Posts tonen met het label Democracy Month. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Democracy Month. Alle posts tonen

donderdag 17 november 2016

Interactieve sessies tijdens Democratiemaand

Deelnemers aan de BINI-mini over huiselijk geweld spelen de dagelijkse problematiek van slachtoffers en daders van huiselijk geweld na door middel van een rollenspel
De 9e Democratiemaand is in volle gang. Vandaag is alweer de laatste dag met de zogenaamde BINI-mini’s: mini-colleges voor basiskennis en bewustwording voor niet-deskundigen. Door middel van de BINI-mini’s wil Projekta (in samenwerking met het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur- BINI) burgers bewapenen met feiten, zodat zij hun mening kunnen vormen en constructief discussies kunnen voeren.
De sessies hadden een zoveel mogelijk interactief karakter, varierend van schrijfopdrachten tot een heus rollenspel. 
Klik hier voor het gehele programma en meld je snel aan voor de laatste BINI-mini’s van deze Democratiemaand. 
Tijdens de besloten sessie met het LGBT Platform
werd er uitgebreid aandacht besteed aan gender
en sekseverschillen tussen mannen en vrouwen
Deelnemers aan de BINI-mini over Mijnbouw en Duurzame
Ontwikkeling kregen op losse vellen de verschillende
schakels in de 'Natural Resource Charter Decision Chain'.
Zij moesten onderling en samen met het publiek
de schakels in de juiste volgorde zetten om zo
de Ketting te vormen.

vrijdag 6 november 2015

dWT: Democratie versterken door districtsraden te activeren

Door: Milton Hubard 

Om de beleving van de democratie in Suriname te versterken is het belangrijk dat de districtsraden geactiveerd worden. Door hen bepaalde bevoegdheden te geven, zullen problemen in gebieden sneller opgelost kunnen worden. Bovendien zal de lokale bevolking meer invloed kunnen laten gelden op het voor hen lokale beleid. Dit zegt parlementsvoorzitter Jennifer Geerlings-Simons tegen de Ware Tijd.

Het activeren en versterken van de districtsraden moet volgens haar deze zittingsperiode gerealiseerd worden. In een later stadium moeten ook de regionale organen beter georganiseerd worden door wetgeving. Doordat de lokale organen niet functioneren, wordt er volgens Simons extra druk gelegd op De Nationale Assemblee, die zich eigenlijk slechts hoort te buigen over kwesties die de totale samenleving raken. De parlementsvoorzitter was woensdagavond te gast bij de opening van de 'Democratiemaand 2015', georganiseerd door Stichting Projekta en het platform Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur. De politica ziet degelijke vooruitgang op het gebied van democratisering, maar tevreden is ze nog niet. 
Trekker Sharda Ganga van zowel 'Stichting Projekta' als het platform 'Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur' is het met haar eens. "Het is natuurlijk niet waar wij willen zijn, na acht jaar Democtratiemaand organiseren, maar wij zien wel dat ons werk vruchten afgeworpen heeft." Het bewustzijn over het belang van democratie groeit volgens Ganga en is te merken aan het steeds mondiger worden van burgers. Het oprichten van het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur ziet zij overigens ook als een vooruitgang op de beleving van democratie.

Simons en Ganga zijn het met elkaar eens dat de democratie binnen verenigingen en organi- saties nog veel te wensen overlaat. Ganga zegt dat er tijdens vorige Democratiemaanden ook is gediscussieerd over democratie binnen sportverenigingen en zelfs gezinnen. Simons vindt vooral de democratie binnen politieke partijen onvoldoende. Zij pleit voor wettelijke voorschriften om de democratie binnen de partijen te regelen, omdat politieke partijen de bestuurders van het land leveren.

Bron: De Ware Tijd

woensdag 17 december 2014

Democratie en milieu: Mohawk Prayer

Op 27 november gaf Monique Pool van Green Heritage Fund Suriname in het kader van de Democratiemaand een lezing rondom het thema ‘Democratie en Milieu’. Omdat het diezelfde dag ook Thanksgiving was, heeft ze haar presentatie vormgegeven aan de hand van een ‘Mohawk Thanksgiving Prayer’. Dit viel erg in de smaak bij het aanwezige publiek. Na afloop was er zoveel vraag naar de tekst, dat we besloten hebben de volledige tekst op de blog te plaatsen.  

Groeten aan de natuurlijke wereld


De mens
Vandaag zijn wij samengekomen en we zien dat de levenscycli voortgaan. We hebben de taak gekregen om te leven in balans en harmonie met elkaar en alles wat leeft. Dus nu brengen we onze gedachten samen in eenheid terwijl wij elkaar groeten en danken als mens.
Nu zijn onze gedachten een.

Moeder aarde
We zijn allen dankbaar voor onze moeder, de aarde, want zij geeft ons alles wat nodig is voor ons leven. Onze voeten steunen op haar wanneer wij over haar heen lopen. En wij zijn blij dat zij voor ons blijft zorgen zoals zij heeft gedaan vanaf het begin der tijden. Wij sturen groeten en dank naar onze moeder.
Nu zijn onze gedachten een.

Het water
Wij danken alle wateren in de wereld voor het lessen van onze dorst en het geven van kracht aan ons. Water is leven. We kennen de kracht daarvan in vele vormen, watervallen en regen, mist en stromen, rivieren en oceanen. In eensgezindheid sturen wij groeten en dank naar de geest van het water.
Nu zijn onze gedachten een.

De vissen
Onze gedachten gaan nu uit naar al het visleven in het water. Hen was de opdracht gegeven het water te reinigen en schoon te maken. Zij geven ook zichzelf aan ons als eten. We zijn dankbaar dat we nog schoon water kunnen vinden. Dus, we richten ons nu tot de vissen en sturen hen groeten en dank.
Nu zijn onze gedachten een.

De planten
We richten ons nu naar de uitgestrekte velden met plantenleven. Zover als onze ogen kunnen zien, groeien planten en die verrichtten vele wonderen. Zij houden veel levensvormen in stand. Met onze gezamenlijke gedachten danken wij hiervoor en kijken uit naar het voortbestaan van het plantenleven voor vele generaties na ons.
Nu zijn onze gedachten een.

De voedselgewassen
Eensgezind richten wij ons op het eren en danken van alle gewassen die we oogsten uit de tuin. Vanaf het begin der tijd, hebben de granen, groenten, bonen en bessen mensen geholpen te overleven. Veel andere levende wezens halen ook hun kracht uit hen. We nemen alle voedselgewassen samen als eenheid en sturen hen groeten en dank.
Nu zijn onze gedachten een.

De medicinale planten
We richten ons nu tot alle medicinale planten van de wereld. Vanaf het begin was het hun taak om ziekte weg te nemen. Zij zijn altijd klaar en wachten om ons te genezen. We zijn blij dat er nog mensen onder ons zijn die nog weten hoe wij deze planten moeten gebruiken om te genezen. Eensgezind, sturen we groeten en dank naar deze medicijnen en naar de bewaarders van deze medicijnen.
Nu zijn onze gedachten een.

De dieren
We brengen onze gedachten tezamen om groeten en dank te sturen naar al het dierenleven in de wereld. Wij hebben veel te leren als mens van hen. Zij eren ons wanneer zij hun leven opgeven zodat wij hun lichamen kunnen gebruiken als voedsel voor onze mensen. We zien ze dicht bij onze huizen en diep in het oerwoud. We zijn blij dat zij er nog zijn en we hopen dat dat nog lang zo zal blijven.
Nu zijn onze gedachten een.

De bomen
We richten onze gedachten nu op de bomen. De aarde heeft vele families van bomen die hun eigen taak en nut hebben. Sommigen verschaffen ons bescherming en schaduw, anderen geven ons fruit, schoonheid en andere nuttige zaken. Veel volkeren in de wereld gebruiken de boom als een symbool van vrede en kracht. Eensgezind, groeten en danken we de boom van het leven.
Nu zijn onze gedachten een.

De vogels
We brengen onze gedachten samen als één en danken alle vogels die zich boven ons hoofd bewegen en vliegen. De schepper heeft hen mooie liederen gegeven. Elke dag herinneren zij ons eraan van het leven te genieten en het te appreciëren. De arend is gekozen als hun leider. Aan alle vogels - van de kleinste tot de grootste - sturen wij groeten en dank
Nu zijn onze gedachten een.

De vier winden
We zijn allen dankbaar voor de krachten die bekend zijn als de vier winden. We horen hun stemmen wanneer zij de lucht voortbewegen en ons verfrissen en de lucht verversen die wij inademen. Zij brengen ons de verandering van de seizoenen. Zij komen uit vier richtingen, geven ons boodschappen en kracht. Eensgezind, sturen wij onze groeten en dank naar de vier winden.
Nu zijn onze gedachten een.

De donder
We richten ons nu naar het westen, waar onze grootvaders, de donderwezens, leven. Met weerlicht en donderslagen brengen ze het water dat het leven vernieuwt. We zijn dankbaar dat zij de slechte dingen gemaakt door de ondergrondse Okwiseres van ons weghouden. Met onze gedachten tezamen als een, sturen wij groeten en dank naar onze voorvaders, de donder.
Nu zijn onze gedachten een.

De zon
We sturen nu groeten en dank naar onze oudste broeder, de zon. Elke dag zonder falen reist hij de hemel af van oost naar west en brengt daarbij het licht van een nieuwe dag. Hij is de bron van al het levensvuur. Eensgezind, sturen wij groeten en dank naar onze Broeder, de Zon.
Nu zijn onze gedachten een.

Grootmoeder Maan
We brengen onze gedachten samen om dank te zeggen aan onze oudste grootmoeder, de Maan, die de hemel in de nacht verlicht. Zij is de leider van alle vrouwen in de wereld, en zij is de heerser over de getijden van de oceaan. Met haar veranderd gezicht meten we de tijd, en het is de Maan die de komst van de kinderen hier op aarde overziet. Eensgezind, sturen we groeten en dank aan onze Grootmoeder, de Maan.
Nu zijn onze gedachten een.


De sterren
Wij danken de sterren die zich verspreiden over de hemel als juwelen. Wij zien ze in de nacht, wanneer zij de Maan helpen de duisternis te verlichten en brengen dauw in onze tuinen en voor alles wat groeit. Wanneer we 's-nachts reizen, wijzen zij ons de weg naar huis. Met onze gedachten tezamen als een, sturen we groeten en dank aan de sterren.
Nu zijn onze gedachten een.

De verlichte meesters
Eensgezind groeten en danken we de verlichte meesters die door de eeuwen heen zijn gekomen om ons te helpen. Wanneer we vergeten in harmonie te leven, herinneren zij ons aan hoe we als mensen hebben geleerd te leven. Eensgezind, sturen wij groeten en dank aan die zorgvolle meesters.
Nu zijn onze gedachten een.

De schepper
Nu richten wij onze gedachten op de schepper, of Grote Geest, en sturen groeten en dank voor alle gaven uit de schepping. Alles wat we nodig hebben om een goed leven te leiden is hier op deze Moeder Aarde. Met alle liefde die nog om ons heen is, brengen we al onze gedachten tezamen als een en sturen onze welgekozen woorden om de schepper te groeten en danken.
Nu zijn onze gedachten een.

Afsluitende woorden
Nu zijn we gekomen op de plek waar onze woorden ophouden. Bij het noemen van alle dingen, was het niet onze intentie om iets weg te laten. Indien wij zaken hebben vergeten, dan laten we het over aan elk individu om groeten en dank naar die zaken te sturen op hun eigen wijze.
Nu zijn onze gedachten een.

Vertaling: Monique Pool

This translation of the Mohawk version of the Haudenosaunee Thanksgiving Address was developed, published in 1993, and provided, courtesy of: Six Nations Indian Museum and the Tracking Project. All rights reserved. English version: John Stokes and Kanawahienton (David Benedict, TurtleClan/Mohawk). Mohawk version: Rokwaho (Dan Thompson, Wolf Clan/Mohawk). Original inspiration: Tekaronianekon (Jake Swamp, Wolf Clan/Mohawk).

dinsdag 9 december 2014

Zevende Democratiemaand

(Afkomstig uit de State of Democracy Nieuwsbrief 2014. Voor de volledige nieuwsbrief, klik hier)

In 2007 riep de Verenigde Naties 15 september uit tot Internationale Dag van de Democratie. Sinds 2008 worden op deze dag wereldwijd activiteiten uitgevoerd die de (beleving van) democratie moeten bevorderen. PROJEKTA vindt ook dat er meer aandacht moet zijn voor onze democratie, en besloot vanaf dat jaar een Democratiemaand te organiseren. Dit om het begrip democratie in een bredere context te plaatsen, en aandacht te schenken aan de vele facetten daarvan, naast verkiezingen en politieke partijen: democratie als levend goed.

De Democratiemaand is gericht op verschillende doelgroepen, waaronder studenten, het maatschappelijk middenveld, politieke partijen, en beleidsmakers. PROJEKTA benaderde vanaf het begin daarom ook samenwerkingspartners. In de afgelopen zeven jaren hebben wij samengewerkt met onder andere personen en instituten binnen de Universiteit, mediabedrijven, NGO’s, private sector organisaties en bedrijven. Dit jaar wordt de Democratiemaand uitgevoerd met ondersteuning van UNDP Suriname.

Er zijn altijd openbare discussies geweest. De overige activiteiten zijn divers, en variëren van radiospots, discussiecolleges, zelfreflectie quizzes, krantenartikelen en tip sheets tot onderzoeken. In 2009 lanceerden wij deze nieuwsbrief, die al snel veelvuldig werd opgevraagd en geciteerd door studenten, NGO’s, overheid en internationale organisaties. Om de gemeenschap in binnen- en buitenland op de hoogte te houden van onze activiteiten en publicaties, lanceerden wij in 2010 onze blog, en begin 2014 onze facebook pagina.

Sinds 2010 wordt er ook een thema gekoppeld aan de Democratiemaand. De thema’s Accountability (2010), Dialoog (2011), Actieve Burgers (2012) en Samen tegen Corruptie (2013) hebben reeds de revue gepasseerd. Dit jaar stond de Democratiemaand in het teken van de keuzes die gemaakt moeten worden voor de toekomst van ons land. De openbare activiteiten trokken een zeer gemêleerd publiek, en organisaties en individuen zijn enthousiast om met elkaar en met PROJEKTA door te gaan om te praten over onze ontwikkelingskeuzes.

Na zeven jaar Democratiemaand kijken we dan ook tevreden terug: wat ooit begon als brainstormidee is intussen uitgegroeid tot één van de “flagships” van onze organisatie. Dank aan allen die ons steeds hebben ondersteund.

Voor de volledige nieuwsbrief klik hier

Democratiemaand: een Surinaamse creatie

(Afkomstig uit de State of Democracy Nieuwsbrief 2014. Voor de volledige nieuwsbrief, klik hier)

Armstrong Alexis, Deputy Resident Representative, UNDP Suriname
Ik ken het verhaal van het ontstaan van de Democratiemaand. Zeven jaar geleden was er een kleine groep mensen die toegewijd was aan het bevorderen van gelijke rechten, vrijheid, burgerparticipatie en rechtvaardigheid voor iedereen. Zij dachten na over een manier om nationale focus en aandacht te richten op het streven naar een vrije en democratische samenleving. Zeven jaar later heeft men de Democratiemaand niet alleen levend weten te houden, maar ook weten te verheffen. De rest van Suriname, het Caribisch gebied en – voorwaar – de rest van de wereld staan op scherp om te zien wat deze maand zal gebeuren in Suriname.

Het markante van de Democratiemaand is dat het een product van eigen teelt is. Het idee is Surinaams, de vraagstukken die worden besproken zijn relevant voor de bevolking van Suriname, en degenen die hun ervaring en expertise delen zijn ook grotendeels Surinamers.

Suriname is een groeiende democratie, en die groei is bereikt onder moeilijke omstandigheden. Die zou niet mogelijk zijn geweest zonder doorzettingsvermogen en een focus op het vergroten van kansen van burgers.

Terwijl de Staat een zware verantwoordelijkheid heeft in het bevorderen en koesteren van democratie, is het de rol van het maatschappelijk middenveld om de ‘gate keeper’ en het geweten van jullie democratie te zijn. De fundamenten van de democratie, zoals rechtsbescherming, vrijheid van samenkomst en accountability van overheidsfunctionarissen, zullen nog dieper geworteld zijn wanneer jullie [PROJEKTA, de Democracy Unit en andere civil society organisaties, red] de moed er in blijven houden om deze vraagstukken – en nog andere – tot deel van het nationaal discours weten te maken en te houden. Mijn hoop is dat een maand toegewijd aan het vieren van de verworvenheden van democratie in Suriname en het reflecteren op wat nog bereikt moet worden, zal blijven groeien en groeien.-

(Samenvatting van de statement bij de launch van de Democratiemaand – de discussie “Verkiezingscampagnes en verkiezingen als bouwstenen voor democratie” georganiseerd door de Young Democracy Unit en de Democracy Unit. De 7e editie van de Democratiemaand was een samenwerking tussen PROJEKTA, DU, YDU en de UNDP).

Voor de volledige nieuwsbrief klik hier

donderdag 4 december 2014

Zoveel “kwesties”: overheidsinformatie nog steeds weinig toegankelijk

(Afkomstig uit de State of Democracy Nieuwsbrief 2014. Voor de volledige nieuwsbrief, klik hier)

Hoe het er in Suriname voor staat met openheid van overheidsinformatie, was het onderwerp van een onderzoek dat Fayaz Sharman deed. Hij rondde in 2012 hiermee succesvol zijn studie ‘Master in Public Administration’ af. Voor de nieuwsbrief keek hij opnieuw naar de stand van zaken.

Achtergrond
Zowel in het Verdrag voor Burger en Politieke Rechten (BUPO-verdrag) als in het Amerikaans Verdrag voor de Rechten van de Mens (AVRM) is benadrukt dat het recht op toegang tot overheidsinformatie essentieel is voor de uitoefening van andere mensenrechten, waaronder het recht op vrije meningsuiting. Suriname heeft deze internationale verdragen getekend, waardoor het land ook zichzelf verplicht om de bepalingen van de verdragen uit te voeren. Onvoldoende toegang tot overheidsinformatie kan gemakkelijk leiden tot wantrouwen onder het volk. Overheden maken informatie tegenwoordig daarom steeds toegankelijker voor het publiek, omdat zij beseffen dat zij met goed bestuur ‘overheidsziektes’ zoals corruptie kunnen bestrijden.

Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB)
Onderzoek over de hele wereld heeft aangetoond dat het Recht op Informatie het beste te verankeren is in een wet. Een wet, zoals de voorgestelde Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB), zorgt ervoor dat de burgerij inzage heeft in het overheidshandelen en daardoor effectief en efficiënt kan deelnemen aan overheidsbesluitvorming, en de overheid ter verantwoording kan roepen (waakhond-functie). Een uitgangspunt bij het recht op informatie is dat overheidsinformatie in principe altijd openbaar behoort te zijn, tenzij in de WOB zelf of andere wetgeving is vastgelegd dat de gevraagde informatie ongeschikt is om openbaar te maken, bijvoorbeeld in verband met de privacy van burgers of de nationale veiligheid.

Een WOB verplicht bestuursorganen in de eerste plaats om zelf informatie te verstrekken bij de uitvoering van hun taken, door bijvoorbeeld jaarrapporten ter beschikking te stellen, zodat burgers zelf een onderbouwd oordeel kunnen vellen over onder andere de uitvoering van beleidsmaatregelen. Ook regelt de WOB de ‘reactieve informatievoorziening’: burgers moeten informatie kunnen opvragen en krijgen zonder al te veel hordes.

Wetgeving Suriname
De regering van Suriname heeft in haar ontwikkelingsplan 2012-2016 benadrukt waarom zij de transparantie over het regeersysteem zal vergroten. In artikel 158 van de Grondwet van Suriname staat namelijk: ‘een ieder heeft het recht om door de organen van de overheidsadministratie geïnformeerd te worden over de voortgang in de behandeling van zaken waar hij direct belang bij heeft en omtrent eindbeslissingen, met betrekking tot hem genomen’.

In Artikel 157, sectie 3, is aangegeven dat de overheid middels zogeheten uitvoeringswetten de administratieve procedures moet regelen voor toegang tot informatie en deelname aan besluitvorming. Deze wetten zijn helaas nog niet tot stand gekomen.

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken heeft wel een wetsontwerp voor een WOB gemaakt. Dat ontwerp ligt nu (in november 2014) bij de Staatsraad ter behandeling, en moet daarna nog haar weg naar De Nationale Assemblée vinden. Dit volgens informatie van dhr. J. Joemanbaks, wetgevingsjurist op het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Een andere zeer belangrijke wet, die ook deels de toegang tot informatie regelt, is de Anticorruptiewet. Er is hiervoor een wetsontwerp ingediend bij De Assemblée op 24 januari 2014[1], maar deze is nog niet behandeld in een openbare vergadering. Op 12 maart 2014 is het wetsontwerp wel besproken in Commissieverband. Anticorruptie wetgeving is een van de mechanismen om transparantie (openbaarheid) en accountability te helpen waarborgen. Door deze wet kan men dus strafbaar gesteld worden bij het "nalaten" van het nemen van maatregelen ter waarborging van de transparantie en accountability.
De Surinaamse wetgeving is dus nog inadequaat wat dit aspect betreft, en moet worden hervormd.

Behoefte aan informatie
Ik heb tijdens mijn onderzoek in 2012 diverse groepen geïnterviewd die te maken hebben met de toegang tot overheidsinformatie, zoals assembleeleden, overheidsfunctionarissen van verschillende ministeries, NGO’s en ook de Surinaamse Vereniging van Journalisten. Zij vonden allemaal dat in elk geval de volgende categorieën van informatie door de overheid openbaar gemaakt moeten worden:
  1. Financiële stukken van overheidsdepartementen, staatsbedrijven, overeenkomsten over openbare werken, informatie over domeingronden, en andere administratieve procedures van overheidsbesluiten.
  2. Openbare aanbestedingen voor de bouw van infrastructuur zoals wegen, bruggen en gebouwen.
  3. Verduidelijking van overheidsbesluiten, vooral die een directe invloed hebben op het dagelijks leven van het publiek.
  4. Overheidssalarissen, inclusief die van de rechterlijke macht, de regeringsleden en de salarissen in door de Staat gesubsidieerde entiteiten (staatsbedrijven, parastatalen, raden, autoriteiten en commissies).
  5. Verlenen van overheidsdiensten, zoals vergunningen, concessies, domeingronduitgiften, subsidies, leningen, toewijzing van buitenlandse grants (financieel/materieel), regelen van afzetmarkten van ambassades en participatie van regeerders in stichtingen en NV’s.
In november 2014 sprak ik opnieuw met enkele leden van het Parlement. Geconcludeerd kan worden dat er nog veel teveel ‘geheimzinnigheid’ bestaat over zaken die het dagelijkse leven van burgers beïnvloeden. Zo werd steeds weer benadrukt dat de overheid bijvoorbeeld geen informatie uit zichzelf publiceert, ook niet tijdig reageert of helemaal niet ingaat op vragen om informatie van het publiek.

Een WOB was voor deze DNA-leden een goed hulpmiddel geweest bij diverse zaken die de afgelopen jaren hebben gespeeld. In een gesprek met dhr. Carl Breeveld (DNA-lid) zijn de voorbeelden genoemd van ex-onderminister van Regionale Ontwikkeling, Mahender Gopie, die 86.000 hectaren aan houtkapconcessies zou hebben gehad, en van de ex-Minister van Openbare Werken, Ramon Abrahams, die onder vuur kwam te staan na vermoedelijk onderhandse gunningen en dure verbouwingen op het Ministerie. Bij deze twee zaken is er na hun aftreden geen onderzoek ingesteld noch heeft het publiek openheid van zaken gekregen. In het algemeen komt er ook geen onderzoek – laat staan een opgave van vermogen – van onder andere ontslagen ministers en directeuren van staatsbedrijven.

Andere concrete cases die werden genoemd in het gesprek zijn:
  • Kwestie van de aankoop van gepansterde auto’s door het Kabinet van de President. De gevraagde opheldering over onder andere de prijs is nooit gegeven.
  • Kwestie van de aanleg van een spoorbaan tussen Paramaribo en Para. Breeveld geeft aan dat prijzen zijn opgesteld zonder het Parlement van tevoren te raadplegen, terwijl het Parlement het recht heeft dit te weten.
  • Kwestie van de ex-EBS Directeur Kenneth Vaseur. Daarbij werd informatie over onder andere het arbeidsconflict in het bedrijf gevraagd, maar nooit aangeleverd.
  • Kwestie van het inkopen van voeding voor de naschoolse opvang, waarbij keukens zouden toebehoren aan DNA-leden en anderen. Ook hier is geen opheldering verstrekt.
Op basis van het bovenstaande mag geconcludeerd worden dat er bitter weinig is veranderd sinds 2012, het jaar waarin de studie is verricht. Het feit dat er een wetsontwerp is voor Openbaarheid van Bestuur, en een Commissievergadering is geweest over de Anti-corruptiewet, is een belangrijke stap in de goede richting. Nu nog de behandeling en de aanname. -

Naar aanleiding van dit artikel vroegen wij aan twee journalisten wat zij zouden onderzoeken als er een WOB zou zijn. Hun bijdrage kunt u hier lezen. 


[1] De Anticorruptiewet (Houdende regels ter preventie en bestrijding van corruptie en nadere wijziging van het Wetboek van Strafrecht (G.B. 1911 no.1, zoals laatstelijk gewijzigd bij S.B. 2012 no 70).

Voor de volledige nieuwsbrief klik hier

Verkiezingen: waarom goedkoop als het duur kan?

(Afkomstig uit de State of Democracy Nieuwsbrief 2014. Voor de volledige nieuwsbrief, klik hier)

Bij de launch van de Democratiemaand op 10 november j.l., presenteerde Hans Breeveld enkele simpele feiten die de zaal naar adem deden snakken: de kosten van algemene verkiezingen in een aantal landen. In 1996 kosten algemene verkiezingen in Australie, land van uitgestrekte lege vlakten en zeer verspreide bevolking tussen de U$ 5 en 6 per kiezer (hierbij is inbegrepen de financiering van politieke partijen door de Staat), in Afganistan waar men nog in een halve oorlog verkeerde, kostte de verkiezing per kiezer U$ 15 (daar waren ook de zware investeringen in veiligheid bij inbegrepen). In Suriname kostten de verkiezingen van dat jaar ongeveer US$ 18 per kiezer. Er was bij ons geen oorlog op dat moment. De verkiezingen van volgend jaar zullen de belastingbetaler minimaal srd 85 miljoen in totaal kosten, meer dan een verdubbeling ten opzichte van 2010.

Vanwaar de stijging in kosten, en waarom kosten verkiezingen hier zoveel meer dan in andere landen? “Dat kan ik niet met zekerheid zeggen”, antwoordt Breeveld. Immers, hij heeft geen inzage in de onderliggende stukken van de begroting, maar gaat slechts af op wat er in ‘s lands begroting is opgebracht voor de organisatie van de verkiezingen. Hij kan ook de uitgaven van de vorige verkiezing niet bestuderen om na te gaan waar de grootste kosten zitten, die informatie is niet ter beschikking.
Uiteraard zijn de kosten eigenlijk nog hoger: in dit bedrag zijn wellicht niet de doorlopende salarissen van al de ambtenaren vervat die zich al lange tijd bezig houden met de verkiezingen; deze vallen nog gewoon onder de salariskosten van de Ministeries.

Dan moeten we het gesprek maar over een andere boeg gooien.
In 1991 was hij zowel Minister van Binnenlandse zaken als van Regionale Ontwikkeling, in het tussenkabinet Kraag welke werd aangesteld na de telefooncoup van december 1990. Met de portefeuille van Binnenlandse Zaken kwam natuurlijk de verantwoordelijkheid voor de logistieke organisatie van de verkiezingen van mei dat jaar. Hoe die ervaring was?
Breeveld vertelt dat er een standaard draaiboek en kalender is voor elke verkiezing, en dat de directeur van het Ministerie en de onderdirecteur (in zijn periode respectievelijk dhr. F. Troon en dhr. E. Van der San) daar belast mee zijn. En zij kenden het klappen van de zweep.

In 1991 was daar de additionele complicatie van de nasleep Binnenlandse Oorlog, waar de infrastructuur van het binnenland hevig onder had geleden. Hierdoor was de toegang tot grote delen van het achterland slecht.

Het was echter niet de toegankelijkheid van het binnenland waar Breeveld mee zat, het waren sommige van de, voor hem onbegrijpelijke, organisatorische keuzes. In dit kader verwijst hij naar artikel 157 van de Grondwet, dat o.a. stelt dat de structuur van de organen van de overheidsadministratie zodanig dient te zijn dat bureaucratisme wordt voorkomen. Een specifieke doorn in zijn oog waren daarom de uittreksels van het Bevolkingsregister. Deze zijn niet direct nodig bij verkiezingen, maar wel een bron van irritatie voor alle burgers. Voor elke handeling was er een uittreksel nodig, ook al had je een ID-kaart. Een hoop onnodige bureaucratische rompslomp dus, terwijl het bij wet is vastgelegd dat dit juist voorkomen dient te worden. Toen Breeveld aantrad als Minister zorgde hij dan ook ervoor dat de tirannie van het uittreksel werd doorbroken. Een mooie overwinning.

Maar aan die andere doorn in zijn oog heeft hij niets kunnen doen – de oproepingskaarten.

“Het bezorgen van de oproepingskaarten is een enorme kostenpost”, zegt Breeveld. Immers, elke kaart moet door minstens twee personen worden bezorgd. Als er niemand thuis is om de kaart(en) in ontvangst te nemen, dan moet het team nog een keer terug. Dat kost allemaal geld. Bovendien is de bezorging fraudegevoelig en kunnen partijsentimenten een rol spelen. In een notitie over het nut van oproepingskaarten geeft Bas Ahmadali aan dat het distributiesysteem verschillende fasen heeft gekend: gedurende lange tijd verliep de distributie via de bestuursambtenaren; daarna werd de
distributie toevertrouwd aan een team, bestaande uit de bestuursambtenaar en twee externe colporteurs, voorgedragen door de politieke partijen en behorende tot elkander bestrijdende partijen; en “zeker vanaf de verkiezingen van 2000 zijn de teams samengesteld slechts uit externe colporteurs of zoals OKB ze noemt ‘loyalisten’ van politieke partijen”. Breeveld beaamt dat er verhalen bekend zijn van bezorgers die huizen mijden waar vlaggen wapperen van partijen waar zij niet gecharmeerd van zijn.

Een oproepingskaart kostte in 2005 per kiezer srd 5,60 (srd 181.000 voor aanschaf en productie en bijna srd 1,5 miljoen srd voor distributie). Maar de oproepingskaarten verklaren slechts voor een klein deel de enorme kosten van onze verkiezingen. In Dagblad Suriname (29 juli 2014) geeft Hans Breeveld  aan dat “de verkiezingen in Suriname zo duur zijn omdat er nog teveel zaken handmatig gedaan worden terwijl dit ook machinaal kan. Zijns inziens wordt het handmatig systeem bewust in stand gehouden omdat het een vorm van werkverschaffing creëert die gebruikt wordt voor het zoet houden en faciliteren van mensen en het ‘winnen van zieltjes’.”

Als Minister werd hij geconfronteerd met een zaal vol mensen die stembiljetten met de hand vouwden en stempelden. Of het niet goedkoper was om een machine in te zetten, vroeg hij. Ach, was het lakonieke antwoord, ze moeten toch ook wat verdienen. “Verkiezingen in Suriname zouden als motto kunnen hebben: waarom goedkoop als het duur kan”, vindt Breeveld. 

Wel of geen oproepingskaarten?

In een notitie, geschreven voor de verkiezingen van 2010, geeft Bas Ahmadali een analyse van de plus- en minpunten van oproepingskaarten. Volgens hem kunnen oproepingskaarten aangemerkt worden als een meetinstrument om de juistheid en kwaliteit van de kiezerslijsten te controleren en te volgen.
Onbestelde oproepingskaarten zijn een indicator voor  de kwaliteit van de kiezerslijsten. Maar ook:  “Een oproepingskaart is meer dan een “uitnodiging” en heeft de functie van een “veiligheidscheck” bij de stemprocedure. Deze “veiligheidscheck” dient die garantie te bieden voor een transparante en eerlijke stembusgang. Bij het afschaffen van oproepingskaarten moet men zich dan ook afvragen welk systeem dan er in de plaats als vervanging wordt ingevoerd ter garandering van die transparantie en controle bij de stemprocedure. Bovendien is het de vraag of de juiste toepassing van de identiteitswet (ID-kaart) alsmede de toepassing van het gebruik van de verkiezingsinkt in voldoende mate de vervanging op de controlefunctie van oproepingskaarten kunnen waarborgen.
In dezelfde notitie geeft hij aan dat ook het Onafhankelijk Kiesbureau heeft gewezen op ernstige zwaktes in het distributiesysteem:
a) het systeem zelf waarbij loyalisten van politieke partijen worden ingezet om de kaarten te distribueren, werkt niet
b) elke keer doen zich calamiteiten voor, zoals het weggooien van de kaarten in trenzen
c) de districtscommissariaten zijn niet geschikt om de coördinatie van de distributie op zich te nemen.

Het rapport van de OAS waarnemingsmissie na de verkiezingen van 2010 geeft in deze het advies aan de verkiezingsautoriteiten om de 30.000 namen (van niet bezorgde oproepingskaarten) als ‘inactief’ te noteren in het kiesregister. “Een dergelijke aantekening zou leiden tot een meer accurate kiezerslijst en een preciezer getal van verkiezingsdeelname. Ze moeten uiteraard in het burgerregister worden bijgehouden.”

Bronnen:  

woensdag 3 december 2014

Een druk jaar voor de CLAD?

OAS pleit voor meer transparantie


(Afkomstig uit de State of Democracy Nieuwsbrief 2014. Voor de volledige nieuwsbrief, klik hier)


Dit jaar is er door diverse mensen vaker opgeroepen tot onderzoek door de Centrale Lands Accountantsdienst (CLAD), bijvoorbeeld naar vermeende onrechtmatige handelingen door de voormalige Districtscommissaris van Saramacca (nu DC van Coronie), voor Carifesta, het Ministerie van Sport en Jeugdzaken, aanbestedingen en het verstrekken van gunningen bij het Ministerie van Openbare Werken. Op 27 mei gaf de President in de Nationale Assemblee aan dat hij “via de Vice President de CLAD de opdracht heeft gegeven alle boeken na te gaan van minsteries en parastatale instellingen” (Starnieuws 27 mei 2014). Volgens Dagblad Suriname (11 augustust 2014) heeft de Minister van Financiën vervolgens aan de CLAD de opdracht gegeven onderzoek in te stellen op de Ministeries van Financiën, Volksgezondheid en Sociale Zaken. Of de rest van de Ministeries erna nog aan de beurt is gekomen is onduidelijk. Het lijkt er in elk geval op dat de CLAD een heel druk jaar heeft gehad.

Rol van de CLAD
De CLAD is de interne accountant van de overheid[1] en verricht namens de regering accountantscontrole op de ministeries, parastatale bedrijven en overheidsinstituten. De onderzoeken kunnen gedaan worden in opdracht van de Minister van Financiën, maar zij kan ook op eigen initiatief advies geven aan de Minister (Landbesluit van 28 december 1978). De CLAD steunt daarbij op de maatregelen van interne controle die er zijn binnen de ministeries; ze valt qua begroting en organisatie onder beheer van het Ministerie van Financiën, en moet ook jaarlijks rapporteren aan dit Ministerie. De CLAD is één van de organen van de Staat die corruptie moet helpen bestrijden.

Inter-Amerikaans Verdrag
Suriname ratificeerde in 2002 het Inter-Amerikaans Verdrag tegen Corruptie. Als onderdeel van de monitoring van dit verdrag (Mechanism for Follow-Up on the Implementation of the Inter-American Convention against Corruption – MESICIC) wordt elk land om de vier jaar bezocht door vertegenwoordigers van diverse andere verdragspartners (landen).

Suriname was in april 2014 aan de beurt; het rapport van het Monitoringscomité, gepubliceerd in september 2014[2], is opgesteld op basis van informatie die vooraf door de Staat is verzonden, en op basis van presentaties en gesprekken met diverse stakeholders (overheid, civil society, private sector) tijdens het comitébezoek in april 2014.

Het rapport beschrijft de taken, verantwoordelijkheden en functioneren van vier organen van de staat die verantwoordelijk zijn voor het voorkomen, ontdekken, bestraffen en bestrijden van corrupte handelingen: het Hof van Justitie, het Openbaar Ministerie, het Ministerie van Justitie en Politie; en de CLAD.

Capaciteit & processen
Hoewel er op papier een scheiding is tussen de taken van de CLAD, de Rekenkamer en de Interne Controle afdelingen van de Ministeries, constateert het OAS Comité dat deze scheiding in de praktijk niet zo duidelijk is, mede door een gebrek aan gecertificeerde accountants en auditors bij de Rekenkamer. Het gebrek aan wettelijk kader voor de uitvoering van het accountantsberoep, en de verouderde taakomschrijving van de CLAD zijn ook zorgpunten. Aangezien accountants vaker als consultants moeten worden ingehuurd, maakt de OAS zich zorgen over de regelgeving met betrekking tot onder andere belangenverstrengeling en aansprakelijkheid. Tijdens het bezoek van de OAS is ook door de CLAD aangegeven dat het gebrek aan standaardprocedures bij diverse overheidsorganen het moeilijk maakt om betrouwbare en tijdige informatie te verzamelen om zodoende corrupte handelingen te ontdekken.

Rapportage & toegang tot informatie
Het OAS Comité sprak ook haar bezorgdheid uit over het feit dat wanneer de CLAD bewijzen vindt van criminele handelingen, waaronder corruptie, deze uitsluitend worden gerapporteerd aan de Minister van Financiën. De Minister besluit vervolgens of het Openbaar Ministerie al dan niet wordt ingeschakeld. Het Comité heeft aangegeven dat, volgens het Verdrag, controleinstituten als de CLAD verplicht gesteld moeten worden om over dergelijke bewijzen rechtstreeks te rapporteren aan het Openbaar Ministerie.

Ook de communicatie met, en verantwoording aan het publiek moet beter, volgens het Comité. Zo stellen zij voor dat het via de website van de CLAD mogelijk moet zijn om anoniem klachten of bezwaren door te geven die gerelateerd zijn aan het werk van en door de CLAD, en daarnaast ook vermoedens van corrupte handelingen te rapporteren binnen de Overheid en parastatale instellingen die onder controle van de CLAD vallen. Dit moet gepaard gaan met duidelijke en transparante richtlijnen. Verder moeten de jaarverslagen van de CLAD inzichtelijk gemaakt worden via de website van de overheid en/of via andere wegen, zodanig dat de informatie publiekelijk toegankelijk is.

De enige informatie die de CLAD over haar onderzoeken ter beschikking kon stellen aan het OAS Comité, betrof het aantal onderzoeken, audits en adviezen per jaar, met een onderscheid naar overheid en parastatale bedrijven. Daaruit is niet zichtbaar om welke ministeries, afdelingen of bedrijven het gaat, hoeveel audits intern of extern waren, bij hoeveel er corrupte handelingen ontdekt zijn, hoeveel gevallen zijn gerapporteerd, in hoeverre de aanbevelingenworden opgevolgd, en hoeveel gelden als gevolg daarvan zijn teruggevorderd of personen vervolgd.

Mogen wij met de CLAD praten?
PROJEKTA benaderde, voor een artikel in deze nieuwsbrief, de CLAD voor een lijst van onderzoeken gedaan in 2014. Ook wilden we graag weten van de CLAD wat er na het afronden van de diverse onderzoeken is gebeurd met haar bevindingen, en (in haar eigen woorden) wat haar taken en bevoegdheden zijn. Daarnaast wilden we graag weten wat volgens de CLAD de meewerkende en tegenwerkende factoren zijn in haar functioneren.

Voor het verstrekken van de informatie over wat is onderzocht en de follow up daarvan, evenals voor een interview met de CLAD, bleken wij toestemming nodig te hebben van de Minister van Financiën. Wij verstuurden ons verzoek per email (op aanbeveling van het secretariaat van de Minister) op 11 november, waarbij we ook aangaven dat we uiteraard de tekst voor publicatie zouden kunnen voorleggen aan de CLAD- en indien gewenst ook de Minister en, dat wij als deadline voor het artikel 20 november hadden.  Na een aantal pogingen om antwoord op ons schrijven te krijgen, kregen we op 20 november van het secretariaat van de Minister de horen dat het geen zin meer had “want de deadline is verstreken”. Wij stonden op een schriftelijke reactie op onze mail en gaven ook aan dat wij de deadline konden opschuiven- het ging immers om onze eigen nieuwsbrief. Op 21 november ontvingen wij een schriftelijke reactie, dat het Ministerie van Financiën de informatie over gepleegd onderzoek niet kan verstrekken, maar dat die apart bij elk vakministerie aangevraagd moet worden, aangezien die de opdrachtgevers van de CLAD zijn. Het Ministerie van Financiën gaf aan slechts toestemming te kunnen geven voor het verstrekken van een korte beschrijving van de procedures en bevoegdheden door de CLAD.

Wij hadden geen behoefte meer aan dat gesprek, aangezien die informatie ook via andere wegen verkregen kan worden. Wat wel duidelijk is geworden, is dat ook binnen de Overheid men niet helemaal duidelijk lijkt te weten wie de eigenlijke opdrachtgever is van de CLAD en dat de aanbevelingen van de OAS nog steeds niet zijn opgevolgd.-


Voor de volledige nieuwsbrief klik hier


[1]Dit in tegenstelling tot de Rekenkamer van Suriname, die de externe accountant is: de onafhankelijke controleur namens de Nationale Assemblee.
[2]Het rapport en alle ondersteunende documenten zijn openbaar, en te downloaden via http://www.oas.org/juridico/english/sur.htm