woensdag 17 november 2010

ICT is geen toverstok voor meer democratie!

 
ICT is geen toverstok als het gaat om haar toepassing bij de bevordering van burgerparticipatie in democratische processen. Tot deze conclusie kwamen de aanwezigen bij de discussie “ Over i-pads, notebooks en e-democracy", de 4e lezing in de Projekta discussiecyclus Democratie en Accountability , gehouden op de nationale vrije dag Ied Ul Adha. In een knusse setting gaf de inleider Mosche Bromet, uitleg over de begrippen e - government, e - governance en e -democracy, de verschillen en overeenkomsten en het belang voor burgers. Hij is directeur/eigenaar van Tipping Point Training en Consultancy, een ICT’er die zich persoonlijk verplicht voelt om aan het democratisch proces deel te nemen. Dit voornemen is o.a versterkt door zijn deelname aan de
OAS-cursus ‘Building capacities of Young Political Leaders”. Bromet nam als enige Surinamer deel aan de training, waar hij ook voor slaagde.

Ondanks het feit dat ook Projekta door de nieuwe nationale vrije dag werd verrast, besloot zij de geplande discussie normaal voortgang te laten vinden. Op de bekendmaking dat de lezing normaal plaatsvond, kwamen genoeg bevestigingen binnen. We verwachtten daarom een behoorlijk volle bak. Maar een vrije dag was voor velen waarschijnlijk toch te onweerstaanbaar. In een kleinere setting dan verwacht, werd ingegaan op de begrippen e-government, e-governance en e-democracy. Bij de eerste ligt de nadruk op de verbetering van diensten door de overheid of efficiëntie. E - governance, die weleens met e-democracy wordt verward, verwijst naar het gebruik van informatie technologie en communicatie technologieën en strategieën in de politieke en bestuurlijke processen. Naast de overheid zijn ook de verkozen ambtenaren, de media, politieke organisaties, en burgers / kiezers belangrijke spelers bij e - governance en e - democracy.

ICT kan zeker een grote rol spelen bij het betrekken van burgers bij beleid, maar dan zal er eerst aan enkele voorwaarden moeten worden voldaan. Bijvoorbeeld: een goede infrastructuur (apparatuur en netwerken aanwezig), hogere mate van gebruik (de apparatuur en infrastructuur wordt gebruikt) en een hoog niveau van gebruik (optimaal gebruik van de mogelijke toepassingen). Maar er zijn ook enkele gevaren verbonden aan het gebruik van ICT, want “zodra je greep op informatie hebt, kun je die informatie manipuleren. Zo kan er verkeerde informatie worden gegeven, onvoldoende of eenzijdige informatie of juist teveel informatie worden verstrekt. Teveel informatie kan als rookgordijn worden gebruikt om cruciale informatie te verbergen. Voorbeeld: de Enron affaire, waarbij het Amerikaans energiebedrijf ongeveer 2.7 miljoen pagina’s financiële informatie openbaar maakte, in de wetenschap dat niemand ooit de tijd zou hebben om daar door heen te waden. Ook e-voting wordt voorlopig afgeraden door Bromet: er is een te grote kans dat er in het systeem wordt gehacked. Controle is daarom van essentieel belang.

Via ICT ruimte creëren voor burgers en burgerorganisaties om aan bestuurlijke processen mee te doen vormt ook geen garantie dat zij aan die processen zullen meedoen. Er zal capaciteit moeten worden gebouwd. Om te beginnen zullen burgers door onderwijs en training moeten worden meegenomen in het proces. Bovendien is er veel geld nodig om aan de randvoorwaarden – het opzetten van de juiste infrastructuur – te kunnen voldoen.

Tijdens de discussie bleek dat de inleider van mening verschilde met DNA lid Henk Ramnandanlal over het ontstaan van e – democracy. Volgens de inleider stelt technologie ons instaat om in een steeds groter wordende wereld dingen makkelijker te doen. Bovendien kunnen we niet achterblijven op de rest van de wereld: het is dus de technologische ontwikkeling die overheden dwingt tot inzet van ICT in haar contact met burgers en stroomlijnen van haar uitvoering.  De burger raakt gewend aan snelle en toegankelijk informatie en eist dat ook van haar regering en volksvertegenwoordigers. Nita Ramcharan van Starnieuws was het eens met de uitspraak dat vooral de media een sterke behoefte heeft aan een snelle omloop van informatie. Volgens haar mag er vanuit Suriname (de regering) een sterkere committent op dit vlak komen; De gemeenschap heeft een grote behoefte aan informatie. Dit kan zij staven: 80 % van de bezoekers van de Starnieuws webpagina is afkomstig uit Suriname. 

Ramnandanlal is echter van mening dat niet de technologische ontwikkeling de roep naar e-democracy stuwt, maar dat e-democracy en e-governance slechts daar worden  
toegepast waar regeringen een ideologie/wens hebben om het volk meer te betrekken bij haar beleid. Uiteraard is hij van mening dat de huidige regering juist daarom zich wil inzetten voor het gebruik van ICT bij haar bestuur. Het publiek herinnerde aan twee maatregelen die concreet zijn aangekondigd: een pc voor elk schoolkind, en belastingvrij invoeren van computers.
Ramnandanlal verwees naar het verkiezingsprogramma van de Megacombinatie en het Regeeraccoord waarin nadrukkelijk de versnelde toepassing van ICT is opgenomen; op zijn aandringen, vertelde hij. Hij gaf aan dat het publiek er wel rekening mee moet houden dat de Megacombinatie, waar hij deel van uitmaakt, nu echter in een regeercoalitie zit, en dat het ook van de bereidheid van de andere regeringspartners zal afhangen of de Megacombinatieplannen kunnen worden uitgevoerd.

Het proces naar e-democracy zal niet zonder slag of stoot gaan, daar was een ieder het over eens. Ramnandanlal is een fervent bepleiter van het gebruik van technologie in het democratisch proces. Er moet volgens hem echter eerst een visie zijn op democratie in het algemeen, en op de wijze waarop wij als land onze democratie wensen in te richten, en daarna pas kunnen we bepalen welke plaats ICT daarbinnen zal innemen. Hij heeft toegezegd in DNA te blijven pleiten voor de inzet van ICT, en de benodigde wetgeving op dat vlak, want ”e-democracy verhoogt alleen de transparantie van bestuur als het in handen is van iemand die de intentie daartoe heeft.”

Wij gaan er van uit dat tijdens dit proces altijd aandacht zal worden besteed aan groepen die niet willen of kunnen meedoen aan e-democracy. Voor hen moet de mogelijkheid blijven bestaan voor face-to-face contact en communicatie met beleidsmakers.  Want ook zij hebben het recht om gezien en gehoord te worden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen