woensdag 3 februari 2016

SAMENWERKEN OM RESPECT VOOR MENSENRECHTEN TE GARANDEREN: VSB neemt voortouw erkenning rechten van LGBT’s binnen de “World of Work”

Dit artikel verscheen eerder in de ‘State of our Democracy 2015’. De gehele nieuwsbrief vindt u hier

Door: Steven MacAndrew (Directeur VSB) en Tieneke Sumter (Voorzitter LGBT Platform)


Dat het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) niet alleen civil society dichterbij de beleidsmakers heeft gebracht, maar ook de organisaties onderling nader tot elkaar brengt, bewezen de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) en het LGBT Platform het afgelopen jaar.

De VSB heeft voor zichzelf een aantal kernwaarden bepaald, waaronder rechtszekerheid, objectiviteit en sociale dialoog. Deze kernwaarden houden in dat als werkgeversorganisatie, de VSB haar ogen nimmer kan sluiten voor maatschappelijke ontwikkelingen, zeker niet in gevallen waar de rechtszekerheid bedreigd wordt. De vereniging is zich er ook van bewust dat wat zich in de maatschappij afspeelt, veelal haar weerslag vindt in bedrijven. Het LGBT Platform streeft op haar beurt naar gelijkheid op de werkplek. Dit betekent dat iedere werknemer ongeacht geslacht, leeftijd, geloof, etniciteit, seksuele oriëntatie gelijkwaardig behandeld moet worden. Dat de VSB, die zich gecommitteerd heeft aan het principe van “non-discrimination in de world of work”, de dialoog aanging met het LGBT Platform, was niet alleen een logische, maar ook een noodzakelijke stap.

Dit moment brak aan als gevolg van de participatie binnen BINI rond de periode dat de tekst van het lied “Bullet” circuleerde en de discussie hieromtrent losbarstte. Het was voor de VSB duidelijk dat zij in actie moest komen, maar het hoe en wat  precies was toen nog een vraagteken, daar zij nog geen goed inzicht had in de problematiek van LGBT’s in het algemeen en in de “world of work” in het bijzonder.
Tijdens één van de bijeenkomsten van het Burgerinitiatief raakten de VSB en het LGBT Platform informeel met elkaar aan de praat. Een uitnodiging van het LGBT Platform om te participeren in een LGBT Sensitivity Training werd door de VSB vervolgens met beide handen aangegrepen. De workshop bleek een goede eye-opener voor de leden van de VSB, omdat het een beter inzicht verschafte in de problematiek van LGBT’s, zeker voor wat betreft binnen het arbeidsproces. Naast de VSB, was ook de vakcentrale C-47 onderdeel van dit samenwerkingsverband.

Daarnaast werd de bijdrage van de VSB aan de door het LGBT Platform georganiseerde Coming Out Week 2015 door beide partijen als een succes ervaren. De directeur van de VSB, Steven Mac Andrew, sprak tijdens de feestelijke opening van deze Week die in het teken stond van het creëren van meer awareness rondom, en begrip voor de LGBT-gemeenschap. Met name de regenboogvlaggen die een week lang de ingang van hotel Royal Torarica sierden, kunnen niemand zijn ontgaan.

LGBT Sensitivity Training—oktober 2015 (bron)
De samenwerking tussen deze twee BINI-partners staat nog maar aan het begin. Het plan is om de LGBT Sensitivity Training in 2016 meedere malen te verzorgen voor de VSB-leden, het liefst wederom in samenwerking met de vakbweging, omdat een gezamenlijke aanpak wenselijk is om non-discriminatie van de LGBT-gemeenschap in de world of work te bestrijden.
De focus is hierbij op non-discriminatie op basis van sexuele geaardheid, vooral voor wat betreft werving, maar ook de secundaire voorwaarden. Ook hoopt de VSB op korte termijn een Memorandum voor Overeenstemming (MOU) voor samenwerking om non-discriminatie op basis van sexuele geaardheid tegen te gaan te tekenen met de vakbeweging en het LGBT Platform.

Door gezamenlijk meer bedrijven te informeren en aansporen om over te gaan tot een non-discriminatiebeleid, hopen de VSB en het LGBT Platform de maatschappelijke acceptatie van LGBT’s in de samenleving te vergroten. Een aantal bedrijven (waaronder het eerder genoemde Torarica, Staatsolie en DSB) heeft reeds de positieve stap genomen om middels hun CAO’s de partners van LGBT-ers te erkennen en hen dezelfde rechten toe te kennen als hetroseksuele partners. Helaas gaat maar om enkele bedrijven en is er dus nog veel werk te verzetten. Het besef is er dat wij moeten samenwerken om respect voor mensenrechten te garanderen.-

Wilt u meer lezen over de staat van onze democratie in 2015? Lees dan ook de andere artikelen van de ‘State of our Democracy’ nieuwsbrief. 


maandag 1 februari 2016

De bezem door de Kamer van Koophandel


Dit artikel verscheen eerder in de ‘State of our Democracy 2015’. De gehele nieuwsbrief vindt u hier.

Op een dag in 2013 was Karin Refos in Indonesië, als deel van een KKF-handelsmissie. Refos is directeur van het communicatiebureau Stas International en dit jaar prominent aanwezig in het publiek debat met de OOK ZIJ campagne voor meer vrouwen in het politiekbestuurlijke. Ze keek in Indonesië om zich heen en realiseerde zich dat zij de enige vrouw was die daar was vanuit het bedrijfsleven, de rest van de vrouwen was meegekomen als partner van een zakendoende man.

“Zijn er geen vrouwen in het KKF-bestuur?”, vroeg Refos aan de voorzitter van het KKF. “Nee”, was het antwoord. “Dan wil ik wel”, gaf Refos aan, “en met mij nog vele andere vrouwen.” De KKF-voorzitter raadde haar aan om dan mee te doen met de eerstvolgende KKF-verkiezingen. In het eerste OOK ZIJ debat kwam het gebrek aan vrouwen in het KKF-bestuur ook ter sprake en werd aangegeven dat men wel moeite had gedaan om meer vrouwen te interesseren. De Kamer heeft niet geïnvesteerd in het daadwerkelijk trachten na te gaan wat de obstakels waren voor vrouwen en die door middel van gerichte acties weg te werken, was de kritiek hierop. Net als in de politiek blijven vrouwen niet weg omdat ze niet willen of kunnen, maar omdat er zichtbare en onzichtbare obstakels op hun pad zijn.

Het is tijd voor nieuw bloed in de Kamer, en daar is de huidige voorzitter het gelukkig mee eens, zegt Refos. “De verkiezingen van de Kamer zijn al veel te lang een ons-kent-ons verhaal. Sommige bestuursleden zitten al langer dan 20 jaar in het bestuur. Ze worden keer op keer door een paar enkelingen die toegang hebben en de verkiezingen orchestreren, geplaatst”, vindt Refos. Het is dan begrijpelijk dat vrouwen, die niet in die innercircle te vinden zijn, al bij voorbaat niet geneigd zijn om uit zichzelf achter een bestuursfunctie aan te gaan. Het proces is namelijk behoorlijk ingewikkeld, zeker als je geen ondersteuning hebt van binnenuit.

Achterhaalde wet 
Het bestuur van het KKF komt tot stand middels een trapsgewijze verkiezing, in twee rondes. In de eerste ronde wordt de totale Kamer gekozen, per branche. De Kamer bestaat uit 21 leden en 21 plaatsvervangers die om de vier jaar worden gekozen door de acht bedrijfsgroepen van het KKF: detailhandel, overige handel en tussenpersonen, nijverheid en industrie, financiële instellingen en het verzekeringswezen, verkeersbedrijven, hotel-, café-, restaurant- en amusementsbedrijven, mijnbouw en industriële verwerking van mineralen; en bosexploitatie en industriële verwerking van bosproducten. Elke branche kiest tussen de twee en vier personen, en de gekozenen van alle acht branches vormen samen de Kamer. In de tweede ronde wordt, iedere twee jaar, het bestuur van de Kamer bepaald. De 21 leden in de Kamer kiezen dan uit hun midden een dagelijks bestuur van acht personen. Iedere bedrijfsgroep wordt door één lid vertegenwoordigd in het bestuur. Nu schuift volgens de wet de oudste uit de branche automatisch op naar het dagelijks bestuur. Een onrechtvaardige en gedateerde regel als je ooit verjonging en vernieuwing wil doorvoeren.

Een kandidatenlijst voor de brancheverkiezing moet door minstens 20 bedrijven van die branche worden ondersteund. Branches met minder dan 200 leden volstaan met tien procent. Bekijk je deze regel goed, dan zie je een ongelijkheid tussen de branches opdoemen. Immers, hoe meer bedrijven een branche telt, hoe kleiner het percentage dat nodig is om de 20 vereiste ondersteuners te halen. Bijvoorbeeld: als een branche 1000 bedrijven telt, dan is slechts twee procent nodig om de lijst te ondersteunen.

Addertje 
Er is echter nog een addertje onder het gras. Om kandidaat te staan moet het bedrijf van degene die zich kandidaat stelt voldoen aan twee eisen: minstens één jaar ingeschreven staan in het KKF-register, en voor 1 juli van het verkiezingsjaar de contributie betaald hebben. De kandidaten zelf moeten als persoon (directeur) voor 1 oktober van het verkiezingsjaar ingeschreven staan in het KKF register als vertegenwoordiger van het bedrijf. Dit wordt echter niet van tevoren gecommuniceerd aan personen die zich opmaken om een lijst in te dienen. Aan Refos werd bijvoorbeeld slechts gezegd: “Ga maar de wet bestuderen om mee te doen”. Dit onderscheid tussen persoon en bedrijf zorgt voor veel onduidelijkheid en bevestigt dat het hoog tijd is voor herziening van de wet waarin het verkiezingsproces is vastgelegd. Deze wet stamt uit 1962 en daarin staat ook dat vrouwen formeel geen deel mogen uitmaken van het bestuur. Hiermee is het KKF in strijd met zowel de Grondwet als de internationale conventies waaraan Suriname zich heeft gecommiteerd, waaronder CEDAW.

KKF voor de toekomst 
Er ook op ander vlakken veel werk aan de winkel. Het bedrijfsleven geeft al decennia lang aan dat er een cultuur van nontransparantie is binnen de Kamer, zegt Refos, en zij heeft indruk dat er vooral persoonlijke belangen worden gediend. “De Kamer van Koophandel is er voor het bedrijfsleven en niet omgekeerd”, zegt ze. Het KKF hoort een cruciale rol te vervullen in de ontwikkeling van het ondernemerschap in Suriname. Ze hoopt, indien tot de Kamer gekozen, en helemaal indien ze tot het bestuur kan doordringen, om meer transparantie af te dwingen over nevenactiviteiten van de Kamer, de verkiezingsprocedure te helpen vereenvoudigen en moderniseren, een evaluatie te plegen om na te gaan in hoeverre de bestaande brancheverdeling en hun afvaardiging in de Kamer synchroon loopt met de ontwikkelingen van bedrijfstakken in Suriname, meer inspraak van de leden in de rol te bewerkstellingen en activiteiten van de Kamer ter discussie te stellen. Ze wil, samen met haar kandidaten, bijdragen aan de vervulling van alle taken die de Kamer heeft ter bevordering van het ondernemerschap in Suriname. Hieronder valt bijvoorbeeld ook het aansporen van bedrijven om mee te werken aan onderzoek naar het bedrijfsleven door instituten als het Algemeen Bureau Statistiek. Het wantrouwen moet weg en men moet beseffen dat beleid alleen gemaakt kan worden als men beschikt over informatie. Maar eerst moet die wet van 1962 op de schop.-

Wilt u meer lezen over de staat van onze democratie in 2015? Lees dan ook de andere artikelen van de ‘State of our Democracy’ nieuwsbrief.

maandag 25 januari 2016

Basisprincipes voor een Wet Openbaarheid van Bestuur

Dit is het kader horend bij het artikel "MYSTERIEUZE ZAKEN: Wet Openbaarheid van Bestuur is goed voor iedereen!", gepubliceerd in onze State of our Democracy Nieuwsbrief 2015. Lees het artikel zelf hier. De gehele nieuwsbrief vindt u hier.

Basisprincipes voor een Wet Openbaarheid van Bestuur:

Toegankelijkheid van informatie
Informatie in beheer van publieke instanties moet toegankelijk zijn. Slechts in bepaalde omstandigheden mag hiervan worden afgeweken. Toegang tot informatie is een basisrecht.

De verplichting om te publiceren
Publieke instanties zijn verplicht ten minste informatie te publiceren: 
¨ Over hoe zij functioneren, hun kosten, hun doelen, boekhouding, standaarden en behaalde doelen;
¨ Over aanvragen, klachten of acties van burgers t.a.v. de instantie;
¨ Over processen waarbij burgers kunnen bijdragen aan belangrijke besluiten of voorstellen voor regelgeving;
¨ Over de informatie die zij bezitten en hoe die er uit ziet;
¨ Over besluiten of beleid die de burgers raken, inclusief achtergronden en motivering.

Bevorderen van een open overheid
De overheid moet bewust acties uitvoeren om de gemeenschap te informeren over hun rechten en zo een cultuur van openheid te bevorderen. Wetgeving moet handvaten bieden om de cultuur van geheimhouding te doorbreken.

Beperkte uitzonderingen op de regel
Alle aanvragen bij publieke instanties voor informatie  moeten gehonoreerd worden, tenzij de instantie kan bewijzen dat de aangevraagde informatie een wettelijk vastgesteld doel heeft (b.v. nationale veiligheid, privacy, etc.) en dat het vrijgeven van de informatie schade kan aanrichten aan dat doel dat groter is dan het algemeen belang.

Processen om toegang te faciliteren
Aanvragen moeten snel en eerlijk afgehandeld worden. Informatie over afgewezen aanvragen moet beschikbaar zijn.

Kosten
Een aanvraag voor informatie mag niet verhinderd worden door te hoge kosten. De prijs moet betaalbaar zijn voor de gemiddelde burger.

Toegang tot vergaderingen
Officiële vergaderingen moeten toegankelijk zijn voor het publiek. Het gaat hier vooral om besluitvormende instanties en minder om adviserende organen binnen de overheid.

Toegankelijkheid heeft voorkeur
Wetten die toegankelijkheid van informatie verhinderen, moeten gewijzigd of opgeheven worden.

Bescherming voor klokkenluiders
Individuen die aangifte doen moeten beschermd worden tegen wettelijke, administratieve of werkgerelateerde sancties.

MYSTERIEUZE ZAKEN: Wet Openbaarheid van Bestuur is goed voor iedereen!

Dit artikel verscheen eerder in de ‘State of our Democracy 2015’. De gehele nieuwsbrief vindt u hier

Op 29 september berichtte de Ware Tijd dat Minister Algoe van Landbouw, Veeteelt en Visserij ervoor pleitte dat de Centrale Landsaccountantsdienst (CLAD) onderzoek doet bij het Cassavebedrijf Innovative Agro Processing Industries (IAPP).  De cassavefabriek is slechts één van de vele gevallen  waarvan al langer vanuit de samenleving gevraagd werd/wordt om meer openheid. Naar aanleiding van het bericht  plaatste PROJEKTA-directeur Sharda Ganga een simpele vraag op haar Facebook-pagina: “Welke vraagstukken, vreemde zaken zou men nog meer onderzocht willen hebben?”

De reacties stroomden binnen en demonstreerden de enorme behoefte aan meer transparantie. En bovenal: de behoefte aan de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB). Als die Wet er zou zijn, konden al deze reactiegevers zelf achter de feiten komen. Een WOB geeft niet alleen burgers toegang tot informatie, maar beschermt ook publieke functionarissen van valse beschuldigingen. Geruchten krijgen veel minder ruimte om uit te groeien tot mythen die door velen als waar worden beschouwd. Een WOB is dus goed voor iedereen!

De President kondigde de Wet al aan in de Regeringsverklaring. Wij willen graag voorkomen dat die wet hetzelfde lot beschoren zal zijn als de Anticorruptiewet, die langer dan dertien jaar in behandeling is en op het moment van dit schrijven nu weer behandeld wordt in de Nationale Assemblee. De draft-Anticorruptiewet is herhaalde malen gereviseerd, waarbij elke revisie een verzwakking betekende van de inhoud.
Daarom vindt u hier een lijst van basispunten waaraan een Wet Openbaarheid van Bestuur moet voldoen, gebaseerd op ’The Public’s Right to Know’.

Hieronder vindt u een greep uit de lijst van zaken, naast de cassavefabriek, die burgers graag nader onderzocht zouden willen zien, en/of diensten en instellingen die volgens hun doorgelicht zouden moeten worden.
·       De boekenaanschaf van de Presidentiële Werkgroep Onderwijs: Wat is gebeurd met  de zogenaamde seksueel expliciete leerboeken? Hoeveel zijn gedistribueerd, kan de burger een exemplaar zien om te kijken wat acceptabel is of niet? De leerboeken van het VOJ zouden worden "versurinamiseerd". De boeken kwamen  maar de meeste scholen wilden ze niet – klopt dat? Hoeveel heeft dit alles ons gekost?
Foto: www.waterkant.net
·       De plannen voor de fly-over en het “treinproject”. Worden hier nog gelden aan besteed, wordt de commissie/ de adviseurs nog betaald, en hoeveel zijn we intussen al kwijtgeraakt aan consultants en rapporten?
·       Wat is de status van het consulaat/gebouw dat we hebben gekocht in Parijs?
·       De vele ontheffingen van in totaal zeventien ministers en twee onderministers. Hoe lang staan deze personele kosten nog op de begroting van de overheid. Wordt het afgebouwd? Wat is in de toekomst de criteria voor ontheffingen? Hoeveel ambtenaren zitten daadwerkelijk thuis met doorbetaling? Kortom: met hoeveel spookambtenaren hebben wij te kampen?
·       De benoeming van personen – de profielbeschrijvingen van de functies, de (sollicitatie)procedures, de TORs en contracten (denk bijvoorbeeld aan de dochter van de President, en nog honderden meer).
Foto: www.caribjournal.net
·       Is er daadwerkelijk zoveel geasfalteerd als is aangegeven in de projecten en hoorde daar ook wegmeubilair bij, zoals trottoirbanden, looppaden, etc.?
·       Kwestie van Nos Kasitas en Sociale Zaken.
·       Onderzoek naar Ramon Abrahams (bij het VES-debat zei de NDP-vertegenwoordiger dat hij moest aftreden vanwege corruptie).
·       Dubieuze aankoop van een pand voor Justitie en Politie aan de Henck Arronstraat.
·       Het waterleidingproject te Boven Suriname. Het buizensysteem is aangelegd en soms ook kranen, maar de waterzuiveringsinstallaties bij de rivier zijn nooit gezien.
·       Aanbestedingsprocedure en kosten 'Verfraaiingsproject' Onafhankelijkheidsplein. Hoeveel heeft elk van de bloempotten, inclusief plant gekost?
·       De gestolen whisky’s van het Kabinet van de President, en de brushcutters van Sport en Jeugdzaken: weten we al wie de schuldigen waren?
·       De wapens ontvreemd uit het goed beveiligde huis van ex-Minister Abrahams.
·       De boekhouding van Carifesta en besluitvorming over uitgaven.
·       De namen van de gaarkeukeneigenaars van de naschoolse opvang, en wat zij elk betaald kregen.
·       Het contract van de fotograaf van ex-minister Belfort en de betalingen (want men zegt dat het een paar duizend SRD per foto is).
·       Het Ministerie van Regionale Ontwikkeling maakte bekend dat er speciale, gesubsidieerde vluchten naar het binnenland zouden zijn voor  NGOs, academici, etc. Op RO wist niemand ervan.
·       Hoe is $ 772.3 miljoen op de Zwitserse bankrekening van een Surinamer terecht gekomen?
·       Status van de bouw van het ziekenhuis in Wanica.
·       Doorlichting van de commissie Ordening Goudsector: wie heeft wat ooit gezegd of bepaald t.a.v. de skalians bijvoorbeeld?
·       Wat leverde onderzoek naar de diefstal en vernieling bij het Telesur-zeekabelstation (ruim 1 miljoen USD schade) in Coronie op?
·       Aanbesteding voor de 7 gepantserde auto's in 2013- 2 miljoen USD, IMF en CvB waarschuwden toen al over het uitgavenbeleid)
·       Heeft de "eervol" ontslagen ex-onderminister Gopi de duizenden hectaren houtconcessies teruggegeven aan de Staat? NH moet periodiek de concessies publiceren. Ook: de hele procedure t.a.v. de toewijzing van percelen aan Amzad Abdoel.
·       Onderzocht de CLAD de vermeende financiele misstanden bij het ministerie van Sport - en Jeugdzaken: wat was het resultaat? 
·       De 35 miljoen bij de VCB ondergebracht t.b.v. ondernemerschapsontwikkeling. Wat is daarmee gebeurd nadat de ondernemers protesteerden tegen de voorwaarden?

·       Voorraadbeheer bij staatsbedrijven, goederen gaan bij sommige het magazijn uit zonder dat die verantwoord worden.
·       Procedures/besluitvorming  t.a.v. de (verandering van) taken en werkwijze van diverse instituten, diensten, afdelingen. Dit naar aanleiding van de uitholling van taken, die vervolgens bij andere afdelingen worden geplaatst, of bij een beleidsadviseur, of bij het Kabinet van de President. “Iedereen kent de staatjes binnen de staat en toch overleven de staatjes. Toezichthoudende instituten moeten ook onder de loep worden genomen (wie bewaakt de bewaker), maar ook instituten die een wettelijke basis hebben of anderzins onderhevig zijn aan de politiek.”

Wilt u meer lezen over de staat van onze democratie in 2015? Lees dan ook de andere artikelen van de ‘State of our Democracy’ nieuwsbrief.

De Visie in Onze Regeringsverklaring

Dit artikel verscheen eerder in de ‘State of our Democracy 2015’. De gehele nieuwsbrief vindt u hier.

Op 1 oktober jl. sprak de President de jaarrede uit in de Nationale Assemblee. Dit was tevens de Regeringsverklaring (RV) van het tweede kabinet Bouterse, de eerste uiteenzetting van het pad dat dit Kabinet voor ogen heeft. Opvallend was al de eerste zin van de daadwerkelijke RV: “de Regering heeft op 12 augustus, in een periode van bijzondere uitdagingen, het roer overgenomen”. Uitgesproken door een herkozen President kan de vraag gesteld worden: wie had het roer dan hiervoor in handen? Deze formulering was slechts het begin van een tekst vol ondoorgrondelijke formuleringen die elkaar soms tegenspraken.

Natuurlijk kun je van een Regeringsverklaring geen uitgebreide, volledige actieplannen verwachten. De verklaring moet in grote lijnen aangeven welke keuzes er gemaakt worden. Maar keuzes waartoe? Waar moeten ze naar leiden? Dat is uiteraard de eerste vraag die gesteld kan worden: welke visie draagt de Regeringsverklaring uit, voor de toekomst van ons land?

Op zoek naar de visie
Die visie is niet zo makkelijk te achterhalen. De Regeringsverklaring start niet met het uiteenzetten van een visie, maar met een doemscenario – er wordt meteen gesproken over drie prioriteiten die de randvoorwaarden zijn die fundamenteel zijn voor het voortbestaan van de natie – implicerend dat het voortbestaan van onze natie gevaar loopt. Wat volgt zijn echter niet drie randvoorwaarden, maar één gevaar (klimaatverandering, met name de zeespiegelstijging) en twee voorwaarden (soevereiniteit van ons territoir en nationale eenheid).

Ten aanzien van klimaatverandering en zeespiegelstijging staat als maatregel genoemd de kustbescherming middels mangrovebeplanting en dijken. Aan de soevereiniteit zal gewerkt worden door het versterken van de volkseenheid, cultuurbeleid dat respect voor elkaar vergroot en religieuze en etnische verscheidenheid behoudt, door versnelde nationale opbouw verspreid over geheel grondgebied en heel volk. Daarnaast ook door vredespolitiek, met name regionale integratie, met name de buurlanden (buurlandenpolitiek) en bilaterale bespreking met Guyana over de Tigri-gebied bezetting.

De nationale eenheid tenslotte, wordt verkregen als “Onderwijs en Wetenschap, Kunst en Cultuur, Politiek, Rechtspraak, Decentralisatie, Burgerparticipatie, Pers en Media, alles en dus iedereen die op de eerste plaats ten dienste is van de Nationale eenheid.” Hoe dat precies in de praktijk moet werken. wordt niet nader uitgelegd. Opvallend in deze rij is de samenvoeging van processen (decentralisatie, burgerparticipatie) met sectoren – maar dat terzijde.

Men stelt, na opsomming van deze drie punten: “Alleen door Nationale eenheid is onze soevereiniteit krachtig, alleen een sterke soevereiniteit, zal ons een zelfstandige duurzame ontwikkeling garanderen!”. Dit zou een logische samenvatting kunnen zijn geweest van de paragraaf over de drie “randvoorwaarden”, als het aspect van duurzame ontwikkeling reeds eerder aan de orde was gekomen. Maar er is tot nu toe alleen verwezen naar klimaatverandering.

De Regeringsverklaring en jaarrede staan in het teken van de economische crisis. Maar er wordt gesteld dat de “sociale beschermingspolitiek niet wordt losgelaten. En dat past bij het woord dat wellicht als uiteindelijk doel van de regering Bouterse II kan worden aangemerkt – de Welzijnssamenleving”.
Er staat nergens een concrete definiëring/invulling van deze welzijnssamenleving, maar her en der in de tekst staan wel enkele uitgangspunten die daarnaar verwijzen, zoals “sociale solidariteit, rechtvaardigheid en social inclusion als basisuitgangspunten voor onze samenlevingsopbouw”. Deze welzijnssamenleving zal steunen op een efficiënt ingerichte en sterke economie.
Hier zijn twee hoofdpunten voor uitgewerkt.

Ten eerste, een gedifferentieerde economische basis en structuur, waarbij de volgende sectoren worden genoemd:
  • Agrarische ontwikkeling, met agro‐industriële verwerking van vooral groenten en fruit
  • Industriële verwerking van mijnbouw en agrarische productie 
  • Toerisme ontwikkeling, m.n. eco-, health- en wellness‐toerisme
  • Geavanceerde dienstverlenende sector

Daarnaast wordt onder dit punt een aantal zaken genoemd, welke niet zozeer economische sectoren zijn, alswel randvoorwaarden waarin (blijkbaar) geïnvesteerd zal worden:
  • Milieuverantwoord menselijk handelen op alle levensgebieden
  • Energie-opwekking (m.n schone en betaalbare energie)
  • Zee-, lucht, weg- en spoortransport voor vracht- en personenvervoer (m.n. voor de grote groepen toeristen, van Suriname naar het buitenland en vice versa en binnen geheel Suriname)

Ten tweede, een rechtvaardig systeem van ontwikkelings-en bestaansgaranties, met:
  • Onderwijsstelsel gericht op de arbeidsmarkt, technologische innovatie en persoonlijkheidsontwikkeling
  • Werkgelegenheid en arbeidsbescherming
  • Systeem van sociale zekerheden
  • Bereikbare en toegankelijke medisch zorg
  • Structuren en voorzieningen ter bescherming van de volksgezondheid

Het doel wil men bereiken middels wetgeving en organisatie, planning en efficiency, opbouw van een gezonde en schone economie, voor de creatie van een duurzame economische groei, met differentiatie van onze economische basis. Over maximaal 25 jaar zal dit allemaal resulteren in “de groei van ons land tot een moderne, zelfstandige agrarisch-mijnbouw‐toeristisch‐industriële welzijnssamenleving, met deze veelzijdig gedifferentieerde economische basis.”

Ziedaar de visie.

In een volgend bericht (te publiceren op onze blog) zullen wij alle concrete maatregelen die in de Regeringsverklaring (voor de zittingstermijn van de Regering Bouterse II) en de jaarrede (voor het dienstjaar 2016) genoemd worden, op een rij zetten.


Wilt u meer lezen over de staat van onze democratie in 2015? Lees dan ook de andere artikelen van de ‘State of our Democracy’ nieuwsbrief.



zondag 24 januari 2016

Een ferme stap naar EITI in Suriname


Dit artikel verscheen eerder in de ‘State of our Democracy 2015’. De gehele nieuwsbrief vindt u hier.

PROJEKTA zet zich vanaf 2010 in voor meer bewustwording over de Extractive Industries Transparency Initiative (EITI). Hierover berichtten wij al in de State of our Democracy nieuwsbrief van 2011. Dit is een wereldwijd initiatief voor transparantie in de zogeheten ‘extractive industries’, zoals mijnbouw, oliewinning en aardgaswinning, maar ook bijvoorbeeld de visserij en houtkap. In landen die zich aan de EITI-standaarden hebben gecommiteerd, publiceren bedrijven wat zij betalen aan de overheid en publiceert de overheid hun ontvangsten van deze bedrijven. Deze publicaties worden met elkaar vergeleken door een onafhankelijke accountant. Dit proces wordt overzien door een onafhankelijke commissie waarin overheid, private sector en maatschappelijk middenveld zitting hebben.

De EITI kan bijdragen aan corruptiepreventie, een gezonder investeringsklimaat en meer inspraak van burgers in besluiten die hun leven beïnvloeden. Wereldwijd doen 49 landen mee aan de EITI, waaronder onze Caricom-genoot Trinidad & Tobago (T&T). In vele opzichten, lijkt T&T op Suriname, waardoor wij van hun ervaringen kunnen leren. Tijdens de Democratiemaand 2015, organiseerde PROJEKTA daarom een lezing over de EITI, in samenwerking met Trinidadiaanse partners de University of the West Indies (UWI) en de TTEITI.

Econoom en docent Roger Hosein van de UWI belichtte de manier waarop T&T is bezweken aan wat in de economie ‘Dutch Disease’ wordt genoemd. Opeenvolgende regeringen in T&T hebben de tijdelijk hoge inkomsten uit de aardolie-sector besteed aan ondoordachte subsidies en werkverschaffingsprojecten,en onvoldoende aan zogeheten kapitaal-investeringen. Dit leidde tot een scala aan problemen, voor en na de terugval van de wereldmarktprijzen, waaronder verminderde arbeidsproductiviteit, een onvoldoende gediversificeerde economie, een tekort aan arbeidskrachten in bepaalde sectoren, en een fors toegenomen staatsschuld.

Niet alleen het geval van Trinidad, maar ook cijfers uit andere landen tonen aan dat verhoogde inkomsten uit EI’s zelden duurzame en positieve ontwikkeling voor een land brengen. De EITI is ontwikkeld in antwoord op deze trend. TTEITI-voorzitter Victor Hart toonde met cijfers aan hoe de EITI in diverse landen de ‘lekkages’ in de inkomstenstromen heeft weten te dichten, waardoor de harde klappen van de terugvallende prijzen opgevangen konden worden. Ook zorgde de invoering van EITI dat het algeheel systeem van belastinginning efficiënter werd, in alle sectoren.

Dit proces is niet zonder slag of stoot gegaan. Behalve de capaciteitsproblemen bij de overheid en de bedrijven, was het ook een uitdaging om politieke committering te verkrijgen. Tijdens de lezing belichtte oud-Minister van Energie en van Financiën, Conrad Enill, op een openhartige wijze zijn initiële weerstand tegen de invoering van de EITI, en het proces om uiteindelijk de voordelen te kunnen inzien. Voor politici is de EITI namelijk heel handig als tool om te kunnen plannen in de sector, te kunnen leren over andere landen en om beschuldigingen van corruptie te kunnen weerspreken.

Minister Regilio Dodson van Natuurlijke Hulpbronnen
Na de lezingen, gaf Minister Regilio Dodson van Natuurlijke Hulpbronnen zijn visie op het onderwerp. Ook hij onderstreepte het belang van transparantie in het beheer van natuurlijke hulpbronnen, met speciale aandacht voor de balans tussen duurzame ontwikkeling en economische groei. De rol van data, zoals die van het Algemeen Bureau voor de Statistiek, en potentieel van de EITI, zijn onmisbare tools bij het maken van beleid. Hij heeft vele maatregelen al in petto, waaronder het instellen van een onafhankelijk Mineralen Instituut. Daar sluit EITI volgens hem goed aan. Hij toonde zich een uitgesproken en ondubbelzinnige voorstaander van de invoering van de EITI in Suriname, en benadrukte de rol van PROJEKTA en het Burgerinitiatief als belangrijke partners daarbij. “Ik zal alles in mijn macht doen om EITI te realiseren in Suriname”, verklaarde hij ferm. -

Wilt u meer lezen over de staat van onze democratie in 2015? Lees dan ook de andere artikelen van de ‘State of our Democracy’ nieuwsbrief.

dinsdag 19 januari 2016

Gratis training project ontwerp en project schrijven


PROJEKTA nodigt organisaties uit deel te nemen aan een training projectontwerp en project schrijven. De projecten moeten te maken hebben met onderwijs, milieu, of gemeenschapsontwikkeling. Er zij geen kosten verbonden aan deze training.

Welke organisaties komen in aanmerking?
Om in aanmerking te komen voor deelname aan de training moeten organisaties:
  • Rechtspersoonlijkheid bezitten. (het registratienummer van de organisatie dient vermeld te worden in het aanmeldingsformulier)
  • Projectideeën willen uitwerken die passen binnen de themagebieden. Klik hier voor een gedetailleerde beschrijving van de thema’s, en andere voorwaarden.
  • Bereid zijn het gehele trainingstraject te doorlopen, bestaande uit 5 trainingsdagen in de periode februari en maart en eventueel 2 extra dagen in april. Bij opgave voor de training committeert de organisatie zich aan deelname van de eerste drie dagen.
Hoe kom je in aanmerking?
Uw organisatie en het projectidee kunt u registreren door hier te klikken. Beschrijf uw projectidee zo duidelijk mogelijk; de selectie zal vooral hiervan afhangen! Organisaties hebben tot uiterlijk vrijdag 29 januari 2016,uiterlijk 15.00 uur de tijd om het formulier in te vullen. Uit de ingevulde formulieren worden er maximaal 15 projectideeën geselecteerd die, onder begeleiding van PROJEKTA, verder ontwikkeld worden tot projectaanvragen.

De uit de training voortgekomen aanvragen zullen door de deelnemende organisatie zelf moeten worden aangeboden aan fondsen.
U krijgt uiterlijk woensdag 3 februari 2016 bericht of uw idee geselecteerd is voor verdere uitwerking tijdens de training. Formulieren die niet volledig zijn ingevuld, worden NIET in behandeling genomen. Alleen geselecteerde projectideeën worden gecontact.

Voor meer informatie: E-mail: projekta@sr.net,  T: 439924/439925
blog: www.projekta-suriname.blogspot.com
of via FB www.facebook.com/ProjektaSR

Dit initiatief wordt door de Alcoa Foundation ondersteund.

Burger- en politieke rechten: huiswerk voor Suriname

Dit artikel verscheen eerder in de ‘State of our Democracy 2015’. De gehele nieuwsbrief vindt u hier.
In 2013 deed Suriname verslag aan de Mensenrechten-commissie van de Verenigde Naties over de voortgang van onze implementatie van het Verdrag voor Burger- en Politieke Rechten. Dit verslag werd in oktober 2015 uitvoerig besproken met vertegenwoordigers van de Staat. De Commissie uitte in deze gesprekken en in haar geschreven commentaar haar ontevredenheid over de voortgang, over de kwaliteit van het verslag en de beantwoording van de Surinaamse delegatie. Zo bevatte het rapport en de mondelinge beantwoording volgens hen meer anekdotische informatie dan harde feiten en statistieken, en kon er over veel vragen geen afdoend antwoord worden gegeven. Ook uitte de Commissie herhaaldelijk haar bezorgdheid over het ‘klimaat van straffeloosheid’ van met name mensenrechtenschendingen, en de onverenigbaarheid van de Amnestiewet met diverse internationale mensenrechtenverdragen. Na de mondelinge beantwoording, kreeg de Staat nog de gelegenheid om resterende vragen schriftelijk te beantwoorden, waarna de Commissie op 3 november 2015 haar uiteindelijke bevindingen en aanbevelingen presenteerde.
Hier een greep uit de lijst met aanbevelingen die Suriname moet uitvoeren voor haar volgende rapportage in 2020. Voor de volledige lijst, klik hier.

Mensenrechtenschendingen
  • Intrekken van de Amnestiewet.
  • Onmiddellijk instellen van het Constitutioneel Hof, dat voldoende uitgerust en onafhankelijk moet zijn.
  • Voldoen aan internationale mensenrechtenwetgeving voor het ter verantwoording roepen van degenen die verantwoordelijk zijn voor die ernstige mensenrechtenschendingen, waarvan Staten verplicht zijn om de daders te berechten en om lopende strafrechtelijke processen af te ronden.
  • Effectieve bescherming van getuigen van mensenrechtenschendingen en grondig onderzoek naar gevallen van vermoedelijke intimidatie van getuigen.
  • Maatregelen treffen om het Nationaal Mensenrechten Instituut te laten functioneren met een ruim mensenrechtenmandaat en voldoende financiële en menselijke hulpbronnen.
  • De Staat de reeds in 1985 gedane aanbevelingen van de Commissie onder het 1e Optionele Protocol [noot: het in behandeling nemen van klachten van individuen] opvolgt. [Noot: deze aanbevelingen waren: onderzoeken van de moorden van December 1982, het berechten van de verantwoordelijken, het betalen van compensatie aan de nabestaanden, en de adequate bescherming van het recht op leven in het land.]
  • Wettelijke bepalingen over het instellen van de Noodtoestand, die expliciet aangeven welke fundamentele rechten in geen enkel geval mogen worden beperkt.

Rechterlijke macht & rechtsprocessen
  • Wetgeving instellen die ervoor zorgt dat personen die zijn aangehouden binnen 48 uur voor een rechter voorgeleid worden (24 uur voor minderjarigen).
  • Instellen van een uniform wettelijk kader voor alle detentiefaciliteiten, en het garanderen en ondersteunen van de toegang tot tijdige juridische ondersteuning voor personen die zijn aangehouden in strafzaken.
  • Maatregelen zodat de omstandigheden in detentie respect tonen voor de waardigheid van gevangenen, en het apart houden van volwassenen en minderjarigen in alle detentie-faciliteiten.
  • Herziening van wetgeving en praktijken op het gebied van geestelijke gezondheidzorg, om zodoende willekeurige opsluiting te vermijden.
  • Het rechtssysteem voorzien van geschikte menselijke en financiële hulpbronnen, zodat deze effectief kan functioneren.
  • Het recruteren en opleiden van voldoende rechters en officieren van justitie, zodat adequate rechtspraak en een eerlijke procesgang kan worden gegarandeerd in het hele land.
  • Alle nodige maatregelen treffen voor een onafhankelijke rechterlijke macht, waaronder adequate salarissen voor rechters.

Geweld & discriminatie 
  • Praktische en wettelijke maatregelen om waar nodig fysieke straffen voor kinderen te elimineren. Daarbij horen het stimuleren van alternatieve, geweldloze vormen van straffen, en het uitvoeren van bewustwordingscampagnes over de schadelijke effecten van lijfstraffen.
  • Zorgen voor grondig onderzoek van gevallen van op gender gebaseerde geweld, het vervolgen van de daders, het opleggen van toepasselijke straffen en het adequaat compenseren van slachtoffers.
  • Effectieve maatregelen treffen tegen willekeurige aanhouding van LGBTI-personen, waaronder het onderzoeken van alle gevallen van mishandeling van LGBTI personen en vervolging en adequate bestraffing van de daders.
  • Het Wetboek van Strafrecht zodanig aanpassen dat marteling en mishandeling (conform de internationale definities) strafbaar worden gesteld.
  • Zorgen voor de vervolging van daders van marteling en mishandeling, en compensatie van de slachtoffers. 
  • Garanderen van adequate bescherming en schadeloosstelling voor slachtoffers van mensenhandel, en het beschikbaar stellen van middelen voor het instellen en onderhouden van opvangcentra voor deze slachtoffers.
  • Verplichte training over de vervolging van gevallen van op gender gebaseerde geweld voor politie, deurwaarders, officieren van justitie en maatschappelijke werkers.
  • Maatregelen voor het bevorderen van rechtsgelijkheid tussen mannen en vrouwen.
  • Verhogen van de inzet voor meer participatie van vrouwen in politiek en publiek domein, in het bijzonder in besluitvorming, door – zonodig – tijdelijke speciale maatregelen te treffen.
  • Concrete maatregelen voor het wegwerken van genderbias en –stereotypen over de rollen en verantwoordelijkheden van mannen en vrouwen in het gezin en de samenleving.
  • De doodstraf ook binnen het Militair Recht afschaffen [noot: het was al afgeschaft binnen het Strafrecht]. 

Burgerrechten
  • Alle nodige maatregelen voor effectieve en betekenisvolle consultatie met inheemse en tribale volkeren in besluiten op alle gebieden die een impact hebben op hun rechten.
  • Maatregelen om verdergaande erosie van de vrijheid van meningsuiting te voorkomen, in het bijzonder bedreiging en intimidatie van mensenrechtenactivisten en journalisten.
  • Gevallen van bedreiging en intimidatie van mensenrechtenactivisten en journalisten prompt onderzoeken en sancties treffen tegen de daders.
  • Het decriminaliseren van laster en ervoor zorgen dat gevallen van laster niet onderworpen zijn aan vrijheidsontneming.
  • Maatregelen voor betere toegang tot burgerregistratie, om ervoor te zorgen dat alle kinderen die geboren worden op Surinaams grondgebied een officiële geboorte-akte kunnen ontvangen.

Promoten van en rapporteren over het Verdrag 
  • Verplichte training over het Verdrag voor rechters, advocaten en officieren van Justitie.
  • In het volgend verslag voorbeelden opnemen van hoe het verdrag wordt toegepast door nationale rechtbanken.
  • Binnen één jaar verslag doen van de voortgang van de aanbevelingen over het Nationaal Mensenrechten Instituut, de straffeloosheid van mensenrechtenschendingen en de maximale tijdspanne tussen detentie en voorgeleiding.
  • Bij de voorbereiding van het volgend periodiek rapport, een brede consultatie te houden met het maatschappelijk middenveld.

Wilt u meer lezen over de staat van onze democratie in 2015? Lees dan ook de andere artikelen van de ‘State of our Democracy’ nieuwsbrief.