woensdag 20 april 2016

Green Heritage Fund start project op Brownsweg

Op donderdag 14 april was PROJEKTA te gast bij de kick-off workshop van Green Heritage Fund Suriname (GHFS) te Brownsweg. GHFS, bekend vanwege het werk met de dolfijnen bij Braamspunt en uiteraard de luiaards, is een project gestart om bewoners van Brownsweg en omgeving weerbaar te maken voor de gevolgen van klimaatsverandering.

De gezagsdragers van Brownsweg vroegen begin 2015 om hulp van GHFS, omdat zij meer wilden leren over lokale gevolgen van klimaatsverandering en manieren om daar als gemeenschap adequaat op te reageren. Door een Vulnerability and Capacity Assesment (VCA) uit te voeren, helpt GHFS mee aan het vergroten van de kennis over klimaatsverandering en de empowerment van de gemeenschappen. Onder het uitvoeren van de VCA valt bijvoorbeeld het afnemen van enquetes onder de lokale bevolking. Hieruit zal blijken wat zij al weten van klimaatsverandering, welke veranderingen en negatieve gevolgen zij hebben ervaren de afgelopen jaren, welke aanpassingsstrategieën zij zelf al hebben, en welke oplossingen zij graag zien.
Negatieve gevolgen van klimaatsverandering die de bewoners reeds hebben aangekaart tijdens de workshop, zijn bijvoorbeeld de rukwinden, de onvoorspelbare overmatige regenval, en de even onvoorspelbare langdurige periodes van droogte.

Een de GHFS-medewerkers legt de gemeenschapsleden van 
Brownsweg uit over het "weerstation".
Door te werken met een GLOBE* lesplan, zullen leraren en ‘community ambassadeurs’ worden getraind in het vergaren van informatie op het gebied van klimaatsverandering. Dit zullen zij onder andere doen met behulp van een eenvoudig weerstation (zie foto). Met dit weerstation zullen kinderen van O.S. Brownsweg onder begeleiding van leerkrachten en ‘community’ ambassadeurs metingen doen op het gebied van temperatuur, regenval en wolken.
De training van de leerkrachten en ‘community ambassadeurs’ zal met name gericht zijn op het blijvend doorgeven van hun opgedane kennis in hun gemeenschap. Hierdoor krijgt het project een duurzaam karakter.

Begeleiding door PROJEKTA
Projekta-medewerker Charissa Berrenstein in gesprek 
met een bewoonster van Brownsweg en 
een medewerkster van het ministerie van RO. 
In februari riep de Alcoa Foundation organisaties op om projectideeën in te dienen bij PROJEKTA. Eerder werden projectvoorstellen rechtstreeks ingediend bij de afdeling Community Relations van Suralco. Zij ontvingen echter vaak projectvoorstellen die niet aan de voorwaarden van de Alcoa Foundation voldoen, waardoor organisaties en gemeenschappen in de gebieden waar Suralco werkte, vaak onvoldoende gebruik konden maken van de mogelijkheid om projecten financieel te laten ondersteunen. PROJEKTA is vanwege haar ruime kennis en ervaring met het werken met gemeenschapsorganisaties en het uitvoeren van soortgelijke programma’s, door de Alcoa Foundation gevraagd om de organisaties te trainen en begeleiden in het proces van projectaanvraag, -uitvoer en –rapportage.
Naast GHFS worden ook projecten van het Surinaamse Rode Kruis, de afdeling NARENA van het CELOS, Vonzell en Women in Business begeleidt door PROJEKTA.

Lees via de volgende links meer over het capaciteitsversterkingsprogramma van PROJEKTA:

*GLOBE, or 'Global Learning and Observations to Benefit the Environment' is an international education initiative spearheaded by NASA to promote the teaching and learning of science, enhance environmental literacy and stewardship, and promote scientific discovery.

maandag 18 april 2016

Waarachtige sociale dialoog en inter-sectoraal handelen moeten verankerd worden op alle niveaus van overheidsbeleid

Afgelopen vrijdag 15 april is het Arbeids Adviescollege (AAC) geïnstalleerd. Steven Mac Andrew, directeur van de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB), hield een openingspeech. De VSB is een van de meer dan 15 organisaties die deel uitmaken van het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur. In de aanloop naar de verkiezingen in 2015 heeft de VSB zich bezig gehouden met het thema ‘Decent Work’.
Een van de beleidsprioriteiten binnen het thema Decent Work is ‘Versterken van tripartisme en sociale dialoog’. De installatie van de AAC is hier een goed voorbeeld van.

Lees hier het gehele thematische paper en de beleidsprioriteiten op het gebied van ‘Decent Work’. 
Lees hier het bericht van de Ware Tijd over de installatie van de AAC. 
Hieronder vindt u de speech van VSB-directeur Steven Mac Andrew. 


Waarachtige sociale dialoog en inter-sectoraal handelen moeten verankerd worden op alle niveaus van overheidsbeleid

Z.E. Soewarto Moestadja, Minister van Arbeid
Hr. Jimmy Belfor, Directeur, Ministerie van Arbeid
Hr. Glenn Piroe, Voorzitter van de Decent Work Monitoring Commissie
Collegae van de Vakbeweging en het bedrijfsleven
Vertegenwoordigers van de Media
En in het bijzonder alle leden, die zitting zullen nemen in het Arbeidsadvies College (AAC)

We zijn vandaag bijelkaar voor de installatie van het AAC, hetgeen een tripartiet orgaan is, dat de Minister van Arbeid moet adviseren over diverse beleidsaangelegenheden op het gebied van arbeid, inclusief arbeidswetten, die ontwikkeld of aangepast moeten worden.

Het College wordt door werkgevers derhalve beschouwd als een zeer belangrijk tripartiet orgaan, omdat de sociale partners, dus overheid, vakbeweging en werkgevers, gezamenlijk trachten, die voorwaarden te scheppen, althans adviezen geven, die, indien ze worden opgevolgd, moeten leiden tot condities voor wat betreft het arbeidsproces en arbeidsrelaties, welke beantwoorden aan de vier strategische doelen, die vervat zijn in het concept van Decent Work, namelijk :
1.      Naleving van arbeidsstandaarden;
2.      Verbetering van sociale protectie;
3.      Bevordering van sociale dialoog; en
4.      Creatie van productieve werkgelegenheid

Kortom, het College, tracht middels waarachtige sociale dialoog adviezen te formuleren en te geven, welke moeten bijdragen om arbeidsaangelegenheden in Suriname in goede banen te leiden.

De installatie vandaag is derhalve een goede stap, maar ik besef ook terdege, dat het College in de komende jaren zal moeten functioneren in een crisisperiode, waarvan dagelijks de negatieve effecten opgemerkt worden. Het College zal moeten functioneren in een periode, waarin Suriname haar ‘home grown’ aanpassingsprogramma zal moeten uitvoeren.

Elke crisis heeft ook een negatieve impact op Decent Work en hetzelfde kan in principe ook veelal gezegd worden van aanpassingsprogramma’s, dus het College zal zich zondermeer moeten buigen over het vraagstuk hoe Decent Work in Suriname zo veel als mogelijk gegarandeerd kan blijven, zodat er geen al te ernstige terugval plaatsvindt in de komende periode.

Uiteraard besef ik, dat een advies over hoe Decent Work te garanderen geen gemakkelijke taak zal zijn, omdat er nog andere factoren komen bijkijken, terwijl het terrein van het College wettelijk is afgebakend en zich moet richten op arbeidsaangelegenheden.

Maar, een samenwerking met andere tripartiete adviesorganen en Commissies, ingesteld door de overheid, zoals de Sociaal Economische Raad (SER) en de Decent Work Implementation Monitoring Commissie, moet mogelijk zijn, zodat het vraagstuk van Decent Work op integrale en holistische wijze aangepakt kan worden.

Als werkgevers vinden wij, dat zeker in deze crisisperiode, maar ook, omdat wij de Sustainable Development Goals (SDGs) moeten realiseren in Suriname, waarachtige sociale dialoog en inter-sectoraal handelen verankerd moet worden op alle niveaus van overheidsbeleid.

Dat het kan is duidelijk gebleken uit de ervaring van andere landen, waaronder een CARICOM lidland, namelijk Barbados. Dat het ook kan in Suriname is afgelopen dinsdag (12 april) gebleken tijdens de Eerste Nationale HiAP Workshop, welke in Suriname is gehouden. Het is dus duidelijk, dat slechts de wil om andere partijen te betrekken aanwezig moet zijn om een dergelijk proces van sociale dialoog en inter-sectoraal handelen te verankeren in Suriname.

Wij zijn bereid om op diverse manieren onze bijdrage te leveren, inclusief middels voordrachten van zeer bekwame en ervaren kandidaten. Als werkgevers zijn wij er dan ook van overtuigd, dat onze leden in het College een zeer positieve en constructieve bijdrage zullen leveren in de komende periode.

Ik wil direct vermelden, dat wij nauw contact zullen blijven houden met onze leden, omdat wij ons gecommitteerd hebben aan de verwezenlijking van Decent Work in Suriname alsook een bijdrage willen leveren aan het realiseren van de SDGs in ons land, in het bijzonder Goal 8 : Good Jobs & Economic Growth, maar uiteraard ook de andere doelen.

Ook willen wij meehelpen om de crisis op te lossen en een bijdrage leveren om te geraken tot een Surinaams aanpassingsprogramma, dat terdege rekening houdt met Decent Work en wel op basis van openheid, objectiviteit, integriteit, vertrouwen, rechtszekerheid, uiteraard naast sociale dialoog en tripartisme. Wij willen het doen, omdat wij ervan overtuigd zijn, dat Decent Work kan bijdragen aan het behoud van menselijke waardigheid en garandering van een menswaardig bestaan.

Tenslotte wil ik alle leden van het College een zeer productief zittingstermijn toewensen en ik hoop, dat u wederom zult aantonen, dat verankering van waarachtige sociale dialoog noodzakelijk is voor de toekomst van Suriname.

Heel veel succes en wijsheid toegewenst !

donderdag 14 april 2016

Nieuwe pleitbezorgers voor sport en cultuur voor ontwikkeling.

In de twee jaar dat Projekta het Actieve Burgers door Cultuur en Sport programma (ABCS) uitvoert, zijn er een aantal personen die onze aandacht hebben getrokken, mensen die in korte tijd enorm gegroeid zijn in hun uitstraling en capaciteit. Deze mensen belichamen de wens van het programma om meer leiderschap op het gebied van sport en cultuur voor ontwikkeling te stimuleren. Het zijn personen die binnen hun eigen kring anderen leiden, activiteiten ontplooien opdat hun doelgroep hun recht op sport en cultuur meteen kunnen beleven, maar die, volgens ons, ook in staat zijn om een bredere maatschappelijke rol te vervullen als pleitbezorgers voor het recht op sport en cultuur, en als leiders van grotere maatschappelijke verbanden.

Speciaal voor deze groep heeft Projekta het “Ambassadeursprogramma” ontwikkeld. Dit programma biedt de geselecteerde personen de gelegenheid om te groeien in de rol van maatschappelijke voortrekker op het gebied van sport, cultuur, gemeenschapsontwikkeling, jongeren of een ander thema dat gerelateerd is aan het doel van het ABCS-programma.
In het weekend van zaterdag 9 en zondag 10 april is het eerste trainingsweekend binnen dit ABCS-programmaonderdeel gehouden, met deelnemers van Vereniging Herdenking Javaanse Immigratie/Sana Budaya Dance Company (VHJI/SBDC) , Naks Wan Rutu, Rumas, Muziekschool Bellas Artes, Schaak- en Badmintonorganisatie Moengo, Youth Advocacy Movement (YAM), Sangh Parivar Suriname (SPS).

De deelnemers kregen als eerste taak om vast te stellen voor welk thema zij zich  sterk willen maken, oftewel waar zij de pleitbezorger (advocate) voor willen zijn. Voorbeelden hiervan zijn Life Skills incorporeren in sportactiviteiten, dat jongeren meer waardering hebben voor hun eigen cultuur en jongeren de talenten helpen ontdekken en ontwikkelen, de perceptie van dans veranderden van alleen een bewegingsactiviteit naar een manier voor maatschappelijke groei en ontwikkeling van individuen.

Het weekend was vooral gericht op zelfreflectie: wie ben ik, wat geeft mij moed, wat maakt me bang, wat heb ik nodig om echt een pleitbezorger te worden? Deelnemers werkten ook aan hun eigen ontwikkelingsplan als “advocate”.

Ze hebben inspiratie kunnen putten uit quotes. Een qoute die deelnemers aansprak is:  Don’t complain about it if you’re not going to make it better- (Sen. Blanche Lincoln), omdat, zoals een deelnemer het formuleerde Als er iets mis is volgens jou, helpt het klagen niet zoveel. ...er  wordt gezegd dat jongeren hun cultuur niet waarderen, er wordt veel geklaagd erover. Maar die stap naar die jongeren toe blijft vaak genoeg weg”. Over dezelfde quote reageerde een ander “we moeten niet als slachtoffer denken, maar we moeten denken aan mogelijkheden- wat de situatie ook is, er zijn altijd mogelijkheden”. Ook  de quote “I always wondered why somebody didn’t do anything about it. Then I realized: I am somebody” confronteerde de deelnemers met hun eigen houding ten opzichte van maatschappelijke problemen. “Ik ben iemand, I am that somebody, dat neem ik mee” gaf een deelnemer aan.


Enkele eigenschappen en skills die advocates dienen te hebben zijn: tegen kritiek kunnen, strategieën uitzetten en oplossingsgericht denken , gaf men aan. Maar men besefte dat het veel werk zal zijn om dit te bereiken. Dat willen ze graag doen, want ze willen allen rolmodellen worden voor jongeren. Op de vraag hoe ze een rolmodel willen zijn, wat voor rolmodel ze willen zijn, antwoordden ze  o.a. “ Dat ze (jongeren) mijn levenspad ook zien als inspiratie”; “Principes hebben en ze hoog houden, m’n normen en waarden duidelijk voor mezelf zijn, niet in m’n shell kruipen”; “(ik wil tonen) dat alles wat je hebt gehad moet je delen met anderen, zodat ze ook zover kunnen gekomen”

Deelnemers hebben aangegeven door het weekend geïnspireerd te zijn om verder te durven, dat de zelfreflectie ze goed gedaan heeft, en dat ze uitkijken naar de volgende stappen binnen het programma.

Voor personen die wel geselecteerd waren maar helaas niet aanwezig konden zijn, zal er een inhaalsessie worden gehouden.


Het ABCS programma heeft als doel het vergroten van de beleving van het recht op sport en cultuur. Het programma wordt uitgevoerd door PROJEKTA i.s.m. de Nederlandse Ambassade te Paramaribo en ISA (International Sports Alliance).

donderdag 7 april 2016

Wereldgezondheidsdag

Op 7 april staat de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stil bij haar oprichting in 1948. Elk jaar wordt er een specifiek, wereldwijd gezondheidsvraagstuk gekozen om de nadruk op te leggen. Dit jaar is het thema de strijd tegen diabetes.

Diabetes werd lang gezien als een welvaartsziekte, maar komt tegenwoordig het meest voor in ontwikkelingslanden. Niet alleen individuen en gezinnen ervaren de ziekte als pijnlijke last, diabetes heeft ook grote gevolgen voor het welzijn van nationale gemeenschappen en economieën.

Het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur riep in aanloop naar de verkiezingen van 2015 de politieke partijen op om in hun beleidsvoornemens prioriteit te geven aan het terugdringen van niet-overdraagbare aandoeningen (waaronder diabetes) en de hoge sterfte ten gevolge van hartaandoeningen (welke een gevolg kunnen zijn van diabetes).

Dr. Yitades Gebre, directeur van de PAHO/WHO in Suriname, zegt hierover: “… We zijn echter duidelijk niet op de goede weg. Beleidsmaatregelen zijn nodig om betaalbare en gezonde voeding beschikbaar te maken voor een ieder; om de mogelijkheden voor lichamelijke activiteit te verbeteren; om patronen van voeding en lichamelijke activiteit te beïnvloeden bij de gehele bevolking. Een combinatie van fiscaal beleid, wetgeving, veranderingen in de leefomgeving en bewustzijnsverhoging ten aanzien van de gezondheidsrisico’s werkt het beste om gezondere voeding en lichaamsbeweging te bevorderen. Dergelijke maatregelen zullen positief zijn voor mensen met diabetes en het risico op complicaties verminderen. Ook hebben regeringen middels de 2030 Agenda voor Duurzame Ontwikkeling (SDGs), zich eraan verbonden om de voortijdige sterfte van niet-overdraagbare chronische ziekten (NCDs), waaronder diabetes, terug te brengen.” Bron: de Ware Tijd, 7 april 2016.

Naast bovenstaande beleidsmaatregelen, wordt er door de Dr. Gebre mede de nadruk gelegd op het belang van planning, gecoördineerde actie, voorlichting en toegankelijkheid van betaalbare gezondheidszorg. Deze, en andere, beleidsprioriteiten zijn ook terug te vinden in ‘Voor onze Toekomst’, het document dat opgesteld is door het Burgerinitiatief om aan te geven welke maatregelen prioriteit zouden moeten krijgen in de regeerperiode 2015-2020.

Lees hier alles over het thema ‘Gezondheidszorg’.

woensdag 6 april 2016

Internationale Dag van Sport voor Ontwikkeling en Vrede

Vanwege het bereik, de ongeëvenaarde populariteit en de potentiële basis die het vormt voor positieve waardenoverdracht, is sport een belangrijk middel om bij te dragen aan de doelen van de Verenigde Naties (VN) op het gebied van ontwikkeling en vrede. Om meer bewustzijn te creëren voor de mogelijkheden die sport biedt, heeft de VN 6 april uitgeroepen tot Internationale Dag van Sport voor Ontwikkeling en Vrede.

Het uitroepen van deze internationale dag betekent groeiende erkenning door de VN van de positieve invloed die sport kan hebben op sociale en economische ontwikkeling en mensenrechten.
Ban Ki-moon, Secretaris-Generaal van de VN zegt hierover: “Sport has become a world language, a common denominator that breaks down all the walls, all the barriers. It is a worldwide industry whose practices can have widespread impact. Most of all, it is a powerful tool for progress and for development”.

Het VN-orgaan ‘Sport voor ontwikkeling en vrede’ heeft de campagne "Let's play for Sustainable Development Goals" gelanceerd. Dit filmpje laat zien hoe kinderen wereldwijd zich inzetten voor Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s).

Klik op de volgende links om meer te lezen over de activiteiten die PROJEKTA onderneemt binnen het sport en cultuur voor ontwikkelingsprogramma genaamd ‘Actieve burgers door cultuur en sport (ABCS). Het ABCS-programma heeft als doel het vergroten van de beleving van het recht op sport en cultuur. Het programma wordt uitgevoerd door PROJEKTA i.s.m. de Nederlandse Ambassade te Paramaribo en ISA (International Sports Alliance).


woensdag 16 maart 2016

Training Basisprincipes Financiële Administratie

Het beheren van financiële middelen is vaak het grootste obstakel voor buurt-, sport- en cultuurorganisaties. Wij bieden organisaties een training aan in de basisstappen voor het opzetten en beheren van een eenvoudige financiële administratie. Tijdens de training zal o.a. in worden gegaan op het bijhouden van een eenvoudig kas- en bankboek, opstellen correcte betalingsbewijzen, maken van een financieel verslag van een activiteit en een eenvoudig financieel jaarverslag

Wie kunnen meedoen?
Personen verbonden aan buurt-, sport- en/of cultuurorganisaties die verantwoordelijk zijn voor de financiële administratie.
Per organisatie kunnen maximaal 2 personen meedoen. .

Waar en Wanneer is het?
Donderdag 14, 21, en 28 april en donderdag 5 mei van 17.30 uur– 21.00u.
Plaats: CCS

Wat kost het?
SRD 50,- per persoon voor de totale training.
(Inclusief hand-outs, snacks en drank).

Interesse voor deelname?
Mail ons of klik hier voor het registratieformulier.
De aanmelding sluit op dinsdag 29 maart.

De training gaat door bij een minimaal aantal van 15 personen. Er is een beperkt aantal plaatsen beschikbaar. Als er meer aanmeldingen zijn, vindt er een selectie plaats. Bestuursleden hebben de voorkeur.

LET OP:
Alleen organisaties die MET (en niet slechts voor) doelgroepen werken (kinderen, jongeren etc.) en sport– of  cultuuractiviteiten ontplooien, kunnen meedoen. Bent u van een buurtorganisatie, maar doet u ook aan bijvoorbeeld slagbal of is er een dansclub, dan bent u welkom. Bent u niet zeker of uw organisatie kan meedoen: mail ons even.

Culturele en sportactiviteiten dragen bij aan  het vormen van assertieve, proactieve en creatieve burgers. Elke jongere moet de mogelijkheid krijgen om aan culturele– en sportactiviteiten te doen. Dat wil het programma “Actieve Burgers door Cultuur en Sport” bereiken.


vrijdag 11 maart 2016

Economische crisis en vrouwen

In het licht van de huidige financieel-economische en monetaire situatie, delen wij graag dit artikel. Hierin gaat Gab Hosein in op, onder andere, de gevolgen van de economische crisis voor vrouwen.  

Diary of a mothering worker. 
March 9, 2016.

Door: Gab Hosein

In this rough monetary moment, the conversations we have about the economy are more important than ever. We could focus on issues of debt to GDP ratios. The debt-to-GDP ratio is over 60 per cent for 12 of 20 Caribbean countries, over 80 per cent for 6 countries, and over 100 per cent for four. Indeed it’s the pressure of debt payments that prevents Caribbean countries from affording development projects and social programmes.

We could focus on the importance of investment to economic growth. Investment provides funds needed by industries to provide jobs, create wealth and pay taxes. But we are at risk of invisibilising other indicators if we mainly focus on these. When countries focus on debt reduction, who carries the costs and how are those measured? When we rely on profit-seeking investment to drive economic growth, what might we fail to discuss in terms of environmental, labour, health and other costs?

Looking at women’s experiences in the labour market can show what such indicators hide. From this perspective, the global and national economy is fundamentally gendered, meaning that the roles that women play in both private and public spheres aren’t incidental, but central to how the economy is organized and experienced. For example, women often devise survival strategies for their families using their unpaid time and labour to absorb the effects of economic crises, such as industry shrinkage, or higher food prices, or prescriptions for debt reduction.

More than men, women perform uncounted, non-unionised and unwaged homebased labour, and have greater responsibility for care of children, and the disabled and elderly, particularly where health and social services are inadequate. Such economic exploitation within households reinforces women’s exploitation in the waged economy, where women predominate in the five Cs: caring, catering, cashiering, cleaning and clerical work. Particularly when traditionally male-dominated jobs are being lost, these women are more vulnerable to poverty and relationship violence because of their economic dependence.

When women take work to make ends meet, they may experience the absence of a social infrastructure permitting them to combine work with family life. Additionally, women’s clustering in service sectors, and informal jobs, that are often considered less skilled or valuable than hitting a ball with a bat, is highly exploitative and features low wages, poor working conditions, and little opportunity for security or advancement. In this context, economic problems and prescriptions are likely to have an asymmetrical impact on women and men because they have different relationships to labour in informal and formal spheres, and in reproduction and production.

Reflecting on this, Caribbean feminist Eudine Barriteau writes, “Constructing economic analyses around households should force development planners to move beyond exploiting the resources of women to costing out the use of these resources. It should no longer be possible to speak of market gains while households are suffering, of growth without equity or redistribution.” Making households the basic unit of socioeconomic analysis, she argues, should make planners directly confront the gendered nature of economic relations, disaggregating and exposing the conflicts and competing interests within households, and between household roles and market-based economic behavior.

In our economy, in the category of those 25 to 49 years old, men comprise about 57% of the labour force, women 43%. Within this age group, women’s labour force participation rate is 72% compared to 95% for men. Men’s unemployment is 2% for that age category, but women’s is 4%, and more women than men (28% versus 6%) are considered to be out of the labour force between the ages of 25-49. Why and with what implications for their labour?

In the petro/gas industries, men comprise 80% of those employed, women 20%. In the construction sector, men constitute 88% of those employed, women 12%. Finally, in community, social and personal services, as well as in trade, restaurants and hotels, women are 54% and 58% respectively of those employed in comparison to 42% and 46% of men. And, this labour force data for 2015 doesn’t adequately highlight women’s pervasive wage inequality for similar work.

The costs of recession and growth are being survived and subsidized by households, and by labour inequities being borne by women. In addition to indicators of investment and debt, this is something economists should be discussing.


dinsdag 8 maart 2016

Kankan Dyadya Sranan Uma

In de aanloop naar 8 maart, Internationale Dag van de Vrouw, plaatste Elviera Sandie de afgelopen weken een aantal portretten van Surinaamse vrouwen op haar Facebookpagina. Deze vrouwen hebben allen op hun eigen manier veel betekend voor Suriname. Niet alleen hebben zij belangrijke bijdragen geleverd aan de ontwikkeling van het land, ook vormen zij een voorbeeld voor vele (jonge) Surinaamse vrouwen, volgens Sandie.
Met haar toestemming plaatsen wij hier een aantal van de portretten- teksten en foto’s zijn afkomstig van de Facebookpagina van Elviera Sandie.

YVONNE RAVELES-RESIDA, Tante Wonnie, wan Kankan Dyadya Sranan uma, wi mama Sranan, een gedreven, inspirerende , warme, stijlvolle leider en groot voorbeeld Surinaamse vrouw op verschillende levensgebieden. Vanaf 1951 is zij lid van de Padvinderij en behoort vandaag tot de groep 'padvinders van het eerste uur'. Als sociaal-politieke activiste stond zij rotsvast naast haar echtgenoot, de nationale kulturu guru , wijlen Robin Raveles, Dobru. Zij is mede oprichtster en bestuurslid van politieke partijen, vrouwen - en culturele organisaties. Na jarenlang als lerares Spaans en inspekteur VOJ van het ministerie van Onderwijs te hebben gediend, werd zij lid van het 'overgangs' parlement en daarna nog gedurende 2 termijnen in DNA. Zij is de eerste vrouwelijke fraktieleider in DNA en haar top politiek bestuurlijk posities waren hierna, het ministerschap van Regionale Ontwikkeling en Justitie en Politie. Zeer kundig, vernieuwend en daadkrachtig vertegenwoordigde zij Suriname op verschillende internationale fora, w.o de Verenigde Naties. Onder haar bezielende leiding werden belangrijke mijlpalen bereikt voor land en volk. Tante Wonnie heeft enkele jaren geleden haar politieke pet opgehangen, maar gaat onvermoeibaar verder op cultureel gebied, door het 'sociaal kapitaal' , het nalatenschap van wijlen Dobru, via de Dobru stichting, te delen met Suriname, in het bijzonder de jongeren. 

SIEGMIEN POWER-STAPHORST, wan Kankan Dyadya Sranan Uma. Een Guru van de bovenste plank, Een vrouw die reeds 35 jaar aan top staat in Suriname, als activiste voor vrouwenrechten, gemeenschapsontwikkeling, sociale verandering, cultuur en gender. De eerste vrouwelijke minister van Suriname, decennialang voorzitter van de Nationale Vrouwen Beweging die fundamentele verandering heeft gebracht voor de vrouw: decreet handelingsonbekwaamheid van de vrouw en de wijziging van de wet op het erfrecht. Een sterke persoonlijkheid die, vanwege haar deskundigheid en haarscherpe analysis veel gevraagd is als consultant op nationaal en internationaal niveauv oor o.a. IDB,UNDP,PAHO,UNICEF, en de ministeries van volksgezondheid en onderwijs. Zij is ook decennialang op bestuursniveau betrokken bij een verscheidenheid aan instituten en organisaties in en buiten Suriname w.o. de Conservation Foundation, Stichting Lobi en het Internationaal Netwerk van Vrouwen voor Water. Zij ontving verschillende onderscheidingen van instituten en de staat Suriname, vanwege de impact van haar jarenlange werk voor land en volk. Zij is Thans de voorzitter van NAKS. Siegmien is een inspirerende, warme en goedlachse persoonlijkheid met een impossante legacy dat als groot voorbeeld mag dienen voor jong en oud. 

HARIETTE VREEDZAAM-JOEROEJA, wan Kankan Dyadya Sranan uma. Een grote guru voor de inheemse gemeenschap. Een vrouw met durf, visie en daadkracht. Zij richtte de eerste en enige nationale inheemse vrouwenorganisatie stg. Sanomaro Esa (Moeder en kind) op enkele decennia geleden en is ook bestuurslid van de Caribbean Organisation of Indigenous Peoples (COIP). Als een echte activiste voert zij reeds jarenlang letterlijk strijd op zowel nationaal als internationaal niveau voor de daadwerkelijke ontwikkeling van de inheemsen in het algemeen en de vrouwen in het bijzonder op sociaal-economisch en politiek gebied. Zij is reeds enkele decennia Basya van Pierre Kondre-Kumbasi, tevens haar geboortedorp.

DJAIENTI HINDORI, wan Kankan Dyadya Sranan uma. Een gepassioneerde, enthousiaste, optimistische, deskundige, diplomatische, vrolijke, visionaire leider en financieёle deskundige met decennialange ervaring en betrokkenheid op het hoogste niveau in de bancaire sector van Suriname. Zij heeft een impossante professionele carriere van ruim 15 jaar als directeur bij de Landbouwbank NV en is vanuit die hoedanigheid enkele jaren aangesteld als de eerste vrouwelijke voorzitter van de Surinaamse bankiersvereniging. Daarnaast zit zij geruime tijd in de leiding van Rotary club Paramaribo waar zij tevens enkele jaren als president fungeerde. Djaienti is een no-nonsense Sranan uma dat geen blad voor de mond neemt en uitdagingen niet uit de weg gaat . Op sociaal-cultureel gebied is zij een veel gevraagde public speaker en ook erg actief in de leiding van NGO's zoals voorzitter van de stg. openlucht museum nw. Amsterdam. 

SHARDA GANGA , wan Kankan Dyadya Sranan uma. Zij schrijft, regisseert, bespreekt, bewerkt, versterkt, bekritiseert, becommentarieёrt, bediscussieёrt, begeleidt en dirigeert individuen, groepen, gemeenschappen, ministeries, bedrijven, NGO’s, multilaterale organisaties en de overheid en wel ruim 30 jaar lang. Haar invloed veroorzaakt transformaties in het NGO en kunst-en cultuur landschap van Suriname. Als initiatiefneemster van het Universiteitstheater, de Surinaamse Drama Federatie, het Vrouwen cabaret, het Surinaams Theatercollectief en het Cast2theater, heeft zij baanbrekend werk verricht en is daarvoor op regionaal en internationaal niveau onderscheiden. Haar gedrevenheid, deskundigheid en jarenlange ervaring met programma’s gericht op gemeenschapsontwikkeling, leiderschap , goed bestuur, democratie, participatie en gendergelijkheid resulteren in talrijke werkopdrachten voor de stichting Projekta, de NGO waar zij als directeur jarenlang leiding aan geeft. Sharda wordt geroemd vanwege haar energieke, out of the box approach en gevreesd, vanwege haar scherpe tong en pen. 

SARI KASANPAWIRO-SAIJO, wan Kankan Djadja Sranan uma, een cultuur guru van de bovenste plank, rustig, eenvoudig en stijlvol van aard. Zij beheerst de Javaanse cultuur, vooral de dans, in theorie en praktijk en heeft ons land op waardige wijze ettelijke keren vertegenwoordigd in verschillende landen. Onophoudelijk is zij in de educatie van jongeren en vrouwen. Als een tovenaar weet zij vrouwen op te maken voor een stijlvolle typisch Javaanse huwelijk of culturele evenement. Zij is reeds decennialang een absolute leider in gemeenschappen, de EBGS, vrouwenorganisaties, culturele organisaties en bij culturele evenementen op nationaal en internationaal niveau, een onuitputtelijke bron van kennis en inspiratie voor jong en oud, een groot rolmodel en een fantastische vriendin, moeder en grootmoeder.

SHERIDA MORMON, wan Kankan Dyadya Sranan uma die gemeenschappen versterkt op sociaal , cultureel en economisch gebied. Een vrouw met een duidelijke visie over ontwikkeling op lokaal niveau. Zij heeeft daadkracht, is zeer tactvol, kan van niets iets groots maken. Zij blijft geloven in het menselijk potentieel, al geven alle anderen op, zij blijft doorgaan. Dankzij Sherida zijn Paraanse en Commewijne gemeenschappen gaan beseffen dat ZIJ hun ontwikkeling in EIGEN handen hebben. Think Big, act small, is de methode die Sherida succesvol hanteert en reeds jarenlang in praktijk brengt op cultureel, economisch en sociaal gebied. Wij zijn trots op jou sisa, Ga door en maak Surinamers groot!!!.

IFNA VREDE, Wan Kankan Dyadya Sranan Uma, die bruggen kan bouwen tussen mensen, groepen, culturen en religieen. Een ontwikkelingswerker met een duidelijke visie en grote liefde voor familie, vrienden en kennissen. Heeft gedurende vele jaren op verschillende niveaus haar bijdrage geleverd in binnen en buitenland. Is erg actief met vrouwen-, kinderen- en gemeenschapsrechten. Een echte ambassadeur voor haar geboortedistrict Brokopondo.

CYNTHIA MCLEOD-FERRIER, een lifelong educator, motivator, inspirator, phenomenal writer, de populairste en bekendste Surinaamse schrijfster met een indrukwekkende culturele legacy van 10 historische romans, 4 historische studies en 4 kindermusicals en boeken. Met de door haar geinitieerde en gefinancieerde unieke educatieve dagtochten in de binnenstad van Paramaribo, langs oude plantages vergezeld van haar spannende tori’s , hebben honderden kinderen en volwassenen uit binnenen buitenland jarenlang op zeer aangename en boeiende wijze kennis kunnen krijgen van de Surinaamse (voornamelijk) slavernij geschiedenis. Haar meest populaire boek, ‘hoe duur was de suiker’ is vertaald in enkele talen en ook verfilmd. Zij is reeds 30 jaar een Surinaamse celebrity die de kunst verstaat om eenvoudig en toegankelijk te blijven en onvermoeibaar haar bijdrage te blijven leveren aan de verheffing van de Surinaamse cultuur. Als geen ander is zij tevens in staat om (vooral) de gruwelijke delen uit de Surinaamse geschiedenis op verteerbare wijze te presenteren aan jong en oud, op nationaal en internationaal niveau.Cynthia Mcleod-Ferrier is een klasse apart, een ware cultuur ambassadeur van Suriname.

maandag 7 maart 2016

Tweede trainingsweekend Projectschrijven

Afgelopen zaterdag 5 en zondag 6 maart vond het tweede deel van de training Projectschrijven plaats, wederom in Asewa Otono (lees hier meer over het eerste deel van de training). De bedoeling van deze training is het leren van het opstellen van een succesvol projectdossier. In opdracht van de internationale ALCOA Foundation begeleidt en verzorgt PROJEKTA sinds eind 2014 trainingen aan gemeenschapsorganisaties. Het doel is om de algehele kwaliteit van projectontwikkeling, -uitvoer en -rapportage te vergroten.

Met drie organisaties (van de 20 die aanvankelijk zijn toelaten tot de training) is besloten een apart traject in te gaan, vanwege het type project dat zij voor ogen hebben. Desalniettemin waren zij wel nog steeds welkom om de training te vervolgen, aangezien deze training erop gericht is een plan logisch op te leren bouwen, dit goed te documenteren en van alle kanten helder en concreet te belichten. Dit zijn lessen die uiteraard op meer gebieden toepasbaar zijn dan louter voor het ontwerpen van projecten binnen de organisaties waar de deelnemers deel van uitmaken.

Sinds de start van de training twee weken geleden hebben de deelnemers niet stil gezeten. Als huiswerk moesten zij aan hun dossier werken. Op dit huiswerk hebben zij voorafgaand aan het tweede trainingsweekend feedback gekregen. Tijdens het het eerste deel van de zaterdag werden de knelpunten van het huiswerk uitgebreid besproken. Opvallend was dat veel mensen aanliepen tegen het gebrek aan betrouwbare data. Deze data is nodig om de probleemomschrijving te onderbouwen. Van PROJEKTA kregen zij praktische tips om toch hun projectvoorstel van waardevolle data te kunnen voorzien.
Verder bleek dat veel deelnemers nog moeite hadden met een gestructureerde probleemanalyse. Om deze essentiële basis van een projectvoorstel goed te krijgen, werd hier door de trainers van PROJEKTA nog extra aandacht aan besteed.

Het tweede deel van de zaterdag en het grootste deel van de zondag stonden in het teken van het opstellen van een begroting. Als het om projectontwerp- en schrijven gaat, is dit veelal het onderdeel waar mensen het meest tegenop zien. Dit is onnodig, zo bleek. Een begroting is een vertaling van je activiteit. Vandaar dat er tijdens de training ook zo op gehamerd werd om de beschrijving van de projectactiviteiten goed op papier te zetten. Dat wil zeggen: gedetailleerd, maar wel concreet.

De deelnemers werden gedwongen om op zoek te gaan naar creatieve, duurzame oplossingen. Er waren daarnaast nog onverwachte eye-openers, zoals die over netwerken in Suriname. Omdat dit het laatste weekend was dat de deelnemers in een gemeenschappelijke setting bij elkaar kwamen, sprak een van de aanwezigen de wens uit om een netwerk op te zetten. Op die manier zou de drempel laag gehouden worden om toekomstige samenwerking aan te gaan. Trainer Sharda Ganga verduidelijkte dat netwerken iets is wat je doet, en dit niet belangrijker wordt door een formeel netwerk op te richten, met een naam, een voorzitter, een gebouw, en ga zo maar door. “Netwerken is een werkwoord”.

In de loop van de komende weken zullen de deelnemers één-op- één begeleiding krijgen, om uiteindelijk een succesvol projectdossier in te kunnen dienen bij potientiële donoren. 

vrijdag 4 maart 2016

Onze democractie heeft een genderperspectief nodig om werkelijk democratisch te zijn

Aanstaande dinsdag 8 maart is het Internationale Dag van de Vrouw. Deze dag is wereldwijd een gelegenheid waarbij wordt stilgestaan bij de economische, politieke en maatschappelijke verworvenheden van vrouwen. Tegelijkertijd wordt op 8 maart stilgestaan bij de lange weg die nog moet worden afgelegd voor er werkelijk sprake zal zijn van volledige maatschappelijke gelijkheid van vrouwen en mannen. 

Het onderstaande artikel verscheen eerder in de ‘State of our Democracy 2015’. De gehele nieuwsbrief vindt u hier.

Door: Henna Guicherit & Carla Bakboord, Women’s Rights Centre

Vrouwenrechten zijn mensenrechten. Ze zijn het geboorterecht van alle mensen en dus ook van vrouwen en moeten in onze democratische republiek onvoorwaardelijk worden gerespecteerd. Dit betekent gelijke rechten voor zowel mannen als vrouwen. Maar mensenrechten zijn in de loop der tijden eerder beschouwd synoniem te zijn aan mannenrechten. Hoewel voor iedere burger een taak is weggelegd om de rechten van alle mensen te waarborgen, ligt de primaire verantwoordelijkheid voor de bescherming en bevordering van vrouwenrechten bij de beleidsmakers. 

Voor de beleving van hun rechten moeten vrouwen niet alleen gehoord worden in het democratisch proces maar ook in gelijke mate als mannen vertegenwoordigd zijn in posities van beleid en besluitvorming. 
2015 kenmerkte zich in het bijzonder door de inspanningen die, in de aanloop naar de algemene vrije en geheime verkiezingen, zijn gepleegd om vrouwen zichtbaarder te maken en hun capaciteit te versterken voor deelname aan de politiekvoering. En niet zonder succes. Maar vrouwen vormen in het politiek-bestuurlijke, als resultaat van decennialange discriminatie, nog altijd een minderheid. Dit is terecht aangemerkt als te zijn in strijd met haar mensenrechten. En ook in strijd met het democratisch principe dat er voor moet zorgdragen dat het hele volk, dus vrouwen en mannen, via haar vertegenwoordiging, deelneemt aan de besluitvorming en de uitvoering.

Wanneer vrouwen en mannen de strijd aanbinden tegen de ongelijke positie die vrouwen t.o.v. mannen vanwege hun gender in diverse sectoren ondervinden, is dat rechtmatig en bovendien in het belang van de verhoging van het democratisch gehalte van de staat. Want inherent aan mensenrechten en democratie is het principe van gelijkheid. Ongelijke kansen en behandeling, ongelijke toegang tot en zeggenschap over bronnen leiden onder meer tot armoede, geweld en slechte gezondheid. Zij vormen een aanslag op de samenleving en de democratie. Vanuit het democratisch genderperspectief is het onrechtvaardig dat vrouwen in relatie tot mannen minder rechten en waarde worden toegekend.
In het democratisch model zullen dus ook de achtergestelde vrouwen betrokken moeten worden. En vrouwen hebben de democratie nodig om hun stem te laten horen en om verandering te brengen in een systeem dat structureel discriminatoir is en op gespannen voet staat met de democratie. Deze vindt zijn oorsprong in het denken dat mannen superieur zijn aan vrouwen en de machtsposities hen daarom toekomen. Als iedereen vrij en gelijk in rechten en plichten geboren is, dan heeft niemand méér recht dan de ander.

De ongelijke machtsrelaties liggen ten grondslag aan de vele schendingen van vrouwen- en kinderrechten zoals de verschillende vormen van huiselijk geweld die zij dagelijks ervaren. Veiligheid  is een harde kern van een democratische rechtsstaat. De overheid zal maatregelen moeten treffen om de veiligheid van vrouwen en kinderen ook in het private domein te garanderen.

Na decennia van strijd voor de erkenning en beleving van vrouwenrechten is het mensen-/ vrouwenrechtenbewustzijn nog laag.  Daarom moet de overheid, als verantwoordelijke, zelf het goede voorbeeld geven door de democratische en genderprincipes na te leven. Voortbouwend op de successen die reeds zijn geboekt, zal empowerment en verbetering van de positie van vrouwen ook in 2016 boven aan de lijst prijken in de agenda’s van alle mensenrechtenactivisten en ware democraten.-

Wilt u meer lezen over de staat van onze democratie in 2015? Lees dan ook de andere artikelen van de ‘State of our Democracy’ nieuwsbrief.