UPR en Projekta’s participatie in het proces de eerder verschenen berichten over kwikvervuiling en persvrijheid


UPR Info Pre-session panel van Suriname

Het panel van de Pre-session van Suriname bestond naast Projekta uit de Surinaamse NGO’s Stichting Lobi Health Center en Parea (die tevens Women’s Rights Centre vertegenwoordigde) en de International Human Rights Clinic van de University of Oklahoma College of Law. 

Door middel van vooraf opgenomen video-statements hebben de panelleden de aanwezige vertegenwoordigers van de permanente missies meer inzicht gegeven in de mensenrechtensituatie in Suriname. Meer nog hebben zij de landen opgeroepen om de aanbevelingen uit de bij de HRC ingediende schaduwrapporten over te nemen tijdens de Working Group sessie waarbij de staat Suriname gereviewd wordt. Tijdens de sessie van Suriname waren er vertegenwoordigers van de permanente missies van de VN in Genève aanwezig van Frankrijk, België, Nederland, Australië, Canada, Italië en Ierland. 

De thema’s die door de andere organisaties aangekaart zijn, betroffen rechten van inheemse volkeren, gezondheid en milieu; seksuele en reproductieve gezondheid, seksuele voorlichting, baarmoederhalskanker en het decriminaliseren van abortus; vrouwenrechten en gendergelijkheid en discriminatie vanwege seksuele geaardheid en genderidentiteit en -expressie. 

Projekta’s statement is hier terug te lezen. De statements van de andere organisaties en andere informatie over de UPR van Suriname is op de website van UPR Info terug te lezen.

Klik hier voor het volledige schaduwrapport van Projekta.

maandag 30 augustus 2021

Projekta zoekt projectcoördinatoren en -assistenten

WIE ZIJN WIJ EN WAT DOEN WE?

PROJEKTA werkt aan het verbeteren van mensenrechten, democratie en goed bestuur in Suriname. Hierbij zijn vrouwenrechten en gendergelijkheid altijd een centraal punt.

Ons werk is heel divers. We werken met gemeenschapsorganisaties, dorpsbesturen, en andere NGO’s, maar ook met DNA, internationale en regionale organisaties, en de overheid. We organiseren trainingen, begeleiden gemeenschapsorganisaties om nog effectiever te zijn, geven lezingen en workshops, organiseren bewustwordingscampagnes, onderzoeken, schrijven, publiceren en doen nog veel meer. 

De komende jaren werken we o.a. aan het tegengaan van huiselijk geweld (ook geweld tegen kinderen), het bevorderen van mensenrechten in het algemeen, inclusief LGBTQ rechten, goed bestuur en burgerparticipatie, en zoals altijd, het versterken van gemeenschapsorganisaties en het maatschappelijk middenveld. 

Wij breiden ons team uit en zoeken enkele part-time en full-time projectmedewerkers, m.n. projectassistenten en projectcoördinatoren.

Bij Projekta werken we altijd als een team. Als projectmedewerker wordt van je verwacht dat je multi-inzetbaar bent, meewerkt aan meerdere projecten, en dat je de organisatie vertegenwoordigt in activiteiten van onze partnerorganisaties. 


WAT DOET EEN PROJECT ASSISTENT?
Een project assistent houdt zich bezig met logistieke organisatie en het onderhouden van contacten met deelnemers van activiteiten en programma’s. De assistent is ook verantwoordelijk voor de administratie van activiteiten. Daarnaast draagt een assistent bij aan het (inhoudelijk en organisatorisch) ontwikkelen van activiteiten, onderzoek, en rapportages. Er wordt van een assistent verwacht dat die doorgroeit naar het zelfstandig kunnen werken met partners en deelnemers, en zelfstandige ontwikkeling en beheer van activiteiten.

WAT DOET EEN PROJECTCOÖRDINATOR?
Een projectcoördinator is verantwoordelijk voor de dagelijkse voortgang en monitoring van een project. De coördinator maakt werkplannen, ontwerpt activiteiten, en is verantwoordelijk voor de uitvoering daarvan. De coördinator draagt bij aan het opzetten en uitvoeren van onderzoek als dit nodig is, en zorgt voor de interne en externe communicatie van het project. Daarnaast is de projectcoördinator verantwoordelijk voor de rapportages van het project.

WIE ZOEKEN WE?
Je bent geïnteresseerd in maatschappelijke vraagstukken en je wil graag bijdragen aan een rechtvaardige samenleving.
Je hebt een HBO of Universitair denk- en werkniveau, met liefst een achtergrond in de sociale wetenschappen, of sociaal culturele vakken. Ook (nog) niet afgestudeerden, of personen uit een andere richting kunnen solliciteren. 
Je beheerst het Nederlands en Engels, en het liefst ook Sranantongo. Kennis van meerdere Surinaamse talen is een aanbeveling. 
Je kan goed overweg met de computer, en kan tenminste werken in Word, Excel, Powerpoint.
Beschikbaar zijn voor veldwerk (met in achtneming van Covid-regels) in en buiten Paramaribo is een aanbeveling.
Je bent flexibel inzetbaar - qua type werk en tijd.
Je vindt het niet erg om kritisch begeleid te worden.
Je bent leergierig, zoekt graag zelf dingen uit, maar durft hulp te vragen als je iets niet weet/kan.
Je houdt van uitdagingen en wil je graag breed ontwikkelen.

WAT WIJ BIEDEN
Een uitdagende baan, met enige flexibiliteit in je werkuren.
Een goed salaris
De normale secundaire voorwaarden (voor full-timers)
Een omgeving waarin je jezelf kan ontwikkelen
Studeer je nog, dan krijg je de gelegenheid werk en studie te combineren.

Heb je belangstelling, vul dan hier het Google formulier in. De uiterste datum voor aanmelding is woensdag 8 september
Lukt dit niet, stuur dan een email naar projekta@sr.net of app naar: 8677022
We sturen dan het formulier voor je op.

maandag 16 november 2020

'Spelen met democratie' gaat door

Dit bericht is op 16 november 2020 verschenen in De Ware Tijd.  

Door: Amanda Palis. 

PARAMARIBO - Projekta Suriname-directeur Sharda Ganga zegt dat ondanks dat het project 'Spelen met democratie' technisch is afgesloten het werk doorgaat. "Elke keer als wij activiteiten organiseren, zien wij de meerwaarde waarom wij door moeten gaan", maakt ze duidelijk. 

Het is de bedoeling een aangepaste versie van de toolkit aan te bieden aan De Nationale Assemblee (DNA) en het ministerie van Onderwijs en Cultuur. "We zullen ook suggesties doen hoe het bezoek van scholieren aan het parlement veel interactiever kan zodat de kinderen meer leren over het college en democratie."

Voor Ganga is het 'Spelen met democratie' twinningsproject meer dan succesvol geweest. "Dit blijkt onder andere uit de feedback, het enthousiasme van de deelnemende kinderen en ook de 26 personen die wij als begeleider hebben getraind", zegt ze. Het project begon in 2019 met als doel de democratie bij jongeren vanaf tien jaar spelenderwijs te bevorderen.

Onder meer de getrainde begeleiders en zestien deelnemende organisaties hebben geholpen bij het ontwikkelen en testen van de dertien spelletjes die zijn opgenomen in de de toolkit 'Spelen met democratie.' Het project is uitgevoerd in samenwerking met onder meer scholen en organisaties. Vrijdag was er een Zoom-presentatie en evaluatie. Eén van de spelletjes die bij alle leeftijdsgroepen populair is en een duidelijke indruk heeft gemaakt is 'Wat eten we?'

Het spelenderwijs leren hoe je democratisch tot een besluit komt en het leren respecteren van andermans mening is volgens Jill Sumter van buurtorganisatie Pontbuiten en omgeving erg belangrijk. "Het is een vrij simpele en makkelijke manier om kinderen kritisch te leren denken over hoe democratie werkt. Je merkte duidelijk dat men het niet altijd eens was met de keuzes van een groep en de kinderen hebben spelenderwijs geleerd hoe zij een mening of keus van een ander moeten leren respecteren."

Hellen Karijodrono, schoolhoofd van OS Sing Kampoe in Moengo, die heeft meegedaan met het project pleit voor opname van de toolkit in het leerprogramma op school. "Ik zie dat het mogelijk is om kinderen op jonge leeftijd basisprincipes over democratie en rechtsstaat bij te brengen op een interactieve en educatieve manier. Dit kan bijvoorbeeld in de geschiedenisles. Er wordt voortdurend gewerkt aan verbetering van de informatie en om die ook voor leerlingen van de basisschool toegankelijk te maken.

Ook kinderrechtenactivist Matai Samuels benadrukte de meerwaarde om van jongs af aan te leren wat democratie en rechtsstaat zijn. "We moeten niet alleen interessant zijn voor politici wanneer we voor het eerst gaan stemmen, maar nu al de democratische cultuur aanleren en cultiveren." DNA-voorzitter Marinus Bee was positief over het succes van het project en kijkt uit naar nog meer initiatieven voor het bevorderen van democratie.

Hij zei dat ook het Nationaal Jeugdparlement hierin een belangrijke rol zou kunnen spelen, "maar het heeft zich zodanig ontwikkeld dat het een politiek instituut lijkt". De parlementsvoorzitter pleit voor evaluatie van dit instituut. "We moeten als regering blijven investeren in de democratie en jongeren blijven betrekken in beleid dat ook op hen betrekking heeft."

Bron: De Ware Tijd 

zondag 15 november 2020

DNA-voorzitter Bee benadrukt belang jongerenparticipatie bij presentatie Projekta

 “Er wordt in de politiek gesproken over veel dingen die ook jongeren aangaan, maar zelf hebben ze er dan meestal geen stem in. En er worden veel wetten gemaakt die betrekking hebben op jongeren, maar zij hebben daar dus niets over te zeggen.” aldus Marinus Bee, voorzitter van de Nationale Assemblée (DNA). Hij deed deze uitspraken afgelopen vrijdag 13 november tijdens de virtuele eindpresentatie van het Twinningproject ‘Spelen met Democratie’, welke georganiseerd werd door Projekta. Volgens Bee is het Nationaal Jeugdparlement hiervoor het aangewezen inspraakorgaan, maar de politiek is zich hiermee gaan bemoeien. Het zou geëvalueerd moeten worden, want nu worden jongeren met veel potentie en kwaliteiten er buiten gehouden.

Onder aanwezigheid van de voorzitter van DNA en andere stakeholders, o.a. van gemeenschapsorganisaties, diverse ministeries, andere NGO’s en internationale organisaties, presenteerde Projekta de resultaten van het project . Dit past volgens Sharda Ganga, directeur van Projekta, binnen de traditie van de organisatie om ervaringen en lessons learned te delen na afloop van een project. Behalve dat het bijdraagt aan de transparantie, levert dit de organisatie zelf vaak ook nieuwe inzichten op. 

Spelen met Democratie is een Twinningproject dat Projekta heeft uitgevoerd samen met haar Nederlandse partner ‘ProDemos, huis voor democratie en rechtsstaat’. Het project is gestart in 2019 met als doel democratische cultuur te bevorderen, door kinderen en jongeren op een laagdrempelige manier te leren over democratie, rechtsstaat en mensenrechten. Beide organisaties blikken meer dan tevreden terug op hun samenwerking. Projekta heeft de aangeleerde vaardigheden voor het ontwikkelen van creatieve werkvormen over moeilijke onderwerpen als democratie en rechtstaat,  intussen ook al kunnen inzetten bij het ontwikkelen van werkvormen over andere onderwerpen, zoals huiselijk geweld; en ProDemos werd geïnspireerd haar materialen met nieuwe ogen te bekijken en inclusiever te maken. De viering van 100 jaar algemeen Kiesrecht vorig jaar gold bijvoorbeeld niet voor het heel Koninkrijk, beseften ze in het werken met Projekta.

Het project is boven verwachting succesvol verlopen, aldus de Projekta-directeur. Er zijn bijvoorbeeld 26 coaches en begeleiders van 16 organisaties uit 5 districten getraind. Veel meer dan oorspronkelijk gepland was. Drie van de getrainde begeleiders deelden tijdens de presentatie hun ervaringen: over hoe hun kennis is vergroot, over hoe zij het toepassen in hun dagelijks leven en over het spelen van de spelletjes tijdens de Democratische Speeldagen.

De spelletjes, dertien in totaal, maken deel uit van een toolkit. In de ontwikkeling hiervan hebben de organisaties voor wie de toolkit bedoeld is ook een belangrijke rol gespeeld. 

Ganga vertelde dat het voor Projekta een uitdaging was om de “prachtige hoogstandjes van ProDemos” om te zetten in laagdrempelige, low tech, budgettair verantwoorde, tropenbestendige spelvormen. Het werd (en blijft) een proces van constant aanpassen en verbeteren. 

De spellen werden uitgetest tijdens zes Democratische Speeldagen: in Paramaribo, Wanica en Moengo, en de afgelopen maand online via Zoom. Projekta heeft ook twee online quizzen gelanceerd, welke via onze Facebook-pagina nog steeds te spelen zijn. 

Over de activiteiten in de districten was de DNA-voorzitter ook zeer te spreken. "Suriname is meer dan Paramaribo", zei hij.

De zaakgelastigde van Nederland in Suriname, Henk van der Zwan, was ook onder de indruk en complimenteerde Projekta en ProDemos met de ongedwongen manier van leren aan kinderen en jongeren over democratie en mensenrechten. Kritische, mondige burgers zijn essentieel voor de toekomst van het land, aldus van der Zwan. Hij sprak de hoop uit dat er door onderwijsgevenden en beleidsmakers lessen worden getrokken uit dit project over wat wel en niet werkt. Volgens hem biedt Spelen met Democratie beleidsmakers een gouden kans om burgerschapsonderwijs in Suriname te versterken en daarmee een fundament voor de rechtsstaat en de democratie verder te verstevigen. 

dinsdag 10 november 2020

Jongeren spelen online met democratie

Hoe en waar kun je je stem laten horen? Welke rechten ken je? Wat is een democratie en wat is een dictatuur?

Op vrijdag 6 en zaterdag 7 werden deze vragen beantwoord door tientallen jongeren die deelnamen aan de online sessies Spelen met Democratie.

Jongeren leren op een interactieve manier over democratie en mensenrechten 
tijdens de Democratische Speeldag in Paramaribo (februari 2020).

Spelen met Democratie is een Twinning-project dat Projekta uitvoert samen met haar Nederlandse partner ‘ProDemos, huis voor democratie en rechtsstaat’. Het project is gestart in 2019 en het doel is om kinderen en jongeren op een laagdrempelige manier te leren over democratie, rechtsstaat en mensenrechten.

In 2019 zijn er trainingen gehouden om personen die met jongeren werken (waaronder gemeenschapswerkers en sportcoaches) uit te rusten met de juiste vaardigheden en hen bekend te maken met de speciaal voor Suriname ontwikkelde spelletjes. Ook zijn er drie Democratische Speeldagen georganiseerd, in Wanica, Paramaribo en Marowijne.

Door Covid-19 en de daarbij horende maatregelen, verplaatste Projekta de Democratische Speeldagen noodgedwongen naar de digitale ruimte. Via Zoom hebben de deelnemers meer geleerd over onder andere het verschil tussen democratie en dictatuur en de diverse manieren om je mening te laten horen en invloed uit te oefenen.

“Sommige manieren om mijn stem te laten horen waren nieuw voor mij. Ik heb ook geleerd dat het per situatie verschilt wat de handigste manier is om invloed uit te oefenen en ook dat je acties kunt combineren.”

Zij zijn ook aangemoedigd om niet zomaar je mening te geven, maar deze te onderbouwen met feiten.

“Bij de cases die gepresenteerd werden, zag ik direct welke een dictatuur zijn en welke een democratie. Maar toen ik moest aangeven met argumenten waarom ik dat vond, moest ik wel even goed nadenken.”

De training heeft de deelnemers niet alleen meer kennis opgeleverd, maar heeft hen ook gestimuleerd om op zoek te gaan naar meer informatie over de thema’s. Het prikkelen van hun nieuwsgierigheid en een onderzoekende, kritische houding is een van de doelen van Spelen met Democratie; dit doel is volgens Projekta met deze online sessies zeer zeker bereikt.

Het project wordt aanstaande vrijdag 13 november officieel afgesloten met een virtuele presentatie en de overhandiging van de Toolkit Spelen met Democratie aan de voorzitter van De Nationale Assemblée.

De online Democratische Speeldagen vallen binnen de Democratiemaand die traditiegetrouw georganiseerd wordt door Projekta in november. Meer informatie zal in aanloop naar de activiteiten te vinden zijn op deze blog en onze Facebook-pagina.

zaterdag 23 mei 2020

Stem wijzer: BINI Stemwijzer 2020 verkiezingen


Op maandag gaan wij naar de stembus. Wij bepalen dan samen wie we het voorrecht geven om namens ons te regeren en wie ons mag vertegenwoordigen. We bepalen de toekomst van ons land, van onszelf en van de generaties na ons. Dat besluit mag niet lichtvaardig genomen worden. Niet op basis van social media posts, massameetings, vage beloftes, leuke liedjes of mooie slogans. Naar de stembus horen burgers te gaan gewapend met feiten. Goed geïnformeerd over wat de partijen precies voor ogen hebben voor onze toekomst. Alleen dan kunnen we bewust stemmen.

Het Burgerinitiatief voor Participatie & Goed Bestuur (BINI) lanceert vandaag haar 2020 Stemwijzer, een analyse van verkiezingsprogramma’s van 13 van de 17 partijen die aan de verkiezingen meedoen. De Stemwijzer is bedoeld als hulpmiddel voor kiezers (zwevend of niet) om geïnformeerd te kunnen stemmen. 

In de Stemwijzer kunnen kiezers namelijk lezen welke doelen en voornemens politieke partijen stellen over o.a. duurzame ontwikkeling, mensenrechten, goed bestuur, functioneren van de overheid, financieel-economische ontwikkeling en planmatigheid. Deze thema’s zijn bepaald door de maatschappelijke organisaties en burgers die deel uitmaken van BINI. Vlak voor de verkiezingen van 2015 publiceerde BINI al een analyse van de beschikbare verkiezingsprogramma’s. Nu, voor de verkiezingen van 25 mei 2020, heeft BINI opnieuw een analyse gemaakt

Grondige analyses maken van verkiezingsprogramma’s in Suriname is nog steeds problematisch. Er wordt namelijk vrijwel geen aandacht besteed aan de financiële kant van beloftes en dus is er niets te zeggen over haalbaarheid. Bovendien komen partijen nog altijd veel te laat uit met hun programma’s. 

Download het document met de analyses hier

dinsdag 19 mei 2020

Tweede Beleidsmonitoringsrapport van BINI

Het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) heeft haar tweede beleidsmonitoringsrapport gepubliceerd. Net als in het eerste rapport wordt ook nu in kaart gebracht wat er aan acties is ondernomen op verschillende beleidsterreinen. Het rapport zou oorspronkelijk in maart worden gepubliceerd, maar liep door de COVID-situatie vertraging op.

Het eerste rapport deed verslag over de periode augustus 2015 tot en met december 2016. Het tweede rapport bestrijkt de periode januari 2017 tot en met augustus 2019, maar neemt ook de meest relevante ontwikkelingen en acties mee die na die periode hebben plaatsgevonden. 

Voor BINI is één van de grootste obstakels voor de ontwikkeling van Suriname het ontbreken van goed bestuur. Rekenschap en het afleggen van verantwoording, is daar een belangrijk onderdeel, maar helaas is er van systematische monitoring van beleid geen sprake, waardoor de effectiviteit en de efficiëntie hiervan dus niet wordt gemeten.
Beleidsmonitoring zou primair de taak moeten zijn van de instituten die verantwoordelijk zijn voor het maken en uitvoeren van beleid, en van degenen die het horen te controleren: overheid en DNA. Vanwege het ontbreken van die monitoring, zijn de monitoringsrapporten van BINI de enige poging om systematisch in kaart te brengen wat er in Suriname aan acties is ondernomen door de diverse actoren – overheid en niet-overheid.

Het rapport bekijkt niet het hele regeringsbeleid, maar richt zich op de thema’s waar BINI zich over buigt, namelijk: 
goed bestuur en rechtsstaat
milieu
onderwijs
financieel-economische en monetaire ontwikkeling
kinderrechten
gender
rechten van Inheemsen en Tribale Volken
decent work (fatsoenlijk werk)
rechten van LGBT
gezondheidszorg
sport
Binnen elk van deze thema’s is er een aantal vragen/beleidsgebieden geselecteerd. Daardoor geeft het monitoringrapport slechts een beperkt beeld van wat het totaal overheidshandelen is (geweest) en wat niet-overheidsactoren hebben gedaan. Informatie is verzameld middels literatuur- en media-onderzoek en interviews, en is voor zover mogelijk geverifieerd bij de diverse stakeholders. 

Zwakke planning, onsamenhangend beleid
Over het algemeen lijkt er op de gekozen beleidsterreinen wel veel gedaan te zijn, maar het is vaak onduidelijk waar dat toe leidde. Ook bij dit tweede rapport zien we veelal losse projectjes en kleine los van elkaar staande acties, zonder dat er duidelijke prioriteiten zijn gesteld, of een logische opbouw van acties is te onderscheiden. Er is nauwelijks sprake van een strategische benadering van beleid. Daarbij zien wij binnen bepaalde beleidsgebieden veel nadruk op één type van actie of strategie, bijvoorbeeld wetgeving bij arbeid (Decent Work) of bewustwording bij gender. Bij een strategische benadering zou er een goede verhouding tussen de verschillende type van acties zijn. Heel opvallend is hoe weinig onderzoek en evaluatie er wordt gedaan (en/of gepubliceerd) – alleen binnen de milieu-sector wordt daar nog flink in geïnvesteerd. 

Veel kleine, losse acties binnen een beleidsgebied kunnen een vertekend beeld opleveren van de ware aard, grootte en het belang van de interventies. De werkelijke impact van het gevoerde beleid op de kwaliteit van leven van burgers blijft daardoor onzichtbaar.

Geen monitoring en evaluatie, geen rekenschap
Een enorm obstakel voor het objectief kunnen monitoren van beleidsuitvoering is het gebrek aan systematische rapportage van acties. Door het uitblijven van activiteiten-, project- en programmarapportages, en doordat het niet mogelijk is om bestedingen direct toe te schrijven aan acties, kan er ook geen evaluatie plaatsvinden over de efficiëntie en effectiviteit van bestedingen, of over de investeringen in bijvoorbeeld specifieke doelgroepen.

Het monitoren van beleid hoort niet alleen een verslag op te leveren over wat er is gedaan, maar zou ook een beeld moeten geven van hoe acties zijn uitgevoerd en wat ze hebben gekost. Bij evaluatie hoort ook de vraag naar de rechtmatigheid en de doelmatigheid van inzet van middelen en capaciteit – vragen die ook nu niet beantwoord kunnen worden. Regeringen die geen boekhouding bijhouden en publiceren maken zichzelf niet alleen kwetsbaar voor verdachtmakingen over corruptie en onrechtmatig handelen, maar zijn hoe dan ook op zijn minst medeplichtig aan het creëren van de omstandigheden waarin corruptie welig kan tieren. In het ergste geval is de weigering om enige vorm van rekenschap af te leggen (en dus minstens het openbaren van de boekhouding) een teken van het moedwillig faciliteren van corruptie.

Kwaliteit van bestuur en beleid
We moeten ook de werkelijke effecten kunnen meten van beleidsacties. Om uitspraken te kunnen doen over de kwaliteit van het bestuur en beleid zouden wij de baten naast de kosten moeten kunnen leggen. Slechts aangeven dat er bijvoorbeeld 20 personen zijn getraind om kwetsbare kinderen te begeleiden, geeft geen beeld van wat het effect is op het leven en welzijn van de doelgroep. Hoe zijn de getrainden ingezet, hoeveel kinderen hebben ze bereikt, wat is anders gegaan in de begeleiding? Dat vraagt om het monitoren op outcome en impact en niet slechts op output. Dus niet alleen het aantal bruggen moeten worden geteld, maar het verschil dat die bruggen maken in het leven van mensen. 

Bij een goed functionerende planning, en bijbehorend monitoringsysteem, zouden deze resultaten voorhanden zijn. Er is de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in de hervorming van het nationaal planapparaat. De resultaten daarvan hebben we helaas nog niet kunnen merken. Aan de vooravond van verkiezingen en dus met een nieuwe regeerperiode in het vooruitzicht is er een nieuwe kans voor regeerders om zich te committeren aan de principes van goed bestuur, door een cultuur van transparantie en rekenschap te omarmen.

Het tweede Beleidsmonitoringsrapport is hier te downloaden.

maandag 2 december 2019

Lilian Ferrier ontvangt derde Human Rights Award Suriname

Dr. Lilian Ferrier en
EU-ambassadeur Fernando Ponz Cantó
De EU Delegation for Suriname’s Human Rights Award 2019 is uitgereikt aan psycholoog Lilian Ferrier voor haar verdiensten als voorvechter van kinderrechten in Suriname. Tijdens het mensenrechtenseminar in Courtyard by Marriott is de award overhandigd door de EU vertegenwoordiger voor Suriname, Fernando Ponz Cantó. Dit is de derde EU Human Rights Award die in Suriname is uitgereikt. Het is 30 jaar geleden dat het Kinderrechtenverdrag in Suriname werd geratificeerd. In dit kader is de award overhandigd aan een voorvechter van dit thema, in dit geval mevrouw Lilian Ferrier.

Tante Lilian
Het seminar bestond uit twee dagdelen. De awarduitreiking heeft plaatsgevonden in het tweede dagdeel. Het dagdeel is ingeleid met een  filmpje ‘Tante Lilian’ waarin een vraaggesprek van de 14-jarige - Matai Zamuels met mevr. Ferrier wordt vertoond. In het interview gaat ze in op haar decennialange strijd voor kinderrechten, de successen en teleurstellingen en haar gedachten over de algemene houding in de samenleving over kinderen. “Ik weet niet waar de negatieve houding tegenover onze kinderen vandaan komt”, zegt zij in het vraaggesprek. “Veel volwassenen denken ‘kinderen zijn mijn bezit en horen te doen wat ik zeg.’’ 


drs. Lilian Ferrier en Matai Zamuel
Ferrier is klinische en ontwikkelingspsycholoog. Zij heeft, net als de interviewer ook geconstateerd dat volwassenen vaak opmerken dat kinderen niet alleen op hun rechten, maar ook op hun plichten moeten worden gewezen. Hierop zegt zij dat volwassenen hun verantwoordelijkheid moeten nemen en ervoor moeten zorgen dat kinderen hun rechten kunnen beleven. De gedachte dat kinderen ook plichten hebben, mondt vaak uit in straf. ‘Ik spreek niet van plicht, maar van verantwoordelijkheid van kinderen’ zegt Ferrier. In het vraaggesprek vertelt de activiste ook over de hoogtepunten in haar werk. Een daarvan is dat er wetgeving is gekomen waardoor kinderen in de rechtszaal een stem hebben. De rechter is ook verplicht om volgens kindvriendelijke regels kinderen te verhoren in zaken die hun aangaan. Ze vertelde ook over hoe het idee voor Opa Doeli is ontstaan nadat zij de toenmalige minister van Justitie naar het jeugdcellenhuis bracht waar zij een rondleiding kregen door de jeugdigen die daar zaten. 

Zij gaf verder aan dat een kinderrechtenactivist een groot incasseringsvermogen moet hebben: “Want ze gaan je belachelijk maken, het is niet altijd prettig, maar het hoort erbij.” Ferrier zegt verder dat wanneer het kinderrechten betreft, het vooral om het hart gaat. “Wanneer het gaat om kinderrechten, mensenrechten, denkt men vaak dat het een juridisch iets is, maar het gaat vooral om het hart. Het gaat erom dat jij je als mens inzet voor een ander zodat die het beter kan hebben. Niet alleen praten op conferenties, maar ook gewoon doen” 

“Kinderrechten vormen de hoeksteen voor mensenrechten”, zegt EU vertegenwoordiger Ponz Cantó. “In dat kader denk ik dat het erg fijn is en een voorrecht voor mij om deze award uit te reiken aan dit individu voor het werk dat zij heeft gedaan, binnen haar eigen mogelijkheden.” 

Onderzoek naar huiselijk geweld
Voorafgaand aan de uitreiking, zijn vier gemeenschapsorganisaties aan het woord geweest. Zij hebben resultaten gepresenteerd van kleinschalig onderzoek dat zij hebben uitgevoerd in de gebieden waar zij actief zijn. Deze organsisaties maken deel uit van het ‘Hear us Now’ programma dat wordt uitgevoerd door Projekta, met financiële ondersteuning van de European Instrument for Democracy & Human Rights (EIDHR). Binnen het programma worden de organisaties versterkt om in hun regulier programma huiselijk geweld en seksueel misbruik bespreekbaar te maken en aan te pakken. Daarnaast worden zij ook getraind om hun eigen verhaal te vertellen; zodat zij de realiteit van de gemeenschap vanuit hun beleving delen met anderen, ook de beleidsmakers. 

Veiligheid voor kinderen 
Stichting Buurtwerk Latour (Stibula) heeft het onderzoek ‘Kinderbescherming in Latour: de bekendheid van het Meldpunt Kinderbescherming te Latour’ gepresenteerd. Een conclusie uit dit onderzoek is dat kinderen en jongeren weinig tot geen vertrouwen erin hebben dat volwassenen hun in bescherming zullen nemen. De onbekendheid van het Meldpunt Latour bij de bewoners van Latour is zorgwekkend. Stichting Sari uit Nickerie (Sarnami Nari betekent Surinaamse vrouw) heeft tijdens het onderzoek ‘Huiselijk geweld in Nickerie’ ontdekt dat zaken veel erger zijn dan zij vermoed hadden. Zo is bekend geworden dat volwassen vrouwen worden misbruikt door hun volwassen kinderen en dat seniore burgers, waaronder ook vrouwen, kinderen misbruiken. Dit was een shock voor de organisatie, die ook de hand in eigen boezem stak en aangaf dat gemeenschapsorganisaties eigenlijk veel meer moeten doen om geweld tegen te gaan. Het project ‘Hear Us Now’ heeft Sari in elk geval al de eerste handvaten aangereikt.

Huize Ekklisia is een tehuis voor kinderen die met geweld geconfronteerd zijn geraakt. Ook in het openbaar zijn deze kinderen niet gevrijwaard van geweld door volwassenen. Zo is het weleens voorgekomen dat de meisjes onderweg naar school zijn gedwongen tot prostitutie terwijl zij gebruik wensten te maken van het openbaar vervoer. Opvallend is dat het tehuis geen subsidie ontvangt van de overheid, maar wel kinderen toegewezen krijgt door overheidsinstanties. ‘Geld alleen is niet voldoende’ gaf deze organisatie aan; tehuizen moeten ook versterkt worden in het omgaan met kinderen met trauma’s, en in simpele aspecten van management en boekhouding.

Bibliotheek & Community Center the Hub uit Flora is erachter gekomen dat de kinderen uit de omgeving zo gewend zijn geraakt aan geweld dat zij het nieteens als geweld meer ervaren. The Community Hub en de andere organisaties willen graag een veilige plek zijn voor nog meer kinderen. Zij zijn het met elkaar eens dat dit onderzoek een belangrijke stap is in het bereiken van veilige plaatsen voor kinderen in de verschillende buurten. Carla Bakboord en Sabine de Vries, beiden wetenschappers die onderzoek doen naar geweld, hebben de kersverse onderzoekers gefeliciteerd met hun onderzoeken. “Dit is waardevolle informatie”, gaven zij aan. Dit werd benadrukt door de Unicef vertegenwoordiger in Suriname, dhr Matala.

Met de presentaties van de onderzoeken van de community organisaties, hebben zij een eerste stap gezet als ‘advocates’ (pleitbezorgers) voor bescherming tegen huiselijk en seksueel geweld. Onder begeleiding van Projekta zullen zij in de komende maanden verder invulling geven aan deze rol door onder andere een pakket van beleidsvoorstellen samen te stellen en deze aan te bieden aan diverse stakeholders.


Aan het eind van de ceremonie werden diverse personen bedankt voor hun (jarenlange) inzet op het gebied van kinderrechten. Bovenste rij: Sharda Ganga, Deborah Sastroredjo, Helene Frijde, Rita Sanchit, Sabine de Vries, Carla Bakboord, Faranaaz Pahalwankhan, Ingrid Nortan, Wilgo Koster, Monique Essed-Fernandes, Claudia Halfhide, Carmen Rasam, Tobi Graafsma, Rayah Bhattacharji. Onderste rij: Regiljo Nijman, Risma Bissesar, Wiedja Jawalapersad, Sandhya Soekhoe, Matai Zamuels, Lilian Ferrier, Annette Tjon Sie Fat, Sam Polanen, EU-ambassadeur Fernando Ponz Canto.

vrijdag 7 december 2018

EU Human Rights Award uitgereikt aan Elfriede Cederboom-Ritfeld

Elfriede Cederboom-Ritfeld ontvangt de
EU Delegantion's Human Rights Award uit de
handen van EU-ambassadeur Jernej Videtič
Ter gelegenheid van de Dag van de Rechten van de Mens is de EU Delegation’s Human Rights Award 2018 uitgereikt aan Elfriede Cederboom-Ritfeld. De award is uitgereikt als feestelijke afsluiting van een informatieve seminar ‘Presentation on Human Rights - Fight Against Domestic Violence’ welke plaatsvond in de ballroom van Lalla Rookh op donderdag 6 december.

Voordat EU-ambassadeur Jernej Videtič de award uitreikte, hebben Sharda Ganga van Projekta, Advocaat Generaal Carmen Rasam en DNA-voorzitter Jennifer Geerlings-Simons gesproken over huiselijk geweld en de strijd die geleverd is en nog steeds wordt om hier een einde aan te maken. Tevens zijn er video’s vertoond waarin mevrouw Cederboom spreekt over deze strijd en waarin anderen hun dank uitspreken naar het baanbrekende werk dat zij heeft verzet. De films zullen later via deze website te bekijken zijn.

Hieronder vindt u de biografie van mevrouw Cederboom-Ritfeld welke is tijdens de awarduitreiking is voorgelezen.

Elvia Elfriede Cederboom-Ritfeld is ruim 45 jaar actief geweest in de vrouwenbeweging in Suriname. In 1968 werd ze bestuurslid van de Algemene Vrouwen Organisatie (ASVO), die zich in 1970 aansloot bij de Nationale Vrouwen Raad van Suriname (NVR), een paraplu-organisatie.
De NVR richtte zich op het verbeteren van de rechtspositie van de Surinaamse vrouw, en was, met name in de periode 1975-1982, nadrukkelijk aanwezig in het publiek debat om aandacht te vragen voor politieke en sociaal-economische vraagstukken de Surinaamse vrouw rakende.

De Verenigde Naties kondigde in 1975 het eerste Internationaal Jaar van de Vrouw af. Tijdens de VN Conferentie in Mexico werden zowel overheden als vrouwenorganisaties aanbevolen om over te gaan tot het opzetten van een Nationaal Bureau voor de Vrouw. De NVR pakte die aanbeveling meteen op, en startte in 1976, mede dankzij de niet aflatende inzet van mevrouw Cederboom, het "Documentatie Voorlichting en Adviesbureau voor de Vrouw”. In die tijd waren dit zeer revolutionaire ontwikkelingen in de strijd voor vrouwenrechten.

Vanuit haar werk op het adviesbureau merkte mevrouw Cederboom dat huiselijk geweld tegen vrouwen een groot probleem was, dat steeds meer zichtbaar werd, maar waar nauwelijks iets aan gedaan werd. Er was bijvoorbeeld geen opvang voor de vrouwen die slachtoffer waren van huiselijk geweld. Zo kwam zij ertoe om de Stichting Tehuis voor Vrouwen in Crisissituatie (STICRIS) in 1981 op te richten, en startte het moeizame proces van fondsenwerving. Uiteindelijk kon STICRIS, ondersteund door lokale donoren als de Suralco en Staatsolie, in 1985 van start gaan met een eerste bescheiden vrouwenopvang van zeven kamers. Het tehuis met perceel was een schenking van de Stichting Liefde. Het was krakkemikkig, maar het tehuis stond er en was vanaf dag 1 vol. In 1994 maakten fondsen vanuit de Nederlandse en Belgische ontwikkelinghulp, de Nederlandse Ambassade en het Koningin Juliana Fonds een grote verbouwing en uitbreiding mogelijk.  Het ministerie van Sociale Zaken stelde ook een maatschappelijk werkster ter beschikking.

Toen het tehuis in december 2012 in vlammen opging vond mevrouw Cederboom, toen 82 jaar oud en toen al wat minder actief, het meer dan tijd het stokje over te dragen aan een jonger bestuur. Het nieuwe  bestuur hoopt dat zij binnen ongeveer een jaar te kunnen starten met de herbouw van het tehuis. Op deze manier kan het vrouwenopvangwerk, het levenswerk van mevrouw Cederboom, hopelijk worden voorgezet.

Er werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om ook andere vrouwen extra te bedanken voor hun bijdrage aan de strijd tegen huiselijk geweld. Op deze foto boven v.l.n.r. Sharda Ganga, Jennifer Geerlings-Simons, Betty Sabajo-Cederboom, Jernej Videtič, Geeta Harpal, Henna Guicherit, Nadia Raveles, Wiedia Jawalapersad - Badrie; onder: Elfriede Cederboom-Ritfeld, Irma Loemban Tobing, Sheila Ketwaru-Nurmohamed, Carmen Rasam. 
Carmen Rasam

DNA-voorzitter Jennifer Geerlings-Simons



DNA-leden Karta-Bink en Maabo
Nadia Raveles

Sharda Ganga presenteert 'Hear us Now', een programma waarbij de
capaciteit van sport-, cultuur- en gemeenschapsorganisaties versterkt wordt om
op een positieve manier bij te dragen aan het tegengaan van huiselijk geweld
en geweld tegen vrouwen en kinderen

maandag 9 april 2018

Gezondheidszorg voor iedereen, overal

Op 7 april was het Wereldgezondheidsdag, welke jaarlijks door de Wereldgezondheidsorganisatie (World Health Organization, WHO) gehouden wordt. Tevens werd op deze dag het 70-jarig bestaan van de organisatie herdacht. In Suriname organiseerde de regionale gezondheidsorganisatie Pan American Health Organization (PAHO) op vrijdag 6 april een nationaal debat.

Sharda Ganga, directeur van Projekta, hield een inleiding, waarbij zij de nadruk legde op het universele recht op gezondheidszorg, voor iedereen, overal. Gelijke toegang is gebaseerd op het principe van solidariteit en het uitbannen van ongelijke toegang moet onze prioriteit hebben.

De problemen met het gebrek aan transparantie en accountability zijn ook in de gezondheidszorg groot. Ganga vroeg aandacht vroeg voor de driedubbele rol van civil society: zij zijn zowel dienstverleners, als pleitbezorgers (advocates) voor rechtvaardig beleid en wetgeving, als een watch dog. In deze laatste rol ligt voor civil society organisaties de taak om de regering, maar ook bijvoorbeeld ziekenhuizen en verzekeringsmaatschappijen te controlen op de uitvoering van hun taken en verantwoordelijkheden.

Kort samengevat is een participatieve benadering is hetgeen we dringend nodig hebben, waarbij structurele dialoog en investeringen in civil society om haar driedubbele rol te kunnen uitvoeren van essentieel belang zijn.

Lees de gehele inleiding (in het Engels) hieronder.

Universal Health Coverage, everyone, everywhere

World health day dialogue- PAHO-Suriname, 6 april 2018, Ballroom Torarica

Here is an almost universal truth: when you are healthy, you don’t think about health care. It is when you loose the battle against a tiny mosquito and suddenly find yourself fighting for your life in a broken down hospital bed, and have to deal with toilets with no running water, that you realize: thank god I just started a job that covers my insurance. That was almost 20 years ago, and the first time I realized not just the importance of health coverage, but also how health care is the most important indicator of inequality.

Because after 3 days of utter misery in the third class ward, I was moved, by the grace of friends, to the second class- which was pure heaven in comparison. I felt a bit guilty that I was so happy to leave my fellow 3rd class patients behind, and embarrassed at how easily I forgot that one aspect that underlies the idea and the practice of universal health care: solidarity.

Last year I was again confronted with how unjust access to health care is- when a close relative was able to receive world class treatment outside of Suriname, simply because of the generosity of employers. Isn’t that the most offensive idea: that your right to live and the quality of care you can access, depends on your choice of job, and your socio economic circumstances.

Health care must be framed as a universal right, it’s access based on the principle of solidarity, and eradicating inequal access must be our priority.

It does come at a steep price, but are we sure that the price we are paying is the real price or are we paying way too much, and what are we actually paying for? Access to health care has been used as a political tool for too many years, for example- and we are still paying the price for the culture of garnering votes through distribution of ‘datra karta’, in the worst case using public service jobs as a gateway to the ‘datra karta’.

Non transparency, a lack of accountability, horrendous management and business practices, lack of checks and balances- the whole plethora of bad governance practices: they come at a steep price.

So this is one of the roles that civil society must take up, and wants to take up: holding duty bearers accountable. But civil society has more roles to play- what we call the triple role:

The first role is as Service providers- as through the Medical Mission, Stichting Lobi, the Diabetes Education One Stop Shops, and countless others, delivering essential services and creating public awareness. That is the role that governments and international organisations are comfortable with us playing, and would like to see us performing- how do I know that? Because that is usually the only type of program that they are willing to fund. And even then, they have us jump through hoops.

But civil society also has a role as Advocates-for citizens, healthy or not. We see a greater understanding of this role emerging- through for example, the Alzheimers Foundation, and Stichting Wiesje, who are now starting to understand that they need to move beyond service provision and need to advocate for legislation and policy change in order to have sustainable results that will truly benefit their constituents.

We do need to hear more from the citizens, the rights holders. For example, in the health care debate we witnessed the past months, we only heard governments and service providers- doctors, hospitals etc-, fighting over money. What we missed is that third voice- of citizens advocating for and demanding affordable, effective and efficient services, and having a say in how to achieve that.

The third role of civil society I already mentioned- the watch dog role, to hold all duty bearers accountable, not just the government, but also the insurance companies, the international organisations, the hospitals, the Vereniging van Medici, all health professionals, and service providers.

The other side of accountability is voice- you can only demand accountability if your voice is strong enough to be heard. Civil society must empower citizens to use their voice to claim their rights to access, and quality of care. But empowerment only makes sense if there are mechanisms in place for protection, so that you can dare claim your right and hold duty bearers accountable, without the fear that it would anger your doctor, or your insurance company to the point that your claim for your rights puts your health in jeopardy.

So ultimately, civil society must hold governments and partners, all duty bearers accountable, and empower citizens to claim their rights. But duty bearers need to ensure that citizens’ voices are heard, so that health systems are responsive to people’s needs.

In short: we need a more participatory approach, with structured dialogue, and investment in civil society’s capacity to undertake that triple role, not just as service providers.

Sharda Ganga
PROJEKTA &
Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI)