maandag 28 november 2016

Ken je mensenrechten, dat is het werk van kritische burgers

Steeds vaker is een eerste reactie op een roofoverval of roofmoord “Dood aan die criminelen!”. Velen lijken van mening dat er teveel waarde wordt gehecht aan de rechten van criminelen en te weinig aan de mensenrechten van de slachtoffers. Dit was voor Projekta en BINI (het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur) aanleiding om tijdens de 9e Democratiemaand ook aandacht te besteden aan de basisprincipes van Mensenrechten. Mr. Dr. Gaetano Best ging tijdens het BINI-Mini college “Mensenrechten” op donderdag 17 november in op wat mensenrechten nu eigenlijk zijn, wat ze betekenen voor slachtoffers en daders, voor ons allemaal, en hoe ze werken in de praktijk. Best is op 20 oktober 2016 gepromoveerd aan de Universiteit van Amsterdam. Voor zijn proefschrift getiteld “Fair and Accurate Fact-Finding in Dutch Atrocity Crimes Cases” heeft hij onderzoek gedaan naar de berechting van internationale misdrijven, zoals volkerenmoord, oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid en foltering.

Waarom mensenrechten 
Best startte de sessie door in te gaan op wat mensenrechten zijn. Hij stond stil bij de twee functies van mensenrechten, nl. de zwaard- en de verkeerslichtfunctie. De zwaardfunctie heeft betrekking op mensenrechten ter bescherming van de persoonlijke vrijheden van burgers tegen overdadige inmenging van de overheid. De verkeerslichtfunctie van mensenrechten, komt tot uiting in de relatie burger- overheid, waarbij mensenrechten de relatie tussen overheid en burger vorm geven. De overheid heeft hierbij zowel een onthoudingsplicht als een zorgplicht. Als voorbeeld hiervan noemde de inleider het recht op leven. Aan de ene kant mag de overheid dat recht niet schenden, en zal daardoor geen handelingen moeten verrichten om dat recht te schenden, tegelijkertijd is de overheid verplicht te handelen als het recht op leven geschonden wordt.

Klassieke rechten v.s. Sociale en economische rechten 
Best ging ook in op de verschillende rechten, waarbij er onderscheid wordt gemaakt tussen 2 soorten, namelijk de klassieke grondrechten en de sociale en economische rechten. Tot de klassieke grondrechten behoren o.a. het recht op leven en de vrijwaring van discriminatie. Het recht op onderwijs en het recht op gezondheidszorg zijn voorbeelden van de sociale en economische rechten, ook wel de soft rights genoemd. De spreker ging ook in op de verschillen in naleving van de 2 groepen van rechten. Bij de klassieke rechten gaat het om rechten waar de Staat geen inbreuk op mag maken; inbreuk hierop is makkelijk meetbaar. De sociale en economische rechten houden een inspanningsplicht in voor de Overheid, en inbreuken hierop zijn moeilijk te onderscheiden, vandaar dat deze soft right worden genoemd. Als bijvoorbeeld je eigendomsrecht wordt geschonden, en dus iets dat jouw bezit is wordt vervreemd/gestolen, dan kan je makkelijk bij de rechter het recht verhaald worden. Bij het recht op gezondheidszorg, een voorbeeld van een soft right, is inbreuk daarop moeilijk te meten. Dit omdat de mate van gezondheidszorg welke een overheid kan bieden sterk afhankelijk is van het welvaartsniveau van het land. Het is veel moeilijker om de Overheid te dwingen zich aan haar plicht te houden.

Regels inperking klassieke grondrechten 
Best hield zijn gehoor voor dat hoewel sommige rechten absoluut zijn, dit niet geldt voor de meeste mensenrechten. Het recht op vrije meningsuiting bijvoorbeeld geeft je niet het recht een ander onnodig te grieven; je kunt daarop worden aangesproken, het grieven is strafbaar gesteld.
De inperking van de grondrechten mag echter niet zomaar, gaf de spreker aan. Deze moet bij wet zijn voorzien, het moet een geoorloofd doel hebben en het moet noodzakelijk zijn in een democratische samenleving . Om de noodzakelijkheid van de inperking te toetsen moet nagegaan worden als de beperkende maatregel geschikt is om het doel te bereiken, of er wel of niet een minder vergaand middel is om het doel te bereiken, en of door de maatregel gediende belang opweegt tegen de beperking. De in te voeren inperking moet aan al deze 3 elementen voldoen. Best vroeg aan zijn gehoor de elementen van de noodzakelijkheid toetst toe te passen op de herinvoering van de doodstraf voor het indammen van de criminaliteit.  Dit stuitte bij de vraag of er geen minder vergaand middel is waarmee hetzelfde doel bereikt kan worden. Best gaf aan dat met het beëindigen van iemands leven, als afschrikmiddel niet werkt, en dat daarmee de echte oorzaken van criminaliteit niet worden aangepakt. Ter illustratie hiervan gaf hij aan dat in landen met de laagste criminaliteitscijfers de doodstraf al heel lang is afgeschaft.  

Best ging ook in op de horizontale werking van mensenrechten. Mensenrechten functioneren als een symbolisch verkeerslicht tussen hoe burgers zich tot elkaar verhouden. De horizontale werking van mensenrechten verloopt niet onproblematisch en rechten kunnen met mekaar botsen, hield de spreker zijn gehoor voor

Doden van dieven
Er werden twee cases besproken tijdens het mini-college.
Best somde voor de eerste casus enkele van de standpunten van Facebook-gebruikers op die juichten bij berichten over een gedode crimineel. Best geeft aan dat in Suriname het recht op leven een absoluut recht is, en stelde de retorische vraag wat burgers het recht geeft onder welke omstandigheid dan ook het leven van een ander te beëindigen. Hij is van mening dat het doden van dieven, het middel, niet in verhouding staat tot het doel. Dit omdat er minder vergaande manieren zijn om het recht dat bij diefstal geschonden wordt te verhalen. Je kunt niet de schending van het ene recht beantwoorden met de schending van een ander recht, je mag niet als eigen rechter optreden gaf Best aan.

De spreker ging ook in op het beroep op noodweer. Bij elke schending moet er een strafrechtelijk onderzoek plaatsvinden. Het beroep op noodweer zal alleen maar slagen bij noodzakelijke verdediging van de integriteit van het lichaam, eerbaarheid of eigendom. Ook hierbij staat overeind dat het middel dat je gebruikt hebt in verhouding moet zijn tot het doel.
Juichen bij de dood van een crimineel is hoog problematisch volgens Best. Hij geeft aan dat het recht op leven een mensenrecht is, ook een dief een mens is, en ieder mens het absoluut recht tot leven heeft. Als je dus juicht om de dood van een dief, is dit een verkapte oproep tot schenden van een fundamenteel mensenrecht.

Discriminatie LBGT
De tweede casus die door Best onder een vergrootglas werd geplaatst waren de standpunten van Facebook-gebruikers over het niet erkennen van LBGT rechten. Hij gaf aan dat er hier sprake is van botsing van twee rechten, het recht op vrijwaring van discriminatie versus recht op vrijheid van religie. De vraag die gesteld moet worden is welk recht voorrang krijgt. Best geeft aan dat gelijke behandeling van LBGT’s niet leidt tot een beperking van het recht op vrijheid van religie. Hij stelt dat je een voorstander bent van discriminatie als je zegt dat de overheid LBGT rechten niet moet vastleggen in de wet. Religie is een privé aangelegenheid, en kan niet ten grondslag gelegd worden voor overheidsbeleid.  Er bestaat geen hiërarchie tussen mensenrechten. Gelovigen zouden het niet toestaan dat de LBGT gemeenschap oproept tot inperking van vrijheid van geloof, waarom zou de LBGT gemeenschap dan moeten dulden dat gelovigen oproepen tot discriminatie o.b.v. seksuele geaardheid? hield Best de aanwezigen voor.

Ken je mensenrechten 
Best sloot de mini-college af door aan te geven dat je mensenrechten niet hebt, maar dat je ze krijgt. Mensenrechten werken pas bij beroep daarop. Dit eist dat burgers niet alleen kritisch zijn, maar ook geïnformeerd. Je moet je mening ventileren op grond van kennis, want alleen dan kun je op een goede, steekhoudende manier opkomen voor je eigen rechten.
Als slotopmerking gaf de spreker aan dat ook als onze rechten misschien niet geschonden worden, wij wel moeten opkomen als de rechten van anderen geschonden worden. Want wat hun vandaag overkomt, kan jou morgen ook overkomen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen