woensdag 26 november 2014

Wat had de Anti-corruptiewet kunnen doen?

Door Rashna Sewgobind

Met Suriname’s toetreding tot het Inter-Amerikaans Verdrag tegen Corruptie in 2002, heeft de Staat zich gecommitteerd om een Anticorruptiewet in te voeren. De eerste ontwerpwet werd datzelfde jaar al aangeboden aan het Parlement. Opeenvolgende politieke partijen en regeringen hebben in verkiezingsprogramma’s en meerjaren ontwikkelingsprogramma’s opgenomen dat het aannemen van de wet prioriteit geniet. Twaalf jaar en enkele conceptversies later, is het nog niet gerealiseerd. Het laatste ontwerp is ingediend in januari 2014.

In dit artikel geef ik aan hoe enkele corruptieschandalen van de afgelopen jaren hadden kunnen worden aangepakt met een Anticorruptiewet. De (concept)wet schrijft namelijk voor dat:
-    elke publieke functionaris bij zijn aantreden en elk jaar daarna – tot 1 jaar na zijn aftreden – een  verplichte vermogensstaat moet indienen (Artikel 29) bij een op te zetten commissie belast met preventie en bestrijding van corruptie. In het overzicht moeten zij alle inkomens, bezittingen en schulden aangeven.
-    elke publieke functionaris bij wie een aanzienlijke toename in vermogen wordt waargenomen en  dat niet te verklaren is door zijn reguliere inkomsten (onrechtmatige verrijking), wordt gestraft (Artikel 5).

Cases Openbare Werken
Op 12 augustus 2000 werd Dewanand Balesar (destijds van de VHP) Minister van Openbare Werken. Enkele weken voor de verkiezingen van mei 2005 werd hij op eigen verzoek buiten functie gesteld vanwege verdenking van corruptieve praktijken. De Procureur-Generaal had het verzoek gedaan aan de Centrale Lands Accountants Dienst (CLAD) en de afdeling Fraude van het Ministerie van Justitie en Politie om onderzoek te doen naar vermeende corruptie. Volgens destijds gepubliceerde artikelen (o.a. De Ware Tijd, 11 mei 2005) blijkt uit het onderzoek dat Balesar en anderen middels fictieve aanbestedingen en  boekhoudkundige fraude zich financieel hadden verrijkt en zich goederen, waaronder voertuigen, hadden toegeëigend. Ondanks zijn veroordeling, werd aan Balesar per 1 september 2005 eervol ontslag als minister verleend.

Na de verkiezingen van 2010, waarbij de NDP in combinatie met andere partijen aan de macht kwam, werd Ramon Abrahams benoemd tot Minister van Openbare Werken. Enkele maanden later kwam hij in opspraak toen bleek dat zijn kantoor op het ministerie voor SRD 650.000 verbouwd was zonder dat dit openbaar was aanbesteed en dat diverse opdrachten bleken te zijn gegund of toegewezen aan bedrijven van familieleden. Ook bleek hij zonder aanbesteding zijn dienstauto te hebben geüpgrade voor een bedrag US$ 150.000. Abrahams werd ondanks de vele openbaar gemaakte documenten niet opgespoord en vervolgd, in tegenstelling tot Balesar. In 2013 werd hij vervangen als Minister van Openbare Werken.

Toepassing van de Anticorruptiewet
Bij zowel de case van Balesar als de case van Abrahams, zouden beide functionarissen geregeld de verplichte vermogensstaat moeten hebben ingediend, als de ACW in werking was. Bij de controle zou een significante toename in hun vermogen, dan meteen reden zijn tot onderzoek en vervolging. Het misbruiken van hun functie om zichzelf en/of familieleden te bevoordelen, is volgens de wet ook strafbaar. In beide cases kwam informatie naar buiten via documenten die waren gelekt aan DNA of de pers, of die door getuigen zijn afgegeven aan het Openbaar Ministerie. Met de nieuwe wet mogen mensen informatie over vermoedelijk gepleegde delicten ook rechtstreeks doorgeven aan de Commissie. Zo kan men strafbare feiten vroegtijdig achterhalen.

Naast deze twee cases, zijn er natuurlijk meerdere vermoedelijke corruptie en fraude cases, zoals de witwaszaak van Siegfried Gilds, de affaire Sew A Tjon die 600.000 ha grond heeft gehad om te verkennen/exploreren, de onthulling van de miljoenenfruade bij TAS, de Steekpenningen gegeven door Ballast Nedam voor de bouw van bruggen in Suriname, enzovoort. Deze cases worden vaak niet diepgaand onderzocht en er worden geen sancties getroffen tegen de betrokken personen, waardoor er geen consequenties verbonden zijn aan corruptieve praktijken.

Anticorruptiewet niet zaligmakend
Ook de conceptwet die er ligt, heeft verbetering nodig op een aantal punten:
1.    Er is geen sprake van klokkenluidersbescherming, terwijl deze essentieel is.
2.    De verplichte verklaring is alleen voor de publieke functionaris zelf, en niet voor        partner en/of andere familieleden.
3.    De opsomming van de daden van corruptie is limitatief (geen mogelijkheid tot            aanvulling), dat wil zeggen dat als er nieuwe methoden of vormen ontstaan, deze   in  principe niet eronder zouden vallen.
4.    Er is niet aangegeven volgens welk model de vermogensstaat opgemaakt dient te  worden. Als dat pas na de inwerkingtreding moet worden bepaald, kan de kern van  de wet nog niet worden toegepast.

Behalve de aanname van de wet moet verder ook gewerkt worden aan mechanismen zoals ethische gedragscodes op de werkvloer, intensieve integriteitstrainingen, bewustwordingssessies om betere resultaten te verkrijgen, vooral op het gebied van preventie. Een Anti-corruptiewet alleen kan corruptie in zijn geheel niet beperken, noch voorkomen.


Rashna Sewgobind is in 2013 afgestudeerd als Bachelor of Science in Public Administration. Zij schreef haar thesis over ‘Overheidsbeleid en Corruptiebestrijding’.

zaterdag 22 november 2014

starnieuws: Regering gaat nationale discussie LGBT uit de weg

LGBT Regering gaat nationale discussie uit de weg


22 Nov, 04:00
43411663af34eca1b9592ce09dbed007.jpg___Tieneke_Sumter.jpg
Tineke Sumter van het LGBT-platform. (Foto: Projekta)
Het Platform voor lesbiennes, gays, biseksuelen en transgenders (LGBT), vindt dat de regering de verantwoordelijkheid uit de weg gaat een nationale discussie op gang te brengen over wel of geen maatschappelijke acceptatie van deze doelgroep. Vanuit de regering wordt wel steeds gezegd, dat eerst een nationale discussie moet worden gehouden, maar ontbreekt het de overheid aan elk initiatief. Dit zorgt voor een steeds groter wordende discriminatie van LGBT’ers en het onthouden van cruciale mensenrechten. 

Dit was donderdagavond de rode draad tijdens de voorlaatste discussieavond van stichting Projekta in de democratiemaand. Tineke Sumter van dit platform verzorgde een korte inleiding over de huidige situatie van LGBT-personen en hun toekomst zoals die er uitziet zonder, en met toekenning van gelijke rechten. Wederom zegt het platform het een grove schending van mensenrechten te vinden dat deze personen niet zijn opgenomen in de sociale wetten die in het parlement zijn aangenomen. “De regering zegt wel steeds dat niemand mag worden gediscrimineerd, maar is dat niet te zien in de wetten”, zegt Sumter.

Uitgaande van het begrip mensenrechten zouden er volgens het platform speciale wetten gemaakt moeten worden tegen discriminatie van deze groep. In deze wetten moeten de sancties bij discriminatie zijn opgenomen. In de rij van discriminerende feiten jegens de groep noemde Sumter het gemis aan wetgeving voor een huwelijk tussen personen van hetzelfde geslacht, het veranderen van het paspoort van een transgender, en de erkenning van deze groep op arbeid. Volgens de informatie van de inleider maken alleen Staatsolie en Iamgold hierin een uitzondering.

Als resultaat van de discussie met het publiek, kwam naar voren dat naast de verantwoordelijkheid van de regering voor een nationale discussie, het platform prioriteit stelt aan geregistreerd partnerschap bij het Centraal Bureau voor Burgerzaken en een antidiscriminatie beleid.

Wilfred Leeuwin

vrijdag 21 november 2014

Rechten mensen met beperking hebben geen wettelijke basis


Starnieuws, 21 Nov, 20:30
bfae7a0f3f2a303fa7a6c70923b93e34.jpg___projekta_lezing.jpg
De panelleden Lilian Ferrier, Foundation for Human Development, Natasia Hanenberg-Agard, Stichting Blindenzorg Suriname en Carla Bakboord, Women’s Rights Centre. (Foto: Projekta)
Mensen met een beperking hebben in Suriname geen enkele wettelijke basis voor het afdwingen van hun rechten, wanneer die worden geschonden. Suriname heeft in 2007 het VN-verdrag voor rechten voor personen met een beperking wel getekend, maar nog niet geratificeerd. Het verdrag is in 2006 door de Verenigde Naties (VN) aangenomen. Op het ministerie van Sociale zaken en Volkshuisvesting (Sozavo) is wel een Nationaal Adviesraad voor gehandicapten (NARG) in het leven geroepen, maar is die niet actief. Tijdens een discussie donderdagavond van stichting Projekta als onderdeel van de serie discussies in de democratiemaand, is gebleken dat de huidige positie en de toekomst van personen met een beperking er niet rooskleurig uitziet.

Binnen de samenleving zijn er tientallen organisaties en instellingen, die zich specifiek bezighouden met de zorg van personen met een beperking. Naast maatschappelijke acceptatie en uit humanitaire overwegingen aangepaste voorzieningen, is er geen enkele wettelijke basis om de rechten en daarmee ook de nodige aanpassingen, af te dwingen. In de discussie werd dan ook de vraag gesteld in welke mate mensen met een beperking worden toegelaten om in de samenleving te integreren en als er in hun geval sprake is van normale burgers. De vraag waar het land naar toe wil met deze speciale groep, zal een nationaal vraagstuk moeten worden, waarvoor beleid moet worden gemaakt.

Bijkans een jaar terug is door Sozavo een bijeenkomst gehouden voor een structurele aanpak van de rechten van mensen met een beperking. Alle organisaties en instantie waren uitgenodigd. Enkele van deze organisaties hebben een vertegenwoordiging in de raad. “Echter is het bij die poging gebleven en is er verder niets aan gedaan”, zegt Natasha Hanenberg-Agard, directeur van Stichting Blindenzorg Suriname.

“We zullen moeten komen tot ratificatie van het verdrag om tot een gestructureerd beleid te kunnen komen en bestaande wetgeving aan te passen aan de behoefte van de doelgroep. Daarnaast moet gekeken worden naar specifieke wetten. Wat ook in kaart moet worden gebracht, zijn de kosten voor het doen van de verschillende aanpassingen, waardoor deze groep zich niet buiten de samenleving voelt”, zegt Agard. Volgens haar zal de overheid een duidelijke leidende rol hierin moeten vervullen, bijgestaan door het maatschappelijk middenveld, waaronder niet-gouvernementele organisaties. Zij pleit voor een onafhankelijk orgaan dat kan toezien op de naleving van de wetten en regels.

Wilfred Leeuwin

Mensenrechten moet je ook beleven

Verslag van de paneldiscussie “Mensenrechten in Suriname: waar staan we, waar gaan we?”  

Op donderdag 20 november vond een zeldzame samenkomst plaats van vertegenwoordigers van verschillende mensenrechtengroepen. Een panel van deskundigen ging na wat de stand van zaken in Suriname is op het gebied van vrouwenrechten, kinderrechten, rechten van Inheemse volkeren, mensen met een beperking en LGBT. De panelleden waren Carla Bakboord (Women’s Rights Centre), Lilian Ferrier (Foundation for Human Development), Josee Artist (Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname), Natasia Hanenberg-Agard (Stichting Blindenzorg Suriname) en Tieneke Sumter (LGBT Platform). Vanwege de verhindering van Armand Deekman van het BBGO, heeft Projekta samen met mw. Irma Loemban Tobing-Klein gesproken over de rechten van seniore burgers.

De twee kernvragen voor de avond waren: wat hebben we al bereikt, en waar moeten we met spoed aan werken? Uit de inleidingen en discussie, kwamen een aantal centrale thema’s naar boven.

Wetten en regels
Door alle panelleden werd de wetgeving als grote uitdaging én prioriteit aangehaald. Voor senioren en LGBT zijn er helemaal geen speciale mensenrechteninstrumenten (zoals internationale verdragen) voor bescherming van hun rechten, waardoor zij zich moeten beroepen op delen uit andere verdragen en verklaringen. Voor de groepen waar er wel internationale instrumenten bestaan, zijn niet alle instrumenten aangenomen of geratificeerd door Suriname (zoals het Verdrag voor de Rechten van Mensen met een Beperking), of zijn deze te weinig vertaald in nationale wetten en regels.
 
De Staat moet regelmatig rapporteren over de voortgang in de implementatie van de verdragen in Suriname. Deze rapportages worden vaak laat ingediend en zijn niet altijd even diepgaand. Vaak wordt het maatschappelijk middenveld niet betrokken bij het samenstellen van de rapporten, hoewel dat verplicht is. Zij moet genoegen nemen met het uitbrengen van schaduwrapporten.

De internationale gemeenschap heeft via de diverse mensenrechteninstrumenten Suriname vaker aangesproken op het niet voldoende naleven van haar verplichtingen.
Vaak wordt als reden genoemd ‘er is eerst een maatschappelijke discussie nodig’, terwijl beleidsmakers deze discussie nooit starten. Daarmee lijken zij volgens de panelleden geen verantwoordelijkheid te willen nemen voor het beleid, en deze geen prioriteit te willen geven. Dit onderbouwen zij door aan te geven hoeveel andere, vaak veel ingrijpender, beleidsbeslissingen wel worden genomen zonder enige maatschappelijke discussie.

Dialoog met beleidsmakers over mensenrechtenproblematiek is schaars. Nasasia Agard-Hanenberg beschreef het hakkelend proces om de NARG (Nationaal Adviesraad voor Gehandicapten) nieuw leven in te blazen. “Nu zijn we al één jaar verder, en het is gestuit, er is geen beweging”, verzucht zij.

Beleving van het recht – klein beginnen
Naast het wettelijk kader, is het ook nodig dat rechten worden beleefd in de praktijk, want ‘democratie heeft te maken met beleven’, stelt Lilian Ferrier. Ongelijkheid en onderdrukking zit niet alleen ingebakken in overheids- en andere instituties, maar ook in onze cultuur. 
Diverse voorbeelden werden aangehaald, zoals leeftijdsdicriminatie bij sollicitatie-oproepen, het niet willen aannemen of treffen van zelfs minimale voorzieningen voor mensen met een beperking op de werkplek, de mishandeling van vrouwen en van kinderen, het weigeren van sociale voorzieningen aan partners in same-sex relaties, en het miskennen van het traditioneel gezag bij ingrijpende ‘ontwikkelingsprojecten’ in het binnenland.
 

De panelleden geven allemaal aan dat het ‘mainstreamen’ van rechten een langdurig proces is, met veel valkuilen, maar dat er nu wel concrete acties en stappen zijn die genomen kunnen worden. “Als we gender niet kunnen mainstreamen in het volldig curriculum op alle scholen, laten wij ten minste beginnen met één vak, of een deel van een vak”, zegt Carla Bakboord. Irma Loembang Tobing-Klein beaamde dat en stelde aan het einde van de avond “Mensenrechteneducatie is de sleutel tot ontwikkeling”.

woensdag 19 november 2014

“Je kan zoveel regels hebben, maar het gaat nooit lukken als mensen niet democratisch denken”

Structuren en processen zien er vaak mooi uit op papier, maar werken in de praktijk niet. Dit was één van de conclusies van de derde discussie-avond die Projekta hield in het kader van Democratiemaand 2014. De sprekers waren Giwani Zeggen, politicoloog en columnist, en Jacintha Dundas, Master in Public Administration, die eerder dit jaar afstudeerde op het gebrek aan burgerparticipatie bij de hoorzittingen in Wanica.

Sport & Democratie
Giwani Zeggen focuste op een specifiek deel van democratie binnen sportbonden, namelijk besluitvorming. Hij trok parallellen tussen de de besluitvormingssystemen van de oude Grieken, de moderne staten, internationale sportorganisaties, en de nationale sportorganisaties (bonden) die daarop zijn gebaseerd. Bij al deze systemen is een basisuitgangspunt: één persoon (of club, of land) = één stem. Uit internationaal onderzoek blijkt echter dat dit systeem niet altijd goed werkt: het is corruptiegevoelig (stemmen kunnen verkocht worden), er is vaak een gebrek aan legitimiteit, en er ontstaat vaak een ‘tirannie van de meerderheid’. Aan de hand van het internationaal onderzoek, ging Zeggen na hoe het staat met het democratisch gehalte van besluitvormingsprocessen bij Surinaamse sportbonden. Hiervoor beperkte hij zich tot drie grote sportbonden die ook actief zijn buiten Paramaribo, en die jongens en meisjes / dames en heren competities houden. De onderzochte bonden waren de Surinaamse Volleybalbond, de Surinaamse Voetbalbond, en de Surinaamse Atletiekbond.
In zijn presentatie, beschreef Zeggen de verdeling van stemmen, de samenstelling van besturen, en de procedures voor het bijeenroepen van vergaderingen en het nemen van besluiten.

“Op papier, globaal bekeken, ziet het er allemaal democratisch uit, iedereen mag stemmen. Maar in de praktijk ziet het er minder rooskleurig uit”, stelde Zeggen. Bij de SVB heeft b.v. een lidbond die b.v. het heel sportgebeuren in een district coördineert, evenveel stemmen als 1 club uit de hoofdklasse, die misschien niet veel doet aan de verdere ontwikkeling van de sport. Er zijn in het algemeen weinig ‘checks and balances’ in de besluitvorming: besluiten van het hoofdbestuur kunnen vaak niet ter discussie worden gesteld, of worden getoetst aan de doelstellingen van de organisatie. Slechts 1 van de bonden heeft een regeling voor het voorkomen van conflict of interest. Er zijn verder geen mogelijkheden voor bredere participatie in besluitvorming, door b.v. spelers / atleten, coaches, en anderen. Ook zijn er geen eisen over de deelname van vrouwen in Besturen, wat Zeggen als frappant typeert, gezien de actieve deelname van vrouwen teams / clubs.

Uitzondering op vele van deze punten is wel de Volleybalbond, die Zeggen dan ook uitroept tot “best practice”- bij de Volleybal Bond hanteert men behalve de ALV, ook een overleg van voorzitters om besluiten te nemen. In het algemeen, beveelt Zeggen aan dat sportbonden moeten gaan naar een meer evenredige verdeling van stemmen, breder gedragen besluiten, onder andere door ook andere stakeholders een stem te geven, een duidelijk genderbeleid, en een twee-kamer systeem (checks & balances).

Decentralisatie in Wanica
Jacintha Dundas onderzocht waarom mensen niet optimaal participeren in het traject van hoorzittingen van het decentralisatie-programma te Nieuwe Grond in het district Wanica. Zij keek naar de procedures op papier, het niveau van participatie, de mate waarin burgers vonden dat ze werkelijk invloed hadden, en hun doelen en motieven voor het meedoen (of niet meedoen).
“Het systeem is op papier een model om brede en diepe participatie te realiseren”, stelt Dundas. Gemeenschapsorganisaties en RR-leden geven input voor het concept ressortplan, dat wordt besproken in een 1e hoorzitting, waarbij burgers aanpassingen mogen aanbrengen, waarna het wordt gefinaliseerd. Op districtsniveau loopt dat iets anders: de Districtsraad stelt districtsplannen- en begrotingen op, die worden gepresenteerd aan de burgers, waarna deze wordt gefinaliseerd en aangeboden aan het Ministerie van Financiën.

Een zorgpunt voor Dundas is dat er geen procedures zijn over hoe de bewaking moet plaatsvinden. Ook zijn er geen indicatoren waarmee kan worden nagegaan wat de diepgang van de input van burgers is geweest, en hoeveel van hun input werkelijk is meegenomen. In de praktijk blijkt er toch nog onduidelijkheid te bestaan over de taken en bevoegdheden van alle actoren in het proces. Burgers weten vaak niet dat er bepaalde mogelijkheden zijn, b.v. dat zij de conceptplannen mogen inkijken op het bestuurskantoor, en worden ook niet geïnformeerd over de finale plannen en begrotingen.
Burgers kozen ook vaker voor om politieke wegen te bewandelen om hun belangen behartigd te krijgen, b.v. bezanden en egaliseren van hun weg, in plaats van dit bij de hoorzittingen aan te geven.
In haar presentatie, beschreef Dundas ook het gevoel van wantrouwen dat de burgers hadden met hun ressort- en districtsraadsleden, en met het proces in het algemeen. Zij hebben het gevoel dat ze eigenlijk geen macht hebben, enonderschatten hoeveel mogelijkheden er zijn.

De belangrijkste aanbevelingen van Dundag waren dan ook het creëren en handhaven van een systeem van checks and balances en het stimuleren van de bewustzijn van burgers over burgerschap, door Civil Society.

Maar hoe?
De grote vraag bij de discussie, na de inleidingen, was ‘hoe krijg je bewuste en kritische burgers?’
De inleiders en het publiek waren het over een aantal zaken eens. Structuren en processen moeten aangepast worden. Budgetten moeten geregionaliseerd worden, zodat burgers werkelijk kunnen beslissen over de dingen die voor hun belangrijk zijn. Verouderde statuten van organisaties moeten vernieuwd worden. Communicatielijnen moeten open zijn. Terecht gaven velen aan: “de mensen die de structuren moeten veranderen, zijn vaak de mensen die er baat bij hebben dat het precies zo blijft”.
Giwani Zeggen stelde ook: “je kan net zoveel regels hebben, maar als mensen niet democratisch denken, gaat het nooit lukken.”

Uit de discussie bleek wel dat het stimuleren van ‘democratisch denken’ niet een taak is van alleen civil society, maar ook van ouders, verzorgers, en leerkrachten. Thuis moet er meer worden geluisterd naar kinderen, en op school moet discussie en kritiek worden gestimuleerd. Met andere woorden: een andere democratische cultuur.

De aanwezigen waren het met elkaar en de inleiders eens: die andere democratische cultuur komt niet uit de lucht vallen, maar is het gevolg van de inspanningen: vaak eerst van enkelingen, en daarna van groepen. Sociale bewegingen ontstaan niet uit het niets, maar worden getrokken door individuele burgers die hun mond durven open te doen, en eerlijk en integer zijn en blijven, ook onder druk van de politiek. En vooral niet moe worden om keer op keer op keer te strijden voor een democratische cultuur.




maandag 17 november 2014

3e DM discussie: Democratische Cultuur? De cases van onze Sportwereld en het DLGP

 
Inleiders: Giwani Zeggen en Jacintha Dundas
Datum: Dinsdag 18 november
Tijd:        19.00 uur (inloop 18.30 uur)
Plaats:   Ballroom Lalla Rookh, Gebouw 2

Projekta heeft in de eerste week van haar Democratiemaand 2014 activiteiten de nadruk gelegd op de relatie tussen goed bestuur, duurzame ontwikkeling, economische ontwikkeling, en arbeid. In de tweede week wordt de nadruk verschoven naar participatie en menrechten.

Op dinsdag 18 november beschrijven inleiders Giwani Zeggen en Jacintha Dundas de processen van besluitvorming en participatie in twee cases: die van de sportwereld, en die van de hoorzittingen van het decentralisatie programma (DLGP). Deze ogenschijnlijk totaal verschillende werelden weergeven diverse aspecten van, en ideeën over democratische cultuur in Suriname.

Giwani Zeggen is politicoloog en columnist. In zijn columns in De Ware Tijd werpt hij vaker een kritische blik op sportontwikkeling in Suriname. Voor zijn presentatie werpt hij een blik in de besluitvormingsprocessen in diverse sportbonden in Suriname, afgezet tegen internationale modellen van participatie en besluitvorming binnen sportorganisaties.

De tweede spreker, Jacintha Dundas, studeerde af aan het F.H.R. Lim A Po instituut; haar thesis is getiteld “Empty spaces in the participatory budget process of Wanica: why don’t they participate?”
In haar presentatie, beschrijft zij de relatie tussen participatie, macht, en politiek cultuur, en verklaart zij de lage opkomst van burgers bij de hoorzittingen.

PROJEKTA verkoos om dit jaar binnen de Democratiemaand stil te staan bij de keuzes die moeten worden gemaakt over de toekomst van ons land. Tijdens deze Democratiemaand kijken we met verschillende actoren van het maatschappelijk middenveld naar wat zij vinden dat de stand van zaken is en welke de prioriteiten zouden moeten zijn voor toekomstig beleid.


De toegang tot alle evenementen is vrij.

vrijdag 14 november 2014

Vakbeweging en bedrijfsleven gaan samen voor ‘Decent Work’

Werkgevers en werknemers streven hetzelfde doel na, zei VSB-voorzitter Ferdinand Welzijn, bij de tweede discussie die PROJEKTA organiseerde in de 7e Democratiemaand. Hij zette hiermee de toon van de avond. 
Het thema van de discussie-avond van 13 november 2014 was “Fatsoenlijk werk, Duurzame Ontwikkeling en Democratie”.  De VSB verwacht dat haar leden de beste verstandhouding proberen te hebben met haar werknemers, want het best draaiende bedrijf is het bedrijf waar men oor heeft voor de belangen van het bedrijf- en dus ook de belangen van haar werknemers. Naast Welzijn sprak ook Robby Berenstein, voorzitter van de C-47 Vakcentrale, het publiek toe.

Tijdens beide presentaties kwam een beeld naar voren van samenwerking en afstemming tussen bedrijfsleven en vakbeweging. Niet altijd zijn ze het met elkaar eens over de exacte invulling van arbeidsgerelateerde vraagstukken, maar zowel vakbond als bedrijfsleven staan achter het Decent Work Programma van de ILO en achter de principes van duurzame ontwikkeling; en werken ze samen aan de invulling daarvan voor Suriname. Beide presentatoren maakten indruk met hun gedegen kennis van de materie, hun vermogen deze te vertalen voor mensen die zich niet elke dag verdiepen in arbeidsmarkt- en arbeidsrechtvraagstukken en hun no-nonsense beantwoording van de vele vragen uit het publiek.

Duurzame ontwikkeling en ondernemers
“Un’ no kan por’ en gi a nageslacht”, vervolgde Welzijn. Niet alleen ondernemers, maar wij allemaal, moeten in al ons handelen en gedrag rekening houden met wie er na ons komt. “Wij kunnen plezier hebben, een goed leven, maar we hebben een sterkere plicht om iets goeds achter te laten.” De eindigheid van natuurlijke hulpbronnen als goud en bauxiet noopt tot het focusen op andere, duurzame sectoren, zoals toerisme en landbouw. Maar dat moet wel volgens een gedegen planning. Naast duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen zijn voor de VSB o.a. van belang het stimuleren van innovatief ondernemerschap, verhoging van het concurrentievermogen en goede infrastructuur. Voor duurzame ontwikkeling die tegemoet komt aan de behoeften van zowel de werkgevers als werknemers staat het creëren van werkgelegenheid en de verhoging van arbeidsproductiviteit voorop, evenals een betere aansluiting van het onderwijs op werkgelegenheid en een stijging van lokale en internationale investeringen.

VSB voor maatschappelijk verantwoord ondernemen
De VSB staat voor dat bedrijven niet alleen winst als doel hebben, maar ook het belang inzien van zorgen voor een goed milieu, en bijdragen aan de ontwikkeling van de totale gemeenschap. “Wij zeggen  dat je jezelf niet moet bevoordelen, ten nadele van de gemeenschap; en dat ook andere ondernemers voordeel hebben bij jouw succes. Dat je een voorbeeld bent voor je omgeving”, zegt Welzijn.
Aspirant-leden van de VSB worden daarom niet alleen gevraagd naar de gewoonlijke gegevens, zoals branche, adres, aantal werknemers en “hoe kom je aan je geld”. Ze worden ook gevraagd naar principes van bedrijfsvoering: hoe denk je over arbeidsverhoudingen, hoe ga je om met de gemeenschap, hoe ga je om met de factor arbeid. De VSB oefent geen harde dwang uit, maar probeert achter gesloten deuren haar leden te motiveren en te scholen in de decent work principes, maar ook in de principes van duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Zo wordt er volgend jaar een award ingesteld voor bedrijven die het meest voldoen aan de eisen van maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Overheid schuldig aan arbeidstekort
Maar de factor arbeid blijft problematisch. Het publiek wees op de discrepantie op de Surinaamse arbeidsmarkt: enerzijds een hoge werkloosheid onder met name jongeren, en anderzijds een arbeidstekort. Hoe komt dat toch, werd gevraagd, zijn Surinamers te lui om te werken?
Volgens de inleiders is er vooral een structureel tekort aan goed opgeleide krachten.
Ons onderwijs is nog steeds niet voldoende afgestemd op de arbeidsmarkt. De nieuw aangekondigde Nationale Trainings Autoriteit moet gaan zorgen voor betere aansluiting op de behoeften van de arbeidsmarkt, en vooral op de naadloze aansluiting van school en werk, zodat mensen werkervaring kunnen opdoen terwijl ze nog studeren. Waar we behoefte aan hebben zijn multi-inzetbare werknemers en vaktechnische experts. Momenteel is er een hoge import van arbeidskrachten in technische beroepen- er zijn  Filipijnse artsen en verpleegkundigen, Haitianen in de agrarische sector, Chinezen in de bouwsector, Vietnamezen, Brazilianen, Nederlanders. Maar ook de Overheid is debet aan het tekort aan arbeidskrachten. Door gemakkelijk baantjes te verdelen via nepotisme en regelarij bijvoorbeeld, en door het niet structureel en systematisch stimuleren van ondernemerschap.

Wetgeving: je moet niet op mijn terrein komen
Dat we verder zijn afgezakt op de Doing Business Index ligt vooral aan ons gebrekkig wetgevingskader. Jamaica ging van de 89e naar de 58e plaats – nog nooit heeft een Latijns Amerikaans en Caraibisch Gebied zo een grote sprong vooruit gemaakt. Dat komt doordat ze hun wetgeving hebben aangepakt met behulp van Compete Caribbean. De Competitiveness Unit in Suriname heeft zich ook hard ingezet voor verbetering van het ondernemersklimaat om de achterstand van meer dan 150 wetten in te halen. Waarom dat nog steeds niet goed komt, werd gevraagd door het publiek. Volgens Welzijn is dat omdat er weinig coordinatie is in de Regering. “Het lijkt alsof we een Regering hebben, maar wat we in feite hebben zijn verschillende belangen, er is weinig synchronisatie en gelijkgerichtheid binnen de Raad van Ministers”. Voor de totstandkoming van wetten zijn verschillende ministeries nodig, maar ook anderen, zoals de VP. Iedereen beperkt zich echter tot het eng eigen belang; men vecht over wie waar verantwoordelijk voor is, en zegt:”je moet niet op mijn terrein komen”.

Waar wetten stranden
Robby Berenstein gaf een uiteenzetting over de geschiedenis van het begrip “decent work” en de werking van het ILO. Hij gaf aan dat het  ministerie van ATM nu bezig is met het Decent Work Country programma voor Suriname. Reeds in 2011 heeft de vakbeweging daar een seminar over georganiseerd en de aanbevelingen en prioriteiten aangegeven aan de Overheid. “We weten niet wat hoe het staat met die inbreng. We weten ook niet concreet hoe ver men is met het formuleren en het implementeren van het Country programma”, zegt Berenstein.
Voor de vakbeweging is een van de belangrijkste probleempunten voor wat betreft fatsoenlijk werk in Suriname, dat de wetgeving op basis van ILO standaarden nog ver achter loopt. “Op dit moment zijn er 5 of 6 wetten die liggen tussen het Arbeidsadviescollege (AAC) en de Ministerraad, o.a. de aanscherping van de wet Bemiddelingsraad, die van belang is voor zowel werknemers als werkgevers.”

Ad hoc beleid en sociaal contract
Creëren van werkgelegenheid gebeurt veels te adhoc, zegt Berenstein, er is een volkswoningbouwproject hier, dan de uitbreiding raffinaderij Staatsolie, maar er is geen interministeriele coordinatie die de creatie van werkgelegenheid monitoort. We weten niet welke jobs nodig zijn, welke skills, en wanneer. Het Ministerie van ATM zou de belangrijkste plaats moeten innemen bij het plannen van werkgelegenheid.

Berrenstein vindt het sociaal zekerheidsstelsel een stap in de goede richting naar invulling van het decent work programma, maar ook dat gebeurt ad hoc.  Het sociaal contract zoals door de President werd aangekondigd en veelvuldig wordt aangehaald, is eigenlijk nooit goed uitgewerkt en ingevuld: wat wordt er concreet mee bedoeld? Een sociaal zekerheidstelsel houdt meer in dan alleen pensioenen, basisgezondheidszorg en minimumloon. Waar blijven bijvoorbeeld de voorzieningen voor mensen met een beperking? Voor mensen in het binnenland die ver van diensten wonen, en geen inkomen hebben?
“We moeten er ook voor waken dat dit soort maatregelen niet verworden tot “sociaal bezig zijn”, dingen doen om het volk zoet te houden, maar die niet te betalen zijn. Dan zijn we over vijf jaar nergens. “Als je slechts werkt aan sociale zekerheidstelsels en sociale woningbouw, maar niet tegelijkertijd het ondernemerschap aanpakt, de werkgelegenheid en productiviteit systematisch en doordacht stimuleert, dan hebben we straks wel geweldige sociale voorzieningen, maar zal iedereen voor zijn eten afhankelijk zijn van de Overheid”, volgens Berenstein.

Gebrek aan transparantie
Het hoofddoel van de vakbeweging is herverdeling van welvaart, en in dat kader passen sociaal zekerheidsstelsels. Maar corruptie is een enorme bedreiging voor de sociale zekerheid. Het uitgavenbeleid van de regering is problematisch; het effect van maatregelen zoals de benzineprijsverhoging kun je daarom ook niet goed inschatten, want het is alsof het geld in een zwart gat terecht komt; teveel zaken met betrekking tot het uitgavenbeleid van de Overheid zijn onduidelijk.
Gebrek aan transparantie is een van de grootste euvels voor duurzame ontwikkeling, ondernemerschap en de rechten van arbeiders.

Gebrek aan dialoog: ga maar een partij oprichten
Beide inleiders hekelden het gebrek aan structureel overleg met de Regering. “Bij ingrijpende besluiten zoals verhoging van de benzineprijs welke een direct effect hebben op de doelgroep, moet er van tevoren goed overlegd worden met de sociale partners, je kunt niet over een nacht ijs gaan” zegt Welzijn.
Er is een Tripartiet overleg gestart, maar de SER is nooit meer benoemd na het verstrijken van de zittingstermijn van de vorige SER – men vond dat niet nodig, want er was al een tripartiet overleg. Maar het tripartiet overleg is voor acute korte termijn zaken, en de SER voor beleid op lange termijn. Bovendien zit de VSB niet aan bij het tripartiet overleg. Het niet meedoen van de VSB geeft een grote deuk aan het concept van sociale dialoog, zegt Berenstein: “Eigenlijk zouden we het gewoon sociale dialoog moeten noemen om de verwarring weg te maken.”
Volgens hem vindt de regering het niet nodig om de SER in te stellen, want men zegt: “de SER gaat me hinderen in mijn werk; ik wil niet te maken hebben met een stelletje wetenschappers, en met allerlei theorieën, ik wil dingen gedaan krijgen”.

Hij verteld dat ze soms te horen krijgen: “Ik heb de macht, als jij dingen gedaan wil hebben, dan moet je maar een partij oprichten, dan kan je ook invloed hebben”. We merken, zegt Berenstein tot slot, dat als men eenmaal in de Regering zit, men weinig respect heeft voor georganiseerde instituten, er worden verdeel- en heerstactieken toegepast, een van de meest toepaste strategieën de afgelopen periode.

donderdag 13 november 2014

VOTE RIGHT OR DIE The Responsibility of Choice

Bij het opruimen van de mailbox troffen wij een oude hartekreet van Adrian Augier, geschreven ten tijde van de verkiezingen in St.Lucia enkele jaren geleden. 
Vervang St.Lucia door Suriname, 2012 door 2015, en de hartekreet is zo van toepassing op Suriname.

VOTE RIGHT OR DIE
The Responsibility of Choice

So here I am, about 100 miles southeast of St. Lucia in an entirely different world.  That world houses the Barbados Entrepreneurship Foundation.  I have been invited to speak on public policy and entrepreneurial development.  

This event is not bankrolled by government or any foreign funding agency, but by independent corporate entities and individuals committed to strategic advancement.  The prospect of people-driven change attracts an admirable cross-section of professionals prepared to devote real time and energy.

The program runs on schedule. Presentations are concise and focused.  No apologies, no excuses.  The event is managed by a local foundation dependent on voluntary contributions, one paid employee, and a small army of highly motivated volunteers.  They operate at a pace and standard which matches their global outlook. 

They have benchmarks and defined deliverables. They are demonstrating transparency and holding themselves accountable for achieving specific milestones.  There is no idle fluff here.  Just a cohort of people so firmly coalesced around their goal that international friends in business, science, technology and academia are inspired to join them in their audacious venture: making Barbados the number one business hub in the world.  No, not the region. The WORLD.

And I am envious - in the most positive sense of the word - because this is all win-win, and because it is an epiphany to enter an environment where serious people are looking beyond an arbitrary limitation, changing the status quo, and claiming their future triumph.   

Their deadline is 2020, the start of the next new decade.  It is a mere eight years away.  Yet they embrace the imperative of change knowing that better can and must indeed be done.  I am proud to be among them, to be heard and have my thoughts considered.  I congratulate them on being brave enough to identify what needs to change.  They do not need my affirmation.

Privately, I make comparisons with my island and teeter on the edge of despair.  I hope deeply that this exercise speaks volumes for the strength and determination of ALL Caribbean people.  I pray that this brave initiative succeeds.  I want it to infect this whole soca society of ours.  I want it to demonstrate that we can too can overturn complacency and become that island which is the promise of the new world: the land of people and of light.

We can spend a lifetime discussing where that promise went.  And it would be a colourful discourse indeed, dripping angst and nostalgia.  But right now we don’t need sentimentality.  Reason dictates that we plough ahead to the fruitful planting of solutions.  We need men and women of commitment and vision who are prepared for the rigours of hard work, discipline and perseverance. 

Barbados is not so different.  They feel the same partisan tribalism that divides us.  They feel compromised by short-sighted political stupidity.  They know the price of silence and toleration when citizens fail to speak out.  They know that this corrupting tribalism has eroded the middle ground, the neutral platform for the productive exchange of ideas and the pooling of positive energies.

But to their credit, they are choosing to do something:  to create a non-partisan coalition of civil society which restores the middle ground, reunites classes and communities in the cause of a country determined to prosper.

It is potentially a model for the region.  I beg them to fight on, not just for themselves but for all of us.  If Barbados - the pillar of Westminster democracy – perceives the need to turn governance on its head, just imagine what radical house-cleaning we need to do right here at home.

Clearly, we need to re-set the agenda which our politicians have abandoned.  We need to engage them on issues that reposition our economy: investment, education, technology, green energy, efficiency, productivity and wealth creation.  That is why we the people at all levels of society, need to enter into partnership with each other and reclaim our democracy from those who have hijacked it. 

Since the very nature of politics is corrosive, the only viable check on the abuse of power is eternal vigilance.  Our governance systems – particularly parliament and the cabal that is cabinet - must be held tightly in check by all the moorings of a functioning democracy.

That includes the private sector who drive employment, investment, growth and technological advancement. It includes the labour sector - particularly public sector unions - who cradle the productive human resources of this country and must contribute convincingly to the making of a meritocracy.

It includes the media who are supposed to stand uncompromised and independent and shout loudly whenever societal freedoms are threatened. It includes professional organisations like the Bar Association who are among the most independently privileged members of our society and who should instinctively rise up to defend the rights of the poor and the disenfranchised.  It also includes the churches who should hold the moral high ground and be the conscience of a country claiming to be Christian.

So it seems that this morass we complain about is really of our making.  And we have been making it assiduously for a long time, gradually relinquishing our democratic rights and abandoning our principles to successive administrations.  It seems we really do get the governments we deserve. 

So as we walk to the polls on November 28, we need to remind each other that we are electing mere men and women.  They are mortal, fallible and corruptible.  They are not saints or gods and will not selflessly look to our collective welfare if we ourselves do not.

We must remember that our leaders expect US to be alert and vigilant and outspoken, if only to keep them on the right and narrow path.  If we fail in this, then we lose their already scant respect.  We will be treated like spineless imbeciles.

So we cannot play this voting thing like a five minute quickie after which we all roll over and go back to sleep.  We cannot merely vote, and then retreat into that silent night of cowardice and complacency.  That is not where we wish to dwell.  Our children, if they learn enough to understand what we have failed to do, will not forgive our apathy.

Fortunately, the world is not offering us much of a choice.  The urgent economic imperatives confronting St. Lucia, Barbados and the Caribbean are pretty much the same ones facing Iceland, Greece, Spain, Italy and America.  This is a loud insistent call to get our economic houses in order and stop the wastage of scarce irreplaceable resources.  It is a warning from an intolerant global system that we will pay dearly for our economic negligence. 

Most importantly it is an ultimatum that we need to run our country properly or live forever with ignorance, poverty, disease, injustice and inevitable violence.   Rest assured if we do not reform, our economic, political, social and intellectual assets will be mercilessly exploited by those who are already richer and greedier than ourselves.  We will be returned to slavery and subservience.

We must therefore, reform government no matter its colour.  This is about our survival.  The adversarial structure of our parliament is archaic.  No country can be managed by a house of seventeen divided against itself on virtually every issue.  Add to that, a public sector consuming more than it produces, a private sector shrinking to oblivion, frustrated creativity and a sinking middle class.  Without serious reform, what lies ahead is chaos.

In 1981/82, this country rose up and demanded better.  In what history might well call a bloodless coup, we overturned the parody which passed for government, appointed new caretakers by consensus, and systematically returned St. Lucia to democratic sanity.  That action set a standard for politicians to follow.  It was our proudest moment.  And the world took note.

It may well be that such a time is here again. So, let us not vote in haste and repent in darkness later.  Whether moved by star, torch, conscience or collective enlightenment, let us take our democracy back.  Starting November 29th 2011, let us speak clearly and responsibly to our newly elected government and demand to have our most important concerns addressed.    

Let us establish zero tolerance for attitudes and actions unworthy of our nation and stand prepared to go public, write, tweet, do whatever it takes to defeat the tribalism that divides us.  Let us put St. Lucia first, so that our children may yet inherit that land of light and people of which we so proudly sing.


Adrian Augier.
ADRIAN AUGIER is an award-winning poet and producer. He is the 2010 Caribbean Laureate for Arts and Letters as awarded by the ANSA Foundation, Trinidad. In 2009 he was presented with the NDATT Caribbean Cacique Award for his contributions to Caribbean Theatre.  -AUGIER IS ALSO A DEVELOPMENT ECONOMIST. In October 2012 he received an honorary doctorate from the University of the West Indies for his signal work in both economics and the arts.)

woensdag 12 november 2014

Duurzame Ontwikkelingsdoelen


Volgend jaar zullen de Millenium Doelstellingen worden geevalueerd, en zal er een vervolg worden af
gesproken: de Duurzame Ontwikkelingsdoelen.
Hier de 17 voorgestelde SDG's (Sustainable Development Goals)


Goal 1
End poverty in all its forms everywhere
Goal 2
End hunger, achieve food security and improved nutrition and promote sustainable agriculture
Goal 3
Ensure healthy lives and promote well-being for all at all ages
Goal 4
Ensure inclusive and equitable quality education and promote lifelong learning opportunities for all
Goal 5
Achieve gender equality and empower all women and girls
Goal 6
Ensure availability and sustainable management of water and sanitation for all
Goal 7
Ensure access to affordable, reliable, sustainable and modern energy for all
Goal 8
Promote sustained, inclusive and sustainable economic growth, full and productive employment and decent work for all
Goal 9
Build resilient infrastructure, promote inclusive and sustainable industrialization and foster innovation
Goal 10
Reduce inequality within and among countries
Goal 11
Make cities and human settlements inclusive, safe, resilient and sustainable
Goal 12
Ensure sustainable consumption and production patterns
Goal 13
Take urgent action to combat climate change and its impacts*
Goal 14
Conserve and sustainably use the oceans, seas and marine resources for sustainable development
Goal 15
Protect, restore and promote sustainable use of terrestrial ecosystems, sustainably manage forests, combat desertification, and halt and reverse land degradation and halt biodiversity loss
Goal 16
Promote peaceful and inclusive societies for sustainable development, provide access to justice for all and build effective, accountable and inclusive institutions at all levels
Goal 17
Strengthen the means of implementation and revitalize the global partnership for sustainable development



elk van deze SDG's bestaat uit een aantal "targets". In totaal zijn er meer dan 150 Targets.
Meer weten? kijk op klik hier


S

Uitnodiging 2e discussie DM 2014: Werknemers en Werkgevers: samen werken voor duurzame ontwikkeling


Projekta hield op maandag 10 november haar eerste activiteit voor Democratiemaand 2014. Tijdens de openbare discussie, gingen Armstrong Alexis van UNDP Suriname en Steven Debipersad van de VES in op de verwevenheid tussen democratie, duurzame ontwikkeling (in het bijzonder economische ontwikkeling) en goed bestuur.

Tijdens de tweede openbare discussie, op donderda 13 november, kijken wij naar de relatie tussen democratie, duurzame ontwikkeling, en ‘Decent Work’ (fatsoenlijk werk).

Het begrip ‘Decent Work’, dat gepromoot wordt door de International Labor Organisation (ILO), is gestoeld op het besef dat werk een bron is van waardigheid, vrijheid, stabiliteit, vrede, democratie en economische groei. De ILO ziet decent work als een belangrijke voorwaarde voor het bereiken van gelijkwaardige en duurzame ontwikkeling vooralle mensen.

Robby Berenstein, econoom en voorzitter van de vakcentrale C-47, zal spreken vanuit het oogpunt van de werknemers, en ingaan op waar we als land nu staan met het bereiken van ‘Decent Work’ (en andere ILO verplichtingen), welke prioriteiten er gesteld moeten worden, welke ontwikkelingskeuzes gemaakt moeten worden in het kader van duurzame ontwikkeling, en hoe daar invulling aan gegeven zou moeten worden om de rechten van arbeiders te beschermen.

De andere spreker van de avond is Ferdinand Welzijn, jurist en voorzitter van de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB). Hij vanuit het oogpunt van werkgevers uiteenzetten welke ontwikkelingskeuzes volgens de VSB gemaakt dienen te worden die tegemoet komen aan de doelen en rechten van zowel werkgevers als werknemers. Ook hij zal kort de stand van zaken en prioriteiten aangeven.

 Titel:      Fatsoenlijk werk, Democratie & Duurzame OntwikkelingInleiders: Robby Berenstein (C-47) & Ferdinand Welzijn (VSB)Datum:    Donderdag 13 novemberTijd:        19.00 uur (inloop 18.30 uur)
Plaats:     Ballroom Lalla Rookh, Gebouw 2



PROJEKTA verkoos om dit jaar binnen de Democratiemaand stil te staan bij de keuzes die moeten worden gemaakt over de toekomst van ons land. Tijdens deze Democratiemaand kijken we met verschillende actoren van het maatschappelijk middenveld naar wat zij vinden dat de stand van zaken is en welke de prioriteiten zouden moeten zijn voor toekomstig beleid.


De toegang tot alle evenementen is vrij.

maandag 10 november 2014

Volk moet democratie "terugnemen" - Starnieuws-column Nita Ramcharan

Column: Volk moet de democratie 'terugnemen'
STARNIEUWS 10 Nov, 02:00
4b872e39af7da267d30c57fb8bde955f.jpg___verkiezingspotlood.jpg
'De democratie is teruggebracht op 25 november 1987'. Dat beweerden politici van het Front (NPS, VHP en KTPI), dat 40 van de 51 zetels in de schoot geworpen kreeg. De kiezers hadden, gebruik makend van hun democratisch recht, massaal frontaal gestemd. Met deze ongekende hoeveelheid zetels zou de toenmalige coalitie alle beloften kunnen waarmaken, want 'zij had de democratie teruggebracht'. Toch was een telefoongesprek voldoende om het bestuur van het land op 24 december 1990 terug te geven aan de militairen, die afgewezen waren in 1987. In 1991 werd het Front 'vernieuwd' en de SPA kwam erbij. Het aantal zetels slonk naar 30. In mei 1996 kreeg het Nieuw Front voor Democratie en Ontwikkeling maar 24 zetels, niet genoeg om alleen te kunnen regeren.

Nauwelijks had het volk 'zijn democratie' doen gelden, of politici gingen ermee aan de haal. Alle beloften die gedaan waren in de campagne, werden naast zich neergelegd, want die waren alleen maar nodig om kiezers te lokken. Vijf assembleeleden van de VHP en de complete KTPI besloten een coalitie te vormen met de NDP, waarop tijdens de race naar de stembus flink met modder was gesmeten. En wat hebben de kiezers die gestemd hebben gedaan? Niks dan wat morren. De situatie werd haast vier jaar lang gelaten geaccepteerd. Door interne strijd binnen de NDP/coalitie en protesten vanuit de oppositie, vakbeweging en bedrijfsleven werden er vervroegde verkiezingen uitgeschreven. Het Nieuw Front, waar de plaats van KTPI door Pertjajah Luhur werd ingenomen, kreeg toen 33 zetels (bijna twee derde meerderheid). Opnieuw vestigden veel kiezers de hoop op deze combinatie. Het was 'nu of nooit'.

Vijf jaar later, dan is het 2005, gaan we weer naar de stembus. Het Nieuw Front behaalt 23 zetels en ging een samenwerking aan met A Combinatie (5) en DA91 (1). De laatste verkiezing, in 2010, kreeg het Front slechts 14 zetels. De kiezers hebben glashard duidelijk gemaakt niet tevreden te zijn met het beleid. Veel politici reageerden verbitterd en zochten de fout bij het volk in plaats van bij zichzelf. De Mega Combinatie kreeg ruim 40% van de stemmen, goed voor 23 zetels. Pertjajah Luhur/Volks Alliantie behaalde 6 zetels en A Combinatie 7. De regering-Bouterse trad aan met 36 zetels, een riante meerderheid om ook dingen te doen, die niet waren aangekondigd in de verkiezingscampagne. Ronnie Brunswijk/Caprino Alendy en Paul Somohardjo die de Mega Combinatie vurig hadden bestreden, hielpen Desi Bouterse - zonder blikken of blozen - president van de republiek Suriname worden. Politici die eerder elkaar met de wapens bestreden hadden, besloten de woelige zee samen op te varen.

Het huwelijk tussen de verschillende partijen die zich niks hebben aangetrokken van de wil van het volk, was niet uit liefde gesloten, maar op basis van enge partij en persoonlijke belangen. De 36 zetels zijn intussen gemarginaliseerd tot 26. De democratie die sinds 1987 'teruggebracht' was, blijkt vooral in handen te liggen van 51 leden, het kabinet van de president, raadsadviseurs en presidentiële commissies. Op DOE na, lijken de assembleeleden zich nauwelijks iets aan te trekken van waarom ze zo graag de zo fel begeerde zetel willen bezitten. Eenmaal veroverd, willen ze er niet eens op zitten om het volk te vertegenwoordigen en wetten te maken. Ook al zou alles doorgedrukt worden door de coalitie - wat niet het geval is overigens - moet elk assembleelid op zijn post zijn om te doen wat de democratie vereist. Het parlementaire werk wordt in 's lands vergaderzaal tot uiting gebracht.

Als de democratie daadwerkelijk beleefd werd, zou Projekta geen werk hebben om vandaag voor de zevende keer de Democratiemaand te houden. Deze keer wordt stil gestaan bij de keuzes die gemaakt moeten worden over de toekomst van het land. Projekta kan nog eeuwen doorgaan om 365 dagen hierover te praten, zolang de kiezers niet zullen beseffen dat niet alleen op 25 mei voor een minuut de democratie geldt en dat er daarna weer vijf jaar gewacht moet worden. Het wordt de hoogste tijd dat het volk politici houdt aan de beloften die gedaan worden. Eist dat wat beloofd is ook uitgevoerd wordt. Democratie overlaten aan de politiek is gelijk aan de kat op de melk te laten passen. Zolang het volk niet afdwingt dat politici zich houden aan hun woord, zal de beleving van de democratie een farce blijven. Dan zal de democratie worden uitgemaakt door 51 assembleeleden die tussentijds wegens wanprestatie niet ontslagen kunnen worden.

Nita Ramcharan

www.starnieuws.com

‘Verkiezingen moeten weg bij Binnenlandse Zaken" zegt OKB Voorzitter


08/11/2014 05:44 - Redactie dWT Online
OKB-voorzitter Jennifer Van Dijk-Silos.
OKB-voorzitter Jennifer Van Dijk-Silos. Foto: dWT Archief  
PARAMARIBO - Zolang de organisatie van de verkiezingen in handen is van het ministerie van Binnenlandse Zaken, zal beïnvloeding vanuit politieke partijen in de zittende regering blijven bestaan. “De regerende partij wil altijd beïnvloeden. Het is logisch”, zegt Jennifer Van Dijk-Silos, voorzitter van het Onafhankelijk Kiesbureau (OKB).
Ze zei dit donderdagavond op een discussieavond van de Young Democracy Unit, UNDP Suriname en Stichting Projekta in verband met de jaarlijkse herdenking van de 'Democracy Month', november.
Van Dijk-Silos pleit ervoor dat het ministerie ontlast wordt van deze taak en dat een onafhankelijke autoriteit wordt ingesteld. "Wij mogen niet afhankelijk zijn van de welwillendheid van een toevallige regerende partij. Ik vecht allang voor een electorale autoriteit", zegt Van Dijk-Silos. Echter, de politieke wil om dit besluit te nemen ontbreekt. Overigens vindt ze dat deze taak ook niet weggelegd is voor het OKB.
Ook panelleden Hans Breeveld, directeur van de Democracy Unit, en Rayah Bhattacharji, vertegenwoordiger van Stichting Projekta, onderstreepten de noodzaak van een zelfstandig orgaan voor het organiseren van verkiezingen. "Het is geen gezonde zaak dat verkiezingen jaar in jaar uit worden georganiseerd door een partij die er zelf aan deelneemt. Het is een erg unieke situatie en het kan een keertje flink mislopen", zegt Breeveld.
Volgens de OKB-voorzitter heeft de vicepresident de financiering voor een onafhankelijk instituut tegengehouden.