dinsdag 9 december 2014

Snapshot mensenrechten, deel 2

(Eerder verschenen in de State of Democracy Nieuwsbrief 2014. Voor de volledige nieuwsbrief, klik hier)

Op 20 november 2014 organiseerde PROJEKTA de panel-discussie ‘Mensenrechten: waar staan we, waar gaan we?’ Een panel van deskundigen ging na wat de stand van zaken in Suriname is op het gebied van vrouwenrechten, kinderrechten, rechten van Inheemse volkeren, van mensen met een beperking en van LGBT. De twee kernvragen voor de avond waren: wat hebben we al bereikt, en waar moeten we met spoed aan werken? In dit artikel beschrijven wij de belangrijkste informatie en bevindingen uit de presentaties en discussies met betrekking tot kinderrechten, de rechten van LGBT en de rechten van ouderen. Het artikel over vrouwenrechten, de rechten van mensen met een beperking en de rechten van Inheemse Volkeren vindt u hier.


Kinderen: van kennis naar beleving


Lillian Ferrier,
Foundation for Human Development
Op 20 november is het 25 jaar geleden sinds we het Kinderrechtenverdrag hebben geratificeerd. Er is veel bekendheid gegeven aan het verdrag en er zijn nu meerdere overheidsinstanties die zich bezig houden met kinderrechten, zoals het Bureau Kinderrechten van het Ministerie van Sociale Zaken, het Universiteitsinstituut Kinderrechten en het Bureau Vrouwen- en Kinderbeleid van het Ministerie van Justitie en Politie.
Desondanks zijn er bijna 100 wetten die in overeenstemming moeten worden gebracht met het Verdrag. In de afgelopen vijftien jaren zijn maar drie wetten aangepast: de Zedenwetgeving, het Hoorrecht, en de Huwelijkswetgeving.

In de tussentijd gaat het niet goed met onze kinderen. Het Kinderrechtenverdrag wordt niet beleefd in de praktijk. Bijna 90 procent van onze kinderen heeft ooit geweld meegemaakt, waarvan tien procent ernstig geweld. Dertien procent van onze kinderen groeit niet op bij hun biologische ouders, maar wordt opgevangen door grootouders, peetjes, in kindertehuizen en cellenhuizen.

Een van de prioriteiten is daarom het treffen van sancties (straffen) voor ouders die geen verantwoordelijkheid willen nemen voor de opvoeding van hun kind(eren). Er moet ook een meldplicht komen voor artsen, leerkrachten en anderen die constateren dat een kind mishandeld is of misbruikt is/wordt. Artsen moeten zich niet meer verschuilen achter het beroepsgeheim.

Wij, de volwassenen, zijn degenen die ervoor moeten zorgen dat kinderen hun rechten kunnen beleven. Wij moeten altijd artikel 3 van het Verdrag voor ogen houden, namelijk ‘het belang van het kind staat centraal’.

LGBT: discriminatie is tegen de Grondwet

Tineke Sumter, Women's Way
(namens het LGBT Platform)

Vier jaar geleden gaf de Minister van Justitie en Politie op vragen over de positie van LGBT’s in Suriname bij de verdediging van het Surinaamse Mensenrechten rapport bij de VN aan dat er eerst een brede nationale discussie gevoerd moet worden om hierover een standpunt in te nemen. Tegelijkertijd zei de Minister dat volgens Artikel 8.2 de Surinaamse Grondwet niemand gediscrimineerd mag worden en dat er naar zijn weten geen schendingen van mensenrechten wat deze groep betreft plaatsvonden in Suriname.
Dit standpunt is in de afgelopen jaren herhaald tijdens de verschillende staatshoofdenvergaderingen van de OAS. Anno 2014, vier jaar verder, is er door de overheid echter geen enkel initiatief genomen om deze brede nationale discussie ook daadwerkelijk te voeren.
Hoewel discriminatie verboden is volgens de Grondwet, is dit niet uitgewerkt in diverse (sociale) wetten. Zo is er bijvoorbeeld geen antidiscriminatie wetgeving en zijn de sancties op discriminatie niet beschreven. Mensen van hetzelfde geslacht kunnen hun relatie niet bij het burgerlijk stand registreren of met elkaar trouwen. Ook zijn er slechts twee bedrijven (IAMGOLD RGM en Staatsolie) die in hun CAO rekening houden met relaties van mensen van hetzelfde geslacht.

Begin 2014 hield het LGBT Platform een breed bezochte krutu, waaruit als prioriteiten zijn voortgevloeid het mogelijk maken van geregistreerd partnerschap, een beleid voor gelijkwaardigheid op de werkplek en een algemeen antidiscriminatiebeleid (niet alleen voor LGBT).


Seniore burgers: een groeiende groep


In 2040 zullen er voor het eerst in onze geschiedenis meer ouderen dan kinderen zijn, zo’n eenvijfde van de wereldbevolking. In Suriname is nu ongeveer negen procent van onze bevolking ouder dan 60 jaar, maar dit percentage zal ook snel stijgen tot 25 – 30 procent, waarvan meer vrouwen dan mannen.
Ondanks de forse groei van deze groep, zijn er geen specifieke internationale mensenrechten-instrumenten voor ouderen. Er zijn alleen verwijzingen in algemene verdragen, zoals de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het Verdrag voor Burger en Politieke Rechten, het CEDAW Verdrag en het Verdrag voor de Rechten van Mensen met een Beperking.

Een belangrijke internationale committering van Suriname is de ‘Madrid Plan of Action on Ageing’. In 2012 bracht Suriname verslag uit over de vorderingen van de vier jaren daarvoor. Helaas is er niet veel veranderd sindsdien. Er zijn in Suriname ook nauwelijks specifieke wetten voor bescherming van de rechten van ouderen. Volgens het Burgerlijk Wetboek is er een zorgplicht voor volwassen kinderen tegenover hun ouders, echter is hier geen toezicht op. In 2008 werden volgens Wet en Staatsbesluit pensioenen van ambtenaren en anderen gekoppeld aan huidige inkomens en inflatie, waarmee een eerste stap naar waardevastheid is gedaan. In 2011 werd het bedrag voor de Algemene Ouderdomsvoorziening verhoogd, en in 2013 kregen alle seniore burgers de mogelijkheid om basisgezondheidszorg te genieten op de kosten van de Staat.

Ondanks deze positieve noot, is het nog steeds slecht gesteld met de situatie van onze seniore burgers. Huisvesting is voor hen een groeiend probleem. Er is een conceptwet voor opvanginstellingen voor ouderen, maar deze wet is nog niet uitgewerkt in de praktijk. Volgens het rapport zijn naast huisvesting en opvang de hoogtse prioriteiten voor deze groep het zorgen voor goede gezondheidszorg toegespitst op seniore burgers, het bevorderen van de financiële zelfstandigheid van ouderen en de integratie van ouderen in de samenleving.

Voor de volledige nieuwsbrief klik hier

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen