Posts tonen met het label Democratiemaand 2015. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Democratiemaand 2015. Alle posts tonen

vrijdag 4 maart 2016

Onze democractie heeft een genderperspectief nodig om werkelijk democratisch te zijn

Aanstaande dinsdag 8 maart is het Internationale Dag van de Vrouw. Deze dag is wereldwijd een gelegenheid waarbij wordt stilgestaan bij de economische, politieke en maatschappelijke verworvenheden van vrouwen. Tegelijkertijd wordt op 8 maart stilgestaan bij de lange weg die nog moet worden afgelegd voor er werkelijk sprake zal zijn van volledige maatschappelijke gelijkheid van vrouwen en mannen. 

Het onderstaande artikel verscheen eerder in de ‘State of our Democracy 2015’. De gehele nieuwsbrief vindt u hier.

Door: Henna Guicherit & Carla Bakboord, Women’s Rights Centre

Vrouwenrechten zijn mensenrechten. Ze zijn het geboorterecht van alle mensen en dus ook van vrouwen en moeten in onze democratische republiek onvoorwaardelijk worden gerespecteerd. Dit betekent gelijke rechten voor zowel mannen als vrouwen. Maar mensenrechten zijn in de loop der tijden eerder beschouwd synoniem te zijn aan mannenrechten. Hoewel voor iedere burger een taak is weggelegd om de rechten van alle mensen te waarborgen, ligt de primaire verantwoordelijkheid voor de bescherming en bevordering van vrouwenrechten bij de beleidsmakers. 

Voor de beleving van hun rechten moeten vrouwen niet alleen gehoord worden in het democratisch proces maar ook in gelijke mate als mannen vertegenwoordigd zijn in posities van beleid en besluitvorming. 
2015 kenmerkte zich in het bijzonder door de inspanningen die, in de aanloop naar de algemene vrije en geheime verkiezingen, zijn gepleegd om vrouwen zichtbaarder te maken en hun capaciteit te versterken voor deelname aan de politiekvoering. En niet zonder succes. Maar vrouwen vormen in het politiek-bestuurlijke, als resultaat van decennialange discriminatie, nog altijd een minderheid. Dit is terecht aangemerkt als te zijn in strijd met haar mensenrechten. En ook in strijd met het democratisch principe dat er voor moet zorgdragen dat het hele volk, dus vrouwen en mannen, via haar vertegenwoordiging, deelneemt aan de besluitvorming en de uitvoering.

Wanneer vrouwen en mannen de strijd aanbinden tegen de ongelijke positie die vrouwen t.o.v. mannen vanwege hun gender in diverse sectoren ondervinden, is dat rechtmatig en bovendien in het belang van de verhoging van het democratisch gehalte van de staat. Want inherent aan mensenrechten en democratie is het principe van gelijkheid. Ongelijke kansen en behandeling, ongelijke toegang tot en zeggenschap over bronnen leiden onder meer tot armoede, geweld en slechte gezondheid. Zij vormen een aanslag op de samenleving en de democratie. Vanuit het democratisch genderperspectief is het onrechtvaardig dat vrouwen in relatie tot mannen minder rechten en waarde worden toegekend.
In het democratisch model zullen dus ook de achtergestelde vrouwen betrokken moeten worden. En vrouwen hebben de democratie nodig om hun stem te laten horen en om verandering te brengen in een systeem dat structureel discriminatoir is en op gespannen voet staat met de democratie. Deze vindt zijn oorsprong in het denken dat mannen superieur zijn aan vrouwen en de machtsposities hen daarom toekomen. Als iedereen vrij en gelijk in rechten en plichten geboren is, dan heeft niemand méér recht dan de ander.

De ongelijke machtsrelaties liggen ten grondslag aan de vele schendingen van vrouwen- en kinderrechten zoals de verschillende vormen van huiselijk geweld die zij dagelijks ervaren. Veiligheid  is een harde kern van een democratische rechtsstaat. De overheid zal maatregelen moeten treffen om de veiligheid van vrouwen en kinderen ook in het private domein te garanderen.

Na decennia van strijd voor de erkenning en beleving van vrouwenrechten is het mensen-/ vrouwenrechtenbewustzijn nog laag.  Daarom moet de overheid, als verantwoordelijke, zelf het goede voorbeeld geven door de democratische en genderprincipes na te leven. Voortbouwend op de successen die reeds zijn geboekt, zal empowerment en verbetering van de positie van vrouwen ook in 2016 boven aan de lijst prijken in de agenda’s van alle mensenrechtenactivisten en ware democraten.-

Wilt u meer lezen over de staat van onze democratie in 2015? Lees dan ook de andere artikelen van de ‘State of our Democracy’ nieuwsbrief.


woensdag 3 februari 2016

2015: beter of slechter voor de beleving van mensenrechten van LGBT's?

Dit is het kader behorend bij het artikel ‘Samenwerken om respect voor Mensenrechten te garanderen’. Dit artikel verscheen eerder in de ‘State of our Democracy 2015’. De gehele nieuwsbrief vindt u hier.

Tieneke Sumter, voorzitter van het LGBT Platform: “2015 was een slechter jaar voor de LGBT-gemeenschap. Onze overheid heeft de LGBT-gemeenschap in de steek gelaten op diverse momenten. Rondom de hele ‘Bullet-affaire’* heeft de overheid als het graf gezwegen. Op geen enkel moment is er opgetreden of maar iets gezegd over het feit dat een groep Surinaamse jongeren opriepen LGBT’s een kogel te geven. Schandalig. Ten tweede werd een Staatsbesluit (artikel 36b: Duurzaam samenlevingsverband) gepubliceerd waarbij de overheid openlijk discrimineert. Partners van LGBT-ambtenaren hebben geen recht op sociale voorzieningen. Dit recht geldt alleen voor heteroseksuele stellen. LGBT’s betalen dus wel belasting (plicht), maar kunnen geen aanspraak maken op sociale rechten. Het uitblijven van ondersteuning van diverse maatschappelijke groepen en organisaties tegen de Bullet-affaire, alsmede het Staatsbesluit hebben bij velen uit de LGBT-gemeenschap een gevoel van ‘vogelvrij zijn’ en onveiligheid achtergelaten. De groei van het aantal bedrijven en organisaties die bereid waren de regenboogvlag uit te hangen tijden de Coming Out Week 2015 en de samenwerking met de VSB en vakbond heeft ons gelukkig weer hoop gegeven.


* Het nummer ‘Bullet’ (gi den batti man) van HMG en King Koyeba werd in november vorig jaar uitgebracht. De titel (letterlijk vertaald: ‘Kogel voor homo’s’) en de inhoud van dit nummer roept op tot het verbranden van, en afvuren van kogels op homoseksuele mannen. Het lied riep in binnen- en buitenland heftige reacties op.

SAMENWERKEN OM RESPECT VOOR MENSENRECHTEN TE GARANDEREN: VSB neemt voortouw erkenning rechten van LGBT’s binnen de “World of Work”

Dit artikel verscheen eerder in de ‘State of our Democracy 2015’. De gehele nieuwsbrief vindt u hier

Door: Steven MacAndrew (Directeur VSB) en Tieneke Sumter (Voorzitter LGBT Platform)


Dat het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) niet alleen civil society dichterbij de beleidsmakers heeft gebracht, maar ook de organisaties onderling nader tot elkaar brengt, bewezen de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) en het LGBT Platform het afgelopen jaar.

De VSB heeft voor zichzelf een aantal kernwaarden bepaald, waaronder rechtszekerheid, objectiviteit en sociale dialoog. Deze kernwaarden houden in dat als werkgeversorganisatie, de VSB haar ogen nimmer kan sluiten voor maatschappelijke ontwikkelingen, zeker niet in gevallen waar de rechtszekerheid bedreigd wordt. De vereniging is zich er ook van bewust dat wat zich in de maatschappij afspeelt, veelal haar weerslag vindt in bedrijven. Het LGBT Platform streeft op haar beurt naar gelijkheid op de werkplek. Dit betekent dat iedere werknemer ongeacht geslacht, leeftijd, geloof, etniciteit, seksuele oriëntatie gelijkwaardig behandeld moet worden. Dat de VSB, die zich gecommitteerd heeft aan het principe van “non-discrimination in de world of work”, de dialoog aanging met het LGBT Platform, was niet alleen een logische, maar ook een noodzakelijke stap.

Dit moment brak aan als gevolg van de participatie binnen BINI rond de periode dat de tekst van het lied “Bullet” circuleerde en de discussie hieromtrent losbarstte. Het was voor de VSB duidelijk dat zij in actie moest komen, maar het hoe en wat  precies was toen nog een vraagteken, daar zij nog geen goed inzicht had in de problematiek van LGBT’s in het algemeen en in de “world of work” in het bijzonder.
Tijdens één van de bijeenkomsten van het Burgerinitiatief raakten de VSB en het LGBT Platform informeel met elkaar aan de praat. Een uitnodiging van het LGBT Platform om te participeren in een LGBT Sensitivity Training werd door de VSB vervolgens met beide handen aangegrepen. De workshop bleek een goede eye-opener voor de leden van de VSB, omdat het een beter inzicht verschafte in de problematiek van LGBT’s, zeker voor wat betreft binnen het arbeidsproces. Naast de VSB, was ook de vakcentrale C-47 onderdeel van dit samenwerkingsverband.

Daarnaast werd de bijdrage van de VSB aan de door het LGBT Platform georganiseerde Coming Out Week 2015 door beide partijen als een succes ervaren. De directeur van de VSB, Steven Mac Andrew, sprak tijdens de feestelijke opening van deze Week die in het teken stond van het creëren van meer awareness rondom, en begrip voor de LGBT-gemeenschap. Met name de regenboogvlaggen die een week lang de ingang van hotel Royal Torarica sierden, kunnen niemand zijn ontgaan.

LGBT Sensitivity Training—oktober 2015 (bron)
De samenwerking tussen deze twee BINI-partners staat nog maar aan het begin. Het plan is om de LGBT Sensitivity Training in 2016 meedere malen te verzorgen voor de VSB-leden, het liefst wederom in samenwerking met de vakbweging, omdat een gezamenlijke aanpak wenselijk is om non-discriminatie van de LGBT-gemeenschap in de world of work te bestrijden.
De focus is hierbij op non-discriminatie op basis van sexuele geaardheid, vooral voor wat betreft werving, maar ook de secundaire voorwaarden. Ook hoopt de VSB op korte termijn een Memorandum voor Overeenstemming (MOU) voor samenwerking om non-discriminatie op basis van sexuele geaardheid tegen te gaan te tekenen met de vakbeweging en het LGBT Platform.

Door gezamenlijk meer bedrijven te informeren en aansporen om over te gaan tot een non-discriminatiebeleid, hopen de VSB en het LGBT Platform de maatschappelijke acceptatie van LGBT’s in de samenleving te vergroten. Een aantal bedrijven (waaronder het eerder genoemde Torarica, Staatsolie en DSB) heeft reeds de positieve stap genomen om middels hun CAO’s de partners van LGBT-ers te erkennen en hen dezelfde rechten toe te kennen als hetroseksuele partners. Helaas gaat maar om enkele bedrijven en is er dus nog veel werk te verzetten. Het besef is er dat wij moeten samenwerken om respect voor mensenrechten te garanderen.-

Wilt u meer lezen over de staat van onze democratie in 2015? Lees dan ook de andere artikelen van de ‘State of our Democracy’ nieuwsbrief. 


maandag 25 januari 2016

Basisprincipes voor een Wet Openbaarheid van Bestuur

Dit is het kader horend bij het artikel "MYSTERIEUZE ZAKEN: Wet Openbaarheid van Bestuur is goed voor iedereen!", gepubliceerd in onze State of our Democracy Nieuwsbrief 2015. Lees het artikel zelf hier. De gehele nieuwsbrief vindt u hier.

Basisprincipes voor een Wet Openbaarheid van Bestuur:

Toegankelijkheid van informatie
Informatie in beheer van publieke instanties moet toegankelijk zijn. Slechts in bepaalde omstandigheden mag hiervan worden afgeweken. Toegang tot informatie is een basisrecht.

De verplichting om te publiceren
Publieke instanties zijn verplicht ten minste informatie te publiceren: 
¨ Over hoe zij functioneren, hun kosten, hun doelen, boekhouding, standaarden en behaalde doelen;
¨ Over aanvragen, klachten of acties van burgers t.a.v. de instantie;
¨ Over processen waarbij burgers kunnen bijdragen aan belangrijke besluiten of voorstellen voor regelgeving;
¨ Over de informatie die zij bezitten en hoe die er uit ziet;
¨ Over besluiten of beleid die de burgers raken, inclusief achtergronden en motivering.

Bevorderen van een open overheid
De overheid moet bewust acties uitvoeren om de gemeenschap te informeren over hun rechten en zo een cultuur van openheid te bevorderen. Wetgeving moet handvaten bieden om de cultuur van geheimhouding te doorbreken.

Beperkte uitzonderingen op de regel
Alle aanvragen bij publieke instanties voor informatie  moeten gehonoreerd worden, tenzij de instantie kan bewijzen dat de aangevraagde informatie een wettelijk vastgesteld doel heeft (b.v. nationale veiligheid, privacy, etc.) en dat het vrijgeven van de informatie schade kan aanrichten aan dat doel dat groter is dan het algemeen belang.

Processen om toegang te faciliteren
Aanvragen moeten snel en eerlijk afgehandeld worden. Informatie over afgewezen aanvragen moet beschikbaar zijn.

Kosten
Een aanvraag voor informatie mag niet verhinderd worden door te hoge kosten. De prijs moet betaalbaar zijn voor de gemiddelde burger.

Toegang tot vergaderingen
Officiële vergaderingen moeten toegankelijk zijn voor het publiek. Het gaat hier vooral om besluitvormende instanties en minder om adviserende organen binnen de overheid.

Toegankelijkheid heeft voorkeur
Wetten die toegankelijkheid van informatie verhinderen, moeten gewijzigd of opgeheven worden.

Bescherming voor klokkenluiders
Individuen die aangifte doen moeten beschermd worden tegen wettelijke, administratieve of werkgerelateerde sancties.

MYSTERIEUZE ZAKEN: Wet Openbaarheid van Bestuur is goed voor iedereen!

Dit artikel verscheen eerder in de ‘State of our Democracy 2015’. De gehele nieuwsbrief vindt u hier

Op 29 september berichtte de Ware Tijd dat Minister Algoe van Landbouw, Veeteelt en Visserij ervoor pleitte dat de Centrale Landsaccountantsdienst (CLAD) onderzoek doet bij het Cassavebedrijf Innovative Agro Processing Industries (IAPP).  De cassavefabriek is slechts één van de vele gevallen  waarvan al langer vanuit de samenleving gevraagd werd/wordt om meer openheid. Naar aanleiding van het bericht  plaatste PROJEKTA-directeur Sharda Ganga een simpele vraag op haar Facebook-pagina: “Welke vraagstukken, vreemde zaken zou men nog meer onderzocht willen hebben?”

De reacties stroomden binnen en demonstreerden de enorme behoefte aan meer transparantie. En bovenal: de behoefte aan de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB). Als die Wet er zou zijn, konden al deze reactiegevers zelf achter de feiten komen. Een WOB geeft niet alleen burgers toegang tot informatie, maar beschermt ook publieke functionarissen van valse beschuldigingen. Geruchten krijgen veel minder ruimte om uit te groeien tot mythen die door velen als waar worden beschouwd. Een WOB is dus goed voor iedereen!

De President kondigde de Wet al aan in de Regeringsverklaring. Wij willen graag voorkomen dat die wet hetzelfde lot beschoren zal zijn als de Anticorruptiewet, die langer dan dertien jaar in behandeling is en op het moment van dit schrijven nu weer behandeld wordt in de Nationale Assemblee. De draft-Anticorruptiewet is herhaalde malen gereviseerd, waarbij elke revisie een verzwakking betekende van de inhoud.
Daarom vindt u hier een lijst van basispunten waaraan een Wet Openbaarheid van Bestuur moet voldoen, gebaseerd op ’The Public’s Right to Know’.

Hieronder vindt u een greep uit de lijst van zaken, naast de cassavefabriek, die burgers graag nader onderzocht zouden willen zien, en/of diensten en instellingen die volgens hun doorgelicht zouden moeten worden.
·       De boekenaanschaf van de Presidentiële Werkgroep Onderwijs: Wat is gebeurd met  de zogenaamde seksueel expliciete leerboeken? Hoeveel zijn gedistribueerd, kan de burger een exemplaar zien om te kijken wat acceptabel is of niet? De leerboeken van het VOJ zouden worden "versurinamiseerd". De boeken kwamen  maar de meeste scholen wilden ze niet – klopt dat? Hoeveel heeft dit alles ons gekost?
Foto: www.waterkant.net
·       De plannen voor de fly-over en het “treinproject”. Worden hier nog gelden aan besteed, wordt de commissie/ de adviseurs nog betaald, en hoeveel zijn we intussen al kwijtgeraakt aan consultants en rapporten?
·       Wat is de status van het consulaat/gebouw dat we hebben gekocht in Parijs?
·       De vele ontheffingen van in totaal zeventien ministers en twee onderministers. Hoe lang staan deze personele kosten nog op de begroting van de overheid. Wordt het afgebouwd? Wat is in de toekomst de criteria voor ontheffingen? Hoeveel ambtenaren zitten daadwerkelijk thuis met doorbetaling? Kortom: met hoeveel spookambtenaren hebben wij te kampen?
·       De benoeming van personen – de profielbeschrijvingen van de functies, de (sollicitatie)procedures, de TORs en contracten (denk bijvoorbeeld aan de dochter van de President, en nog honderden meer).
Foto: www.caribjournal.net
·       Is er daadwerkelijk zoveel geasfalteerd als is aangegeven in de projecten en hoorde daar ook wegmeubilair bij, zoals trottoirbanden, looppaden, etc.?
·       Kwestie van Nos Kasitas en Sociale Zaken.
·       Onderzoek naar Ramon Abrahams (bij het VES-debat zei de NDP-vertegenwoordiger dat hij moest aftreden vanwege corruptie).
·       Dubieuze aankoop van een pand voor Justitie en Politie aan de Henck Arronstraat.
·       Het waterleidingproject te Boven Suriname. Het buizensysteem is aangelegd en soms ook kranen, maar de waterzuiveringsinstallaties bij de rivier zijn nooit gezien.
·       Aanbestedingsprocedure en kosten 'Verfraaiingsproject' Onafhankelijkheidsplein. Hoeveel heeft elk van de bloempotten, inclusief plant gekost?
·       De gestolen whisky’s van het Kabinet van de President, en de brushcutters van Sport en Jeugdzaken: weten we al wie de schuldigen waren?
·       De wapens ontvreemd uit het goed beveiligde huis van ex-Minister Abrahams.
·       De boekhouding van Carifesta en besluitvorming over uitgaven.
·       De namen van de gaarkeukeneigenaars van de naschoolse opvang, en wat zij elk betaald kregen.
·       Het contract van de fotograaf van ex-minister Belfort en de betalingen (want men zegt dat het een paar duizend SRD per foto is).
·       Het Ministerie van Regionale Ontwikkeling maakte bekend dat er speciale, gesubsidieerde vluchten naar het binnenland zouden zijn voor  NGOs, academici, etc. Op RO wist niemand ervan.
·       Hoe is $ 772.3 miljoen op de Zwitserse bankrekening van een Surinamer terecht gekomen?
·       Status van de bouw van het ziekenhuis in Wanica.
·       Doorlichting van de commissie Ordening Goudsector: wie heeft wat ooit gezegd of bepaald t.a.v. de skalians bijvoorbeeld?
·       Wat leverde onderzoek naar de diefstal en vernieling bij het Telesur-zeekabelstation (ruim 1 miljoen USD schade) in Coronie op?
·       Aanbesteding voor de 7 gepantserde auto's in 2013- 2 miljoen USD, IMF en CvB waarschuwden toen al over het uitgavenbeleid)
·       Heeft de "eervol" ontslagen ex-onderminister Gopi de duizenden hectaren houtconcessies teruggegeven aan de Staat? NH moet periodiek de concessies publiceren. Ook: de hele procedure t.a.v. de toewijzing van percelen aan Amzad Abdoel.
·       Onderzocht de CLAD de vermeende financiele misstanden bij het ministerie van Sport - en Jeugdzaken: wat was het resultaat? 
·       De 35 miljoen bij de VCB ondergebracht t.b.v. ondernemerschapsontwikkeling. Wat is daarmee gebeurd nadat de ondernemers protesteerden tegen de voorwaarden?

·       Voorraadbeheer bij staatsbedrijven, goederen gaan bij sommige het magazijn uit zonder dat die verantwoord worden.
·       Procedures/besluitvorming  t.a.v. de (verandering van) taken en werkwijze van diverse instituten, diensten, afdelingen. Dit naar aanleiding van de uitholling van taken, die vervolgens bij andere afdelingen worden geplaatst, of bij een beleidsadviseur, of bij het Kabinet van de President. “Iedereen kent de staatjes binnen de staat en toch overleven de staatjes. Toezichthoudende instituten moeten ook onder de loep worden genomen (wie bewaakt de bewaker), maar ook instituten die een wettelijke basis hebben of anderzins onderhevig zijn aan de politiek.”

Wilt u meer lezen over de staat van onze democratie in 2015? Lees dan ook de andere artikelen van de ‘State of our Democracy’ nieuwsbrief.

donderdag 19 november 2015

ICT: een wondermiddel voor democratie en transparantie?

Jongeren en ICT in participatieve, democratische processen – deel 2

In het vorige bericht is verslag gedaan over het eerste gedeelte van de paneldiscussie ‘Jongeren en ICT in participatieve, democratische processen’, die in het kader van de achtste Democratiemaand is georganiseerd door Projeka in samenwerking met de Global shapers Paramaribo. Global Shapers Paramaribo is een jongerenorganisatie die onderdeel is van een wereldwijd netwerk: de Global Shapers Community. Het is een initiatief van de World Economic Forum (WEF) met als doel om jongeren te helpen om zichzelf beter te organiseren, zodat ze een betere impact kunnen hebben in de samenleving. Jongeren waren voor het WEF de missing link in (hun) besluitvormingsprocessen. Dit is waarom zij op deze manier jongeren stimuleren en de mogelijkheid bieden om hierin te participeren.


ICT-onderwijs verplichten
De tweede stelling was ‘ICT-onderwijs moet verplicht worden op scholen en voor overheidsdienaren, zodat participatie in democratische processen wordt gestimuleerd’.

Agatha Castillo (Global Shapers Paramaribo) regeerde als eerste panellid op deze stelling. Zij gaf aan dat ICT-onderwijs belangrijk is, maar zij was er niet zo zeker van dat ICT-onderwijs perse de participatie in democratische processen zal stimuleren. “Mensen moeten juist bijgebracht worden dat zijn moeten participeren, ze moeten weten wat democratie is en wat dat inhoud, wat hun rechten en plichten zijn. En als ze dat weten, kunnen zij ICT gebruiken om hier inhoud aan te geven”. Derrick Boldewijn (JCI) was het eens met Agatha en voegde eraan toe hoe kwalijk het is dat er in het huidig onderwijs geen aandacht besteed wordt aan participatie en democratische processen.

Eugenio Bruce (Caricom Youth Ambassadors Programme) en Clayton Hiwat (Young Democracy Unit) richtten zich meer op de positieve aspecten van toegang hebben en gebruik maken van ICT in het onderwijs en in de overheidssector. Agatha kwam in met de vraag “Hoe helpt het het democratisch proces, dat je het kind een computer geeft, maar het kind niet zijn mening mag geven in de klas? Zo help je de democratie niet.” Op de vraag van de moderator, Ananta Khemradj, of het voorgenomen Onderwijsplatform hier een bijdrage in zou kunnen brengen, omdat middels dit platform ouders via het internet inzage kunnen krijgen in de prestaties van hun kinderen en makkelijke in contact kunnen zijn met de leerkracht, waren de mannen erover eens dat dit positief zou bijdragen aan het democratiseringsproces, omdat de transparantie en de bereikbaarheid vergroot zou worden. Agatha stelde echter dat totdat de leermethoden gemoderniseerd worden, dit initiatief niet zou bijdragen aan het democratiseringsproces. “Ouders kunnen middels het platform op de hoogte zijn van prestaties, maar niet zien hoe er les wordt gegeven. Zolang de leerkracht de baas is in de klas, zal dat niet bijdragen aan de democratiseringsprocessen. Om dit te bereiken moet de pedagogische bagage van de leerkrachten bijgeschaafd en gemoderniseerd worden”, hield ze vol.

Vanuit het publiek werd benadrukt dat er verschillende invullingen kunnen zijn van ICT-onderwijs. Allereerst zou er op scholen moeten worden onderwezen in ‘mediawijsheid’. Bij mediawijsheid gaat het met name om het aanleren van vaardigheden en een kritische blik naar de manier en (met name) de inhoud van berichtgeving op social media, maar zeker op via de “traditionele” media. Daarnaast bestaat er de technische kant van ICT-onderwijs: het aanleren van vaardigheden om moderne communicatie technologie te kunnen gebruiken. Een derde manier waarop ICT onderwijs potentieel verrijkt, is dat het voor kinderen het leren leuker kan maken. Echter, alleen onderwijs in mediawijsheid zal bijdragen aan vergrote democratisering en participatie.

Een van de aanwezigen gaf aan dat jongeren voor het leren participeren in een democratisch systeem zich niet tot ICT moeten richten, maar binnen organisaties zoals Global Shapers Paramaribo en JCI moeten participeren. Want, zo zei hij: “Daar heb ik geleerd om te participeren en mijn mening te geven”.

ICT maakt wetgeving overbodig
De derde stelling was: ‘Moderne communicatie technologieën verminderen de noodzaak van het creëren van transparantie via wetgeving en daarmee de mogelijkheid om machthebbers verantwoordelijk te houden’.

Volgens Clayton zal gebruik van moderne communicatie technologieën de noodzaak van wetgeving op transparantie niet verminderen. De Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) is nodig, daar veranderen de aanwezigheid van  moderne communicatie technologieën niets aan. Transparantie moet bij wet verplicht zijn. Ook Derrick deelde deze mening. “ Je kan iemand niet ter verantwoording roepen via moderne technologie. Je kan iets ter sprake brengen, aar je kan de persoon niet dwingen tot aftreden”. En toch, kwam de moderator in, voelt men zich sneller onder druk gezet als je naam wordt genoemd via social media in een kleine gemeenschap als Suriname. Derrick vond dat dat afhangt van hoe principieel de persoon over wie het gaat is. “In Suriname lijkt een slecht imago op social media niet tot aftreden”.
De enige manier om wetten zoals de WOB en de Anti-corruptiewet te krijgen, is als burgers zaken eisen en andere zaken afstraffen, zegt Derrick. “Wie het kruis heeft zegent immers zichzelf. Nergens is het gebeurd dat de leiders zichzelf aan banden hebben gelegd. Burgers moeten afstappen van het idee dat politici halve goden zijn en dus bang zijn om iets te zeggen”. Agatha staat hier volledig achter. “ Er moet via wetgeving gereist worden dat dingen gebeuren. Moderne communicatie zal daar niet toe leiden”. Volgens Eugenio kan moderne media wel de noodzaak versterken, doordat er druk wordt gezet op beleidsmakers.

Concluderend kan worden gesteld dat ICT een middel kan zijn om zaken controleerbaar te maken en transparantie te vergroten, maar er is wetgeving nodig die dat verplicht stelt en regelt. Vanuit de zaal werd aangegeven dat: “Transparantie nooit te veel kan zijn. Moderne communicatie technologie zorgt voor druk, maar de beleidsmakers hebben nog steeds de vrijheid om het te doen zoals ze willen”.

Jongerenorganisaties als wipplank voor politieke carriere
Tijdens de discussie werd er meerdere malen afgeweken van de stellingen. Zo werden de aanwezige panelleden ook uitgedaagd kritisch naar hun eigen organisaties te kijken, want het democratisch functioneren en de slagvaardigheid van jongerenorganisaties in Suriname is twijfelachtig.

Clayton haalde aan dat er in het verleden een studentenvakbond bestond en dat het voornemen er is om deze weer leven in te blazen. De vraag die hierop volgde was haast vanzelfsprekend. Waarom bestaat de (oude) studentenvakbond niet meer? Het antwoord: “Het is opgehouden te bestaan, omdat jongeren de organisatie hebben gebruikt als wipplank voor hun verdere politieke carrière. Je ziet dat ook bij het Jeugdparlement”. Het zaad was geplant voor de discussie.

Volgens Clayton is het ambiëren van een politieke carrière niet het probleem. Het probleem ligt het erin dat “je een organisatie opricht met een doel en halverwege je doel stap je over en dat is funest voor de organisatie. Voor Eugenio (als Caricom Jeugdambassadeur onderdeel van het Nationaal Jeugdinstituut) is hier niets mee aan de hand. “We zijn jonge leiders, goede leiders. Als je die capaciteiten bezit moet je doorgaan. In de politiek gaan is de logische volgende stap. Als je halverwege stopt, moet je ervoor zorgen dat je je legacy achter laat. Het werk moet door anderen opgepakt kunnen worden.” Men kan en mag potentie zien in een jongere en hem/haar rekruteren voor de politiek. Derrick, President van JCI, was ook van mening dat er in principe niets mis is ermee dat jongeren in de politiek stappen. Wat echter gebeurt is “dat wanneer wij in de jongerenorganisaties zitten we aangeven dat wij het anders willen doen, maar wanneer we overstappen [naar de “echte” politiek] komt de innovatie niet. We vervallen in het oude”.

Deze wetenschap bracht ons bij de vraag: “Hoe kunnen wij voorkomen dat jongere organisaties kweekvijvers worden van politieke organisaties. Zodat je geen pop wordt van een zestigjarige voorzitter”. Volgens Clayton hangt het van de aard van het individu af. Agatha erkende dat het een uitdaging is om jeugdige leiders in hun volwassen leiderschap ferm te laten blijven staan in hun standpunt van werken voor het maatschappelijk belang. “We moeten onze systemen waterdicht maken, zodat vervallen haast onmogelijk is”.  Derrick voegde eraan toe dat verkeerde stappen van jongeren af gestraft moeten worden, zodat duidelijk wordt dat bepaald gedrag niet geaccepteerd wordt.

Vanuit Projekta werd opgemerkt hoezeer leiderschap wordt afgebakend tot louter het politieke en er geen ruimte over blijft voor leiderschap in de maatschappij. Verandering breng je niet alleen via de politiek, maar ook middels het creëren van counterbalans. Vanuit de zaal werd dit punt ondersteunt. Er zijn genoeg jongeren die talent hebben om op een andere manier hun bijdragen te leveren,aar Surinamers geloven dat de politiek alles bepaalt. Volgens Derrick zouden er meer initiatieven als deze moeten zijn om mensen maar zeker jongeren hiervan bewust te maken. “Je kan hen leren dat politiek niet de enige weg is”. In dit proces van democratisering hebben wij allen een belangrijke rol te vervullen. 

dinsdag 17 november 2015

Zorgen social media voor een verarming van het politiek debat?

Jongeren en ICT in participatieve, democratische processen – deel 1

“Wat versta jij onder democratie?” was de vraag waarmee de derde van de vijf openbare activiteiten van de Democratiemaand 2015 begon. “Meer dan alleen stemmen”, “transparantie van processen”, “participatie van burgers in beleid”, “beleidsmakers ter verantwoording kunnen roepen”, “beleving van mensenrechten”, “gelijkheid”, zijn allemaal genoemd in dit kader. De diversiteit aan antwoorden benadrukt het bestaan van verschillende interpretaties van het begrip ‘democratie’.

Na de quorumkwestie in DNA als kick-off van de Democratiemaand-activiteiten en de daarop volgende paneldiscussie over het incorporeren van de Sustainable Development Goals (SDG’s) in het nationaal beleid, waren vrijdagavond jongeren en ICT aan de beurt. Vier panelleden afkomstig van vier jongerenorganisaties discussieerden aan de hand van drie stellingen met elkaar en de overige aanwezigen. Doortastende vragen van de moderator Ananta Khemradj, en discussiepunten en vragen geponeerd door het publiek, dat voor het grootste deel uit jongeren bestond, kenmerkten de avond.

Divers panel
Agatha Castillio (29 jaar) is camerajournalist bij The Back Lot/ 10 minuten Jeugdjournaal. Daarvoor was zij journalist bij DWT. Zij participeerde aan dit panel in de hoedanigheid van lid van de Global Shapers Paramaribo. Voor Agatha betekent democratie participatie van burgers en je mening kunnen uiten.

Derrick Boldewijn (31 jaar) is de president van JCI Paramaribo en mede-oprichter van de Young Democracy Unit. Hij is verder ondernemer, zijn bedrijf geeft onder andere advies over het gebruik van social media. Een belangrijk kenmerk van een democratie is volgens Derrick een proces dat burgers in staat stelt zich ten volle te kunnen ontplooien.

Eugenio Bruce (23 jaar) is een van de twee nieuw gekozen Caricom Jeugd Ambassadeurs van Suriname, verbonden aan het Nationaal Jongeren Instituut. Hij is derdejaars ICT-student aan het Polytechnisch College (PTC). Voor Eugenio houdt democratie niet alleen in dat de burgers hun stem moeten kunnen laten horen. Wat voor hem het democratisch gehalte bepaalt, is wat er met die stem van de burgers wordt gedaan.

Clayton Hiwat (33 jaar) is vierdejaarsstudent Journalistiek. Hij is de secretaris van de Young Democracy Unit. Ook heeft hij zijn hoger kader vakbondsopleiding afgerond. Voor Clayton is democratie “een proces waarin burgers in staat zijn hun mening te geven over zaken waarmee zij zitten”. Deze zaken moeten meegenomen worden in het beleid.

Mening uiten
De eerste stelling van de avond was: social media, als onderdeel van ICT, zorgen voor de verarming van het politiek debat. Alvorens in te gaan op de stelling gaf Derrick aan dat politiek debat voor hem inhield “de discussies over politieke processen en de standpunten van politici of politieke partijen”. Volgens Derrick zou je op basis van de reikwijdte (hoeveel mensen je bereikt met social media) en de frequentie (hoe veel en hoe vaak debatten gevoerd worden op social media) kunnen stellen dat social media een verrijking is van het politiek debat. Toch vindt hij dat “juist omdat een ieder zijn mening zonder consequenties kan ventileren op social media, de inhoud van het politiek debat verarmt”.

Agatha deelde deze mening niet. Zij vond dat social media absoluut een verrijking is. “ICT maakt veel deuren open. Het maakt het makkelijker, goedkoper en bereikbaarder”. Zij valt niet over de kritiek dat mensen ongegronde beschuldigingen kunnen poneren via social media zonder consequenties. “Het voordeel van ICT is dat iedereen zijn mening mag uiten, als het waar is of niet. Politici kunnen dat dan ook [via social media] rechttrekken.” Volgens Agatha moeten we leren dat een mening geven normaal en OK is. In haar dagelijks leven merkt ze dat mensen bang zijn dat te doen.

Op de vraag of de discussie op social media wel invloed heeft op politici, zegt Eugenio, “ja”. Hij geeft aan dat discussies via social media meerdere malen discussies in DNA hebben doen opstarten. Over de stelling dat social media een verarming van het politiek debat zouden kunnen zijn zei Eugenio het volgende “Social media verarmt niet, het is een brug tussen burgers en de mensen die het beleid maken”.

Ook Clayton vond dat er geen sprake was van een verarming maar juist een verrijking.. “Ook voor politici is het handig. Als zij door de drukte zaken missen, kunnen ze deze alsnog via social media volgen”.

Niveau gebruikers bepaalt het debat
Voor Derrick bleef het feit dat mensen gewoon dingen kunnen zeggen op social media, toch een probleem vormt voor de inhoud van het debat. “Het niveau van het debat hangt af van het niveau van de mensen die debatteren”, zegt hij. “Burgers mogen hun mening geven”, vindt Agatha. “Democratie is erachter komen wat mensen denken”. De inhoud van de discussie heb je nooit in de hand. Derrick sprak zijn twijfel uit over haar bewering dat politici zaken via social media kunnen rechtzetten. “De ervaring is dat politici niet altijd eerlijk zijn. Als je op een politicus wacht om duidelijkheid te brengen, dan zijn we nog verder van huis”. Agatha erkent dat transparantie en eerlijkheid van politici naar burgers toe over het ter discussie staande onderwerp belangrijk is, maar zegt ze: “burgers moeten dat eisen”.

De boosdoener in deze is volgens Derrick niet ICT, maar de mensen zelf. “Ze moeten zich gaan verdiepen in de materie, social media is een middel, niet het doel van het debat”. Volgens Eugenio en Clayton kan je het niveau van de burgers niet bepalen. Desondanks deelde Eugenio Derrick’s bezorgdheid over de invloed welke het niveau van de participanten in het debat op social media kan hebben op de inhoud van het debat, enigszins. Clayton daarentegen vroeg zich af wat niveau is. “Je mening mag je ventileren, hoe krom of scheef de mening is.. Anders creëer je een barrière voor de man van de straat”.

A-sociale media
Uit de zaal kwamen ook vragen met betrekking tot de keuze voor het ene medium boven het andere. In Suriname schijnt Facebook toch meer gebruikt te worden dan bijvoorbeeld Twitter. Volgens Agatha is een van de redenen hiervoor dat het aantal tekens die je mag gebruiken op Twitter beperkt is. Zou dat komen omdat wij, Surinamers, meer woorden nodig hebben om onze mening te ventileren, vroeg de moderator zich hardop af. Deze retorische vraag zorgde voor gegniffel onder het publiek. Uiteraard is de herkenbaarheid lachwekkend, echter neemt dit niet weg dat het ontbreken van de vaardigheid om kort en duidelijk je mening te geven een gemis is binnen het politiek debat in het algemeen.

Vanuit de zaal kwam de vraag of sociale media de emotionele betrokkenheid van burgers vermindert, want vaak leidt de discussie toch niet tot actie. Clayton was niet van mening dat dat het geval is, want de discussie wordt ook na het verlaten van social media face-to-face verder gevoerd. Later op de avond kwam dit vraagstuk wederom aan de orde toen iemand vroeg: “Denken jullie dat social media mensen juist actiever of passiever maakt in hun participatie? Waar ze vroeger op straat zouden gaan om te protesteren houden ze het nu bij een post op Facebook”.
Clayton vond dat de actieve participatie in de zin van protesteren afhangt van de tijdsgeest, hoe hard de schoen knelt en of iemand het initiatief neemt om een beweging op touw te zetten en men mensen oproept om te protesteren. In deze gevallen zouden mensen wel overgaan tot actie. Volgens Derrick heeft social media niet zoveel invloed: “Doorgaans zijn Surinamers naar mijn gevoel altijd passief geweest. We kijken naar wie gaat eerst. Het ligt dus niet aan social media. We zijn van nature geen assertief volk. Social media heeft ons misschien ook nog a-sociaal gemaakt”.


Houdt onze blog in de gaten voor het verslag van de twee volgende stellingen.