Posts tonen met het label gender. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gender. Alle posts tonen

dinsdag 22 september 2020

Hoor ons nu: Wiedja van Stichting Sari

Tijdens de virtuele presentatie van de 'Prioriteiten tegen Geweld' op donderdag 10 september, vertelde een aantal community organisaties over wat zij nodig hebben om meer te betekenen in de strijd tegen huiselijk en seksueel geweld, inclusief geweld tegen kinderen.

Hier is het verhaal van Wiedja van Stichting Sari, een organisatie die zich inzet voor meer genderbewustzijn en economische weerbaarheid van (met name) vrouwen in Nickerie.  

(De Prioriteiten Tegen Geweld zijn voortgekomen uit het Hear Us Now programma dat Projekta uitvoerde met financiering van de EU. Lees er hier meer over.) 

Wiedjawatie Jawalapersad tijdens een training aan vrouwen uit de polders over huiselijk geweld

Stichting Sari (Sarnam Nari) is opgericht in 2001 en gevestigd in Nickerie. Het doel van onze organisatie is om de achtergestelde Nickerianen i.h.b. de vrouwen genderbewust en economisch weerbaar te maken. Huiselijk Geweld is jammer genoeg al lange tijd een zorgpunt van de overheid en maatschappelijke organisaties, ook in Nickerie.

Binnen het project “Hear Us Now” van Projekta hebben wij als organisatie ons mogen verdiepen in wat seksueel geweld, huiselijk geweld en kindermishandeling allemaal inhoudt. Met de opgedane kennis, heeft dit project ons ook in staat gesteld om verschillende bewustwordingsactiviteiten te organiseren binnen de Nickeriaanse gemeenschap. We zijn vanaf december 2019 gestart met geven van voorlichting over seksueel en huiselijk geweld aan de vrouwen in de polders, VOJ-scholieren en opkomende verpleegkundige en ziekenverzorgers. Helaas zijn we in maart gestopt met de fysieke voorlichtingsactiviteiten vanwege covid-19.

Stichting Sari geeft infosessie over geweld aan COVAB Nickerie

Binnen het “Hear Us Now” project hebben wij van Sari ook een onderzoek mogen doen over “Huiselijk Geweld” in Nickerie met een bijzondere focus op incest.

Uit het onderzoek is gebleken dat slachtoffers meestal weinig kennis hebben over waar ze hulp moeten gaan zoeken, waardoor ze geïsoleerd worden van de gemeenschap en het geweld blijft maar plaatsvinden. De slachtoffers kunnen hun verhaal niet kwijt bij familieleden, omdat het geweld in sommige gevallen een “open geheim” is binnen de familie. Er is een enorm taboe rond seksueel en huiselijk geweld. Bij Hindoestanen hoor je niet te praten over seksueel en huiselijk geweld, want het zal een schande voor de familie zijn als anderen erachter komen. Slachtoffers die aankloppen bij Sari, proberen we door te verwijzen naar professionele instanties voor verdere hulp, omdat wij als organisatie slechts het eerste aanspreekpunt zijn voor slachtoffers. Ook zijn we gevestigd in Nieuw Nickerie, terwijl Nickerie veel groter is. Slachtoffer in de polders van Nickerie kunnen bijvoorbeeld niet terecht bij ons voor hulp omdat:

1. de afstand te groot is en ze zijn vaak genoeg financieel afhankelijk van hun partner

2. ze vaak genoeg niet beschikken over een mobiel

Sommige van de slachtoffers die ons hun verhaal toevertrouwen willen bijvoorbeeld uit hun thuissituatie en anderen willen gewoon dat het geweld moet stoppen.

Jammer genoeg zijn er in Nickerie geen meldpunten in de verschillende ressorten, waar slachtoffers makkelijk naar toe zouden kunnen gaan voor hulp. De verschillende politiebureaus hebben wel een slachtofferkamer, maar alleen die van Nieuw Nickerie heeft personeel. Terwijl seksueel en huiselijk geweld overal voor komt in Nickerie en niet alleen in Nieuw Nickerie.

Wiedja vertelt het verhaal van Stichting Sari tijdens de presentatie
van de Prioriteiten tegen Geweld op 10 september 2020

Ook zijn er in Nickerie weinig instanties die zich bezighouden met het begeleiden en de opvang van deze slachtoffers. Als gemeenschapsorganisatie hebben wij een luisterend oor voor slachtoffers van seksueel en huiselijk geweld, maar we zijn geen professionals en alleen kunnen wij seksueel en huiselijk geweld in Nickerie niet tegengaan. Daarom pleiten wij als Sari voor meer meldpunten in Nickerie met goed getraind personeel, en meer programma’s voor begeleiding van slachtoffers. Ook Sari wil doorgaan met onze voorlichting en begeleiding, dus we pleiten ook ervoor dat community organisaties zoals wij, betrokken blijven en ondersteund worden in ons werk.

dinsdag 19 mei 2020

Tweede Beleidsmonitoringsrapport van BINI

Het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) heeft haar tweede beleidsmonitoringsrapport gepubliceerd. Net als in het eerste rapport wordt ook nu in kaart gebracht wat er aan acties is ondernomen op verschillende beleidsterreinen. Het rapport zou oorspronkelijk in maart worden gepubliceerd, maar liep door de COVID-situatie vertraging op.

Het eerste rapport deed verslag over de periode augustus 2015 tot en met december 2016. Het tweede rapport bestrijkt de periode januari 2017 tot en met augustus 2019, maar neemt ook de meest relevante ontwikkelingen en acties mee die na die periode hebben plaatsgevonden. 

Voor BINI is één van de grootste obstakels voor de ontwikkeling van Suriname het ontbreken van goed bestuur. Rekenschap en het afleggen van verantwoording, is daar een belangrijk onderdeel, maar helaas is er van systematische monitoring van beleid geen sprake, waardoor de effectiviteit en de efficiëntie hiervan dus niet wordt gemeten.
Beleidsmonitoring zou primair de taak moeten zijn van de instituten die verantwoordelijk zijn voor het maken en uitvoeren van beleid, en van degenen die het horen te controleren: overheid en DNA. Vanwege het ontbreken van die monitoring, zijn de monitoringsrapporten van BINI de enige poging om systematisch in kaart te brengen wat er in Suriname aan acties is ondernomen door de diverse actoren – overheid en niet-overheid.

Het rapport bekijkt niet het hele regeringsbeleid, maar richt zich op de thema’s waar BINI zich over buigt, namelijk: 
goed bestuur en rechtsstaat
milieu
onderwijs
financieel-economische en monetaire ontwikkeling
kinderrechten
gender
rechten van Inheemsen en Tribale Volken
decent work (fatsoenlijk werk)
rechten van LGBT
gezondheidszorg
sport
Binnen elk van deze thema’s is er een aantal vragen/beleidsgebieden geselecteerd. Daardoor geeft het monitoringrapport slechts een beperkt beeld van wat het totaal overheidshandelen is (geweest) en wat niet-overheidsactoren hebben gedaan. Informatie is verzameld middels literatuur- en media-onderzoek en interviews, en is voor zover mogelijk geverifieerd bij de diverse stakeholders. 

Zwakke planning, onsamenhangend beleid
Over het algemeen lijkt er op de gekozen beleidsterreinen wel veel gedaan te zijn, maar het is vaak onduidelijk waar dat toe leidde. Ook bij dit tweede rapport zien we veelal losse projectjes en kleine los van elkaar staande acties, zonder dat er duidelijke prioriteiten zijn gesteld, of een logische opbouw van acties is te onderscheiden. Er is nauwelijks sprake van een strategische benadering van beleid. Daarbij zien wij binnen bepaalde beleidsgebieden veel nadruk op één type van actie of strategie, bijvoorbeeld wetgeving bij arbeid (Decent Work) of bewustwording bij gender. Bij een strategische benadering zou er een goede verhouding tussen de verschillende type van acties zijn. Heel opvallend is hoe weinig onderzoek en evaluatie er wordt gedaan (en/of gepubliceerd) – alleen binnen de milieu-sector wordt daar nog flink in geïnvesteerd. 

Veel kleine, losse acties binnen een beleidsgebied kunnen een vertekend beeld opleveren van de ware aard, grootte en het belang van de interventies. De werkelijke impact van het gevoerde beleid op de kwaliteit van leven van burgers blijft daardoor onzichtbaar.

Geen monitoring en evaluatie, geen rekenschap
Een enorm obstakel voor het objectief kunnen monitoren van beleidsuitvoering is het gebrek aan systematische rapportage van acties. Door het uitblijven van activiteiten-, project- en programmarapportages, en doordat het niet mogelijk is om bestedingen direct toe te schrijven aan acties, kan er ook geen evaluatie plaatsvinden over de efficiëntie en effectiviteit van bestedingen, of over de investeringen in bijvoorbeeld specifieke doelgroepen.

Het monitoren van beleid hoort niet alleen een verslag op te leveren over wat er is gedaan, maar zou ook een beeld moeten geven van hoe acties zijn uitgevoerd en wat ze hebben gekost. Bij evaluatie hoort ook de vraag naar de rechtmatigheid en de doelmatigheid van inzet van middelen en capaciteit – vragen die ook nu niet beantwoord kunnen worden. Regeringen die geen boekhouding bijhouden en publiceren maken zichzelf niet alleen kwetsbaar voor verdachtmakingen over corruptie en onrechtmatig handelen, maar zijn hoe dan ook op zijn minst medeplichtig aan het creëren van de omstandigheden waarin corruptie welig kan tieren. In het ergste geval is de weigering om enige vorm van rekenschap af te leggen (en dus minstens het openbaren van de boekhouding) een teken van het moedwillig faciliteren van corruptie.

Kwaliteit van bestuur en beleid
We moeten ook de werkelijke effecten kunnen meten van beleidsacties. Om uitspraken te kunnen doen over de kwaliteit van het bestuur en beleid zouden wij de baten naast de kosten moeten kunnen leggen. Slechts aangeven dat er bijvoorbeeld 20 personen zijn getraind om kwetsbare kinderen te begeleiden, geeft geen beeld van wat het effect is op het leven en welzijn van de doelgroep. Hoe zijn de getrainden ingezet, hoeveel kinderen hebben ze bereikt, wat is anders gegaan in de begeleiding? Dat vraagt om het monitoren op outcome en impact en niet slechts op output. Dus niet alleen het aantal bruggen moeten worden geteld, maar het verschil dat die bruggen maken in het leven van mensen. 

Bij een goed functionerende planning, en bijbehorend monitoringsysteem, zouden deze resultaten voorhanden zijn. Er is de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in de hervorming van het nationaal planapparaat. De resultaten daarvan hebben we helaas nog niet kunnen merken. Aan de vooravond van verkiezingen en dus met een nieuwe regeerperiode in het vooruitzicht is er een nieuwe kans voor regeerders om zich te committeren aan de principes van goed bestuur, door een cultuur van transparantie en rekenschap te omarmen.

Het tweede Beleidsmonitoringsrapport is hier te downloaden.

donderdag 1 december 2016

Huiselijk geweld - waarom stopt hij niet?

“Waarom blijft ze nou”, is de vraag die vaker wordt gesteld als er een geval van huiselijk geweld wordt besproken. Maar niemand stelt de vraag, “waarom stopt hij niet?”. Hiermee openden Carla Bakboord en Henna Guicherit van het Women’s Rights Center, partner van het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) het mini-college “Huiselijk geweld: oorzaken, gevolgen en wat de wet zegt”. Dit mini-college was onderdeel van de 9e Democratiemaand, georganiseerd door PROJEKTA en BINI.

 Oorzaken van Huiselijk geweld

Bakboord gaf aan dat er vanuit drie theorieën gekeken wordt naar de oorzaken van huiselijk geweld.  

De sociale leertheorie geeft aan dat geweld wordt overgedragen van generatie tot generatie. Kinderen uit gezinnen waarin geweld gebruikt wordt zullen zelf ook naar geweld grijpen als ze volwassen zijn, omdat ze dit als ‘normaal’ beschouwen. Mishandelaars imiteren dan gezaghebbende personen die als rolmodel fungeren. Zo belandt het gezin uiteindelijk in een vicieuze cirkel van geweld. In deze benadering wordt er naar patronen van geweld gezocht gedurende de opvoeding. Maar, niet elke kind dat mishandeld is geworden, wordt een dader. De verschillende omgevingen waarin je wordt opgevoed zoals de school, kerk, clubs, kunnen hier een belangrijke rol spelen. In die setting kan het voorkomen dat je andere voorbeelden krijgt, je leert op een andere manier omgaan met conflicten.

Volgens de pathologische benadering vloeit geweld enerzijds voort uit medisch-fysiologische stoornissen, anderzijds uit psychopathologische oorzaken. In het deel van het menselijk brein dat verantwoordelijk is voor het reguleren van de emoties, zouden zich geregeld stoornissen voordoen.  Maar, aan de hand van wie er in de buurt is zijn ze wel in staat keuzes te maken, als iemand met gezag in de buurt is, wordt het slachtoffer niet mishandeld. Zo ook als de persoon in staat is om voor zich zelf op te komen. De dader weet wel een selectie te maken en zoekt een slachtoffer over wie ze gezag hebben.

In de genderbenadering wordt ervan uitgegaan dat huiselijk geweld, met name partnergeweld, grotendeels voortkomt uit de traditionele rolpatronen van mannen en vrouwen. De gender theorie onderscheidt de biologische eigenschappen van mannen en vrouwen (geslacht) van de sociale rollen die zij vervullen en de hiërarchische verhoudingen tussen hen (gender). Je wordt als man of vrouw geboren. Hoe je je in de samenleving moet gedragen, wat er van je verwacht wordt omdat je man of vrouw bent, naar wie je moet luisteren, volgen of gehoorzamen wordt echter aangeleerd. Een bekende uitspraak van de daders volgens Carla Bakboord is ‘ Als ze naar me had geluisterd had ik het niet gedaan’

Om de werking van de onevenwichtige sociale en economische verhoudingen te illustreren hebben de aanwezigen een rollenspel gespeeld waarin zij de rol van o.a. het slachtoffer, werkgever, dader, hulpverlener en dominee vertolkte. Bij reflectie werd er opgemerkt dat niemand de dader aansprak, en dat het slachtoffer dat om concrete hulp ging zoeken, maar alleen advies kreeg. Het was voor het slachtoffer in het rollenspel ook moeilijk om hulp te aanvaarden omdat de kinderen weer terug naar huis wilden, de dominee in het rollenspel verwees naar de vooraanstaande positie die de dader had in gemeenschap; er was gevaar voor baanverlies. Ook bedreigde de dader het slachtoffer haar te vermoorden. 

Carla Bakboord merkte op dat er heel serieus omgegaan moet worden met die bedreiging “Als hij zegt dat hij je gaat vermoorden, gaat hij het ook (proberen te) doen”


Na reflectie kwam terecht de vraag hoe je dan wel verantwoordelijk hulp bieden in zulke situaties. Dit kan door een beschermingsbevel aan te vragen, nog voordat het geweld heeft plaats gevonden gaf Henna Guicherit aan. In 2009 is er een wet Huiselijk Geweld aangenomen, die het mogelijk maakt om een beschermingsbevel aan te vragen ter bescherming van jezelf of anderen die slachtoffer zijn of dreigen te worden, van huiselijk geweld. Binnen deze wet is niet alleen partnergeweld opgenomen, maar elke vorm van lichamelijk, seksueel, psychisch of financieel geweld dat wordt gepleegd door een persoon tegen een partner, kind, ouder, lid van het gezin of behoeftige, ongeacht waar het geweld plaatsvindt. Het bevel kan aangevraagd worden door de partner (slachtoffer) van de geweldpleger, een lid van het gezin, een kind door tussenkomst van personen, een ouder en een persoon die een kind heeft met de geweldpleger. Het overtreden van dit bevel wordt bij eerste overtreding gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste 4 jaar, bij meerdere overtredingen loopt dit op. Het bijzondere aan deze wet is dat het bevel aangevraagd kan worden nog voordat het geweld heeft plaatsgevonden. De wet is bedoeld om preventief te werk gaan.



donderdag 14 juli 2016

“Alles heeft met gender te maken”

Op zaterdag 9 juli heeft Projekta de mini-workshop Gender, Sport en Cultuur gehouden. De workshop was onderdeel van het Actieve Burgers door Cultuur en Sport programma (ABCS). 
ABCS is een samenwerking tussen Projekta, de Nederlandse Ambassade in Suriname en de Internationale Sports Alliance (ISA).

Deelnemers uit NAWARU (Naks Wan Rutu), Sangh Parivar Suriname, Zwemvereniging Neptunes, Stichting Letitia Vriesde Sportpromotie Suriname, Stiwewa,  ABSO en Juku Jume Maro hebben zich opgegeven voor deelname aan de workshop. 

Tijdens de workshop is ingegaan op het verschil tussen gender en sekse. Verder is ook gekeken naar de verschillen in opvattingen over mannelijkheid en vrouwelijkheid en hoe deze opvattingen worden doorgegeven. De deelnemers zijn nagegaan hoe de verschillende opvattingen over mannelijkheid en vrouwelijkheid hun weerslag vinden in de participatie van jongen en meisjes, en mannen en vrouwen aan de activiteiten van en binnen de organisatie.

Zo bleek bijvoorbeeld dat tienermeisjes minder deelnemen aan sportactiviteiten dan tienerjongens, dat er meer mannelijke coaches dan vrouwelijke coaches zijn, en ook meer mannelijke dan vrouwelijke bestuursleden.

“Mannen willen meer in actie zijn, en de vrouwen doen het schrijfwerk”

“De jongens gaan voor de race, de meisjes meer voor het verbeteren van hun technieken”

“ De mannen maken de instrumenten en de vrouwen maken de kostuums”

Deelnemers hebben nagedacht over de onderliggende boodschappen die van invloed zijn op de participatie van jongens en meisjes, en mannen en vrouwen. Van de woordkeuze op promo-flyers die geassocieerd wordt met vrouwelijkheid, tot de keuze van trainingsonderdelen en de veranderende lichaamsbouw die geassocieerd worden met mannelijkheid.

De deelnemers waren het er over eens dat elk individu in staat gesteld moet worden om de positieve effecten van de deelname aan sport- en cultuuractiviteiten op het persoonlijk leven te kunnen ervaren, ongeacht het geslacht van de deelnemers. Desondanks was het bedenken van activiteiten om gendergelijkheidsprincipes door te voeren binnen de organisatie geen eenvoudige opgave.

“Het stimuleert mij om verder te gaan, het is een push om naar het bestuur te gaan en te gaan praten over hoe meer vrouwen in het bestuur te krijgen” 


Hoe krijg je meer vrouwelijke coaches? Hoe krijgen we meer vrouwen in het bestuur? Hoe krijgen we meer mannelijke deelnemers aan onze danslessen? Hoe krijgen we meer mannelijke cursisten bij onze cultuurlessen? Dit zijn enkele vragen waar deelnemers in de komende periode verder over zullen nadenken. Projekta blijft de deelnemers hierin begeleiden.



dinsdag 12 mei 2015

VOOR ONZE TOEKOMST. Burgerinitiatief

Wij zijn burgers van Suriname en dit is onze stem.


Wij zijn een groep van maatschappelijke organisaties en individuele burgers die willen dat personen en instanties die namens ons het land regeren en ons vertegenwoordigen, meer verantwoording afleggen (rekenschap). 
Wij willen dat het altijd duidelijk is welke besluiten worden genomen en op basis waarvan (transparantie). Wij willen dat burgers meer invloed hebben op de besluiten die hun leven bepalen (participatie en zeggenschap). En vooral willen wij dat de principes van een mensenrechtenbenadering de basis vormen voor onze ontwikkeling.


Dat klinkt moeilijk.

Maar eigenlijk is het heel gemakkelijk. Wij willen een betere samenleving, waarin de mens en menselijke waardigheid centraal staan. Waarin er rechtvaardigheid is en waar een ieder zich gelijkelijk beschermd voelt door de wet. Een land waar de waarborging en beleving van de rechten van alle mensen het uitgangspunt is van wat wij allemaal doen: regering, overheid, bedrijfsleven, en wij zelf alscivil society. Dat wil zeggen: een land waar alle mensen gelijk zijn, of ze nu rijk of arm zijn, in het binnenland wonen of in de stad, jong of oud zijn, ongeacht religie, seksuele oriëntatie, of welke andere status dan ook, zoals in Artikel 8 van onze Grondwet wordt bedoeld.

In zo een land is er aandacht voor iedereen, maar vooral voor de mensen die extra aandacht nodig hebben, omdat zij minder kansen hebben(inclusiviteit).
In zo een land is er geen plaats voor vriendjespolitiek, partijbelang en corruptie.
In zo een land neemt de Staat haar burgers serieus, en is zij inderdaad dienstbaar aan alle mensen.
En als dat niet gebeurt, dan hebben wij, burgers het recht om dit alles op te eisen.

Het Burgerinitiatief is nagegaan: wat zijn voor ons de dingen die er echt toe doen op ons werkgebied? Wat zou hoog op de agenda moeten staan van elke partij en dus van elke komende regering?
Want voor ons zijn de verkiezingen slechts een momentopname. Het echte werk is het regeren.

Wij zijn burgers van Suriname; en dit is wat wij willen.

Klik hier voor de brochure met hoofdpunten. 
Klik hier voor het volledige document "Voor Onze Toekomst"

zondag 30 november 2014

Vrouwenrechten Vraag en Antwoord (vervolg mensenrechtenpane)


       Bij ons Mensenrechtenpanel, op 20 november, waren er nog een aantal vragen die, vanwege het late uur, niet meer aan bod zijn gekomen. We legden ze achteraf voor aan de panelleden. Hier Carla Bakboord, van het Women's Rights Centre aan het woord.


Vraag 1. De achterstandspositie die vrouwen op dit moment innemen met name in de politiek, is dit niet te danken aan de vrouw zelf?
De achterstandspositie van vrouwen heeft alles te maken met de manier waarop de samenleving ( dus zowel mannen als vrouwen) vrouwen en mannen positioneren. En die positie is ongelijkwaardig en ongelijk.  Ongelijkwaardig in die zin dat aan onder andere vrouwenrollen, taken en verantwoordelijkheden minder waarde wordt toegekend dan aan die van mannen. Zowel jongens als meisjes, vrouwen als mannen leren vanuit diverse instituties , waaronder de media, onderwijs, literatuur, politiek, religie, wetgeving etc.. dat vrouwen ondergeschikt zijn aan mannen. Dat uit zich in de toegang hebben tot allerlei bronnen. Zo zien we dat mannen en vrouwen niet in gelijke mate toegang hebben tot die bronnen. (gelijkheid) Die opvatting is ook in de hoofden van vrouwen. Meisjes en vrouwen worden niet opgevoed op een andere planeet. Zij krijgen dus dezelfde boodschappen als jongens en mannen. En vinden vele vrouwen dat vrouwen dus ondergeschikt behoren te zijn aan mannen. Daarom richten wij, WRC, ons zowel op vrouwen en mannen in de strijd voor genderongelijkheid om  de achterstandspositie van vrouwen moet opheffen. Echter, mannen hebben onder andere een achterstand in de reproductieve taken en zorg. Ook daar zal die achterstand opgeheven moeten worden.


Vraag 2. Gendergelijkheid en gelijke behandeling, bejegening en waardering zal dan pas bevorderd worden wanneer de biologische verschillen tussen man en vrouw in het bewustzijn van de mens geminimaliseerd worden. Eens?
Ik begrijp de denkwijze van deze vraag wel. Echter ben ik het er  niet mee  eens .Want als we ons alleen zouden houden aan de biologische verschillen zonder daar een (gender) norm en waarde aan te geven, is er geen situatie van de genderongelijkheid. Maar… omdat we de biologische verschillen hebben vertaald in wat de twee seksen wel en niet mogen (gender) is die ongelijkheid en ongelijkwaardigheid binnengedrongen in ons denken en handelen. Gender verwijst ook naar  de betekenis die we geven aan vrouwelijkheid en mannelijkheid. Biologische verschillen leiden namelijk niet vanzelfsprekend tot genderongelijkheid. Voorbeeld: in zowel heteroseksuele als homoseksuele relaties komt genderongelijkheid voor. En die zijn niet allen gebaseerd op biologische verschillen, maar op gender gerelateerde opvattingen over  mannelijkheid en vrouwelijkheid. En welke macht en positie we toeschrijven aan mannelijkheid en vrouwelijkheid. Vrouwelijkheid staat dan traditioneel voor zwak, en ondergeschikt. En mannelijkheid voor sterk en superieur. Vrouwelijkheid kan de man worden toegeschreven. Die bevindt zich dan in een ondergeschikte positie ten opzichte van de ander die de positie van mannelijkheid bekleedt. Dit heeft dan niets meer te maken met biologische verschillen maar met genderverschillen.


vrijdag 8 maart 2013

8 maart agenda


Het is weer 8 maart.
En dat zullen we weten, gelukkig maar!
Niet eerder in de recente geschiedenis is er zoveel activiteit te bespeuren in Suriname rond  de Internationale Dag van de Vrouw: dat stemt goed.
Bij de 100ste herdenking van 8 maart besloot Projekta de “Maart van de Vrouw” te organiseren. Omdat we vonden dat er veels te weinig aandacht was voor de maatschappelijke positie van vrouwen; voor vrouwenrechten, voor gendergelijkheid. We organiseerden openbare discussies, trainingen, initieerden de Genderdialoog om te komen tot een participatorisch Genderbeleid, zonden mediaproducten uit, en produceerden een nieuwsbrief.
Dit jaar is er geen gebrek aan aandacht voor 8 maart, en voor het VN thema van het jaar, “Geweld tegen Vrouwen”. Daar hebben wij niets aan toe te voegen op dit moment, dus besloten we het een jaartje rustiger aan te doen.

Dit is al de 4e keer binnen 15 jaar dat het VN Thema van 8 maart te maken heeft met geweld tegen vrouwen. We hadden al eerder in 1999, 2007 en 2009 min of meer hetzelfde thema. We hopen dan ook dat alle mensen, organisaties, politici, beleidsmakers die deze dagen zich hebben uitgesproken tegen geweld tegen vrouwen die overtuiging ook in handelen zullen (blijven) omzetten na 8 maart.

Wij hopen ook dat dit jaar het jaar is dat het tij is gekeerd: dat vanaf nu elke 8 maart een stortvloed van activiteit zal laten zien; een culminatie van alle aandacht voor de maatschappelijke positie van de vrouw, voor vrouwenrechten, het gehele jaar door.
Hier een overzicht van alle 8 maart activiteiten, voor zover we die konden achterhalen.

Een bezinningsvolle 8 maart.

Het PROJEKTA team