Wereldwijd is de arbeidsmarkt aan verandering onderhevig en de economische empowerment van vrouwen vraagt nog altijd om extra aandacht. Graag delen wij bij deze de analyse en overeengekomen conclusies van de in maart 2017 gehouden 61e sessie van de Commission on the Status of Women (CSW61), dat als thema had 'Women's Economic Empowerment in the Changing World of Work'.
vrijdag 21 april 2017
VN-lidlanden maken afspraken over de economische versterking van vrouwen
zaterdag 15 april 2017
Stapvoets, binnen de tijd en het budget
Projekta verzorgde in Para gedurende maart en april 2017 deze training voor NGO’s, gemeenschapsorganisaties, en andere non-profit organisaties die een project willen uitvoeren op het gebied van gemeenschapsontwikkeling, gezondheidszorg, milieu of onderwijs.
De training was erop gericht om inzicht te verruimen in het identificeren van problemen, het analyseren van hun oorzaken en gevolgen, het bepalen van een strategie, het uitzetten daarvan in activiteiten, en die te begroten. Er is verder aandacht besteed aan het beheren van het project. Hoe meet je als de projectdoelen worden behaald met de middelen die daarvoor zijn aangevraagd en binnen de tijd dat je in je aanvraag hebt aangegeven? Welke monitoringstools kan je het beste inzetten? Afhankelijk van de
Aan deze training hebben deelgenomen de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden (VIDS), het Jongerenbestuur Witsanti, Stichting Beheer te Goed en Plantage Onoribo, Double Positive foundation, Stichting Pali-Wanita, Jongerenvereniging Para, het dorpsbestuur van Matta, het Ondernemersplatform Para, Stichting WitSanti Educatief Centrum, het Commissariaat van Para en, en Stichting Jeugdwerk Zanderij en omgeving.
Kapitein Michel Karwafodi van Matta gaf aan dat deze training direct toepasbaar was. ‘’De Para Sportvereniging stelt bepaalde eisen; ik ben opnieuw door al die stukken gegaan, en ik denk dat de informatie die je hier krijgt wel bijdraagt”.
Melissa Ranoeredjo–Wongsodikromo van Stichting Pali-Wanita zei: “Voordat je wilt beginnen met een project, moet binnen de organisatie zaken ook goed geregeld zijn en je moet vooral al je vooroordelen weggooien.”
Ganga gaf aan dat dit niet veel verschilde van wat er wereldwijd misgaat als het gaat om interne communicatie. De gevolgen van gebrekkige communicatie moeten niet onderschat worden.
Duurzame ontwikkeling en milieu
Om de deelnemers te prikkelen ook milieuvraagstukken aan te pakken en die in een groter kader te plaatsten heeft Projekta de Global Shapers Paramaribo vanuit hun samenwerking binnen het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur gevraagd om een korte inleiding te houden over duurzame ontwikkeling en milieu.De deelnemers gaven aan dat het verwerken van vuil tot een van de voornaamste milieuproblemen van Para behoort. Van petflessen tot autobanden worden verbrand. Ook zijn zij zich ervan bewust dat de waterbronnen van Suriname in Para liggen en ze die moeten beschermen. Een concrete vraag was daarom ook hoe zij systematisch aandacht kunnen vragen voor problemen die een gevaar vormen voor die bronnen en de mensen die daarmee in aanraking komen.
Naast de sessie over duurzame ontwikkeling en milieu hield Sharda Ganga van Projekta ook een korte inleiding over Gender. Gedurende deze sessie kregen de deelnemers inzicht in het verschil tussen sexe en gender, de verschillende genderrollen, de waarde die wij hieraan hechten en de wijze waarop het doorwerkt in wat wij denken dat vrouwen en mannen kunnen en moeten, in wie toegang heeft tot controle over belangrijke bronnen zoals tijd, geld, kennis, materiaal etc. Deelnemers kregen tenslotte handvatten mee hoe deze kennis mee te nemen in het ontwerpen en beheren van projecten.
Achtergrond
capaciteitsversterkingsprogramma
PROJEKTA kan deze training kosteloos aanbieden
dankzij een fonds van de internationale ALCOA Foundation. Zij ontvingen voordien namelijk vaak projectvoorstellen die niet aan de
voorwaarden van de ALCOA Foundation voldeden, waardoor organisaties en
gemeenschappen in de gebieden waar Suralco werkte, vaak onvoldoende gebruik
konden maken van de mogelijkheid om projecten financieel te laten ondersteunen.
PROJEKTA is vanwege haar ruime kennis en ervaring met het werken met
gemeenschapsorganisaties en het uitvoeren van soortgelijke programma’s, door de
ALCOA Foundation gevraagd om organisaties te trainen en begeleiden in het
proces van projectaanvraag, -uitvoer en - rapportage voor projecten die bij
diverse donoren zouden kunnen worden ingediend.
Lees
via de volgende links meer over het capaciteitsversterkingsprogramma
van PROJEKTA:
donderdag 6 april 2017
Suriname vraagt in raptempo EITI-kandidaatschap aan
PROJEKTA zet zich vanaf 2010 in voor meer bewustwording
over de Extractive
Industries Transparency Initiative (EITI), een wereldwijd initiatief voor transparantie
in de zogeheten ‘extractive industries’, zoals mijnbouw, oliewinning en
aardgaswinning.
Hierover berichtten wij al in de State of our Democracy
nieuwsbrief van 2011 en 2015. Het EITI-proces in Suriname kreeg namelijk vaart
vanaf Democratiemaand 2015, toen PROJEKTA een lezing over
de EITI organiseerde, in samenwerking met Trinidadiaanse partners de University
of the West Indies (UWI) en de TTEITI. Tijdens die lezing toonde
Regilio Dodson van Natuurlijke Hulpbronnen zich een uitgesproken en
ondubbelzinnige voorstander van de invoering van de EITI in Suriname, waarbij
hij de rol van PROJEKTA en het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed
Bestuur benadrukte als belangrijke partners in dit proces. “Ik zal alles in
mijn macht doen om EITI te realiseren in Suriname”, verklaarde hij ferm.
Na de verklaring bleven PROJEKTA,
het Burgerinitiatief, enkele bedrijven en het Ministerie in constant contact.
Namens PROJEKTA deed Adit Moensi in maart 2016 mee aan de Internationale EITI
Conference. Tevens zat PROJEKTA in de Stuurgroep ter voorbereiding van een
groots nationaal EITI symposium, dat plaatsvond op 29 april vorig jaar. Op het symposium bracht de Minister van NH nogmaals
een statement van committering aan het EITI-proces uit, ditmaal formeel namens
de Regering. Dit is namelijk de eerste vereiste voor het kunnen aanvragen van
de kandidaat-status van Suriname.
In de maanden erna bleven PROJEKTA
en het Burgerinitiatief zich inzetten om aan de overige vereisten te voldoen:
het samenstellen van een multistakeholder groep en het opstellen en goedkeuren
van een werkplan voor de EITI-implementatie in Suriname. Projekta is ook deel van de Suriname EITI Multistakeholder
Groep, samen met andere civil society vertegenwoordigers van de Staatsolie
Werknemers Organisatie, Green Heritage Fund Suriname, de Vereniging Inheemse
Dorpshoofden Suriname (VIDS), de Federatie van Saramaccaanse Gezagsdragers en
de Federatie van de 12 Lo’s der Okanisi.
Na de voorbereidende stappen
te hebben voltooid, kon Suriname in maart dit jaar officieel de aanvraag voor
‘candidate’ status indienen bij het Internationaal EITI Secretariaat. De
verwachting is dat deze nog in de eerste helft van 2017 zal worden goedgekeurd
door de EITI International Board, een lichaam van 21 personen van verschillende
EITI-lidlanden, ondersteunende landen, maatschappelijke organisaties, bedrijven,
en financiële instellingen. Met de (verwachte) goedkeuring zal Suriname met een
tijdsduur van ongeveer een jaar bovengemiddeld snel het proces hebben
doorlopen. Gemiddeld doen landen er 2.8 jaar over tussen het moment van formele committering,
en het verkrijgen van de kandidaat status.
Nu dat Suriname officieel de
aanvraag heeft ingediend, is er op de website van de EITI ook een page aangemaakt voor Suriname, waar alle documentatie over het proces in Suriname openbaar toegankelijk
is.
(NB: de kaart van Suriname is nog verkeerd afgebeeld op de page; hieraan
wordt gewerkt)
donderdag 30 maart 2017
Basistraining Evenementen Organiseren
Culturele en sportactiviteiten dragen bij aan het vormen van assertieve, pro-actieve en creatieve burgers. Buurt-, sport– en cultuurorganisaties spelen hierbij een belangrijke rol, o.a. door evenementen te organiseren waarbij jongeren kennis kunnen maken met verschillende sport– en cultuuronderdelen.
Wij bieden daarom aan organisaties een basistraining in evenementen organiseren: de planning, uitwerking, uitvoering en rapportage. De kennis uit de training kan worden toegepast bij het voorbereiden, beheren en afronden van activiteiten zoals toernooien, danslessen, theatervoorstellingen, meetings of teambuildingsactiviteiten.
In dit proces spelen o.a. budgetteren, het vastleggen van een tijdlijn, het maken van draaiboeken, en het selecteren en reserveren van locaties, voeding, transport, sprekers, en materiaal een grote rol.
Wie mogen meedoen?
Personen verbonden aan buurt-, sport en/of culturele organisaties die binnenkort een evenement voor hun doelgroep willen organiseren.
Waar en wanneer is het?
Zaterdag 6 en zondag 7 mei 2017, van 9.30u – 16.00u
Locatie: Asewa Otono, Prinsessestraat #46
Wat kost het?
Het totaalpakket kost SRD 75,- per persoon, of SRD 100,- voor 2 personen
(Max. 2 personen per organisatie, inclusief digitale hand-outs en consumptie)
Interesse voor deelname?
Klik hier voor de link naar het registratieformulier.
De aanmelding sluit op donderdag 20 april 2017.
Er is een beperkt aantal plaatsen beschikbaar.
Als er meer aanmeldingen zijn dan we kunnen accommoderen, dan zal er een selectie plaatsvinden.
Wij bieden daarom aan organisaties een basistraining in evenementen organiseren: de planning, uitwerking, uitvoering en rapportage. De kennis uit de training kan worden toegepast bij het voorbereiden, beheren en afronden van activiteiten zoals toernooien, danslessen, theatervoorstellingen, meetings of teambuildingsactiviteiten.
In dit proces spelen o.a. budgetteren, het vastleggen van een tijdlijn, het maken van draaiboeken, en het selecteren en reserveren van locaties, voeding, transport, sprekers, en materiaal een grote rol.
Wie mogen meedoen?
Personen verbonden aan buurt-, sport en/of culturele organisaties die binnenkort een evenement voor hun doelgroep willen organiseren.
Waar en wanneer is het?
Zaterdag 6 en zondag 7 mei 2017, van 9.30u – 16.00u
Locatie: Asewa Otono, Prinsessestraat #46
Wat kost het?
Het totaalpakket kost SRD 75,- per persoon, of SRD 100,- voor 2 personen
(Max. 2 personen per organisatie, inclusief digitale hand-outs en consumptie)
Interesse voor deelname?
Klik hier voor de link naar het registratieformulier.
De aanmelding sluit op donderdag 20 april 2017.
Er is een beperkt aantal plaatsen beschikbaar.
Als er meer aanmeldingen zijn dan we kunnen accommoderen, dan zal er een selectie plaatsvinden.
Voor meer informatie: projekta@sr.net; tel: 439924/ 439925
dinsdag 7 maart 2017
Planmatig werken als organisatiecultuur
Een overweldigend aantal aanmeldingen voor de training heeft erin geresulteerd dat Projekta genoodzaakt was de geselecteerde deelnemers in 2 groepen op te splitsen. Het afgelopen weekend heeft de eerste groep de training gevolgd. De eerste eenendertig personen die deelgenomen hebben aan de training komen uit de volgende organisaties: Sport Talent Nickerie, Naks Wan Rutu (NAWARU), Sangh Parivar Suriname (SPS), ABSO/STIWEWA, Schaakvereniging Moengo, Surinaamse Tafeltennis Bond, Surinaamse Zaalvoetbal Bond (SZVB), Duniyaboys, Sportorganisatie Jong Aurora, Suriname Heritage Group, SCSV Sewa.
Deelnemers van het Ministerie van Sport en Jeugdzaken, de Federatie Twaalf Lo's der Aucaners en de Huiselijk Geweld Ambassadeurs verbonden aan de Anton De Kom Universiteit van Suriname zijn als belangrijke partners ook geselecteerd voor deelname aan de training, hoewel zij geen sport-, cultuur- of buurtorganisatie zijn. Hun werk heeft echter veel raakvlakken met het doel van het ABCS programma.
De training was gefocust rond de verschillende processen om te komen tot een plan van aanpak. Het creëren van draagvlak voor ideeën, het analyseren van een probleem, en het planmatig doordenken van alle stappen van een project zijn enkele van de onderwerpen die in het weekend aan de orde zijn geweest. In het vervolgbericht over de training, gaan wij nader in op de inhoud. Zo blijft het volgen van de training ook voor de tweede groep interessant.
“Als je gaat starten met een activiteit, ga er vanuit dat niemand iets weet, dus schrijf alles op”, was de belangrijkste les die Tamyra van der Leuv van NAWARU meeneemt uit de training.
“Het meest belangrijke voor mij is dat je in de gaten houdt dat je grotere activiteiten moet opsplitsen in delen, de nadruk op communicatie vond ik ook belangrijk, het helpt binnen de sportorganisatie, maar is ook nodig in m’n werk” gaf Dion Benjamin van Sportorganisatie Jong Aurora aan.
Het ABCS programma is een partnerschap tussen Projekta, De Nederlandse Ambassade in Suriname en de International Sports Alliance (ISA).
maandag 27 februari 2017
Statistieken en de Sustainable Development Goals (SDG’s) in 2016
PROJEKTA,
met bijdragen van het ABS
Het thema van de vorige Internationale Dag van de
Democratie (15 september 2016) was: “Democracy and the 2030 Agenda for
Sustainable Development”. Hier is de nadruk dus gelegd op de rol van de SDG’s (letterlijk:
Duurzame Ontwikkelingsdoelen) bij het beleven van de democratie. In het
bijzonder Doel 16: ‘Promote just, peaceful and inclusive societies’ (het
bevorderen van rechtvaardige, vredige en inclusieve samenlevingen) benadrukt
inclusieve en participatieve gemeenschappen en instituten. De oud-Secretaris-Generaal
van de VN, Ban Ki-Moon, zei dat de implementatie van de doelen gesteund moet
worden door een sterke en actieve civil society die de belangen van
gemarginaliseerde groepen meeneemt.
Uitdagingen
voor het ABS
Het Algemeen Bureau voor de Statistiek (ABS) is één van de instituten die in
Suriname het realiseren van de SDG’s ondersteunt, door systematisch informatie
te verzamelen en rapporten uit te brengen. Tijdens
de Democratiemaand 2015, georganiseerd door Projekta en het Burgerinitiatief,
gaf het ABS in een presentatie aan dat er diverse obstakels zijn voor het
vervullen van deze rol: de beschikbaarheid van een baseline voor het maken van
schattingen en meten van progressie, en het ontbreken van een nationaal
gedragen definitie van armoede en wijze van berekening van de armoedegrens.
Hoewel
burgers een belangrijke bron van informatie zijn, is gebleken dat veel
huishoudens en bedrijven tot nu toe bang zijn om informatie over hun inkomsten
door te geven. De angst dat het ABS deze informatie doorgeeft aan de Belastingendienst
is nog steeds aanwezig. De bedrijven geven wel antwoord op de meeste vragen bij
onderzoeken, maar niet op vragen over hun inkomsten.
Naast
informatie van burgers en bedrijven, is ook data die aanwezig zijn bij de
overheid, bedrijfsleven en NGO’s van belang voor ABS. Voor een aantal van de SDG-indicatoren is het ABS
afhankelijk van administratieve gegevens van verschillende ministeries en
instanties. Voorbeelden van administratieve data zijn de geboortes, sterftes en
huwelijken die worden geregistreerd bij Centraal Bureau voor Burgerzaken. De
overheid stelt de informatie beschikbaar aan het ABS, maar vaak zijn de data
niet digitaal verwerkt (alleen hard copy beschikbaar) of beschikt een
ministerie of instantie niet over een data-unit die verantwoordelijk is voor
het updaten van informatie. Hetzelfde geldt voor de NGO’s die bijvoorbeeld
informatie (kunnen) aanleveren over vrouwen- en kindermishandeling of over
projecten in het binnenland.
Naast de cijfermatige gegevens die nodig zijn voor het
kunnen uitrekenen van de SDG-indicatoren, zijn de gegevens over het beleid dat
uitgevoerd wordt even belangrijk. Alleen dan kan er bepaald worden of ons land
een doel wel of niet heeft gehaald.
De
uitdagingen aangaan
Op 1 juni 2016 installeerde
de Minister van Sociale Zaken en Volkshuisvesting (SoZaVo) de ‘Nationale Commissie
Vaststelling Armoedegrens’ (NCVA). In de NCVA zitten vertegenwoordigers van het
ABS, het Institute For Graduate Studies and Research (IGSR) en het Planbureau.
Dhr. Jerrel Renfrum (waarnemend directeur van SoZaVo) is de voorzitter. In
de laatste zes maanden van 2016 is er hard gewerkt aan methodes voor het
bepalen van de armoedegrens. Het ABS heeft bijgedragen aan methoden voor het
bepalen van de inkomensarmoede, het IGSR heeft gekeken naar Multidimensionele
Armoede, terwijl het Planbureau en SoZaVo hebben gekeken naar het beleid. Het
Rapport van de Commissie moet worden afgerond en ingediend bij de
Sociaal Economische Raad (SER) en het Parlement ter advies en goedkeuring.
Startpunt voor de
SDG-dataverzameling zijn de gegevens van de zesde Multiple Indicator Cluster Survey
(MICS), een onderzoek uitgevoerd door SoZaVo in samenwerking met het
Kinderfonds van de VN (Unicef). Het MICS-onderzoek
zal informatie verzamelen over onder andere onderwijs, kinderarbeid, water en sanitair,
de staat van de woonomgeving en de reproductieve gezondheid van vrouwen, mannen
en kinderen.
Er is helaas onvoldoende informatie
beschikbaar over de nieuwe SDG-indicatoren, vooral de milieugerelateerde
indicatoren. Het ABS verwacht ook niet dat de nodige onderzoeken hiervoor op
kort termijn uitgevoerd zullen kunnen worden, vanwege een gebrek aan financiële
middelen bij de overheid. Om dit op te vangen, heeft het ABS tijdens de
laatstgehouden Milieustatistieken Workshop van 27 juli 2016 de SDG-indicators
gedeeld met stakeholders die milieudata aanleveren aan het ABS voor hun Milieustatistieken
publicatie.
Om de uitdaging
van het verzamelen van informatie van de overheid aan te gaan, pleit het ABS
voor het instellen van een zogeheten SDG-commissie om informatie te verzamelen
over beleidsprogramma’s van de overheidinstanties. De commissie zou de
werkwijze kunnen volgen van de MDG-commissie van 2014. Daarbinnen waren er twee
focal points per ministerie, en werd informatie
over beleidsprogramma’s per ministerie gedeeld en eventueel verzameld. De
Commissie analyseerde ook de voor- en nadelen van bepaalde programma’s, bracht
uitdagingen in kaart, en brainstormde over oplossingen. Aan de hand van dit
systeem is het Nationaal MDG Rapport van 2014 samen met het National Instituut voor Milieu en
Ontwikkeling (NIMOS), het Ministerie van Buitenlandse zaken (BUZA) en het
Planbureau geschreven. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken is de
verantwoordelijke instantie om deze commissie weer te installeren.
Informatie,
democratie en ontwikkeling
Indien informatie niet op een adequate wijze wordt verzameld
en opgeslagen, met een duidelijk doel voor ogen, glipt het als los zand door onze
vingers. Als het doel is ‘goede kwaliteit onderwijs voor een ieder’, dan moet
informatie worden vastgelegd over o.a. inschrijvingen, afschrijvingen,
mutaties, overgangspercentages, keuze van vervolgonderwijs en de gehanteerde
procedures. Ook is het belangrijk om te weten hoeveel middelen zijn ingezet. Op
basis hiervan kan de overheid haar beleid aanscherpen.
Adequate informatiesystemen stellen overheid, bedrijven
en burgers in staat om na te gaan als gestelde ontwikkelings- en beleidsdoelen
haalbaar zijn, of middelen effectief en efficiënt zijn ingezet en of het
gewenst resultaat wordt bereikt.
Goede en toegankelijke informatiesystemen vergroten
ook het vertrouwen in bedrijven, NGO’s en de overheid. Door geen informatie te
delen uit vrees wordt een cultuur van wantrouwen in stand gehouden. Dit
verzwakt de instituten die de ontwikkelingen van het land
moeten uitzetten en monitoren.
In
november 2016 organiseerde Projekta in samenwerking met het Burgerinitiatief
voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) voor de 9e keer de
Democratiemaand. Deze editie was gericht op het bevorderen van kritisch
democratisch burgerschap, onder het motto: ‘Kritische Burgers: Rechten en
Verantwoordelijkheden’.
Net
als voorgaande jaren heeft Projekta openbare activiteiten georganiseerd om een
breed publiek te informeren over diverse democratische onderwerpen; dit keer
middels een serie mini-seminars en mini-masterclasses met als kernthema’s:
mensenrechten, financieel-economisch beleid en goed bestuur.
Sinds
2009 brengt Projekta aan het slot van de Democratiemaand ook de State of our
Democracy-nieuwsbrief uit. Vanwege organisatorische omstandigheden is de
publicatie van de nieuwsbrief niet gerealiseerd tijdens de Democratiemaand. De
inhoud van de nieuwsbrief vinden wij echter te belangrijk om niet te delen met
het publiek. Daarom publiceren wij de artikelen uit de nieuwsbrief alsnog.
vrijdag 24 februari 2017
Wordt 2017 het jaar van bestuurlijke transparantie en rekenschap?
De President heeft eind september 2016 tijdens zijn
Jaarrede over het beleid in het Dienstjaar 2017 wederom de aanname van de Wet
Openbaarheid van Bestuur (WOB) genoemd.
Dit als voorbeeld van te ontwikkelen nieuwe wetgeving of aan te passen
oude wetgeving voor begeleiding en ondersteuning van de ontwikkelingen in
2017. Als dit voornemen wordt
gerealiseerd, dan gaat een lang gekoesterde wens van Projekta in vervulling.
Het ontbreken van een Wet Openbaarheid van Bestuur is in diverse
edities van de State of Our Democracy nieuwsbrief aan de orde geweest. In de editie
van 2014 presenteerde Fayaz Sharman een update van zijn onderzoek van 2012 over
de staat van openheid van overheidsinformatie in Suriname. Zijn belangrijkste
conclusie was dat er tussen 2012 en 2014 helaas bitter weinig was veranderd aan
de slechte toegang tot overheidsinformatie. Het feit dat er een Wetsontwerp is
voor Openbaarheid van Bestuur, en een Commissievergadering is geweest over de
Anti-corruptiewet, noemde hij een belangrijke stap in de goede richting. “Nu
nog de behandeling en de aanname”, was zijn slotopmerking.
Ook in de State of Our Democracy nieuwsbrief van 2015 is
het ontbreken van de WoB opnieuw aan de orde geweest. In deze editie is naast
een opsomming van de basisprincipes
voor een Wet Openbaarheid van Bestuur ook een lijstje
opgenomen van zaken die burgers graag nader onderzocht zouden willen zien,
en/of diensten en instellingen die volgens hun doorgelicht zouden moeten
worden.
Transparantie en
Rekenschap
Sinds het onderzoek van Fayaz Sharman in 2012, en de
uitspraak van de President in september 2016, laat de behandeling en aanname
van de Wet Openbaarheid van Bestuur nog op zich wachten. Samen met de Wet op
Jaarrekeningen en de Anticorruptiewet, zorgen deze wetten voor twee belangrijke
elementen van Goed Bestuur, namelijk Transparantie en Rekenschap.
Goed Bestuur kan simpelweg gedefinieerd worden als het
proces van besturen: van besluiten nemen, uitvoering en verantwoording afleggen.
Transparantie en rekenschap zijn wederzijds van elkaar afhankelijk en
versterken elkaar. Tezamen stellen ze burgers in staat om een stem te hebben in
besluitvorming en om besluitnemers ter verantwoording te roepen.
Transparantie heeft te maken met het hoe en waarom van
besluiten. Publieke ambtsdragers en anderen moeten voorspelbare, en
begrijpelijke besluiten nemen. De informatie naar de burgers toe moet relevant,
toegankelijk, op tijd en accuraat zijn. Bij rekenschap gaat het om de
verantwoording: het waarom van besluiten, wat zijn de gevolgen, en hoe is een besluit genomen. Als er sprake is
van rekenschap nemen publieke ambtsdragers (en bedrijven) verantwoordelijkheid
voor hun daden. Schadeloosstelling /sancties zijn het gevolg wanneer rechten en
verplichtingen niet worden nagekomen.
Openbaarheid van
Bestuur in tijden van financiële crisis
In 2016 is steeds duidelijker geworden dat ons land in
een financiële crisis verkeert. Echter, het ontbreekt aan betrouwbare
informatie over hoe groot deze crisis werkelijk is. Burgers zijn onvoldoende
geïnformeerd over de reikwijdte van de financiële crisis door een gebrek aan
transparantie en rekenschap. In tijden van crisis, waarbij de overheid het
vertrouwen en de medewerking van burgers nodig heeft om de economie te
stabiliseren, zijn transparantie en rekenschap van eminent belang. Als burgers
onvoldoende informatie hebben over de reikwijdte van de crisis zullen ze van
het slechtste uitgaan, en beslissingen nemen die een mogelijke grotere druk
leggen op de verzwakte economie.
Onderzoek over de hele wereld heeft aangetoond dat het
Recht op Informatie het beste te verankeren is in een wet. Een wet, zoals de
voorgestelde Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB), zorgt ervoor dat de burgerij
inzage heeft in het overheidshandelen en daardoor effectief en efficiënt kan
deelnemen aan overheidsbesluitvorming, en de overheid ter verantwoording kan
roepen (waakhond-functie).
"In the face of doubt, openness prevails," is
een uitspraak van Barack Obama in 2009 bij de aankondiging van het ontwikkelen
van aanvullende regelgeving bij aanvragen van overheidsinformatie.
Wet Openbaarheid
van Bestuur in het Caraibisch gebied
Van de 20 landen in het Caraibisch gebied hebben acht een
WoB (Belize, Trinidad & Tobago, Jamaica, St. Vincent, Antigua, Cayman
Islands, Bermuda en Guyana). Vijf landen hebben een conceptwet (Bahamas,
Barbados, Grenada, St. Kitts en St. Lucia). In maar zes landen ontbreekt nog
elk openbaar spoor van wetgeving: Montserrat,
Dominica, Haïti, Turks and Caicos, Anguilla, British Virgin Islands, en Suriname.
In november 2016
organiseerde Projekta in samenwerking met het Burgerinitiatief voor
Participatie en Goed Bestuur (BINI) voor de 9e keer de
Democratiemaand. Deze editie was gericht op het bevorderen van kritisch
democratisch burgerschap, onder het motto: ‘Kritische Burgers: Rechten en
Verantwoordelijkheden’.
Net als voorgaande
jaren heeft Projekta openbare activiteiten georganiseerd om een breed publiek
te informeren over diverse democratische onderwerpen; dit keer middels een
serie mini-seminars en mini-masterclasses met als kernthema’s: mensenrechten,
financieel-economisch beleid en goed bestuur.
Sinds 2009 brengt
Projekta aan het slot van de Democratiemaand ook de State of our
Democracy-nieuwsbrief uit. Vanwege organisatorische omstandigheden is de
publicatie van de nieuwsbrief niet gerealiseerd tijdens de Democratiemaand. De
inhoud van de nieuwsbrief vinden wij echter te belangrijk om niet te delen met
het publiek. Daarom publiceren wij de artikelen uit de nieuwsbrief alsnog.
dinsdag 21 februari 2017
Grote dromen en ons milieu
Met
bijdragen van: Rudi van Kanten, Lisa Best, Nancy del Prado
Sinds het aantreden van de
Regering in 2015, zijn er diverse grootse plannen aangekondigd die veelal met
geleend geld moeten worden uitgevoerd: het opzetten van ‘mammoet’
rijstbedrijven, het exponentieel uitbreiden van de veestapel, grootschalige
oliepalmteelt, grootschalige cacaoteelt en -verwerking, het herstarten van de
bauxiet-aluinaarde industrie, om er een paar te noemen.
Het is een historische en wereldwijde trend dat in
tijden van crisis het korte-termijn denken de boventoon voert en duurzame
ontwikkeling en ecologische verantwoordelijkheid (aandacht voor de natuur) ver
naar beneden zakken op de agenda, of zelfs helemaal verdwijnen. Projecten voor
duurzame energie worden dan zonder pardon stopgezet; denk hierbij bijvoorbeeld aan
het suikerriet-biofuel project van Staatsolie.
Overheden willen zo snel en zo veel mogelijk inkomsten genereren; de natuurlijke hulpbronnen van een land worden dan al gauw gezien als de snelste en makkelijkste optie. Op de lange duur werkt dit vaak juist averechts: onze economie en het natuurlijk milieu zijn onlosmakelijk verbonden aan elkaar. Door niet-duurzaam te werken, loopt het land veel kansen mis, nu en in de toekomst, en blijft het risico bestaan dat de huidige problematische economische situatie zal voortduren.
Zoveel gevaren
Bij
het bekijken van de grote voornemens van de Regering en het beleid van de
decennia ervoor, is te merken dat er geen systematische of alomvattende
benadering voor het waarborgen van het milieu is. Er zijn geen vaste en consistent toegepaste
standaarden voor ESIA’s (environmental and social impact assessments) voordat
projecten starten. Veelal wordt de link met het milieu alleen gemaakt wanneer
er een duidelijk verband is met bijvoorbeeld de
menselijke gezondheid of kostenbesparing, zoals het geval is met kwikgebruik bij
de goudwinning of bescherming tegen zeespiegelstijging. In de plannen voor goudmijnbouw wordt
ook de nadruk gelegd op de gezondheidseffecten van kwik, terwijl er ook
milieu-effecten zijn van de goudwinning: vervuiling van kreek- en rivierwater
met gronddeeltjes, verstoring van het ecosysteem, creëeren van het empty forest
syndroom (verarmd bos met minder boomsoorten en minder dieren), en het creëeren
van meren met stilstaand water.
De
projecten die nu worden genoemd zijn niet innovatief, maar veelal een kopie van
initiatieven die meerdere malen zijn genomen in de laatste decennia, met
wisselend succes, zoals grootschalige rijstbouw en grootschalige bauxietwinning
en –verwerking. Een initiatief zoals de grootschalige cassave-verwerking is
aangekondigd zonder dat er een diepgaande evaluatie is gepleegd van het falen
van het eerdere cassave-verwerkingsinitiatief. Er is ook onvoldoende aandacht
voor lokale economische ontwikkeling en het toeristisch perspectief. Een ander
gevaar van het ondoordacht werken is namelijk dat er onnodig natuurlijke
gebieden worden verpest die van grote natuurlijke waarde zijn of misschien op
een andere, duurzamere manier van commerciële waarde zijn, bijvoorbeeld omdat
zij bosbijproducten leveren of aantrekkelijk zijn voor toeristen.
Bij
het doornemen van de beleidsvoornemens is kan tevens worden geconstateerd dat
er voor veel activiteiten grote stukken grond beschikbaar moeten zijn:
cacaoplantages, olieplantages, rijstproductie, veeteelt, nieuwe bauxietmijnen,
etcetera. Hoewel er een groot oppervlakte aan landbouwgrond in principe nog
beschikbaar is in Suriname, zal het bijna onmogelijk zijn om deze effectief te
benutten zonder een goede ruimtelijke planning en ordening. Veel van dit areaal
is vanwege verkavelingen en boedelproblemen gefragmenteerd. Daarnaast liggen
veel terreinen in of dichtbij de woongemeenschappen van inheemsen en tribale
volkeren, wiens recht op collectief grondbezit nog steeds niet voldoende is
erkend door de Staat Suriname.
Verder
zullen er miljoenen (veelal geleende) Surinaamse dollars moeten worden
geïnvesteerd in nieuwe en gerenoveerde infrastructuur, om de gronden
toegangelijk en bruikbaar te maken. In het geval van oliepalm, is het bovendien
onduidelijk wat er zal gebeuren met het hout dat wordt verwijderd bij de
ontbossing van het gebied; het bedrijf dat de investering zal doen, staat
namelijk bekend als een houtkapbedrijf, en geen oliepalm-teler.
Investeer ook in wetgeving
Als belangrijkste prioriteit geldt het
aanpassen en/of aannemen van een aantal wetten: de Milieuwet, de
Afvalstoffenwet, de wet voor Geïntegreerd Kustbeheer, de Natuurbeschermingswet,
de Jachtwet en de Waterwetten. De aanpassing van bepaalde van deze wetten is al
vijftien jaar aan de gang, terwijl in de tussentijd wel enorme investeringen
worden gedaan.
De belangrijkste van deze wetten is de
Milieuwet, welke samen moet gaan met een duidelijk gecoördineerd langtermijn Milieubeleid
dat verder gaat dan de coalitie die op dat moment aan de macht is. In een
Milieuwet zouden er bijvoorbeeld eenduidige regels kunnen worden gesteld over
wat er moet gebeuren met uitgemijnde gebieden. Er zijn nu twee multinationals
die samen langer dan 100 jaar veel geld hebben verdiend, en intussen vertrokken
zijn, zonder dat het duidelijk is wie wat moet doen met de uitgemijnde
gebieden.
Om de wetgeving te
implementeren zijn natuurlijk sterke instituten nodig, met deskundig personeel
en voldoende middelen. Daarnaast is het belangrijk dat er wordt gewerkt aan
voorlichting en educatie, en dat er meer aandacht komt voor milieuverantwoord
ondernemen.
Tot slot: als zelfs een fractie van de
mega-investeringen wordt besteed aan het versterken van natuur(gerelateerde)
instituten, wetgeving, menselijk kapitaal en (modernisering van)
controlecapaciteit, dan zijn de positieve effecten nog na jaren voelbaar.
In november 2016
organiseerde Projekta in samenwerking met het Burgerinitiatief voor
Participatie en Goed Bestuur (BINI) voor de 9e keer de
Democratiemaand. Deze editie was gericht op het bevorderen van kritisch
democratisch burgerschap, onder het motto: ‘Kritische Burgers: Rechten en
Verantwoordelijkheden’.
Net als voorgaande
jaren heeft Projekta openbare activiteiten georganiseerd om een breed publiek te
informeren over diverse democratische onderwerpen; dit keer middels een serie
mini-seminars en mini-masterclasses met als kernthema’s: mensenrechten,
financieel-economisch beleid en goed bestuur.
Sinds 2009? brengt
Projekta aan het slot van de Democratiemaand ook de State of our
Democracy-nieuwsbrief uit. Vanwege organisatorische omstandigheden is de
publicatie van de nieuwsbrief niet gerealiseerd tijdens de Democratiemaand. De
inhoud van de nieuwsbrief vinden wij echter te belangrijk om niet te delen met het
publiek. Daarom publiceren wij de artikelen uit de nieuwsbrief alsnog.
maandag 20 februari 2017
Zandafgraafvergunningen ondergraven goed bestuur
Onderstaand persbericht is op vrijdag 17 februari verstuurd naar alle media.
![]() |
| Zandafgravingen te Braamspunt Foto: Rudi van Kanten |
Het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI)
schaart zich achter de oproep van het WWF, CI Suriname, Green Heritage Fund
Suriname en de SHATA (Suriname Hospitality and Tourism Association) om de
zandafgravingen te Braamspunt onmiddellijk stop te zetten.
De milieuorganisaties en de SHATA hebben duidelijk aangegeven
welke de gevolgen zijn van het besluit om, ondanks de adviezen van experts,
toch weer vergunningen te verlenen aan ondernemers voor het afgraven van zand
en schelpen langs onze kwetsbare kust.
Het is onbegrijpelijk dat het Ministerie van Natuurlijke
Hulpbronnen is overgegaan tot deze toestemming. Immers, het was de huidige
minister zelf die aan het WWF vroeg om een gedegen studie te doen naar de
effecten van zandafgravingen aan de kust en in de kustvlakte. Het
wetenschappelijk advies dat voortkwam uit deze studie was dat er onder geen
beding langer zand en schelpen mogen worden gewonnen- de korte en lange termijn
effecten op de biodiversiteit en op de kustbescherming zijn onomkeerbaar.
Een vraag die gesteld kan
worden is: waarom vraagt de Overheid advies van een breed team van deskundigen
als zij dat toch naast zich neer zal leggen als het advieshaar niet goed uitkomt?
Maar de vraag die gesteld moetworden
is: op basis waarvan worden besluiten nu eigenlijk genomen, en door wie? Deze
onduidelijkheid over besluitvormingsprocedures en wie nu waar verantwoordelijk
voor is, geeft aan hoe slecht het gesteld is met het goed-bestuurprincipe van
transparantie en rekenschap.
Tegelijkertijd is het schrijnend om te zien hoe weinig de
Regering zich iets aantrekt van haar eigen officiële voornemens. Er is een
totale disconnectie tussen woord en daad.
In de Regeringsverklaring van het tweede Kabinet Bouterse wordt
de bescherming van de kust als één van de belangrijkste randvoorwaarden voor
het voortbestaan van de natie gezien; van cruciaal belang, en daarom zal er “de
nodige prioriteit, onvoorwaardelijke politieke en beleidsaandacht” hieraan
worden gegeven, voor een structurele en duurzame oplossing.
“Er zal een urgentiebeleid van duurzame bescherming van onze kust
gevoerd worden”; “De Regering streeft naar het behoud van evenwichtige
ecosystemen in het kader van duurzame ontwikkeling. Dit betekent dat wij de
grotendeels ongerepte natuurlijke
omgeving die wij geërfd hebben, niet alleen zullen beschermen, maar ook tot een
geïntegreerd deel zullen maken van het economisch beleid gericht op de versnelde
ontwikkeling van Suriname”. En als uitsmijter uit de paragraaf over
milieubeleid: "Het milieubeleid (...) zal speciale aandacht geven aan de
bescherming van de kust en het management van de kustzone.”
Het besluit is ook in tegenspraak met de zorgplicht van de Staat
zoals verankerd in artikel 6g van de Grondwet, nl.: "het scheppen en het
bevorderen van condities, nodig voor de bescherming van de natuur en voor
het behoud van de ecologische balans."
In zijn reactie in DNA stelt Minister Dodson dat de economische
belangen in de bouw- en constructiesector de doorslag hebben gegeven voor het
besluit. Echter, als wij als land werkelijk duurzame ontwikkeling nastreven
kunnen korte termijn economische belangen van een enkelen nimmer staan boven het nationaal
belang.
![]() |
| Protesten van milieu-organisaties Foto: Starnieuws |
Het besluit voor de zandafgravingen op Braamspunt is niet alleen
tegen elk principe van duurzame ontwikkeling, maar is ook in strijd met de door
de Regering zo graag beoogde diversificering van de economie en
armoedebestrijding. Immers, zandafgravingen leveren inkomsten aan slechts een
aantal ondernemers, maar het schildpadtoerisme is een inkomstenbron van lokale
gemeenschappen, die weinig andere economische mogelijkheden hebben. Bovendien
is Braamspunt het dichtsbijzijnde strand vanaf Paramaribo en het leent zich uitstekend
voor lokale dagtoeristen die zich een duurdere strandreis misschien niet kunnen
permiteren.
Dit betreurenswaardig besluit was mede mogelijk vanwege het
ontbreken van een goede institutionele structuur voor de milieusector. Er is geen
enkel ministerie meer dat milieu onder zich herbergt, waardoor het elke keer
weer gissen is wie verantwoordelijk is voor handelingen, voor bedenken en
uitvoeren van de beleidsvoornemens en het toezicht daarop. Ook het gebrekkig
wettelijk kader draagt bij aan de chaotische besluitvorming- in troebel water
is het immers goed graven.
Het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur roept
daarom niet alleen op tot onmiddelijke stopzetting van de zandafgravingen, maar
roept de Regering ook op om nu duidelijkheid te scheppen in
besluitvormingsprocessen door het instellen van een duidelijke, transparante
institutionele – en besluitvomingsstructuur voor milieu. Aan de Nationale
Assemblee de taak om met de meeste spoed de Milieuraamwet en de Wet op Kustbescherming
in behandeling te nemen.
woensdag 8 februari 2017
Training Projectplan Maken
Een Plan van Aanpak (ook wel: een projectplan) is een hulpmiddel om processen planmatig voor te bereiden, uit te voeren en te beheren en om effectiever te communiceren met betrokkenen. Het is handig bij het doorvoeren van veranderingen en/of het opstarten van nieuwe programma-onderdelen of activiteiten. Denk hierbij aan:
- het uitbreiden van een bestaande training, het opstarten van een nieuwe training,
- het opzetten van een trainingstraject voor coaches en trainers van de organisatie,
- het opstarten van een competitie voor een speciale doelgroep
- het uitzetten van een voorstelling.
- Kortom het uitwerken van alle activiteiten die betrekking hebben op de interne organisatie.
Vaak weten we niet precies wat te doen en beginnen we ad hoc acties te ondernemen. Dit zorgt voor verspilling van geld, tijd en middelen maar ook voor frustratie van de betrokkenen.
Sta je voor een nieuwe uitdaging binnen je organisatie, en weet je niet precies hoe die te plannen? Deze training biedt handvatten om een goed doordacht plan samen te stellen dat binnen je organisatie gebruikt kan worden.
Wie mogen meedoen?
Personen verbonden aan buurt-, sport- en/of culturele organisaties.Waar en Wanneer is het?
Op: zaterdag 4 en zondag 5 maart 2017, van 9:30 - 16:00
In: Lalla Rookh, gebouw 2, zaal 1
Wat kost het?
SRD 75 bij deelname van 1 persoon; SRD 100 bij deelname van 2 personen (Max. 2 personen per organisatie, inclusief hand-outs, snack en drank).Interesse voor deelname?
Klik hier voor de link naar het registratieformulier.Je kan ons ook mailen via projekta@sr.net
De aanmelding sluit op maandag 27 februari 2017.
Er is een beperkt aantal plaatsen beschikbaar. Als er meer aanmeldingen zijn dan we kunnen accommoderen, dan zal er een selectie plaatsvinden.
Voor meer informatie: projekta@sr.net; tel: 439924/ 439925
www.projekta-suriname.blogspot.com
maandag 9 januari 2017
De doorsijpelwaarde van bulkwater-export
Tekst: Ravic Nijbroek – beeld: dWT Archief.
Dit artikel is verschenen in het katern Mens en Maatschappij van de Ware Tijd, 7 januari 2016.
De export van bulkwater is veel besproken in de media
vanuit verschillende uitgangspunten. Deze analyse van sociaal geograaf Ravic Nijbroek gaat over twee andere
perspectieven die opheldering moeten leveren over: de rol van Conservation
International Suriname (CIS) in bulkwaterexport en de financieringsrol van de
overheid om nieuwe industrieën te stimuleren.
Waar CIS enkele jaren geleden nog gekend was voor het
helpen oprichten van het wereldbekende Centraal Suriname Natuur Reservaat (CSNR)
en de Suriname Conservation Foundation (SCF), is deze milieuorganisatie de
laatste jaren een neoliberale richting opgegaan en staat zij nu vooral bekend als
initiatiefnemer van de ‘Friends of Green Suriname’, zoals beschreven op de CIS-website, een
“joint venture” tussen de natuur en
welgemeende Surinaamse bedrijven die een pledge
kunnen geven aan CIS van tussen de 5.000 en vijftigduizend US dollar voor het helpen
beschermen van biodiversiteit.
Daarnaast is
CIS de laatste maanden vooral in het nieuws vanwege haar nauwe betrokkenheid bij het experiment met bulkwaterexport naar Barbados
door het bedrijf Amazone Resources in samenwerking met het ministerie van
Natuurlijke Hulpbronnen (NH). De vraag is: waarom zou een Surinaamse milieuorganisatie
een groep buitenlandse investeerders helpen met de verkoop van Suriname’s
natuurlijke hulpbronnen? Het antwoord is te vinden in het concept: Neoliberal Conservation; het samengaan
van het neoliberaal marktdenken en milieubescherming.
Voor de juiste context moeten we enkele jaren terug. Het
concept bulkwaterexport kwam voor het eerst serieus aan de orde in 2012. Het
presidentieel besluit ten behoeve van Amazone Resources werd dat jaar uitgegeven,
toen het kabinet Bouterse-Ameerali net twee jaren aan het roer was. In 2012
werd Amazone Resources ook opgericht in Zwitserland. Cor de Ruiter was toen al honorair
consul van Suriname in Nederland, en hij is nu ook de commercieel directeur en
tevens lid van adviesraad van Amazone Resources. In dezelfde periode werd er
een nieuwe directeur aangenomen bij CIS en werd bekendgemaakt dat hun beleid
inzake biodiversiteitsbescherming meer gericht zal zijn op vrije-marktregels – het
neoliberalisme.
Geboren verliezers
In een recent artikel in het Britse dagblad The Guardian legt journalist G. Monbiot de
principes van het neoliberalisme uit. Vrij vertaald zegt hij als volgt: Het
neoliberalisme is gebaseerd op het denken dat de markt vanzelf “natuurlijke winnaars”
van “geboren verliezers” onderscheidt, en er zodoende, ook weer vanzelf, een efficiënter
systeem kan worden gecreëerd dan ooit mogelijk zal zijn via bewuste planning of
ontwerp. Alles wat dit proces belemmert – zoals belastingen, regulering,
vakbonden of staatsbemoeienis – werkt averechts. Ondernemers die kunnen opereren
zonder beperkingen zullen rijkdom creëren en die rijkdom zal, uiteraard vanzelf,
met iedereen gedeeld door het trickle-down-proces
(doorsijpelproces).
In het geval van het bulkwaterexperiment kunt u dit zo
interpreteren: Als een multinational
corporation is Amazone Resources een “natuurlijke winnaar” op de internationale
businessmarkt, en onnodige regels – zoals het aannemen van de nodige wetgeving of oppositie van de vakbeweging – zorgen voor onnodige vertraging. Zo heeft Amazone
Resources in 2012 versneld (via presidentieel besluit) het exclusieve exploitatierecht
kunnen krijgen voor veertig jaren voor het exporteren van 6 tot 12 procent van Suriname’s
oppervlaktewater terwijl dit bedrijf geen enkele ervaring heeft op dit
gebied.
Zouden Surinaamse bedrijven ook op versnelde manier het exclusief
recht kunnen hebben gekregen, of zijn zij in dit verhaal de “natuurlijke verliezers”?
Interessant is dat de minister van NH in december 2015 tegen het presidentieel
besluit voor bulkwaterexport was, omdat er in 2012 officieel geen advies was
uitgegeven vanuit zijn ministerie, waardoor het presidentieel advies
onwettelijk zou moeten zijn. Toch geeft hij nu wel toestemming voor het
experiment. Waarom?
Volgens het neoliberaal model zal Amazone Resources de vergaarde
rijkdommen via de doorsijpelende ‘trickle down’-processen delen met de
samenleving. Het bedrijf voorspelde recentelijk: “Het exporteren van oppervlaktewater
kan honderden miljoenen euro’s op jaarbasis voor
Suriname opleveren.” Monbiot’s artikel is een
waarschuwing over de totale mislukking van het neoliberalisme voor wat betreft
het delen van nieuwe rijkdommen via ‘trickle down’-processen. Hij legt op
overtuigende wijze uit hoe dit model gedeeltelijk heeft geleid tot de verkiezingswinst
van Donald Trump in de VS.
Sterker argument
Ik noem het bulkwaterexport-experiment een vorm van neoliberal conservation omdat de
milieuorganisatie CIS niet per se geïnteresseerd is in watertransport, maar juist
in het beschermen van de biodiversiteit. De logica is als volgt: om de
biodiversiteit te beschermen moeten bossen worden beschermd want bossen zijn
een belangrijk deel van het hydrologisch proces. Als er een waterexportmarkt
gecreëerd kan worden, dan heeft CIS een sterker argument om Suriname’s biodiversiteit wettelijk te beschermen. De keuze van CIS om
een neoliberaal model te volgen betekent dat er nauw samengewerkt zal worden met
zowel internationale als nationale bedrijven, inclusief bedrijven die
schadelijk zijn voor de biodiversiteit, zoals bij de recente mislukte testvaart naar Barbados.
Voor alle duidelijkheid: er is technisch gezien niets mis
met het gebruik van oppervlaktewater voor verschillende doeleinden, ongeacht de
eindbestemming: Bridgetown of Georgetown. Tenzij het water wordt gebruikt voor
landbouwirrigatie, zal men zorgvuldig moeten nagaan wat de fysieke, chemische
en biologische eigenschappen zijn. Ook zal er moeten worden geïnvesteerd in het
zuiveren van het water. Daarnaast zijn er in Suriname nog twee belangrijke
zaken. De eerste is dat Surinaamse rivieren relatief breed en ondiep zijn
waardoor de zoutgrens enkele tientallen kilometers de rivieren op stroomt
tijdens hoogwater standen (dit is zeer belangrijk voor gebruik voor landbouw).
Ten tweede moet de ecologische balans niet worden verstoord, en – vooral in
Suriname – is het belangrijk dat zoetwater naar de kust blijft stromen voor de
gezondheid van onze mangrovebossen die afhankelijk zijn van brakwatercondities.
De maximale wateropname in verschillende seizoenen wordt uiteindelijk bepaald
door het berekenen van minimum of environmental flow limits voor zowel de
regen als droge tijd.
‘Schandelijke verspilling’
Het verhaal dat Amazone Resources ons verteld is voor de
leek bijna overtuigend, maar voor de deskundige hetzelfde als het praatje van
een verkoper van tweedehandse auto’s. Op de website van Amazone Resources wordt
namelijk uitgelegd dat er meer dan 150 miljard kubieke meter Surinaams zoetwater
ongebruikt de zee instroomt waar het met zeewater mengt, zijn waarde verliest
en onbruikbaar wordt. Dit is volgens Amazone Resources een schandelijke
verspilling van zoetwater. Maar dit verhaal klopt niet helemaal, want de
stroming van zoetwater naar zee is simpelweg een onderdeel van de hydrologische
cyclus (waterkringloop). Zoetwater dat naar de zee stroomt verdampt, er vindt
wolkenvorming plaats, daarna neerslag over land, waardoor de rivieren kunnen blijven
stromen. Haast alle rivieren in de wereld stromen direct of indirect naar
zee, zo ook de Demerara (die nota bene enkele honderden kilometers dichterbij
Barbados ligt), de Amazone, de Rijn, de Ganges, en ook alle vijf ‘grote’ rivieren
in Barbados!
Laten we voor een moment aannemen dat alle mensen in
Suriname van goed water zijn voorzien, dat de kwaliteit van rivieroppervlaktewater
voldoet aan de standaarden in Barbados, en dat het financieel winstgevend is om
bulkwater te exporteren. Dan is de belangrijkste vraag wie gaat betalen voor de
opstartkosten die door Amazone Resources zijn geschat op 50 miljoen euro’s voor
waterzuivering en de benodigde infrastructuur. Suriname gebruikt over het
algemeen regenwater en grondwater voor menselijk en industrieel gebruik. Wij
hebben weinig ervaring met het zuiveren van oppervlaktewater. Naast nieuwe waterzuiveringscomplexen
zullen de kosten extra hoog zijn omdat het water getransporteerd moet worden (vanuit
locaties waar het zoutgehalte zeer laag is) via nieuwe pijpleidingen of een
nieuw kanaal. Wie gaat hiervoor betalen?
Het is dan ook interessant om te lezen over de
verontwaardiging van het Surinaamse bedrijfsleven dat teleurgesteld is in het
presidentieel besluit waarin het niet is gekend. Maar de vraag is of het
Surinaamse bedrijfsleven ook bereid zijn om te investeren in de opstartkosten. Naar
aanleiding van soortgelijke situaties, bijvoorbeeld de hoge opstartkosten die
door de regering zijn betaald om de cassaveverwerkingsfabriek op te zetten, ben
ik bang dat het Surinaamse bedrijfsleven verwacht dat de regering ook deze
kosten zal dekken.
Concluderende vragen
Voor mij blijven er drie concluderende vragen. Ten eerste:
begrijpt het Surinaamse volk dat de beloofde ‘trickle down’-rijkdommen (“honderden
miljoenen euros per jaar”) van het neoliberaal model alleen zullen komen in de
vorm van enkele druppels water op een hete plaat? Ten tweede: wat is de juiste
risico/beloningsbalans wanneer overheidsinvesteringen worden gepleegd met belastinggelden
van het volk voor het verkopen van Suriname’s natuurlijke rijkdommen? Welk
(onafhankelijk) instituut moet deze balans helpen vaststellen? Met andere
woorden: wat heeft men geleerd uit de gefaalde overheidsinvestering in de
cassaveverwerkingsfabriek om nog een mislukking te voorkomen? Als laatste:
begrijpen de bedrijven die zich aansluiten bij Friends of Green Suriname dat ze
een neoliberaal milieubeschermingsmodel ondersteunen, dat hulp biedt aan
internationale bedrijven die presidentiele besluiten krijgen waardoor
tegelijkertijd dezezelfde groep Surinaamse bedrijven wordt uitgesloten?
Ik hoop dat CIS haar milieubeschermingswerk hervat zoals
zij in het verleden heeft gedaan: met het geven van betrouwbare adviezen aan de
overheid die ten eerste gebaseerd zijn op deugdelijk wetenschappelijk onderzoek,
in plaats van het beloven van gouden bergen die gebaseerd zijn op een marktmodel
dat wereldwijd heeft gefaald om natuurlijke rijkdommen om te zetten in
ontwikkeling voor gemeenschappen.-.
Ravic Nijbroek (Ph.D.) is sociaal geograaf.
Hij was van 2009 tot 2011 werkzaam bij Conservation International Suriname, en
van 2011 tot 2014 bij Conservation International, Washington DC. Momenteel werkzaam
en woonachtig in Nairobi, Kenia.
Zijn huidige werk omvat voornamelijk
twee onderzoeksgebieden: duurzame intensivering van de landbouw en
landdegradatie neutraliteit (een deel van de SDG15-3) en het verder
uitstippelen van het beleid. Daarbij gebruikt hij gemengde methoden, zoals GIS
en hydrologische modellen, die hij combineert met sociaalwetenschappelijk
onderzoek. Eerder heeft hij onderzoek verricht binnen verschillende domeinen
zoals: aanpassing van klimaatsverandering in Suriname, Brazilie en de
Filipijnen, gewas simulatiemodellering in het zuidoosten van de Verenigde
Staten en Sub-Sahara Afrika, en kust/estuarium beheer in Florida.
*
1. Dit artikel in het tijdschrift Conservation & Society geeft een
goede uitleg van Neoliberal Conservation (Igoe en Brockington, 2007).
2. Het artikel van Monbiot is hier te vinden.
Abonneren op:
Posts (Atom)














