(Afkomstig uit de State of Democracy Nieuwsbrief 2014. Voor de volledige nieuwsbrief, klik hier)
Op de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken is srd 85 miljoen gereserveerd voor de verkiezingen van mei 2015. De kosten voor de Presidentsverkiezing, en benoeming en installatie van het nieuwe parlement, de nieuwe President en Vice President zijn hier nog niet bij opgeteld.
Op de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken is srd 85 miljoen gereserveerd voor de verkiezingen van mei 2015. De kosten voor de Presidentsverkiezing, en benoeming en installatie van het nieuwe parlement, de nieuwe President en Vice President zijn hier nog niet bij opgeteld.
Volgens de Ware Tijd (6 oktober 2014) is dit een verdubbeling van de kosten
van 2010, die 40 miljoen hebben gekost: “met een kiezersaantal van 324.500 betekende
dit gemiddeld per kiezer SRD 123”.

Parlementsvoorzitter Jennifer Geerlings-Simons zegt: "Verkiezingen zijn inderdaad relatief duur, zoals veel dingen in Suriname, mede door de zeer afgelegen gebieden en lage bevolkingsdichtheid van veel gebieden".
In hoeverre zijn deze omstandigheden bepalend als het gaat om de kosten van
verkiezingen? Om dit te onderzoeken, doken we de literatuur in.
Er een verschil in kosten tussen verkiezingen in stabiele democratieën,
landen in transitie en landen met speciale vredesoperaties. Hoe langer een land
een vreedzame meerpartijen democratie is, hoe goedkoper de verkiezingen kunnen zijn.
Zelfs een korte onderbreking in verkiezingsroutines, door bijvoorbeeld een
periode van militaire overname, heeft hier geen invloed op.
In fragiele staten zijn het vooral de “integrity costs” die aantikken – dit
zijn kosten voor het creëren van veilige, vrije en eerlijke verkiezingen, met
name door het vergroten van de veiligheid van zowel de kiezer als de
stembiljetten. Hoe democratischer een land wordt, hoe lager die kosten. Een
land waar de verkiezingsinfrastructuur van nul af aan opgebouwd moet worden
(bijvoorbeeld Afghanistan), zal vooral ook veel geld kwijt zijn aan het creëren
van een infrastructuur en het voorlichten en onderwijzen van het electoraat.

Waaruit bestaan de kosten
voor verkiezingen?
Internationaal wordt ervan uitgegaan dat de
grootste uitgaven worden besteed aan registratie van stemgerechtigden,
grensbepalingen van kiesdistricten, de verkiezingsdag zelf, tellen en
bekendmaken van de resultaten, het beslechten van gerschillen, informatie en
educatie van kiezers, campagnevoering, en toezicht houden door
vertegenwoordigers van de partijen en de binnenlandse of internationale
waarnemers.
Analyse
verkiezingskosten
In 2004 deed het Centre for Transitional and Post-Conflict
Governance, in samenwerking met de UNDP een grootschalig onderzoek naar de
kosten van verkiezingen – het CORE project. Het onderzoek richtte zich op de Election
Management Bodies (EMBs). De taken van EMB’s kunnen erg verschillen per land.
Naast het administratief beheer van verkiezingen kunnen EMB’s belast zijn met bijvoorbeeld
civic education en rapporteren over de financiering van partijen.
De studie gaat uit van vier aspecten voor analyse van verkiezingskosten (Election Cost/Profile ratios):
- Verhouding tussen het aantal personen van de Election Management Body en de kiesgerechtigeden
- De verhouding tussen het aantal stembureaumedewerkers tov kiesgerechtigden
- Gemiddelde kosten per kiesgerechtigden
- Capitalisatie indicator
Suriname
erg duur
Voor landen met minder dan een miljoen
kiesgerechtigden komt men uit op een gemiddelde van ongeveer 6000 kiezers per
staflid van het EMB – in Suriname zou de totale staf van een EMB dus in de orde
van 55 personen moeten zijn. Uiteraard is er een verschil in de taken van EMB’s
– er wordt gesuggereerd dat het kostenefficiënter is als EMB’s een “full
portfolio of electoral responsibilities” hebben.
De verhouding tussen het aantal stembureaumedewerkers
en aantal kiezers lijkt niet afhankelijk te zijn van de grootte van het
grondgebied. Het grootste aantal (onderzochte) landen gaat uit van tussen de
100 en 200 kiezers per stembureaumedewerker. Als we uitgaan van een verhouding
van 150 kiezers per medewerker, zouden in Suriname dus ongeveer 2400
stembureaumedewerkers nodig zijn. Het rapport geeft aan: als de samenstelling
van een stembureau met zelfs maar 1 medewerker verminderd wordt, betekent dat
al een behoorlijke besparing van kosten.

De capitalization indicator meet institutionele
capaciteit op basis van investeringen in niet-verkiezingsjaren. Men kijkt naar
het gemiddelde budget per kiesgerechtigde dat in niet-verkiezingsjaren voor een
EMB ter beschikking is. Valt
dat bedrag beneden een bepaald niveau (tussen de U$ 1 en U$ 2.47), dan is de
kans groot dat dit negatieve gevolgen heeft voor de capaciteit. Beperkte
capaciteit is op haar beurt een directe bedreiging voor een goede verloop van
verkiezingen.
Wil je echter precies weten wat verkiezingen
kosten, dan zou je moeten kijken naar de totale kosten- ongeacht wie die kosten
maakt, of die nu de partijen zijn of de Staat of de Internationale Gemeenschap.
Meer weten?
http://www.gsdrc.org/docs/open/po50.pdf voor het volledig rapport van CORE.
www.aceproject.org geeft een uitgebreid overzicht van
alles wat met de organisatie van verkiezingen te maken heeft.
http://reliefweb.int/sites/reliefweb.int/files/resources/HDQ1070.pdf
Voor de volledige nieuwsbrief klik hier
Voor de volledige nieuwsbrief klik hier
Geen opmerkingen:
Een reactie posten