Posts tonen met het label Human Rights. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Human Rights. Alle posts tonen

zaterdag 23 mei 2020

Stem wijzer: BINI Stemwijzer 2020 verkiezingen


Op maandag gaan wij naar de stembus. Wij bepalen dan samen wie we het voorrecht geven om namens ons te regeren en wie ons mag vertegenwoordigen. We bepalen de toekomst van ons land, van onszelf en van de generaties na ons. Dat besluit mag niet lichtvaardig genomen worden. Niet op basis van social media posts, massameetings, vage beloftes, leuke liedjes of mooie slogans. Naar de stembus horen burgers te gaan gewapend met feiten. Goed geïnformeerd over wat de partijen precies voor ogen hebben voor onze toekomst. Alleen dan kunnen we bewust stemmen.

Het Burgerinitiatief voor Participatie & Goed Bestuur (BINI) lanceert vandaag haar 2020 Stemwijzer, een analyse van verkiezingsprogramma’s van 13 van de 17 partijen die aan de verkiezingen meedoen. De Stemwijzer is bedoeld als hulpmiddel voor kiezers (zwevend of niet) om geïnformeerd te kunnen stemmen. 

In de Stemwijzer kunnen kiezers namelijk lezen welke doelen en voornemens politieke partijen stellen over o.a. duurzame ontwikkeling, mensenrechten, goed bestuur, functioneren van de overheid, financieel-economische ontwikkeling en planmatigheid. Deze thema’s zijn bepaald door de maatschappelijke organisaties en burgers die deel uitmaken van BINI. Vlak voor de verkiezingen van 2015 publiceerde BINI al een analyse van de beschikbare verkiezingsprogramma’s. Nu, voor de verkiezingen van 25 mei 2020, heeft BINI opnieuw een analyse gemaakt

Grondige analyses maken van verkiezingsprogramma’s in Suriname is nog steeds problematisch. Er wordt namelijk vrijwel geen aandacht besteed aan de financiële kant van beloftes en dus is er niets te zeggen over haalbaarheid. Bovendien komen partijen nog altijd veel te laat uit met hun programma’s. 

Download het document met de analyses hier

donderdag 1 februari 2018

PROJEKTA ontvangt EU Human Rights Award


EU Ambassadeur Jernej Videtič overhandigt de Certificate of
Appreciation aan Projekta-voorzitter Annette Tjon Sie Fat
De ambassadeur van de EU voor Guyana, Suriname en de Nederlandse overzeese gebieden en territoria, Jernej Videtič, overhandigde op maandag 29 januari een mensenrechten-award aan Projekta-voorzitter Annette Tjon Sie Fat. Deze “Certificate of Appreciation” werd uitgereikt aan Projekta ter gelegenheid van de Internationale Dag van de Rechten van de Mens, als erkenning voor de grote bijdrage van Projekta aan de bevordering van mensenrechten, goed bestuur en gendergelijkheid in Suriname.

Dit was de symbolische overhandiging van de award, die officieel werd uitgereikt in een speciale ceremonie op 8 december 2017 in Guyana. Daar nam Riane de Haas-Bledoegde award in ontvangst namens Projekta. Tijdens de uitreikingsceremonie werd er over het werk van Projekta gezegd dat zij zich in de afgelopen 25 jaar ontwikkeld  heeft tot the forefront of Civil Society in Suriname”. 
In Guyana neemt Riane de Haas-Bledoeg
op 8 december 2017 namens Projekta
de award in ontvangst
Als een organisatie die haar werk baseert op een mensenrechtenbenadering van ontwikkeling, richt het werk van Projekta zich op de interconnectie tussen mensenrechten, democratie en goed bestuur, met een speciale focus op gendergelijkheid en vrouwenrechten. Onder andere door middel van onderzoek, advocacy, en capaciteitsversterking van rechthebbenden en plichtdragers heeft Projekta een goed deel van de civil society in Suriname weten te motiveren en versterken in het promoten van een gezamenlijke mensenrechten-agenda door het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) op te richten. BINI is binnen korte tijd uitgegroeid tot het meest zichtbare en productieve netwerk van civil society organisaties en maatschappelijk betrokken individuen in Suriname.  

Projekta heeft mede dankzij financiële ondersteuning via het European Instrument for Democracy and Human Rights (EIDHR), het eerste BINI-Beleidsmonitoringrapport gerealiseerd. Het EIDHR is het thematische instrument ter ondersteuning van civil society projecten over de hele wereld die gericht zijn op de bevordering van mensenrechten en democratie. 

Directie en bestuur van Projekta & EU-vertegenwoordigers
Voor Projekta is de award extra bijzonder omdat zij dit jaar haar 25-jarig bestaan viert. Tevens staat 2018 voor Projekta in het teken van 10 jaar Democratiemaand. Dit zal gevierd worden door het hele jaar door thematische lezingen en discussie-avonden te organiseren, waarbij telkens een ander thema gerelateerd aan mensenrechten en democratie in Suriname besproken zal worden.

Op maandag 29 januari tekenden de EU-ambassadeur Jernej Videtič en Sharda Ganga, de directeur van Projekta, ook het contract voor het project “Hear us Now: Bringing the Voices of Local Communities into the National Dialogue against Domestic and Sexual Violence”. Lees via de volgende link meer over dit project dat ernaar streeft om de betrokkenheid van lokale gemeenschapsorganisaties in tegengaan van seksueel en huiselijk geweld te vergroten.

woensdag 31 januari 2018

PROJEKTA en EU ondertekenen project sport- en cultuurorganisaties tegen huiselijk en seksueel geweld

Projekta-directeur Sharda Ganga en EU Ambassadeur
Jernej Videtic ondertekenen het contract
De ambassadeur van de EU voor Guyana, Suriname en de Nederlandse overzeese gebieden en territoria, Jernej Videtič en de directeur van Projekta, Sharda Ganga ondertekenden maandag 29 januari 2018 het contract voor het project “Hear us Now: Bringing the Voices of Local Communities into the National Dialogue against Domestic and Sexual Violence”.

Het project wordt gefinancierd via het European Instrument for Democracy and Human Rights (EIDHR), het thematische instrument ter ondersteuning van civil society projecten over de hele wereld die gericht zijn op de bevordering van mensenrechten en democratie.

Dit is de tweede keer dat Stichting Projekta een grant ​​ontvangt via het EIDHR. Met behulp van de eerste grant ​​heeft Projekta de oprichting van het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur, en o.a. het eerste BINI-Beleidsmonitoringrapport gerealiseerd.

Het huidige project streeft ernaar om de betrokkenheid van lokale gemeenschapsorganisaties in tegengaan van seksueel en huiselijk geweld te vergroten. Het project richt zich op gemeenschaps-, sport- en cultuurorganisaties in de districten Paramaribo, Wanica en Para. Coaches, activiteitenleiders en besturen van deze gemeenschapsorganisaties zullen worden versterkt om bewustwording en preventie van seksueel en huiselijk geweld op te nemen in hun reguliere activiteiten. Organisaties die meedoen aan het programma kunnen ook in aanmerking komen voor fondsen om activiteiten uit te voeren voor bewustwording en tegengaan van seksueel en huiselijk geweld.

Projekta-directeur Sharda Ganga en EU Ambassadeur
Jernej Videtic
Daarnaast biedt het project leden van maatschappelijke organisaties de mogelijkheid deel te nemen aan een proces van capaciteitsopbouw, met training en begeleiding, om de zichtbaarheid en stem van de meest kwetsbare maatschappelijke groepen op nationaal niveau te vergroten over huiselijk en seksueel geweld en andere aanverwante beleids- en mensenrechtenkwesties. Het project is begroot op Euro 100.000,- waarvan Projekta zelf een deel inbrengt.

De EU-ambassadeur benadrukte dat mensenrechten de rode draad is die loopt door het buitenlands beleid van de Europese Unie en haar lidstaten, en dat er speciale aandacht wordt besteed om minderheden, sociale groepen en civil society te versterken om hun stem te laten horen. De EU blijft betrokken in dialoog met Suriname en met verscheidene NGO's in het land om samen te werken aan mensenrechtenkwesties, zoals het bevorderen van vrouwenrechten en kinderrechten, het tegengaan van mensenhandel en van discriminatie op basis van seksuele oriëntatie; en het verdedigen van burger-, politieke, economische, sociale en culturele rechten.

maandag 2 oktober 2017

De strijd voor gelijke rechten van LGBT is een mensenrechtenstrijd

Toespraak bij Opening Pride Month 2017

Wie hier is oud genoeg om zich Jackie nog te herinneren? De man in lange rok en zwierige hoofddoeken. De manvrouw die wij uitlachten, wiens naam als belediging naar jongens werd geslingerd. Ook ik heb dat gedaan en ik kijk er met schaamte op terug. Ik voel me er nog steeds schuldig om. Maar vandaag ben ik blij met mijn schaamte en mijn schuldgevoelens.

Dat zijn vreemde dingen om blij van te worden, zou je denken. Maar dat we vandaag in Suriname een Pride Month mogen verwelkomen is wel zo fraai, en een viering waard. Dat had ik niet kunnen bevroeden al die decennia geleden.

Wat ik wil zeggen hiermee: ook voor mij was het niet automatisch om respect te hebben voor mensen die zo ongegeneerd en zo wezenlijk anders zijn dan wat ik had geleerd te zien als normaal.  Ook ik moest bewust worden van wat dat betekent: respect hebben voor het anders zijn. Niet alleen respect hebben, maar gewoon, het anders zijn als een gegeven beschouwen, net zoals krullend haar of bijziendheid. Niet een ding dat iets uitmaakt in hoe je de ander ziet of behandelt.

Ik ben blij met mijn schaamte, omdat het betekent dat mijn gedrag toendertijd in tegenspraak is met de persoon die ik ben, en de dingen waar ik in geloof. Dat was ik niet echt.

Ik weet eigenlijk zelf niet wanneer die omslag in mijn denken is gekomen. Zo stond ik nog met rode oortjes te luisteren naar de roddels over mannen die met mannen aan het dansen waren, hahaha, en zo zat één van die mannen zijn hart bij mij te luchten. Dat hij daar in mijn woonkamer op dat zelf getimmerd bed dat dienst deed als sofa, zijn ziel en zaligheid blootlegde, misschien was dat het moment dat ik gewoon een mens zag dat mij vertrouwde met zijn diepste geheim. Wie weet, misschien kwam het door het werken met Ruben del Prado in het prille begin van het Nationaal Aids Programma en het besef dat zolang homoseksualiteit een kibri kibri ding zou zijn, we nooit het monster zouden kunnen temmen.

Misschien kwam het door de theaterwereld waarin ik met alle soorten mensen te maken kreeg.

Of, misschien kwam het door mijn eigen gevecht voor mijn eigen vrijheid. De vrijheid om zelf te bepalen wie ik wilde zijn, niet gedwongen door het keurslijf van culturele en dus familiaire verwachtingen.

Niemand wordt geboren als feminist. Het zijn de omstandigheden die je ertoe dwingen. Als je plotseling beseft: hoezo mag ik niet omdat ik een meisje ben. Wat voor achterlijkheid en oneerlijkheid is dit.

Als je je hele leven nooit achtergesteld bent, als niemand je rechten vertrapt, als je altijd hebt kunnen zijn wie je wil zijn, dan kun je misschien door het leven gaan zonder je ooit druk te maken om mensenrechten. Ze zijn vanzelfsprekend. Leven in blissfull ignorance- zalige onwetendheid, wat een genot moet dat zijn. 

Maar zelfs als je behoort tot die kleine groep mensen op aarde die die luxe heeft, dan nog ontslaat het je niet van de morele verplichting om je ogen te openen. Want blissful ignorance kan alleen bestaan bij de gratie van morele luiheid. Je bent te lui om om je heen te kijken, en te zien dat anderen pinaren. Dat ze behandeld worden als tweederangsburgers, of zelfs als onmensen. Omdat ze niet dezelfde sexe hebben, omdat ze niet dezelfde huidskleur of geloof, of sexuele orientatie of paspoort of rijkdom of fysieke capaciteiten hebben.

Voor meer informatie, ga naar Pareasuriname.com/lgbt-pride-month/
of www.facebook.com/PrideMonthSuriname
De strijd voor gelijke rechten van LGBT is een mensenrechtenstrijd. Net zoals de strijd voor gelijke rechten van vrouwen, of de strijd voor gelijke burgerrechten van mensen die niet blank zijn, en de strijd voor erkenning van de rechten van inheemsen en zo voorts.

Elke strijd voor mensenrechten is in principe hetzelfde. Het is een strijd die niet gewonnen kan worden door straatacties alleen, of door recepties en parades. Maar het is een strijd die zeker ook niet gewonnen zal worden door je onzichtbaar te maken. Het is de allereerste stap naar gelijkheid: je plaats opeisen, je laten zien, en van je laten horen. En tegelijkertijd werken aan veranderingen in beleid en wetgeving, aan bewustwording. En nog een belangrijke factor: je werk en strijd verbinden aan dat van anderen.

Enkele jaren geleden begonnen we bij Projekta na te denken over hoe we het maatschappelijk middenveld, oftewel Civil Society, in Suriname zover konden krijgen dat ze veel meer zou zijn dan slechts een verzameling van losse organisaties die ontwikkelingsprojecten uitvoert. Civil Society moest een stem worden voor mensenrechten, voor meer transparantie in bestuur en participatie van burgers en rekenschap van bestuurders- maar hoe doe je dat?

Eén van onze grootste kopzorgen was, geloof het of niet: wat doe je met organisaties die LGBT-rechten niet willen erkennen? Als je Civil Society wil vertegenwoordigen, dan moet je alle Civil Society organisaties toelaten, ook degenen die homoseksualiteit als tegennatuurlijk zien. We zaten vast: we wilden niemand uitsluiten, want dat was in strijd met onze eigen woorden. Op een dag viel het kwartje.

We hoeven niet heel Civil Society te vertegenwoordigen. We worden een los netwerk van organisaties en mensen die zich achter een idee scharen. Daarbinnen mag je van mening met elkaar verschillen over beleid, over politiek, over de kleur van het tafelkleed. Maar de fundamentele waarden moeten we delen. En de allerfundamenteelste waarde is respect voor mensenrechten. Je kunt alleen bij BINI zijn als mensenrechten het uitgangspunt is van je denken en handelen, je moreel kompas. Kortom, we stelden een principe boven representativiteit.

En zo ontstond het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur- BINI, met het LGBT Platform als 1 van de mede oprichters. Ik denk dat het een wederzijdse verrijking is. Dankzij BINI kwamen het Platform en de VSB bij elkaar en werden er trainingen verzorgd voor het bedrijfsleven. Tijdens de Democratiemaand is er steevast aandacht voor de mensenrechten van LGBTs en we brainstormen over strategische keuzes en paden.

De strijd voor LGBT-rechten is in een stroomversnelling de laatste vijf jaren. Ik ben er trots op dat wij, eerst als Projekta en vervolgens als BINI,  daar een deel van mogen zijn. Ik hoop dat daarmee mijn persoonlijke, morele schuld aan Jackie enigszins is afgelost.

Happy Pride Month!

dinsdag 9 december 2014

Snapshot mensenrechten

(Eerder verschenen in de State of Democracy Nieuwsbrief 2014. Voor de volledige nieuwsbrief, klik hier)

Op 20 november 2014 organiseerde PROJEKTA de panel-discussie ‘Mensenrechten: waar staan we, waar gaan we?’ Een panel van deskundigen ging na wat de stand van zaken in Suriname is op het gebied van vrouwenrechten, kinderrechten, rechten van Inheemse volkeren, van mensen met een beperking en van LGBT. De twee kernvragen voor de avond waren: wat hebben we al bereikt, en waar moeten we met spoed aan werken?
In dit artikel beschrijven wij de belangrijkste informatie en bevindingen uit de presentaties en discussies met betrekking tot vrouwenrechten, de rechten van mensen met een beperking en de rechten van Inheemse Volkeren. Het artikel over kinderrechten, de rechten van LGBT en de rechten van ouderen vindt u hier.



Vrouwen: van genderongelijkheid naar gendergelijkheid


De Staat heeft zich gecommitteerd alle vormen van discriminatie (VN Vrouwenverdrag/CEDAW, 1993) te elimineren en geweld tegen vrouwen (Het Belém do Pará Verdrag, 2002) uit te bannen. Daarmee is zij overeengekomen dat het grondbeginsel van gelijkheid tussen mannen en vrouwen wordt geïntegreerd in onze nationale wetgeving. In de afgelopen eeuw zijn er stappen voorwaarts gezet: er zijn belangrijke wetten aangenomen op het gebied van kiesrecht, handelingsbekwaamheid, toegang tot onderwijs, huwelijkswetgeving, zedenwetgeving, en de Wet Bestrijding Huiselijk geweld. Met het aannemen van deze wetten is de positie van de vrouw verbeterd, maar is er nog geen gendergelijkheid.
Carla Bakboord, WRC
Gendergelijkheid vereist namelijk meer dan positieverbetering, het vereist een transformatie van bestaande structuren. Wij zien immers nog steeds veel ongelijkheid in het politiek machtscentrum, bestuurlijke organen, op het arbeidsveld, in het onderwijs, in verenigingen en in de sport. In gezinnen uit deze genderongelijkheid zich in de verruwing van huiselijk geweld.

De internationale verdragen worden onvoldoende nageleefd. De Commissie Genderregelgeving heeft een lange lijst van wetgeving die aangenomen of aangepast moet worden. Een paar voorbeelden: de conceptwet Seksuele Intimidatie, de conceptwet Gelijke Behandeling mannen en vrouwen, het aanpassen van de Personeelswet (schrappen van de ontslagregeling voor gehuwde vrouwen) laten allemaal op zich wachten.

Women's Rights Centre (WRC) ziet als prioriteiten voor de komende periode de doorlopende training voor leden en achterban van politieke partijen in gender, mensen- en vrouwenrechten, en het lobbyen voor een 50/50 gender quota bij de verkiezingslijsten. Daarnaast wil zij een spoedige behandeling van alle gender gerelateerde conceptwetten, de ontwikkeling van een strategie om een multisiciplinaire aanpak van partnergeweld te professionaliseren, en tenslotte de opname van vrouwenrechten, gendergelijkheid en het voorkómen van huiselijk geweld als vak in het onderwijscurriculum.



Mensen met een beperking: een vergeten groep



Natasia Hanenberg-Agard, NSBS

In 2006 werd het Verdrag voor de Rechten van Mensen met een Beperking door de Verenigde Naties aangenomen. Dit Verdrag is nooit door Suriname geratificeerd, en uit onderzoek van de Nationale Stichting Blindenzorg Suriname (NSBS) blijkt dat er geen specifieke wetten zijn die betrekking hebben op mensen met een beperking. Zonder een wettelijke basis is het moeilijk om rechten af te dwingen voor mensen met een beperking. 
De situatie van mensen met een beperking in Suriname is dan ook niet erg positief te noemen. Vooral toegankelijkheid is een grote uitdaging. Met name toegang tot gebouwen, openbaar vervoer, speciaal vervoer, onderwijs, gezondheidszorg en besluitvorming is een groot probleem.

De NSBS ziet daarom de ratificering van het Verdrag als de hoogste prioriteit. Ook pleit zij voor een overlegorgaan dat adviseert over beleidsmaatregelen en dat ook controle kan uitoefenen op de uitvoering daarvan. Het Ministerie van Sociale Zaken is enige tijd geleden met gesprekken gestart met als doel de zogeheten ‘Nationale Adviesraad voor Gehandicapten’ (NARG) nieuw leven in te blazen, maar dit initiatief ligt al bijkans een jaar stil.

Als derde prioriteit ziet de NSBS het vergroten van de maatschappelijke bewustwording over de capaciteiten van mensen met een beperking. Anders dan men denkt, zijn zij (met de juiste begeleiding) in staat om zelfstandig te wonen, zich verder te ontwikkelen, hun stem te vergroten, aan te geven wat hun behoeften zijn en hun eigen belangen te behartigen.



Inheemse volkeren: recht op zelfbeschikking


Het “zelfbeschikkingsrecht” geeft aan een ieder van ons het recht om te participeren in het democratisch proces van governance. Bovendien biedt het de mogelijkheid invloed uit te oefenen op onze eigen toekomst, zowel op politiek, sociaal als cultureel vlak. Dit recht is vastgelegd in het VN Verdrag inzage Burgerrechten en Politieke Rechten, in het Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten, en in de VN ‘Declaration on the Rights of Indigenous Peoples’.


Josee Artist, Bureau van de VIDS
Inheemse volken in Suriname hebben jarenlang vormen van nationale onderdukking van de Staat ervaren, voortgekomen uit het assimilatiebeleid van diverse overheden. Als gevolg daarvan zijn discriminatie, onderdrukking en ongelijkheid diep geworteld in overheids-, maar ook andersoortige instituties. Inheemse volken worden verhinderd om voor hun eigen wijze van bestaan te kiezen en eigen invulling te geven aan hun toekomst. Hun voorouderlijke gronden en middelen worden niet wettelijk erkend, hun systeem van democatisch zelfbestuur wordt niet erkend of zelfs bedreigd, en er worden vernietigende sociaal-economische plannen en initiatieven ondernomen onder de noemer ‘nationale ontwikkeling’ zonder inspraak van degenen die de meest schadelijke gevolgen zullen ondervinden (zoals recentelijk in het Bakhuysgebergte is geschied).

De Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname (VIDS) streeft al 25 jaar naar het beleven van het zelfbeschikkingsrecht van Inheemse volken door eigen onderzoek te doen, strategische projecten te initiëren, dorpsbesturen en instituties te versterken, te lobbyen bij overheden en parlement, te ondersteunen bij consultatieprocessen, en internationaal casussen in te dienen bij schending van de rechten van Inheemsen. Recht op collectief grondbezit en op zelfbeschikking zijn daarom voor de VIDS de belangrijkste issues als het gaat om rechten van Inheemsen in Suriname.

Voor de volledige nieuwsbrief klik hier

Snapshot mensenrechten, deel 2

(Eerder verschenen in de State of Democracy Nieuwsbrief 2014. Voor de volledige nieuwsbrief, klik hier)

Op 20 november 2014 organiseerde PROJEKTA de panel-discussie ‘Mensenrechten: waar staan we, waar gaan we?’ Een panel van deskundigen ging na wat de stand van zaken in Suriname is op het gebied van vrouwenrechten, kinderrechten, rechten van Inheemse volkeren, van mensen met een beperking en van LGBT. De twee kernvragen voor de avond waren: wat hebben we al bereikt, en waar moeten we met spoed aan werken? In dit artikel beschrijven wij de belangrijkste informatie en bevindingen uit de presentaties en discussies met betrekking tot kinderrechten, de rechten van LGBT en de rechten van ouderen. Het artikel over vrouwenrechten, de rechten van mensen met een beperking en de rechten van Inheemse Volkeren vindt u hier.


Kinderen: van kennis naar beleving


Lillian Ferrier,
Foundation for Human Development
Op 20 november is het 25 jaar geleden sinds we het Kinderrechtenverdrag hebben geratificeerd. Er is veel bekendheid gegeven aan het verdrag en er zijn nu meerdere overheidsinstanties die zich bezig houden met kinderrechten, zoals het Bureau Kinderrechten van het Ministerie van Sociale Zaken, het Universiteitsinstituut Kinderrechten en het Bureau Vrouwen- en Kinderbeleid van het Ministerie van Justitie en Politie.
Desondanks zijn er bijna 100 wetten die in overeenstemming moeten worden gebracht met het Verdrag. In de afgelopen vijftien jaren zijn maar drie wetten aangepast: de Zedenwetgeving, het Hoorrecht, en de Huwelijkswetgeving.

In de tussentijd gaat het niet goed met onze kinderen. Het Kinderrechtenverdrag wordt niet beleefd in de praktijk. Bijna 90 procent van onze kinderen heeft ooit geweld meegemaakt, waarvan tien procent ernstig geweld. Dertien procent van onze kinderen groeit niet op bij hun biologische ouders, maar wordt opgevangen door grootouders, peetjes, in kindertehuizen en cellenhuizen.

Een van de prioriteiten is daarom het treffen van sancties (straffen) voor ouders die geen verantwoordelijkheid willen nemen voor de opvoeding van hun kind(eren). Er moet ook een meldplicht komen voor artsen, leerkrachten en anderen die constateren dat een kind mishandeld is of misbruikt is/wordt. Artsen moeten zich niet meer verschuilen achter het beroepsgeheim.

Wij, de volwassenen, zijn degenen die ervoor moeten zorgen dat kinderen hun rechten kunnen beleven. Wij moeten altijd artikel 3 van het Verdrag voor ogen houden, namelijk ‘het belang van het kind staat centraal’.

LGBT: discriminatie is tegen de Grondwet

Tineke Sumter, Women's Way
(namens het LGBT Platform)

Vier jaar geleden gaf de Minister van Justitie en Politie op vragen over de positie van LGBT’s in Suriname bij de verdediging van het Surinaamse Mensenrechten rapport bij de VN aan dat er eerst een brede nationale discussie gevoerd moet worden om hierover een standpunt in te nemen. Tegelijkertijd zei de Minister dat volgens Artikel 8.2 de Surinaamse Grondwet niemand gediscrimineerd mag worden en dat er naar zijn weten geen schendingen van mensenrechten wat deze groep betreft plaatsvonden in Suriname.
Dit standpunt is in de afgelopen jaren herhaald tijdens de verschillende staatshoofdenvergaderingen van de OAS. Anno 2014, vier jaar verder, is er door de overheid echter geen enkel initiatief genomen om deze brede nationale discussie ook daadwerkelijk te voeren.
Hoewel discriminatie verboden is volgens de Grondwet, is dit niet uitgewerkt in diverse (sociale) wetten. Zo is er bijvoorbeeld geen antidiscriminatie wetgeving en zijn de sancties op discriminatie niet beschreven. Mensen van hetzelfde geslacht kunnen hun relatie niet bij het burgerlijk stand registreren of met elkaar trouwen. Ook zijn er slechts twee bedrijven (IAMGOLD RGM en Staatsolie) die in hun CAO rekening houden met relaties van mensen van hetzelfde geslacht.

Begin 2014 hield het LGBT Platform een breed bezochte krutu, waaruit als prioriteiten zijn voortgevloeid het mogelijk maken van geregistreerd partnerschap, een beleid voor gelijkwaardigheid op de werkplek en een algemeen antidiscriminatiebeleid (niet alleen voor LGBT).


Seniore burgers: een groeiende groep


In 2040 zullen er voor het eerst in onze geschiedenis meer ouderen dan kinderen zijn, zo’n eenvijfde van de wereldbevolking. In Suriname is nu ongeveer negen procent van onze bevolking ouder dan 60 jaar, maar dit percentage zal ook snel stijgen tot 25 – 30 procent, waarvan meer vrouwen dan mannen.
Ondanks de forse groei van deze groep, zijn er geen specifieke internationale mensenrechten-instrumenten voor ouderen. Er zijn alleen verwijzingen in algemene verdragen, zoals de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het Verdrag voor Burger en Politieke Rechten, het CEDAW Verdrag en het Verdrag voor de Rechten van Mensen met een Beperking.

Een belangrijke internationale committering van Suriname is de ‘Madrid Plan of Action on Ageing’. In 2012 bracht Suriname verslag uit over de vorderingen van de vier jaren daarvoor. Helaas is er niet veel veranderd sindsdien. Er zijn in Suriname ook nauwelijks specifieke wetten voor bescherming van de rechten van ouderen. Volgens het Burgerlijk Wetboek is er een zorgplicht voor volwassen kinderen tegenover hun ouders, echter is hier geen toezicht op. In 2008 werden volgens Wet en Staatsbesluit pensioenen van ambtenaren en anderen gekoppeld aan huidige inkomens en inflatie, waarmee een eerste stap naar waardevastheid is gedaan. In 2011 werd het bedrag voor de Algemene Ouderdomsvoorziening verhoogd, en in 2013 kregen alle seniore burgers de mogelijkheid om basisgezondheidszorg te genieten op de kosten van de Staat.

Ondanks deze positieve noot, is het nog steeds slecht gesteld met de situatie van onze seniore burgers. Huisvesting is voor hen een groeiend probleem. Er is een conceptwet voor opvanginstellingen voor ouderen, maar deze wet is nog niet uitgewerkt in de praktijk. Volgens het rapport zijn naast huisvesting en opvang de hoogtse prioriteiten voor deze groep het zorgen voor goede gezondheidszorg toegespitst op seniore burgers, het bevorderen van de financiële zelfstandigheid van ouderen en de integratie van ouderen in de samenleving.

Voor de volledige nieuwsbrief klik hier