woensdag 3 december 2014

Een druk jaar voor de CLAD?

OAS pleit voor meer transparantie


(Afkomstig uit de State of Democracy Nieuwsbrief 2014. Voor de volledige nieuwsbrief, klik hier)


Dit jaar is er door diverse mensen vaker opgeroepen tot onderzoek door de Centrale Lands Accountantsdienst (CLAD), bijvoorbeeld naar vermeende onrechtmatige handelingen door de voormalige Districtscommissaris van Saramacca (nu DC van Coronie), voor Carifesta, het Ministerie van Sport en Jeugdzaken, aanbestedingen en het verstrekken van gunningen bij het Ministerie van Openbare Werken. Op 27 mei gaf de President in de Nationale Assemblee aan dat hij “via de Vice President de CLAD de opdracht heeft gegeven alle boeken na te gaan van minsteries en parastatale instellingen” (Starnieuws 27 mei 2014). Volgens Dagblad Suriname (11 augustust 2014) heeft de Minister van Financiën vervolgens aan de CLAD de opdracht gegeven onderzoek in te stellen op de Ministeries van Financiën, Volksgezondheid en Sociale Zaken. Of de rest van de Ministeries erna nog aan de beurt is gekomen is onduidelijk. Het lijkt er in elk geval op dat de CLAD een heel druk jaar heeft gehad.

Rol van de CLAD
De CLAD is de interne accountant van de overheid[1] en verricht namens de regering accountantscontrole op de ministeries, parastatale bedrijven en overheidsinstituten. De onderzoeken kunnen gedaan worden in opdracht van de Minister van Financiën, maar zij kan ook op eigen initiatief advies geven aan de Minister (Landbesluit van 28 december 1978). De CLAD steunt daarbij op de maatregelen van interne controle die er zijn binnen de ministeries; ze valt qua begroting en organisatie onder beheer van het Ministerie van Financiën, en moet ook jaarlijks rapporteren aan dit Ministerie. De CLAD is één van de organen van de Staat die corruptie moet helpen bestrijden.

Inter-Amerikaans Verdrag
Suriname ratificeerde in 2002 het Inter-Amerikaans Verdrag tegen Corruptie. Als onderdeel van de monitoring van dit verdrag (Mechanism for Follow-Up on the Implementation of the Inter-American Convention against Corruption – MESICIC) wordt elk land om de vier jaar bezocht door vertegenwoordigers van diverse andere verdragspartners (landen).

Suriname was in april 2014 aan de beurt; het rapport van het Monitoringscomité, gepubliceerd in september 2014[2], is opgesteld op basis van informatie die vooraf door de Staat is verzonden, en op basis van presentaties en gesprekken met diverse stakeholders (overheid, civil society, private sector) tijdens het comitébezoek in april 2014.

Het rapport beschrijft de taken, verantwoordelijkheden en functioneren van vier organen van de staat die verantwoordelijk zijn voor het voorkomen, ontdekken, bestraffen en bestrijden van corrupte handelingen: het Hof van Justitie, het Openbaar Ministerie, het Ministerie van Justitie en Politie; en de CLAD.

Capaciteit & processen
Hoewel er op papier een scheiding is tussen de taken van de CLAD, de Rekenkamer en de Interne Controle afdelingen van de Ministeries, constateert het OAS Comité dat deze scheiding in de praktijk niet zo duidelijk is, mede door een gebrek aan gecertificeerde accountants en auditors bij de Rekenkamer. Het gebrek aan wettelijk kader voor de uitvoering van het accountantsberoep, en de verouderde taakomschrijving van de CLAD zijn ook zorgpunten. Aangezien accountants vaker als consultants moeten worden ingehuurd, maakt de OAS zich zorgen over de regelgeving met betrekking tot onder andere belangenverstrengeling en aansprakelijkheid. Tijdens het bezoek van de OAS is ook door de CLAD aangegeven dat het gebrek aan standaardprocedures bij diverse overheidsorganen het moeilijk maakt om betrouwbare en tijdige informatie te verzamelen om zodoende corrupte handelingen te ontdekken.

Rapportage & toegang tot informatie
Het OAS Comité sprak ook haar bezorgdheid uit over het feit dat wanneer de CLAD bewijzen vindt van criminele handelingen, waaronder corruptie, deze uitsluitend worden gerapporteerd aan de Minister van Financiën. De Minister besluit vervolgens of het Openbaar Ministerie al dan niet wordt ingeschakeld. Het Comité heeft aangegeven dat, volgens het Verdrag, controleinstituten als de CLAD verplicht gesteld moeten worden om over dergelijke bewijzen rechtstreeks te rapporteren aan het Openbaar Ministerie.

Ook de communicatie met, en verantwoording aan het publiek moet beter, volgens het Comité. Zo stellen zij voor dat het via de website van de CLAD mogelijk moet zijn om anoniem klachten of bezwaren door te geven die gerelateerd zijn aan het werk van en door de CLAD, en daarnaast ook vermoedens van corrupte handelingen te rapporteren binnen de Overheid en parastatale instellingen die onder controle van de CLAD vallen. Dit moet gepaard gaan met duidelijke en transparante richtlijnen. Verder moeten de jaarverslagen van de CLAD inzichtelijk gemaakt worden via de website van de overheid en/of via andere wegen, zodanig dat de informatie publiekelijk toegankelijk is.

De enige informatie die de CLAD over haar onderzoeken ter beschikking kon stellen aan het OAS Comité, betrof het aantal onderzoeken, audits en adviezen per jaar, met een onderscheid naar overheid en parastatale bedrijven. Daaruit is niet zichtbaar om welke ministeries, afdelingen of bedrijven het gaat, hoeveel audits intern of extern waren, bij hoeveel er corrupte handelingen ontdekt zijn, hoeveel gevallen zijn gerapporteerd, in hoeverre de aanbevelingenworden opgevolgd, en hoeveel gelden als gevolg daarvan zijn teruggevorderd of personen vervolgd.

Mogen wij met de CLAD praten?
PROJEKTA benaderde, voor een artikel in deze nieuwsbrief, de CLAD voor een lijst van onderzoeken gedaan in 2014. Ook wilden we graag weten van de CLAD wat er na het afronden van de diverse onderzoeken is gebeurd met haar bevindingen, en (in haar eigen woorden) wat haar taken en bevoegdheden zijn. Daarnaast wilden we graag weten wat volgens de CLAD de meewerkende en tegenwerkende factoren zijn in haar functioneren.

Voor het verstrekken van de informatie over wat is onderzocht en de follow up daarvan, evenals voor een interview met de CLAD, bleken wij toestemming nodig te hebben van de Minister van Financiën. Wij verstuurden ons verzoek per email (op aanbeveling van het secretariaat van de Minister) op 11 november, waarbij we ook aangaven dat we uiteraard de tekst voor publicatie zouden kunnen voorleggen aan de CLAD- en indien gewenst ook de Minister en, dat wij als deadline voor het artikel 20 november hadden.  Na een aantal pogingen om antwoord op ons schrijven te krijgen, kregen we op 20 november van het secretariaat van de Minister de horen dat het geen zin meer had “want de deadline is verstreken”. Wij stonden op een schriftelijke reactie op onze mail en gaven ook aan dat wij de deadline konden opschuiven- het ging immers om onze eigen nieuwsbrief. Op 21 november ontvingen wij een schriftelijke reactie, dat het Ministerie van Financiën de informatie over gepleegd onderzoek niet kan verstrekken, maar dat die apart bij elk vakministerie aangevraagd moet worden, aangezien die de opdrachtgevers van de CLAD zijn. Het Ministerie van Financiën gaf aan slechts toestemming te kunnen geven voor het verstrekken van een korte beschrijving van de procedures en bevoegdheden door de CLAD.

Wij hadden geen behoefte meer aan dat gesprek, aangezien die informatie ook via andere wegen verkregen kan worden. Wat wel duidelijk is geworden, is dat ook binnen de Overheid men niet helemaal duidelijk lijkt te weten wie de eigenlijke opdrachtgever is van de CLAD en dat de aanbevelingen van de OAS nog steeds niet zijn opgevolgd.-


Voor de volledige nieuwsbrief klik hier


[1]Dit in tegenstelling tot de Rekenkamer van Suriname, die de externe accountant is: de onafhankelijke controleur namens de Nationale Assemblee.
[2]Het rapport en alle ondersteunende documenten zijn openbaar, en te downloaden via http://www.oas.org/juridico/english/sur.htm

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen