zondag 30 november 2014

Rechten van Inheemsen: vraag en antwoord (vervolg mensenrechtenpanel)


Bij ons Mensenrechtenpanel, op 20 november, waren er nog een aantal vragen die, vanwege het late uur, niet meer aan bod zijn gekomen. We legden ze achteraf voor aan de panelleden. Hier Josee Artist van de Vereniging Inheemse Dorpshoofden in Suriname (VIDS) aan het woord.



De Universele Verklaring (mensenrechten) en andere verdragen zijn een algemene internationale leidraad voor de bescherming van de rechten van de mens. Moeten dan de gemeenschappen die bescherming niet vertalen naar hun eigen leefomstandigheden en cultuur?
Correct; universele mensenrechten zijn inderdaad universeel en moeten inderdaad vertaald worden naar de leefomstandigheden en cultuur van inheemsen.  Dat is ook gebeurd, na heel lang aandringen van inheemse volken overal ter wereld en 23 jaar en ‘onderhandelen’ met staatsvertegenwoordigers bij de VN, en heeft in 2007 geresulteerd in de aanname door de VN (en dus de lidstaten van de VN inclusief Suriname) van de VN Verklaring inzake de Rechten van Inheemse Volken (UN Declaration on the Rights of Indigenous Peoples in het Engels; afgekort UNDRIP).  Deze verklaring doet precies dát: het “vertalen” van bestaande mensenrechten naar de leefomstandigheden en cultuur van inheemse volken.  En die leefomstandigheden en cultuur hebben een sterk COLLECTIEF karakter; inheemse volken wonen in stamverband, met een eigen gezag en bestuurssystemen, eigen historische grondgebieden waarmee er een sterke historische, culturele en spirituele verbondenheid is, bezit en gebruik van natuurlijke hulpbronnen, eigen ontwikkelingsvisie, etc. en dat alles op een collectieve manier.  De UNDRIP geeft aan inheemse volken dus geen nieuwe of andere rechten, maar dezelfde rechten op een collectieve manier geïnterpreteerd.  De UNDRIP erkent bovendien dat inheemse volken, volken zijn, gelijk aan andere volken, met het recht op zelfbeschikking, dus het recht om voor en over zichzelf te beschikken en beslissen.  Ook dit recht is niet nieuw of anders; het is erkend in de VN Verdrag inzake Burger – en Politieke Rechten (BUPO) en in het VN Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten.
Het praktische probleem is, dat regeringen, ondanks het feit dat ze de UNDRIP zelf goedgekeurd hebben, op nationaal niveau geen consequenties daaraan willen verbinden en dus geen nationale wetgeving willen maken om deze rechten te kunnen doen gelden.  Er moet dan naar internationale wegen gegrepen worden, waar het internationaal recht geldt, en daar blijkt gelukkig wel dat op grond van bovengenoemde en andere mensenrechtenverdragen, de rechten van inheemse en tribale volken wel degelijk rechtskracht hebben.  Het sprekend voorbeeld daarvan is het Saramakkavonnis tegen de Staat Suriname waarin het bovengenoemde duidelijk tot uitdrukking komt.

Zullen er of worden er reeds acties ondernomen door het traditioneel gezag m.b.t. het decentralisatieproces? Hoe zien die acties eruit? 
Het traditioneel gezag participeert ook wel in hoorzittingen.  Maar waar we eigenlijk naar streven is erkenning van het zelfbeschikkingsrecht.  Het decentralisatieproces erkent dat niet; het erkent alleen het overheidsgezag en gaat voorbij aan de werkelijke situatie waarin grote delen van de bevolking Suriname door traditioneel gezag wordt bestuurd dat in dagelijks contact met het volk staat en op een heel andere manier besluiten neemt dan overheidsmechanismen.  VIDS heeft hier vaker over geprotesteerd bij ministerie RO en bij de IDB als financierder van het decentralisatieproject maar het is praten tegen dovemansoren want het komt hen niet goed uit.  Men verschuilt zich achter de huidige, deficiënte Surinaamse wetgeving (zie ook antwoord op volgende vraag).  Er zijn voorstellen ingediend voor wettelijke erkenning van het traditioneel gezag maar de conceptwet die is gemaakt, is door één individu gemaakt zonder enige inspraak vanuit het traditioneel gezag, tegen alle afspraken in om wel degelijk effectieve participatie van het traditioneel gezag in de totstandkoming van die conceptwet te hebben.

Waarom moeten de Inheemsen speciale grondenrechten krijgen? Ze kunnen toch ook grond aanvragen of kopen, zoals alle andere mensen? 
Zie ook antwoord vraag 1.  Een belangrijk aspect is de rechtvaardigheid; de grond IS van de inheemsen; waarom zouden ze nu hun eigen grond moeten gaan aanvragen of kopen?  De kolonisatoren hebben in naam van de Koning en zelfs in naam van God, grond van de inheemse volken gestolen of op andere gewelddadige wijze afgepakt; daarna wetgeving gemaakt om die grond tot hun “eigendom” te maken; zomaar, zonder toestemming of zelfs zonder medeweten van de inheemse volken zelf.  Postkoloniale regeringen hebben de koloniale wetgeving al dan niet gewijzigd om het historisch onrecht recht te trekken.  Suriname dus niet.  Opeenvolgende regeringen zijn wat dat betreft in de schoenen van de vroegere kolonisatoren gaan staan en doen alsof de grond van hun is.  Wettelijk misschien wel ja, maar dat is dus als er naar de wet wordt gekeken met oogkleppen op voor de eeuwenlange volkenmoord, slavernij en discriminatie die eraan kleeft.  Als we over “dekolonisatie” praten is deze kwestie een heel groot onderdeel daarvan.
 
Zelfs als we “het verleden terzijde leggen”, dan nog is de huidige wetgeving niet genoeg voor het collectief eigendom van inheemse volken op hun gronden en natuurlijke hulpbronnen.  In Suriname zijn alleen individuele titels op grond beschikbaar (grondhuur; eigendomsrecht) of concessies (gebruiksrechten). Inheemsen leven in collectief verband en willen, als het om hun dorpsgebied gaat, geen individuele titel. Het gaat om hun gehele leef- en woongebied dat een collectieve titel moet krijgen en dat moet in wetgeving worden opgenomen. Een individuele titel verbreekt de cultuur van gemeenschappelijk en in stamverband leven.  Dat stukje grond kan worden verkocht, verpand, opgeëist en last but not least, de overheid blijft zeggenschap erover behouden en kan de titel weer intrekken, vooral als het gaat om grondhuur!  Het niet willen erkennen van eigendom in collectief verband is in feite een uiting van het superioriteitsgevoel van de westerse cultuur bóven de collectief gezinde inheemse cultuur.  Waarom moeten inheemse volken zich “aanpassen” aan de koloniale wetgeving die alleen individuele titels kent??  Om hun cultuur te verliezen??  Om slechts burgers te worden die gemanipuleerd kunnen worden elke vijf jaar??  Om hun grondgebieden kwijt te raken zodat grootgrondbezitters die gronden van hun politieke vrienden kunnen krijgen??  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen