donderdag 17 november 2016

Wetten kunnen transparantie en rekenschap bevorderen

De Wet op de Jaarrekening, de Anticorruptiewet, en de Wet Openbaarheid van Bestuur zijn nu nog belangrijker dan ooit. Als we in een bubbel leven waarin geld geen probleem is, dan zijn er weinigen die zich echt druk maken om wat de Regering doet, hoe zij ons geld besteedt, welke besluiten er worden genomen.


Natuurlijk, zo af en toe is er een roep om de meest in het oog springende gevallen van corruptie aan te pakken, maar veel energie steken we daar niet in. Zolang ons leven niet teveel wordt beïnvloed, laat ze maar hun gang gaan – we kunnen toch weinig doen aan die toestanden, is de teneur.
Maar als de crisis toeslaat, dan zijn we plots allemaal wakker, en gaan we vragen stellen: waar is het geld naartoe? Wie is verantwoordelijk voor deze toestanden? Zijn wij wel beschermd tegen besluiten die zo een negatieve invloed op ons leven hebben?

Als we onze wetgeving in orde hadden, dan was ons een hoop ellende bespaard gebleven. Misschien niet alles, maar we zouden in elk geval de middelen hebben om zelf te oordelen wie waarvoor verantwoordelijk is. We zouden weten welk deel van onze energierekening wordt gebruikt om de mooie salarissen en  prachtige secundaire voorwaarden van de EBS-werknemers te betalen. We zouden ook weten hoe de besluiten zijn genomen om leningen aan te gaan, en we hadden de middelen om na te gaan welke minister of andere politieke ambtsdrager  plotseling rijker is geworden.

Maar we missen nog steeds enkele onmisbare schakels voor goed bestuur, zoals de Wet op de Jaarrekening, de Wet Openbaarheid van Bestuur en de Anticorruptiewet. Deze zijn nodig om meer transparantie en rekenschap te eisen en te krijgen van de Staat en van bedrijven met wie zij zaken doen. Dit was de centrale gedachte bij het mini-college ‘Drie wetten die wij niet hebben: Wet op de Jaarrekening, de Anticorruptiewet, de Wet Openbaarheid van Bestuur’. Het mini-college werd verzorgd door Cyril Soeri van de Surinaamse Vereniging van Accountants, en Rayah Bhattacharji en Sharda Ganga van PROJEKTA, als onderdeel van Democratiemaand 2016.

Goed Bestuur kan simpelweg uitgelegd worden alshet proces van besturen, van hoe besluiten worden genomen, hoe die worden uitgevoed, en hoe daar verantwoording over wordt afgelegd.

Deze drie wetten zijn direct te linken tot twee van de algemeen erkende elementen van goed bestuur, namelijk transparantie en rekenschap.

De vraag dan is: waarom hebben wij deze wetten nog steeds niet?

Wet op de Jaarrekening: onze financiele standaarden naar deze eeuw brengen
Jaarrekeningen geven aan wat de financiële resultaten zijn van een organisatie. Inleider Cyril Soeri legde aan de hand van een actueel voorbeeld hoe een jaarrekening gelezen kan worden – welke  informatie je er uit kunt halen, maar vooral: wat je er niet uit kunt halen. Er zijn namelijk geen algemeen geldende (verplichte) regels over hoe financiële verslagen (zoals Jaarrekeningen) er uit moeten zien. Aandeelhouders, cliënten, investeerders en anderen beschikken daardoor niet over tijdige en betrouwbare financiële informatie. Dit is vooral van belang bij zogeheten ‘organisaties van openbaar belang’, zoals staatsbedrijven, zorginstellingen, verzekeringsmaatschappijen, financiële instellingen en anderen. Bij deze organisaties, kunnen de maatschappelijke gevolgen van ondeugdelijk financieel beleid enorm groot zijn. 
Ondermeer daarom heeft de SuvA gemeend om een conceptwet te ontwerpen, waarin wordt vastgelegd welke organisaties jaarverslagen moeten maken, welke financiële standaarden worden gehanteerd, door wie de controle plaats moet /mag vinden, en hoe de uitkomsten worden gepubliceerd.
De Conceptwet is breedvoerig besproken met accountantskantoren, bedrijfsleven-organisaties, en de Ministeries van Handel & Industrie en Financiën.

De Anticorruptiewet en de Wet Openbaarheid van Bestuur
De roep om een Anticorruptiewet is al enkele decennia te horen. Het nam een grotere vlucht nadat Suriname toetrad tot het Interamerikaans verdrag tegen Corruptie in 2002. Bhattacharji schetste de tijdlijn van de verschillende stappen die zijn genomen sindsdien
Een opvallende trend: na elke verkiezing is er een nieuw concept, een nieuwe DNA-commissie (natuurlijk, omdat je vaak genoeg nieuwe dna-leden hebt), en begint de cyclus van nieuw concept maken, nieuwe hearings, nieuwe commissievergaderingen, opnieuw.

Elke nieuwe versie van de conceptwet bleek minder zeggings-en daadkracht te hebben. Uiteindelijk is eind 2015 de huidige versie totstand gekomen, nadat diverse maatschappelijke en deskundige groepen, waaronder Projekta, de conceptwet van 2014 als totaal inadequaat hadden bestempeld.
Voor Projekta gold dat de Anticorruptiewet als uitgangspunt dient te nemen, het Interamerikaans Verdrag tegen Corruptie, welke Suriname ratificeerde in 2002. De Surinaamse wet zou dit verdrag als uitgangspunt moeten hebben en minstens de onderdelen en lijn daarvan moeten volgen. Maar ons concept is daar een slap aftreksel van.

Zo wordt niet gerept over het terugvorderen van bezit dat door corruptie is verkregen, en zijn niet alle corruptieve handelingen strafbaar gesteld. Het verbergen van bezittingen,  grensoverschrijdende omkoping, en vriendjespolitiek,  komen bijvoorbeeld niet voor.

De huidige conceptwet is zeker niet zaligmakend, het is dus zaak om als burgers te blijven hameren op staatsbesluiten die de gaten dichten en de wet ind e praktijk de tanden te geven die het nodig heeft om corruptie aan te pakken en te voorkomen.

Maar ook zonder de ACW zijn er genoeg instrumenten die het mogelijk maken om corruptie aan te pakken, van de personeelswet tot het wetboek van strafrecht. Maar er moet dan wel een wil zijn om het echt aan te pakken.

Ganga gaf ook aan dat tijdens de diverse trainingen, presentaties en discussies die Projekta in de loop de tijd heeft verzorgd, er twee vormen van corruptie blijken te zijn die niet als zodanig herkend worden door velen in Suriname, met name in de publieke functies. Belangenverstrengeling blijkt voor velen een blinde vlek, en nepotisme en vriendjespolitiek is algemeen geaccepteerd. Pas als we inzien dat deze twee handelingen ook vallen onder de noemer van corruptie, en het als zodanig benoemen, zullen we een eind kunnen maken aan deze praktijken die op lange termijn nog veel schadelijker zijn gebleken voor ons land dan welke frauduleuze handeling dan ook.

Naast de Anticorruptiewet is ook de wet Openbaarheid van Bestuur door de President genoemd als wetgeving die het komend jaar zal worden aangepakt – deze belofte staat ook al in de eerste Regeringsverklaring van President Bouterse in 2010, en de tweede van 2015.

Samen met de Anticorruptiewet en wet-en regelgeving voor instelling van een Ombudsinstituut, vormt de Wet Openbaarheid van Bestuur het belangrijkste wettelijk kader voor corruptiepreventie- en bestrijding. Daarnaast stellen ze burgers ook in staat om hun rechten te beschermen en onrechtvaardige en onwettige besluiten van de Staat en de Overheid aan te vechten.

In de Surinaamse Grondwet staat het recht op informatie ook verankerd, o.a. in artikel 158 lid 1, welke stelt dat een ieder het recht heeft om door de overheidsadministratie geïnformeerd te worden over zaken waarbij hij direct belang bij heeft en omtrent eindbeslissingen, met betrekking tot hem genomen. Nu is de burger overgeleverd aan de goedwillendheid van ambtenaren om informatie te verkrijgen – ook als het om zaken gaat die de burger in kwestie persoonlijk raken.

Bhattacharji ging in op wat een Wet Openbaarheid van Bestuur minimaal zou moeten omvatten, zoals de voorwaarden waaraan de informatie moet voldoen (het moet begrijpelijk en toegankelijk zijn voor burgers), en welke informatie minimaal ter beschikking moet wordne gesteld, zoals informatie over hoe instanties functioneren, hun kosten, hun doelen, boekhouding, standaarden, en behaalde doelen; besluiten of beleid die de burgers raken, inclusief achtergronden en motivering.


Projekta gaf aan dat zij de sessie organiseerden om te voorkomen dat we straks weer een wetsontwerp krijgen dat nauwelijks het papier waarop het wordt geprint waard is , zoals met de vorige concept van de ACW het geval was.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen