Posts tonen met het label democratie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label democratie. Alle posts tonen

maandag 30 augustus 2021

Projekta zoekt projectcoördinatoren en -assistenten

WIE ZIJN WIJ EN WAT DOEN WE?

PROJEKTA werkt aan het verbeteren van mensenrechten, democratie en goed bestuur in Suriname. Hierbij zijn vrouwenrechten en gendergelijkheid altijd een centraal punt.

Ons werk is heel divers. We werken met gemeenschapsorganisaties, dorpsbesturen, en andere NGO’s, maar ook met DNA, internationale en regionale organisaties, en de overheid. We organiseren trainingen, begeleiden gemeenschapsorganisaties om nog effectiever te zijn, geven lezingen en workshops, organiseren bewustwordingscampagnes, onderzoeken, schrijven, publiceren en doen nog veel meer. 

De komende jaren werken we o.a. aan het tegengaan van huiselijk geweld (ook geweld tegen kinderen), het bevorderen van mensenrechten in het algemeen, inclusief LGBTQ rechten, goed bestuur en burgerparticipatie, en zoals altijd, het versterken van gemeenschapsorganisaties en het maatschappelijk middenveld. 

Wij breiden ons team uit en zoeken enkele part-time en full-time projectmedewerkers, m.n. projectassistenten en projectcoördinatoren.

Bij Projekta werken we altijd als een team. Als projectmedewerker wordt van je verwacht dat je multi-inzetbaar bent, meewerkt aan meerdere projecten, en dat je de organisatie vertegenwoordigt in activiteiten van onze partnerorganisaties. 


WAT DOET EEN PROJECT ASSISTENT?
Een project assistent houdt zich bezig met logistieke organisatie en het onderhouden van contacten met deelnemers van activiteiten en programma’s. De assistent is ook verantwoordelijk voor de administratie van activiteiten. Daarnaast draagt een assistent bij aan het (inhoudelijk en organisatorisch) ontwikkelen van activiteiten, onderzoek, en rapportages. Er wordt van een assistent verwacht dat die doorgroeit naar het zelfstandig kunnen werken met partners en deelnemers, en zelfstandige ontwikkeling en beheer van activiteiten.

WAT DOET EEN PROJECTCOÖRDINATOR?
Een projectcoördinator is verantwoordelijk voor de dagelijkse voortgang en monitoring van een project. De coördinator maakt werkplannen, ontwerpt activiteiten, en is verantwoordelijk voor de uitvoering daarvan. De coördinator draagt bij aan het opzetten en uitvoeren van onderzoek als dit nodig is, en zorgt voor de interne en externe communicatie van het project. Daarnaast is de projectcoördinator verantwoordelijk voor de rapportages van het project.

WIE ZOEKEN WE?
Je bent geïnteresseerd in maatschappelijke vraagstukken en je wil graag bijdragen aan een rechtvaardige samenleving.
Je hebt een HBO of Universitair denk- en werkniveau, met liefst een achtergrond in de sociale wetenschappen, of sociaal culturele vakken. Ook (nog) niet afgestudeerden, of personen uit een andere richting kunnen solliciteren. 
Je beheerst het Nederlands en Engels, en het liefst ook Sranantongo. Kennis van meerdere Surinaamse talen is een aanbeveling. 
Je kan goed overweg met de computer, en kan tenminste werken in Word, Excel, Powerpoint.
Beschikbaar zijn voor veldwerk (met in achtneming van Covid-regels) in en buiten Paramaribo is een aanbeveling.
Je bent flexibel inzetbaar - qua type werk en tijd.
Je vindt het niet erg om kritisch begeleid te worden.
Je bent leergierig, zoekt graag zelf dingen uit, maar durft hulp te vragen als je iets niet weet/kan.
Je houdt van uitdagingen en wil je graag breed ontwikkelen.

WAT WIJ BIEDEN
Een uitdagende baan, met enige flexibiliteit in je werkuren.
Een goed salaris
De normale secundaire voorwaarden (voor full-timers)
Een omgeving waarin je jezelf kan ontwikkelen
Studeer je nog, dan krijg je de gelegenheid werk en studie te combineren.

Heb je belangstelling, vul dan hier het Google formulier in. De uiterste datum voor aanmelding is woensdag 8 september
Lukt dit niet, stuur dan een email naar projekta@sr.net of app naar: 8677022
We sturen dan het formulier voor je op.

dinsdag 10 november 2020

Jongeren spelen online met democratie

Hoe en waar kun je je stem laten horen? Welke rechten ken je? Wat is een democratie en wat is een dictatuur?

Op vrijdag 6 en zaterdag 7 werden deze vragen beantwoord door tientallen jongeren die deelnamen aan de online sessies Spelen met Democratie.

Jongeren leren op een interactieve manier over democratie en mensenrechten 
tijdens de Democratische Speeldag in Paramaribo (februari 2020).

Spelen met Democratie is een Twinning-project dat Projekta uitvoert samen met haar Nederlandse partner ‘ProDemos, huis voor democratie en rechtsstaat’. Het project is gestart in 2019 en het doel is om kinderen en jongeren op een laagdrempelige manier te leren over democratie, rechtsstaat en mensenrechten.

In 2019 zijn er trainingen gehouden om personen die met jongeren werken (waaronder gemeenschapswerkers en sportcoaches) uit te rusten met de juiste vaardigheden en hen bekend te maken met de speciaal voor Suriname ontwikkelde spelletjes. Ook zijn er drie Democratische Speeldagen georganiseerd, in Wanica, Paramaribo en Marowijne.

Door Covid-19 en de daarbij horende maatregelen, verplaatste Projekta de Democratische Speeldagen noodgedwongen naar de digitale ruimte. Via Zoom hebben de deelnemers meer geleerd over onder andere het verschil tussen democratie en dictatuur en de diverse manieren om je mening te laten horen en invloed uit te oefenen.

“Sommige manieren om mijn stem te laten horen waren nieuw voor mij. Ik heb ook geleerd dat het per situatie verschilt wat de handigste manier is om invloed uit te oefenen en ook dat je acties kunt combineren.”

Zij zijn ook aangemoedigd om niet zomaar je mening te geven, maar deze te onderbouwen met feiten.

“Bij de cases die gepresenteerd werden, zag ik direct welke een dictatuur zijn en welke een democratie. Maar toen ik moest aangeven met argumenten waarom ik dat vond, moest ik wel even goed nadenken.”

De training heeft de deelnemers niet alleen meer kennis opgeleverd, maar heeft hen ook gestimuleerd om op zoek te gaan naar meer informatie over de thema’s. Het prikkelen van hun nieuwsgierigheid en een onderzoekende, kritische houding is een van de doelen van Spelen met Democratie; dit doel is volgens Projekta met deze online sessies zeer zeker bereikt.

Het project wordt aanstaande vrijdag 13 november officieel afgesloten met een virtuele presentatie en de overhandiging van de Toolkit Spelen met Democratie aan de voorzitter van De Nationale Assemblée.

De online Democratische Speeldagen vallen binnen de Democratiemaand die traditiegetrouw georganiseerd wordt door Projekta in november. Meer informatie zal in aanloop naar de activiteiten te vinden zijn op deze blog en onze Facebook-pagina.

zaterdag 26 oktober 2019

BINI schaart zich achter VES en VSB

Het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) heeft via 
de media kennis genomen van hetnwetsvoorstel ter wijziging van de Wet op de Staatsschuld, zoals ingediend door een lid van De Nationale Assemblee. BINI heeft eveneens kennis genomen van de diverse meningen in de media van maatschappelijke groepen en de private sector, met name de VES (Vereniging van Economisten in Suriname) en de VSB (Vereniging Surinaams Bedrijfsleven), en schaart zich volledig achter de inhoud.

Het wetsvoorstel ter wijziging van de Wet op de Staatsschuld wordt onmiskenbaar door een brede groep van maatschappelijke organisaties en burgers gezien als nog een andere stap richting financiële afgrond van ons land. Een bekend Afrikaans spreekwoord luidt dat er maar één stap nodig is om in een gat te vallen

De wet op de Staatsschuld geeft de hoogte van de wettelijk toegestane schuld aan. In de wet is aangegeven dat ons land maximaal 60% van haar inkomen (BBP) mag lenen, omdat er anders problemen kunnen ontstaan met de aflossing van de schulden. De wet heeft als uitdrukkelijke functie ons land te behoeden voor financieel-economische calamiteiten, zoals we die in het recente verleden hebben meegemaakt. Het is dus een wet die aangenomen is om dure, maar geleerde lessen vast te leggen om ons land te behoeden voor herhaling.

Het wijzigen van de wet conform het ingediende wetsvoorstel zal maken dat ons land met een nog grotere en ernstige schuldenproblematiek zal worden opgezadeld vanwege het ontbreken van sancties voor degene(n) die het besluit zou(den) nemen om meer te gaan lenen dan wettelijk is toegestaan. Wij verliezen dan de enige barrière voor functionarissen die zonder scrupules, lukraak geld lenen.
BINI is van mening, dat, indien er onduidelijkheden zijn in de wet, deze via dialoog met alle relevante groeperingen, inclusief het maatschappelijk middenveld, moeten worden besproken, zodat een zo breed mogelijk gedragen oplossing bereikt kan worden. BINI wil uiteraard participeren aan een dergelijke dialoog, maar wil direct voorop stellen, dat de strafbepaling in de wet dient te blijven als garantie van de toekomst van ons land. Ook een vastgesteld plafond voor het aangaan van leningen is daarom onmisbaar.
BINI roept alle volksvertegenwoordigers op die bij tijd en wijle laten zien hoe snel zij kunnen werken aan wetsvoorstellen, om met dezelfde voortvarendheid te werken aan wetsvoorstellen die al geruime tijd op behandeling en goedkeuring wachten, zoals de Wet Gebruik Wegbermen, de Milieuraamwet, de Wet Geweld en Seksuele Intimidatie Arbeid, Wet Gelijke Behandeling Arbeid, de Wet Grondenrechten, het Enquêterecht en de diverse aanpassingen van het Wetboek van Strafrecht. 

BINI zou daarnaast zeer blij zijn indien eindelijk het ontwerp voor de Wet Openbaarheid van Bestuur werd gepubliceerd en als De Nationale Assemblee zich zou inzetten voor het implementeren van de Anti-Corruptie Wet, inclusief het instellen van de Anticorruptie Commissie en het hebben van een openbaar register van de bezittingen van gekozen en benoemde functionarissen, alvorens hun ambtstermijn aanvangt.

woensdag 31 januari 2018

PROJEKTA en EU ondertekenen project sport- en cultuurorganisaties tegen huiselijk en seksueel geweld

Projekta-directeur Sharda Ganga en EU Ambassadeur
Jernej Videtic ondertekenen het contract
De ambassadeur van de EU voor Guyana, Suriname en de Nederlandse overzeese gebieden en territoria, Jernej Videtič en de directeur van Projekta, Sharda Ganga ondertekenden maandag 29 januari 2018 het contract voor het project “Hear us Now: Bringing the Voices of Local Communities into the National Dialogue against Domestic and Sexual Violence”.

Het project wordt gefinancierd via het European Instrument for Democracy and Human Rights (EIDHR), het thematische instrument ter ondersteuning van civil society projecten over de hele wereld die gericht zijn op de bevordering van mensenrechten en democratie.

Dit is de tweede keer dat Stichting Projekta een grant ​​ontvangt via het EIDHR. Met behulp van de eerste grant ​​heeft Projekta de oprichting van het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur, en o.a. het eerste BINI-Beleidsmonitoringrapport gerealiseerd.

Het huidige project streeft ernaar om de betrokkenheid van lokale gemeenschapsorganisaties in tegengaan van seksueel en huiselijk geweld te vergroten. Het project richt zich op gemeenschaps-, sport- en cultuurorganisaties in de districten Paramaribo, Wanica en Para. Coaches, activiteitenleiders en besturen van deze gemeenschapsorganisaties zullen worden versterkt om bewustwording en preventie van seksueel en huiselijk geweld op te nemen in hun reguliere activiteiten. Organisaties die meedoen aan het programma kunnen ook in aanmerking komen voor fondsen om activiteiten uit te voeren voor bewustwording en tegengaan van seksueel en huiselijk geweld.

Projekta-directeur Sharda Ganga en EU Ambassadeur
Jernej Videtic
Daarnaast biedt het project leden van maatschappelijke organisaties de mogelijkheid deel te nemen aan een proces van capaciteitsopbouw, met training en begeleiding, om de zichtbaarheid en stem van de meest kwetsbare maatschappelijke groepen op nationaal niveau te vergroten over huiselijk en seksueel geweld en andere aanverwante beleids- en mensenrechtenkwesties. Het project is begroot op Euro 100.000,- waarvan Projekta zelf een deel inbrengt.

De EU-ambassadeur benadrukte dat mensenrechten de rode draad is die loopt door het buitenlands beleid van de Europese Unie en haar lidstaten, en dat er speciale aandacht wordt besteed om minderheden, sociale groepen en civil society te versterken om hun stem te laten horen. De EU blijft betrokken in dialoog met Suriname en met verscheidene NGO's in het land om samen te werken aan mensenrechtenkwesties, zoals het bevorderen van vrouwenrechten en kinderrechten, het tegengaan van mensenhandel en van discriminatie op basis van seksuele oriëntatie; en het verdedigen van burger-, politieke, economische, sociale en culturele rechten.

vrijdag 6 november 2015

dWT: Democratie versterken door districtsraden te activeren

Door: Milton Hubard 

Om de beleving van de democratie in Suriname te versterken is het belangrijk dat de districtsraden geactiveerd worden. Door hen bepaalde bevoegdheden te geven, zullen problemen in gebieden sneller opgelost kunnen worden. Bovendien zal de lokale bevolking meer invloed kunnen laten gelden op het voor hen lokale beleid. Dit zegt parlementsvoorzitter Jennifer Geerlings-Simons tegen de Ware Tijd.

Het activeren en versterken van de districtsraden moet volgens haar deze zittingsperiode gerealiseerd worden. In een later stadium moeten ook de regionale organen beter georganiseerd worden door wetgeving. Doordat de lokale organen niet functioneren, wordt er volgens Simons extra druk gelegd op De Nationale Assemblee, die zich eigenlijk slechts hoort te buigen over kwesties die de totale samenleving raken. De parlementsvoorzitter was woensdagavond te gast bij de opening van de 'Democratiemaand 2015', georganiseerd door Stichting Projekta en het platform Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur. De politica ziet degelijke vooruitgang op het gebied van democratisering, maar tevreden is ze nog niet. 
Trekker Sharda Ganga van zowel 'Stichting Projekta' als het platform 'Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur' is het met haar eens. "Het is natuurlijk niet waar wij willen zijn, na acht jaar Democtratiemaand organiseren, maar wij zien wel dat ons werk vruchten afgeworpen heeft." Het bewustzijn over het belang van democratie groeit volgens Ganga en is te merken aan het steeds mondiger worden van burgers. Het oprichten van het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur ziet zij overigens ook als een vooruitgang op de beleving van democratie.

Simons en Ganga zijn het met elkaar eens dat de democratie binnen verenigingen en organi- saties nog veel te wensen overlaat. Ganga zegt dat er tijdens vorige Democratiemaanden ook is gediscussieerd over democratie binnen sportverenigingen en zelfs gezinnen. Simons vindt vooral de democratie binnen politieke partijen onvoldoende. Zij pleit voor wettelijke voorschriften om de democratie binnen de partijen te regelen, omdat politieke partijen de bestuurders van het land leveren.

Bron: De Ware Tijd

woensdag 13 mei 2015

Burgerinitiatief toegejuicht door de SPA

Onderstaand bericht over het Burgerinitiatief is vandaag verschenen op Starnieuws.

SPA-verklaring over bijdrage civil society

De Surinaamse partij van de Arbeid (SPA) verwelkomt de actieve participatie en bijdrage van de civil society en de private sector in het gezamenlijke optreden en werken met de komende regering aan duurzame maatschappelijke groei en ontwikkeling.

In het verkiezingsprogramma van V7 is partnerschap met burgers en burgerparticipatie als een belangrijke pijler voor maatschappelijke vernieuwing, groei en ontwikkeling opgenomen. De SPA die deel uitmaakt van de V7 combinatie, onderstreept het grote belang dat burgers meer beslissingsmacht moeten verwerven, bij beleid betrokken moeten zijn en daarvoor ook verantwoordelijkheid moeten dragen. 

De SPA juicht daarom het initiatief van de Stichting Projekta, maatschappelijke organisaties en individuen voor meer inspraak en zeggenschap in de besluiten die hun leven bepalen.


Evenzo, worden de principes van een mensenrechtenbenadering van ontwikkeling voor de basis van ontwikkeling en het scheppen van een nieuwe maatschappelijke orde onderschreven. Alleen met kritische burgers die hun invloed doen gelden op besluitvorming en die de principes van mensenrechten, democratie, rechtstaat en behoorlijk en eerlijk bestuur uitdragen kan de vernieuwing en verbetering van onze samenleving plaatsvinden. De ondersteuning en bijdrage vanuit de civil society is dan ook van eminent belang. Het document ‘ Voor onze toekomst’ dat is uitgegeven door de Stichting Projekta ziet de SPA dan ook als een goede ondersteuning en aanvulling naar het beleid van de nieuwe regering. 

Op weg naar de verkiezing hebben leiders van de V7 combinatie verschillende hearings gehad met maatschappelijke organisaties over de nieuwe koers en vormgeving van beleid in de komende jaren. Immers, V7 wil een betere samenleving en een goede toekomst voor alle burgers. De SPA zal zich binnen de V7 Combinatie sterk maken om daadwerkelijk de thema’s die door de civil society, de private sector en de vakbeweging zijn aangekaart, hoog op de politieke agenda te plaatsen en binnen de overheidsplanning tot prioriteit te maken. De SPA heeft er alle vertrouwen in dat de komende 5 jaren burgers, via de verschillende maatschappelijke organisaties die hen vertegenwoordigen, meer betrokken zullen zijn in besluitvormingsprocessen.

De SPA ziet de vakbeweging als een belangrijke speler binnen de civil society, omdat zij de mening deelt dat de vakbeweging naast haar primaire en secundaire taken die o.m. gericht zijn op loonsverbetering, arbeidsbescherming, het bevorderen van goede arbeidsverhoudingen, de naleving van arbeidsnormen- en rechten, mede vanwege deze bijzondere positie, in grote mate ook bijdraagt aan maatschappelijke vernieuwingen en ondersteunend en aanvullend moet zijn naar de civil society. De SPA zal zich beijveren dat met een V7 regering een maatschappij bereikt wordt, waarin de overheid die condities en faciliteiten schept voor alle burgers om naar tevredenheid te kunnen functioneren. Samen met de civil society, de private sector en de vakbeweging, zal samen met de V7 regering middels een goede overheidsplanning en beleid, invulling worden gegeven aan de realisatie van ontwikkelingsdoelen die ons volk en de natie op een hoger niveau van bestaansontwikkeling zullen verheffen. Burgerschap participatie en goed Bestuur zijn in deze onontbeerlijk. De SPA juicht daarom het Burger initiatief voor participatie en goed Bestuur toe. 

De voorzitter
Drs. G. Castelen


Bron: http://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/29133

dinsdag 12 mei 2015

VOOR ONZE TOEKOMST. Burgerinitiatief

Wij zijn burgers van Suriname en dit is onze stem.


Wij zijn een groep van maatschappelijke organisaties en individuele burgers die willen dat personen en instanties die namens ons het land regeren en ons vertegenwoordigen, meer verantwoording afleggen (rekenschap). 
Wij willen dat het altijd duidelijk is welke besluiten worden genomen en op basis waarvan (transparantie). Wij willen dat burgers meer invloed hebben op de besluiten die hun leven bepalen (participatie en zeggenschap). En vooral willen wij dat de principes van een mensenrechtenbenadering de basis vormen voor onze ontwikkeling.


Dat klinkt moeilijk.

Maar eigenlijk is het heel gemakkelijk. Wij willen een betere samenleving, waarin de mens en menselijke waardigheid centraal staan. Waarin er rechtvaardigheid is en waar een ieder zich gelijkelijk beschermd voelt door de wet. Een land waar de waarborging en beleving van de rechten van alle mensen het uitgangspunt is van wat wij allemaal doen: regering, overheid, bedrijfsleven, en wij zelf alscivil society. Dat wil zeggen: een land waar alle mensen gelijk zijn, of ze nu rijk of arm zijn, in het binnenland wonen of in de stad, jong of oud zijn, ongeacht religie, seksuele oriëntatie, of welke andere status dan ook, zoals in Artikel 8 van onze Grondwet wordt bedoeld.

In zo een land is er aandacht voor iedereen, maar vooral voor de mensen die extra aandacht nodig hebben, omdat zij minder kansen hebben(inclusiviteit).
In zo een land is er geen plaats voor vriendjespolitiek, partijbelang en corruptie.
In zo een land neemt de Staat haar burgers serieus, en is zij inderdaad dienstbaar aan alle mensen.
En als dat niet gebeurt, dan hebben wij, burgers het recht om dit alles op te eisen.

Het Burgerinitiatief is nagegaan: wat zijn voor ons de dingen die er echt toe doen op ons werkgebied? Wat zou hoog op de agenda moeten staan van elke partij en dus van elke komende regering?
Want voor ons zijn de verkiezingen slechts een momentopname. Het echte werk is het regeren.

Wij zijn burgers van Suriname; en dit is wat wij willen.

Klik hier voor de brochure met hoofdpunten. 
Klik hier voor het volledige document "Voor Onze Toekomst"

dinsdag 9 december 2014

Zevende Democratiemaand

(Afkomstig uit de State of Democracy Nieuwsbrief 2014. Voor de volledige nieuwsbrief, klik hier)

In 2007 riep de Verenigde Naties 15 september uit tot Internationale Dag van de Democratie. Sinds 2008 worden op deze dag wereldwijd activiteiten uitgevoerd die de (beleving van) democratie moeten bevorderen. PROJEKTA vindt ook dat er meer aandacht moet zijn voor onze democratie, en besloot vanaf dat jaar een Democratiemaand te organiseren. Dit om het begrip democratie in een bredere context te plaatsen, en aandacht te schenken aan de vele facetten daarvan, naast verkiezingen en politieke partijen: democratie als levend goed.

De Democratiemaand is gericht op verschillende doelgroepen, waaronder studenten, het maatschappelijk middenveld, politieke partijen, en beleidsmakers. PROJEKTA benaderde vanaf het begin daarom ook samenwerkingspartners. In de afgelopen zeven jaren hebben wij samengewerkt met onder andere personen en instituten binnen de Universiteit, mediabedrijven, NGO’s, private sector organisaties en bedrijven. Dit jaar wordt de Democratiemaand uitgevoerd met ondersteuning van UNDP Suriname.

Er zijn altijd openbare discussies geweest. De overige activiteiten zijn divers, en variëren van radiospots, discussiecolleges, zelfreflectie quizzes, krantenartikelen en tip sheets tot onderzoeken. In 2009 lanceerden wij deze nieuwsbrief, die al snel veelvuldig werd opgevraagd en geciteerd door studenten, NGO’s, overheid en internationale organisaties. Om de gemeenschap in binnen- en buitenland op de hoogte te houden van onze activiteiten en publicaties, lanceerden wij in 2010 onze blog, en begin 2014 onze facebook pagina.

Sinds 2010 wordt er ook een thema gekoppeld aan de Democratiemaand. De thema’s Accountability (2010), Dialoog (2011), Actieve Burgers (2012) en Samen tegen Corruptie (2013) hebben reeds de revue gepasseerd. Dit jaar stond de Democratiemaand in het teken van de keuzes die gemaakt moeten worden voor de toekomst van ons land. De openbare activiteiten trokken een zeer gemêleerd publiek, en organisaties en individuen zijn enthousiast om met elkaar en met PROJEKTA door te gaan om te praten over onze ontwikkelingskeuzes.

Na zeven jaar Democratiemaand kijken we dan ook tevreden terug: wat ooit begon als brainstormidee is intussen uitgegroeid tot één van de “flagships” van onze organisatie. Dank aan allen die ons steeds hebben ondersteund.

Voor de volledige nieuwsbrief klik hier

Democratiemaand: een Surinaamse creatie

(Afkomstig uit de State of Democracy Nieuwsbrief 2014. Voor de volledige nieuwsbrief, klik hier)

Armstrong Alexis, Deputy Resident Representative, UNDP Suriname
Ik ken het verhaal van het ontstaan van de Democratiemaand. Zeven jaar geleden was er een kleine groep mensen die toegewijd was aan het bevorderen van gelijke rechten, vrijheid, burgerparticipatie en rechtvaardigheid voor iedereen. Zij dachten na over een manier om nationale focus en aandacht te richten op het streven naar een vrije en democratische samenleving. Zeven jaar later heeft men de Democratiemaand niet alleen levend weten te houden, maar ook weten te verheffen. De rest van Suriname, het Caribisch gebied en – voorwaar – de rest van de wereld staan op scherp om te zien wat deze maand zal gebeuren in Suriname.

Het markante van de Democratiemaand is dat het een product van eigen teelt is. Het idee is Surinaams, de vraagstukken die worden besproken zijn relevant voor de bevolking van Suriname, en degenen die hun ervaring en expertise delen zijn ook grotendeels Surinamers.

Suriname is een groeiende democratie, en die groei is bereikt onder moeilijke omstandigheden. Die zou niet mogelijk zijn geweest zonder doorzettingsvermogen en een focus op het vergroten van kansen van burgers.

Terwijl de Staat een zware verantwoordelijkheid heeft in het bevorderen en koesteren van democratie, is het de rol van het maatschappelijk middenveld om de ‘gate keeper’ en het geweten van jullie democratie te zijn. De fundamenten van de democratie, zoals rechtsbescherming, vrijheid van samenkomst en accountability van overheidsfunctionarissen, zullen nog dieper geworteld zijn wanneer jullie [PROJEKTA, de Democracy Unit en andere civil society organisaties, red] de moed er in blijven houden om deze vraagstukken – en nog andere – tot deel van het nationaal discours weten te maken en te houden. Mijn hoop is dat een maand toegewijd aan het vieren van de verworvenheden van democratie in Suriname en het reflecteren op wat nog bereikt moet worden, zal blijven groeien en groeien.-

(Samenvatting van de statement bij de launch van de Democratiemaand – de discussie “Verkiezingscampagnes en verkiezingen als bouwstenen voor democratie” georganiseerd door de Young Democracy Unit en de Democracy Unit. De 7e editie van de Democratiemaand was een samenwerking tussen PROJEKTA, DU, YDU en de UNDP).

Voor de volledige nieuwsbrief klik hier

woensdag 3 december 2014

Een druk jaar voor de CLAD?

OAS pleit voor meer transparantie


(Afkomstig uit de State of Democracy Nieuwsbrief 2014. Voor de volledige nieuwsbrief, klik hier)


Dit jaar is er door diverse mensen vaker opgeroepen tot onderzoek door de Centrale Lands Accountantsdienst (CLAD), bijvoorbeeld naar vermeende onrechtmatige handelingen door de voormalige Districtscommissaris van Saramacca (nu DC van Coronie), voor Carifesta, het Ministerie van Sport en Jeugdzaken, aanbestedingen en het verstrekken van gunningen bij het Ministerie van Openbare Werken. Op 27 mei gaf de President in de Nationale Assemblee aan dat hij “via de Vice President de CLAD de opdracht heeft gegeven alle boeken na te gaan van minsteries en parastatale instellingen” (Starnieuws 27 mei 2014). Volgens Dagblad Suriname (11 augustust 2014) heeft de Minister van Financiën vervolgens aan de CLAD de opdracht gegeven onderzoek in te stellen op de Ministeries van Financiën, Volksgezondheid en Sociale Zaken. Of de rest van de Ministeries erna nog aan de beurt is gekomen is onduidelijk. Het lijkt er in elk geval op dat de CLAD een heel druk jaar heeft gehad.

Rol van de CLAD
De CLAD is de interne accountant van de overheid[1] en verricht namens de regering accountantscontrole op de ministeries, parastatale bedrijven en overheidsinstituten. De onderzoeken kunnen gedaan worden in opdracht van de Minister van Financiën, maar zij kan ook op eigen initiatief advies geven aan de Minister (Landbesluit van 28 december 1978). De CLAD steunt daarbij op de maatregelen van interne controle die er zijn binnen de ministeries; ze valt qua begroting en organisatie onder beheer van het Ministerie van Financiën, en moet ook jaarlijks rapporteren aan dit Ministerie. De CLAD is één van de organen van de Staat die corruptie moet helpen bestrijden.

Inter-Amerikaans Verdrag
Suriname ratificeerde in 2002 het Inter-Amerikaans Verdrag tegen Corruptie. Als onderdeel van de monitoring van dit verdrag (Mechanism for Follow-Up on the Implementation of the Inter-American Convention against Corruption – MESICIC) wordt elk land om de vier jaar bezocht door vertegenwoordigers van diverse andere verdragspartners (landen).

Suriname was in april 2014 aan de beurt; het rapport van het Monitoringscomité, gepubliceerd in september 2014[2], is opgesteld op basis van informatie die vooraf door de Staat is verzonden, en op basis van presentaties en gesprekken met diverse stakeholders (overheid, civil society, private sector) tijdens het comitébezoek in april 2014.

Het rapport beschrijft de taken, verantwoordelijkheden en functioneren van vier organen van de staat die verantwoordelijk zijn voor het voorkomen, ontdekken, bestraffen en bestrijden van corrupte handelingen: het Hof van Justitie, het Openbaar Ministerie, het Ministerie van Justitie en Politie; en de CLAD.

Capaciteit & processen
Hoewel er op papier een scheiding is tussen de taken van de CLAD, de Rekenkamer en de Interne Controle afdelingen van de Ministeries, constateert het OAS Comité dat deze scheiding in de praktijk niet zo duidelijk is, mede door een gebrek aan gecertificeerde accountants en auditors bij de Rekenkamer. Het gebrek aan wettelijk kader voor de uitvoering van het accountantsberoep, en de verouderde taakomschrijving van de CLAD zijn ook zorgpunten. Aangezien accountants vaker als consultants moeten worden ingehuurd, maakt de OAS zich zorgen over de regelgeving met betrekking tot onder andere belangenverstrengeling en aansprakelijkheid. Tijdens het bezoek van de OAS is ook door de CLAD aangegeven dat het gebrek aan standaardprocedures bij diverse overheidsorganen het moeilijk maakt om betrouwbare en tijdige informatie te verzamelen om zodoende corrupte handelingen te ontdekken.

Rapportage & toegang tot informatie
Het OAS Comité sprak ook haar bezorgdheid uit over het feit dat wanneer de CLAD bewijzen vindt van criminele handelingen, waaronder corruptie, deze uitsluitend worden gerapporteerd aan de Minister van Financiën. De Minister besluit vervolgens of het Openbaar Ministerie al dan niet wordt ingeschakeld. Het Comité heeft aangegeven dat, volgens het Verdrag, controleinstituten als de CLAD verplicht gesteld moeten worden om over dergelijke bewijzen rechtstreeks te rapporteren aan het Openbaar Ministerie.

Ook de communicatie met, en verantwoording aan het publiek moet beter, volgens het Comité. Zo stellen zij voor dat het via de website van de CLAD mogelijk moet zijn om anoniem klachten of bezwaren door te geven die gerelateerd zijn aan het werk van en door de CLAD, en daarnaast ook vermoedens van corrupte handelingen te rapporteren binnen de Overheid en parastatale instellingen die onder controle van de CLAD vallen. Dit moet gepaard gaan met duidelijke en transparante richtlijnen. Verder moeten de jaarverslagen van de CLAD inzichtelijk gemaakt worden via de website van de overheid en/of via andere wegen, zodanig dat de informatie publiekelijk toegankelijk is.

De enige informatie die de CLAD over haar onderzoeken ter beschikking kon stellen aan het OAS Comité, betrof het aantal onderzoeken, audits en adviezen per jaar, met een onderscheid naar overheid en parastatale bedrijven. Daaruit is niet zichtbaar om welke ministeries, afdelingen of bedrijven het gaat, hoeveel audits intern of extern waren, bij hoeveel er corrupte handelingen ontdekt zijn, hoeveel gevallen zijn gerapporteerd, in hoeverre de aanbevelingenworden opgevolgd, en hoeveel gelden als gevolg daarvan zijn teruggevorderd of personen vervolgd.

Mogen wij met de CLAD praten?
PROJEKTA benaderde, voor een artikel in deze nieuwsbrief, de CLAD voor een lijst van onderzoeken gedaan in 2014. Ook wilden we graag weten van de CLAD wat er na het afronden van de diverse onderzoeken is gebeurd met haar bevindingen, en (in haar eigen woorden) wat haar taken en bevoegdheden zijn. Daarnaast wilden we graag weten wat volgens de CLAD de meewerkende en tegenwerkende factoren zijn in haar functioneren.

Voor het verstrekken van de informatie over wat is onderzocht en de follow up daarvan, evenals voor een interview met de CLAD, bleken wij toestemming nodig te hebben van de Minister van Financiën. Wij verstuurden ons verzoek per email (op aanbeveling van het secretariaat van de Minister) op 11 november, waarbij we ook aangaven dat we uiteraard de tekst voor publicatie zouden kunnen voorleggen aan de CLAD- en indien gewenst ook de Minister en, dat wij als deadline voor het artikel 20 november hadden.  Na een aantal pogingen om antwoord op ons schrijven te krijgen, kregen we op 20 november van het secretariaat van de Minister de horen dat het geen zin meer had “want de deadline is verstreken”. Wij stonden op een schriftelijke reactie op onze mail en gaven ook aan dat wij de deadline konden opschuiven- het ging immers om onze eigen nieuwsbrief. Op 21 november ontvingen wij een schriftelijke reactie, dat het Ministerie van Financiën de informatie over gepleegd onderzoek niet kan verstrekken, maar dat die apart bij elk vakministerie aangevraagd moet worden, aangezien die de opdrachtgevers van de CLAD zijn. Het Ministerie van Financiën gaf aan slechts toestemming te kunnen geven voor het verstrekken van een korte beschrijving van de procedures en bevoegdheden door de CLAD.

Wij hadden geen behoefte meer aan dat gesprek, aangezien die informatie ook via andere wegen verkregen kan worden. Wat wel duidelijk is geworden, is dat ook binnen de Overheid men niet helemaal duidelijk lijkt te weten wie de eigenlijke opdrachtgever is van de CLAD en dat de aanbevelingen van de OAS nog steeds niet zijn opgevolgd.-


Voor de volledige nieuwsbrief klik hier


[1]Dit in tegenstelling tot de Rekenkamer van Suriname, die de externe accountant is: de onafhankelijke controleur namens de Nationale Assemblee.
[2]Het rapport en alle ondersteunende documenten zijn openbaar, en te downloaden via http://www.oas.org/juridico/english/sur.htm

zondag 30 november 2014

10 JAAR JEUGDPARLEMENT- feestje?

(Afkomstig uit de State of Democracy Nieuwsbrief 2014. Voor de volledige nieuwsbrief, klik hier)


Het is dit jaar tien jaar geleden dat het Nationaal Jeugdparlement bij staatsbesluit is ingesteld. Reden voor een feestje dus. Of toch niet? Volgens het staatsbesluit is het doel van het NJP om het recht op participatie van de jeugd op bestuurlijk niveau tot uiting en volle beleving te brengen, waardoor het jeugdbeleid gericht en doelmatig wordt. Projekta ging in gesprek met oudvoorzitters en -ondervoorzitters van de cohorten van 2004, 2007 en 2010 om na te gaan hoe de afgelopen tien jaar invulling gegeven is aan dat doel.

Het formuleren van beleidsadviezen
Alle oud-jeugdparlementariërs noemen de district- en nationale congressen als belangrijkste bron van input voor het doen van voorstellen over het jongerenbeleid en als gestructureerd overlegmoment met de doelgroep. Jongeren maken bij de congressen de problemen die zij ervaren kenbaar. Bij de congressen in de beginperiode van het parlement werden dezelfde thema’s in alle districten besproken, maar in 2010 besloot de leiding van het NJP per district de thema’s vast te stellen. Het NJP is helaas niet in staat geweest elk jaar de congressen te organiseren, omdat de kosten voor de congressen niet worden opgenomen op de nationale begroting. Dit is volgens de voormalig NJP’ers een indicatie dat er geen prioriteit geven wordt aan het overleg met jeugdigen.

Een andere belemmering is het uitblijven van het wederom instellen van de Jeugd Advies Raad. Zonder de begeleiding van de raad zijn jeugdparlementariërs op zichzelf aangewezen bij de verwerking van adviezen aan de regering. Gebrek aan ervaring bij het formuleren van adviezen kan ervoor zorgen dat de stem van de jongeren ongehoord blijft.

Het NJP als consultatieorgaan
De afgelopen tien jaar is er onvoldoende invulling gegeven aan het NJP als consultatieorgaan. Volgens de voormalige leden zijn de geringe overlegmomenten van de afgelopen jaren veelal op initiatief van het NJP geweest, en dat na lang aandringen. Voor de doelgroep betekent dit dat er geen invloed kan worden uitgeoefend op geplande beleidsmaatregelen. Een beleidsmaatregel waarbij wel om input van het NJP is gevraagd, is de wet Kinderopvanginstellingen. Het voorstel van een van de oud-leden om in de vaste commissies van De Nationale Assemblee ook leden van het NJP op te nemen is nog niet van de grond gekomen.

Optreden als jeugdvertegenwoordigers
Door de jaren heen hebben de NJP-leden zitting genomen in verschillende stuurgroepen en deelgenomen aan verschillende nationale en internationale seminars en workshops, en uitwisselingsprogramma’s met andere jeugdparlementen. Zij worden ook uitgenodigd voor de jaarrede van de president en de begrotingsbehandelingen in de Nationale Assemblee.
Het gaat nog steeds om activiteiten die door volwassen geïnitieerd zijn, waarbij de jongeren slechts een adviserende rol hebben. Bij de vergaderingen in het parlement heeft de jeugdvertegenwoordiging slechts de rol van toehoorder. Op de participatieladder (zie kader) wordt deze vorm van participatie “decoratie” genoemd.

Moeizame beklimming van de ladder


Na tien jaar NJP in Suriname zitten zij voor wat daadwerkelijke jeugdparticipatie betreft op een van de laagste tredes van de participatieladder: kinderen of jeugdigen lijken een stem te hebben, maar hebben totaal geen invloed. Schijnparticipatie dus.

Waarom de veranderingen toch nog niet van de grond komen, is volgens een van de oud-leden te wijten aan de politieke invloed binnen het NJP. Deze zorgt nog voor teveel interne verdeeldheid. Nog vers in het geheugen staat de petitie die bij de laatst gehouden verkiezingen door zestien kandidaat jeugdparlementariërs bij de Kiescommissie is ingediend. De kandidaat jeugdparlementariërs beschuldigden de organisatie van de verkiezingen van o.a. het maken van propaganda voor de zogeheten “Action Youth” groep, die tot een der coalitiepartijen zou behoren (Starnieuws, 14 & 19 december 2013).

Zolang dit verschijnsel voortduurt, zal het NJP de participatieladder niet verder kunnen beklimmen. En het is na tien jaar wel tijd dat het NJP het voortouw neemt en proactiever gaat lobbyen bij beleidmakers voor meer inspraak van jongeren. Reden voor een feestje? Nog lang niet.




Nieuwe Dieptepunten- Inleiding State of our Democracy Nieuwsbrief 2014


Op donderdag jl presenteerden wij de 5e editie van de State of Democracy Nieuwsbrief. Hier alvast de inleiding..


Hoe vaak hebben we de afgelopen vijftien, twintig jaar niet verzucht: het kan niet erger worden dan dit. En dan verrassen de beleidsmakers en politici ons – ze boren met gemak nieuwe dieptepunten aan. 2014 is daar geen uitzondering op.

Is het echt alweer bijna vijf jaar geleden dat we naar de stembus gingen? Het is moeilijk te vatten, het afgelopen jaar leek het immers alsof we nooit van de campagnes af zijn geweest –elke aangelegenheid wordt aangegrepen om partijpolitiek te spelen. Een nieuw dieptepunt, vanwege de schaal waarop dit nu plaatsvindt, is de wijze waarop Partij en Staat synoniem lijken te zijn geworden voor de regerende partijen. Gronduitgifte ceremonieëen, Bigi Sma Dei, je kan het zo gek niet verzinnen – datgene waar burgers recht op hebben en wat met staatsmiddelen wordt gefinancierd, wordt gebracht als gunst van de partij. En de burgers laten het zich welgevallen.

De sfeer rond de verkiezingen lijkt nu al grimmiger dan voorheen, en de grimmigheid zal alleen maar erger worden, vrezen wij. Helaas is de strijd tot nu toe vooral toegespitst op het elkaar beschimpen, bespotten of beschuldigen en, het allergrofst, simpelweg strooien met geld. Wat we nauwelijks merken zijn discussies gebaseerd op heldere ideeën, terwijl in een volwassen democratie je toch minstens een ideeën- en ideologische strijd mag verwachten. En de kiezers laten het zich welgevallen.

Heeft u tijd om depressief te worden? Lees dan de regeringsverklaring, lees het Ontwikkelingsplan 2012-2016, lees het coalitie-akkoord. En ga na wat er van al die afspraken, mooie dromen en bloemrijke woorden is overgebleven. Opeenvolgende regeringen schrijven plannen, maar raken dan geconfronteerd met de gevolgen van de uitholling van capaciteit binnen de overheid – te danken aan alle politieke benoemingen. Ze raken hopeloos verstrikt in hun eigen interne machtsstrijd en het in de gaten houden van de coalitiegrenzen. Ministeries zijn partij-eilanden, en de eilanden praten niet met elkaar. Voor elk wissewasje moet de Ministerraad een besluit nemen, of de VP, of de coalitietop, of de President.  En monitoring van beleid is helemaal een vies begrip.
Is deze regering daar nu uitzonderlijk in? Welnee. Maar ergens is toch altijd de hoop dat een regering leert van de fouten van haar voorgangers. Als u deze nieuwsbrief leest, dan wordt duidelijk dat die hoop vooralsnog ijdel is.

Wat wij wensen voor het komend jaar is eigenlijk heel simpel: kiezers die niet meer stemmen voor de partij die hun persoonlijk belang, maar het algemeen belang willen en kunnen behartigen; dat we keuzes maken op basis van realistische en doordachte verkiezingsprogramma’s, die op tijd worden bekendgemaakt, begrijpelijk zijn, en nagerekend zijn. We hopen dat  kiezers – ondanks alle ergernis – toch nog gaan stemmen, maar dat ze goed nadenken voor ze dit dierbare recht uitoefenen – dat ze niet meer stemmen op politici die recht en rechtstaat aan hun laars lappen, corrupt zijn, vrouwen vernederen, onzichtbaar blijven, of gewoon wegblijven uit ’s lands vergaderzaal.

Waar we op hopen, zijn wakkere, kritische, actieve burgers. Zij alleen zijn de redding van ons land. -

(Afkomstig uit de State of Democracy Nieuwsbrief 2014. Voor de volledige nieuwsbrief, klik hier)


Rechten van Inheemsen: vraag en antwoord (vervolg mensenrechtenpanel)


Bij ons Mensenrechtenpanel, op 20 november, waren er nog een aantal vragen die, vanwege het late uur, niet meer aan bod zijn gekomen. We legden ze achteraf voor aan de panelleden. Hier Josee Artist van de Vereniging Inheemse Dorpshoofden in Suriname (VIDS) aan het woord.



De Universele Verklaring (mensenrechten) en andere verdragen zijn een algemene internationale leidraad voor de bescherming van de rechten van de mens. Moeten dan de gemeenschappen die bescherming niet vertalen naar hun eigen leefomstandigheden en cultuur?
Correct; universele mensenrechten zijn inderdaad universeel en moeten inderdaad vertaald worden naar de leefomstandigheden en cultuur van inheemsen.  Dat is ook gebeurd, na heel lang aandringen van inheemse volken overal ter wereld en 23 jaar en ‘onderhandelen’ met staatsvertegenwoordigers bij de VN, en heeft in 2007 geresulteerd in de aanname door de VN (en dus de lidstaten van de VN inclusief Suriname) van de VN Verklaring inzake de Rechten van Inheemse Volken (UN Declaration on the Rights of Indigenous Peoples in het Engels; afgekort UNDRIP).  Deze verklaring doet precies dát: het “vertalen” van bestaande mensenrechten naar de leefomstandigheden en cultuur van inheemse volken.  En die leefomstandigheden en cultuur hebben een sterk COLLECTIEF karakter; inheemse volken wonen in stamverband, met een eigen gezag en bestuurssystemen, eigen historische grondgebieden waarmee er een sterke historische, culturele en spirituele verbondenheid is, bezit en gebruik van natuurlijke hulpbronnen, eigen ontwikkelingsvisie, etc. en dat alles op een collectieve manier.  De UNDRIP geeft aan inheemse volken dus geen nieuwe of andere rechten, maar dezelfde rechten op een collectieve manier geïnterpreteerd.  De UNDRIP erkent bovendien dat inheemse volken, volken zijn, gelijk aan andere volken, met het recht op zelfbeschikking, dus het recht om voor en over zichzelf te beschikken en beslissen.  Ook dit recht is niet nieuw of anders; het is erkend in de VN Verdrag inzake Burger – en Politieke Rechten (BUPO) en in het VN Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten.
Het praktische probleem is, dat regeringen, ondanks het feit dat ze de UNDRIP zelf goedgekeurd hebben, op nationaal niveau geen consequenties daaraan willen verbinden en dus geen nationale wetgeving willen maken om deze rechten te kunnen doen gelden.  Er moet dan naar internationale wegen gegrepen worden, waar het internationaal recht geldt, en daar blijkt gelukkig wel dat op grond van bovengenoemde en andere mensenrechtenverdragen, de rechten van inheemse en tribale volken wel degelijk rechtskracht hebben.  Het sprekend voorbeeld daarvan is het Saramakkavonnis tegen de Staat Suriname waarin het bovengenoemde duidelijk tot uitdrukking komt.

Zullen er of worden er reeds acties ondernomen door het traditioneel gezag m.b.t. het decentralisatieproces? Hoe zien die acties eruit? 
Het traditioneel gezag participeert ook wel in hoorzittingen.  Maar waar we eigenlijk naar streven is erkenning van het zelfbeschikkingsrecht.  Het decentralisatieproces erkent dat niet; het erkent alleen het overheidsgezag en gaat voorbij aan de werkelijke situatie waarin grote delen van de bevolking Suriname door traditioneel gezag wordt bestuurd dat in dagelijks contact met het volk staat en op een heel andere manier besluiten neemt dan overheidsmechanismen.  VIDS heeft hier vaker over geprotesteerd bij ministerie RO en bij de IDB als financierder van het decentralisatieproject maar het is praten tegen dovemansoren want het komt hen niet goed uit.  Men verschuilt zich achter de huidige, deficiënte Surinaamse wetgeving (zie ook antwoord op volgende vraag).  Er zijn voorstellen ingediend voor wettelijke erkenning van het traditioneel gezag maar de conceptwet die is gemaakt, is door één individu gemaakt zonder enige inspraak vanuit het traditioneel gezag, tegen alle afspraken in om wel degelijk effectieve participatie van het traditioneel gezag in de totstandkoming van die conceptwet te hebben.

Waarom moeten de Inheemsen speciale grondenrechten krijgen? Ze kunnen toch ook grond aanvragen of kopen, zoals alle andere mensen? 
Zie ook antwoord vraag 1.  Een belangrijk aspect is de rechtvaardigheid; de grond IS van de inheemsen; waarom zouden ze nu hun eigen grond moeten gaan aanvragen of kopen?  De kolonisatoren hebben in naam van de Koning en zelfs in naam van God, grond van de inheemse volken gestolen of op andere gewelddadige wijze afgepakt; daarna wetgeving gemaakt om die grond tot hun “eigendom” te maken; zomaar, zonder toestemming of zelfs zonder medeweten van de inheemse volken zelf.  Postkoloniale regeringen hebben de koloniale wetgeving al dan niet gewijzigd om het historisch onrecht recht te trekken.  Suriname dus niet.  Opeenvolgende regeringen zijn wat dat betreft in de schoenen van de vroegere kolonisatoren gaan staan en doen alsof de grond van hun is.  Wettelijk misschien wel ja, maar dat is dus als er naar de wet wordt gekeken met oogkleppen op voor de eeuwenlange volkenmoord, slavernij en discriminatie die eraan kleeft.  Als we over “dekolonisatie” praten is deze kwestie een heel groot onderdeel daarvan.
 
Zelfs als we “het verleden terzijde leggen”, dan nog is de huidige wetgeving niet genoeg voor het collectief eigendom van inheemse volken op hun gronden en natuurlijke hulpbronnen.  In Suriname zijn alleen individuele titels op grond beschikbaar (grondhuur; eigendomsrecht) of concessies (gebruiksrechten). Inheemsen leven in collectief verband en willen, als het om hun dorpsgebied gaat, geen individuele titel. Het gaat om hun gehele leef- en woongebied dat een collectieve titel moet krijgen en dat moet in wetgeving worden opgenomen. Een individuele titel verbreekt de cultuur van gemeenschappelijk en in stamverband leven.  Dat stukje grond kan worden verkocht, verpand, opgeëist en last but not least, de overheid blijft zeggenschap erover behouden en kan de titel weer intrekken, vooral als het gaat om grondhuur!  Het niet willen erkennen van eigendom in collectief verband is in feite een uiting van het superioriteitsgevoel van de westerse cultuur bóven de collectief gezinde inheemse cultuur.  Waarom moeten inheemse volken zich “aanpassen” aan de koloniale wetgeving die alleen individuele titels kent??  Om hun cultuur te verliezen??  Om slechts burgers te worden die gemanipuleerd kunnen worden elke vijf jaar??  Om hun grondgebieden kwijt te raken zodat grootgrondbezitters die gronden van hun politieke vrienden kunnen krijgen??