Posts tonen met het label anticorruptie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label anticorruptie. Alle posts tonen

dinsdag 9 december 2014

Weet wat je Zegt: Corruptie Awareness training voor politieke partijen

Dat we een corruptieprobleem hebben in Suriname is geen nieuws.
Wel nieuws is misschien dat velen, ook binnen de politieke partijen, niet weten wat corruptie nu precies is. Wat is de definitie? Welke vormen zijn er allemaal? Wat zijn de oorzaken en gevolgen? Wat kun je ertegen doen? Men denkt vaak dat alleen als er grof geld onder de tafel wordt geschoven voor gunsten en diensten, er sprake is van corruptie. En dat is precies het grote corruptieprobleem in ons land.

In de afgelopen jaren heeft PROJEKTA verschillende trainingen in corruptie awareness en preventie verzorgd. Voor de overheid, de media, civil society en burgers. En het bleek steeds weer: men weet de helft niet van wat corruptie is, doet en vernietigt.

Nu de verkiezingspodia beklommen worden, zullen wij ongetwijfeld heel veel en vaak horen spreken over aanpak van corruptie. Weet wat je zegt op een podium – breid je kennis uit, kom beslagen ten ijs. PROJEKTA wil bijdragen aan de algemene kennis van politieke partijen over de preventie en bestrijding van corruptie, in de hoop dat corruptiepreventie (daarmee) daadwerkelijk een prioriteit wordt voor toekomstige beleidsmakers.


Gratis sessies
Wij bieden gratis sessies aan voor politieke partijen. Wat wij bieden is (per partij) een eenmalige sessie van 4 uren, waarin de basisbegrippen en kaders worden behandeld.
De sessie is kosteloos. U zorgt voor:
· een groep deelnemers van minimaal 25 en maximaal 100 personen.
· een geschikte ruimte (evt. met geluidsversterking bij grote groepen)
· trainingsmateriaal (pen, papier, flapover, beamer en laptop)
· kopieën
· eventueel consumptie voor de deelnemers

De sessies kunnen worden aangevraagd voor de periode medio januari medio maart 2015
Verzoeken moeten wel uiterlijk vrijdag 9 januari 2014 bij ons binnen zijn. 
De datum bepalen wij in overleg met u. We verzorgen maximaal 8 sessies, dus hoe eerder uw aanvraag binnen is, hoe beter.




Waar gaan we het over hebben?
Een complete training in corruptie awareness duurt minimaal 5 dagen. Een sessie van 4 uren betekent dat we keuzes moeten maken. In de sessie behandelen we:
· basisbegrippen van corruptie
· vormen van corruptie
· oorzaken en gevolgen van corruptie
· risicofactoren binnen de overheid

Indien u na deze sessie nog dieper wilt ingaan op de materie, dan bespreken wij graag de mogelijkheden met u. 

donderdag 4 december 2014

Zoveel “kwesties”: overheidsinformatie nog steeds weinig toegankelijk

(Afkomstig uit de State of Democracy Nieuwsbrief 2014. Voor de volledige nieuwsbrief, klik hier)

Hoe het er in Suriname voor staat met openheid van overheidsinformatie, was het onderwerp van een onderzoek dat Fayaz Sharman deed. Hij rondde in 2012 hiermee succesvol zijn studie ‘Master in Public Administration’ af. Voor de nieuwsbrief keek hij opnieuw naar de stand van zaken.

Achtergrond
Zowel in het Verdrag voor Burger en Politieke Rechten (BUPO-verdrag) als in het Amerikaans Verdrag voor de Rechten van de Mens (AVRM) is benadrukt dat het recht op toegang tot overheidsinformatie essentieel is voor de uitoefening van andere mensenrechten, waaronder het recht op vrije meningsuiting. Suriname heeft deze internationale verdragen getekend, waardoor het land ook zichzelf verplicht om de bepalingen van de verdragen uit te voeren. Onvoldoende toegang tot overheidsinformatie kan gemakkelijk leiden tot wantrouwen onder het volk. Overheden maken informatie tegenwoordig daarom steeds toegankelijker voor het publiek, omdat zij beseffen dat zij met goed bestuur ‘overheidsziektes’ zoals corruptie kunnen bestrijden.

Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB)
Onderzoek over de hele wereld heeft aangetoond dat het Recht op Informatie het beste te verankeren is in een wet. Een wet, zoals de voorgestelde Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB), zorgt ervoor dat de burgerij inzage heeft in het overheidshandelen en daardoor effectief en efficiënt kan deelnemen aan overheidsbesluitvorming, en de overheid ter verantwoording kan roepen (waakhond-functie). Een uitgangspunt bij het recht op informatie is dat overheidsinformatie in principe altijd openbaar behoort te zijn, tenzij in de WOB zelf of andere wetgeving is vastgelegd dat de gevraagde informatie ongeschikt is om openbaar te maken, bijvoorbeeld in verband met de privacy van burgers of de nationale veiligheid.

Een WOB verplicht bestuursorganen in de eerste plaats om zelf informatie te verstrekken bij de uitvoering van hun taken, door bijvoorbeeld jaarrapporten ter beschikking te stellen, zodat burgers zelf een onderbouwd oordeel kunnen vellen over onder andere de uitvoering van beleidsmaatregelen. Ook regelt de WOB de ‘reactieve informatievoorziening’: burgers moeten informatie kunnen opvragen en krijgen zonder al te veel hordes.

Wetgeving Suriname
De regering van Suriname heeft in haar ontwikkelingsplan 2012-2016 benadrukt waarom zij de transparantie over het regeersysteem zal vergroten. In artikel 158 van de Grondwet van Suriname staat namelijk: ‘een ieder heeft het recht om door de organen van de overheidsadministratie geïnformeerd te worden over de voortgang in de behandeling van zaken waar hij direct belang bij heeft en omtrent eindbeslissingen, met betrekking tot hem genomen’.

In Artikel 157, sectie 3, is aangegeven dat de overheid middels zogeheten uitvoeringswetten de administratieve procedures moet regelen voor toegang tot informatie en deelname aan besluitvorming. Deze wetten zijn helaas nog niet tot stand gekomen.

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken heeft wel een wetsontwerp voor een WOB gemaakt. Dat ontwerp ligt nu (in november 2014) bij de Staatsraad ter behandeling, en moet daarna nog haar weg naar De Nationale Assemblée vinden. Dit volgens informatie van dhr. J. Joemanbaks, wetgevingsjurist op het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Een andere zeer belangrijke wet, die ook deels de toegang tot informatie regelt, is de Anticorruptiewet. Er is hiervoor een wetsontwerp ingediend bij De Assemblée op 24 januari 2014[1], maar deze is nog niet behandeld in een openbare vergadering. Op 12 maart 2014 is het wetsontwerp wel besproken in Commissieverband. Anticorruptie wetgeving is een van de mechanismen om transparantie (openbaarheid) en accountability te helpen waarborgen. Door deze wet kan men dus strafbaar gesteld worden bij het "nalaten" van het nemen van maatregelen ter waarborging van de transparantie en accountability.
De Surinaamse wetgeving is dus nog inadequaat wat dit aspect betreft, en moet worden hervormd.

Behoefte aan informatie
Ik heb tijdens mijn onderzoek in 2012 diverse groepen geïnterviewd die te maken hebben met de toegang tot overheidsinformatie, zoals assembleeleden, overheidsfunctionarissen van verschillende ministeries, NGO’s en ook de Surinaamse Vereniging van Journalisten. Zij vonden allemaal dat in elk geval de volgende categorieën van informatie door de overheid openbaar gemaakt moeten worden:
  1. Financiële stukken van overheidsdepartementen, staatsbedrijven, overeenkomsten over openbare werken, informatie over domeingronden, en andere administratieve procedures van overheidsbesluiten.
  2. Openbare aanbestedingen voor de bouw van infrastructuur zoals wegen, bruggen en gebouwen.
  3. Verduidelijking van overheidsbesluiten, vooral die een directe invloed hebben op het dagelijks leven van het publiek.
  4. Overheidssalarissen, inclusief die van de rechterlijke macht, de regeringsleden en de salarissen in door de Staat gesubsidieerde entiteiten (staatsbedrijven, parastatalen, raden, autoriteiten en commissies).
  5. Verlenen van overheidsdiensten, zoals vergunningen, concessies, domeingronduitgiften, subsidies, leningen, toewijzing van buitenlandse grants (financieel/materieel), regelen van afzetmarkten van ambassades en participatie van regeerders in stichtingen en NV’s.
In november 2014 sprak ik opnieuw met enkele leden van het Parlement. Geconcludeerd kan worden dat er nog veel teveel ‘geheimzinnigheid’ bestaat over zaken die het dagelijkse leven van burgers beïnvloeden. Zo werd steeds weer benadrukt dat de overheid bijvoorbeeld geen informatie uit zichzelf publiceert, ook niet tijdig reageert of helemaal niet ingaat op vragen om informatie van het publiek.

Een WOB was voor deze DNA-leden een goed hulpmiddel geweest bij diverse zaken die de afgelopen jaren hebben gespeeld. In een gesprek met dhr. Carl Breeveld (DNA-lid) zijn de voorbeelden genoemd van ex-onderminister van Regionale Ontwikkeling, Mahender Gopie, die 86.000 hectaren aan houtkapconcessies zou hebben gehad, en van de ex-Minister van Openbare Werken, Ramon Abrahams, die onder vuur kwam te staan na vermoedelijk onderhandse gunningen en dure verbouwingen op het Ministerie. Bij deze twee zaken is er na hun aftreden geen onderzoek ingesteld noch heeft het publiek openheid van zaken gekregen. In het algemeen komt er ook geen onderzoek – laat staan een opgave van vermogen – van onder andere ontslagen ministers en directeuren van staatsbedrijven.

Andere concrete cases die werden genoemd in het gesprek zijn:
  • Kwestie van de aankoop van gepansterde auto’s door het Kabinet van de President. De gevraagde opheldering over onder andere de prijs is nooit gegeven.
  • Kwestie van de aanleg van een spoorbaan tussen Paramaribo en Para. Breeveld geeft aan dat prijzen zijn opgesteld zonder het Parlement van tevoren te raadplegen, terwijl het Parlement het recht heeft dit te weten.
  • Kwestie van de ex-EBS Directeur Kenneth Vaseur. Daarbij werd informatie over onder andere het arbeidsconflict in het bedrijf gevraagd, maar nooit aangeleverd.
  • Kwestie van het inkopen van voeding voor de naschoolse opvang, waarbij keukens zouden toebehoren aan DNA-leden en anderen. Ook hier is geen opheldering verstrekt.
Op basis van het bovenstaande mag geconcludeerd worden dat er bitter weinig is veranderd sinds 2012, het jaar waarin de studie is verricht. Het feit dat er een wetsontwerp is voor Openbaarheid van Bestuur, en een Commissievergadering is geweest over de Anti-corruptiewet, is een belangrijke stap in de goede richting. Nu nog de behandeling en de aanname. -

Naar aanleiding van dit artikel vroegen wij aan twee journalisten wat zij zouden onderzoeken als er een WOB zou zijn. Hun bijdrage kunt u hier lezen. 


[1] De Anticorruptiewet (Houdende regels ter preventie en bestrijding van corruptie en nadere wijziging van het Wetboek van Strafrecht (G.B. 1911 no.1, zoals laatstelijk gewijzigd bij S.B. 2012 no 70).

Voor de volledige nieuwsbrief klik hier

woensdag 3 december 2014

Een druk jaar voor de CLAD?

OAS pleit voor meer transparantie


(Afkomstig uit de State of Democracy Nieuwsbrief 2014. Voor de volledige nieuwsbrief, klik hier)


Dit jaar is er door diverse mensen vaker opgeroepen tot onderzoek door de Centrale Lands Accountantsdienst (CLAD), bijvoorbeeld naar vermeende onrechtmatige handelingen door de voormalige Districtscommissaris van Saramacca (nu DC van Coronie), voor Carifesta, het Ministerie van Sport en Jeugdzaken, aanbestedingen en het verstrekken van gunningen bij het Ministerie van Openbare Werken. Op 27 mei gaf de President in de Nationale Assemblee aan dat hij “via de Vice President de CLAD de opdracht heeft gegeven alle boeken na te gaan van minsteries en parastatale instellingen” (Starnieuws 27 mei 2014). Volgens Dagblad Suriname (11 augustust 2014) heeft de Minister van Financiën vervolgens aan de CLAD de opdracht gegeven onderzoek in te stellen op de Ministeries van Financiën, Volksgezondheid en Sociale Zaken. Of de rest van de Ministeries erna nog aan de beurt is gekomen is onduidelijk. Het lijkt er in elk geval op dat de CLAD een heel druk jaar heeft gehad.

Rol van de CLAD
De CLAD is de interne accountant van de overheid[1] en verricht namens de regering accountantscontrole op de ministeries, parastatale bedrijven en overheidsinstituten. De onderzoeken kunnen gedaan worden in opdracht van de Minister van Financiën, maar zij kan ook op eigen initiatief advies geven aan de Minister (Landbesluit van 28 december 1978). De CLAD steunt daarbij op de maatregelen van interne controle die er zijn binnen de ministeries; ze valt qua begroting en organisatie onder beheer van het Ministerie van Financiën, en moet ook jaarlijks rapporteren aan dit Ministerie. De CLAD is één van de organen van de Staat die corruptie moet helpen bestrijden.

Inter-Amerikaans Verdrag
Suriname ratificeerde in 2002 het Inter-Amerikaans Verdrag tegen Corruptie. Als onderdeel van de monitoring van dit verdrag (Mechanism for Follow-Up on the Implementation of the Inter-American Convention against Corruption – MESICIC) wordt elk land om de vier jaar bezocht door vertegenwoordigers van diverse andere verdragspartners (landen).

Suriname was in april 2014 aan de beurt; het rapport van het Monitoringscomité, gepubliceerd in september 2014[2], is opgesteld op basis van informatie die vooraf door de Staat is verzonden, en op basis van presentaties en gesprekken met diverse stakeholders (overheid, civil society, private sector) tijdens het comitébezoek in april 2014.

Het rapport beschrijft de taken, verantwoordelijkheden en functioneren van vier organen van de staat die verantwoordelijk zijn voor het voorkomen, ontdekken, bestraffen en bestrijden van corrupte handelingen: het Hof van Justitie, het Openbaar Ministerie, het Ministerie van Justitie en Politie; en de CLAD.

Capaciteit & processen
Hoewel er op papier een scheiding is tussen de taken van de CLAD, de Rekenkamer en de Interne Controle afdelingen van de Ministeries, constateert het OAS Comité dat deze scheiding in de praktijk niet zo duidelijk is, mede door een gebrek aan gecertificeerde accountants en auditors bij de Rekenkamer. Het gebrek aan wettelijk kader voor de uitvoering van het accountantsberoep, en de verouderde taakomschrijving van de CLAD zijn ook zorgpunten. Aangezien accountants vaker als consultants moeten worden ingehuurd, maakt de OAS zich zorgen over de regelgeving met betrekking tot onder andere belangenverstrengeling en aansprakelijkheid. Tijdens het bezoek van de OAS is ook door de CLAD aangegeven dat het gebrek aan standaardprocedures bij diverse overheidsorganen het moeilijk maakt om betrouwbare en tijdige informatie te verzamelen om zodoende corrupte handelingen te ontdekken.

Rapportage & toegang tot informatie
Het OAS Comité sprak ook haar bezorgdheid uit over het feit dat wanneer de CLAD bewijzen vindt van criminele handelingen, waaronder corruptie, deze uitsluitend worden gerapporteerd aan de Minister van Financiën. De Minister besluit vervolgens of het Openbaar Ministerie al dan niet wordt ingeschakeld. Het Comité heeft aangegeven dat, volgens het Verdrag, controleinstituten als de CLAD verplicht gesteld moeten worden om over dergelijke bewijzen rechtstreeks te rapporteren aan het Openbaar Ministerie.

Ook de communicatie met, en verantwoording aan het publiek moet beter, volgens het Comité. Zo stellen zij voor dat het via de website van de CLAD mogelijk moet zijn om anoniem klachten of bezwaren door te geven die gerelateerd zijn aan het werk van en door de CLAD, en daarnaast ook vermoedens van corrupte handelingen te rapporteren binnen de Overheid en parastatale instellingen die onder controle van de CLAD vallen. Dit moet gepaard gaan met duidelijke en transparante richtlijnen. Verder moeten de jaarverslagen van de CLAD inzichtelijk gemaakt worden via de website van de overheid en/of via andere wegen, zodanig dat de informatie publiekelijk toegankelijk is.

De enige informatie die de CLAD over haar onderzoeken ter beschikking kon stellen aan het OAS Comité, betrof het aantal onderzoeken, audits en adviezen per jaar, met een onderscheid naar overheid en parastatale bedrijven. Daaruit is niet zichtbaar om welke ministeries, afdelingen of bedrijven het gaat, hoeveel audits intern of extern waren, bij hoeveel er corrupte handelingen ontdekt zijn, hoeveel gevallen zijn gerapporteerd, in hoeverre de aanbevelingenworden opgevolgd, en hoeveel gelden als gevolg daarvan zijn teruggevorderd of personen vervolgd.

Mogen wij met de CLAD praten?
PROJEKTA benaderde, voor een artikel in deze nieuwsbrief, de CLAD voor een lijst van onderzoeken gedaan in 2014. Ook wilden we graag weten van de CLAD wat er na het afronden van de diverse onderzoeken is gebeurd met haar bevindingen, en (in haar eigen woorden) wat haar taken en bevoegdheden zijn. Daarnaast wilden we graag weten wat volgens de CLAD de meewerkende en tegenwerkende factoren zijn in haar functioneren.

Voor het verstrekken van de informatie over wat is onderzocht en de follow up daarvan, evenals voor een interview met de CLAD, bleken wij toestemming nodig te hebben van de Minister van Financiën. Wij verstuurden ons verzoek per email (op aanbeveling van het secretariaat van de Minister) op 11 november, waarbij we ook aangaven dat we uiteraard de tekst voor publicatie zouden kunnen voorleggen aan de CLAD- en indien gewenst ook de Minister en, dat wij als deadline voor het artikel 20 november hadden.  Na een aantal pogingen om antwoord op ons schrijven te krijgen, kregen we op 20 november van het secretariaat van de Minister de horen dat het geen zin meer had “want de deadline is verstreken”. Wij stonden op een schriftelijke reactie op onze mail en gaven ook aan dat wij de deadline konden opschuiven- het ging immers om onze eigen nieuwsbrief. Op 21 november ontvingen wij een schriftelijke reactie, dat het Ministerie van Financiën de informatie over gepleegd onderzoek niet kan verstrekken, maar dat die apart bij elk vakministerie aangevraagd moet worden, aangezien die de opdrachtgevers van de CLAD zijn. Het Ministerie van Financiën gaf aan slechts toestemming te kunnen geven voor het verstrekken van een korte beschrijving van de procedures en bevoegdheden door de CLAD.

Wij hadden geen behoefte meer aan dat gesprek, aangezien die informatie ook via andere wegen verkregen kan worden. Wat wel duidelijk is geworden, is dat ook binnen de Overheid men niet helemaal duidelijk lijkt te weten wie de eigenlijke opdrachtgever is van de CLAD en dat de aanbevelingen van de OAS nog steeds niet zijn opgevolgd.-


Voor de volledige nieuwsbrief klik hier


[1]Dit in tegenstelling tot de Rekenkamer van Suriname, die de externe accountant is: de onafhankelijke controleur namens de Nationale Assemblee.
[2]Het rapport en alle ondersteunende documenten zijn openbaar, en te downloaden via http://www.oas.org/juridico/english/sur.htm

woensdag 26 november 2014

Wat had de Anti-corruptiewet kunnen doen?

Door Rashna Sewgobind

Met Suriname’s toetreding tot het Inter-Amerikaans Verdrag tegen Corruptie in 2002, heeft de Staat zich gecommitteerd om een Anticorruptiewet in te voeren. De eerste ontwerpwet werd datzelfde jaar al aangeboden aan het Parlement. Opeenvolgende politieke partijen en regeringen hebben in verkiezingsprogramma’s en meerjaren ontwikkelingsprogramma’s opgenomen dat het aannemen van de wet prioriteit geniet. Twaalf jaar en enkele conceptversies later, is het nog niet gerealiseerd. Het laatste ontwerp is ingediend in januari 2014.

In dit artikel geef ik aan hoe enkele corruptieschandalen van de afgelopen jaren hadden kunnen worden aangepakt met een Anticorruptiewet. De (concept)wet schrijft namelijk voor dat:
-    elke publieke functionaris bij zijn aantreden en elk jaar daarna – tot 1 jaar na zijn aftreden – een  verplichte vermogensstaat moet indienen (Artikel 29) bij een op te zetten commissie belast met preventie en bestrijding van corruptie. In het overzicht moeten zij alle inkomens, bezittingen en schulden aangeven.
-    elke publieke functionaris bij wie een aanzienlijke toename in vermogen wordt waargenomen en  dat niet te verklaren is door zijn reguliere inkomsten (onrechtmatige verrijking), wordt gestraft (Artikel 5).

Cases Openbare Werken
Op 12 augustus 2000 werd Dewanand Balesar (destijds van de VHP) Minister van Openbare Werken. Enkele weken voor de verkiezingen van mei 2005 werd hij op eigen verzoek buiten functie gesteld vanwege verdenking van corruptieve praktijken. De Procureur-Generaal had het verzoek gedaan aan de Centrale Lands Accountants Dienst (CLAD) en de afdeling Fraude van het Ministerie van Justitie en Politie om onderzoek te doen naar vermeende corruptie. Volgens destijds gepubliceerde artikelen (o.a. De Ware Tijd, 11 mei 2005) blijkt uit het onderzoek dat Balesar en anderen middels fictieve aanbestedingen en  boekhoudkundige fraude zich financieel hadden verrijkt en zich goederen, waaronder voertuigen, hadden toegeëigend. Ondanks zijn veroordeling, werd aan Balesar per 1 september 2005 eervol ontslag als minister verleend.

Na de verkiezingen van 2010, waarbij de NDP in combinatie met andere partijen aan de macht kwam, werd Ramon Abrahams benoemd tot Minister van Openbare Werken. Enkele maanden later kwam hij in opspraak toen bleek dat zijn kantoor op het ministerie voor SRD 650.000 verbouwd was zonder dat dit openbaar was aanbesteed en dat diverse opdrachten bleken te zijn gegund of toegewezen aan bedrijven van familieleden. Ook bleek hij zonder aanbesteding zijn dienstauto te hebben geüpgrade voor een bedrag US$ 150.000. Abrahams werd ondanks de vele openbaar gemaakte documenten niet opgespoord en vervolgd, in tegenstelling tot Balesar. In 2013 werd hij vervangen als Minister van Openbare Werken.

Toepassing van de Anticorruptiewet
Bij zowel de case van Balesar als de case van Abrahams, zouden beide functionarissen geregeld de verplichte vermogensstaat moeten hebben ingediend, als de ACW in werking was. Bij de controle zou een significante toename in hun vermogen, dan meteen reden zijn tot onderzoek en vervolging. Het misbruiken van hun functie om zichzelf en/of familieleden te bevoordelen, is volgens de wet ook strafbaar. In beide cases kwam informatie naar buiten via documenten die waren gelekt aan DNA of de pers, of die door getuigen zijn afgegeven aan het Openbaar Ministerie. Met de nieuwe wet mogen mensen informatie over vermoedelijk gepleegde delicten ook rechtstreeks doorgeven aan de Commissie. Zo kan men strafbare feiten vroegtijdig achterhalen.

Naast deze twee cases, zijn er natuurlijk meerdere vermoedelijke corruptie en fraude cases, zoals de witwaszaak van Siegfried Gilds, de affaire Sew A Tjon die 600.000 ha grond heeft gehad om te verkennen/exploreren, de onthulling van de miljoenenfruade bij TAS, de Steekpenningen gegeven door Ballast Nedam voor de bouw van bruggen in Suriname, enzovoort. Deze cases worden vaak niet diepgaand onderzocht en er worden geen sancties getroffen tegen de betrokken personen, waardoor er geen consequenties verbonden zijn aan corruptieve praktijken.

Anticorruptiewet niet zaligmakend
Ook de conceptwet die er ligt, heeft verbetering nodig op een aantal punten:
1.    Er is geen sprake van klokkenluidersbescherming, terwijl deze essentieel is.
2.    De verplichte verklaring is alleen voor de publieke functionaris zelf, en niet voor        partner en/of andere familieleden.
3.    De opsomming van de daden van corruptie is limitatief (geen mogelijkheid tot            aanvulling), dat wil zeggen dat als er nieuwe methoden of vormen ontstaan, deze   in  principe niet eronder zouden vallen.
4.    Er is niet aangegeven volgens welk model de vermogensstaat opgemaakt dient te  worden. Als dat pas na de inwerkingtreding moet worden bepaald, kan de kern van  de wet nog niet worden toegepast.

Behalve de aanname van de wet moet verder ook gewerkt worden aan mechanismen zoals ethische gedragscodes op de werkvloer, intensieve integriteitstrainingen, bewustwordingssessies om betere resultaten te verkrijgen, vooral op het gebied van preventie. Een Anti-corruptiewet alleen kan corruptie in zijn geheel niet beperken, noch voorkomen.


Rashna Sewgobind is in 2013 afgestudeerd als Bachelor of Science in Public Administration. Zij schreef haar thesis over ‘Overheidsbeleid en Corruptiebestrijding’.

dinsdag 20 november 2012

State of Democracy nieuwsbrief 2012


Bij de afsluiting van de 5e Democratiemaand gisteren (maandag 19 november) presenteerden wij aan het publiek de State of our Democracy 2012 nieuwsbrief.

Exemplaren werden overhandigd aan de voorzitter en ondervoorzitter van het Parlement, assembleelid Hugo Jabini, leden van de Staatsraad, diverse actieve burgers, studenten, en anderen. 
In een apart bericht volgt een uitgebreider verslag van de avond.



Download de 12 pagina's tellende nieuwsbrief hier (PDF), of vraag het op via projekta@sr.net.

Wil je een hard copy voor de file? 
Die kost 20 srd, te bestellen en af te halen bij Projekta (tel. 439924 of 439925).

Stuur de nieuwsbrief vooral door! 

En we kijken uit naar de reacties....