Posts tonen met het label verkiezingen 2015. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verkiezingen 2015. Alle posts tonen

woensdag 13 mei 2015

Burgerinitiatief toegejuicht door de SPA

Onderstaand bericht over het Burgerinitiatief is vandaag verschenen op Starnieuws.

SPA-verklaring over bijdrage civil society

De Surinaamse partij van de Arbeid (SPA) verwelkomt de actieve participatie en bijdrage van de civil society en de private sector in het gezamenlijke optreden en werken met de komende regering aan duurzame maatschappelijke groei en ontwikkeling.

In het verkiezingsprogramma van V7 is partnerschap met burgers en burgerparticipatie als een belangrijke pijler voor maatschappelijke vernieuwing, groei en ontwikkeling opgenomen. De SPA die deel uitmaakt van de V7 combinatie, onderstreept het grote belang dat burgers meer beslissingsmacht moeten verwerven, bij beleid betrokken moeten zijn en daarvoor ook verantwoordelijkheid moeten dragen. 

De SPA juicht daarom het initiatief van de Stichting Projekta, maatschappelijke organisaties en individuen voor meer inspraak en zeggenschap in de besluiten die hun leven bepalen.


Evenzo, worden de principes van een mensenrechtenbenadering van ontwikkeling voor de basis van ontwikkeling en het scheppen van een nieuwe maatschappelijke orde onderschreven. Alleen met kritische burgers die hun invloed doen gelden op besluitvorming en die de principes van mensenrechten, democratie, rechtstaat en behoorlijk en eerlijk bestuur uitdragen kan de vernieuwing en verbetering van onze samenleving plaatsvinden. De ondersteuning en bijdrage vanuit de civil society is dan ook van eminent belang. Het document ‘ Voor onze toekomst’ dat is uitgegeven door de Stichting Projekta ziet de SPA dan ook als een goede ondersteuning en aanvulling naar het beleid van de nieuwe regering. 

Op weg naar de verkiezing hebben leiders van de V7 combinatie verschillende hearings gehad met maatschappelijke organisaties over de nieuwe koers en vormgeving van beleid in de komende jaren. Immers, V7 wil een betere samenleving en een goede toekomst voor alle burgers. De SPA zal zich binnen de V7 Combinatie sterk maken om daadwerkelijk de thema’s die door de civil society, de private sector en de vakbeweging zijn aangekaart, hoog op de politieke agenda te plaatsen en binnen de overheidsplanning tot prioriteit te maken. De SPA heeft er alle vertrouwen in dat de komende 5 jaren burgers, via de verschillende maatschappelijke organisaties die hen vertegenwoordigen, meer betrokken zullen zijn in besluitvormingsprocessen.

De SPA ziet de vakbeweging als een belangrijke speler binnen de civil society, omdat zij de mening deelt dat de vakbeweging naast haar primaire en secundaire taken die o.m. gericht zijn op loonsverbetering, arbeidsbescherming, het bevorderen van goede arbeidsverhoudingen, de naleving van arbeidsnormen- en rechten, mede vanwege deze bijzondere positie, in grote mate ook bijdraagt aan maatschappelijke vernieuwingen en ondersteunend en aanvullend moet zijn naar de civil society. De SPA zal zich beijveren dat met een V7 regering een maatschappij bereikt wordt, waarin de overheid die condities en faciliteiten schept voor alle burgers om naar tevredenheid te kunnen functioneren. Samen met de civil society, de private sector en de vakbeweging, zal samen met de V7 regering middels een goede overheidsplanning en beleid, invulling worden gegeven aan de realisatie van ontwikkelingsdoelen die ons volk en de natie op een hoger niveau van bestaansontwikkeling zullen verheffen. Burgerschap participatie en goed Bestuur zijn in deze onontbeerlijk. De SPA juicht daarom het Burger initiatief voor participatie en goed Bestuur toe. 

De voorzitter
Drs. G. Castelen


Bron: http://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/29133

donderdag 4 december 2014

Wat kosten verkiezingen?

(Afkomstig uit de State of Democracy Nieuwsbrief 2014. Voor de volledige nieuwsbrief, klik hier)

Op de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken is srd 85 miljoen gereserveerd voor de verkiezingen van mei 2015. De kosten voor de Presidentsverkiezing, en benoeming en installatie van het nieuwe parlement, de nieuwe President en Vice President zijn hier nog niet bij opgeteld.

Volgens de Ware Tijd (6 oktober 2014) is dit een verdubbeling van de kosten van 2010, die 40 miljoen hebben gekost: “met een kiezersaantal van 324.500 betekende dit gemiddeld per kiezer SRD 123”.
In 2015 zal het aantal kiezers ongeveer 350.000 zijn, hetgeen betekent dat elke kiesgerechtigde de Staat gemiddeld ongeveer srd 242 zal kosten.

Parlementsvoorzitter Jennifer Geerlings-Simons zegt: "Verkiezingen zijn inderdaad relatief duur, zoals veel dingen in Suriname, mede door de zeer afgelegen gebieden en lage bevolkingsdichtheid van veel gebieden".

In hoeverre zijn deze omstandigheden bepalend als het gaat om de kosten van verkiezingen? Om dit te onderzoeken, doken we de literatuur in.

Er een verschil in kosten tussen verkiezingen in stabiele democratieën, landen in transitie en landen met speciale vredesoperaties. Hoe langer een land een vreedzame meerpartijen democratie is, hoe goedkoper de verkiezingen kunnen zijn. Zelfs een korte onderbreking in verkiezingsroutines, door bijvoorbeeld een periode van militaire overname, heeft hier geen invloed op.

In fragiele staten zijn het vooral de “integrity costs” die aantikken – dit zijn kosten voor het creëren van veilige, vrije en eerlijke verkiezingen, met name door het vergroten van de veiligheid van zowel de kiezer als de stembiljetten. Hoe democratischer een land wordt, hoe lager die kosten. Een land waar de verkiezingsinfrastructuur van nul af aan opgebouwd moet worden (bijvoorbeeld Afghanistan), zal vooral ook veel geld kwijt zijn aan het creëren van een infrastructuur en het voorlichten en onderwijzen van het electoraat.
De laagste kosten hebben landen met lange electorale ervaring: in de VS en de meeste West Europese landen kosten verkiezingen gemiddeld 1 tot 3 U$ per kiezer. Brazilië is iets meer dan 2,30 U$ kwijt per kiezer, India 1,0 U$ en in het uitgestrekte Australie is dat 3,20 U$.

Waaruit bestaan de kosten voor verkiezingen?
Internationaal wordt ervan uitgegaan dat de grootste uitgaven worden besteed aan registratie van stemgerechtigden, grensbepalingen van kiesdistricten, de verkiezingsdag zelf, tellen en bekendmaken van de resultaten, het beslechten van gerschillen, informatie en educatie van kiezers, campagnevoering, en toezicht houden door vertegenwoordigers van de partijen en de binnenlandse of internationale waarnemers.

Analyse verkiezingskosten
In 2004 deed het Centre for Transitional and Post-Conflict Governance, in samenwerking met de UNDP een grootschalig onderzoek naar de kosten van verkiezingen – het CORE project. Het onderzoek richtte zich op de Election Management Bodies (EMBs). De taken van EMB’s kunnen erg verschillen per land. Naast het administratief beheer van verkiezingen kunnen EMB’s belast zijn met bijvoorbeeld civic education en rapporteren over de financiering van partijen.

De studie gaat uit van vier aspecten voor analyse van verkiezingskosten (Election Cost/Profile ratios):

  • Verhouding tussen het aantal personen van de Election Management Body en de kiesgerechtigeden
  • De verhouding tussen het aantal stembureaumedewerkers tov kiesgerechtigden
  • Gemiddelde kosten per kiesgerechtigden
  •  Capitalisatie indicator

Suriname erg duur


Voor landen met minder dan een miljoen kiesgerechtigden komt men uit op een gemiddelde van ongeveer 6000 kiezers per staflid van het EMB – in Suriname zou de totale staf van een EMB dus in de orde van 55 personen moeten zijn. Uiteraard is er een verschil in de taken van EMB’s – er wordt gesuggereerd dat het kostenefficiënter is als EMB’s een “full portfolio of electoral responsibilities” hebben.

De verhouding tussen het aantal stembureaumedewerkers en aantal kiezers lijkt niet afhankelijk te zijn van de grootte van het grondgebied. Het grootste aantal (onderzochte) landen gaat uit van tussen de 100 en 200 kiezers per stembureaumedewerker. Als we uitgaan van een verhouding van 150 kiezers per medewerker, zouden in Suriname dus ongeveer 2400 stembureaumedewerkers nodig zijn. Het rapport geeft aan: als de samenstelling van een stembureau met zelfs maar 1 medewerker verminderd wordt, betekent dat al een behoorlijke besparing van kosten.

De verhouding tussen het electoraal budget en het aantal geregistreerde kiezers is gemiddeld tussen de  U$1 en U$ 5 per kiezer. De grootte van het electoraat lijkt weinig invloed te hebben op het bedrag. Het allerhoogste bedrag dat men tegenkwam was ongeveer U$ 27 per kiezer. Suriname steekt daar wel erg ruim boven uit. Alles wat boven de U$ 5 per stemgerechtigde kost, zou men nader moeten onderzoeken, zeggen de onderzoekers.

De capitalization indicator meet institutionele capaciteit op basis van investeringen in niet-verkiezingsjaren. Men kijkt naar het gemiddelde budget per kiesgerechtigde dat in niet-verkiezingsjaren voor een EMB ter beschikking is. Valt dat bedrag beneden een bepaald niveau (tussen de U$ 1 en U$ 2.47), dan is de kans groot dat dit negatieve gevolgen heeft voor de capaciteit. Beperkte capaciteit is op haar beurt een directe bedreiging voor een goede verloop van verkiezingen.

Wil je echter precies weten wat verkiezingen kosten, dan zou je moeten kijken naar de totale kosten- ongeacht wie die kosten maakt, of die nu de partijen zijn of de Staat of de Internationale Gemeenschap.

Meer weten?
http://www.gsdrc.org/docs/open/po50.pdf voor het volledig rapport van CORE.
www.aceproject.org geeft een uitgebreid overzicht van alles wat met de organisatie van verkiezingen te maken heeft.
http://reliefweb.int/sites/reliefweb.int/files/resources/HDQ1070.pdf

Voor de volledige nieuwsbrief klik hier

Verkiezingen: waarom goedkoop als het duur kan?

(Afkomstig uit de State of Democracy Nieuwsbrief 2014. Voor de volledige nieuwsbrief, klik hier)

Bij de launch van de Democratiemaand op 10 november j.l., presenteerde Hans Breeveld enkele simpele feiten die de zaal naar adem deden snakken: de kosten van algemene verkiezingen in een aantal landen. In 1996 kosten algemene verkiezingen in Australie, land van uitgestrekte lege vlakten en zeer verspreide bevolking tussen de U$ 5 en 6 per kiezer (hierbij is inbegrepen de financiering van politieke partijen door de Staat), in Afganistan waar men nog in een halve oorlog verkeerde, kostte de verkiezing per kiezer U$ 15 (daar waren ook de zware investeringen in veiligheid bij inbegrepen). In Suriname kostten de verkiezingen van dat jaar ongeveer US$ 18 per kiezer. Er was bij ons geen oorlog op dat moment. De verkiezingen van volgend jaar zullen de belastingbetaler minimaal srd 85 miljoen in totaal kosten, meer dan een verdubbeling ten opzichte van 2010.

Vanwaar de stijging in kosten, en waarom kosten verkiezingen hier zoveel meer dan in andere landen? “Dat kan ik niet met zekerheid zeggen”, antwoordt Breeveld. Immers, hij heeft geen inzage in de onderliggende stukken van de begroting, maar gaat slechts af op wat er in ‘s lands begroting is opgebracht voor de organisatie van de verkiezingen. Hij kan ook de uitgaven van de vorige verkiezing niet bestuderen om na te gaan waar de grootste kosten zitten, die informatie is niet ter beschikking.
Uiteraard zijn de kosten eigenlijk nog hoger: in dit bedrag zijn wellicht niet de doorlopende salarissen van al de ambtenaren vervat die zich al lange tijd bezig houden met de verkiezingen; deze vallen nog gewoon onder de salariskosten van de Ministeries.

Dan moeten we het gesprek maar over een andere boeg gooien.
In 1991 was hij zowel Minister van Binnenlandse zaken als van Regionale Ontwikkeling, in het tussenkabinet Kraag welke werd aangesteld na de telefooncoup van december 1990. Met de portefeuille van Binnenlandse Zaken kwam natuurlijk de verantwoordelijkheid voor de logistieke organisatie van de verkiezingen van mei dat jaar. Hoe die ervaring was?
Breeveld vertelt dat er een standaard draaiboek en kalender is voor elke verkiezing, en dat de directeur van het Ministerie en de onderdirecteur (in zijn periode respectievelijk dhr. F. Troon en dhr. E. Van der San) daar belast mee zijn. En zij kenden het klappen van de zweep.

In 1991 was daar de additionele complicatie van de nasleep Binnenlandse Oorlog, waar de infrastructuur van het binnenland hevig onder had geleden. Hierdoor was de toegang tot grote delen van het achterland slecht.

Het was echter niet de toegankelijkheid van het binnenland waar Breeveld mee zat, het waren sommige van de, voor hem onbegrijpelijke, organisatorische keuzes. In dit kader verwijst hij naar artikel 157 van de Grondwet, dat o.a. stelt dat de structuur van de organen van de overheidsadministratie zodanig dient te zijn dat bureaucratisme wordt voorkomen. Een specifieke doorn in zijn oog waren daarom de uittreksels van het Bevolkingsregister. Deze zijn niet direct nodig bij verkiezingen, maar wel een bron van irritatie voor alle burgers. Voor elke handeling was er een uittreksel nodig, ook al had je een ID-kaart. Een hoop onnodige bureaucratische rompslomp dus, terwijl het bij wet is vastgelegd dat dit juist voorkomen dient te worden. Toen Breeveld aantrad als Minister zorgde hij dan ook ervoor dat de tirannie van het uittreksel werd doorbroken. Een mooie overwinning.

Maar aan die andere doorn in zijn oog heeft hij niets kunnen doen – de oproepingskaarten.

“Het bezorgen van de oproepingskaarten is een enorme kostenpost”, zegt Breeveld. Immers, elke kaart moet door minstens twee personen worden bezorgd. Als er niemand thuis is om de kaart(en) in ontvangst te nemen, dan moet het team nog een keer terug. Dat kost allemaal geld. Bovendien is de bezorging fraudegevoelig en kunnen partijsentimenten een rol spelen. In een notitie over het nut van oproepingskaarten geeft Bas Ahmadali aan dat het distributiesysteem verschillende fasen heeft gekend: gedurende lange tijd verliep de distributie via de bestuursambtenaren; daarna werd de
distributie toevertrouwd aan een team, bestaande uit de bestuursambtenaar en twee externe colporteurs, voorgedragen door de politieke partijen en behorende tot elkander bestrijdende partijen; en “zeker vanaf de verkiezingen van 2000 zijn de teams samengesteld slechts uit externe colporteurs of zoals OKB ze noemt ‘loyalisten’ van politieke partijen”. Breeveld beaamt dat er verhalen bekend zijn van bezorgers die huizen mijden waar vlaggen wapperen van partijen waar zij niet gecharmeerd van zijn.

Een oproepingskaart kostte in 2005 per kiezer srd 5,60 (srd 181.000 voor aanschaf en productie en bijna srd 1,5 miljoen srd voor distributie). Maar de oproepingskaarten verklaren slechts voor een klein deel de enorme kosten van onze verkiezingen. In Dagblad Suriname (29 juli 2014) geeft Hans Breeveld  aan dat “de verkiezingen in Suriname zo duur zijn omdat er nog teveel zaken handmatig gedaan worden terwijl dit ook machinaal kan. Zijns inziens wordt het handmatig systeem bewust in stand gehouden omdat het een vorm van werkverschaffing creëert die gebruikt wordt voor het zoet houden en faciliteren van mensen en het ‘winnen van zieltjes’.”

Als Minister werd hij geconfronteerd met een zaal vol mensen die stembiljetten met de hand vouwden en stempelden. Of het niet goedkoper was om een machine in te zetten, vroeg hij. Ach, was het lakonieke antwoord, ze moeten toch ook wat verdienen. “Verkiezingen in Suriname zouden als motto kunnen hebben: waarom goedkoop als het duur kan”, vindt Breeveld. 

Wel of geen oproepingskaarten?

In een notitie, geschreven voor de verkiezingen van 2010, geeft Bas Ahmadali een analyse van de plus- en minpunten van oproepingskaarten. Volgens hem kunnen oproepingskaarten aangemerkt worden als een meetinstrument om de juistheid en kwaliteit van de kiezerslijsten te controleren en te volgen.
Onbestelde oproepingskaarten zijn een indicator voor  de kwaliteit van de kiezerslijsten. Maar ook:  “Een oproepingskaart is meer dan een “uitnodiging” en heeft de functie van een “veiligheidscheck” bij de stemprocedure. Deze “veiligheidscheck” dient die garantie te bieden voor een transparante en eerlijke stembusgang. Bij het afschaffen van oproepingskaarten moet men zich dan ook afvragen welk systeem dan er in de plaats als vervanging wordt ingevoerd ter garandering van die transparantie en controle bij de stemprocedure. Bovendien is het de vraag of de juiste toepassing van de identiteitswet (ID-kaart) alsmede de toepassing van het gebruik van de verkiezingsinkt in voldoende mate de vervanging op de controlefunctie van oproepingskaarten kunnen waarborgen.
In dezelfde notitie geeft hij aan dat ook het Onafhankelijk Kiesbureau heeft gewezen op ernstige zwaktes in het distributiesysteem:
a) het systeem zelf waarbij loyalisten van politieke partijen worden ingezet om de kaarten te distribueren, werkt niet
b) elke keer doen zich calamiteiten voor, zoals het weggooien van de kaarten in trenzen
c) de districtscommissariaten zijn niet geschikt om de coördinatie van de distributie op zich te nemen.

Het rapport van de OAS waarnemingsmissie na de verkiezingen van 2010 geeft in deze het advies aan de verkiezingsautoriteiten om de 30.000 namen (van niet bezorgde oproepingskaarten) als ‘inactief’ te noteren in het kiesregister. “Een dergelijke aantekening zou leiden tot een meer accurate kiezerslijst en een preciezer getal van verkiezingsdeelname. Ze moeten uiteraard in het burgerregister worden bijgehouden.”

Bronnen: