zondag 30 november 2014

Vrouwenrechten Vraag en Antwoord (vervolg mensenrechtenpane)


       Bij ons Mensenrechtenpanel, op 20 november, waren er nog een aantal vragen die, vanwege het late uur, niet meer aan bod zijn gekomen. We legden ze achteraf voor aan de panelleden. Hier Carla Bakboord, van het Women's Rights Centre aan het woord.


Vraag 1. De achterstandspositie die vrouwen op dit moment innemen met name in de politiek, is dit niet te danken aan de vrouw zelf?
De achterstandspositie van vrouwen heeft alles te maken met de manier waarop de samenleving ( dus zowel mannen als vrouwen) vrouwen en mannen positioneren. En die positie is ongelijkwaardig en ongelijk.  Ongelijkwaardig in die zin dat aan onder andere vrouwenrollen, taken en verantwoordelijkheden minder waarde wordt toegekend dan aan die van mannen. Zowel jongens als meisjes, vrouwen als mannen leren vanuit diverse instituties , waaronder de media, onderwijs, literatuur, politiek, religie, wetgeving etc.. dat vrouwen ondergeschikt zijn aan mannen. Dat uit zich in de toegang hebben tot allerlei bronnen. Zo zien we dat mannen en vrouwen niet in gelijke mate toegang hebben tot die bronnen. (gelijkheid) Die opvatting is ook in de hoofden van vrouwen. Meisjes en vrouwen worden niet opgevoed op een andere planeet. Zij krijgen dus dezelfde boodschappen als jongens en mannen. En vinden vele vrouwen dat vrouwen dus ondergeschikt behoren te zijn aan mannen. Daarom richten wij, WRC, ons zowel op vrouwen en mannen in de strijd voor genderongelijkheid om  de achterstandspositie van vrouwen moet opheffen. Echter, mannen hebben onder andere een achterstand in de reproductieve taken en zorg. Ook daar zal die achterstand opgeheven moeten worden.


Vraag 2. Gendergelijkheid en gelijke behandeling, bejegening en waardering zal dan pas bevorderd worden wanneer de biologische verschillen tussen man en vrouw in het bewustzijn van de mens geminimaliseerd worden. Eens?
Ik begrijp de denkwijze van deze vraag wel. Echter ben ik het er  niet mee  eens .Want als we ons alleen zouden houden aan de biologische verschillen zonder daar een (gender) norm en waarde aan te geven, is er geen situatie van de genderongelijkheid. Maar… omdat we de biologische verschillen hebben vertaald in wat de twee seksen wel en niet mogen (gender) is die ongelijkheid en ongelijkwaardigheid binnengedrongen in ons denken en handelen. Gender verwijst ook naar  de betekenis die we geven aan vrouwelijkheid en mannelijkheid. Biologische verschillen leiden namelijk niet vanzelfsprekend tot genderongelijkheid. Voorbeeld: in zowel heteroseksuele als homoseksuele relaties komt genderongelijkheid voor. En die zijn niet allen gebaseerd op biologische verschillen, maar op gender gerelateerde opvattingen over  mannelijkheid en vrouwelijkheid. En welke macht en positie we toeschrijven aan mannelijkheid en vrouwelijkheid. Vrouwelijkheid staat dan traditioneel voor zwak, en ondergeschikt. En mannelijkheid voor sterk en superieur. Vrouwelijkheid kan de man worden toegeschreven. Die bevindt zich dan in een ondergeschikte positie ten opzichte van de ander die de positie van mannelijkheid bekleedt. Dit heeft dan niets meer te maken met biologische verschillen maar met genderverschillen.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen