Posts tonen met het label geweld tegen vrouwen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geweld tegen vrouwen. Alle posts tonen

vrijdag 7 december 2018

EU Human Rights Award uitgereikt aan Elfriede Cederboom-Ritfeld

Elfriede Cederboom-Ritfeld ontvangt de
EU Delegantion's Human Rights Award uit de
handen van EU-ambassadeur Jernej Videtič
Ter gelegenheid van de Dag van de Rechten van de Mens is de EU Delegation’s Human Rights Award 2018 uitgereikt aan Elfriede Cederboom-Ritfeld. De award is uitgereikt als feestelijke afsluiting van een informatieve seminar ‘Presentation on Human Rights - Fight Against Domestic Violence’ welke plaatsvond in de ballroom van Lalla Rookh op donderdag 6 december.

Voordat EU-ambassadeur Jernej Videtič de award uitreikte, hebben Sharda Ganga van Projekta, Advocaat Generaal Carmen Rasam en DNA-voorzitter Jennifer Geerlings-Simons gesproken over huiselijk geweld en de strijd die geleverd is en nog steeds wordt om hier een einde aan te maken. Tevens zijn er video’s vertoond waarin mevrouw Cederboom spreekt over deze strijd en waarin anderen hun dank uitspreken naar het baanbrekende werk dat zij heeft verzet. De films zullen later via deze website te bekijken zijn.

Hieronder vindt u de biografie van mevrouw Cederboom-Ritfeld welke is tijdens de awarduitreiking is voorgelezen.

Elvia Elfriede Cederboom-Ritfeld is ruim 45 jaar actief geweest in de vrouwenbeweging in Suriname. In 1968 werd ze bestuurslid van de Algemene Vrouwen Organisatie (ASVO), die zich in 1970 aansloot bij de Nationale Vrouwen Raad van Suriname (NVR), een paraplu-organisatie.
De NVR richtte zich op het verbeteren van de rechtspositie van de Surinaamse vrouw, en was, met name in de periode 1975-1982, nadrukkelijk aanwezig in het publiek debat om aandacht te vragen voor politieke en sociaal-economische vraagstukken de Surinaamse vrouw rakende.

De Verenigde Naties kondigde in 1975 het eerste Internationaal Jaar van de Vrouw af. Tijdens de VN Conferentie in Mexico werden zowel overheden als vrouwenorganisaties aanbevolen om over te gaan tot het opzetten van een Nationaal Bureau voor de Vrouw. De NVR pakte die aanbeveling meteen op, en startte in 1976, mede dankzij de niet aflatende inzet van mevrouw Cederboom, het "Documentatie Voorlichting en Adviesbureau voor de Vrouw”. In die tijd waren dit zeer revolutionaire ontwikkelingen in de strijd voor vrouwenrechten.

Vanuit haar werk op het adviesbureau merkte mevrouw Cederboom dat huiselijk geweld tegen vrouwen een groot probleem was, dat steeds meer zichtbaar werd, maar waar nauwelijks iets aan gedaan werd. Er was bijvoorbeeld geen opvang voor de vrouwen die slachtoffer waren van huiselijk geweld. Zo kwam zij ertoe om de Stichting Tehuis voor Vrouwen in Crisissituatie (STICRIS) in 1981 op te richten, en startte het moeizame proces van fondsenwerving. Uiteindelijk kon STICRIS, ondersteund door lokale donoren als de Suralco en Staatsolie, in 1985 van start gaan met een eerste bescheiden vrouwenopvang van zeven kamers. Het tehuis met perceel was een schenking van de Stichting Liefde. Het was krakkemikkig, maar het tehuis stond er en was vanaf dag 1 vol. In 1994 maakten fondsen vanuit de Nederlandse en Belgische ontwikkelinghulp, de Nederlandse Ambassade en het Koningin Juliana Fonds een grote verbouwing en uitbreiding mogelijk.  Het ministerie van Sociale Zaken stelde ook een maatschappelijk werkster ter beschikking.

Toen het tehuis in december 2012 in vlammen opging vond mevrouw Cederboom, toen 82 jaar oud en toen al wat minder actief, het meer dan tijd het stokje over te dragen aan een jonger bestuur. Het nieuwe  bestuur hoopt dat zij binnen ongeveer een jaar te kunnen starten met de herbouw van het tehuis. Op deze manier kan het vrouwenopvangwerk, het levenswerk van mevrouw Cederboom, hopelijk worden voorgezet.

Er werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om ook andere vrouwen extra te bedanken voor hun bijdrage aan de strijd tegen huiselijk geweld. Op deze foto boven v.l.n.r. Sharda Ganga, Jennifer Geerlings-Simons, Betty Sabajo-Cederboom, Jernej Videtič, Geeta Harpal, Henna Guicherit, Nadia Raveles, Wiedia Jawalapersad - Badrie; onder: Elfriede Cederboom-Ritfeld, Irma Loemban Tobing, Sheila Ketwaru-Nurmohamed, Carmen Rasam. 
Carmen Rasam

DNA-voorzitter Jennifer Geerlings-Simons



DNA-leden Karta-Bink en Maabo
Nadia Raveles

Sharda Ganga presenteert 'Hear us Now', een programma waarbij de
capaciteit van sport-, cultuur- en gemeenschapsorganisaties versterkt wordt om
op een positieve manier bij te dragen aan het tegengaan van huiselijk geweld
en geweld tegen vrouwen en kinderen

zondag 30 november 2014

Vrouwenrechten Vraag en Antwoord (vervolg mensenrechtenpane)


       Bij ons Mensenrechtenpanel, op 20 november, waren er nog een aantal vragen die, vanwege het late uur, niet meer aan bod zijn gekomen. We legden ze achteraf voor aan de panelleden. Hier Carla Bakboord, van het Women's Rights Centre aan het woord.


Vraag 1. De achterstandspositie die vrouwen op dit moment innemen met name in de politiek, is dit niet te danken aan de vrouw zelf?
De achterstandspositie van vrouwen heeft alles te maken met de manier waarop de samenleving ( dus zowel mannen als vrouwen) vrouwen en mannen positioneren. En die positie is ongelijkwaardig en ongelijk.  Ongelijkwaardig in die zin dat aan onder andere vrouwenrollen, taken en verantwoordelijkheden minder waarde wordt toegekend dan aan die van mannen. Zowel jongens als meisjes, vrouwen als mannen leren vanuit diverse instituties , waaronder de media, onderwijs, literatuur, politiek, religie, wetgeving etc.. dat vrouwen ondergeschikt zijn aan mannen. Dat uit zich in de toegang hebben tot allerlei bronnen. Zo zien we dat mannen en vrouwen niet in gelijke mate toegang hebben tot die bronnen. (gelijkheid) Die opvatting is ook in de hoofden van vrouwen. Meisjes en vrouwen worden niet opgevoed op een andere planeet. Zij krijgen dus dezelfde boodschappen als jongens en mannen. En vinden vele vrouwen dat vrouwen dus ondergeschikt behoren te zijn aan mannen. Daarom richten wij, WRC, ons zowel op vrouwen en mannen in de strijd voor genderongelijkheid om  de achterstandspositie van vrouwen moet opheffen. Echter, mannen hebben onder andere een achterstand in de reproductieve taken en zorg. Ook daar zal die achterstand opgeheven moeten worden.


Vraag 2. Gendergelijkheid en gelijke behandeling, bejegening en waardering zal dan pas bevorderd worden wanneer de biologische verschillen tussen man en vrouw in het bewustzijn van de mens geminimaliseerd worden. Eens?
Ik begrijp de denkwijze van deze vraag wel. Echter ben ik het er  niet mee  eens .Want als we ons alleen zouden houden aan de biologische verschillen zonder daar een (gender) norm en waarde aan te geven, is er geen situatie van de genderongelijkheid. Maar… omdat we de biologische verschillen hebben vertaald in wat de twee seksen wel en niet mogen (gender) is die ongelijkheid en ongelijkwaardigheid binnengedrongen in ons denken en handelen. Gender verwijst ook naar  de betekenis die we geven aan vrouwelijkheid en mannelijkheid. Biologische verschillen leiden namelijk niet vanzelfsprekend tot genderongelijkheid. Voorbeeld: in zowel heteroseksuele als homoseksuele relaties komt genderongelijkheid voor. En die zijn niet allen gebaseerd op biologische verschillen, maar op gender gerelateerde opvattingen over  mannelijkheid en vrouwelijkheid. En welke macht en positie we toeschrijven aan mannelijkheid en vrouwelijkheid. Vrouwelijkheid staat dan traditioneel voor zwak, en ondergeschikt. En mannelijkheid voor sterk en superieur. Vrouwelijkheid kan de man worden toegeschreven. Die bevindt zich dan in een ondergeschikte positie ten opzichte van de ander die de positie van mannelijkheid bekleedt. Dit heeft dan niets meer te maken met biologische verschillen maar met genderverschillen.


zaterdag 9 maart 2013

VN Secretaris Generaal: "Van verontwaardiging naar actie"

Gisteren, 8 maart 2013, was het de Internationale Dag van de Vrouw. De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki-Moon, publiceerde in verband daarmee de volgende verklaring:

"Wanneer wij de Internationale Dag van de Vrouw herdenken, moeten wij terugkijken op een jaar van schokkende gewelddadige misdaden begaan tegenover vrouwen en meisjes en moeten wij ons afvragen hoe wij een beter toekomst tegemoet kunnen zien.

Een jonge vrouw is aan de gevolgen van een groepsverkrachting overleden. Een ander pleegde zelfmoord uit schaamte, een schaamte die de daders eigenlijk hadden moeten voelen. Jonge tieners zijn van dicht bij beschoten omdat zij durfden om onderwijs te willen volgen.

Deze gruweldaden, die terecht een wereldwijde verontwaardiging ontketenden, waren deel van een veel groter probleem die aanwezig is in elke samenleving en in elke levenssfeer.

Kijk naar de vrouwen om je heen. Denk aan de vrouwen die je koestert in je familie en je gemeenschap. En begrijp dat er statistisch gezien een grote kans is dat velen van hen geweld hebben ondervonden tijdens hun levensloop. En dat nog meer vrouwen een troostende hand hebben geboden aan zusters en vriendinnen, die hun verdriet en boosheid deelden na een aanval.

Dit jaar, op de Internationale Dag van de Vrouw, zetten wij onze verontwaardiging om in actie. Wij verklaren dat wij misdaden tegen vrouwen zullen procederen - en dat wij nimmer zullen toestaan dat vrouwen worden gestraft voor de mishandeling waaraan zij hebben geleden. Wij hernieuwen onze gelofte om deze wereldwijde gezondheidsbedreiging te bevechten, waar het zich ook moge verschuilen - in huizen en in bedrijven, in oorlogszones en in vredige landen, en in het denken van mensen die toestaan dat geweld kan blijven doorgaan.

Wij maken ook een speciale belofte aan vrouwen in conflictsituaties, waar seksueel geweld al te vaak een oorlogsinstrument wordt, gericht op het vernederen van de vijand door hun waardigheid te vernietigen.

Aan die vrouwen zeggen wij: de Verenigde Naties staan met jullie. Als Secretaris-Generaal, dring ik erop aan dat het welzijn van alle slachtoffers van seksueel geweld in conflicten op de voorgrond van onze activiteiten moet staan. En ik draag mijn senior adviseurs op om onze response op seksueel geweld tot een prioriteit te maken in al onze vredesactiviteiten.

Het VN-systeem voert onze "UNite to End Violence against Women" campagne uit, die is gebaseerd op de simpele maar krachtige vooronderstelling dat alle vrouwen en meisjes een fundamentele mensenrecht hebben om hun leven vrij van geweld te leiden.

Deze week in New York, bij de 'Commission on the Status of Women', houdt de wereld de grootse VN-vergadering ooit over het tegengaan van geweld tegen vrouwen. Wij zullen het uiterste uit deze bijeenkomst halen - en wij zullen druk blijven uitoefenen voor vooruitgang lang nadat het is afgelopen.

Ik verwelkom de vele overheden, groepen en individuen die hebben bijgedragen aan deze campagne. Ik moedig een ieder aan om zich bij onze inspanningen te voegen. Als je fondsen geeft aan een doel of als je je stem geeft aan een publiek protest, jij kan deel zijn van ons wereldwijde opmars om dit onrecht te eindigen en om vrouwen en meisjes de veiligheid, zekerheid en vrijheid te geven die zij verdienen."

vrijdag 8 maart 2013

8 maart agenda


Het is weer 8 maart.
En dat zullen we weten, gelukkig maar!
Niet eerder in de recente geschiedenis is er zoveel activiteit te bespeuren in Suriname rond  de Internationale Dag van de Vrouw: dat stemt goed.
Bij de 100ste herdenking van 8 maart besloot Projekta de “Maart van de Vrouw” te organiseren. Omdat we vonden dat er veels te weinig aandacht was voor de maatschappelijke positie van vrouwen; voor vrouwenrechten, voor gendergelijkheid. We organiseerden openbare discussies, trainingen, initieerden de Genderdialoog om te komen tot een participatorisch Genderbeleid, zonden mediaproducten uit, en produceerden een nieuwsbrief.
Dit jaar is er geen gebrek aan aandacht voor 8 maart, en voor het VN thema van het jaar, “Geweld tegen Vrouwen”. Daar hebben wij niets aan toe te voegen op dit moment, dus besloten we het een jaartje rustiger aan te doen.

Dit is al de 4e keer binnen 15 jaar dat het VN Thema van 8 maart te maken heeft met geweld tegen vrouwen. We hadden al eerder in 1999, 2007 en 2009 min of meer hetzelfde thema. We hopen dan ook dat alle mensen, organisaties, politici, beleidsmakers die deze dagen zich hebben uitgesproken tegen geweld tegen vrouwen die overtuiging ook in handelen zullen (blijven) omzetten na 8 maart.

Wij hopen ook dat dit jaar het jaar is dat het tij is gekeerd: dat vanaf nu elke 8 maart een stortvloed van activiteit zal laten zien; een culminatie van alle aandacht voor de maatschappelijke positie van de vrouw, voor vrouwenrechten, het gehele jaar door.
Hier een overzicht van alle 8 maart activiteiten, voor zover we die konden achterhalen.

Een bezinningsvolle 8 maart.

Het PROJEKTA team