Posts tonen met het label Kritische Burgers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kritische Burgers. Alle posts tonen

vrijdag 26 mei 2023

Burgers en rode potloden


Gewapend met rode potloden betreden we elke vijf jaar het stemhok, vol hoop en geloof in een beter Suriname. Voor het merendeel van de kiezers volgt al gauw daarna de kater. We krijgen nooit wat ons vóór 25 mei is beloofd en we zijn dan teleurgesteld, boos, woedend op de regering die via onze rode potloden aan de macht is gekomen.

Bij de herdenking van de verkiezingsdag 2020 zullen de meeste mensen geneigd zijn om vandaag vooral het falen van de regering Santokhi breeduit te belichten. Een minderheid, elke dag kleiner wordend, zal de dag aangrijpen om diezelfde regering te bejubelen.

Meer nog dan het functioneren van de regering is het goed om vandaag stil te staan bij de democratie en de democratische rechtsstaat zelf.  Gaat het, drie jaar na onze laatste verkiezingen, beter of slechter met de democratische waarden zoals vrijheid, gelijkheid, mensenrechten, rechtsstaat, participatie, tolerantie en pluralisme? Het antwoord stemt niet hoopvol.

De maatschappelijke ongelijkheid wordt immers elke dag groter, de kloof tussen arm en rijk, tussen kustvlakte en binnenland, wordt steeds dieper. De vrijheid van meningsuiting staat onder druk met het te pas en te onpas zwaaien met muilkorfwetten; de mensenrechten van Inheemse en Tribale volkeren blijven ondergeschikt aan politieke en economische belangen van kapitaalkrachtigen; participatie wordt doodgesust in zogenaamde (pre-)dialoogrondes; de etnische sentimenten klonken sinds 1975 niet zo luid, ongegeneerd en onbeschaafd.

BINI, het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur wil nu eens niet kijken naar regeerders, maar naar onszelf, de burgers, de kiezers. Kritisch en actief burgerschap is meer dan ooit nodig.

Democratie is namelijk veel meer dan eens per vijf jaar met een rood potlood vakjes inkleuren. Wij, burgers van dit land, zijn de echte hoeders van de democratie en democratische waarden. Als we onze verantwoordelijkheden niet kennen en onze rechten niet opeisen, zullen we steeds voortsukkelen met regeerders die de Staat als persoonlijk en partij-eigendom beschouwen.

Voor een gezonde democratie is het nodig dat burgers actief deelnemen aan het besluitvormingsproces, zich omstandig informeren om afgewogen meningen te kunnen vormen en daardoor kritisch kunnen nadenken over politieke en andere maatschappelijke kwesties. Bovendien moeten  zij bereid zijn om verantwoordelijkheid te nemen voor de gemeenschap en de samenleving als geheel. Ook wij als burgers komen vroeg of laat in situaties terecht waarbij we kunnen kiezen tussen eigen belang en het algemeen belang. De vraag die elke burger zichzelf continu moet stellen is: hoe draag ik bij aan een beter, democratisch en rechtvaardig Suriname?

Kritisch zijn is mooi, maar nog mooier is het als het burgerschap zich niet alleen beperkt tot het ventileren van meningen via sociale media of ingezonden stukken. We hebben mensen nodig die deelnemen aan het maatschappelijke leven via organisaties, die vrijwilligerswerk doen (als hun financiële situatie dat toelaat), petities ondertekenen, hun recht op participatie aan vreedzame protesten gebruiken,evenals hun recht op het (respectvol) uiten van meningen op basis van feiten en deelname aan debatten.

We hebben ook burgers nodig die zich aan de wetten houden, die de rechten en vrijheden van anderen respecteren, belasting betalen (anders kunnen we geen scholen draaien of wegen repareren), zorg dragen voor een gezonde leefomgeving, zich houden aan verkeersregels en andere wettelijke verplichtingen. We kunnen niet eisen van politici dat zij zich aan wetten houden als wij zelf wetteloos door het leven willen gaan. De cultuur van wetteloosheid en straffeloosheid waar we zoveel kritiek op hebben, wordt  ook door onszelf in stand gehouden. Ondertussen ontberen jongeren voorbeeldige leiderschapsfiguren en rolmodellen, wat deze cyclus in stand helpt houden.

Hetzelfde geldt voor mensenrechten: als burgers hebben wij allemaal de verantwoordelijkheid om mensenrechten te beschermen en te respecteren. Wij zijn verplicht om discriminatie, onrechtvaardigheid en schendingen van mensenrechten te bestrijden, niet alleen wanneer dat ons persoonlijk raakt, maar ook wanneer de rechten en de waardigheid van onze medemensen worden aangetast. We hebben een gezamenlijke plicht van solidariteit naar Inheemsen en Tribale volkeren,  mensen met een beperking, seniore burgers, LGBTQ+,  en alle andere Surinamers die lijden onder onvrijheid, ongelijkwaardigheid, ongelijkheid en uitsluiting.

Terwijl de huidige regering nog nadenkt over hoe zij haar laatste twee jaar zal invullen, is het tijd voor het maatschappelijk middenveld - de civil society - en alle burgers, om te denken aan 25 mei 2025 en daarna. We moeten nagaan hoe wij een volgende kater kunnen voorkomen, en dat kan alleen als wij onze democratie niet overlaten aan de politiek.


BINI - Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur

BINI is een groep van maatschappelijke organisaties en individuele burgers die de principes van een mensenrechtenbenadering van ontwikkeling centraal wil zien in beleid; meer transparantie en rekenschap van de Staat wil, en inclusiviteit en participatie in besluitvorming eist.

donderdag 1 december 2016

Rekenkamer van Suriname voldoet nog niet aan internationale standaarden

Een goed functionerende Rekenkamer is een belangrijk mechanisme om de efficiëntie, effectiviteit, rekenschap en transparantie van de overheid te verbeteren, doordat zij toezicht houdt op alle overheidsfinanciën. Rekenkamer-voorzitter Charmain Felter verzorgde het mini-college ‘De Rol van de Rekenkamer in Goed Bestuur’ als onderdeel van Democratiemaand 2016, georganiseerd door Projekta met het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur.

De Lima Declaratie (1977), Mexico Declaratie (2007) en de UN Resolutie (2011) geven richtlijnen voor de onafhankelijkheid van een Rekenkamer. De Rekenkamer van Suriname (Kamer) heeft zich in 1954 gecommitteerd door toe te treden tot de International Organisation of Supreme Audit Institutions (INTOSAI), de internationale overkoepeling van alle Rekenkamers. Volgens de voorzitter, voldoet de Rekenkamer van Suriname nog niet aan alle voorwaarden  en standaarden waaraan de staat zich heeft gecommitteerd, hoewel het proces al is ingezet.

De wet “Rekenkamer Suriname” geeft aan dat zij een onafhankelijk instituut is, maar in de praktijk functioneert het instituut meer als een afdeling van het Directoraat Algemene Zaken van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. De Kamer trekt door tussenkomst van voornoemd Ministerie  haar eigen personeel aan maar beheert niet haar eigen fondsen. Ook doet de Kamer tot nu toe alleen ‘compliance’ audits, d.w.z. controles op rechtmatigheid (hebben handelingen volgens de regels en procedures plaatsgevonden) en doelmatigheid (past een handeling bij het doel ervan). Verder kan de Kamer  geen  sancties opleggen als Ministeries geen of onjuiste informatie verstrekken. Deze laatste is een van de  obstakels voor de Kamer om haar werk naar behoren te kunnen doen. 














Eerst staan, dan lopen

Hoewel de Kamer nog moeilijkere tijden dan nu heeft gekend, zoals de periode tussen 2008 en 2011 toen er geen Bestuur van de Rekenkamer was benoemd, heeft zij nog een lange weg te gaan. Er is een Vision 2020 ontwikkeld en in uitvoering, gericht op meer verantwoording, meer transparantie, en betere openbare diensten.

De afgelopen vijf jaren handelt de Kamer wel pro-actief naar de Ministeries toe, door vaker veldbezoeken af te leggen inzake controlevraagstukken. Verder zijn er bijna 40 ‘audit-programma’s’ (standaard stappen bij een controle) vastgelegd, waardoor het werk efficiënter  kan plaatsvinden. Daarnaast zijn er de afgelopen jaren  pilots gedaan voor ‘performance’ controles en financiële controles. Deze controles zullen op middenlang termijn wel  deel uitmaken van het vast programma van de Kamer. In partnerschap met de Inter American Development Bank (IDB), de National Audit Office  van Guyana, de Caribbean Organisation of Supreme Audit Institutions (CAROSAI: de Caraïbische overkoepeling van Rekenkamers) en anderen, wordt gewerkt aan het opkrikken van de capaciteit van het personeel. Ook is een nieuwe website in voorbereiding, waarbij het publiek steeds de meest recente  rapporten van de Kamer zal kunnen downloaden. 

Als onderdeel van de Vision 2020, is een nieuw Rekenkamerwet in voorbereiding, die ervoor moet zorgen dat de Rekenkamer meer bevoegdheden krijgt. Deze Wet moet daarna nog het proces doorlopen van goedkeuring door de Raad van Ministers, de Staatsraad en de Nationale Assemblee.


Een ander groot obstakel blijft het tekort aan gekwalificeerde en deskundige krachten, zoals Register Accountants (die Jaarrekeningen e.d. controleren) en speciale forensische accountants, die zich richten op het opsporen van financiële en economische delicten. Herhaalde sollicitatie-oproepen hebben niet het gewenste resultaat gehad. 

Aan het einde van de sessie, deed de Voorzitter van de Kamer nog een bemoedigend woord, nadat deelnemers hun frustratie deelden over de lange weg die nog te gaan is. 

Juist in periodes van economische crisis, is het belangrijker dan ooit dat elke cent van onze nationale middelen effectief en efficiënt besteed wordt en dat burgers toegang hebben tot informatie over de manier waarop onze Overheid omgaat met deze middelen. Helaas zal de Kamer nog onvoldoende kunnen bijdragen aan die verhoogde effectiviteit, efficiëntie en transparantie.

Huiselijk geweld - waarom stopt hij niet?

“Waarom blijft ze nou”, is de vraag die vaker wordt gesteld als er een geval van huiselijk geweld wordt besproken. Maar niemand stelt de vraag, “waarom stopt hij niet?”. Hiermee openden Carla Bakboord en Henna Guicherit van het Women’s Rights Center, partner van het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) het mini-college “Huiselijk geweld: oorzaken, gevolgen en wat de wet zegt”. Dit mini-college was onderdeel van de 9e Democratiemaand, georganiseerd door PROJEKTA en BINI.

 Oorzaken van Huiselijk geweld

Bakboord gaf aan dat er vanuit drie theorieën gekeken wordt naar de oorzaken van huiselijk geweld.  

De sociale leertheorie geeft aan dat geweld wordt overgedragen van generatie tot generatie. Kinderen uit gezinnen waarin geweld gebruikt wordt zullen zelf ook naar geweld grijpen als ze volwassen zijn, omdat ze dit als ‘normaal’ beschouwen. Mishandelaars imiteren dan gezaghebbende personen die als rolmodel fungeren. Zo belandt het gezin uiteindelijk in een vicieuze cirkel van geweld. In deze benadering wordt er naar patronen van geweld gezocht gedurende de opvoeding. Maar, niet elke kind dat mishandeld is geworden, wordt een dader. De verschillende omgevingen waarin je wordt opgevoed zoals de school, kerk, clubs, kunnen hier een belangrijke rol spelen. In die setting kan het voorkomen dat je andere voorbeelden krijgt, je leert op een andere manier omgaan met conflicten.

Volgens de pathologische benadering vloeit geweld enerzijds voort uit medisch-fysiologische stoornissen, anderzijds uit psychopathologische oorzaken. In het deel van het menselijk brein dat verantwoordelijk is voor het reguleren van de emoties, zouden zich geregeld stoornissen voordoen.  Maar, aan de hand van wie er in de buurt is zijn ze wel in staat keuzes te maken, als iemand met gezag in de buurt is, wordt het slachtoffer niet mishandeld. Zo ook als de persoon in staat is om voor zich zelf op te komen. De dader weet wel een selectie te maken en zoekt een slachtoffer over wie ze gezag hebben.

In de genderbenadering wordt ervan uitgegaan dat huiselijk geweld, met name partnergeweld, grotendeels voortkomt uit de traditionele rolpatronen van mannen en vrouwen. De gender theorie onderscheidt de biologische eigenschappen van mannen en vrouwen (geslacht) van de sociale rollen die zij vervullen en de hiërarchische verhoudingen tussen hen (gender). Je wordt als man of vrouw geboren. Hoe je je in de samenleving moet gedragen, wat er van je verwacht wordt omdat je man of vrouw bent, naar wie je moet luisteren, volgen of gehoorzamen wordt echter aangeleerd. Een bekende uitspraak van de daders volgens Carla Bakboord is ‘ Als ze naar me had geluisterd had ik het niet gedaan’

Om de werking van de onevenwichtige sociale en economische verhoudingen te illustreren hebben de aanwezigen een rollenspel gespeeld waarin zij de rol van o.a. het slachtoffer, werkgever, dader, hulpverlener en dominee vertolkte. Bij reflectie werd er opgemerkt dat niemand de dader aansprak, en dat het slachtoffer dat om concrete hulp ging zoeken, maar alleen advies kreeg. Het was voor het slachtoffer in het rollenspel ook moeilijk om hulp te aanvaarden omdat de kinderen weer terug naar huis wilden, de dominee in het rollenspel verwees naar de vooraanstaande positie die de dader had in gemeenschap; er was gevaar voor baanverlies. Ook bedreigde de dader het slachtoffer haar te vermoorden. 

Carla Bakboord merkte op dat er heel serieus omgegaan moet worden met die bedreiging “Als hij zegt dat hij je gaat vermoorden, gaat hij het ook (proberen te) doen”


Na reflectie kwam terecht de vraag hoe je dan wel verantwoordelijk hulp bieden in zulke situaties. Dit kan door een beschermingsbevel aan te vragen, nog voordat het geweld heeft plaats gevonden gaf Henna Guicherit aan. In 2009 is er een wet Huiselijk Geweld aangenomen, die het mogelijk maakt om een beschermingsbevel aan te vragen ter bescherming van jezelf of anderen die slachtoffer zijn of dreigen te worden, van huiselijk geweld. Binnen deze wet is niet alleen partnergeweld opgenomen, maar elke vorm van lichamelijk, seksueel, psychisch of financieel geweld dat wordt gepleegd door een persoon tegen een partner, kind, ouder, lid van het gezin of behoeftige, ongeacht waar het geweld plaatsvindt. Het bevel kan aangevraagd worden door de partner (slachtoffer) van de geweldpleger, een lid van het gezin, een kind door tussenkomst van personen, een ouder en een persoon die een kind heeft met de geweldpleger. Het overtreden van dit bevel wordt bij eerste overtreding gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste 4 jaar, bij meerdere overtredingen loopt dit op. Het bijzondere aan deze wet is dat het bevel aangevraagd kan worden nog voordat het geweld heeft plaatsgevonden. De wet is bedoeld om preventief te werk gaan.



maandag 28 november 2016

Ken je mensenrechten, dat is het werk van kritische burgers

Steeds vaker is een eerste reactie op een roofoverval of roofmoord “Dood aan die criminelen!”. Velen lijken van mening dat er teveel waarde wordt gehecht aan de rechten van criminelen en te weinig aan de mensenrechten van de slachtoffers. Dit was voor Projekta en BINI (het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur) aanleiding om tijdens de 9e Democratiemaand ook aandacht te besteden aan de basisprincipes van Mensenrechten. Mr. Dr. Gaetano Best ging tijdens het BINI-Mini college “Mensenrechten” op donderdag 17 november in op wat mensenrechten nu eigenlijk zijn, wat ze betekenen voor slachtoffers en daders, voor ons allemaal, en hoe ze werken in de praktijk. Best is op 20 oktober 2016 gepromoveerd aan de Universiteit van Amsterdam. Voor zijn proefschrift getiteld “Fair and Accurate Fact-Finding in Dutch Atrocity Crimes Cases” heeft hij onderzoek gedaan naar de berechting van internationale misdrijven, zoals volkerenmoord, oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid en foltering.

Waarom mensenrechten 
Best startte de sessie door in te gaan op wat mensenrechten zijn. Hij stond stil bij de twee functies van mensenrechten, nl. de zwaard- en de verkeerslichtfunctie. De zwaardfunctie heeft betrekking op mensenrechten ter bescherming van de persoonlijke vrijheden van burgers tegen overdadige inmenging van de overheid. De verkeerslichtfunctie van mensenrechten, komt tot uiting in de relatie burger- overheid, waarbij mensenrechten de relatie tussen overheid en burger vorm geven. De overheid heeft hierbij zowel een onthoudingsplicht als een zorgplicht. Als voorbeeld hiervan noemde de inleider het recht op leven. Aan de ene kant mag de overheid dat recht niet schenden, en zal daardoor geen handelingen moeten verrichten om dat recht te schenden, tegelijkertijd is de overheid verplicht te handelen als het recht op leven geschonden wordt.

Klassieke rechten v.s. Sociale en economische rechten 
Best ging ook in op de verschillende rechten, waarbij er onderscheid wordt gemaakt tussen 2 soorten, namelijk de klassieke grondrechten en de sociale en economische rechten. Tot de klassieke grondrechten behoren o.a. het recht op leven en de vrijwaring van discriminatie. Het recht op onderwijs en het recht op gezondheidszorg zijn voorbeelden van de sociale en economische rechten, ook wel de soft rights genoemd. De spreker ging ook in op de verschillen in naleving van de 2 groepen van rechten. Bij de klassieke rechten gaat het om rechten waar de Staat geen inbreuk op mag maken; inbreuk hierop is makkelijk meetbaar. De sociale en economische rechten houden een inspanningsplicht in voor de Overheid, en inbreuken hierop zijn moeilijk te onderscheiden, vandaar dat deze soft right worden genoemd. Als bijvoorbeeld je eigendomsrecht wordt geschonden, en dus iets dat jouw bezit is wordt vervreemd/gestolen, dan kan je makkelijk bij de rechter het recht verhaald worden. Bij het recht op gezondheidszorg, een voorbeeld van een soft right, is inbreuk daarop moeilijk te meten. Dit omdat de mate van gezondheidszorg welke een overheid kan bieden sterk afhankelijk is van het welvaartsniveau van het land. Het is veel moeilijker om de Overheid te dwingen zich aan haar plicht te houden.

Regels inperking klassieke grondrechten 
Best hield zijn gehoor voor dat hoewel sommige rechten absoluut zijn, dit niet geldt voor de meeste mensenrechten. Het recht op vrije meningsuiting bijvoorbeeld geeft je niet het recht een ander onnodig te grieven; je kunt daarop worden aangesproken, het grieven is strafbaar gesteld.
De inperking van de grondrechten mag echter niet zomaar, gaf de spreker aan. Deze moet bij wet zijn voorzien, het moet een geoorloofd doel hebben en het moet noodzakelijk zijn in een democratische samenleving . Om de noodzakelijkheid van de inperking te toetsen moet nagegaan worden als de beperkende maatregel geschikt is om het doel te bereiken, of er wel of niet een minder vergaand middel is om het doel te bereiken, en of door de maatregel gediende belang opweegt tegen de beperking. De in te voeren inperking moet aan al deze 3 elementen voldoen. Best vroeg aan zijn gehoor de elementen van de noodzakelijkheid toetst toe te passen op de herinvoering van de doodstraf voor het indammen van de criminaliteit.  Dit stuitte bij de vraag of er geen minder vergaand middel is waarmee hetzelfde doel bereikt kan worden. Best gaf aan dat met het beëindigen van iemands leven, als afschrikmiddel niet werkt, en dat daarmee de echte oorzaken van criminaliteit niet worden aangepakt. Ter illustratie hiervan gaf hij aan dat in landen met de laagste criminaliteitscijfers de doodstraf al heel lang is afgeschaft.  

Best ging ook in op de horizontale werking van mensenrechten. Mensenrechten functioneren als een symbolisch verkeerslicht tussen hoe burgers zich tot elkaar verhouden. De horizontale werking van mensenrechten verloopt niet onproblematisch en rechten kunnen met mekaar botsen, hield de spreker zijn gehoor voor

Doden van dieven
Er werden twee cases besproken tijdens het mini-college.
Best somde voor de eerste casus enkele van de standpunten van Facebook-gebruikers op die juichten bij berichten over een gedode crimineel. Best geeft aan dat in Suriname het recht op leven een absoluut recht is, en stelde de retorische vraag wat burgers het recht geeft onder welke omstandigheid dan ook het leven van een ander te beëindigen. Hij is van mening dat het doden van dieven, het middel, niet in verhouding staat tot het doel. Dit omdat er minder vergaande manieren zijn om het recht dat bij diefstal geschonden wordt te verhalen. Je kunt niet de schending van het ene recht beantwoorden met de schending van een ander recht, je mag niet als eigen rechter optreden gaf Best aan.

De spreker ging ook in op het beroep op noodweer. Bij elke schending moet er een strafrechtelijk onderzoek plaatsvinden. Het beroep op noodweer zal alleen maar slagen bij noodzakelijke verdediging van de integriteit van het lichaam, eerbaarheid of eigendom. Ook hierbij staat overeind dat het middel dat je gebruikt hebt in verhouding moet zijn tot het doel.
Juichen bij de dood van een crimineel is hoog problematisch volgens Best. Hij geeft aan dat het recht op leven een mensenrecht is, ook een dief een mens is, en ieder mens het absoluut recht tot leven heeft. Als je dus juicht om de dood van een dief, is dit een verkapte oproep tot schenden van een fundamenteel mensenrecht.

Discriminatie LBGT
De tweede casus die door Best onder een vergrootglas werd geplaatst waren de standpunten van Facebook-gebruikers over het niet erkennen van LBGT rechten. Hij gaf aan dat er hier sprake is van botsing van twee rechten, het recht op vrijwaring van discriminatie versus recht op vrijheid van religie. De vraag die gesteld moet worden is welk recht voorrang krijgt. Best geeft aan dat gelijke behandeling van LBGT’s niet leidt tot een beperking van het recht op vrijheid van religie. Hij stelt dat je een voorstander bent van discriminatie als je zegt dat de overheid LBGT rechten niet moet vastleggen in de wet. Religie is een privé aangelegenheid, en kan niet ten grondslag gelegd worden voor overheidsbeleid.  Er bestaat geen hiërarchie tussen mensenrechten. Gelovigen zouden het niet toestaan dat de LBGT gemeenschap oproept tot inperking van vrijheid van geloof, waarom zou de LBGT gemeenschap dan moeten dulden dat gelovigen oproepen tot discriminatie o.b.v. seksuele geaardheid? hield Best de aanwezigen voor.

Ken je mensenrechten 
Best sloot de mini-college af door aan te geven dat je mensenrechten niet hebt, maar dat je ze krijgt. Mensenrechten werken pas bij beroep daarop. Dit eist dat burgers niet alleen kritisch zijn, maar ook geïnformeerd. Je moet je mening ventileren op grond van kennis, want alleen dan kun je op een goede, steekhoudende manier opkomen voor je eigen rechten.
Als slotopmerking gaf de spreker aan dat ook als onze rechten misschien niet geschonden worden, wij wel moeten opkomen als de rechten van anderen geschonden worden. Want wat hun vandaag overkomt, kan jou morgen ook overkomen.

Treinen bekeken, Regeringsverklaring herschreven- Master class “Kritische beschouwing”

Op zaterdag 19 november, werd de Mini-Masterclass “Kritische Beschouwing, opinievorming en –uiting” verzorgd in het kader van de 9e Democratiemaand, georganiseerd door PROJEKTA met het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur. De sessie werd gefaciliteerd door Sharda Ganga, directeur van PROJEKTA. Het publiek bestond uit 28 deelnemers, variërend van een gepensioneerd militair, leerkrachten, juristen, economen, mijnbouwdeskundigen, tot gemeenschapswerkers, studenten, en een brandweerman.


Beschouwing en opinievorming vanuit een kader


Sharda Ganga startte de sessie door in te gaan op wat kritisch denken is, en wat de kenmerken zijn van kritische denkers, zoals nieuwsgierigheid, een open en onderzoekende houding, en waarheidsgerichtheid. Daarna beschreef ze enkele veel voorkomende redeneerfouten, zoals inductie en verkeerde premissen. Een actueel persbericht van het Ministerie van Financiën over de IMF-missie werd door de deelnemers onder de loep genomen met het voorgaande in gedachten. Daarbij bleek dat het bericht meer vragen opriep dan dat het antwoorden gaf. Een rollenspel werd toen gespeeld, waarbij de deelnemers in hun rollen als journalist vragen konden afvuren op ‘Minister Ganga’.


Een van de belangrijkste handvatten voor kritische beschouwing en opinievorming is het gebruik van referentiekaders. Dit zijn raamwerken waaraan teksten, situaties en uitspraken kunnen worden getoetst. Ze maken het proces van onderzoek, toetsing en analyse gemakkelijker.
Enkele van deze ‘referentiekaders’ van het Burgerinitiatief werden nader bekeken: mensenrechten, goed bestuur en duurzame ontwikkeling.
Als oefening, bestudeerden de deelnemers vervolgens nieuwsberichten over het beruchte treinenproject vanuit het kader van Goed Bestuur: kijken naar rekenschap, transparantie, rechtsstaat, responsiviteit, billijkheid, inclusiviteit, en participatie. Voor de deelnemers was het een eye-opener om met een andere ‘bril’ op naar de berichten te kijken: hun onvrede kreeg woorden, nu ze duidelijker konden aangeven wat er niet klopte aan de werkwijze vanuit een kader.

Regeringsverklaring herschreven
Een veel voorkomende tekortkoming van teksten is het ‘wollig schrijven’: veel en lange woorden gebruiken, steeds hetzelfde herhalen met andere woorden. Deelnemers stortten zich, na een korte uitleg, op delen van de laatste Regeringsverklaring, en brachten alinea’s van 10 – 15 regels terug naar 2 of 3 zinnen, waarbij de kern van die alinea nog altijd intact bleef, maar de tekst nu wel begrijpelijker werd.

Daarna behandelde Ganga voorbeelden van makkelijk te produceren kritische stukken: opiniestukken, timelines, woorden-analyses, ‘close reading’ van teksten, en opsommingen als ingang. Uit Projekta’s ‘State of our Democracy’ nieuwsbrieven werden voorbeelden van artikelen gehaald, die gemaakt zijn op basis van timeline- en tekst-onderzoek. Onderzoek is namelijk niet zo moeilijk als velen denken, maar het vereist wel nauwkeurigheid en tijd.

Ter afsluiting, gaf Ganga tips en adviezen over de inhoud, structuur en stijl van opiniestukken, waarbij haar persoonlijke ervaring als schrijver aan de orde kwam. Als belangrijkste advies gaf zij mee om te lezen, lezen, en nog meer te lezen: internationale kranten, tijdschriften, romans, stripverhalen, het maakt niet uit. Alles helpt om je denkkader te vormen en te veranderen. Naast lezen is het ook van belang om te blijven schrijven- alleen door veel te schrijven leer je schrijven.

Bij de evaluatie gaf een groot deel van de deelnemers aan dat zij met een meer kritische blik zullen kijken naar publicaties, vanuit een duidelijk referentiekader: ”ik lees nooit meer op dezelfde manier de krant” werd gezegd.

maandag 14 november 2016

Mini-masterclass: de kunst van kritische beschouwing, opinievorming en -uiting


Projekta presenteert op zaterdag 19 november de 2e mini-masterclass in het kader van Democratiemaand 2016. Deze mini-masterclass gaat over de kunst van kritische beschouwing, opinievorming en -uiting.

Wij kijken allereerst naar verschillende kaders voor kritische beschouwing en analyse (zoals goed bestuur en mensenrechten), als basis voor het vormen van een mening. Met behulp van concrete praktijkgevallen, zullen deelnemers oefenen in het analyseren van cases en beleid, op basis van de denkkaders die zijn behandeld. Als laatste onderdeel van de mini-masterclass, leer je hoe je mening te presenteren, waarbij wij zullen ingaan op de basisstappen voor opiniestukken en andere vormen van meningsuiting.
De facilitators zijn Sharda Ganga en Rayah Bhattacharji van PROJEKTA.

"De kunst van kritische beschouwing, opinievorming en -uiting" wordt gehouden van 9.30 - 15.00u, in de zaal van het Blindencentrum (dr. Sophie Redmondstraat). De mini-masterclass is gratis toegankelijk voor een ieder, maar voorafgaande registratie is wel verplicht, vanwege een beperkt aantal zitplaatsen. Snacks en koude dranken zullen tegen een lage prijs worden verkocht. 
Registratie kan via projekta@sr.net of telefonisch via 439924 / 439925.

BINI-mini's: zodat u goed onderlegd discussies kunt voeren

Iedereen praat, maar weten ze wel wat ze zeggen?
Iedereen heeft een mening, maar kloppen de feiten waarop ze die mening baseren wel?
Met de Bini-Mini’s willen wij u voldoende achtergrondinformatie geven om u in discussies niet te laten overdonderen door mensen die doen alsof ze het (beter) weten. 

De “BINI-mini’s”  zijn korte interactieve colleges voor basiskennis en bewustwording, bestemd voor niet-deskundigen. Er zijn drie kernthema’s: mensenrechten, financieel-economisch en goed bestuur.


Thema: Mensenrechten

Huiselijk geweld

Helaas is geweld binnen de huiselijke sfeer een zeer actueel thema. Het lijkt vandaag de dag alsof er vaker dan ooit (dodelijke) slachtoffers vallen. Is dit wel zo? En aangezien het geweld in de privésfeer betreft, is er ook geweld en onrecht waar we niets van horen. Wat zijn bijvoorbeeld de problemen waar kwetsbare groepen zoals kinderen en seniore burgers mee geconfronteerd worden? Carla Bakboord en Henna Guicherit van het Women’s Rights Centre (WRC) zullen ingaan op de oorzaken en gevolgen van huiselijk geweld. Tijdens deze BINI-mini zal ook aandacht worden besteed aan welke rechten slachtoffers en daders hebben volgens de wet.
Carla Bakboord, Henna Guicherit, DINSDAG 15 NOVEMBER, 18.00-19.30 UUR, LALLA ROOKH, GEBOUW 2


Mensenrechten algemeen

Steeds vaker is een eerste reactie op een roofoverval of roofmoord “Dood aan die criminelen!” Wanneer er vervolgens gewezen wordt op de rechten van vermeende criminelen, voelen velen dat er niet genoeg waarde wordt gehecht aan de mensenrechten van de slachtoffers. Gaetano Best gaat in op wat mensenrechten nu eigenlijk zijn, wat ze betekenen voor slachtoffers en daders, voor ons allemaal, en hoe ze werken in de praktijk. 
Gaetano Best, DONDERDAG 17 NOVEMBER, 18.00-19.30 UUR, LALLA ROOKH, GEBOUW 2


Vrouwenrechten

Maggie Schmeitz vertelt waarom het nodig is om speciale vrouwenrechten te hebben, en waarom de roep dat “vrouwen het overnemen, en waarom hebben die gendermensen geen oog voor de mannen”  een gemakzuchtige redenering is die haaks staat op de realiteit. Laat u niet langer afleiden door dit soort uitspraken!
Maggie Schmeitz, DONDERDAG 17 NOVEMBER, 19.45-21.15 UUR, LALLA ROOKH, GEBOUW 2

Thema: Goed Bestuur

Drie wetten die we niet hebben: Wet op de Jaarrekening, de Anticorruptiewet en de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB)


De Wet Openbaarheid van Bestuur is fundamenteel voor het maken en uitvoeren van beleid. Met dergelijke controlemechanismes kan de hele gemeenschap controle uitoefenen, aldus president Bouterse. Dat zeggen wij al heel lang- met name dat de Anticorruptiewet nauwelijks zinvol is zonder een Wet Openbaarheid van Bestuur. Ook de Wet op de Jaarrekening is een onmisbaar instrument voor het afleggen van rekenschap en om controle te kunnen uitoefenen op hoe overheidsinstanties en politieke ambtsdragers hun werk uitvoeren. Cyril Soeri, Sharda Ganga en Rayah Bhattacharji zullen tijdens deze BINI-mini ingaan op waarom deze wetten onmisbaar zijn en waar zij aan moeten voldoen om daadwerkelijk een verschil te kunnen maken. Ook het huidige concept van de Anticorruptiewet wordt ontleed. 
Rayah Bhattacharji, Cyril Soeri, Sharda Ganga, DINSDAG 15 NOVEMBER, 19.45-21.15 UUR, LALLA ROOKH, GEBOUW 2

De rol van de Rekenkamer in Goed Bestuur

Het kan niemand zijn ontgaan: we leven in een precaire situatie. Nu is het meer dan ooit belangrijk dat er degelijk, transparant financieel beleid gevoerd wordt. Charmaine Felter, voorzitter van de Rekenkamer, vertelt over de taken en bevoegdheden van dit instituut, oftewel: welke rol speelt de Rekenkamer in het realiseren van goed bestuur. Want het is belangrijk dat de CLAD haar werk doet, maar de Rekenkamer is net zo belangrijk. 
Charmaine Felter (Vz. Rekenkamer), DONDERDAG 17 NOVEMBER, 19.45-21.15 UUR, LALLA ROOKH, GEBOUW 2

Mijnbouw en duurzame ontwikkeling

Decennia lang is Suriname voor haar ontwikkeling afhankelijk geweest van mijnbouw. Nu natuurlijke grondstoffen op lijken te raken en de internationale roep om duurzame ontwikkeling ook in ons land steeds luider klinkt, is het een goed moment om stil te staan bij de vraag of mijnbouw en duurzame ontwikkeling wel samen gaan. Dimitri Tjon Sie Fat (Green Heritage Fund Suriname) zal op een interactieve manier de gehele mijnbouwketen doorlopen. Er wordt onder andere stilgestaan bij welke stappen Suriname mist en wat de gevolgen hiervan zijn, maar ook zal er aandacht zijn voor de alternatieven voor (duurzame) ontwikkeling. 
Dimitri Tjon Sie Fat, WOENSDAG 16 NOVEMBER, 18.00-19.30 UUR, LALLA ROOKH, GEBOUW 1

Thema: Financieel-economisch

Basiskennis, prangende vragen. Leningen, staatsobligaties en wisselkoersen 

Nu de goudprijs is gedaald en Suriname in een financiële crisis is komen te verkeren, stellen wij vragen die we eerder niet stelden- nu willen we het naadje van de financiele kous wel weten. Steven Debipersad van de Vereniging van Economisten in Suriname (VES) zal ons basis economische, financiele en monetaire informatie verstrekken zodat we antwoord kunnen geven op prangende vragen zoals “Hoeveel hebben wij geleend, hoeveel moeten we terug betalen en wanneer? Hoe kan het dat de koers steeds verder omhoog gaat?
Steven Debipersad, DINSDAG 15 NOVEMBER, 18.00 - 19.30, LALLA GEBOUW 2 

De gouddeal(s): de feiten, niet de verhalen 

Rosebel Gold Mines (RGM), Suriname Gold Company L.L.C. (SURGOLD), voor hoeveel procent doet Suriname mee? Wat zijn de afspraken?Wat houden de deals in, en  wat betekenen ze voor de toekomst van ons land? Wat had anders gemoeten/gekund?
Aroen Gangaram Panday graaft samen met ons naar antwoorden. 
Aroen Gangaram Panday, WOENSDAG 16 NOVEMBER, 19.45 - 21.15, LALLA ROOKH, GEBOUW 1.


‘s Lands begroting: hoe lees je dat? 

Zonder een begroting waarin wordt aangegeven wat je denkt dat je gaat verdienen en waaraan je het zal uitgeven zal je je doelen in je persoonlijk leven moeilijk bereiken. Geldt dat ook voor de overheid?  Waar komt het geld dat de overheid besteed vandaan? En waar zal de Regering het komend jaar haar geld aan uitgeven? Is er meer over minder voor onderwijs en gezondheidszorg? Is er ruimte voor dat wat jij belangrijk vindt?
Om achter die informatie te komen moet je ’s Lands Begroting ter hand nemen. Maar hoe lees je dat? Monique Essed Fernandes zal op een interactieve manier hierop ingaan.
Monique Essed Fernandes, DONDERDAG 17 NOVEMBER, 18.00 - 19.30, LALLA ROOKH, GEBOUW 2

Rooster


Aanmelden

Alle activiteiten van de Democratiemaand zijn kosteloos, hoewel registratie vooraf verplicht is. Mail naar projekta@sr.net of bel op 439925.


Achtergrond informatie

 
PROJEKTA organiseert deze maand i.s.m. het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur, voor de 9e keer de Democratiemaand. Het thema is ‘Kritische Burgers: Rechten en Verantwoordelijkheden’. Deze editie is gericht op het bevorderen van kritisch, democratisch burgerschap.

Het thema: Kritische Burgers
Kritisch, democratisch burgerschap wil zeggen: niet alleen kritiek geven om kritiek te geven, maar praten vanuit een op feiten gebaseerde opinie. Niet alleen protesteren, maar weten wat betekenisvolle citizens action is. Niet alleen de vinger wijzen naar de Staat en de Regering, maar bijdragen aan maatschappelijk welzijn, de beleving van mensenrechten en democratie,  waar we kunnen – altijd op basis van een kritische blik.
Kritisch, democratisch burgerschap vereist een leergierige geest. Het vraagt om het vermogen om feiten van fictie  te onderscheiden, om  basisprincipes van mensenrechten, rechtsstaat en goed bestuur te begrijpen en toe te passen in redeneringen , acties en in analyse van beleid, toespraken, en teksten.
Kritische burgers worden niet geboren – zij worden gevormd.
Wij geloven dat debatten en discussies inboeten aan kwaliteit, onder andere omdat burgers niet voldoende uitgerust zijn om beleid te analyseren, niet voldoende achtergrondinformatie hebben om een afgewogen mening te vormen, en onvoldoende vaardigheden  om samenhangende argumenten te presenteren. De masterclasses en bovenstaande BINI-mini’s van de Democratiemaand 2016 beogen hier verandering in te brengen.


Achtergrond: Het Burgerinitiatief
Het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) is een collectief van maatschappelijke organisaties en individuele burgers die een rechtvaardige maatschappij voorstaan, waarin de mens en menselijke waardigheid centraal staan, en de beleving en waarborging van de rechten van alle burgers het uitgangspunt is voor het handelen van de Regering, het Bedrijfsleven, en de Civil Society zelf.
Aan het Burgerinitiatief neemt een groot aantal maatschappelijke organisaties en individuele burgers deel, die allen jarenlange expertise bezitten op hun werkgebied zoals Projekta, VES (Vereniging van Economisten in Suriname), VSB (Vereniging Surinaams Bedrijfsleven), VIDS (Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname), Tropenbos International Suriname, GHFS (Green Heritage Fund Suriname), Stg Projekten Christelijk Onderwijs Suriname, Stg Onderwijs EBGS, Stg Ultimate Purpose, Women’s Rights Centre, Vrouwen Parlement Forum, LGBT Platform Suriname, Stas International, Global Shapers Paramaribo, Universiteitsinstituut Kinderrechten (UK), Foundation for Human Development, Sofie Ruysschaert (WWF Suriname), Lisa Best, Monique Essed-Fernandes, Antoon Grunberg, Fenna Walhain, Hans Lim A Po, Aroen Gangaram Panday en Nancy del Prado.
De thematische werkgroepen van BINI zijn: Democratie, Goed Bestuur en Rechtsstaat; Milieu; Financieel-Economische en Monetaire Ontwikkeling; Kinderrechten; Gender; Rechten van Inheemsen en Tribale Volkeren; Fatsoenlijk Werk; Onderwijs; Gezondheid; Sport; en Ruimtelijke Ordening.

Achtergrond: Waarom Democratiemaand? 
De Internationale Dag van de Democratie, vallend op 15 september, werd in 2007 geproclameerd door de Verenigde Naties. Regeringen werden daarbij opgeroepen om nationale programma’s te ontwikkelen en uit te voeren voor het versterken van democratie in hun landen. 
“Democratieën worden niet in een dag geboren, noch gemaakt in een jaar, en verkiezingen alleen maken geen democratie”, zei de voormalige VN secretaris generaal Ban Ki Moon.
Democratie vraagt om een voortdurend en nauwgezet werken aan de realisatie ervan. In een duurzame democratische cultuur kennen de burgers hun rechten en verantwoordelijkheden. En als niet iedereen deze kent, dan moet dit door middel van educatie en informatie worden verspreid. Daarom brengt Projekta al sinds 2008, elk jaar een maand lang dit thema onder de aandacht van alle Surinamers.  Nu samen met haar partners van het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur.

De Kunst van Gerichte Actie: bezin eer gij begint

Ongeveer 23 personen deden mee aan de interactieve en levendige masterclass.
Op zaterdag 12 november verzorgde Projekta de mini-masterclass “De Kunst van Gerichte Actie: de burger als activist’. De mini-masterclass was onderdeel van de 9e Democratiemaand, die als thema heeft ‘Kritische Burgers: Rechten en Verantwoordelijkheden’.
Leerkracht, sociaal werker, universiteitsstudent, politie-agent, psycholoog, marktverkoper: dit is maar een greep uit de zeer diverse achtergronden van de 23 deelnemers. Wat zij wel gemeenschappelijk hadden, was een wil en passie om te werken aan sociale verandering en verbetering.
Deelnemers maakten ijverig aantekeningen
Waar de één zich vooral wil richten op hoe een buurt te mobiliseren voor een gemeenschappelijk doel, een ander zich wil inzetten om duidelijk te maken dat patienten mensen zijn met rechten of om na te gaan hoe zij een actievere bijdrage kunnen leveren aan de samenleving, waren er weer anderen die naar de training kwamen, omdat ze wilden begrijpen waarom zoveel mensen wel klagen, maar dat sommige acties toch niet een breed draagvlak kunnen krijgen.
De training bood hen praktische handvatten hoe dat te bereiken via gerichte acties. Trainer Sharda Ganga behandelde een lange reeks van verschillende vormen van sociale actie, om aan te tonen dat er meer bestaat dan de in Suriname vaak toegepaste vormen, zoals brieven schrijven, staken, of protestmarsen houden. Aan de orde kwamen vooral de verschillende overwegingen die een rol spelen bij het kiezen van een vorm van sociale actie. Een van de centrale punten hierbij was het goed kennen van de groep belanghebbenden en van hun problemen en behoeften.
Vragen en discussies bleven ook niet uit.
Daarna ging de sessie over de stappen van het plannen, uitvoeren, en opvolgen van sociale actie. Daaruit bleek dat de voorbereidingsfase een vaak onderschatte – maar cruciale – stap is, waarbij extra aandacht werd besteed aan het verzamelen van feiten en bewijzen, en het stellen van concrete en realistisch bereikbare doelen. Ook kwam naar voren dat het voeren van publieke actie niet altijd de meest geschikte methode is om doelen te behalen; de basisregel is om het altijd eerst te proberen met dialoog, lobby en advocacy, en pas als dat niet werkt,  over te gaan tot meer publieke vormen van actie, met daarbij ook nog het advies om actievormen op te bouwen- en  met de minst aggressieve vorm van actie te starten. “Hou altijd voor ogen dat de actie niet het doel is”. Als je je doel kan bereiken met een open brief, dan is dat uiteraard te prefereren.
Er is ook lang stilgestaan bij punten als geloofwaardigheid en moreel overwicht van actievoerders, waarbij het verschil tussen actie als hobby (actievoeren zonder dat er daadwerkelijk iets van jezelf op het spel staat, alleen in de weekenden en als het jou uitkomt actievoeren), en  geloofwaardige actie naar voren kwam.
Een van de oudste en een van de jongste deelnemers naast elkaar
Heel herkenbaar vonden de deelnemers de verschillende manieren waarop acties ondermijnd en tegengewerkt kunnen worden- van het toepassen van verdeel-en heerstactieken tot het verleggen van accenten.
Tijdens de training, bespraken deelnemers concrete voorbeelden uit de Surinaamse (en buitenlandse) actualiteit, zoals de ‘Wij Zijn Moe’ beweging (die ook aanwezig was), de uitgifte van het gemeenschapsterrein van jongeren in Moengo, en de verkiezingen in de VS.

Aan het einde van de dag, verklaarden de deelnemers zeer tevreden te zijn over de sessie, waarbij het belangrijkste dat zij hebben geleerd was het belang van een goede voorbereiding en planning van maatschappelijke actie.






maandag 7 november 2016

Mini-Masterclass: De kunst van gerichte actie (de burger als activist)

Registreer Snel! Mini-Masterclass: De kunst van gerichte actie (de burger als activist) Wat als je internetverbinding een gruwel is, kun je dan echt niets doen? Wat kun je doen om je stem te laten horen, als consument en/of als (ontevreden) burger? Wat kun je nog meer doen behalve op straat protesteren? Welke vormen van actie zijn er? Wanneer kies je waarvoor? Wanneer en waarom komen mensen wel in actie, wanneer niet? Waarom lukt de ene actie wel en de andere niet? Waar moet je op voorbereid zijn als je oproept tot actie? Wil je antwoord op deze en andere vragen, kom dan naar de sessie op zaterdag 12 november 2016, 9.30u-15.00u. (Vooral aan te raden voor mensen die vinden dat "Surinamers te lui of te dom zijn, daarom komen ze niet in actie in deze tijd!)


vrijdag 4 november 2016

DEMOCRATIEMAAND 2016





Het thema van Democratiemaand 2016 is “Kritische Burgers”.  Deze 9e editie is gericht op het bevorderen van kritisch, democratisch burgerschap. Dat wil zeggen: niet alleen kritiek geven om kritiek te geven, maar praten vanuit een op feiten gebaseerde opinie. Niet alleen protesteren, maar weten wat betekenisvolle citizens action is. Niet alleen de vinger wijzen naar de Staat en de Regering, maar bijdragen waar we kunnen, aan maatschappelijk welzijn, de beleving van mensenrechten en democratie  - altijd op basis van een kritische blik.
Kritisch, democratisch burgerschap vereist een leergierige geest.
Het vraagt om het vermogen om feiten van fictie  te onderscheiden, om  basisprincipes van burgerschap, mensenrechten, rechtsstaat en goed bestuur te begrijpen en toe te passen in redeneringen en acties,  en in analyse van beleid, van toespraken, van andere teksten.
Kritische burgers worden niet geboren – zij worden gevormd.
Dit vereist een expliciete wil en bereidheid om burgers toe te rusten met de kennis, vaardigheden en attitude om een stem te hebben die bijdraagt aan het algemeen belang.
Sinds de verkiezingen van 2015, zijn de burgers van Suriname geconfronteerd met een scala aan vraagstukken, voornamelijk, maar niet alleen, te wijten aan de financiële en economische crisis die ons land meemaakt. In een dergelijke omgeving vormen het gebrek aan transparantie en de vele veranderingen in het beleid, een voedingsbodem voor argwaan en verhit debat. Verschillende soorten van protest zijn gehouden, met een wisselende mate van succes in termen van opkomst en impact.
Een andere zorgwekkende trend is de toenemende roep om, en tolerantie van geweld, en publiekelijk afwijzen van de mensenrechten van mensen die als crimineel worden gezien. Discussies verzanden in gemeenplaatsen en beschuldigingen, er is weinig ruimte voor gedegen afweging, weinig geduld voor gematigde stemmen.
Wij geloven dat debatten en discussies inboeten aan kwaliteit, onder andere omdat burgers niet voldoende uitgerust zijn om beleid te analyseren, niet voldoende achtergrondinformatie hebben om een afgewogen mening te vormen, en onvoldoende vaardigheden om samenhangende argumenten te presenteren.
De activiteiten van Democratiemaand 2016 zijn gericht op bewustwording en capaciteitsopbouw voor kritisch burgerschap, via een serie van mini-openbare colleges (de BINI-mini’s)  en mini-masterclasses, mediaproducties,  en de publicatie van de 7e State of Our Democracy nieuwsbrief.
Wij nodigen u uit om mee te doen!