dinsdag 9 december 2014

Snapshot mensenrechten, deel 2

(Eerder verschenen in de State of Democracy Nieuwsbrief 2014. Voor de volledige nieuwsbrief, klik hier)

Op 20 november 2014 organiseerde PROJEKTA de panel-discussie ‘Mensenrechten: waar staan we, waar gaan we?’ Een panel van deskundigen ging na wat de stand van zaken in Suriname is op het gebied van vrouwenrechten, kinderrechten, rechten van Inheemse volkeren, van mensen met een beperking en van LGBT. De twee kernvragen voor de avond waren: wat hebben we al bereikt, en waar moeten we met spoed aan werken? In dit artikel beschrijven wij de belangrijkste informatie en bevindingen uit de presentaties en discussies met betrekking tot kinderrechten, de rechten van LGBT en de rechten van ouderen. Het artikel over vrouwenrechten, de rechten van mensen met een beperking en de rechten van Inheemse Volkeren vindt u hier.


Kinderen: van kennis naar beleving


Lillian Ferrier,
Foundation for Human Development
Op 20 november is het 25 jaar geleden sinds we het Kinderrechtenverdrag hebben geratificeerd. Er is veel bekendheid gegeven aan het verdrag en er zijn nu meerdere overheidsinstanties die zich bezig houden met kinderrechten, zoals het Bureau Kinderrechten van het Ministerie van Sociale Zaken, het Universiteitsinstituut Kinderrechten en het Bureau Vrouwen- en Kinderbeleid van het Ministerie van Justitie en Politie.
Desondanks zijn er bijna 100 wetten die in overeenstemming moeten worden gebracht met het Verdrag. In de afgelopen vijftien jaren zijn maar drie wetten aangepast: de Zedenwetgeving, het Hoorrecht, en de Huwelijkswetgeving.

In de tussentijd gaat het niet goed met onze kinderen. Het Kinderrechtenverdrag wordt niet beleefd in de praktijk. Bijna 90 procent van onze kinderen heeft ooit geweld meegemaakt, waarvan tien procent ernstig geweld. Dertien procent van onze kinderen groeit niet op bij hun biologische ouders, maar wordt opgevangen door grootouders, peetjes, in kindertehuizen en cellenhuizen.

Een van de prioriteiten is daarom het treffen van sancties (straffen) voor ouders die geen verantwoordelijkheid willen nemen voor de opvoeding van hun kind(eren). Er moet ook een meldplicht komen voor artsen, leerkrachten en anderen die constateren dat een kind mishandeld is of misbruikt is/wordt. Artsen moeten zich niet meer verschuilen achter het beroepsgeheim.

Wij, de volwassenen, zijn degenen die ervoor moeten zorgen dat kinderen hun rechten kunnen beleven. Wij moeten altijd artikel 3 van het Verdrag voor ogen houden, namelijk ‘het belang van het kind staat centraal’.

LGBT: discriminatie is tegen de Grondwet

Tineke Sumter, Women's Way
(namens het LGBT Platform)

Vier jaar geleden gaf de Minister van Justitie en Politie op vragen over de positie van LGBT’s in Suriname bij de verdediging van het Surinaamse Mensenrechten rapport bij de VN aan dat er eerst een brede nationale discussie gevoerd moet worden om hierover een standpunt in te nemen. Tegelijkertijd zei de Minister dat volgens Artikel 8.2 de Surinaamse Grondwet niemand gediscrimineerd mag worden en dat er naar zijn weten geen schendingen van mensenrechten wat deze groep betreft plaatsvonden in Suriname.
Dit standpunt is in de afgelopen jaren herhaald tijdens de verschillende staatshoofdenvergaderingen van de OAS. Anno 2014, vier jaar verder, is er door de overheid echter geen enkel initiatief genomen om deze brede nationale discussie ook daadwerkelijk te voeren.
Hoewel discriminatie verboden is volgens de Grondwet, is dit niet uitgewerkt in diverse (sociale) wetten. Zo is er bijvoorbeeld geen antidiscriminatie wetgeving en zijn de sancties op discriminatie niet beschreven. Mensen van hetzelfde geslacht kunnen hun relatie niet bij het burgerlijk stand registreren of met elkaar trouwen. Ook zijn er slechts twee bedrijven (IAMGOLD RGM en Staatsolie) die in hun CAO rekening houden met relaties van mensen van hetzelfde geslacht.

Begin 2014 hield het LGBT Platform een breed bezochte krutu, waaruit als prioriteiten zijn voortgevloeid het mogelijk maken van geregistreerd partnerschap, een beleid voor gelijkwaardigheid op de werkplek en een algemeen antidiscriminatiebeleid (niet alleen voor LGBT).


Seniore burgers: een groeiende groep


In 2040 zullen er voor het eerst in onze geschiedenis meer ouderen dan kinderen zijn, zo’n eenvijfde van de wereldbevolking. In Suriname is nu ongeveer negen procent van onze bevolking ouder dan 60 jaar, maar dit percentage zal ook snel stijgen tot 25 – 30 procent, waarvan meer vrouwen dan mannen.
Ondanks de forse groei van deze groep, zijn er geen specifieke internationale mensenrechten-instrumenten voor ouderen. Er zijn alleen verwijzingen in algemene verdragen, zoals de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het Verdrag voor Burger en Politieke Rechten, het CEDAW Verdrag en het Verdrag voor de Rechten van Mensen met een Beperking.

Een belangrijke internationale committering van Suriname is de ‘Madrid Plan of Action on Ageing’. In 2012 bracht Suriname verslag uit over de vorderingen van de vier jaren daarvoor. Helaas is er niet veel veranderd sindsdien. Er zijn in Suriname ook nauwelijks specifieke wetten voor bescherming van de rechten van ouderen. Volgens het Burgerlijk Wetboek is er een zorgplicht voor volwassen kinderen tegenover hun ouders, echter is hier geen toezicht op. In 2008 werden volgens Wet en Staatsbesluit pensioenen van ambtenaren en anderen gekoppeld aan huidige inkomens en inflatie, waarmee een eerste stap naar waardevastheid is gedaan. In 2011 werd het bedrag voor de Algemene Ouderdomsvoorziening verhoogd, en in 2013 kregen alle seniore burgers de mogelijkheid om basisgezondheidszorg te genieten op de kosten van de Staat.

Ondanks deze positieve noot, is het nog steeds slecht gesteld met de situatie van onze seniore burgers. Huisvesting is voor hen een groeiend probleem. Er is een conceptwet voor opvanginstellingen voor ouderen, maar deze wet is nog niet uitgewerkt in de praktijk. Volgens het rapport zijn naast huisvesting en opvang de hoogtse prioriteiten voor deze groep het zorgen voor goede gezondheidszorg toegespitst op seniore burgers, het bevorderen van de financiële zelfstandigheid van ouderen en de integratie van ouderen in de samenleving.

Voor de volledige nieuwsbrief klik hier

Onze verkiezingsprogramma's nader bekeken: thema's en woorden

(Leest u als u meer wilt weten over verkiezingsprogramma's ook 'Van belofte naar beleid: onze verkiezingsprogramma's nader bekeken'. Beide artikelen verschenen eerder in beknopte versie in de State of Democracy Nieuwsbrief 2014. Voor de volledige nieuwsbrief, klik hier)

Deze overzichten geven een indruk van de prioriteiten van de partijen en partijcombinaties van de afgelopen verkiezingen. 

Er zijn grote verschillen in het aantal pagina’s dat de partijen hebben besteed aan het uitschrijven van hun beleidsvoornemens. Een lang verkiezingsprogramma is niet per definitie beter dan een kort verkiezingsprogramma. Ook is het niet automatisch zo dat een kort verkiezingprogramma concreter is. Cijfers kunnen misleidend zijn, dus laat u niet verleiden tot snelle (voor)oordelen. Laat dit een motivatie zijn om de verkiezingsprogramma’s van de komende verkiezingen te lezen.

Woorden
Om deze grafieken te maken, is er geteld hoe vaak bepaalde woorden werden gebruikt in hun verkiezingsprogramma’s.












Thema's
Deze grafieken laten zien hoe hoog het percentage is dat partijen in een verkiezingsprogramma aan een bepaald thema besteden. De percentages zijn tot stand gekomen door middel van het het aantal pagina’s tekst betreffende een thema te delen door het totaal aantal pagina’s. Bij het totaal aantal pagina’s zijn de inhoudsopgaven, de afbeeldingen en grote lege ruimtes tussen hoofdstukken niet meegeteld.

Wat opvalt is dat wanneer je de percentages van de uitgelichte thema’s bij elkaar optelt, er veel pagina’s overblijven. Waar gaan deze dan over? Onderwerpen die hier niet besproken zijn, maar in alle programma’s (in verschillende mate) aan de orde komen, zijn onder andere industrie, communicatie, sport, infrastructuur en toerisme. 



Voor de volledige nieuwsbrief klik hier

Van belofte naar beleid: onze verkiezingsprogramma's nader bekeken

(Een beknopte versie van dit artikel verscheen eerder in State of Democracy Nieuwsbrief 2014. Voor de volledige nieuwsbrief, klik hier)


Verkiezingsprogramma’s zijn van groot belang bij verkiezingen. Aangezien we na de verkiezingen vijf jaar vast zitten aan een politieke partij, of een combinatie van partijen, mogen we verwachten dat we ruim van tevoren weten wat zij voor ons willen betekenen in ruil voor onze stem. Bij de verkiezingen van 2010 had echter geen enkele partij tot twee maanden voor de verkiezingen haar programma bekend gemaakt.
Voordat we verder ingaan op de Surinaamse situatie, is het zinvol om te kijken naar de rol die verkiezingsprogramma’s spelen bij beleidsvorming.  

In een verkiezingsprogramma maakt een politieke partij haar standpunten en plannen voor de komende regeerperiode bekend. Een verkiezingsprogramma kan door verschillende actoren gebruikt worden. Het biedt de verschillende afdelingen binnen een politieke partij een platform om hun plannen aan te dragen en partijprominenten kunnen het gebruiken om in het openbaar hun plannen bekend te maken aan het volk. Voor de andere partijen is het een bron van informatie om erachter te komen waar de mogelijkheden liggen als ze willen of moeten samenwerken. Kiezers kunnen zich aan de hand van het document informeren om een weloverwogen stem uit te brengen.

Kiezersbedrog
Als een verkiezingsbelofte niet wordt uitgevoerd wordt dit kiezersbedrog genoemd. Hoe specifieker de beloftes zijn wat betreft toekomstig beleid, hoe meer informatie mogelijke samenwerkingspartners hebben over de prioriteiten van de partij. Tegelijkertijd kunnen te specifieke beloftes ook, zowel vanuit andere partijen als vanuit het electoraat, tegen een partij gebruikt worden indien zij zich er niet aan houdt.

In theorie is een verkiezingsprogramma dus bindend in het geval een partij of een groep van partijen aan de macht komt. Dit betekent dat je zou moeten kunnen verwachten dat de gedane beloftes waar gemaakt worden. Er is echter een aantal factoren dat ervoor kan zorgen dat een verkiezingsprogramma van de winnende (groep van) partijen niet of slechts gedeeltelijk uitgevoerd wordt.

Mandaat theorie van democratie
De 'mandaat theorie van democratie' probeert te verklaren hoe een verkiezingsprogramma vertaald wordt naar beleid. De naam is logisch te verklaren, want politieke partijen die de regering vormen krijgen het mandaat om hun voorstellen om te zetten in regeerbeleid.  Volgens deze theorie zijn er in het proces rondom verkiezingen grofweg twee groepen te onderscheiden, de politieke partijen en de kiezers. Politici zijn gemotiveerd om zoveel mogelijk voordelen te behalen die horen bij het hebben van politieke macht. Kiezers zijn gemotiveerd om zoveel mogelijk regeerbeleid dat in hun voordeel werkt zeker te stellen. Om de macht zeker te stellen en ervoor te zorgen dat bij volgende verkiezingen een partij weer door de stemmers gekozen zal worden, is het aannemelijk dat de partij zoveel mogelijk regeringsbeloftes zal proberen uit te voeren.

De mandaat theorie in haar puurste vorm gaat er vanuit dat er niets gebeurt met de verkiezingsbeloftes van partijen die niet aan de macht komen, maar uit onderzoek blijkt dat dit niet realistisch is. Het is ook in het voordeel van de machthebbers, en bovendien een democratisch principe, om de plannen van de ‘verliezers’ te betrekken bij hun beleid. Oftewel: de meerderheid beslist, rekening houdend met de belangen van de minderheid. Als dit democratisch principe niet wordt nageleefd, bestaat de kans dat oppositiepartijen beleidsplannen zullen dwarsbomen. Het tegemoet komen van de belangen van de oppositiepartijen kan bijvoorbeeld voorkomen dat er geen quorum is op het moment van het maken van beslissingen. Aan de andere kant kan het doen van concessies er ook voor zorgen dat eigen verkiezingsbeloftes niet of slechts gedeeltelijk nagekomen worden. 

Een regerende partij kan het zich dus niet permitteren om roekeloos haar eigen plannen door te voeren, omdat haar autoriteit constant in twijfel kan worden getrokken, en de macht hebben en houden nooit zeker is. Er zullen altijd compromissen gesloten moeten worden, om te overleven. Dit wordt het ‘agenda influence model’ genoemd.

Het kan ook zijn dat de regering afwijkt van het beloofde beleid als ze merkt dat ze in haar autoriteit wordt aangetast, bijvoorbeeld ten tijde van crisis. Wat dit betreft kun je je afvragen of de Surinaamse regering zich permanent in crisis waant.

Meerpartijensysteem
In een meerpartijensysteem, zoals in Suriname, is het ook van belang welke ministeries en de daarbij horende ambtenaren een partij tot haar beschikking krijgt. Uit internationaal onderzoek blijkt dat de kans groter is dat verkiezingsbeloftes waar gemaakt worden als de desbetreffende partij beschikt over het ministerie dat dat beleid moet gaan vormgeven en uitvoeren.

Te verwachten is dat als een verkiezingsbelofte door meerdere coalitiepartijen gedeeld wordt, het waarschijnlijker is dat deze omgezet wordt in beleid. Toch blijkt, na een analyse van de verkiezingsprogramma's uit 2010, dat ondanks de grote overlap aan voornemens, er maar weinig daarvan daadwerkelijk doorgevoerd zijn.

In landen met een eenpartijenstelsel ligt het percentage waargemaakte beloftes dan ook hoger dan in landen waarbij de regering bestaat uit meerdere partijen. Desalniettemin is het niet onredelijk om te verwachten dat een regering die bestaat uit meerdere partijen, zoals die van Suriname, minimaal de helft van haar regeringsbeloftes omzet in beleid. Te meer nog omdat de verkiezingsprogramma's van de nu regerende partijen veel overlap vertonen in beloftes en plannen aangaande beleids- en wetsvoorstellen. Helaas is dit verre van het geval geweest in de afgelopen regeerperiode. Een optimist zou zeggen dat deze regering nog een termijn de kans zou moeten krijgen om de gemaakte beloftes waar te maken. Een pessimist kan niet anders dan concluderen dat er van daad bij woord voegen weinig sprake is en dat een verlenging van de macht hier geen verandering in zal brengen. 

Een greep uit de verkiezingsprogramma’s 2010
PROJEKTA zette een aantal zaken uit de verkiezingsprogramma’s van de in DNA gekozen partijen/combinaties op een rij. Voorzover partijen als combinatie de verkiezingen zijn ingegaan, is van het programma van die combinatie uitgegaan. Het gaat om vijf partijen/combinaties: A-Combinatie, DOE, Nieuw Front, Megacombinatie, en Volksalliantie.

In de meeste verkiezingsprogramma’s worden er woorden vuil gemaakt aan het bekritiseren van de voorgaande regering. Logischerwijs heeft het Nieuw Front geen kritiek op haar eigen regeerperiode, zij besteden de eerste acht pagina’s aan het opsommen van de behaalde ‘successen’ van de voorgaande regeringsperiodes.

Wat ze ook gemeen hebben is dat de programma’s haast alomvattend zijn: eigenlijk wil iedereen alles aanpakken, maar er staan bijna nergens concrete voorstellen hoe het aan te pakken. En dan komt toch af en toe, totaal willekeurig, een concreet beleidsvoornemen.

Enkele voorbeelden hiervan zijn:

  • A-Combinatie (AC): in het kader van toerisme, binnen drie jaar een Cruise Terminal; talentenjachten organiseren; de afdeling curriculumontwikkeling moet beoordelen of Portugees en Mandarijn opgenomen moeten worden als keuzevak in het voortgezet- en beroepsonderwijs.
  • Volksalliantie (VA): het invoeren van een zondagse Toeristen Markt (“Happy markt”) in de Domineestraat; het invoeren van betaald parkeren middels parkeermeters in de binnenstad; ramboetan verbouwen te Lelydorp.
  • Nieuw Front (NF): het tegengaan van het onnodig printen van documenten en / of foto’s; aanpassing van de vakantieperioden aan die van de Caricom-landen; “Hall of Fame” om onze sporthelden te eren.
  • DOE: wettelijke regelgeving voor casino’s om gokverslaafden te weigeren en door te verwijzen naar instanties die hen kunnen helpen; systematische stadverfraaiing door het planten van schaduwbomen; aanleggen van parkeerplaatsen aan de rand van de stad waar men kan overstappen op openbaar vervoer.
  • Megacombinatie (MC): rechtstreeks door de kiezers te doen kiezen van de President en Vice-president; ontwikkelen en wederom opstarten c.q. institutionaliseren van een nationale volksgymnastiek beweging; in samenspraak met schoolleiders het opzetten respectievelijk onderhouden van schoolkantines die broodjes tegen een redelijke prijs aan scholieren kunnen aanbieden.

Overlap
Opvallend is dat alle verkiezingsprogramma's de 'usual suspects' op een hoop gooien: jongeren, senioren, gehandicapten, verslaafden, weeskinderen, daklozen en vrouwen moeten worden empowered.

En er zijn meer punten van overeenstemming; het is dan ook een raadsel waarom deze voornemens geen voortgang gevonden hebben, aangezien de consensus kamerbreed aanwezig is/was. In onderstaande tabel worden voorbeelden gegeven van gelijke voornemens. In het artikel 'Onze verkiezingsprogramma's nader bekeken: thema's en woorden' vindt u meer analyses van de verkiezingsprogramma's uit 2010. 











Bronnen:
Franz Urban Pappi & Nicole Michaela Seher (2009) Party Election Programmes, Signalling Policies and Salience of Specific Policy Domains: The German Parties from 1990 to 2005, German Politics, 18:3, 403-425.
Robert Thomson (2001) The programme to policy linkage: The fulfilment of election pledges on socio-economic policy in the Netherlands, 1986–1998, European Journal of Political Research 40: 171–197.


Voor de volledige nieuwsbrief klik hier

Democratie in 2014

In het kader van de Democratiemaand stelde PROJEKTA aan een aantal mensen uit verschillende vakgebieden de volgende vragen: 'Wat vond u van onze democratie in 2014?' en 'Wat is uw verwachting voor het komend jaar?'

(Deze bijdragen zijn eerder verschenen in de State of Democracy Nieuwsbrief 2014. Voor de volledige nieuwsbrief, klik hier)

Zorgen om de rechtsstaat

Mijn bezorgdheid over de huidige staat van de democratie betreft vooral de verhouding tussen democratie en rechtsstaat. Er bestaat geen hiërarchische verhouding tussen beide instituten maar beide bepalen wel mede elkaars inhoud. Dat betekent dat de normen van het ene instituut tot stand komen onder invloed van de normen van het andere instituut.
In de afgelopen jaren heeft het ‘spel van de democratie’ onvoldoende rekening gehouden met de regels van de rechtsstaat. De rechtsstaat vormt het raamwerk waarbinnen de democratie functioneert en het staat de democratie niet vrij om regels van de rechtsstaat te negeren, ook niet met een beroep op langs democratische weg tot stand gekomen besluitvorming.De rechtsstaat van Suriname is niet beperkt tot rechtsnomen die in de nationale wetgeving zijn neergelegd, maar omvat ook internationaalrechtelijke normen tot naleving waaraan Suriname gehouden is.
Een belangrijk deel van de tweede categorie normen zijn normen die de bescherming van mensenrechten betreffen en daarom de graad van civilisatie van een samenleving bepalen. Een concreet voorbeeld van een geval waarin de democratische besluitvorming deze normen niet in acht heeft genomen is de Amnestiewet van 2012.
Ook het nalaten van democratische organen om wettelijke regelingen en overheidsbeleid in overeenstemming te brengen met mensenrechten en de naleving daarvan te bevorderen, getuigt van ernstige gebreken in een geciviliseerde democratische samenleving.
Voorbeelden van dit verzuim van de democratie betreffen de grondenrechten van Inheemsen en Marrons maar ook, meer algemeen, alle begunstigende handelingen van de overheid (zoals uitgifte van grond en uitgifte van concessies) die niet aan rechtsregels onderworpen zijn en daardoor voortdurend ander andere het recht op gelijke behandeling schenden.
Hans Lim A Po, Directeur van het Lim A Po Instituut

Minachting

Aan de ene kant werd 2014 voor mij gekenmerkt door een steeds zichtbaarder wordende minachting van het volk door politici. Mensen laten graaien naar bankbiljetten maar niets doen aan werkgelegenheid; het ene schandaal na het andere, maar geen anticorruptiewet; en het schaamteloos stuivertje verwisselen van de ene partij/combinatie naar de andere.
Ik vond het niet verrassend maar toch schokkend dat de wetgeving om districten zelf geld te laten beheren en zelf hun ontwikkeling te laten bepalen niet is aangenomen; en dat daarmee het hele miljoenen-decentralisatieproject abrupt tot stilstand is gekomen. Het was extra triest om te zien dat men wel de eigenoude-mannendromen van een trein in Suriname erdoor heen wil drukken.
Aan de andere kant zag ik met blijdschap de felle verontwaardiging op Facebook over tal van issues; en de vele initiatieven om jongeren te versterken naar mondigheid en zelfstandigheid. Met Women’s Rights Centre mocht ik deel uitmaken van het historisch project waarbij religieuze leiders vanuit een mensenrechtenperspectief naar hun religie kijken; en dit aan jongeren doorgeven. Een bewijs dat het anders kan!
Voor 2015 verwacht ik dat het niveau van politiekvoering een dieptepunt zal bereiken, en ik verwacht dat we daar als samenleving steeds kritischer naar gaan kijken.
Maggie Schmeitz, cultureel antropoloog

Schijn

Democratie is niet alleen het opzetten van instituten, organen, een systeem, maar is eerder een beleving, een geestelijk product. De beleving van wat democratie zou moeten zijn, leeft slechts bij een kleine groep. Slechts eens in de vijf jaren is er een schijn van democratie wanneer de verkiezingen plaatsvinden. Schijn, omdat daarna vergeten wordt wat er allemaal beloofd is. Niet alleen door degenen die zijn gekozen, maar ook door de kiezers. Schijn, omdat het kiesstelsel alleen al een aanslag is op wat democratie zou moeten zijn: de meerderheid bepaalt op basis van gelijkwaardigheid. In de praktijk is het niet de meerderheid van het volk die bepaalt met in achtneming van datgene wat de minderheid ook heeft aangedragen, maar is het een minderheid van 26 plus (en soms zelf minder) die maakt en breekt.
Bovenstaande heeft z'n weerslag op goed bestuur en mensenrechten. Zolang wij niet met z'n allen beseffen wat de essentiële betekenis is van democratie en dus ons gedrag (doen en laten) niet daaraan aanpassen, zullen democratie, goed bestuur en mensenrechten slechts woorden zijn.
Waddy Sowma, Voorzitter van de Vereniging van Economisten in Suriname (VES)

Verhit

Ik vind dat de democratie dit jaar onvoldoende tot wasdom is gekomen. De Nationale Assemblee is nauwelijks effectief geweest. Het is jammer dat de oppositie ook bij belangrijke wetsontwerpen niet aanwezig is om het debat in de vergaderzaal te voeren. Dat is de plaats waar assembleeleden hun argumenten kenbaar moeten maken. De oppositie stelt zich meer 'buiten parlementair' op. Belangen van het land worden op deze manier niet behartigd.
Aan de andere kant toont het ook de zwakte van de coalitie die niet in staat is 26 assembleeleden op de been te brengen. De quorumkwestie maakt dat het land veel geld en tijd verliest. Belangrijke wetten worden hierdoor niet behandeld. In een democratie moeten argumenten tellen. Het politieke debat moet in 's lands vergaderzaal worden gevoerd. Dat de samenwerkende oppositionele partijen niet aanwezig waren bij de afronding van de sociale wetten is niet goed te praten. Achteraf via de media en op podia bezwaren uiten is niet effectief.
Op de sociale media en opbelprogramma's komt ook duidelijk tot uiting dat het grote publiek veel meer geïnformeerd moet worden over democratie. Er wordt te veel op de man en niet op de bal gespeeld; veel mensen die reageren op Facebook en andere social media, worden erg persoonlijk. Het is de taak van de regering om mensen te informeren over hoe democratie werkt en welke rechten burgers hebben. In het hele land blijkt dat het democratisch gehalte slecht ontwikkeld is. Dit is zeer slecht voor het functioneren van een land. Hierdoor is het mogelijk dat zaken die compleet fout zijn, goed worden gepraat. Hierdoor kan corruptie welig tieren. De samenleving rekent politici niet af als hun daden anders blijken te zijn dan hun woorden. Door het slecht functioneren van De Nationale Assemblee wordt de regering onvoldoende ter verantwoording geroepen over het bestuur. Er worden grote projecten uitgevoerd zonder dat daarvoor toestemming is gegeven in De Nationale Assemblee. Een voorbeeld hiervan is de aanleg van de spoorlijn waarvoor 130 miljoen euro moet worden neergeteld. Dat Staatsolie deelneemt in het Merian goudproject is evenmin besproken in De Nationale Assemblee. Ook de wijze waarop het Wanica Ziekenhuis nu wordt opgezet is geen resultaat van openbaar debat.
De beleving van de mensenrechten dient veel beter te worden aangepakt. Veel mensen begrijpen niet dat het de rechter is die recht spreekt en dat ook verdachten rechten hebben. Het liefst zou men zien dat verdachten worden dood gestenigd op het Onafhankelijkheidsplein. Er is nog veel te doen om het grote publiek uitleg te geven over wat mensenrechten inhouden. Strafprocessen duren ook veel te lang. De vele problemen waarmee de rechterlijke macht te kampen heeft, dienen serieus genomen te worden en zo snel mogelijk worden opgelost.
Komend jaar hebben we de verkiezingen. Nu reeds is het duidelijk dat de gemoederen behoorlijk verhit zijn. Volgend jaar zal de situatie alleen maar erger worden. Het zal veel meer gaan over persoonlijke zaken dan beleid. Er is weinig verdraagzaamheid. Ik verwacht wel dat de verkiezingen eerlijk zullen verlopen, omdat alle betrokkenen met hun neus boven de zaken zullen staan. Maar de campagne zal niet gemakkelijk zijn.
Nita Ramcharan, Hoofdredacteur Starnieuws

Niet trots

Belangrijk voor de beleving van de democratie is de wijze waarop De Nationale Assemblee functioneert. In de loop van 2014 werd steeds duidelijker dat DNA op gezette tijden niet kan functioneren vanwege het ontbreken van de vereiste grondwettelijke meerderheid. De wetgevende en de controlerende taken van DNA komen daarmee in het geding. In het belang van de groei van bedrijven en economische ontwikkeling, zijn er een aantal noodzakelijke wetten óf in behandeling bij de Staatsraad, óf in concept gereed, óf in voorbereiding. Daargelaten de vraag hoe efficiënt de overheid c.q. de Raad van Ministers functioneert in het voorbereidingstraject van deze wetten, kan het niet adequaat functioneren van DNA in de toekomst een ernstige belemmering vormen voor modernisering van noodzakelijke wetgeving.
Suriname heeft zeker baat bij vernieuwing van ons nationaal zekerheidsstelsel. Maar in een goed functionerende democratie is structureel overleg daarover tussen de drie sociale partners een noodzaak. In het voorbereidingstraject van de in 2014 aangenomen drie sociale wetten: Wet Algemeen Pensioen 2014, Wet Minimumloon 2014 en de Wet Nationale Basiszorgverzekering, heeft die structurele dialoog niet plaatsgevonden. De Sociaal Economische Raad voor tripartite overleg, een belangrijk orgaan in een democratisch bestel, is in 2011 niet voor een tweede termijn ingesteld, het Tripartite Overleg functioneert nauwelijks. VSB heeft wel samen met de kring van Actuarissen in Curaçao en Suriname in juni 2014 haar visie kunnen delen met de Vaste Commissie van DNA, maar belangrijke aanbevelingen, waaronder het financieringsaspect en de tarieven, zijn in de uiteindelijke teksten niet meegenomen.
Een nationaal zekerheidsstelsel dat niet is afgestemd c.q. in evenwicht is met de verdiencapaciteit en diversificering van onze economie en met de productiviteitsontwikkeling, kan ernstige sociale en economische gevolgen met zich meebrengen en daarmee een bedreiging vormen voor de democratische ontwikkeling van ons land.
In de Executive Opinion Survey ten behoeve van de Global Competitiveness Index (GCI) (World Economic Forum) hebben ondernemers de gelegenheid om zich uit te spreken over de meest problematische factoren bij het zakendoen zoals zij dat ervaren. Evenals in de twee voorgaande jaren staan in het GCI Report 2014-2015 een inefficiënte bureaucratie en corruptie bovenaan de lijst. Die ‘red tape’ komt ook tot uiting in de lage ranking van Suriname op de GCI en de ‘Doing Business Index’.
Ook in 2014 deden zich meerdere (vermeende) corruptieschandalen voor en maakte het bedrijfsleven zich in toenemende mate zorgen over onderhandse aanbestedingen.
De Regering en de overheid zijn zich er bovendien onvoldoende van bewust dat in een kleine samenleving met een kleinschalige economie en een omnipotent overheidsapparaat, veel bedrijven afhankelijk zijn van het overheidsgebeuren. Het ontbreken van transparantie en accountability bij overheidsactiviteiten, waaronder aanbestedingen, zorgt dan ook voor veel (rechts)onzekerheid voor ondernemers. Daarbij komt dat in toenemende mate bedrijven die goederen en diensten leveren aan de overheid, geen zekerheid hebben op tijdige betalingen van de geleverde prestaties. Ook dit leidt tot rechtsonzekerheid. Vanwege de kleinschaligheid en angst voor repercussies zijn ondernemingen niet gauw geneigd te gang naar de rechterlijke macht te maken. Een lichtpunt is dan ook de heractivering van het onafhankelijke Surinaams Arbitrage Instituut (SAI) op 4 augustus 2014. Het Hof van Justitie ondersteunt het initiatief om het SAI nieuw leven in te blazen; de mogelijkheid van het oplossen van geschillen middels arbitrage is in het Wetboek van Burgerlijke Rechtervordering vastgelegd. Het ontbreken van transparantie bij het overheidsbestuur komt ook tot uiting in het zonder overleg met het bedrijfsleven toekennen van nationale vrije dagen. Het Eindrapport Nationale Vrije Dagen (2012) is in de spreekwoordelijke bureaulade verdwenen; in november werd onverwacht een nationale vrije dag (niet gelijkgesteld aan de zondag) voor de viering van Sasi Sura. Dit creëert onzekerheid en derving van inkomsten bij het bedrijfsleven. Kortom: de beleving van democratie is voor wat mij betreft niet hetgeen ik met enige trots zou willen of kunnen beschrijven.
Ferdinand Welzijn, Voorzitter van de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB)

Niet ethisch

Het VPF constateert dat ethische normen bij onze politici ontbreken. Dit staat onze groei naar een volwassen democratie in de weg. Ook dit jaar ergerden wij ons aan dat politici alle kromme zaken recht praten, terwijl het volk beter weet.
Een ieder die een politieke functie aanvaardt, moet zich bewust zijn van en voldoen aan integriteits- en ethische vereisten van een gedragscode. Deze regelt het gedrag en handelen van elke politicus, die bij afwijking hiervan persoonlijk aanspreekbaar is. In de politieke arena wordt heden ten dage “voetbal” gespeeld zonder regels. Dit leidt tot chaos in het heden, maar kan nog decennia na nu effect hebben. Een gedragscode kan alvast bijdragen aan een hoger ethisch gehalte van de politiekvoering die de democratie minder onder druk stelt.
Suriname is een jonge democratie die haar weg nog zoekt en er maar niet in slaagt geloofwaardig beleid te voeren; beleid dat SMART is geformuleerd, vrouwenparticipatie bevordert, vrouwvriendelijk is, bestuurders dwingt om op een adequate manier rekenschap te geven over het bestuur van het land, corruptie ontmoedigt en spreken zonder vrees bevordert. Het Surinaams volk heeft recht op behoorlijk bestuur. Vele regeringen zijn hierin niet succesvol geweest.
Tijdens campagnes moet het volk eisen dat partijprogramma’s duidelijk en haalbaar zijn en dat partijen een gedragscode adopteren en dat regeerders voldoen aan een integriteitsprofiel en daarop ook aangesproken kunnen worden. Laat de democratie leven en niet slechts een papieren tijger zijn!
Vrouwen Parlement Forum

Voor de volledige nieuwsbrief klik hier

Zevende Democratiemaand

(Afkomstig uit de State of Democracy Nieuwsbrief 2014. Voor de volledige nieuwsbrief, klik hier)

In 2007 riep de Verenigde Naties 15 september uit tot Internationale Dag van de Democratie. Sinds 2008 worden op deze dag wereldwijd activiteiten uitgevoerd die de (beleving van) democratie moeten bevorderen. PROJEKTA vindt ook dat er meer aandacht moet zijn voor onze democratie, en besloot vanaf dat jaar een Democratiemaand te organiseren. Dit om het begrip democratie in een bredere context te plaatsen, en aandacht te schenken aan de vele facetten daarvan, naast verkiezingen en politieke partijen: democratie als levend goed.

De Democratiemaand is gericht op verschillende doelgroepen, waaronder studenten, het maatschappelijk middenveld, politieke partijen, en beleidsmakers. PROJEKTA benaderde vanaf het begin daarom ook samenwerkingspartners. In de afgelopen zeven jaren hebben wij samengewerkt met onder andere personen en instituten binnen de Universiteit, mediabedrijven, NGO’s, private sector organisaties en bedrijven. Dit jaar wordt de Democratiemaand uitgevoerd met ondersteuning van UNDP Suriname.

Er zijn altijd openbare discussies geweest. De overige activiteiten zijn divers, en variëren van radiospots, discussiecolleges, zelfreflectie quizzes, krantenartikelen en tip sheets tot onderzoeken. In 2009 lanceerden wij deze nieuwsbrief, die al snel veelvuldig werd opgevraagd en geciteerd door studenten, NGO’s, overheid en internationale organisaties. Om de gemeenschap in binnen- en buitenland op de hoogte te houden van onze activiteiten en publicaties, lanceerden wij in 2010 onze blog, en begin 2014 onze facebook pagina.

Sinds 2010 wordt er ook een thema gekoppeld aan de Democratiemaand. De thema’s Accountability (2010), Dialoog (2011), Actieve Burgers (2012) en Samen tegen Corruptie (2013) hebben reeds de revue gepasseerd. Dit jaar stond de Democratiemaand in het teken van de keuzes die gemaakt moeten worden voor de toekomst van ons land. De openbare activiteiten trokken een zeer gemêleerd publiek, en organisaties en individuen zijn enthousiast om met elkaar en met PROJEKTA door te gaan om te praten over onze ontwikkelingskeuzes.

Na zeven jaar Democratiemaand kijken we dan ook tevreden terug: wat ooit begon als brainstormidee is intussen uitgegroeid tot één van de “flagships” van onze organisatie. Dank aan allen die ons steeds hebben ondersteund.

Voor de volledige nieuwsbrief klik hier

Democratiemaand: een Surinaamse creatie

(Afkomstig uit de State of Democracy Nieuwsbrief 2014. Voor de volledige nieuwsbrief, klik hier)

Armstrong Alexis, Deputy Resident Representative, UNDP Suriname
Ik ken het verhaal van het ontstaan van de Democratiemaand. Zeven jaar geleden was er een kleine groep mensen die toegewijd was aan het bevorderen van gelijke rechten, vrijheid, burgerparticipatie en rechtvaardigheid voor iedereen. Zij dachten na over een manier om nationale focus en aandacht te richten op het streven naar een vrije en democratische samenleving. Zeven jaar later heeft men de Democratiemaand niet alleen levend weten te houden, maar ook weten te verheffen. De rest van Suriname, het Caribisch gebied en – voorwaar – de rest van de wereld staan op scherp om te zien wat deze maand zal gebeuren in Suriname.

Het markante van de Democratiemaand is dat het een product van eigen teelt is. Het idee is Surinaams, de vraagstukken die worden besproken zijn relevant voor de bevolking van Suriname, en degenen die hun ervaring en expertise delen zijn ook grotendeels Surinamers.

Suriname is een groeiende democratie, en die groei is bereikt onder moeilijke omstandigheden. Die zou niet mogelijk zijn geweest zonder doorzettingsvermogen en een focus op het vergroten van kansen van burgers.

Terwijl de Staat een zware verantwoordelijkheid heeft in het bevorderen en koesteren van democratie, is het de rol van het maatschappelijk middenveld om de ‘gate keeper’ en het geweten van jullie democratie te zijn. De fundamenten van de democratie, zoals rechtsbescherming, vrijheid van samenkomst en accountability van overheidsfunctionarissen, zullen nog dieper geworteld zijn wanneer jullie [PROJEKTA, de Democracy Unit en andere civil society organisaties, red] de moed er in blijven houden om deze vraagstukken – en nog andere – tot deel van het nationaal discours weten te maken en te houden. Mijn hoop is dat een maand toegewijd aan het vieren van de verworvenheden van democratie in Suriname en het reflecteren op wat nog bereikt moet worden, zal blijven groeien en groeien.-

(Samenvatting van de statement bij de launch van de Democratiemaand – de discussie “Verkiezingscampagnes en verkiezingen als bouwstenen voor democratie” georganiseerd door de Young Democracy Unit en de Democracy Unit. De 7e editie van de Democratiemaand was een samenwerking tussen PROJEKTA, DU, YDU en de UNDP).

Voor de volledige nieuwsbrief klik hier

zaterdag 6 december 2014

Vrouwen in de politiek

(Afkomstig uit de State of Democracy Nieuwsbrief 2014. Voor de volledige nieuwsbrief, klik hier)

In 2013 en 2014 werd in opdracht van UNDP Caribbean onderzoek gedaan naar de participatie van vrouwen in de politiek en in besluitvorming in veertien CARICOM-landen in de periode tussen 2000 en 2013. Hieronder vindt u een paar markante cijfers uit het onderzoek. 


Daarnaast deden zij een paar opmerkelijke bevindingen:
  • Er is een hoger percentage vrouwen in nationale volksvertegenwoordigende lichamen met benoemde leden dan in lichamen met gekozen leden.
  • Vrouwelijke Ministers in de onderzochte landen zijn vaker op de Ministeries die met ‘zachte’ sectoren te maken hebben (sociale zaken, onderwijs, toerisme, cultuur, sport, jongeren, gender) en bijna nooit in de ‘harde’ sectoren (zoals handel, industrie, financiën, buitenlandse zaken, ontwikkeling).
  • Er is een toename in de percentage vrouwen in de rechterlijke macht.
  • De meeste onderzochte landen hebben wel bureau’s of comités voor vrouwen of gender. Deze zijn vaak onmisbaar geweest voor het formuleren van nationaal gender- (of vrouwen-)beleid en plannen, en het laten ondertekenen van het CEDAW-verdrag en andere internationale mensenrechtenverdragen.

In de case studie van Suriname werd als verklaring voor het laag aantal vrouwen in politieke machtsposities onder andere gegeven:
  • Vrouwen zijn weinig te vinden op de zogeheten ‘verkiesbare plekken’ op de verkiezingslijsten, vooral bij partijcombinaties. Er was ook geen enkele vrouwelijke lijsttrekker bij de afgelopen verkiezingen. Vrouwen moeten daarom vaak rekenen op voorkeursstemmen om gekozen te worden. Suriname kent namelijk geen quotumsysteem.
  • Sociaal-culturele normen, negatieve stereotypen over mannen en vrouwen, en een gebrek aan empowerment zijn vaak de reden dat weinig vrouwen meedoen en worden gekozen.

Bron: Tjon Sie Fat, Annette & Essed-Fernandes, Monique (2014). Where are the Women? A study of women, politics, parliaments and equality in the English-speaking CARICOM countries and Suriname. UNDP Caribbean.

Voor de volledige nieuwsbrief klik hier

vrijdag 5 december 2014

Wet Openbaarheid van Bestuur in de praktijk

(Afkomstig uit de State of Democracy Nieuwsbrief 2014. Voor de volledige nieuwsbrief, klik hier)

Naar aanleiding van het artikel over de Wet Openbaarheid van Bestuur (welke u hier kunt lezen) vroegen wij aan twee journalisten: “Waar zou jij de Wet Openbaarheid van Bestuur voor gebruiken?”

Van het Kastje naar de Blinde Muur

Het ontbreken van een wet Openbaarheid van Bestuur vormt een enorme belemmering voor journalisten om bepaalde zaken grondig te kunnen uitzoeken. Regerings- en overheidsfunctionarissen die gewenste informatie beschikbaar zouden moeten stellen, verschuilen zich steeds achter anderen, met name hun superieuren. Die ‘superieuren’ op hun beurt verschuilen zich achter ‘de minister’ of ‘de president’.

Als er een wet Openbaarheid van Bestuur bestond, zou ik een aantal ‘onopgeloste’ zaken willen onderzoeken. In de eerste plaats zou ik een onderzoek doen naar de verdwijning van de beruchte 400 ton padi of rijst bij het toenmalige Surland. Naar verluidt moet er een onderzoek door de politie zijn gedaan, maar stuitte het onderzoek op de zo bekende blinde muren.
Een andere zaak die ik ook graag zou willen onderzoeken is de bouw van de twee grote bruggen door de regering Wijdenbosch/Radhakishun. Er is een heleboel gezegd en beschuldigd en ik zou er toch het fijne van willen weten. Naar nu blijkt heeft bruggenbouwer Ballast-Nedam in verband met vermoedelijke smeergelden die zijn betaald een schikking getroffen met de Nederlandse justitie en een boete betaald.

In beide gevallen heb ik, en met mij andere journalisten, geprobeerd om informatie te krijgen bij de politie en het parket. Bij de politie was het verhaal dat het onderzoek geleid werd door het parket en dat daar de informatie gehaald moest worden. Het parket verstrekte echter geen informatie, omdat “het onderzoek nog gaande was”. Dit zijn zo de dooddoeners die je te horen krijgt als je als journalist op zoek bent naar bepaalde informatie bij de overheid. Het doel van de journalistiek, namelijk het adequaat informeren van de bevolking, wordt hierdoor enorm belemmerd, zo niet onmogelijk gemaakt. 

Ivan Cairo is journalist bij De Ware Tijd. Daarnaast is hij auteur; zijn eerste roman is getiteld ‘Fatale zonden’.

Onmisbaar


De wet openbaarheid van bestuur zou mij sowieso aanzetten tot een onderzoek naar de mate, het niveau en de geaardheid van corruptie binnen de regering en het overheidsapparaat. Het onderzoek zou gaan over de inzet en het gebruik van overheidsmiddelen ten behoeve van coalitiepartijen en politieke personen in algemene zin. Dit onderzoek zou ik als basis gebruiken voor een boekwerk over corruptie in Suriname. Daarnaast zou ik van twee regeringen specifieke kwesties onder de loep nemen. 

Uit de regeerperiode Venetiaan 1 tot en met Venetiaan 3 zou ik het aantal onderhandse gunningen en de oprichting van uitvoeringsbedrijven gelinkt aan politieke bonzen uit die periode onderzoeken. Daarnaast de uitgifte van concessierechten en de uitgifte van gronden in Saramacca, Commewijne en Nickerie aan de toenmalige partners (Pertjajah Luhur en A-combinatie). Tot slot zou ik een onderzoek doen naar de uitgifte van gronden aan alle ministers tegen het eind van de derde regeerperiode Venetiaan. 

Van de huidige regering Bouterse zou het onderzoek zich richten op hoofdzakelijk de onverantwoorde gelden op het ministerie van Openbare Werken tijdens het bewind van minister Abrahams, maar ik zou ook onderzoek doen naar de uitgifte van concessierechten, uitgifte van gronden, de financiering van enkele projecten en tot slot een algemeen onderzoek naar het uitgavenbeleid van de overheid. 

Een Wet Openbaarheid van Bestuur is onmisbaar voor het onderzoeken van vermeende corruptie. Elke regering schreeuwt heel hard over het aanpakken van de corruptie in het land, maar de anticorruptiewet is nog steeds niet aangenomen. Dit komt simpelweg doordat alle regeringen heel goed weten dat ook zij zich schuldig hebben gemaakt aan corruptie. 

Wilfred Leeuwin werkt als journalist voor verschillende media. Daarnaast is hij voorzitter van de Surinaamse Vereniging van Journalisten.

Voor de volledige nieuwsbrief klik hier

Mensen met een beperking hebben recht op meer kansen in de maatschappij

(Aangeboden door: Fayaz A. Sharman MPA LLB)

Als Surinamers laten we ons graag voorstaan op de grote verscheidenheid van onze samenleving. Het maakt niet uit van welk ras je bent of welk geloof je aanhangt: een ieder kan deelnemen aan ons maatschappelijk leven. Maar er is een groep die daar nog een grote uitzondering op vormt. Ik heb het over mensen met een beperking.
Ik heb met een tiental burgers gesprekken gevoerd over de positie van mensen met een beperking in de maatschappij. Ze worden vaak gezien als een 'zielig groepje'. Dat is volstrekt onjuist. Net als iedere Surinamer heeft een persoon met een beperking rechten, en die moeten gehandhaafd worden.

Laten we als voorbeeld twee jongens nemen: Anthony en Bob. Anthony is een 'normale' jongen, maar Bob heeft een fysieke handicap en is daardoor beperkt in zijn mobiliteit. Ze kunnen beiden goed leren, en kunnen worden toegelaten tot de universiteit. Anthony besluit daar vanaf te zien: zijn eigen vrije keuze.
Maar Bob kan niet naar de universiteit, al zou hij nog zou graag willen. Wie gaat hem naar de campus brengen, en weer naar huis? Hoe komt hij met zijn rolstoel de collegezalen in? Bob is een Surinamer die vanwege zijn beperking niet kan genieten van zijn grondwettelijk recht op onderwijs.

 Nota bene: Suriname heeft het Verdrag Inzake de Rechten van Mensen met een Beperking (CRPD) getekend. We zijn alleen nooit tot ratificatie overgegaan. Het is van groot belang dat dit wél gebeurt. Dit internationale verdrag zal de overheid verplichten om de nationale wetgeving te verbeteren. Ook krijgen burgers met een beperking gereedschap in handen om de overheid – desnoods via de rechter – te dwingen om goed beleid te maken.

Hoe bepaal je of een persoon een goed leven heeft? Daar bestaan verschillende opvattingen over. Volgens de filosoof John Rawls moeten voldoende basisgoederen voor ontwikkeling aanwezig zijn. Vrije burgers zullen dan samenwerken om van die goederen gebruik te maken, tot wederzijds voordeel.

Maar Rawl’s collega en Nobelprijswinnaar Amartya Sen heeft daar kritiek op. Volgens hem is het niet voldoende dat de mogelijkheden tot ontwikkeling er zijn, maar is ook nodig dat iedereen daar gebruik van kan maken.

Ik ben het daar mee eens. Kijk maar naar het voorbeeld van Bob en Anthony: je kunt een universiteit hebben, maar wat heb je daaraan als die niet toegankelijk is voor álle intelligente burgers? Bob’s kwaliteit van leven is ingeperkt.

“Sociale rechtvaardigheid is een voorwaarde voor het meten van de kwaliteit van de mensenrechten”, zegt Amartya Sen. De positie van mensen met een beperking in de samenleving moet hoognodig veranderen. Ze moeten volledig en efficiënt deel kunnen nemen op alle gebieden van het maatschappelijk leven. Daarvoor moet wetgeving worden geharmoniseerd, en moet de samenleving mensen met een beperking niet langer zien als ‘zielige mensen.’

Fayaz Sharman MPA LLB is als jurist werkzaam bij de Nationale Assemblée in de functie van Hoofd van de afdeling Juridische Zaken. Fayaz schreef dit artikel in het kader van de Internationale dag van de Mensen met een Beperking (3 december).