Posts tonen met het label Carla Bakboord. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Carla Bakboord. Alle posts tonen

maandag 10 december 2018

Videoproducties strijd tegen huiselijk geweld


Ter gelegenheid van de Dag van de Rechten van de Mens is de EU Delegation’s Human Rights Award 2018 uitgereikt aan mevrouw Elfriede Cederboom-Ritfeld. De award is uitgereikt als feestelijke afsluiting van een informatieve seminar ‘Presentation on Human Rights - Fight Against Domestic Violence’ welke plaatsvond in de ballroom van Lalla Rookh op donderdag 6 december. Op die dag zijn er twee video's vertoond. In de eerste video spreekt mevrouw Cederboom over huiselijk geweld en de strijd die geleverd is en nog steeds wordt om hier een einde aan te maken. 

In de tweede video gaan Sheila Ketwaru- Nurmohamed (directeur BFN), Carla Bakboord (Women's Rights Centre), Nadia Raveles (oud directeur Stichting Stop Geweld tegen Vrouwen), Siegmien Staphorst (mede oprichter Nationale Vrouwen Beweging, IHHJB) in op enkele belangrijke momenten in de strijd tegen huiselijk geweld, en personen die een cruciale bijdrage geleverd hebben. Ook spreken ze hun dankzegging uit naar mevrouw Elfriede Cederboom-Ritfeld voor het baanbrekende werk dat door haar verzet is.

Bekijk hier de video’s:


donderdag 1 december 2016

Huiselijk geweld - waarom stopt hij niet?

“Waarom blijft ze nou”, is de vraag die vaker wordt gesteld als er een geval van huiselijk geweld wordt besproken. Maar niemand stelt de vraag, “waarom stopt hij niet?”. Hiermee openden Carla Bakboord en Henna Guicherit van het Women’s Rights Center, partner van het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) het mini-college “Huiselijk geweld: oorzaken, gevolgen en wat de wet zegt”. Dit mini-college was onderdeel van de 9e Democratiemaand, georganiseerd door PROJEKTA en BINI.

 Oorzaken van Huiselijk geweld

Bakboord gaf aan dat er vanuit drie theorieën gekeken wordt naar de oorzaken van huiselijk geweld.  

De sociale leertheorie geeft aan dat geweld wordt overgedragen van generatie tot generatie. Kinderen uit gezinnen waarin geweld gebruikt wordt zullen zelf ook naar geweld grijpen als ze volwassen zijn, omdat ze dit als ‘normaal’ beschouwen. Mishandelaars imiteren dan gezaghebbende personen die als rolmodel fungeren. Zo belandt het gezin uiteindelijk in een vicieuze cirkel van geweld. In deze benadering wordt er naar patronen van geweld gezocht gedurende de opvoeding. Maar, niet elke kind dat mishandeld is geworden, wordt een dader. De verschillende omgevingen waarin je wordt opgevoed zoals de school, kerk, clubs, kunnen hier een belangrijke rol spelen. In die setting kan het voorkomen dat je andere voorbeelden krijgt, je leert op een andere manier omgaan met conflicten.

Volgens de pathologische benadering vloeit geweld enerzijds voort uit medisch-fysiologische stoornissen, anderzijds uit psychopathologische oorzaken. In het deel van het menselijk brein dat verantwoordelijk is voor het reguleren van de emoties, zouden zich geregeld stoornissen voordoen.  Maar, aan de hand van wie er in de buurt is zijn ze wel in staat keuzes te maken, als iemand met gezag in de buurt is, wordt het slachtoffer niet mishandeld. Zo ook als de persoon in staat is om voor zich zelf op te komen. De dader weet wel een selectie te maken en zoekt een slachtoffer over wie ze gezag hebben.

In de genderbenadering wordt ervan uitgegaan dat huiselijk geweld, met name partnergeweld, grotendeels voortkomt uit de traditionele rolpatronen van mannen en vrouwen. De gender theorie onderscheidt de biologische eigenschappen van mannen en vrouwen (geslacht) van de sociale rollen die zij vervullen en de hiërarchische verhoudingen tussen hen (gender). Je wordt als man of vrouw geboren. Hoe je je in de samenleving moet gedragen, wat er van je verwacht wordt omdat je man of vrouw bent, naar wie je moet luisteren, volgen of gehoorzamen wordt echter aangeleerd. Een bekende uitspraak van de daders volgens Carla Bakboord is ‘ Als ze naar me had geluisterd had ik het niet gedaan’

Om de werking van de onevenwichtige sociale en economische verhoudingen te illustreren hebben de aanwezigen een rollenspel gespeeld waarin zij de rol van o.a. het slachtoffer, werkgever, dader, hulpverlener en dominee vertolkte. Bij reflectie werd er opgemerkt dat niemand de dader aansprak, en dat het slachtoffer dat om concrete hulp ging zoeken, maar alleen advies kreeg. Het was voor het slachtoffer in het rollenspel ook moeilijk om hulp te aanvaarden omdat de kinderen weer terug naar huis wilden, de dominee in het rollenspel verwees naar de vooraanstaande positie die de dader had in gemeenschap; er was gevaar voor baanverlies. Ook bedreigde de dader het slachtoffer haar te vermoorden. 

Carla Bakboord merkte op dat er heel serieus omgegaan moet worden met die bedreiging “Als hij zegt dat hij je gaat vermoorden, gaat hij het ook (proberen te) doen”


Na reflectie kwam terecht de vraag hoe je dan wel verantwoordelijk hulp bieden in zulke situaties. Dit kan door een beschermingsbevel aan te vragen, nog voordat het geweld heeft plaats gevonden gaf Henna Guicherit aan. In 2009 is er een wet Huiselijk Geweld aangenomen, die het mogelijk maakt om een beschermingsbevel aan te vragen ter bescherming van jezelf of anderen die slachtoffer zijn of dreigen te worden, van huiselijk geweld. Binnen deze wet is niet alleen partnergeweld opgenomen, maar elke vorm van lichamelijk, seksueel, psychisch of financieel geweld dat wordt gepleegd door een persoon tegen een partner, kind, ouder, lid van het gezin of behoeftige, ongeacht waar het geweld plaatsvindt. Het bevel kan aangevraagd worden door de partner (slachtoffer) van de geweldpleger, een lid van het gezin, een kind door tussenkomst van personen, een ouder en een persoon die een kind heeft met de geweldpleger. Het overtreden van dit bevel wordt bij eerste overtreding gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste 4 jaar, bij meerdere overtredingen loopt dit op. Het bijzondere aan deze wet is dat het bevel aangevraagd kan worden nog voordat het geweld heeft plaatsgevonden. De wet is bedoeld om preventief te werk gaan.



donderdag 17 november 2016

Interactieve sessies tijdens Democratiemaand

Deelnemers aan de BINI-mini over huiselijk geweld spelen de dagelijkse problematiek van slachtoffers en daders van huiselijk geweld na door middel van een rollenspel
De 9e Democratiemaand is in volle gang. Vandaag is alweer de laatste dag met de zogenaamde BINI-mini’s: mini-colleges voor basiskennis en bewustwording voor niet-deskundigen. Door middel van de BINI-mini’s wil Projekta (in samenwerking met het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur- BINI) burgers bewapenen met feiten, zodat zij hun mening kunnen vormen en constructief discussies kunnen voeren.
De sessies hadden een zoveel mogelijk interactief karakter, varierend van schrijfopdrachten tot een heus rollenspel. 
Klik hier voor het gehele programma en meld je snel aan voor de laatste BINI-mini’s van deze Democratiemaand. 
Tijdens de besloten sessie met het LGBT Platform
werd er uitgebreid aandacht besteed aan gender
en sekseverschillen tussen mannen en vrouwen
Deelnemers aan de BINI-mini over Mijnbouw en Duurzame
Ontwikkeling kregen op losse vellen de verschillende
schakels in de 'Natural Resource Charter Decision Chain'.
Zij moesten onderling en samen met het publiek
de schakels in de juiste volgorde zetten om zo
de Ketting te vormen.

maandag 15 juni 2015

Structurele oplossingen en hervormingen sleutel voor welvaart en welzijn

Door Carla Bakboord

De verkiezingen met zijn felle campagnes zijn achter de rug en wij gaan over tot de orde van de dag. Women’s Rights Centre, het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur en de Ook Zij-campagne volgen de uitslag met argusogen. Is ons streven van 30 procent vrouwen in De Nationale Assemblee gehaald?
De strijd om vrouwen in het politieke machtscentrum te krijgen, wordt sinds de twintigste eeuw gevoerd. Belangrijke voorvechters zoals mr. J. C. de Miranda en Corry Tendeloo hebben daar een flinke bijdrage aan geleverd. In de jaren negentig benadrukte het Vrouwen Parlement Forum met zijn leus, “Kies Bewust, Stem op een Vrouw” het recht op voorkeurstemmen.
Nu zet de Ook Zij-campagne in samenwerking met DNA deze strijd voort. Meer vrouwen in DNA is een feit en dat de nieuwe regering niet kan achterblijven is een kwestie van rechtvaardigheid. Ik sprak met twee nieuwbakken vrouwelijke parlementariërs; Krishna Mathoera (V7/ VHP) en Jennifer Vreedzaam (NDP). Beiden hebben bewust een keuze gemaakt om via het hoogste politiek bestuurlijk orgaan bij te dragen aan structurele veranderingen die zowel vrouwen als mannen ten goede komen.

Krishna Hussainali-Mathoera
Krishna Hussainali-Mathoera, vijfde uit een gezin van negen kinderen, is opgegroeid te Boma. Van haar ouders, die leefden van de landbouw, leerde zij hard te werken en moest ze vroeg opstaan om te studeren. Haar succesvolle carrière startte bij de Dienst der Belastingen en werd voortgezet bij het Korps Politie Suriname. Zij doorliep de officiersopleiding en behaalde een master in Public Administration. Krishna is sociaal actief en voorzitter van Art of Living.

Waarom heb jij je kandidaat gesteld voor DNA?
Krishna Hussainali-Mathoera
“Als lid van DNA, het hoogste politieke orgaan, kan ik invloed uitoefenen op het bestuurlijk apparaat. Zo kan ik ons land op een hoger en breder niveau dienen. Tijdens mijn loopbaan en in mijn vrijwilligerswerk heb ik ervaren dat de samenwerking binnen het bestuur niet goed op gang komt. Er wordt onvoldoende doorgedacht om integral beleid te maken. Men werkt nog teveel in hokjes. Dit kan beter aangepakt worden. Ik ben zeer begaan met jongeren die in de criminaliteit terechtkomen. Ik wil dat ze eruit komen, dat zij resocialiseren. Dit betekent dat diverse ministeries zoals Justitie en Politie, Sport- en Jeugdzaken en Arbeid daar beleid op moeten maken dat op elkaar is afgestemd. En dat zie ik onvoldoende.
Ook als het gaat om huiselijk geweld. Het is niet de verantwoordelijkheid van de politie alleen. Ministeries zoals Sociale Zaken en Volkshuisvesting, Volksgezondheid en anderen moeten hun verantwoordelijkheid kennen en nemen. Ook hier moet er duidelijk afstemming zijn. Een structurele oplossing is voor mij belangrijk. En als DNAlid kan je de regering hierop terecht wijzen en controleren. Als we meer liefde voor elkaar hebben en elkaar meer ondersteunen, zullen we ook meer bereiken voor dit land. In het verkiezingsprogramma van VHP/V7 is de mens de belangrijke factor in de ontwikkeling.”
Zo vertelt Krishna dat waar er een achterstand is, zij zich zullen inzetten in het opheffen van die achterstand. “Jongens bijvoorbeeld hebben een achterstand in het onderwijs. Daar moeten we beleid op maken. Anders krijgen we weer een andere ongelijkheid. En dat is niet het streven. Dit geldt ook voor andere groepen die gediscrimineerd worden zoals de LGBT-groepen en mensen met een beperking. Wij moeten mogelijkheden creëren voor achtergestelde groepen zodat zij actief kunnen participeren in processen van onze samenleving. Ik heb ook ervaren dat mensen weinig informatie hebben. Vaak weten zij niet waar te gaan voor hulp. Een meldpunt zou goed dienst kunnen doen. Of het nu om huiselijk geweld gaat of andere problemen. Het gaat erom dat we zaken preventief moeten aanpakken. Drugverslaafden hebben een grote impact op de kwaliteit van het leven van hun familie.
Hoe sneller je deze mensen helpt, hoe beter je kan voorkomen dat zij dieper in de verslaving raken.
Een vroege signalering waarbij, via het meldpunt, bevoegde instanties direct kunnen anticiperen. Dit zijn onder meer de kwesties waar ik mij als DNA-lid professioneel voor zal inzetten. Zo zal ik steeds nagaan welke issuesin het belang zijn van de mens en middels dialoog deze op de DNAagenda krijgen. Als oppositie kan je namelijk veel betekenen door regelmatig te lobbyen; zowel met civil society als regeringsvertegenwoordigers. Zo wil ik draagvlak creëren voor prangende kwesties.”

Jennifer Vreedzaam
Jennifer is een Inheemse vrouw uit het dorp Pierrekondre Kumbasie in district Para. Zij komt uit een politiek bewust gezin. De vele discussies met haar ouders, Harriette Joeroeja en Werner Vreedzaam, over de ontwikkeling van Suriname hebben haar mede gevormd tot de vrouw die zij vandaag is. Zij leerden haar dat je niet alleen voor jezelf leeft, maar dat je je moet inzetten voor anderen.

Waarom heb jij je kandidaat gesteld voor DNA?
Jennifer Vreedzaam
“Ik stond er eerst niet bij stil toen de dorpsbesturen en gemeenten mij hadden voorgedragen. Ik twijfelde. Ik besefte het niet. Er was ook een andere vrouwelijke kandidaat. Toen de keus eenmaal op mij viel, werd ik er bewust van dat het volk mij wilde hebben. Ik aarzelde niet meer en besloot mijn kandidaatschap te aanvaarden. Want ik realiseerde mij dat ik op DNA-niveau veel meer kan doen. Ik stond er helemaal niet bij stil dat het mensen opviel wat ik doe voor de samenleving. Ik werkte namelijk eerst bij het Bureau Openbare Gezondheidszorg voor het binnenland. Daarna ben ik overgeplaatst naar het ministerie van Sport- en Jeugdzaken; ook voor het binnenland. Bovendien ben ik actief in de NDP en die houdt zich bezig met sociale projecten. Niet wetende dus dat mensen mij volgen en beoordelen.
Als DNA-lid kan ik nu meer invloed uitoefenen op het decentralisatieproces. Ik kan dan meer controle uitoefenen op het rechtmatig verdelen van bronnen. We moeten er aan werken dat niet alles centraal in de stad gebeurt, maar dat ook de districten en het binnenland er baat bij hebben. Ik heb daar altijd voor gevochten en kan nu een wezenlijk bijdrage leveren. En dat begin ik steeds meer te beseffen. De hervormingen moeten komen. Zo zullen de gelden voor de districten ook bijdragen aan het welzijn en welvaart van vrouwen en kinderen in de districten en het binnenland.
Ik heb namelijk gezien dat de issues van vrouwen op de plantages hetzelfde zijn als die van de dorpen en andere gebieden. Of het nu gaat om Marron- of Inheemse vrouwen. Ik heb het dan over Para. Para heeft een bepaalde ontwikkeling meegemaakt. Maar heel veel vrouwen zijn niet meegenomen in het process van bijvoorbeeld scholing. Vrouwen willen scholing, herscholing, de Bigismaskoro, de avondschool. Dat vind ik fantastisch. Ik zeg het je eerlijk. De mensen hebben het zelf aangegeven: ‘ik wil terug naar school’. Heel veel mensen zitten in geoccupeerd gebied. We weten dat de regering moeite zal doen. Maar velen willen zich scholen zodat zij misschien later terug kunnen gaan naar hun eigen gebieden. Titel krijgen op grond is ook voor vrouwen belangrijk voor hun bestaansrecht. Daarnaast willen vrouwen de agrarische productie aanpakken. Ik ga mij dus ook hiervoor inzetten. Gezinslandbouw met andersoortige agrarische methodieken. Ik heb al een aantal vrouwen geïdentificeerd die planten en leveren aan de cassava fabriek. De potentie is er voor vrouwen om zich te ontwikkelen. In Para zijn meer dan 80 procent vrouwen gekozen in de ressort- en districtsraad. Zij zijn middelbaar en hoger geschoold, ook van de Anton de Kom Universiteit. Zij zullen bestuurlijk verder geschoold worden. Dit wordt mooi voor Para, omdat we verder gaan voor de institutionele versterking en decentralisatie. Samen met de rr- en dr-leden zullen wij de overheidsinstrumenten gebruiken voor verdere ontwikkeling van zowel vrouwen als mannen in dit district. De welwillendheid is er en dat maakt dat ik enthousiast ben.”.-

Dit artikel verscheen maandag 8 juni in de rubriek ‘Genderoptiek’ van de Ware Tijd. Deze rubriek is één van de middelen van het Women's Rights Centre om gendergelijkheid en gendergelijkwaardigheid te bevorderen, vrouwenrechten te bepleiten en alle vormen van geweld tegen vrouwen uit te bannen.

vrijdag 12 juni 2015

Politiek leiderschap is ook vrouwelijk

Door Henna Guicherit

Ik heb wekenlang gezweefd boven het politieke strijdtoneel. Vele malen ingezoomd op de vrouwelijke DNAkandidaten van mijn kiesdistrict voordat ik mijn stem uitbracht op een dya dya vrouw.
Mannelijke kandidaten had ik niet in het vizier. Zij waren als haantjes, al dan niet ethisch verantwoord, zich in de belangstelling van de kiezers te werken. “Mannen zijn geboren leiders”, hoorde ik een Abop-kandidaat kort vóór de verkiezingen met de brede kant van zijn mond zeggen. Zijn overtuigende blik deed vermoeden dat, als het aan hem ligt, het politiek leiderschap tot het einde der dagen het privilege van de mannelijke sekse blijft. Wat ik hem niet heb horen zeggen is dat vrouwen dan kennelijk “geboren lijders” zijn.
Harriët Ramdien
Partijbonzen hebben, in navolging van de koloniale heersers, decennialang vrouwen onrecht aangedaan door hen uit te sluiten van politieke functies. En vrouwen brengen daar nu resoluut verandering in. Terwijl twee projecten gericht op meer vrouwen in politiek leiderschap succesvol zijn uitgevoerd, probeert men toch nog een gekozen vrouwelijke kandidaat zo ver te krijgen niet te bewilligen en haar plaats af te staan aan een man. Sisa, niet doen! 
Dus is het de hoogste tijd om weer eens te benadrukken dat mannen niet geboren zijn als leider, ze worden gemaakt tot leider. Ook vrouwen kunnen, net als mannen, tot leider worden gemaakt en de bewijzen liggen voor het oprapen. Vrouwen hebben zich in de aanloop naar de verkiezingen verzet tegen hun discriminatie en uitsluiting. “Meer vrouwelijk leiderschap in 2015” is een leus die niet plotseling uit de lucht is komen vallen als resultaat van een gekte van enkele dolle feministen. Het is een manifestatie van de historische strijd voor gendergelijkheid die al heel lang gevoerd wordt. Een legitieme strijd in lijn met de universele mensen- en vrouwenrechten.
Dit tij mag door niets en niemand gekeerd worden. Hoewel we bij deze verkiezingen mogelijk de criticalmass van 33 procent net niet hebben gehaald, gaan wij door om uiteindelijk een genderevenwicht te bereiken in beleid en besluitvorming. Dit is nodig om in DNA en regering behoeften van vrouwen en kinderen meer aandacht te geven. Om beleid en besluitvorming ook  vanuit de optiek van vrouwen en kinderen te voeren. Gelijke, empowerment en participatie van beide seksen in beleid en besluitvorming is ons doel. En niemand kan mij zeggen dat dit niet democratisch is en niet in landsbelang.

Niet gekozen?
Dat ons kiesstelsel op de schop moet is ‘talk of the town’ vanaf het moment dat de uitslagen van de verkiezingen druppelsgewijs binnenkwamen. Dit stelsel heeft beslist niet in het voordeel van enkele vrouwelijke kandidaten gewerkt.
Ann Sadi
Ann Sadi, die in district Commewijne voor de NDP de meeste stemmen (3.357) behaalde, is niet gekozen. Harriët Ramdien (V7/VHP), die van alle kandidaten in Nickerie de meeste stemmen (3.342) kreeg, overkwam hetzelfde. En daarmee is niet alleen onrecht gedaan aan deze kandidaten, maar ook aan 6.699 kiezers die hun stem op hen hebben uitgebracht. Dat een kandidaat met de meeste stemmen niet gekozen is staat haaks op het democratisch principe.
Ook Carlo Lewis kandidaat van de NDP die in kiesdistrict Sipaliwini de meeste stemmen (1.688) behaalde, is niet gekozen. Maar, het moment dat dit bekend werd, gingen er al direct stemmen op om hem toch in DNA te krijgen en wel ten koste van, u raadt het, een vrouw; Aida Nading. Toen Joan Dogojo in 2013 door opschuiving voor de Mega Combinatie zitting nam in DNA gingen er in haar partij ook stemmen op dat zij haar zetel zou moeten afstaan aan een mannelijke collega.
Is men ook bezig Sadi en Ramdien in DNA te krijgen? We hebben geen keus als de uitkomst van de verkiezingen te respecteren, hoewel de wil van de meerderheid door dit stelsel niet consequent is gerespecteerd. Het is nu aan de gekozen leden van DNA om direct na hun beëdiging te pleiten voor de evaluatie van het kiesstelsel.-

Dit artikel verscheen maandag 8 juni in de rubriek ‘Genderoptiek’ van de Ware Tijd. Deze rubriek is één van de middelen van het Women's Rights Centre om gendergelijkheid en gendergelijkwaardigheid te bevorderen, vrouwenrechten te bepleiten en alle vormen van geweld tegen vrouwen uit te bannen.

zondag 8 maart 2015

8 maart: Vrouwenrechten in Gevaar (2)

Een roep om recht

Door Carla Bakboord

Kan jij zelf beslissen over je eigen lichaam? Kan je veilig vrijen zonder informatie en voorlichting? Seksuele rechten waarborgen de seksuele gezondheid van jongens en meisjes, mannen en vrouwen. Seksuele gezondheid realiseren betekent de seksuele rechten van elke persoon respecteren, naleven en beschermen. Zoals hierboven aangegeven in het artikel van dr. Julia Terborg is de Draft political declaration on the occasion of the twentieth anniversary of the Fourth World Conference on Women zeer terughoudend in het benoemen van de mensenrechten van vrouwen. Seksuele en reproductieve rechten zijn er helemaal uit verdwenen. Dit is uiteraard onacceptabel!

Overheidsverantwoordelijken en de samenleving staan helaas niet dan wel onvoldoende stil bij de gevolgen van een dergelijk besluit. Ik wil u met enkele voorbeelden illustreren wat er gebeurt wanneer seksuele en reproductieve rechten niet meer op de agenda komen te staan? En vooral wat de effecten zijn voor voornamelijk jongeren en vrouwen. Zo zullen seksuele en reproductieve rechten geen prioriteit meer zijn in het internationale beleid voor de komende 15 jaar. Internationale organisaties zullen geen middelen meer ter beschikking stellen voor programma’s die de beleving van deze rechten moeten versterken en waarborgen. Het gevaar bestaat dat vanuit het United Nations Fund for Family Planning (UNFPA) geen subsidie meer voor gezinsplanningsbureaus zal worden vrijgemaakt. Stichting Lobi bijvoorbeeld heeft een heel klein budget dat te maken heeft met gezinsplanning. In de praktijk betekent dit dat Stichting Lobi dan veel diensten niet meer gratis of tegen een kleine vergoeding kan aanbieden aan mensen die dit het meest nodig hebben. Hieronder vallen onder meer seksuele voorlichting op scholen en verstrekking van voorbehoedsmiddelen.

Gezinsplanning is van levensbelang voor moeders en kinderen. Echter zullen vrouwen door een gebrek aan toegang tot anticonceptie, omdat seksuele en reproductieve rechten niet meer op de agenda komen te staan, niet kunnen voorkomen dat ze (opnieuw) zwanger worden. Dit is vooral risicovol voor jonge vrouwen. Nu al hebben 222 miljoen vrouwen in de wereld die graag een zwangerschap willen uitstellen of vermijden, geen toegang tot anticonceptie. Zij kunnen zichzelf niet beschermen tegen ongeplande zwangerschappen. Gezinsplanning, of de informatie over en toegang tot anticonceptie en vruchtbaarheidsbehandelingen is echt essentieel voor de gezondheid en ontwikkelingskansen van vrouwen en hun gezinnen. En deze toegang willen beleidsmakers vrouwen beletten. Let wel, met minder ongeplande geboortes en kleinere gezinnen is er minder druk op de uitgaven voor gezondheid, water, sanitatie en sociale diensten. Zowel gezinnen als overheden hebben er dus baat bij dat individuen en koppels vrij kunnen beslissen over de grootte van hun gezin. Hoe komt het dat dit beleidsmakers ontgaat?

Seksueel geweld
Seksueel geweld tegen meisjes en seksueel misbruik van kinderen lopen het gevaar onderbelicht, onder gerapporteerd en onbehandeld te blijven. Immers, je kan seksueel geweld tegen meisjes niet aanpakken als je niet kan zeggen dat meisjes en vrouwen seksuele rechten hebben. Je kan seksueel misbruik tegen kinderen niet aanpakken als je niet kan zeggen dat kinderen seksuele rechten hebben. We kunnen dus geen preventieve maatregelen treffen die zo belangrijk zijn om seksueel misbruik tegen te gaan. Zijn onze kinderen en vrouwen nu met de verwijdering van seksuele rechten dan echt helemaal vogelvrij verklaard? Mogen we kinderen niet meer leren hoe zij op seksueel gebied grenzen moeten stellen? Mogen we hen niet meer leren hoe zij ja – en neegevoelens en onveilige situaties moeten herkennen en er mee omgaan? Mogen wij kinderen en vrouwen niet meer sociaal en seksueel weerbaar maken? Weerbaar zijn betekent namelijk dat het kind kan opkomen voor de eigen wensen, grenzen en behoeften. Weerbaarheid hangt bovendien voor een groot deel samen met eigenwaarde, zelfvertrouwen, zelfbewustzijn en met sociale vaardigheden. Het is daarom belangrijk dat programma’s of activiteiten gericht op de preventie van seksueel misbruik zijn ingebed in - en aansluiten bij programma’s rond sociale vaardigheden en de sociale en emotionele ontwikkeling. Ook is het belangrijk dat er aandacht is voor de positieve aspecten van seksualiteit voor dat seksueel misbruik aan de orde wordt gesteld. Door seksuele rechten niet meer op de agenda te plaatsen worden opvoeders belemmerd seksuele voorlichting aan kinderen te geven. Dit mogen nu alleen ouders doen. En dat terwijl seksueel misbruik van kinderen voornamelijk binnen de familie plaatsvindt. Wie is er nu gek?

Hiv en aids
Wist u overigens dat seksuele gezondheid onlosmakelijk verbonden is met de mate waarin mensenrechten gerespecteerd, beschermd en nageleefd worden? Wist u dat jongeren moeilijker veilig kunnen vrijen wanneer ze geen informatie en voorlichting kunnen krijgen over relaties en seksualiteit.  En wist u dat vrouwen zich moeilijker kunnen beschermen tegen seksueel overdraagbare aandoeningen als condoomgebruik onbespreekbaar is. Meisjes die op jonge leeftijd (moeten) huwen lopen een grote kans dat ze ook jong moeder worden, met alle risico's die zo een tienerzwangerschap voor hun gezondheid meebrengt. Ik wijs u erop dat seksuele gezondheid dus een mensenrechtenvraagstuk is. De toepassing van bestaande mensenrechten tot seksualiteit en seksuele gezondheid bevatten samen de seksuele rechten.

Hiv en aids vormen een belangrijk gezondheids- en ontwikkelingsprobleem. De hiv-epidemie ondermijnt de ontwikkeling van mensen, regio's en landen. Zolang er een stigma rust op mensen met hiv en zij gediscrimineerd worden ervaren mensen een hoge drempel om zich te laten testen en te ondersteunen. Ook de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen maakt dat vrouwen vaker blootgesteld worden aan hiv. Hiv kan dus niet overwonnen worden zonder aandacht voor mensenrechten. De promotie van seksuele en reproductieve rechten en de bescherming van de rechten van kwetsbare groepen, zoals vrouwen, migranten en mannen die seks hebben met mannen, zijn daarom fundamenteel in de aanpak van hiv en aids. Het stigma en de discriminatie van mensen met hiv kunnen ook het gevolg zijn van onwetendheid over hoe het virus wordt overgedragen of hoe besmettelijk het is. Des te meer is voorlichting hierover zo noodzakelijk en roepen wij de Surinaamse Staat en haar burgers op alles in het werk te stellen de seksuele en reproductieve rechten weer hoog op de agenda te plaatsen. Immers wij allen, ons gezin, kinderen, zusters, moeders, nichten en grootmoeders, zullen door deze maatregel zwaar getroffen worden.


(Bron: Gender Optiek, De Ware Tijd, 2 maart 2015)

zondag 30 november 2014

Vrouwenrechten Vraag en Antwoord (vervolg mensenrechtenpane)


       Bij ons Mensenrechtenpanel, op 20 november, waren er nog een aantal vragen die, vanwege het late uur, niet meer aan bod zijn gekomen. We legden ze achteraf voor aan de panelleden. Hier Carla Bakboord, van het Women's Rights Centre aan het woord.


Vraag 1. De achterstandspositie die vrouwen op dit moment innemen met name in de politiek, is dit niet te danken aan de vrouw zelf?
De achterstandspositie van vrouwen heeft alles te maken met de manier waarop de samenleving ( dus zowel mannen als vrouwen) vrouwen en mannen positioneren. En die positie is ongelijkwaardig en ongelijk.  Ongelijkwaardig in die zin dat aan onder andere vrouwenrollen, taken en verantwoordelijkheden minder waarde wordt toegekend dan aan die van mannen. Zowel jongens als meisjes, vrouwen als mannen leren vanuit diverse instituties , waaronder de media, onderwijs, literatuur, politiek, religie, wetgeving etc.. dat vrouwen ondergeschikt zijn aan mannen. Dat uit zich in de toegang hebben tot allerlei bronnen. Zo zien we dat mannen en vrouwen niet in gelijke mate toegang hebben tot die bronnen. (gelijkheid) Die opvatting is ook in de hoofden van vrouwen. Meisjes en vrouwen worden niet opgevoed op een andere planeet. Zij krijgen dus dezelfde boodschappen als jongens en mannen. En vinden vele vrouwen dat vrouwen dus ondergeschikt behoren te zijn aan mannen. Daarom richten wij, WRC, ons zowel op vrouwen en mannen in de strijd voor genderongelijkheid om  de achterstandspositie van vrouwen moet opheffen. Echter, mannen hebben onder andere een achterstand in de reproductieve taken en zorg. Ook daar zal die achterstand opgeheven moeten worden.


Vraag 2. Gendergelijkheid en gelijke behandeling, bejegening en waardering zal dan pas bevorderd worden wanneer de biologische verschillen tussen man en vrouw in het bewustzijn van de mens geminimaliseerd worden. Eens?
Ik begrijp de denkwijze van deze vraag wel. Echter ben ik het er  niet mee  eens .Want als we ons alleen zouden houden aan de biologische verschillen zonder daar een (gender) norm en waarde aan te geven, is er geen situatie van de genderongelijkheid. Maar… omdat we de biologische verschillen hebben vertaald in wat de twee seksen wel en niet mogen (gender) is die ongelijkheid en ongelijkwaardigheid binnengedrongen in ons denken en handelen. Gender verwijst ook naar  de betekenis die we geven aan vrouwelijkheid en mannelijkheid. Biologische verschillen leiden namelijk niet vanzelfsprekend tot genderongelijkheid. Voorbeeld: in zowel heteroseksuele als homoseksuele relaties komt genderongelijkheid voor. En die zijn niet allen gebaseerd op biologische verschillen, maar op gender gerelateerde opvattingen over  mannelijkheid en vrouwelijkheid. En welke macht en positie we toeschrijven aan mannelijkheid en vrouwelijkheid. Vrouwelijkheid staat dan traditioneel voor zwak, en ondergeschikt. En mannelijkheid voor sterk en superieur. Vrouwelijkheid kan de man worden toegeschreven. Die bevindt zich dan in een ondergeschikte positie ten opzichte van de ander die de positie van mannelijkheid bekleedt. Dit heeft dan niets meer te maken met biologische verschillen maar met genderverschillen.