Posts tonen met het label Genderbeleid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Genderbeleid. Alle posts tonen

vrijdag 4 maart 2016

Onze democractie heeft een genderperspectief nodig om werkelijk democratisch te zijn

Aanstaande dinsdag 8 maart is het Internationale Dag van de Vrouw. Deze dag is wereldwijd een gelegenheid waarbij wordt stilgestaan bij de economische, politieke en maatschappelijke verworvenheden van vrouwen. Tegelijkertijd wordt op 8 maart stilgestaan bij de lange weg die nog moet worden afgelegd voor er werkelijk sprake zal zijn van volledige maatschappelijke gelijkheid van vrouwen en mannen. 

Het onderstaande artikel verscheen eerder in de ‘State of our Democracy 2015’. De gehele nieuwsbrief vindt u hier.

Door: Henna Guicherit & Carla Bakboord, Women’s Rights Centre

Vrouwenrechten zijn mensenrechten. Ze zijn het geboorterecht van alle mensen en dus ook van vrouwen en moeten in onze democratische republiek onvoorwaardelijk worden gerespecteerd. Dit betekent gelijke rechten voor zowel mannen als vrouwen. Maar mensenrechten zijn in de loop der tijden eerder beschouwd synoniem te zijn aan mannenrechten. Hoewel voor iedere burger een taak is weggelegd om de rechten van alle mensen te waarborgen, ligt de primaire verantwoordelijkheid voor de bescherming en bevordering van vrouwenrechten bij de beleidsmakers. 

Voor de beleving van hun rechten moeten vrouwen niet alleen gehoord worden in het democratisch proces maar ook in gelijke mate als mannen vertegenwoordigd zijn in posities van beleid en besluitvorming. 
2015 kenmerkte zich in het bijzonder door de inspanningen die, in de aanloop naar de algemene vrije en geheime verkiezingen, zijn gepleegd om vrouwen zichtbaarder te maken en hun capaciteit te versterken voor deelname aan de politiekvoering. En niet zonder succes. Maar vrouwen vormen in het politiek-bestuurlijke, als resultaat van decennialange discriminatie, nog altijd een minderheid. Dit is terecht aangemerkt als te zijn in strijd met haar mensenrechten. En ook in strijd met het democratisch principe dat er voor moet zorgdragen dat het hele volk, dus vrouwen en mannen, via haar vertegenwoordiging, deelneemt aan de besluitvorming en de uitvoering.

Wanneer vrouwen en mannen de strijd aanbinden tegen de ongelijke positie die vrouwen t.o.v. mannen vanwege hun gender in diverse sectoren ondervinden, is dat rechtmatig en bovendien in het belang van de verhoging van het democratisch gehalte van de staat. Want inherent aan mensenrechten en democratie is het principe van gelijkheid. Ongelijke kansen en behandeling, ongelijke toegang tot en zeggenschap over bronnen leiden onder meer tot armoede, geweld en slechte gezondheid. Zij vormen een aanslag op de samenleving en de democratie. Vanuit het democratisch genderperspectief is het onrechtvaardig dat vrouwen in relatie tot mannen minder rechten en waarde worden toegekend.
In het democratisch model zullen dus ook de achtergestelde vrouwen betrokken moeten worden. En vrouwen hebben de democratie nodig om hun stem te laten horen en om verandering te brengen in een systeem dat structureel discriminatoir is en op gespannen voet staat met de democratie. Deze vindt zijn oorsprong in het denken dat mannen superieur zijn aan vrouwen en de machtsposities hen daarom toekomen. Als iedereen vrij en gelijk in rechten en plichten geboren is, dan heeft niemand méér recht dan de ander.

De ongelijke machtsrelaties liggen ten grondslag aan de vele schendingen van vrouwen- en kinderrechten zoals de verschillende vormen van huiselijk geweld die zij dagelijks ervaren. Veiligheid  is een harde kern van een democratische rechtsstaat. De overheid zal maatregelen moeten treffen om de veiligheid van vrouwen en kinderen ook in het private domein te garanderen.

Na decennia van strijd voor de erkenning en beleving van vrouwenrechten is het mensen-/ vrouwenrechtenbewustzijn nog laag.  Daarom moet de overheid, als verantwoordelijke, zelf het goede voorbeeld geven door de democratische en genderprincipes na te leven. Voortbouwend op de successen die reeds zijn geboekt, zal empowerment en verbetering van de positie van vrouwen ook in 2016 boven aan de lijst prijken in de agenda’s van alle mensenrechtenactivisten en ware democraten.-

Wilt u meer lezen over de staat van onze democratie in 2015? Lees dan ook de andere artikelen van de ‘State of our Democracy’ nieuwsbrief.


zondag 30 november 2014

Vrouwenrechten Vraag en Antwoord (vervolg mensenrechtenpane)


       Bij ons Mensenrechtenpanel, op 20 november, waren er nog een aantal vragen die, vanwege het late uur, niet meer aan bod zijn gekomen. We legden ze achteraf voor aan de panelleden. Hier Carla Bakboord, van het Women's Rights Centre aan het woord.


Vraag 1. De achterstandspositie die vrouwen op dit moment innemen met name in de politiek, is dit niet te danken aan de vrouw zelf?
De achterstandspositie van vrouwen heeft alles te maken met de manier waarop de samenleving ( dus zowel mannen als vrouwen) vrouwen en mannen positioneren. En die positie is ongelijkwaardig en ongelijk.  Ongelijkwaardig in die zin dat aan onder andere vrouwenrollen, taken en verantwoordelijkheden minder waarde wordt toegekend dan aan die van mannen. Zowel jongens als meisjes, vrouwen als mannen leren vanuit diverse instituties , waaronder de media, onderwijs, literatuur, politiek, religie, wetgeving etc.. dat vrouwen ondergeschikt zijn aan mannen. Dat uit zich in de toegang hebben tot allerlei bronnen. Zo zien we dat mannen en vrouwen niet in gelijke mate toegang hebben tot die bronnen. (gelijkheid) Die opvatting is ook in de hoofden van vrouwen. Meisjes en vrouwen worden niet opgevoed op een andere planeet. Zij krijgen dus dezelfde boodschappen als jongens en mannen. En vinden vele vrouwen dat vrouwen dus ondergeschikt behoren te zijn aan mannen. Daarom richten wij, WRC, ons zowel op vrouwen en mannen in de strijd voor genderongelijkheid om  de achterstandspositie van vrouwen moet opheffen. Echter, mannen hebben onder andere een achterstand in de reproductieve taken en zorg. Ook daar zal die achterstand opgeheven moeten worden.


Vraag 2. Gendergelijkheid en gelijke behandeling, bejegening en waardering zal dan pas bevorderd worden wanneer de biologische verschillen tussen man en vrouw in het bewustzijn van de mens geminimaliseerd worden. Eens?
Ik begrijp de denkwijze van deze vraag wel. Echter ben ik het er  niet mee  eens .Want als we ons alleen zouden houden aan de biologische verschillen zonder daar een (gender) norm en waarde aan te geven, is er geen situatie van de genderongelijkheid. Maar… omdat we de biologische verschillen hebben vertaald in wat de twee seksen wel en niet mogen (gender) is die ongelijkheid en ongelijkwaardigheid binnengedrongen in ons denken en handelen. Gender verwijst ook naar  de betekenis die we geven aan vrouwelijkheid en mannelijkheid. Biologische verschillen leiden namelijk niet vanzelfsprekend tot genderongelijkheid. Voorbeeld: in zowel heteroseksuele als homoseksuele relaties komt genderongelijkheid voor. En die zijn niet allen gebaseerd op biologische verschillen, maar op gender gerelateerde opvattingen over  mannelijkheid en vrouwelijkheid. En welke macht en positie we toeschrijven aan mannelijkheid en vrouwelijkheid. Vrouwelijkheid staat dan traditioneel voor zwak, en ondergeschikt. En mannelijkheid voor sterk en superieur. Vrouwelijkheid kan de man worden toegeschreven. Die bevindt zich dan in een ondergeschikte positie ten opzichte van de ander die de positie van mannelijkheid bekleedt. Dit heeft dan niets meer te maken met biologische verschillen maar met genderverschillen.


vrijdag 30 maart 2012

Verslag 3e openbare discussie: Visie formuleren voor nieuw genderbeleid

Met een duidelijke visie, gerichte strategie, en sterke partnerschappen, kan het Nationaal Bureau Genderbeleid haar gezag vergroten. Dit werd door het publiek benadrukt tijdens de openbare discussie “Genderbeleid nieuwe stijl”, die op 26 maart werd georganiseerd door Projekta als onderdeel van de Maart van de Vrouw 2012. Met het goed opgenomen publiek bestaande uit ontwikkelingswerkers, ambtenaren en studenten, werd uitvoerig gediscussieerd over de positie en werkwijze van het Nationaal Bureau Genderbeleid (NBG) van het Ministerie van Binnenlandse Zaken.


Uitgangspunt voor de inleiding en discussie was een zorgpunt van de comité voor de monitoring van de CEDAW. Deze stelde uitte haar bezorgdheid: “dat het Bureau niet voldoende geïnformeerd is over wettelijke en andere maatregelen voor het bevorderen van gendergelijkheid, en dat het Bureau niet over voldoende gezag, bevoegdheden en financiële en personele middelen beschikt voor een effectieve coördinatie van het werk van de overheid in het bevorderen van gendergelijkheid en de volledige implementatie van het Verdrag.”


In haar inleiding gaf het NBG aan het opvolgen van deze en andere CEDAW-aanbevelingen systematisch ter harte te nemen. Daarnaast wordt er in belangrijke mate gewerkt met de prioriteitsgebieden en aanbevelingen die in het door Projekta in 2011 geïnitieerde Genderdialoog zijn genoemd.


Visie en beleid ontwikkelen
Uit de discussie bleek de noodzaak voor het NBG om een eigen visie op haar werk te ontwikkelen en gezag te verdienen. Het Bureau heeft reeds de noodzaak geïdentificeerd om zich vooral te richten op onderzoek en dataverzameling. Dit maakt het mogelijk om goed beleid te ontwikkelen. Het Bureau bevestigde haar committering om ook het maatschappelijk middenveld te betrekken in het maken en uitvoeren van beleid. Aanwezigen gaven als advies mee aan het Bureau om het apparaat niet te belasten met uitvoering van activiteiten, maar om inderdaad de coördinerende rol te blijven behouden.  

Dialoog & uitbreiding
Een centraal thema in de discussie was dialoog. Het NBG wil daaraan werken door in mei 2012 het dialoogproces dat Projekta vorig jaar opstartte, weer op te pakken. Ter plekke is afgesproken dat de twee organisaties in de komende periode over de aanpak hiervan zullen overleggen.
Naast haar werk op nationaal niveau en werk gefocust in de stad, wil het Bureau steeds meer aandacht geven aan de districten. In Nickerie is enkele jaren terug al een dependance van het Bureau geopend. Op basis van signalen uit het veld, is er recent een workshop gehouden met belanghebbenden in het district om goed inzicht te krijgen in de omvang van huiselijk geweld.

Beperkingen
Een belangrijke beperking voor het maken en uitvoeren van beleid  is het ontbreken van data. Het Bureau wil een op maat gesneden nationaal beleid , gebaseerd op betrouwbare data. Ook voor het rapporteren over verdragen zoals CEDAW, is goede data nodig. In tegenstelling tot in het verleden, verzamelen de medewerkers van het Bureau nu de data zelf, zij zal ook zelf aan de CEDAW rapportage werken.
Sinds het uitkomen van de CEDAW aanbevelingen, heeft het Bureau wel meer budgetruimte gehad, maar zij blijft nog steeds gebonden aan het ingewikkeld financieringssysteem van de overheid. Dit werkt belemmerend op de flexibiliteit van de organisatie om te kunnen inspelen op actuele zaken.


Uit de discussie bleek dat, volgens het publiek, er vooral behoefte is aan het vergroten van het mandaat van  het NBG. Het Bureau heeft de potentie om met de juiste strategie, een gezaghebbend instituut te worden. Het formuleren van een lange termijn visie is daar een eerste stap naartoe. De aanwezigen gaven aan het NBG mee dat zij altijd medestanders zullen zijn in het streven naar maatschappelijke gelijkheid van vrouwen en mannen: ” Schroom niet ons te bellen, om hulp te vragen of anderszins te betrekken. Maar hou de communicatie altijd open” werd aan het NBG meegegeven.