woensdag 26 november 2014

Wat had de Anti-corruptiewet kunnen doen?

Door Rashna Sewgobind

Met Suriname’s toetreding tot het Inter-Amerikaans Verdrag tegen Corruptie in 2002, heeft de Staat zich gecommitteerd om een Anticorruptiewet in te voeren. De eerste ontwerpwet werd datzelfde jaar al aangeboden aan het Parlement. Opeenvolgende politieke partijen en regeringen hebben in verkiezingsprogramma’s en meerjaren ontwikkelingsprogramma’s opgenomen dat het aannemen van de wet prioriteit geniet. Twaalf jaar en enkele conceptversies later, is het nog niet gerealiseerd. Het laatste ontwerp is ingediend in januari 2014.

In dit artikel geef ik aan hoe enkele corruptieschandalen van de afgelopen jaren hadden kunnen worden aangepakt met een Anticorruptiewet. De (concept)wet schrijft namelijk voor dat:
-    elke publieke functionaris bij zijn aantreden en elk jaar daarna – tot 1 jaar na zijn aftreden – een  verplichte vermogensstaat moet indienen (Artikel 29) bij een op te zetten commissie belast met preventie en bestrijding van corruptie. In het overzicht moeten zij alle inkomens, bezittingen en schulden aangeven.
-    elke publieke functionaris bij wie een aanzienlijke toename in vermogen wordt waargenomen en  dat niet te verklaren is door zijn reguliere inkomsten (onrechtmatige verrijking), wordt gestraft (Artikel 5).

Cases Openbare Werken
Op 12 augustus 2000 werd Dewanand Balesar (destijds van de VHP) Minister van Openbare Werken. Enkele weken voor de verkiezingen van mei 2005 werd hij op eigen verzoek buiten functie gesteld vanwege verdenking van corruptieve praktijken. De Procureur-Generaal had het verzoek gedaan aan de Centrale Lands Accountants Dienst (CLAD) en de afdeling Fraude van het Ministerie van Justitie en Politie om onderzoek te doen naar vermeende corruptie. Volgens destijds gepubliceerde artikelen (o.a. De Ware Tijd, 11 mei 2005) blijkt uit het onderzoek dat Balesar en anderen middels fictieve aanbestedingen en  boekhoudkundige fraude zich financieel hadden verrijkt en zich goederen, waaronder voertuigen, hadden toegeëigend. Ondanks zijn veroordeling, werd aan Balesar per 1 september 2005 eervol ontslag als minister verleend.

Na de verkiezingen van 2010, waarbij de NDP in combinatie met andere partijen aan de macht kwam, werd Ramon Abrahams benoemd tot Minister van Openbare Werken. Enkele maanden later kwam hij in opspraak toen bleek dat zijn kantoor op het ministerie voor SRD 650.000 verbouwd was zonder dat dit openbaar was aanbesteed en dat diverse opdrachten bleken te zijn gegund of toegewezen aan bedrijven van familieleden. Ook bleek hij zonder aanbesteding zijn dienstauto te hebben geüpgrade voor een bedrag US$ 150.000. Abrahams werd ondanks de vele openbaar gemaakte documenten niet opgespoord en vervolgd, in tegenstelling tot Balesar. In 2013 werd hij vervangen als Minister van Openbare Werken.

Toepassing van de Anticorruptiewet
Bij zowel de case van Balesar als de case van Abrahams, zouden beide functionarissen geregeld de verplichte vermogensstaat moeten hebben ingediend, als de ACW in werking was. Bij de controle zou een significante toename in hun vermogen, dan meteen reden zijn tot onderzoek en vervolging. Het misbruiken van hun functie om zichzelf en/of familieleden te bevoordelen, is volgens de wet ook strafbaar. In beide cases kwam informatie naar buiten via documenten die waren gelekt aan DNA of de pers, of die door getuigen zijn afgegeven aan het Openbaar Ministerie. Met de nieuwe wet mogen mensen informatie over vermoedelijk gepleegde delicten ook rechtstreeks doorgeven aan de Commissie. Zo kan men strafbare feiten vroegtijdig achterhalen.

Naast deze twee cases, zijn er natuurlijk meerdere vermoedelijke corruptie en fraude cases, zoals de witwaszaak van Siegfried Gilds, de affaire Sew A Tjon die 600.000 ha grond heeft gehad om te verkennen/exploreren, de onthulling van de miljoenenfruade bij TAS, de Steekpenningen gegeven door Ballast Nedam voor de bouw van bruggen in Suriname, enzovoort. Deze cases worden vaak niet diepgaand onderzocht en er worden geen sancties getroffen tegen de betrokken personen, waardoor er geen consequenties verbonden zijn aan corruptieve praktijken.

Anticorruptiewet niet zaligmakend
Ook de conceptwet die er ligt, heeft verbetering nodig op een aantal punten:
1.    Er is geen sprake van klokkenluidersbescherming, terwijl deze essentieel is.
2.    De verplichte verklaring is alleen voor de publieke functionaris zelf, en niet voor        partner en/of andere familieleden.
3.    De opsomming van de daden van corruptie is limitatief (geen mogelijkheid tot            aanvulling), dat wil zeggen dat als er nieuwe methoden of vormen ontstaan, deze   in  principe niet eronder zouden vallen.
4.    Er is niet aangegeven volgens welk model de vermogensstaat opgemaakt dient te  worden. Als dat pas na de inwerkingtreding moet worden bepaald, kan de kern van  de wet nog niet worden toegepast.

Behalve de aanname van de wet moet verder ook gewerkt worden aan mechanismen zoals ethische gedragscodes op de werkvloer, intensieve integriteitstrainingen, bewustwordingssessies om betere resultaten te verkrijgen, vooral op het gebied van preventie. Een Anti-corruptiewet alleen kan corruptie in zijn geheel niet beperken, noch voorkomen.


Rashna Sewgobind is in 2013 afgestudeerd als Bachelor of Science in Public Administration. Zij schreef haar thesis over ‘Overheidsbeleid en Corruptiebestrijding’.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen